CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Bijlage 3 Ontwerp BP Orlandolocatie Di Lassostraat

Oordeelsvormende vergadering (Kamer 2.03) 20 juni 2024, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplan Orlandolocatie Di Lassostraat22.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2.6 Bomen en werkzaamheden Bouwwerkzaamheden hebben veelal een grote (negatieve) invloed op bomen en/of hun directe leefomgeving. Dit kan zowel op de kwantiteit als de kwaliteit van de boven- en ondergrondse situatie betrekking hebben. Gedacht kan worden aan beschadiging van boven- en ondergrondse boomdelen, wortelverlies, bodemverdichting, verdroging etc. Het is vooral van belang om middels een groeiplaatsonderzoek te beoordelen wat de diepte en de intensiteit van de wortelkluit(en) is. In stedelijk gebied is er veelal sprake van bewortelingspatronen die sterk afwijken van meer natuurlijke situaties. Om te beoordelen of en in welke mate de bomen schade zullen ondervinden van de voorgenomen bouwplannen, wordt het volgende onderzocht: Op basis van in voorgaande paragraven genoemde onderzoeksaspecten is het mogelijk om een uitspraak te doen over de toekomstverwachting (levensduur) bij gelijkblijvende omstandigheden. Daarnaast kan worden beoordeeld of en in welke mate de geplande bouwwerkzaamheden negatieve effecten zullen hebben op de kwaliteit van de bomen.

TREEVISION

5|Pagina

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

3 Situatie en planvorming 3.1 Huidige situatie Het plangebied betreft een groot braakliggend terrein waar een oorspronkelijke sporthal (inmiddels) is gesloopt (zie afbeelding 1 en Bijlage 1). Het plangebied grenst aan de noordwestzijde aan enkele privé tuintjes van reeds bestaande woningen van Cocon Wonen. Aan de westzijde bevindt zich een groep bomen op een talud. Dit betreft enkele forsere bomen, enkele piramidaal gesnoeide kleinere hulsten en diverse sierkersen (zie foto 2 op pagina 7). Aan de noordoostzijde van het plangebied bevindt zich een groot parkeerterrein aangrenzend aan de Di Lassostraat. In een smalle beplantingstrook tussen de parkeerplaatsen staat een rij met vijf eiken (zie foto 3 op pagina 7). Langs de Di Lassostraat en de Sweelinckstraat staan diverse gemeentelijke bomen in een smalle beplantingsstrook (zie foto 4 en 5 op pagina 8). Centraal tussen de parkeerplaats en het braakliggende terrein bevindt zich een gazon met enkele solitaire bomen. Aan de zuidwestzijde van het plangebied op het terrein van basisschool De Bron staat o.a. een rij met forse moeraseiken.

Afbeelding 1: bovenaanzicht onderzoekslocatie met weergave onderzochte bomen

TREEVISION

6|Pagina

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

Foto 2: bomen/struiken westzijde plangebied

Foto 3: parkeerterrein met rij eiken noordoostzijde plangebied

TREEVISION

7|Pagina

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

Foto 4: parkeerterrein oostzijde met gemeentelijke iepen langs de Di Lassostraat

Foto 5: gemeentelijke meelbessen langs de Sweelinckstraat

TREEVISION

8|Pagina

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

3.2 Planvorming Cocon Wonen is voornemens ter plaatse van de oorspronkelijke sporthal een wooncomplex te bouwen. Het wooncomplex wordt conform planvorming aan de westzijde verbonden met de aanwezige seniorenwoningen. Het wooncomplex wordt aan de westzijde 3 bouwlagen hoog (ca. 9 meter) en aan de oostzijde 4 woonlagen (ca. 12 meter) hoog. De verbinding met de aanwezige seniorenwoningen word 1 bouwlaag hoog. De bestaande parkeerplaatsen worden opnieuw aangelegd. Tevens worden er nieuwe voetpaden aangelegd. Ten noorden van het nieuwe wooncomplex is een groene buitenruimte gepland met o.a. een wadi, een jeu de boulesbaan, beweegtoestellen en zitplekken. Aan de zijde van de Di Lassostraat komt een nieuwe ontsluiting voor de voetpaden, een fietsenstalling en een pleintje met zitgelegenheid. De parkeerplaats in de hoek tussen de Di Lassostraat en de Sweelinckstraat krijgt een nieuwe ontsluiting vanaf de Sweelinckstraat. Langs de Sweelinckstraat worden ter plaatse van het huidige voetpad parkeervakken aangelegd. Het huidige voetpad wordt verplaatst naar de noordzijde van de ter plaatse aanwezige bomen. In afbeelding 6 hieronder is het huidige ontwerp weergegeven, een beter leesbare versie is toegevoegd in Bijlage 2. In het ontwerp zijn met oranje de bomen aangegeven waarvan reeds is voorzien dat duurzaam handhaven met het oog op de geplande werkzaamheden, niet mogelijk is.

De dondergroene cirkels betreft nieuw aan te planten bomen en struiken.

Afbeelding 6: Ontwerp met weergave bestaande bomen (Bron: Stijlgroep, bewerking Treevision)

TREEVISION

9|Pagina

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

4 Onderzoek en resultaten 4.1 Visuele boomcontrole De opdrachtgever heeft voorafgaande aan het onderzoek een puntenbestand aangeleverd met een inmeting van de bomen op het terrein. Tijdens ons onderzoek zijn alle bomen welke mogelijk binnen de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden staan geïnspecteerd. De inspectieresultaten per boom zijn weergegeven in de tabel in Bijlage 3. Ten behoeve van het onderzoek zijn de bomen genummerd. De boomnummers in de tabel komen overeen met de boomnummers zoals weergegeven op de kaarten/tekeningen in Bijlage 1 en 2. Om te beoordelen of het überhaupt zinvol en mogelijk is om de bomen te behouden zijn allereerst de conditie en de mechanische kwaliteit vastgesteld. Slechts een gezonde vitale boom is voldoende in staat (levensvaardig) om, tot op zekere hoogte en rekening houdend met soortspecifieke eigenschappen, adequaat te reageren op veranderingen in zijn leefomgeving. Wanneer een boom vanwege conditionele en/of mechanische gebreken een (sterk) verminderde toekomstverwachting heeft is het veelal niet zinvol nog langer in de boom investeren. Daarnaast zijn diverse algemene boomgegevens opgenomen zoals stamdiameter, boomhoogte en kroonstaal. Deze boomgegevens zijn van belang om inzicht te krijgen in het bovengrondse ruimtebeslag van de bomen.

De kroonstraal (straal x 2 is diameter) is voor zover relevant altijd gemeten aan de zijde van de geplande (bouw)werkzaamheden.

4.2 Onderzoek boven- en ondergrondse knelpunten Op basis van bestudering van het ontwerp en de resultaten van de visuele boomcontrole zijn potentiële knelpunten vastgesteld. Op basis van deze knelpunten is voor iedere boom/boomgroep aangegeven wat de te verwachten invloed is van de geplande werkzaamheden op duurzame instandhouding van de aanwezige bomen. Op diverse representatieve locaties waar de werkzaamheden wel nabij de boom plaatsvinden maar op voorhand niet of onvoldoende duidelijk is of, en onder welke voorwaarden boombehoud mogelijk is, is de situatie ter plaatse beoordeeld en is waar nodig boven- en/of ondergronds onderzoek verricht. De resultaten hiervan worden in deze paragraaf beschreven. Bomen ter plaatse van of zeer dicht op geplande nieuwbouw Conform huidige planvorming komt de geplande nieuwbouw ter plaatse van of zeer nabij boom 53 t/m 61, 65 en 68 t/m 71 op basis waarvan in de planvorming al is voorzien dat deze bomen niet op hun huidige standplaats behouden kunnen blijven (zie rode bomen in afbeelding 7 op pagina 11). De kroon van boom 65 heeft zich sterk eenzijdig ontwikkeld waardoor de kroon zich deels boven de geplande nieuwbouw bevindt (zie foto 8 op pagina 11).

Bij ongewijzigde planvorming is er grote kans op het ontstaan van (forse) kroonschade maar wanneer er zorgvuldig wordt gewerkt en enkele onderste takken worden gesnoeid, wordt boombehoud wellicht toch mogelijk geacht. Boom 45 en 49 zijn in de planvorming aangegeven als te behouden, echter staan ook deze bomen op respectievelijk 2 en 2,5 meter uit de geplande nieuwbouw. Dit betreft relatief kleine bomen/struiken (hulst) maar rekening houdend met een minimale werkruimte van 1,5 tot 2 meter wordt ook voor deze bomen duurzaam boombehoud niet zondermeer mogelijk geacht.

TREEVISION

10 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

Afbeelding 7: uitsnede ontwerp nabij boom 45 en 49 t/m 71

Foto 8: boom 65

Aanbrengen verharding (voetpaden/terras) op zeer korte afstand van bomen Conform planvorming wordt nabij boom 1, 11, 12, 13 nieuwe verharding tot (zeer) nabij de stamvoeten van de bomen aangebracht (zie afbeelding 11, 12). Hoewel boom 1 ook in de huidige situatie in een boomspiegel staat met verder rondom verharding, is er in de huidige situatie, rondom opdruk van de verharding zichtbaar. Op 1,2 meter uit de stamvoet, ter plaats van het te realiseren voetpad aan de zuidzijde van de boom is een proefsleuf gegraven. Direct onder de klinkerverharding is sprake van intensieve en zeer grove beworteling (zie foto 10 op pagina 12). Aanvullend is op 4 meter uit de stamvoet ook een proefsleuf gegraven, ter plaatse is vanaf ca. 20 centimeter diepte sprake van forsere beworteling met een diameter tot 9 centimeter (zie foto 11 op pagina 12).

Foto 9: uitsnede ontwerp nabij boom 1, 11, 12 en 13

TREEVISION

11 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

Foto 10: proefsleuf nabij boom 1

Inzet: detail aangetroffen beworteling

Foto 11: proefsleuf 4 meter uit hart stamvoet boom 1

Inzet: zijaanzicht proefsleuf

Aan de zijde van de Di Lassostraat wordt een nieuwe ontsluiting voor de voetpaden, een fietsenstalling en een pleintje met zitgelegenheid gerealiseerd. Bij boom 12 is in de huidige situatie sprake van een opengrond situatie met gazon (zie foto 12 op pagina 13). Bij ongewijzigde planvorming is er kans op forse wortelschade en -verlies als gevolg van benodigde ontgraving voor aanleg van een (zand)cunet t.b.v. aan te brengen verharding.

TREEVISION

12 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

13 12

11

Foto 12: beeld huidige situatie boom 11 t/m 13

Bij boom 51 is een betonnen zitelement en verharding gepland op korte afstand (ca. 1,5 meter) van de stamvoet van de boom (zie afbeelding 13 en foto 14). In de huidige situatie is hier sprake van een open groeiplaats. Bij benodigde ontgraving t.b.v. aanbrengen betonnen zitelement en fundering van verharding is er grote kans op forse wortelschade en -verlies.

Afbeelding 13: uitsnede ontwerp nabij boom 51

TREEVISION

Foto 14: locatie geplande verharding nabij boom 51

13 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

Realisatie inrit en langsparkeerplaatsen Sweelinckstraat en verplaatsen voetpad Conform planvorming word vanaf de Sweelinckstraat een nieuwe inrit gerealiseerd naar de bestaande parkeerplaatsen ten oosten van de geplande nieuwbouw. Tevens komen langs de Sweelinckstraat nieuwe langsparkeerplaatsen ter plaatse van het huidige voetpad en wordt het huidige voetpad verplaatst naar de andere zijde van de aanwezige bomen (zie afbeelding 15). De geplande inrit wordt gerealiseerd tussen boom 18 en 19. Hoewel het door de aanwezige onderbeplanting niet mogelijk is bewortelingsonderzoek uit te voeren, is op voorhand voldoende duidelijk dat de noodzakelijke ontgraving t.b.v. cunet/fundering van de inrit nabij boom 18 en 19, forse wortelschade en -verlies zal veroorzaken. Bovendien is er bovengronds een knelpunt met betrekking tot de minimaal benodigde doorrijhoogte van 4,2 meter (zie foto 16 op pagina 15). De realisatie van de langsparkeerplaatsen en het verplaatsen van het voetpad heeft voor boom 20 t/m 25 naar verwachting geen of slechts zeer beperkte negatieve invloed. Lokaal zullen enkele struiken gesnoeid moeten worden om voldoende bovengrondse (werk)ruimte te realiseren (zie foto 17 op pagina 15). Het geplande voetpad komt (zeer) nabij de stamvoeten van 17 en 18 ter plaatse van de huidige beplantingsstrook waar de bomen in staan.

Nabij boom 26 en 27 sluit het voetpad weer aan op het oorspronkelijke voetpad ook hier is ter plaatse in de huidige situatie van open grond (zie foto 18 op pagina 15). Noodzakelijke ontgraving t.b.v. aanbrengen cunet nabij deze bomen (boom 14, 18, 26 en 27) zal onvermijdelijk forse wortelschade en verlies veroorzaken.

Afbeelding 15: uitsnede ontwerp nabij boom 17 t/m 27

TREEVISION

14 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

17

18

19

Foto 16: beeld huidige situatie boom 17 t/m 19

26

Foto 17: visualisatie rand voetpad achter bomenrij

TREEVISION

27

Foto 18: beeld huidige situatie boom 26 en 27

15 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

Realisatie voetpaden, wadi en jeu de boules baan beweegtuin Conform planvorming wordt aan de noordzijde van de geplande nieuwbouw een beweegtuin gerealiseerd (zie afbeelding 19). Tussen boom 1, 2 en 3 komt een wadi binnen de 1’kwetsbare zoné van de bomen. Om deze te realiseren is ontgraving noodzakelijk onder een flauw talud tot diepte van ca. 50 centimeter in het midden van de wadi. Nabij boom 2 is tevens een voetpad gepland tot aan de stamvoet van de boom. Dit voetpad wordt uitgevoerd in halfverharding (gralux o.i.d.), hiervoor nauwelijks tot geen ontgraving noodzakelijk, enkel verwijderen van de aanwezige (gras)vegetatie. Uit onderzoek blijkt dat bij zowel boom 1 als boom 2 in het gras en direct onder de verharding zeer forse wortels aanwezig zijn (zie foto 20 op pagina 17). Bij het verwijderen van de aanwezige (gras)vegetatie binnen de kroonprojectie van boom 2 is er kans op forse wortelschade. Nabij boom 33 t/m 35 is verharding voorzien tot (zeer) nabij de stamvoeten van de bomen. Tussen boom 33 en 34 is een jeu de boulesbaan gepland. Uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse van de geplande verharding nabij boom 33 intensieve fijne beworteling aanwezig is met een maximale diameter van 3 centimeter (zie foto 21 op pagina 17).

Ter plaatse van de geplande verharding ten noordoosten van boom 34 (ruim 1 meter uit het hart van de stamvoet) is zeer intensieve fijne en forsere beworteling aanwezig (zie foto 22 op pagina 18). Bij ongewijzigde planvorming zijn boom 2 en 34 niet duurzaam te handhaven. Boom 35 staat ter plaatse van ter realiseren plein/verharding. In het huidige ontwerp is geen rekening gehouden met behoud van deze boom. Dit betreft een onderstandige boom met een holte/rotting in de stamvoet. Deze boom is ongeacht geplande werkzaamheden niet zondermeer behoudenswaardig.

Afbeelding 19: uitsnede ontwerp nabij boom 1 t/m 3 en 33 t/m 35 1

Dit is de zone rond de boom waarbinnen vitale onderdelen van de boom als gevolg van bouwwerkzaamheden (ernstig) beschadigd kunnen raken. De kwetsbare zone omvat, naast het bovengrondse gedeelte van de boom, ook ondergronds die ruimte van het bodemprofiel dat is doorworteld, dan wel die ruimte die voor de (toekomstige) groei van de boom essentieel is.

TREEVISION

16 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

Foto 20: beeld maaiveld boom 2

Foto 21: proefsleuf nabij boom 33

TREEVISION

Inzet: aangetroffen forse oppervlakkige beworteling in gazon

Inzet: zijaanzicht proefsleuf

17 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

Foto 22: proefsleuf nabij boom 34

Inzet: zijaanzicht proefsleuf

Herinrichting parkeerplaatsen Conform planvorming wordt de grote parkeerplaats aan de noordoostzijde van het plangebied herstraat. De parkeerplaats in de hoek tussen de Di Lassostraat en de Sweelinckstraat wordt enigszins verplaatst ten opzichte van de huidige parkeerplaats (zie afbeelding 23). Hierdoor vervalt een deel van de huidige beplantingsstrook nabij boom 16 en 17. Gezien de omvang van de bomen en de relatief smalle beplantingsstrook waar deze in staan, zal ontgraving t.b.v. aanbrengen cunet/fundatie onder toekomstige parkeervakken ter plaatse ernstige wortelschade en -verlies veroorzaken.

Nieuwe rand parkeerplaats

Huidige rand parkeerplaats

Afbeelding 23: uitsnede ontwerp nabij boom 16 en 17, verplaatsing parkeerplaatsen hoek Di Lassostraat en Sweelinckstraat

TREEVISION

18 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

5 Conclusie en advies 5.1 Kwaliteit bomen en groeiplaats De meeste bomen verkeren in een voldoende tot goede conditie. Deze bomen staan veelal in ruime beplantingsvakken of gazon. Met name de bomen welke in smalle groenstroken tussen parkeervakken of langs de rijbaan staan verkeren in een enigszins verminderde conditie. Daarnaast zijn er enkele veelal onderstandige bomen in de groenstrook waarvan de conditie a.g.v. concurrentie met omringende bomen verminderd is. Van in totaal vijftien bomen is de conditie beoordeeld als onvoldoende. Bij twee bomen (boom 30 en 60) is de conditie beoordeeld als slecht en boom 52 is dood. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat van de 78 onderzochte bomen er 66 een voldoende tot goede toekomstverwachting hebben. Hoewel bij enkele van deze bomen wel beperkte mechanische gebreken zijn aangetroffen zoals een plakoksel en beperkte rottingen, wordt verwacht dat deze gebreken ten minste de komende 10 jaar niet zullen leiden tot uitval van deze bomen. Van in totaal acht bomen is de toekomstverwachting vanwege een sterk verminderde conditie en/of aangetroffen gebreken als onvoldoende beoordeeld. Dit betreft boom 12 (aantasting kastanjebloedingsziekte), 13 (forse holte en rotting stam, aantasting korsthoutskoolzwam), 22, 35 (holte en rotting stam), 38 t/m 40 en 56 (onderstandig en holte in stam).

Van deze bomen wordt ook bij gelijkblijvende (groeiplaats)omstandigheden uitval binnen 5 tot 10 jaar aannemelijk geacht. Twee bomen verkeren in een dusdanig slechte conditie dat de toekomstverwachting als slecht is beoordeeld (boom 30 en 60). De toekomstverwachting van boom 20 is vanwege een aantasting van dikrandtonderzwam i.c.m. een sterk verminderde conditie eveneens beoordeeld als slecht. Van deze bomen wordt aannemelijk geacht dat ze binnen enkele jaren uitvallen en/of beheertechnisch zijn afgeschreven. Bij in totaal 12 bomen is grof dood hout en/of een gebroken tak aangetroffen, bij uitbreken kan dit (letsel)schade veroorzaken.

5.2 Knelpuntenanalyse In de inleiding is de centrale vraag van een BEA genoemd: “Kunnen de bomen, in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden of het ontwerpplan, in hun huidige verschijningsvorm en op deze standplaats, duurzaam behouden blijven?” Op basis van de onderzoeksresultaten zijn diverse knelpunten geconstateerd en is duurzaam handhaven i.c.m. de werkzaamheden zoals gepland conform het huidige schetsontwerp niet voor alle bomen zondermeer mogelijk. In tabel 5 (op pagina 21 en 22) is per boom of boomcluster aangegeven welke projectinvloed voorzien wordt op basis van het huidige schetsontwerp en welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om de bomen (toch) duurzaam te kunnen behouden.

TREEVISION

19 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

Met het oog op veiligheid wordt aanvullend onderstaande veiligheidsmaatregelen geadviseerd:

•

Uitvoeren onderhoudssnoei bij boom 8, 19, 22, 46, 56, 64, 67, 69, 71, 75 en 78 i.v.m. het aanwezige dode hout in de kroon;

•

Uitvoeren nader onderzoek bij boom 13 i.v.m. de omvang van de geconstateerde holte en aantasting door korsthoutskoolzwam

•

Jaarlijkse inspectie (attentieboom) boom 12, 13, 20, 22, 41 en 70 i.v.m. geconstateerde mechanische- en biologische gebreken;

•

Vellen vanwege de sterk verminderde conditie en/of aangetroffen gebreken bij boom 20, 30 en 60 en het feit dat boom 52 dood is wordt geadviseerd deze bomen te verwijderen.

Naast de specifieke maatregelen en/of geadviseerde aanpassingen in het ontwerp, gelden evenals bij alle voornemens te behouden bomen, de in paragraaf 5.3 beschreven eisen en randvoorwaarden en boombeschermende maatregelen zoals beschreven in hoofdstuk 6.

TREEVISION

20 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

Tabel 5: samenvatting knelpuntenanalyse BoomProjectKnelpunt(en) nummers invloed 35, 45, 49, 53 t/m 61 en 68 t/m 71

1 en 2

Bomen staan ter plaatse of zeer dicht op te realiseren nieuwbouw en/of verhardingen

Bomen staat zeer nabij aan te leggen voetpad en wadi

Onhoudbaar

Onhoudbaar

Gevolgen

Bomen passen niet in het huidige ontwerp.

Kans op het ontstaan van forse wortelschade.

Conclusie BEA

*Advies

Bomen zijn niet duurzaam te behouden i.c.m. geplande werkzaamheden.

Planaanpassing t.b.v. boombehoud wordt niet als realistisch optie gezien. Geadviseerd wordt daarom de bomen te verwijderen en eventueel na een juiste groeiplaatsinrichting te vervangen door nieuwe bomen.

Boom is duurzaam te behouden mits hiernaast genoemde advies wordt opgevolgd

Boom handhaven en planvorming zodanig aanpassen dat ofwel het voetpad en de wadi buiten de kroonprojectie van de boom worden gerealiseerd, danwel dat er civieltechnisch een oplossing wordt gerealiseerd waarbij de wortels onder het geplande voetpad kunnen worden gehandhaafd. Denk hierbij aan verhoogd aanleggen m.b.v. sandwich constructie

16 t/m 19, 26 en 27

Bomen staan zeer dicht op de te realiseren inrit en voetpad en/of te verplaatsen parkeerterrein

Onhoudbaar cq Aanzienlijk

Kans op het ontstaan van forse wortelschade en -verlies

Bomen zijn duurzaam te behouden mits hiernaast genoemde advies wordt opgevolgd

Bomen handhaven en planvorming/ontwerp aanpassen; de meelbessen langs de Sweelinckstraat hebben als gevolg van een (sterk) verminderde conditie en geconstateerde gebreken veelal een (sterk) verminderde toekomstverwachting. Overweeg om de gelegenheid aan te grijpen deze bomen te vervangen. Het nieuwe voetpad kan dan (ruim) buiten de kwetsbare zone van boom 17 en 27 aangelegd worden.

12

Aanleg voetpaden binnen kwetsbare zone van de boom

Aanzienlijk

Kans op het ontstaan van wortelschade en verlies van doorwortelbare groeiruimte

Boom is ongeacht geplande werkzaamheden niet duurzaam te handhaven

Boom verwijderen en gelegenheid aangrijpen om de boom na een juiste groeiplaats inrichting te vervangen door een nieuwe boom.

51

Aanleg plein en zitrand nabij stamvoet (1,5meter) van de boom

Aanzienlijk

Kans op aanzienlijke wortelschade en -verlies

Boom is duurzaam te behouden mits hiernaast genoemde advies wordt opgevolgd.

65

Geplande nieuwbouw binnen de kroonprojectie van de boom

Aanzienlijk

Kans op het ontstaan van forse kroonschade

Boom is duurzaam te behouden mits hiernaast genoemde advies wordt opgevolgd

Boom handhaven en planvorming zodanig aanpassen dat ontgraving t.b.v. aanleg verharding en zitelement minimaal 4 meter uit het hart van de stamvoet word gerealiseerd. Boom handhaven; benodigde werkruimte aan de zijde van de bomen minimaliseren (max 1 meter) en innemen kroonrand aan zijde toekomstige bebouwing om voldoende (werk)ruimte te realiseren. Hierbij is het van belang dat de snoeimaatregel wordt uitgevoerd door een ervaren boomverzorger (niveau ETW) en dat er niet meer wordt gesnoeid dan t.b.v. de werkzaamheden strikt noodzakelijk en boomtechnisch verantwoord.

TREEVISION

21 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

Boomnummers

Knelpunt(en)

3, 11 t/m 13, 15, 16, 21 t/m 25 en 33

Geplande ontgraving t.b.v. aanleg wadi, voetpad en of fietsenstalling binnen de kroonprojectie van de bomen.

20 t/m 25

Geplande langsparkeervakken Sweelinckstraat en voetpad binnen de kroonprojectie

Projectinvloed

Beperkt

Beperkt

4 t/m 10

Kans op het ontstaan van (forse) wortelschade bij herinrichten parkeerplaatsen.

64 en 66

Geplande nieuwbouw op rand kroonprojectie

Zeer beperkt

Geen of zeer beperkt

Zeer beperkt of Geen

Overige bomen

Beperkt

Gevolgen

Conclusie BEA

*Advies

Bomen zijn duurzaam te behouden mits hiernaast genoemde advies wordt opgevolgd

Bomen handhaven met in achtneming van de in paragraaf 5.3 gestelde eisen en randvoorwaarden en in hoofdstuk 6 beschreven boombeschermende maatregelen

Bomen zijn duurzaam te behouden mits hiernaast genoemde advies wordt opgevolgd

Geadviseerd wordt de gelegenheid aan te grijpen deze bomen te vervangen. Gezien boom 18, 19 en 26 bij huidige planvorming niet duurzaam zijn te handhaven en boom 20 en 22 een (sterk) verminderde toekomstverwachting hebben wordt geadviseerd boom 18 t/m 26 te verwijderen. Het nieuwe voetpad kan dan (ruim) buiten de kwetsbare zone van boom 17 en 27 aangelegd worden. Boom 18 t/m 26 kunnen na een juiste groeiplaatsinrichting vervangen worden door nieuwe bomen. *

Kans op beperkte wortelschade en -verlies

Bomen zijn duurzaam te behouden mits hiernaast genoemde advies wordt opgevolgd

Bomen handhaven met in achtneming van de in paragraaf 5.3 gestelde eisen en randvoorwaarden en in hoofdstuk 6 beschreven boombeschermende maatregelen. Tevens biedt de herinrichting gelegenheid om de groeiplaatsen van de bomen enigszins te verbeteren door het aanbrengen van voedingspijlers en het opwaarderen van de groenstrook.

Kans op het ontstaan van (zeer) beperkte kroonschade

Bomen zijn duurzaam te behouden

Bomen handhaven en indien nodig zeer beperkt innemen van de kroonrand aan zijde toekomstige bebouwing om voldoende (werk)ruimte te realiseren.

Geen

Bomen zijn duurzaam te behouden.

Bomen handhaven met in achtneming van de in paragraaf 5.3 gestelde eisen en randvoorwaarden en in hoofdstuk 6 beschreven boombeschermende maatregelen.

Kans op beperkte wortelschade en -verlies

Kans op beperkte wortelschade en -verlies

* Het parkeerterrein in de hoek Di Lassostraat/Sweelinckstraat hoeft dan niet te worden verplaatst, waardoor tevens wortelschade bij boom 15 t/m 17 wordt voorkomen.

TREEVISION

22 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

5.3 Eisen & randvoorwaarden Om gedurende de uitvoering van de bouwwerkzaamheden onaanvaardbare schades aan de bomen en/of de groeiplaatsen te voorkomen zijn specifieke eisen en randvoorwaarden noodzakelijk. Deze zijn vooral van belang binnen de zogenaamde ‘kwetsbare zone’ (voor uitleg zie voetnoot op pagina 17).

5.3.1 Ontgraving Indien beschreven adviezen in paragraaf 5.3 worden opgevolgd mag voor wat betreft de te behouden bomen worden verwacht dat het mogelijk is de werkzaamheden uit te voeren, zonder onaanvaardbare schade aan de wortelkluiten te veroorzaken. Het valt echter ook niet geheel uit te sluiten dat er (lokaal) toch intensievere beworteling aanwezig is op locaties waar afgraving nodig is. Het is daarom een vereiste dat de eventuele graafwerkzaamheden nabij de bomen steeds worden voorafgegaan door nauwkeurig en handmatig voorsteken. Wanneer blijkt dat er toch meer en/of dikkere wortels aanwezig zijn, dienen de volgende regels strikt in acht te worden genomen: 1. Wortels met een diameter dikker dan 5 centimeter handhaven Fijne(re) wortels met een diameter kleiner dan circa 5 centimeter bestaan geheel of grotendeels uit levend en dus actief spinthout en zijn daarom veelal in staat de gemaakte wonden goed af te grendelen en te overgroeien. Bij het verwijderen of beschadigen van wortels met een diameter groter dan circa 5 centimeter wordt het levenloze kernhout blootgelegd. Bij het ontstaan van dergelijke grote wonden is een aantasting door houtparasitaire schimmels vaak het gevolg, waardoor op termijn de stabiliteit of breukvastheid van de boom vermindert.

Bovendien kan er bij deze bomen direct gevaar voor windworp ontstaan wanneer belangrijke stabiliteitswortels worden verwijderd. 2. Niet meer dan 10 % van het totale wortelgestel verloren laten gaan Indien een boom in goede conditie verkeert, zal het verlies van een klein deel (maximaal 10%) van de fijne wortels goed verdragen worden en zal de boom meestal weer herstellen. Bij verlies van een groot deel van de fijne wortels zal vrijwel zeker (ernstig) conditieverlies optreden.

5.3.2 Ophoging Binnen de kwetsbare zone, maar tenminste binnen de huidige kroonprojecties mag er in beginsel geen grondophoging plaatsvinden. Grondophoging leidt er toe dat de noodzakelijke diffusie (afvoer schadelijke afbraakgassen en toetreding zuurstof) en infiltratie van hemelwater (ernstig) wordt belemmerd. Daarnaast kan er ook gemakkelijk structuurbederf (verslemping/verdichting) en verstoring van het noodzakelijk aanwezige bodemleven ontstaan. Voor een duurzaam behoud van de bomen is het een vereiste dat deze potentieel negatieve effecten (zoveel mogelijk) worden voorkomen.

TREEVISION

23 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

5.3.3 Bodemverdichting De bodem mag binnen de kwetsbare zone, maar tenminste binnen de huidige kroonprojecties, niet verder verdicht raken. Dit betekent dat er geen transport (bouwverkeer) of opslag van bouwmaterialen mag plaatsvinden. Een verdere verhoging van de bodemverdichting leidt onherroepelijk tot wortelsterfte en zal de ontwikkeling van nieuwe beworteling belemmeren.

TREEVISION

24 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

6 Boombeschermende maatregelen Algemene adviezen en aandachtspunten bij bouwen rond bomen Indien ervoor wordt gekozen geadviseerde aanpassingen in het ontwerp uit te voeren wordt geadviseerd de te handhaven bomen gedurende de werkzaamheden adequaat te beschermen. Om deze duurzaam te behouden dienen onderstaande boombeschermende maatregelen onveranderd in acht te worden genomen! Wanneer dit onvoldoende wordt nageleefd, kunnen de (bouw)werkzaamheden leiden tot schade, (snelle) conditievermindering of het (uiteindelijk) geheel afsterven van de bomen.

6.1 Aandachtspunten voorafgaand aan de werkzaamheden 6.1.1 Boombeschermende maatregelen opnemen in het bestek Het is voor een goede naleving van de gestelde eisen en randvoorwaarden en de in dit hoofdstuk genoemde boombeschermende maatregelen, noodzakelijk een goede boete- en schaderegeling op te nemen in het bestek.

6.1.2 Bomenschouw Geadviseerd wordt de bomen en de standplaatsen daags voor de aanvang van de werkzaamheden (nogmaals) te schouwen en al aanwezige schades en gebreken schriftelijk vast te leggen. Op deze wijze ontstaat er een nul opname die gebruikt kan worden om de situatie na het uitvoeren van de werkzaamheden aan te toetsen.

6.1.3 Instructie van het personeel Ondanks de inzet van een boomtechnisch toezichthouder (zie paragraaf 6.2.2) tijdens het werk moet het uitvoerende personeel voorafgaand aan de werkzaamheden goed op de hoogte zijn van de ‘speciale’ regels die gelden met betrekking tot werken rondom bomen (zie bijlage: posters ‘Werken rond bomen’).

6.1.4 Nutsvoorzieningen en huisaansluitingen Ter voorkoming van wortelschade dienen eventueel nog aan te leggen (of te vervangen) nutsvoorzieningen (kabels en leidingen) en de te vervangen huisaansluitingen bij voorkeur zoveel mogelijk buiten de kwetsbare zone te worden aangebracht. Indien dit niet mogelijk is dan wordt het noodzakelijk geacht om gebruik te maken van alternatieve uitvoeringtechnieken (‘no dig’, sleufloze technieken) zoals gestuurd boren, persen, sleuven aanleggen met grondzuiginstallaties of handmatig graven. Om schade ten gevolge van toekomstig onderhoud aan kabels en leidingen te voorkomen wordt aanvullend geadviseerd zogenaamde kabelgoten of mantelbuizen toe te passen.

TREEVISION

25 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

6.2 Aandachtspunten tijdens de werkzaamheden 6.2.1 Beschermd boomgebied Voorkomen moet worden dat er tijdens de werkzaamheden onnodige schade aan de bovenen/of ondergrondse delen van de bomen ontstaat. Binnen de kroonprojectie van de bomen mogen er geen activiteiten plaats, die de boom kunnen beschadigen of de bodem kunnen verdichten. Voor zover de geplande werkzaamheden dit toelaten, wordt geadviseerd om door middel van het plaatsen van koppelbare bouwhekken beschermde boomgebieden in te stellen (zie afbeelding 25). Uitgangspunt hierbij is dat deze hekken, ten minste daar waar in de huidige situatie geen sprake is van verharding, geplaatst worden op 1,5 meter buiten de kroonprojectie. Binnen deze hekken mogen geen activiteiten plaatsvinden, zoals transport, plaatsing van een bouwkeet, opslag van materialen etc. Op locaties waar het instellen van een beschermd boomgebied vanwege noodzakelijkerwijs uit te voeren werkzaamheden en mede naar het oordeel van de opdrachtgever c.q. boomtechnisch toezichthouder (zie par. 2.6) niet of slechts in beperkte mate mogelijk is, zullen de stammen worden beschermd door het vanaf maaiveldniveau aanbrengen van stamommanteling. De ommanteling bestaat uit houten of kunststof planken van minimaal 2 meter hoogte en met een dikte van tenminste 2 centimeter en een breedte van minimaal 7 centimeter.

Tussen de stam en de ommanteling moet een afstand van 8 tot 10 centimeter aanwezig zijn. Deze ruimte wordt opgevuld met een spiraalsgewijs aan te brengen drainbuis, die tegelijkertijd dienst doet als schokabsorber.

Afbeelding 25: schematische weergave kwetsbare zone en beschermd boomgebied (Bron: Handboek Bomen 2022)

TREEVISION

26 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

6.2.2 Inzet van een boomtechnisch toezichthouder Het is van groot belang dat de werkzaamheden rond de bomen worden begeleid door een deskundige. Hiervoor kan een zogenaamde boomtechnisch toezichthouder (hierna BT) worden ingezet. Een BT is een persoon met aantoonbare boomtechnische kennis (bijv. niveau European Tree Technician), die ingezet kan worden om werkzaamheden rond de bomen te begeleiden en te controleren. Een BT moet sturend optreden en controleert op het naleven van de hier beschreven voorschriften om zodoende eventuele problemen tijdig te signaleren en boven- en/of ondergrondse schade aan de bomen zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast kan de BT zorgen voor vaktechnische input en indien nodig beoordelen welke wortels wel of niet verwijderd kunnen worden. Door deze, indien echt noodzakelijk en verantwoord, zelf te verwijderen of in te korten wordt onnodige schade aan wortels voorkomen, wat een goede hergroei na afronding van de werkzaamheden bevorderd. Nadrukkelijk wordt gesteld dat de bevoegdheid van de BT in het bestek van de civiele aannemer moet worden vastgelegd. Tot de bevoegdheden behoren het stil leggen van het werk en instructies geven aan het uitvoerend personeel.

6.2.3 Ophangen poster Ondanks de inzet van een boomtechnisch toezichthouder tijdens het werk moet het uitvoerende personeel goed op de hoogte te zijn van de ‘speciale’ regels die gelden met betrekking tot werken rondom bomen. Daarom wordt geadviseerd posters op te hangen in de directie- en/of bouwkeet, met aandachtspunten voor het behoud van bomen op bouwlocaties (zie Bijlage 3: poster Werken rond bomen). Deze posters zijn te bestellen bij Vereniging Stadswerk (www.stadswerk.nl).

6.3 Aandachtspunten na de werkzaamheden Tijdens de werkzaamheden kunnen ondanks de hierboven genoemde eisen en randvoorwaarden en aanvullend beschreven boombeschermende maatregelen schades ontstaan. Geadviseerd wordt om de bomen en de groeiplaatsen na uitvoering van de werkzaamheden, maar voor de formele oplevering (opnieuw) te schouwen en te toetsen aan de situatie tijdens de nulmeting. Op deze wijze is het mogelijk om de aannemer conform het bestek aansprakelijk te stellen voor onaanvaardbare en verwijtbare schades ontstaan ten gevolge van de uitgevoerde werkzaamheden (zie paragraaf 6.1.1).

TREEVISION

27 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

Bijlage 1: Bomenkaart huidige situatie met weergave behoudenswaardigheid

TREEVISION

28 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

TREEVISION

29 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

Bijlage 2: Ontwerp met weergave projectinvloed

TREEVISION

30 | P a g i n a

Bomen Effect Analyse 78 bomen projectgebied Orlando in Soest

TREEVISION

31 | P a g i n a

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=0b7d40d7-89cb-42e9-beb8-f10fa4628d8a