CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Bijlage 3 Nadere uitwerking Wind in Soest

Beeldvormende vergadering (Raadzaal) 13 juni 2024, gemeente SoestBij agendapunt: Nadere Uitwerking Wind in Soest4.811 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wind in Soest Versie 1

Nadere uitwerking van het Uitnodigingskader

Aanleiding Deze nadere uitwerking van het Uitnodigingskader maakt duidelijk wat gemeente Soest doet op het gebied van windenergie. Het Uitnodigingskader grootschalige elektriciteitsopwekking stelde de raad in 2021 vast (zie bijlage 4 voor een samenvatting). Voorliggende uitwerking laat zien wat onze rol is in de verschillende processen, welke beslismomenten er zijn en hoe we omgaan met risico’s. We schrijven op wat voor ons belangrijk is als het gaat om windenergie en hoe we dat belang borgen. De aanleiding voor het opstellen van deze nadere uitwerking is tweeledig: 1. Provincie Utrecht wees op basis van een planMER 27 kansrijke locaties aan voor wind. In onze gemeente liggen er twee: Vlasakkers en Langs de A28. Deze staan ook in ons Uitnodigingskader. Die locaties onderzoeken we in het OER A28 project. Het proces rond de planMER en OER A28 vragen beiden nu om besluitvorming. Voorliggende uitwerking geeft daar het kader voor. Deze locaties maken ook deel uit van de RES Amersfoort, vastgesteld in 2021. 2. Daarnaast beschrijft deze uitwerking de voortgang van de eventuele derde locatie uit het Uitnodigingskader, ten westen van bedrijventerrein Isselt. Deze locatie is geen onderdeel van de planMER en de RES omdat mogelijke realisatie pas na 2030 is voorzien. Hoofdstukken 1, 2 en 3 beschrijven de processtappen en de belangrijkste kenmerken van de twee bovenstaande punten.

Hoofdstuk 3 gaat in op waar Soest haar invloed op wil uitoefenen en op wil meesturen.

2

Inhoudsopgave Aanleiding

2

Deel 1

4

1.

4

2.

3.

PlanMER Wind provincie Utrecht 1a. Gezamenlijke regionale reactie

4

1b. Verdere proces

4

Zon en wind langs de A28 Amersfoort – Utrecht (OER A28)

5

2a. Rollen en bevoegdheden

5

2b. Participatie tot nu toe

6

2c. Participatie in het vervolg

6

2d. Voortgang onderzoeken

6

2e. Relatie met gebiedsontwikkeling A tot Z

7

2f. Risico van defensieontwikkelingen

7

2g. Samenwerkingsovereenkomst

7

2h. Verdere proces

9

Betrekken van belanghebbenden

9

3a. Soester uitgangspunten voor participatie

9

3b. Verschillende vormen van participatie

11

Deel 2

13

4.

13

Verdere ontwikkeling van het Uitnodigingskader 4a. Locatie naast bedrijventerrein Isselt

13

4b. Mogelijke aanpassing Uitnodigingskader

14

Bijlagen

15

Bijlage 1: Achtergrond planMER

15

Bijlage 2: Brief Gedeputeerde Staten aan gemeenten

16

Bijlage 3: Gezamenlijke regionale reactie aan GS, incl. tabel opwekambitie per gemeente

19

Bijlage 4: Samenvatting Uitnodigingskader

22

3

Deel 1 1. PlanMER Wind provincie Utrecht Provincie Utrecht voerde een onderzoek uit naar locaties voor windturbines. De provincie publiceerde de resultaten van deze milieueffectrapportage (planMER) op 11 januari 2024. Gedeputeerde Staten stelde op basis van de planMER een lijst vast van 27 meest kansrijke locaties voor wind. In onze gemeente liggen er twee. Die bestaan uit 4 turbines op locatie Vlasakkers (grondgebied Amersfoort en Soest) en 6 op locatie Leusderheide (grondgebied Amersfoort, Leusden en Soest). De provincie vroeg gemeenten om voor juli 2024 met een raadsbesluit aan te geven hoe zij aan de slag gaan met de kansrijke locaties uit de planMER. Zie voor meer achtergrondinformatie bijlage 1. Het besluit en de bijbehorende stukken zijn te vinden op de website van de provincie over de planMER.

1a. Gezamenlijke regionale reactie Bestuurlijk is afgesproken dat we gezamenlijk als regio Amersfoort reageren op de brief van de provincie (zie bijlage 2 voor de brief van GS), in plaats van door elke gemeente afzonderlijk. Die gezamenlijke reactie ligt voor aan de zeven raden van Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg (zie bijlage 3 voor de reactie). We zijn daarin afhankelijk van de gezamenlijkheid van alle raden. Door dit samen te doen benadrukken we het belang van regionale samenwerking voor het behalen van onze opwekdoelen. Zonder teniet te doen wat elke gemeente zelf bijdraagt. In 2021 spraken we in de RES-regio Amersfoort af dat we 0,5 TWh duurzame energie opwekken met wind en zon in 2030. Alle zeven bestuurders zijn de afgelopen maanden tot overeenstemming gekomen dat het gezamenlijke RES-doel van 0,5 TWh gelijk blijft.

Alleen de samenstelling is door nieuwe inzichten wat veranderd (zie voor de precieze samenstelling bijlage 3) Met de concrete voorstellen die er nu liggen bereikt de regio dit door: • Wind op land: voortzetten van lopende projecten voor windenergie op land (onder meer langs rijksweg A28) en in samenwerking met de provincie Utrecht nader onderzoek naar de locatie voor één windmolen in Baarn; • Zon op land: plannen voor grootschalige zonne-energie in alle 7 gemeenten en de verkenning van locaties voor extra zonnevelden in Eemnes en Bunschoten; • Grootschalig zon op dak: opstarten van een regionale aanpak in samenwerking met de provincie Utrecht; • Energie-infrastructuur: de bouw van drie nieuwe onderstations in de regio. Als regio benutten we de resultaten van de planMER om tot een gedragen regionale aanpassing van ons bod te komen. De bestuurlijke reactie beschrijft de ambitie waar we ons gezamenlijk hard voor maken. Uit nadere onderzoeken blijkt wat uiteindelijk precies mogelijk is.

1b. Verdere proces Provincie Utrecht bekijkt in Q3 2024 n.a.v. alle gemeentelijke reacties of we de RESdoelstellingen halen. Zo niet, start de provincie waar nodig gebiedsprocessen om windenergie mogelijk te maken. Dit doet zij alleen binnen de meest kansrijke locaties. En niet

4

in gemeenten die al bezig zijn met windenergieprojecten. Zo’n gebiedsproces is onderdeel van de projectbesluitprocedure. Een projectbesluit geeft toestemming aan een project. Daarmee kan de provincie overgaan tot vergunningverlening.

2. Zon en wind langs de A28 Amersfoort – Utrecht (OER A28) OER A28 is een project van het programma Opwek Energie op Rijksgronden (OER). Hierin kijkt Rijkswaterstaat samen met gemeenten en provincies langs rijkswegen naar het gebruik van overheidsgronden voor duurzame energieopwekking. Het project OER A28 richt zich op defensiegronden in Leusden, Amersfoort, Zeist, De Bilt, Utrecht en Soest. Het omvat twee van de drie locaties uit ons Uitnodigingskader grootschalige elektriciteitsopwekking: de Vlasakkers (locatie 2) en langs de A28 (locatie 3). In juni 2023 ondertekende Soest de intentieverklaring om de verkenningsfase te starten.

Figuur 1. Kaart met het onderzoeksgebied van het project OER A28. De groene kleur geeft de onderzoekslocaties voor windenergie aan. Langs het hele traject worden de mogelijkheden voor zon onderzocht.

Figuur 2. De verschillende fases van een OER-project. Bron: energieoprijksgrond.nl

2a. Rollen en bevoegdheden In de stuurgroep OER A28 zitten alle leden vanuit hun eigen mandaat op taken en bevoegdheden. De provincie zit aan tafel als bevoegd gezag Omgevingswet voor ruimte, milieu en ecologie. Rijkswaterstaat als bevoegd gezag voor rijkswegen en Defensie als grondeigenaar. De gemeenten zitten in de stuurgroep omdat zij vanuit het belang van de

5

omgeving afspraken maken met eerdergenoemde partijen. Deze afspraken leggen de partijen eind 2024 vast in een samenwerkingsovereenkomst (SOK) (zie laatste alinea van dit hoofdstuk). Deze wordt ambtelijk voorbereid door het kernteam. De stuurgroep geeft de SOK vrij voor besluitvorming in de colleges. Na besluitvorming werkt het project onder deze afspraken door aan het vervolg. RVO ondersteunt bij het uitwerken van financiële participatie in het participatieplan. Provincie Utrecht is als bevoegd gezag verantwoordelijk voor goedkeuring van het participatieplan. Daarnaast beoordeelt de provincie als bevoegd gezag de vergunningsaanvraag en publiceert indien deze voldoet een voorgenomen besluit van vergunningverlening.

2b. Participatie tot nu toe In elke projectfase verloopt de participatie op een andere manier. Zo vonden in het afgelopen halfjaar de eerste gesprekken met belangengroepen en sleutelfiguren plaats. Het ging in deze fase om het ophalen van input voor de onderzoeken. De uitkomsten van deze gesprekken hielpen de onderzoeksvragen aan te scherpen of aanvullend onderzoek te doen. De uitkomsten van deze gesprekken komen half mei beschikbaar. Naast de gesprekken kunnen mensen doorlopend hun zorgen en wensen uiten via een contactformulier op de website van OER. Een aantal Soesterbergers deed dit al. Daarop zijn we samen met het projectteam van OER het gesprek met hen aangegaan.

2c. Participatie in het vervolg Voor het vervolg van het project waken wij in eerste instantie voor heldere communicatie richting onze inwoners over het project. Als we de planfase in gaan stellen wij samen met de partners een participatieplan op. We volgen en bewaken daarin wat de provincie meegeeft op het gebied van participatie. Daarnaast sturen wij proactief op het delen van de opbrengsten met directe omgeving op de manier waarop de omgeving dat wil. En op het betrekken van de bedrijven van Soest zodat ook zij profiteren van de opgewekte stroom en door kunnen met de energietransitie, ondanks de beperkingen van netcongestie. Zo zorgen we voor een inpassing in de leefomgeving die voldoet aan wet- en regelgeving en recht doet aan de zorgen en wensen van belanghebbenden. Dit doen we door voldoende ambtelijke capaciteit vrij te maken voor het project. En door de zitting van de wethouder in de stuurgroep. Op die manier kunnen we in de huidige fase de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst medebepalen. En in de volgende fase geven we mede vorm aan de voorwaarden waaraan provincie Utrecht de vergunningsaanvraag toetst. Bij de voorbereiding op de volgende fase is het belangrijk dat wij onze wensen en eisen aan het betrekken van onze inwoners goed vormgeven. Zie daarvoor hoofdstuk 3.

2d. Voortgang onderzoeken In de verkenningsfase voerde Rijkswaterstaat verschillende onderzoeken uit om de beslissing te kunnen nemen of en hoe windmolens en/of zonnepanelen geplaatst gaan worden. De eerste onderzoeksresultaten zijn half mei gepubliceerd. Dat rapport gaat over: slagschaduw, geluid, externe veiligheid en energieproductie. Voor locaties Vlasakkers en Leusderheide zijn qua milieueffecten verschillende opstellingen mogelijk. Uit de onderzoeken lijkt de windturbine langs de A28 op Soester grondgebied vooralsnog niet haalbaar door de nabijheid van woningen in Soesterberg. De provincie noemt in de planMER voor de Leusderheide en Vlasakkers een grotere opwekpotentie dan uit de onderzoeken blijkt. Dit is

6

een logisch gevolg van de analyse uit de onderzoeken. Dit kan voor onze lokale doelstellingen betekenen dat we minder opwek in Soest gaan realiseren. Voor zonnepanelen blijft er alleen wat ruimte over bij de afslag naar Soesterberg. Stedin heeft aangegeven dat ze in 2028/2029 de netcapaciteit uitbreiden. In dat geval zijn deze zonnepanelen aansluitbaar is. Ook de windturbines zijn om die reden rond 2030 aansluitbaar. Het verdiepende ecologische onderzoek kan pas plaatsvinden in de lente, omdat daar veldwerk voor nodig is. Er volgen ook nog vervolgonderzoeken met aangepaste opstellingen. Eerder is al een bureauonderzoek uitgevoerd naar ecologie, een belemmeringenonderzoek naar milieueffecten en een quickscan naar opwekpotentie. We verwachten dat net na de zomer alle onderzoeken klaar zijn. Daarmee kunnen we de beslissing maken om de samenwerkingsovereenkomst te tekenen.

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Defensie heeft in OER een bijzondere positie als gebruiker van de grond. Defensie zoekt momenteel naar meer ruimte voor materiaal, mensen en oefeningen. Vanuit het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie loopt een landelijke planMER naar de effecten van dat ruimtebeslag. De resultaten van de planMER zijn naar verwachting eind 2024 gereed. In het voorjaar van 2025 verwacht het kabinet hierover een besluit te nemen.

2e. Relatie met gebiedsontwikkeling A tot Z De gebiedsontwikkeling A tot Z is een samenwerking tussen de gemeenten van Amersfoort tot Zeist en provincie Utrecht, Defensie en Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. Aanleiding is de ambitie van Defensie om in de omgeving Soesterberg haar logistieke en operationele eenheden te centreren. Thema’s zoals het beschermen van de natuur, klimaatbestendigheid, voldoende woningen en goede bereikbaarheid hebben hierin een plek. De opgaven vragen meer ruimte dan beschikbaar is. Daarom zoekt het project naar slimme oplossingen en koppelkansen. Bestuurlijk is afgesproken de planningen van A tot Z en OER A28 op elkaar af te stemmen. Op die manier proberen we de processen uit elkaar te houden om de RES-doelstelling van 2030 te halen.

2f. Risico van defensieontwikkelingen Om onze doelstellingen voor 2030 te halen, is het van belang dat OER A28 zo min mogelijk vertraging oploopt. De ontwikkelingen van Defensie vormen voor de voortgang van dit project een risico. Locaties kunnen uitvallen of in de tijd naar voren geschoven. Daarom werken RWS en Defensie nauw samen in OER om zoveel mogelijk snelheid te behouden. Hier hebben wij als gemeente betrekkelijk weinig invloed op. De gevolgen van een worst case scenario dat het OER-project stopt, zijn onduidelijk. Er liggen geen andere voorkeurslocaties van de planMER Wind in Soest. De kans op een ongewenst projectbesluit van de provincie is daarom klein. Maar onze eigen doelstellingen zijn dan buiten bereik voor 2030.

2g. Samenwerkingsovereenkomst Rond de zomer verwachten we voldoende informatie te hebben om een besluit te kunnen nemen over het vervolg van OER. Dat besluit heeft de vorm van een

7

samenwerkingsovereenkomst (SOK). Het college ondertekent deze SOK, binnen de context van voorliggende uitwerking. Door ondertekening van de SOK blijven we ambtelijk en bestuurlijk vertegenwoordigd in respectievelijk het kernteam en de stuurgroep. Daardoor hebben we invloed op de koersbepaling van het project. Het is niet zo dat als wij niet tekenen, het project niet doorgaat. Wij zijn namelijk geen eigenaar van de gronden, ondanks dat ze in onze gemeente liggen. In de SOK nemen we op wat wij belangrijk vinden voor de planfase.

Wat wij meegeven in de SOK In het vervolgproces waken wij voor de bescherming van de belangen van de lokale samenleving in het participatieplan. Zie voor een uitwerking van onze inbreng hoofdstuk 3. Waar wij daarnaast als Soest op willen sturen is het bedrijfsleven van Soest onderdeel maken van de plannen, zodat zij mee kunnen doen met de energietransitie. De punten die we aandragen in de SOK gaan daarom over: • Mandaat bij provincie Utrecht laten1. Provincie is al bevoegd gezag omdat het in OER A28 gaat om een windpark van meer dan 5 MW. Omdat het een regionaal project is en daarmee niet van één gemeente, is het logisch om het mandaat bij de provincie te laten. • We streven naar minimaal 50% lokaal eigendom volgens de definitie van het Beleidsen toetsingskader lokaal eigendom en participatie bij windenergie. • De opbrengsten van het windproject komen ten goede aan de lokale samenleving en omgeving. Zo profiteren ook degenen uit de omgeving zonder mogelijkheid om te investeren mee van het windproject. Het participatieplan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de stuurgroep en ter vaststelling aan de colleges. Gemeenten en omgeving leveren input voor dit plan. • Iedereen kan meedoen die dat wilt (inclusiviteit) en de lokale omgeving heeft zeggenschap over het project. Hoe dit wordt geregeld staat in het participatieplan.

Dit plan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de stuurgroep. Gemeenten en omgeving leveren input voor dit plan. • Afspraken gemaakt in het participatieplan zullen onvoorwaardelijk worden overgenomen indien – op welk moment dan ook – het eigendom van het project wordt overgedragen aan een andere partij dan degene die het participatieplan heeft ondertekend. • Gemaakte afspraken met de omgeving worden vastgelegd in een omgevingsovereenkomst tussen ontwikkelaar en omgeving. • Het project gaat in gesprek met ondernemers in Soest. Om tot een plan te komen waarbij de op de Vlasakkers opgewekte energie ten goede komt aan de ondernemers in Soest zodat zij a) hun bedrijvigheid kunnen voortzetten ondanks problemen rond netcongestie; b ) kunnen elektrificeren (met de door de turbines opgewekte groene stroom) en zo bij te dragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van rijk en gemeente;

Als bevoegd gezag maakt provincie Utrecht een stappenplan en planning voor de ruimtelijke procedure en vergunningverlening, bedenkt hoe eventuele drempels kunnen worden gemitigeerd en hoe uitvoering in praktijk geborgd is (punten uit aanbiedingsbrief voorkeurslocaties wind provincie Utrecht). 1

8

• •

• •

• • •

c) kunnen uitbreiden, waar dit nu/straks misschien niet meer mogelijk is door verstopping van het net. Het uitwerken van een goede en ruimhartige regeling voor de omwonenden. In termen van a) compensatie en b) meedelen in de revenuen. Gemeenten en omgeving denken mee in de voorwaarden waaraan de provincie de vergunning toetst. Alleen in goed overleg kunnen aangedragen punten worden uitgesloten. Borging zeggenschap en financiële participatie van inwoners door provincie als bevoegd gezag. Toepassing van de gedragscode wind van de NWEA. Hierin worden processtappen beschreven waar ondertekenaars zich aan houden, zoals de inleg in een omgevingsfonds. Ook het streven naar 50% lokaal eigendom is hierin opgenomen. Zorg voor natuurinclusieve bouw van het windpark. Heldere en tijdige communicatie naar inwoners, raad en stuurgroep vanuit het project. Ga uit van de landelijke normen die vanuit het Rijk komen.

2h. Verdere proces • • • • •

Q4 2024: ondertekenen SOK Q4 2024-Q1 2025: start planologische procedure door provincie Utrecht 2025/2026: gronduitgifte, selectie van de ontwikkelaar 2026: ontwikkelaar dient vergunningsaanvraag in bij provincie. De provincie publiceert voorgenomen besluit rondom de vergunningsaanvraag. 2029/2030: verwachte realisatie

3. Betrekken van belanghebbenden Grootschalige opwek van energie maakt veel los in de samenleving. Mensen maken zich zorgen over de impact op hun leefomgeving of hun gezondheid. Andere mensen maken zich juist zorgen over klimaatverandering en vinden de energietransitie niet snel genoeg gaan. Participatie gaat erover om zowel die zorgen als ambities een plek te geven.

3a. Soester uitgangspunten voor participatie In ons Uitnodigingskader geven we aan wat de basisvoorwaarden zijn voor participatie bij een windproject. Maar sinds de vaststelling daarvan stelden verschillende instanties richtlijnen en beleid op naar nieuwe inzichten. En momenteel werkt provincie Utrecht aan een Beleids- en toetsingskader lokaal eigendom en participatie bij windenergie (in concept ambtelijk voorgelegd tijdens dit schrijven). Daarom geven we hieronder een uitwerking van participatie bij opwekprojecten die verdergaat dan wat in het Uitnodigingskader staat. Wanneer er zicht is op de participatieverordening die Soest onder de Omgevingswet verplicht moet maken, zorgen we dat die aansluit bij de hier genoemde uitgangspunten.

Participatieplan In de planfase stelt het project een participatieplan op waarin concreet wordt beschreven hoe participatie vorm krijgt. Het participatieplan behandelt wat ons betreft in ieder geval de volgende punten:

9

Reguliere afstemming en overleg met (direct) omwonenden, buurtverenigingen en dorpsraden, energiecoöperaties, natuur- en landschapsorganisaties. Bijvoorbeeld door het (mede-)opzetten van een klankbord- of adviesgroep van belanghebbenden; • Het organiseren en faciliteren van discussie- en informatiebijeenkomsten met en voor de omgeving; • Duidelijke communicatie over op welke momenten de omgeving betrokken wordt en met welke frequentie. De initiatiefnemer geeft in overleg met de gemeente - in het participatieplan én gedurende het proces - steeds duidelijk aan welke mogelijkheden er (nog) zijn voor aanpassingen in de planvorming; • Het inrichten van een goed en transparant systeem voor het behandelen van vragen en klachten, zowel tijdens de bouw als tijdens de exploitatie. Het participatieplan stellen we op in samenspraak met belanghebbenden, zoals omwonenden, bedrijfsleven en buurtverenigingen. In het participatieplan worden de belanghebbenden en hun betrokkenheid beschreven op basis van een zogenaamde participatieladder die onderscheid maakt tussen informeren, consulteren, ad-hoc betrekken op specifieke thema’s, structureel betrekken, consensus, en mede-eigenaarschap. •

Participatietrede

Belanghebbende(n)

Informeren

Alle inwoners van de gemeente en buurgemeenten indien relevant

Consulteren

Buurgemeenten, RES-partners, Stedin

Ad-hoc betrekken op specifieke thema’s

Belangengroepen, buurgemeenten indien relevant

Structureel betrekken

Omwonenden buiten wettelijke zonering

Consensus

Grondeigenaren, omwonenden binnen wettelijke zonering

Mede-eigenaarschap

Omwonenden, lokale bedrijven en grondeigenaren. Met de mogelijkheid van financiële participatie

Tabel 1. Belanghebbenden per participatietrede

Omdat het participatieplan wordt opgesteld in samenspraak met belanghebbenden vindt automatisch overleg plaats over de manier waarop iedere partij zijn of haar betrokkenheid ziet tijdens het ontwikkelproces en de exploitatiefase. Deze gesprekken leveren informatie op voor keuzes ten aanzien van het participatieniveau, betrokkenheid en financiële participatie. De omvang en inhoud van het participatieplan is afhankelijk van de uitkomsten van de gesprekken met omwonenden, bedrijfsleven en andere belanghebbenden.

10

3b. Verschillende vormen van participatie

Figuur 3. Participatiewaaier voor grootschalige opwekprojecten. Bron: Klimaatakkoord

De participatiewaaier uit het Klimaatakkoord onderscheidt vijf vormen van participatie (zie figuur 3 hierboven). Algemeen geaccepteerd bij opwekprojecten is het streven naar minimaal 50% lokaal eigenaarschap (mede-eigenaarschap). Hierbij gaat het primair om het verkrijgen van zeggenschap. Daar staan wij achter. Maar in een energieproject ontwikkeld in lokaal eigendom komen alle vormen uit de participatiewaaier aan bod.

Lokaal eigenaarschap & financiële participatie Lokaal eigenaarschap en financiële participatie zijn twee begrippen die hand in hand gaan maar niet hetzelfde zijn. Bij eigenaarschap gaat het primair om het verkrijgen van zeggenschap. Bij financiële participatie gaat vooral het om een eerlijke verdeling van lusten en lasten. Lokaal eigenaarschap sluit andere vormen van financiële participatie niet uit. Lokaal eigenaarschap Lokaal eigenaarschap gaat over het eigendom van de productie op land (zon- en windprojecten) van de lokale omgeving (inwoners en bedrijven). Lokaal eigendom is een middel om lokaal zeggenschap over een energieproject te realiseren. En is een belangrijk handvat om te werken aan het vergroten van de maatschappelijke acceptatie en het beperken van ervaren hinder. Collectief lokaal eigendom betekent ook investeren en (financiële) risico’s lopen. Overigens is het niet zo dat dit betekent dat inwoners de totale ontwikkelkosten moeten opbrengen. In de praktijk betekent het vaak dat het inwonercollectief 5 tot 20% van de totale ontwikkelkosten zelf moet investeren en als eigen vermogen moeten inbrengen, afhankelijk van het aandeel lokaal eigendom dat zij hebben in het project. Daarvoor heeft de provincie Utrecht het ontwikkelfonds voor energiecoöperaties. De rest wordt, net als bij commerciële ontwikkelaars, door externen gefinancierd, veelal banken.

Uiteraard neemt externe financiering het ondernemersrisico voor het inwonercollectief niet weg. Om te verzekeren dat ook huishoudens met een smallere beurs zeggenschap kunnen hebben over het windproject koppelt de provincie Utrecht in haar nieuwe beleidskader financiering los van eigenaarschap. De financiering van het project wordt gezien als een apart traject van

11

het collectieve eigenaarschap. Op deze manier kunnen huishoudens met een smalle beurs ook meedoen met het collectieve eigenaarschap zonder mee te hoeven financieren. Het doel is dat iedereen in kan stappen. Mensen met hogere inleg ontvangen meer rendement, maar hebben niet meer zeggenschap over het project en de besteding van de opbrengsten. Dit wordt namelijk democratisch geregeld via de lokale entiteit. Financiële participatie2 Door de opbrengsten van een windturbine te delen met de omgeving, is de windturbine naast een last ook een lust. In een project stellen initiatiefnemers een bovenwettelijk bedrag3 beschikbaar. Samen met de omgeving wordt besloten waaraan dit wordt besteed waarbij het uitgangspunt is dat alle opbrengsten in onze gemeenschap blijven. Als indicatie van de financiële ruimte voor deze bijdrage houdt de windsector een richtbedrag van 0,40 tot 0,50 euro/MWh aan4. Door vanaf het begin helder te zijn over het bedrag, weet de omgeving waar zij aan toe is. Er zijn daarnaast nog andere mogelijke opbrengsten en vormen van financiële participatie. De besteding kan globaal een onderscheid gemaakt worden in een social return (bijdrage aan de stad, buurt en omgeving en een economic return (bijdrage aan de lokale en regionale economie via bedrijven en inwoners). In bovenstaande participatiewaaier staan de opties genoemd.

Dit kan worden ingevuld door bijvoorbeeld: • Financiële deelname door inwoners of bedrijven. Bijvoorbeeld via aandelen of obligaties in een wind- of zonneproject; • Opzetten van een omgevingsfonds. Een omgevingsfonds zet een deel van de financiële opbrengsten in ten behoeve van de omgeving. Bijvoorbeeld voor natuurontwikkeling, een nieuw buurthuis of sportvelden; • Instellen van een omwonendenregeling. Hierdoor ontvangen mensen in de directe omgeving (bijv. binnen 1500 meter) een indirect voordeel. Bijvoorbeeld korting op stroom afkomstig uit het project of door investeringen in het verduurzamen van hun woning. Welke vorm het meest geschikt is, is afhankelijk van het project en het type omgeving. Het project organiseert het proces zodanig dat samen met de omgeving wordt gekeken naar haalbare en wenselijke financiële participatie. De uitkomst zal een combinatie van de verschillende vormen zijn. Het uitgangspunt en streven is daarbij dat de opbrengsten van een project in de gemeente blijven.

Deze afspraken zijn gebaseerd op de ‘Gedragscode Acceptatie en participatie Windenergie op Land’ door de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) en de ‘Gedragscode windenergie op land’ van de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW). 3 De Elektriciteitswet voorziet enkel in compensatie voor omwonenden en planschade. Verdere financiële participatie is bovenwettelijk. 4 Ter indicatie: Een moderne windturbine (2022) van 5 MW produceert ongeveer 18.000 MWh elektriciteit per jaar, afhankelijk locatie en type. Globaal komt dit overeen met het elektriciteitsgebruik van ongeveer 7.000 huishoudens, of de opbrengst van ongeveer 15 hectare aan zonnepanelen. 2

12

Deel 2 4. Verdere ontwikkeling van het Uitnodigingskader In het Uitnodigingskader staat dat we de locaties voor wind samen met de RES-regio en buurgemeenten uitwerken. En dat na een gezamenlijk proces opnieuw besluitvorming volgt. Voor de locaties opgenomen in het project OER A28 is dat het besluit dat we het bevoegd gezag bij de provincie laten. De randvoorwaarden die genoemd staan in het Uitnodigingskader brengen we in de SOK van het OER-project in. Zie voor een samenvatting van het Uitnodigingskader bijlage 4.

4a. Locatie naast bedrijventerrein Isselt Naast de A28 en Vlasakkers biedt het Uitnodigingskader beperkt ruimte voor windenergie naast bedrijventerrein Isselt in Amersfoort. Met Amersfoort spraken we af dat we wachten met volgende stappen naast bedrijventerrein Isselt, tot het moment dat zij de twee turbines op de Isselt vergunnen. Naar verwachting gebeurt dit in 2025 (zie de tijdlijn hieronder). Dat betekent dat het te laat is om deze locatie nog voor 2030 te realiseren. Daarom is deze locatie geen onderdeel van gezamenlijke reactie aan de provincie.

Wind op Isselt

Figuur 4. Ruimtelijke procedure project Wind op Isselt. Bron: gemeente Amersfoort

We zijn ambtelijk en bestuurlijk goed aangehaakt op het proces dat Amersfoort doorloopt met hun project Wind op Isselt. We kijken vooral goed naar wat we kunnen leren van hun participatietraject. Zoals de Omgevingsadviesraad die zij hebben ingesteld en onafhankelijk laten begeleiden. Daar zitten ook inwoners van Soest in die in de directe omgeving wonen. De gemeente nodigt de raad van Soest uit voor openbare raadsavonden tijdens het project. Zie voor meer informatie de website.

13

4b. Mogelijke aanpassing Uitnodigingskader Het jaar 2025 is belangrijk voor wat gerealiseerd gaat worden in 2030. Maar we moeten ook rekening houden met mogelijke planuitval. Het kan zijn dat OER (deels) niet lukt. Maar ook als OER wel lukt kan het nodig zijn om een alternatieve locatie te realiseren. Het Nationaal Programma Energiesysteem (NPE) berekende dat landelijk voor 2050 twee keer zoveel wind en drie keer zoveel zon nodig is t.o.v. 2030. Uit gesprekken met potentiële initiatiefnemers blijkt dat het Uitnodigingskader onvoldoende uitnodigt voor realisatie van windenergie op de beoogde locatie naast de Isselt. Het Uitnodigingskader geeft al aan dat nieuwe afspraken in de RES regio Amersfoort, nieuwe inzichten vanuit de zoekgebieden of vanuit het programma Energietransitie Soest aanleiding kunnen zijn om opnieuw naar uitgangspunten te kijken. Wanneer dit aan de orde is, komen we de raad terug met een voorstel staat de raad bij besluitvorming.

14

Bijlagen Bijlage 1: Achtergrond planMER In 2022 stelde de provincie een tussenbalans van de drie Utrechtse RES’en op. Zo konden ze zien of de RES-regio's op koers lagen om de doelstelling te halen voor de opwek van duurzame elektriciteit in 2030. Dit doel is gesteld op 2,4 TWh binnen de hele provincie. Regio Amersfoort beloofde 0,5 TWh daarvan op te gaan wekken. Vorig jaar concludeerde de provincie uit de tussenbalans dat zon op dak een positieve groei laat zien, maar dat de ontwikkeling van zon op land en met name wind op land achterblijft. Dit betekent dat de haalbaarheid van het gezamenlijke doel van de RES'en voor 2030 onder druk staat. Ook de leveringszekerheid van elektriciteit staat door het gebrek aan windenergie onder druk. Daarom besloot de provincie met een planMER te onderzoeken welke gebieden het meest kansrijk zijn om extra windenergie te realiseren. Om tot een afwegingskader te komen om de meest kansrijke gebieden voor windenergie te bepalen, doorliep de provincie Utrecht een planMER (plan milieueffectrapportage) onderzoek en een participatieproces (bestaande uit een inwonersraadpleging en een burgerforum). In de planMER zijn de milieuthema’s ‘leefomgeving’, ‘ecologie’, ‘landschap’, ‘cultuurhistorie & archeologie’, ‘bodem & water’, ‘recreatie’ en ‘energieopbrengst en netinpassing’ onderverdeeld in 30 beoordelingscriteria.

Naar aanleiding van het advies van het burgerforum is een weging van deze thema’s toegepast. Dit betekent dat zo min mogelijk overlast voor omwonenden (leefomgeving) voor 45%, voorkomen van overlast voor natuur en dieren (ecologie) voor 35%, landschap voor 7% en cultuurhistorie voor 5% meeweegt. De overgebleven 8% weging die niet terugkomt in de prioritering van het advies van het burgerforum is verdeeld over de milieuthema’s recreatie, water, en energieproductie & netinpassing. Zie hoofdstuk 5 Multi Criteria Analyse van Bijlage 1 Onderbouwing voor een uitgebreide beschrijving van de weging. De stukken zijn te vinden op de website van de provincie over de planMER.

15

Bijlage 2: Brief Gedeputeerde Staten aan gemeenten

16

17

18

Bijlage 3: Gezamenlijke regionale reactie aan GS, incl. tabel opwekambitie per gemeente

19

20

21

Bijlage 4: Samenvatting Uitnodigingskader In 2021 stelde de raad het Uitnodigingskader grootschalige elektriciteitsopwekking Soest en Soesterberg vast. Dit biedt het kader voor grootschalige opwek van elektriciteit in onze gemeente. In het kader was oorspronkelijk ruimte voor 2 zonnevelden. Tijdens behandeling nam de raad een amendement aan waardoor locatie A spoordriehoek afviel. De andere locatie ligt langs de A28 en zit in het OER-project. Voor windturbines wees de raad drie onderzoekslocaties aan waar in totaal maximaal zeven grote windturbines (van minimaal 3 MW) mogen komen: locatie 1 naast Isselt, locatie 2 Vlasakkers, en locatie 3 A28. Zie het kaartje in figuur 5 hieronder.

Figuur 5. Locaties zon en onderzoekslocaties zon en wind uit het Uitnodigingskader grootschalige elektriciteitsopwekking

Tabel 2. Uitgangspunten voor hoeveelheid opwek in Uitnodigingskader **Locatie A spoordriehoek viel af door een amendement

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=ddce4927-96e9-44e7-a843-545dfaef6063