CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Rapportage Evaluatie Smitsveen

Beeldvormende vergadering (Raadzaal) 26 september 2024, gemeente SoestBij agendapunt: Evaluatie wijkaanpak Smitsveen9.199 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Evaluatie wijkaanpak Smitsveen

Evaluatie wijkaanpak Smitsveen

Ter attentie

Yvonne van Amstel

Projectnaam

Rapportage Uitvoeringsplan Smitsveen

Onderwerp

Evaluatie wijkaanpak Smitsveen

Versie

Definitief

Datum

29 februari 2024

Auteur(s)

Rick Kropff en Branca Versteeg

www.nautus.nl

2/34

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Doel van de evaluatie

4

1.3

Leeswijzer

5

2

Context

6

2.1

Wat is Smitsveen voor wijk?

6

2.2

Waarom een wijkaanpak Smitsveen?

7

2.3

Uitvoeringsplan Smitsveen

8

2.4

Tussenevaluatie

9

3

Theoretisch kader

10

3.1

Een integrale gebiedsgerichte aanpak

10

4

Evaluatie deelplannen

13

4.1

Aanpak evaluatie

13

4.2

Evaluatie deelplan Ruimte

13

4.2.1

Toelichting

13

4.2.2

Evaluatie van het deelplan Ruimte

14

4.3 4.4

4.5

4.6

Evaluatie deelplan Instituties

15

4.3.1

Toelichting

15

Evaluatie deelplan Sociaal

17

4.4.1

Toelichting

17

4.4.2

Evaluatie van het deelplan Sociaal

18

Evaluatie deelplan Criminaliteit

21

4.5.1

Toelichting

21

4.5.2

Evaluatie van het deelplan Criminaliteit

22

Evaluatie deelplan Communicatie

23

4.6.1

Toelichting

23

4.6.2

Evaluatie van het deelplan Communicatie

24

5

Conclusie

25

5.1

Oriëntatiefase

25

5.2

Initiatiefase

25

5.3

Ontwerpfase

26

5.4

Uitvoeringsfase

26

5.5

Financiën

27

6

Aanbevelingen

29

6.1

Projectmatig werken

29

7

Literatuurlijst

32

7.1

Rapporten

32

7.2

Nieuwsartikelen

32

3/34

1 Inleiding Dit document beschrijft de evaluatie van het project Smitsveen. Dit inleidende hoofdstuk staat stil bij de aanleiding voor de evaluatie en het doel van de evaluatie. Het hoofdstuk sluit af met een korte leeswijzer. 1.1

Aanleiding

De wijk Smitsveen is een kleurrijke, levendige en vooral veerkrachtige wijk waar veel mensen zich inzetten voor elkaar. Toch heeft de wijk een slecht imago, doordat deze kampt met diverse problematieken zoals schulden, werkloosheid, verloedering en overlast van hangjongeren. Aan de hand van het zogeheten Uitvoeringsplan Smitsveen is van 2018 tot en met 2022 flink geïnvesteerd om de wijk Smitsveen leefbaarder, veiliger en socialer te maken. Voor de wijkaanpak is gedurende 5 jaar € 200.000 per jaar beschikbaar gesteld, voor het project Smitsveen is incidenteel €1.500.000 beschikbaar gesteld. Dit project had een duur van 5 jaar. Na 2 jaar vond een tussenevaluatie plaats. Inmiddels is het project afgerond en is het mogelijk om het project te evalueren. 1.2

Doel van de evaluatie

De evaluatie moet de effecten en resultaten van het project duidelijk maken. En inzicht geven in de werkbare bestandsdelen die bruikbaar zijn voor toekomstige wijkaanpakken. De evaluatie gaat uitvoerig in op de ervaringen met de wijkaanpak. Specifiek gaat het om de ervaringen van de betrokken collega’s van de gemeente Soest en de samenwerkende partijen. Daarnaast kijkt de evaluatie naar het doorlopen proces. Met als doel de succesfactoren en knelpunten binnen het proces te achterhalen. De evaluatie moet antwoord geven op de volgende onderzoeksvragen: 1. Is er van het uitvoeringsplan afgeweken en op welke manier heeft dit invloed gehad op de inwoners van Smitsveen, professionals, het projectteam en betrokken stakeholders? 2. Welke deelprojecten waren succesvol en kunnen we meenemen in een vervolgaanpak? 3. Welke aanbevelingen en conclusies kunnen we meenemen in een vervolgaanpak? 4. Zijn er succesvolle projecten die we kunnen verwerken in een vervolgaanpak?

4/34

1.3

Leeswijzer

Het volgende hoofdstuk beschrijft de context van het project. Dit hoofdstuk geeft de benodigde achtergrondinformatie voor de evaluatie. Tot slot beschrijft dit hoofdstuk het theoretisch kader van de evaluatie. Hoofdstuk 3 beschrijft vervolgens de evaluatie van de vijf onderdelen (Ruimte, Instituties, Sociaal, Criminaliteit en Communicatie) van het uitvoeringsplan. Het rapport sluit af met de conclusie en aanbevelingen van de evaluatie.

5/34

2 Context Dit hoofdstuk beschrijft aan de hand van cijfermatig context wat Smitsveen voor wijk is, de aanleiding om te beginnen met een wijkaanpak en het uitvoeringplan dat hieruit is voortgekomen. Tot slot wordt ingegaan op de evaluaties van de wijkaanpak die tussentijds hebben plaatsgevonden. 2.1

Wat is Smitsveen voor wijk?

Met 4.883 inwoners in 2021, was Smitsveen qua grootte een gemiddelde wijk. Waar het percentage 65-plussers in Smitsveen 19,5% is, is dit percentage in de rest van Soest 22,9%. Het percentage inwoners t/m 17 jaar is 20,7%, ten opzichte van 19,4% in de rest van de gemeente. De wijk heeft een relatief jonge bevolking en veel kwetsbare jongeren. De wijk kent het hoogste aandeel jongeren zonder startkwalificatie en het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdzorg zonder verblijf is 10,6% - dit percentage is hoger dan gemiddeld. In de wijk staan relatief veel sociale huurwoningen en weinig koopwoningen, waarvan de woningwaarde onder het gemiddelde ligt. Het gemiddelde inkomen is een stuk lager dan in de rest van Soest. Er is veel sprake van arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Het aantal mensen in de bijstand is hierdoor ook een stuk hoger dan gemiddeld. Waar in de gemeente Soest 4% van de inwoners een bijstandsuitkering heeft, is dat in Smitsveen 12%. Daarnaast zijn er veel alleenstaande ouders met meerdere kinderen. Inwoners hebben vaak een laag opleidingsniveau, taalachterstand en een lage sociaaleconomische status. De wijk kent een hoge mate van diversiteit in etniciteit. Het aantal mensen met een Westerse migratieachtergrond is gemiddeld, maar het aantal mensen met een nietWesterse migratieachtergrond is een stuk hoger dan gemiddeld.

Dit betreft met name mensen met een Turkse, Marokkaanse of Somalische achtergrond, maar de wijk kent inmiddels bijna tachtig verschillende nationaliteiten. Smitsveen scoort zwak op de Leefbaarometer. Waar de wijk gemiddeld scoort op de dimensies ‘woningvoorraad’ en ‘voorzieningen’, scoort Smitsveen op de dimensie ’overlast en veiligheid’ lager dan gemiddeld. Zo blijkt uit de KIS Wijkmonitor dat er per 1.000 inwoners meer verdachten en veroordeelden in de wijk wonen dan gemiddeld. Wat betreft drugsgebruik laat de GGD Monitor zien dat het aantal inwoners dat cannabis heeft gebruikt (9,9% ten opzichte van 3,5%), gemiddeld een stuk lager is dan in de rest van Soest. Samenvattend is de bestaanszekerheid in Smitsveen het laagst van heel Soest. Gezond leven staat hier het meest onder druk, al is er fors geïnvesteerd in deze wijk en zijn er veel voorzieningen bij gekomen de laatste jaren. Ook qua kansengelijkheid scoort deze wijk nog altijd het laagst ten opzichte van de andere wijken.

6/34

Smitsveen 4.883

Soest 47.110

2.235

20.752

Percentage bevolking 65+

19,5%

22,9%

Percentage bevolking t/m 17

20,7%

19,4%

Percentage koopwoningen

51%

64%

Percentage huurwoningen

49%

36%

Percentage met bijstandsuitkering

12%

4%

Aantal inwoners Aantal huishoudens

▪

Meest kwetsbare wijk van Soest

▪

De wijk heeft een relatief jonge bevolking en veel kwetsbare jongeren

▪

Hoogste aandeel jongeren zonder startkwalificatie

▪

Hoogste score jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdzorg

▪

In de wijk staan relatief veel sociale huurwoningen en weinig koopwoningen

▪

Inwoners hebben vaak een laag opleidingsniveau, taalachterstand en een lage sociaaleconomische status

▪

1/3 van de inwoners heeft een niet-westerse migratieachtergrond

▪

Smitsveen scoort zwak op de Leefbaarometer, meest ongunstig op overlast en veiligheid

2.2

Waarom een wijkaanpak Smitsveen?

Het college van B&W gaf in 2016 opdracht om te inventariseren met welke problematiek de wijk Smitsveen kampt, wat de oorzaken daarvan zijn en wat mogelijke oplossingen zijn om de leefbaarheid in de wijk te vergroten. Dit naar aanleiding van de problematiek rondom jongerenoverlast dat veel aandacht in de media heeft gekregen. Er is een projectteam van start gegaan, bestaande uit de beleidsadviseurs van het Sociaal Domein, Onderwijs en Veiligheid. Dit projectteam heeft de problematiek in de wijk nader in kaart gebracht en aanbevelingen geformuleerd voor een langetermijnaanpak. Parallel aan deze langetermijnaanpak, is de gemeente aan de slag gegaan met maatregelen op de korte termijn. Deze aanpak maakt geen deel uit van het werk van de projectgroep, maar vormde wel een deel van de totale aanpak met betrekking tot Smitsveen. De resultaten van dit onderzoek hebben een goed beeld van de wijk opgeleverd, wat heeft geresulteerd tot het rapport ‘Smitsveen: problemen in de wijk, of probleemwijk?’. Het rapport ‘Smitsveen: problemen in de wijk, of probleemwijk?’ geeft een goed beeld over de samenstelling van de wijk en mogelijke oorzaken van de problematieken waar de wijk mee kampt. De inrichting en samenstelling van de wijk maken dat er sprake is van diverse problematieken in de wijk.

7/34

Het rapport ‘Smitsveen: problemen in de wijk, of probleemwijk?’ vormde de concrete aanleiding om middels een uitvoeringsplan aan de slag te gaan met een integrale wijkaanpak in Smitsveen. 2.3

Uitvoeringsplan Smitsveen

Het uitvoeringsplan is het resultaat van het onderzoek naar de aanbevelingen uit het rapport ‘Smitsveen: problemen in de wijk, of probleemwijk?’. In dit rapport is een beeld geschetst van een verdeelde wijk met diverse problemen, zoals schulden, werkloosheid, verloedering en overlast van hangjongeren. De verdeeldheid van de wijk kwam tot uitdrukking in vele tegenstellingen die in de wijk voorkwamen en groter werden naarmate de problemen zich opstapelen. De urgentie klonk nadrukkelijk door in dit rapport. Hieraan is een vervolg gegeven door het project Smitsveen te starten. Het plan was op een andere manier tot stand gekomen dan de gemeente Soest gewend was. De gemeente Soest is gestart met het voeren van gesprekken met inwoners. Op basis van deze gesprekken is een aanpak met oplossingen tot stand gekomen en pas daarna zijn hier indicatoren aan gekoppeld. In het uitvoeringsplan zijn samen met de inwoners de volgende doelen geformuleerd voor de wijk Smitsveen: −

De leefbaarheid in de wijk Smitsveen vergroten

−

Het bieden van meer perspectief voor bewoners en jongeren

−

Het verbeteren van de samenwerking tussen partners

−

De ervaren overlast van jongeren verminderen

−

Het verbeteren van de inrichting en de uitstraling van de wijk

Na instemming van het college met het rapport Smitsveen: problemen in de wijk, of probleemwijk?’ is er de opdracht gegeven tot het maken van een plan van aanpak om de aanbevelingen uit het rapport verder uit te werken, inclusief een eerste kostenraming. Hiervoor is een projectorganisatie ingericht (figuur 1) en werd gewerkt conform het RISCc-model (figuur 2). Een model dat de wijkaanpak benaderde vanuit vijf verschillende perspectieven: Ruimte, Instituties, Sociaal, Criminaliteit en Communicatie.

Figuur 1: Organigram Project Smitsveen

8/34

Figuur 2: RISCc-model

Stuurgroep Er was een stuurgroep geformeerd om samen snel en goed tot overeenstemming en afspraken te komen over de richting, aanpak, benaderingswijze en voorwaarden die nodig waren en georganiseerd moesten worden. Een compacte groep die als team opereerde, waarin men elkaar kritisch kon bevragen en aan kon spreken als dat nodig was. De stuurgroep werd samengesteld vanuit de kernpartners, te weten: Stichting Balans, politie, Portaal, Sociaal Domein Team, Welzin, onderwijs en de gemeente Soest. Iedere organisatie leverde een stuurgroeplid op directieniveau, dan wel op managementniveau met mandaat vanuit de directie. De stuurgroep kwam het eerste half jaar elke maand bij elkaar en daarna in een lagere frequentie. De projectleider rapporteerde aan de stuurgroep.

Projectteam kernpartners Elk stuurgroeplid leverde een projectteamlid uit de eigen organisatie om zitting te nemen in het projectteam ketenpartners en om het eerste aanspreekpunt te zijn voor de projectleider. De projectleider was voorzitter van het projectteam kernpartners en sprak namens de gemeente. Het projectteam ketenpartners kwam elke 3-4 weken gezamenlijk bijeen.

Intern projectteam Binnen de gemeentelijke organisatie werden diverse aanbevelingen belegd, maar moest ook de integraliteit bewaakt worden. Om dat te borgen, was ook een intern projectteam geformeerd. De projectleider was voorzitter van het interne projectteam. Elk intern projectteamlid was verantwoordelijk voor één van de domeinen, maakte daar een plan voor en zette het plan in werking. Om de snelheid in het project te houden en geen onnodige vergaderstructuren op te zetten, werd intern zoveel mogelijk bilateraal geschakeld. Waar nodig werd een gezamenlijk overleg ingepland. 2.4

Tussenevaluatie

In 2022 vond er een tussenevaluatie plaats van de wijkaanpak. Deze tussenevaluatie beschrijft dat de plannen van het uitvoeringsplan en daadwerkelijke uitvoering op onderdelen afwijkt. De gemeente Soest bewoog mee met de vraag van inwoners, bleef met hen in gesprek gaan en bepaalde samen met hen wat nodig was. De gesprekken met de inwoners zijn gebruikt om de plannen waar nodig bij te sturen. Uit de tussenevaluaties bleek dat inwoners zich veel meer thuis voelen in hun wijk. Ook gaven ze van alle wijken de hoogste waardering over de wijze waarop de gemeente bestuurd.

9/34

3 Theoretisch kader In dit hoofdstuk wordt een theoretisch kader geboden met betrekking tot een integrale gebiedsgerichte aanpak. In de conclusie van deze evaluatie gaan we na in hoeverre er overeenkomsten tussen het theoretisch kader en de wijkaanpak Smitsveen zijn. 3.1

Een integrale gebiedsgerichte aanpak

De aanpak van gebieden met een opeenstapeling van uitdagingen vereist een domeinoverstijgende wijkaanpak, waarbij niet de fysieke locatie, maar de mens centraal staat. Volgens Matthijs Uyterlinde, Hans Boutellier en Freek de Meer is het essentieel om een integrale gebiedsgerichte aanpak (wijkaanpak) te ontwikkelen en uit te voeren, gebaseerd op vier bouwstenen: oriënteren, initiëren, ontwerpen en uitvoeren. In hun artikel “Perspectief Bieden” (2021) reiken zij deze bouwstenen aan, waarmee gemeenten samen met lokale partners de inwoners van kwetsbare gebieden uitzicht kunnen bieden op een betere toekomst.

In de onderstaande tekst leggen wij op basis van deze bouwstenen per fase uit welke stappen moeten worden doorlopen bij de opzet en uitvoering van een integrale gebiedsgerichte aanpak. In de conclusie van deze evaluatie zullen wij vervolgens beoordelen in hoeverre deze stappen daadwerkelijk zijn gevolgd bij de wijkaanpak van Smitsveen. Oriënteren Een gebiedsgerichte aanpak start met het verkennen van de opgaven die zich manifesteren op wijkniveau. Een gevoel van urgentie over de opstapeling of concentraties van (beleids)opgaven in een wijk vormt vaak de aanleiding voor een gebiedsgerichte aanpak. Hierbij kan gedacht worden aan armoede, schooluitval, criminaliteit, klimaatadaptatie, etc. Ook mogelijke stagnatie of toekomstige achteruitgang van een wijk kunnen een gevoel van urgentie oproepen. Het is aan de gemeente de taak om hier het voortouw in te nemen. Een wijkanalyse geeft inzicht in de ontwikkeling van de wijk op basis van landelijke en/of gemeentelijke statistische gegevens, maar ook de beleidsgeschiedenis van de wijk en lokale kennis van bewoners en professionals. Het vormt de aanjager van samenwerkingen, helpt bij de vormgeving en legitimeert de aanpak. Door bij het formuleren van de probleemdefinitie gebruik te maken van ervaringskennis, wensen en ideeën van bewoners, kan er een passend en breed gedragen gebiedsaanpak tot stand komen.

In de oriëntatiefase dient ook een inventarisatie plaats te vinden van de formele en informele organisaties en initiatieven, dienstverleners en ondernemers die actief zijn of belangen vertegenwoordigen in de wijk.

10/34

Tot slot wordt op basis van de geconstateerde urgentie en inventarisatie van opgaven bepaald of een integrale gebiedsaanpak noodzakelijk, haalbaar en gerechtvaardigd is.

Initiëren Als er consensus bereikt is over nut en noodzaak van de domeinoverstijgende aanpak wordt in de initiatiefase invulling gegeven aan de belangrijkste randvoorwaarden voor een slagvaardige langjarige aanpak. De betrokken partijen worden in deze fase op één lijn gebracht, een bestuurlijke alliantie wordt gevormd en gemeenschappelijke ambities vastgesteld. Het formeren van een lokale coalitie op strategisch én op bestuurlijk niveau tussen de gemeente en een organisatienetwerk met stedelijke partners als woningcorporaties, onderwijs- en zorginstellingen, politie, ondernemers en bewoners is essentieel voor een integrale aanpak. Een lokale coalitie stelt de opgaven, concrete doelen en interventies in gezamenlijkheid vast om een gedeelde en breed gedragen visie te realiseren. Dergelijke visies, doelen en ambities zijn gericht op de lange termijn en integraal geformuleerd. Door middel van een lokaal contract worden de deelname aan de coalitie vastgelegd, en kunnen afspraken over de samenwerking, inzet en betrokkenheid van partners worden opgenomen. Ook afspraken over de financiering van de benodigde inzet, maatregelen en interventies, of een strategie om de benodigde middelen te verkrijgen zijn in het lokaal contract vastgelegd.

Ontwerpen Na de initiatiefase volgt de ontwerpfase waarin een uitvoeringsprogramma en een passende organisatie-, participatie- en monitoringstructuur wordt opgesteld. Het uitvoeringsprogramma bepaalt op basis van de visie hoe maatregelen de beoogde langetermijn effecten kunnen opleveren. Dit kan gedaan worden door middel van nieuwe interventies die zijn ontwikkeld op basis van bestaande kennis over wat werkt in de wijkaanpak, maar de uitvoering kan ook worden ingebed in reguliere activiteiten. Door te werken met relatief kortlopende uitvoeringsprogramma’s (drie tot vier jaar) wordt continue bijsturing mogelijk waardoor optimaal kan worden aangesloten bij de behoeften en wensen van de wijk. Echter, alleen met een langdurige inzet –minimaal tien jaar – zullen bewoners effecten ervaren. Daarom moeten de benodigde middelen en commitment van alle partijen op lange termijn worden bewaakt en geborgd. Het verankeren van bestuurskracht is cruciaal om de continuïteit van een integrale aanpak te borgen. De betrokkenheid van change agents, zoals de burgemeester, kan een dergelijke bestuurskracht bevorderen. Maar ook het benutten van de ervaringskennis van bewoners middels burgerparticipatie is essentieel om tot een effectieve en breed gedragen gebiedsaanpak te komen.

Om de procesregie te borgen en kortetermijnbelangen van de betrokkenen samen te brengen kan een onafhankelijke organisatie, partij of persoon worden ingezet.

11/34

Geformeerde teams dienen vervolgens het uitvoeringsprogramma te realiseren. Continuïteit en persoonlijk commitment zijn van grote waarde. Dit kan gestimuleerd worden door beleidsmakers en professionals voldoende handelings- en experimenteerruimte te bieden om creatief en inventief te werk te gaan. Een monitoringsstructuur helpt tot slot om de ontwikkeling van de wijk te volgen en inzicht te krijgen in de voortgang en doelbereik. Uitkomsten van bijvoorbeeld statistische data of participatief actieonderzoek kan gebruikt worden om doelen en beoogde resultaten bij te stellen. Uitvoeren In de uitvoeringsfase worden de maatregelen en interventies ten uitvoering gebracht. Structurele afstemming tussen beleidsdomeinen en partijen kan samenhang, betrokkenheid en continuïteit op lange termijn te vergroten, zonder de organisatiestructuur langjarig in beton te gieten. Een wendbare, lerende aanpak maakt bijsturing mogelijk indien nieuwe (politieke) inzichten of ontwikkelingen op andere schaalniveaus zich voordoen. Zowel horizontale als verticale afstemming is hiervoor noodzakelijk. Ten behoeve van het draagvlak en effectiviteit van de aanpak, dienen bewoners gedurende de uitvoering blijvend geïnformeerd te worden en moet burgerparticipatie gestimuleerd te worden.

Om inzicht te krijgen in de voortgang van de uitvoering en het doelbereik, is jaarlijkse actualisatie van de monitoringinformatie op project-, interventieen programmaniveau gewenst. Op basis van inzichten uit monitoring en actieonderzoek kan het uitvoeringsprogramma worden vernieuwd en kunnen aanvullende middelen, instrumenten of randvoorwaarden worden ingezet. Als de afronding van de langjarige aanpak nadert, wordt door middel van evaluaties bepaald of doelen zijn bereikt en welke acties nodig zijn om de successen te borgen en toekomstig verval te voorkomen.

12/34

4 Evaluatie deelplannen Dit hoofdstuk beschrijft de evaluatie van de verschillende deelplannen van het Uitvoeringsplan (Ruimte, Instituties, Sociaal, Veiligheid en Communicatie). Per deelplan staan de succesfactoren, knelpunten en een conclusie beschreven. 4.1

Aanpak evaluatie

Voor de evaluatie is een documentenanalyse uitgevoerd. Ook zijn er focusgroepen en interviews georganiseerd met ambtenaren en medewerkers van Stichting Balans, Portaal, Stichting Welzin en Politie. Op 9 november 2023 vonden twee focusgroepen plaats met externe samenwerkingspartners. Op 15 november vond de derde, meer intern gerichte focusgroep plaats. In totaal namen 12 personen aan deze focusgroepen deel: −

6 medewerkers van de gemeente Soest: 2 medewerkers van de afdeling Communicatie, 2 medewerkers van de afdeling Realisatie en 2 beleidsmedewerkers (in de rol van opdrachtgever)

−

4 mensen van Stichting Balans

−

1 medewerker van EduExpress

−

1 medewerker van Stichting Welzin

Vier personen zijn telefonisch geïnterviewd: −

1 medewerker van de Politie

−

2 medewerkers van woningcorporatie Portaal

−

1 medewerker van de afdeling Realisatie van de gemeente Soest

Respondenten vulden voorafgaand aan de focusgroepen een informed consent in. Dit is een toestemmingsverklaring waarin de afspraken zijn opgenomen hoe wordt omgaan met de gegevens. Zowel de focusgroepen als de telefonische interviews hadden een semigestructureerd karakter middels een vooraf opgestelde topiclijst. 4.2 4.2.1

Evaluatie deelplan Ruimte Toelichting

Het deelplan Ruimte had als belangrijkste doel de inrichting en het beheer van de openbare ruimte veilig, aantrekkelijk en goed onderhouden te laten zijn met goede voorzieningen en gebruiksmogelijkheden voor de inwoners van de wijk. Dit deelplan bevat alle zaken die samenhang hebben met de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Het gaat dus om de fysieke woonomgeving. Ook het realiseren van een laagdrempelige ontmoetingsruimte is opgenomen in dit deelplan. Bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte werd gestreefd naar veiligheid, aantrekkelijkheid, goed onderhoud en gebruiksmogelijkheden voor de inwoners van de wijk.

13/34

Met wie? Uitwerking van het deelplan Ruimte startte met een participatietraject met omwonenden en gebruikers van het plein, met in het bijzonder de omliggende scholen en de jongeren. Het opdrachtgeverschap lag bij de afdeling Realisatie.

Wat had het moeten opleveren? Het beoogde resultaat van dit project was het verminderen van de (geluids)overlast op en rondom het Smitsplein, het verminderen van de stenen massa van het plein en het vergroten van de sociale cohesie in de wijk.

Begroting Voor de aanpak van het Smitsplein werd een bedrag geraamd van € 175.000. Het grootste deel van dit budget was nodig voor de verplaatsing van het kunstgrasveld.

Doelstellingen Het deelplan Ruimte kende de volgende doelstellingen: −

Vergroenen van de Smitsweg;

−

Het realiseren van een laagdrempelige ontmoetingsruimte;

−

Het opzetten van een grote speeltuin;

−

Plaatsen van een voetbalkooi;

−

Een onderzoek naar het natuurspelen in de wijk en een gezamenlijke aanpak; met gemeente, bewoners en Portaal om de verloedering tegen te gaan.

4.2.2

Evaluatie van het deelplan Ruimte

Succesfactoren Op basis van de evaluatie blijkt dat de volgende factoren van het deelplan Ruimte succesvol waren: Wezenlijke veranderingen in de buitenruimte Zowel vanuit de gemeente (afdeling Realisatie) als externe partners is veel enthousiasme over de gerealiseerde veranderingen in de buitenruimte. Dit blijkt uit het volgende citaat van de focusgroep: “Succesvol was de verandering van de ruimte, daar is echt veel veranderd. Dat heeft geleid tot andere banen die jongeren moesten kiezen om zich te bewegen, dat was zichtbaar en tastbaar. Er is geld gestopt in de voetbalkooi en doorsluiproutes die werden afgesloten. Dat vond ik echt heel waardevol.” Participatiesessies met bewoners Aan de hand van meerdere participatiesessies, met specifieke aandacht voor omliggende scholen en jongeren, is in de ontwerpfase van dit deelplan veel aandacht geweest voor

14/34

buurtbewoners en gebruikers van het plein. Dit resulteerde in plannen die aansloten op de behoefte van de wijk. Een belangrijk voorbeeld hiervan is de voetbalkooi voor jongeren.

Knelpunten Op basis van de evaluatie blijkt dat het deelplan Ruimte op de volgende punten in de knel kwam: Afstand tussen beleid en uitvoering Respondenten vanuit afdeling Realisatie benadrukten tijdens de focusgroepen te laat te zijn aangehaakt in de planvorming. Bovendien zou kennis en ervaring van afdeling Realisatie tijdens het gehele project onvoldoende zijn benut. “Beleidsmakers zijn heel goed in het schrijven van plannen, maar vergeten details mee te nemen die relevant zijn in de uitvoering.” Onvoldoende borging Er is volgens medewerkers van afdeling Realisatie onvoldoende aandacht besteed aan de borging van dit deelplan. Zo zijn er evaluatieve gesprekken gevoerd met medewerkers van afdeling Realisatie, onder andere over de samenwerking met externe partners. Maar is er geen vervolg gegeven aan deze gesprekken.

Deelconclusie Alle doelstellingen uit dit deelplan zijn gerealiseerd. De verschillende beoogde veranderingen uit het deelplan Ruimte droegen bij aan de aantrekkelijkheid en gebruiksvriendelijkheid van het Smitsplein en sloten bovendien aan op de behoeften van buurtbewoners. Deze resultaten werden geconstateerd door zowel medewerkers van de gemeente, externe partners als omwonenden. Over het proces dat hieraan ten grondslag ligt zien medewerkers van afdeling Realisatie wel de nodige verbeterpunten, zoals betere afstemming tussen beleid en uitvoering en meer aandacht voor borging van projecten. 4.3 4.3.1

Evaluatie deelplan Instituties Toelichting

In het rapport ‘Smitsveen: problemen in de wijk, of probleemwijk?’ kwam duidelijk naar voren dat de samenwerking tussen de diverse partners verbetering behoeft. Of beter gezegd: er kon nog zoveel worden georganiseerd en opgezet, maar als partners elkaar niet optimaal weten te vinden, zal het effect sterk achterblijven. Samenwerken vergt veel inspanning en continue aandacht. Dit deelplan zoomde in op hoe het project zo optimaal mogelijk wordt uitgevoerd en hoe eenieder te betrekken bij het project. Ook de projectorganisatie viel onder dit deelplan.

15/34

Met wie? Met de klankbordgroep (groep van wijkbewoners), onder leiding van de projectleider. De projectorganisatie is beschreven in hoofdstuk 2 van deze evaluatie. Begroting De kosten voor de projectorganisatie bestonden uit de kosten van de projectleider. Voor gemiddeld 4 dagen per week waren de kosten voor de projectleider € 70.000 per jaar. Deze kosten liepen door gedurende het project. Doelstellingen Het deelplan Instituties kende de volgende doelstellingen: -

Een gedegen projectorganisatie

−

Nauwe samenwerking met partners en tussen partners onderling

−

Nauwe betrokkenheid van buurtbewoners bij het project

4.3.2

Evaluatie van het deelplan Instituties

Succesfactoren Op basis van de evaluatie blijkt dat de volgende factoren van het deelplan Insituties succesvol waren: Projectgroep met ketenpartners als ‘vliegwiel’ voor verbeterde samenwerking in de sociale basis Uit de gesprekken met de respondenten blijkt dat de samenwerking tussen de partners in de sociale basis verbeterd is door de wijkaanpak Smitsveen. Partners leerden elkaar allereerst beter kennen. Daarnaast zorgde de deelname aan het projectteam voor meer samenwerking tussen de ketenpartners. De wijkaanpak Smitsveen vormde zelfs een ‘vliegwiel’ voor een verbeterde samenwerking tussen partners in de sociale basis door heel Soest (Samen voor Soest). Het volgende citaat uit de focusgroep bekrachtigt dit: “Je ziet in overleggen dat ieder zijn taak pakt, de taak waarvoor die bedoelt is. We weten nu het onderscheid te maken in wie gaat wat doen. Je ziet dat daar steeds meer structuur in komt.” Knelpunten Op basis van de evaluatie blijkt dat het deelplan Instituties op de volgende punten in de knel kwam: Onvoldoende duidelijkheid en binding binnen de interne projectgroep Zowel vanuit het fysiek als sociaal domein gaf men aan dat er onvoldoende duidelijkheid bestond over de rollen en verwachtingen binnen de interne projectgroep.

16/34

Zo was bijvoorbeeld niet duidelijk of de projectleider van het deelplan Ruimte de verbindende schakel moest zijn tussen het projectteam en de uitvoering, of dat de overkoepelend projectleider deze rol moest vervullen. Tevens geven deelnemers van de interne projectgroep aan onvoldoende binding te hebben gevoeld met de wijkaanpak als geheel. Het RISc-model en het werken met de verschillende deelplannen was voor hen dan ook onbekend. Een respondent licht dit toe: “Je bent op je eigen eilandje bezig. Je bent geen onderdeel van het grote Smitsveen plan. Een overleg met z’n allen, waarbij je het hele plan doorakkert en elkaar informeert was fijn geweest, dan voel je je ook meer verbonden aan het plan. Nu was ik verbonden aan een opvoedactiviteit of aan de speeltuin, maar niet aan het grote geheel.” Ontbreken regierol gemeente De verwachting was dat door de wijkaanpak ketenpartners elkaar beter zouden weten te vinden en nauwer met elkaar zouden samenwerken. Later is dit ook gebleken. In de beginfase van de wijkaanpak zag de gemeente dit echter onvoldoende van de grond komen. Sommige ketenpartners misten hierin een faciliterende regierol vanuit de gemeente. Het volgende citaat uit een van de gesprekken geeft hier blijk van: “Je hebt een kwartiermaker nodig die het organiserend vermogen bij elkaar kan brengen”.

Klankbordgroep was niet representatief De klankbordgroep, bestaande uit buurtbewoners, gaf gedurende de planvorming en uitvoering van de wijkaanpak Smitsveen gevraagd en ongevraagd advies. De klankbordgroep stond onder leiding van de projectleider en was zeer actief. Echter bleef, ondanks herhaaldelijke pogingen tot verandering, de samenstelling van de klankbordgroep geen representatieve afspiegeling van de wijk. Deelconclusie Alle doelstellingen uit het deelplan Instituties zijn gerealiseerd. Er is een gedegen projectorganisatie opgezet en de samenwerking met en tussen ketenpartners is verbeterd. Echter gebeurde dit laatste niet met een representatieve afspiegeling van de wijk. Ook was er binnen de samenwerking van de interne werkgroep soms onvoldoende duidelijkheid over eenieders rol en ontbrak binding met de wijkaanpak als geheel. Tot slot misten enkele ketenpartners een regierol vanuit de gemeente. 4.4 4.4.1

Evaluatie deelplan Sociaal Toelichting

In Smitsveen leven zo’n 80 nationaliteiten samen. Dit gaat, gelet op de enorme diversiteit, opmerkelijk goed en tegelijkertijd ziet de gemeente Soest dat er door de samenstelling van de wijk een tal van problemen zijn.

17/34

Daarom is het nodig om de bewoners van deze wijk waar nodig zo goed mogelijk te ondersteunen. De gemeente Soest doet dit samen met de partners die (veel) in de wijk aanwezig zijn, zoals Stichting Balans, de scholen, Welzin, Portaal, maar ook met nieuwe partners, zoals Stichting Vreedzame Wijk en De Buurtkeuken.

Wat had het moeten opleveren? -

Buurtbewoners krijgen de kans om actief deel te nemen aan de samenleving;

-

Het onder de aandacht brengen en actief bestrijden van eenzaamheid;

-

Minder overlast door de jeugd in Smitsveen en een beter toekomstperspectief voor jongeren;

-

Het bereiken van inwoners die zelf geen initiatief nemen om het sociaal team te benaderen met een hulpvraag.

-

Het ondersteunen van inwoners bij hulpvragen zodat zij meer regie krijgen op hun leven.

Begroting Structureel is € 62.500 begroot voor het preventief plan ‘aan de slag in Smitsveen’. Voor het vergroten van de capaciteit van het outreachend werk van het sociaal team is gedurende projectfase € 128.000 begroot. Dit komt neer op 0,4 fte per jaar. Doelstellingen Het deelplan Sociaal kende de volgende doelstellingen: -

Partners hanteren een eenduidig pedagogisch klimaat;

-

Buurtbewoners ervaren minder overlast van jongeren;

-

Door inzet op preventie hebben jongeren en kinderen een beter toekomstperspectief.

4.4.2

Evaluatie van het deelplan Sociaal

Succesfactoren Op basis van de evaluatie blijkt dat de volgende factoren van het deelplan Sociaal succesvol waren: Inwoners weten de weg naar de gemeente beter te vinden Smitsveen is een wijk waar veel speelt achter de voordeur. Een medewerker van Portaal, nauw betrokken bij het project achter de voordeur, is tevreden over de wijkaanpak Smitsveen. De werkwijze verliep boven verwachting en de aanpak had direct impact op de inwoners. Inwoners wisten de weg naar de gemeente beter te vinden en kregen hierdoor de ondersteuning die zij nodig hadden. Verschillende respondenten benadrukken dat de samenwerking tussen partners onderling positief en voorspoedig is verlopen en vinden het belangrijk dat dit project wordt voortgezet.

18/34

“We zien heftige privesituaties. Dan is het heel noodzakelijk dat we dicht bij de doelgroep kunnen blijven. Op het moment dat mensen bewust zijn dat je laagdrempelig problemen kunt bespreken, dan kun je ook veel bereiken met mensen.” Activiteiten georganiseerd door bewoners De Buurtkeuken staat in het uitvoeringsplan beschreven als het project ‘Resto van Harte’. Dit project is later gewijzigd naar De Buurtkeuken. Respondenten zijn van mening dat door De Buurtkeuken mooie verbindingen zijn ontstaan tussen bewoners. Er zijn activiteiten gestart door bewoners waarbij minimale ondersteuning van professionals nodig was. “Als welzijnswerker word je daar zo gelukkig van als je daar binnenloopt. Culturen en leeftijden lopen door elkaar. Dit is waar je van droomt qua integratie, bestrijding van eenzaamheid, en een sociaal punt in de wijk.” Samenwerking met betrekking tot de ondersteuning van jongeren Op 25 april heeft 2017 heeft het college ingestemd om in Smitsveen al te starten met een aantal quickwins. Eén daarvan was het ‘preventief plan aan de slag in Smitsveen’ van Stichting Balans. Eén van de onderdelen uit dit plan was het programma Epjo, een lesprogramma gericht op misdaadpreventie. Verschillende respondenten ervoeren Epjo als een succesvol en waardevol project. Docenten en kinderen benoemen dat deze aanpak preventief veel heeft opgeleverd.

Daarnaast is hiermee een mooie samenwerking tussen politie en Welzin ontstaan. Verschillende respondenten zijn tevreden met de stappen die gezet zijn in de samenwerking met betrekking tot de ondersteuning van jongeren. Er komen veel vragen binnen van jongeren en er wordt doorverwezen naar het gemeenteloket. Knelpunten Op basis van de evaluatie blijkt dat het deelplan Sociaal op de volgende punten in de knel kwam: Onduidelijkheid rol professionals vs. eigenaarschap buurtbewoners Professionals hebben een ondersteunende rol bij het opzetten en uitvoeren van verschillende activiteiten. Verschillende respondenten benoemden dat zij een andere rol van de profesionals verwachtten. Eén van de respondenten benadrukte dat De Buurtkeuken door een ‘moeilijk proces’ tot stand gekomen is. De verwachting was dat bewoners meer taken zelfstandig zouden oppakken. Hierbij werd het voorbeeld van de buurtvaders genoemd. Dit initiatief is niet van de grond gekomen doordat niet duidelijk was wat zij voor de buurt konden betekenen. Hierdoor is er afgeweken van het huidige plan. “Buurtbewoners in Smitsveen willen hartstikke veel doen, maar ze willen absoluut niet eindverantwoordelijk zijn.”

19/34

“Ik heb halverwege het project een switch gemaakt. We moeten naar eigenaarschap in de wijk, bewoners moeten het zelf gaan doen en zelf willen. We bleven erop vastlopen dat bewoners dat eigenaarschap wel wilden, maar dat het niet lukte. Toen kregen we stukken uit Rotterdam, waaruit bleek dat er ondersteunende professionals in de wijk moesten zijn”. Project Epjo vroegtijdig gestopt Epjo is een lesprogramma gericht op misdaadpreventie. Dit project is vroegtijdig gestopt ondanks veel respondenten Epjo als succesvol en waardevol ervoeren. De reden hiervan was een capaciteitstekort bij de politie. Er is nog wel gekeken naar een andere variant, echter is dit niet van de grond gekomen. Continuïteit Om activiteiten goed te kunnen uitvoeren is vertrouwen en het opbouwen van een relatie met partners en continuïteit belangrijk. Verschillende respondenten geven aan dat de vele personeelswisselingen, en hiermee ook het vertrek van belangrijke sleutelfiguren een negatief effect hebben gehad op het borgen van verschillende activiteiten van de wijkaanpak. Zo werden de wisselingen binnen de politie en specifiek de wijkagent benoemd. Hiermee is specifieke wijkkennis en ervaring verloren gegaan. Volgens veel respondenten maakte dit het lastig om een duurzame aanpak neer te zetten in de wijk.

Deelconclusie Een aantal initiatieven die hebben bijgedraagd aan het verminderen van overlast van jongeren zijn gerealiseerd. Het blijft echter lastig om te concluderen of buurtbewoners ook daadwerkelijk minder overlast ervaren. Hierover bestaat geen recent onderzoek. Het project Epjo is gestart, maar ook vroegtijdig gestopt en hiermee niet geborgd. Hierdoor kunnen we niet concluderen of dit project heeft bijgedragen aan een beter toekomstperspectief voor kinderen en jongeren. Er is veel initiatief genomen om samenwerking tussen organisaties onderling te verbeteren en nieuwe samenwerking tot stand te brengen. Echter is het lastig te concluderen of dit heeft geleid tot een eenduidig pedagogisch klimaat. Veel respondenten kunnen zich niet vinden in dit doel, vanwege het gemis van de vertaling naar de uitvoering. Wel kunnen we concluderen dat binnen een aantal projecten de samenwerking goed verloopt en partners elkaar weten te vinden. In sommige projecten vraagt verbinding tussen de verschillende domeinen nog wat extra aandacht.

20/34

4.5

Evaluatie deelplan Criminaliteit

4.5.1

Toelichting

In de wijk Smitsveen was niet zozeer sprake van hoge criminaliteitscijfers. Toch ervoeren veel bewoners een hoge mate van onveiligheid. Dit gevoel werd voor een groot deel veroorzaakt door de jongerenoverlast, zo bleek ook uit de Veiligheidsmonitor (2017), het rapport ‘Smitsveen: problemen in de wijk, of probleemwijk?’ en de daaruit voortgekomen aanbevelingen. Het deelplan Criminaliteit richtte zich dan ook niet specifiek op het bewerkstelligen van een daling van de criminaliteitscijfers, maar juist op het verminderen van de jongerenoverlast (en daarbij het voorkomen van nieuwe aanwas) en een afname van het gevoel van onveiligheid van de bewoners. Belangrijk is daarbij wel dat er ook jongeren in Smitsveen leven die een plek nodig hebben om samen te kunnen komen. De aanpak van jongerenoverlast had raakvlakken met onderdelen uit de andere deelplannen in dit uitvoeringsplan, zoals het deelplan Ruimte (bijvoorbeeld het verbod om tussen 23:00 uur en 07:00 uur te voetballen in de voetbalkooi) en Sociaal (achter de voordeur/preventief plan Balans). In dit deelplan is dan ook de inzet geëvalueerd die vanuit veiligheid werd gecoördineerd. De belangrijkste partners zijn het jongerenwerk, het jeugdteam/sociaal team en de politie.

Met wie? Deelnemende partijen aan het signaleringsoverleg zijn (vertegenwoordiging van) het jongerenwerk, de wijkagent, de BOA’s, het Jeugdteam/Sociaal en afdeling Realisatie. Het overleg wordt voorgezeten door de beleidsadviseur Veiligheid. Bij een deel van dit overleg sloot ook de buurtbeheerder van Portaal aan.

Wat had het moeten opleveren? Het opzetten van een signaleringsoverleg, een spreekuur met de wijkagent en extra inzet van jeugdboa’s moesten leiden tot een daling van de jongerenoverlast en een vergroting van het veiligheidsgevoel (onveilige situaties worden direct opgepakt).

Begroting De inzet is gerealiseerd uit de reguliere capaciteit. Wel kon er vanuit de aanpak op de jongeren extra inzet voortkomen door jongerenwerk en het jeugdteam/sociaal team.

Doelstellingen: Het deelplan Criminaliteit kende de volgende doelstellingen: −

Buurtbewoners ervaren minder overlast;

−

De bewoners voelen zich veilig.

21/34

4.5.2

Evaluatie van het deelplan Criminaliteit

Succesfactoren Op basis van de evaluatie blijkt dat de volgende factoren van het deelplan Criminaliteit succesvol waren: Slagvaardigheid van het signaleringsoverleg Het signaleringsoverleg is een slagvaardig overleg gebleken. De samenwerking tussen de verschillende deelnemers zorgt ervoor dat signalen snel worden gedeeld en op juiste plaats terecht komen. Men pakt deze direct op vanuit diens eigen expertise; problemen worden multidisciplinair aangepakt en daarmee wordt erger voorkomen. “Voorheen kon een buurtbewoner wel tien keer melden dat hij een busje elke vrijdag eten zag ‘verhandelen’. Niemand van de gemeente deed hier wat mee. Nu is het opgelost en schuiven afdelingen het probleem niet meer naar elkaar door.” Meer zichtbaarheid van wijkagent en jeugdboa’s in de wijk In het kader van de jongerenoverlast zijn twee extra jeugdboa’s ingezet. Daarnaast is ervoor gekozen om de wijkagent(en) meer zichtbaar te laten zijn in de wijk. Concreet hield dit in dat de wijkagent(en) meer outreachend te werk zijn gegaan door zelf bij buurtbewoners na te gaan of alles goed gaat en men zich veilig voelt. Knelpunten Op basis van de evaluatie blijkt dat het deelplan Criminaliteit op de volgende punten in de knel kwam: Spreekuur van wijkagent werd niet bezocht Het spreekuur van de wijkagent werd nagenoeg niet bezocht.

Hiervoor is een alternatief gevonden door de wijkagent meer zichtbaar te laten zijn in de wijk. Deelconclusie De verschillende initiatieven om de ervaren overlast te verminderen en het gevoel van veiligheid onder buurtbewoners te vergroten, zijn gerealiseerd. Voor het spreekuur met de wijkagent is een alternatief gezocht. Het blijft echter lastig om te concluderen of deze initiatieven daadwerkelijk hebben geleid tot minder ervaren overlast of een vergroot gevoel van veiligheid onder buurtbewoners. Hierover bestaat geen recent onderzoek. Uit de tussenevaluatie van de wijkaanpak in 2019 is in ieder geval gebleken dat het aantal overlastmeldingen in de wijk, ten opzichte van 2016, is teruggedrongen. Ook geeft het verwijderen van de camera bij de gymzaal aan de Smitsweg blijk van een verhoogd gevoel van veiligheid.

22/34

4.6

Evaluatie deelplan Communicatie

4.6.1

Toelichting

Communicatie, openheid en een samenhangende aanpak zijn randvoorwaarden voor succes. De gemeente Soest moest bewijs leveren van het geleverde werk aan de wijk. Werken aan Smitsveen is mensenwerk – dicht bij de mensen in de wijk. In de communicatie was het doel om eerlijk te zijn over wat lukt en wat (nog) niet goed lukt, en over hoe lastig de relatie valt te leggen tussen inspanning en diepere veranderingen op de langere termijn. Dit deelplan richtte zich op de projectcommunicatie. In het communicatie- en participatieproces van het project Smitsveen werden verschillende communicatiemiddelen (digitaal, schriftelijk, persoonlijk) ingezet, zodat een zo groot mogelijke doelgroep met het juiste middel werd bereikt en het de deelprojecten en de activiteiten van onze samenwerkingspartners in de wijk ondersteunde.

Wat had het op moeten leveren? −

Het vergroten van kennis over ‘Wie doet wat in de wijk’

−

Het vergroten van kennis over ‘Wat we doen en Waarom we dat doen’

−

Het vergroten van de betrokkenheid van inwoners bij de verbeteringen in de wijk

−

Het versterken van verbinding in de wijk. De communicatie richt zich primair op de bewoners van Smitsveen. Een beter imago van de wijk in de rest van Soest is wenselijk, maar is geen hoofddoel van dit deelplan

−

Een goede samenwerking tussen de instituties, is een randvoorwaarde voor succes

−

Bij ieder deelplan maakt participatie (het betrekken van inwoners) deel uit van de aanpak

−

Voor de projecten en de activiteiten van onze samenwerkingspartners die bij de mensen thuiskomen is persoonlijke en op maat gesneden communicatie het uitgangspunt. De projectcommunicatie ondersteunt dit.

Begroting De personele communicatieondersteuning van 5 uur per week voor de structurele wijkenaanpak bedroeg € 17.250. Daarnaast zijn de kosten gedurende het project begroot op € 35.000. Hieronder vielen de kosten van: −

Twee keer per jaar huis-aan-huiswijkkrant: € 5.000 per jaar

−

Communicatiebudget voor het faciliteren van ontmoetingen in de wijk, Facebookcampagnes, filmpjes van en voor jongeren in de wijk in combinatie met een workshop, informatiebijeenkomst en communicatieondersteuning van initiatieven uit de wijk van partners, de Klankbordgroep en bewoners. In totaal is hiervoor € 2.000 per jaar begroot.

23/34

Doelstellingen Het deelplan Communicatie kende volgende doelstellingen: −

Initiatieven en resultaten van de aanpak door de gemeente en partners in de wijk zichtbaar maken (letterlijk en uit verhalen van bewoners)

−

Bewoners uitdagen om actief deel te nemen aan de verbetering van de leefbaarheid in hun eigen wijk

4.6.2

Evaluatie van het deelplan Communicatie

Succesfactoren Op basis van de evaluatie blijkt dat de volgende factoren van het deelplan Communicatie succesvol waren: Participatieplan uitgesplitst per deelplan Per deelplan is een participatieplan opgesteld en is vooraf bepaald welke mate van invloed bewoners of externe partners hadden op de planvorming. Hierdoor zijn vooraf heldere verwachtingen geschetst naar de betrokkenen.

Knelpunten Op basis van de evaluatie blijkt dat het deelplan Communicatie op de volgende punten in de knel kwam: Nieuwsbrieven niet afgestemd op/met buurtbewoners Ondanks het hoge informatiegehalte van de nieuwsbrieven, is een aantal respondenten van mening dat deze onvoldoende waren afgestemd op bewoners met een migratieachtergrond. De nieuwsbrieven zouden daarom onvoldoende gelezen worden. Een ander kritisch geluid is dat er geen wijkbewoners in de redactie van de nieuwsbrief zaten. Hierdoor voelde het volgens een aantal respondenten te veel als een nieuwsbrief van de gemeente in plaats van als een nieuwsbrief van de wijk. Stroperig proces en besluitvorming rondom nieuwsbrieven Verschillende betrokkenen omschrijven het proces tot het ontwikkelen van de nieuwsbrieven als stroperig en onduidelijk. De nieuwsbrieven zijn volgens hen met te veel betrokkenen en op een te hoog detailniveau afgestemd.

Deelconclusie Alle doelstellingen uit het deelplan Communicatie zijn gerealiseerd. Buurtbewoners zijn middels verschillende bijeenkomsten actief uitgedaagd om deel te nemen aan de verbetering van de leefbaarheid in hun wijk. Ook zijn initiatieven en resultaten van de wijkaanpak door de gemeente en partners in de wijk zichtbaar gemaakt. Echter waren de nieuwsbrieven die hieraan moesten bijdragen volgens verschillende respondenten onvoldoende op/met de buurtbewoners afgestemd en verliep de totstandkoming van deze nieuwsbrieven stroperig.

24/34

5 Conclusie In deze evaluatie blikken we terug op het proces van de wijkaanpak Smitsveen. We doen dit aan de hand van de vier bouwstenen; oriënteren, initiëren, ontwerpen en uitvoeren, genoemd in het theoretisch kader. 5.1

Oriëntatiefase

In de orientatiefase ligt de focus op het komen tot een passende en breed gedragen wijkaanpak. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de lokale kennis van bewoners, professionals en de cijfermatige context. Het college van B&W gaf in 2016 opdracht om te inventariseren met welke problematiek de wijk Smitsveen kampt, wat de oorzaken daarvan zijn en wat mogelijke oplossingen zijn om de leefbaarheid in de wijk te vergroten. Aanleiding vormde de jongerenoverlast in de wijk die veel media-aandacht had gekregen. De uitvraag van het college resulteerde in het rapport ‘Smitsveen: problemen in de wijk, of probleemwijk?’. De uitkomsten van dit rapport maakte de urgentie voor een wijkaanpak evident. Er is vervolgens een projectteam van start gegaan, bestaande uit beleidsadviseurs van het Sociaal Domein, Onderwijs en Veiligheid. Dit projectteam heeft met behulp van professionals de problematiek in de wijk nader in kaart gebracht en aanbevelingen geformuleerd voor een langetermijnaanpak. In het licht van het theoretisch kader en wat daarin vermeld staat over de te doorlopen stappen in de oriëntatiefase van een wijkaanpak, stellen wij dat binnen de context van Smitsveen een duidelijke urgentie was om aan de slag te gaan met de wijkaanpak.

Verschillende (wijk)analyses en nader onderzoek leidde tot meer grip op de opgaven die er lagen, waarbinnen de belangen van buurtbewoners en partners actief zijn meegenomen. 5.2

Initiatiefase

Als er consensus bereikt is over nut en noodzaak van een wijkaanpak wordt volgens Uyterlinde, Boutellier en de Meer (2021) in de initiatiefase invulling gegeven aan de belangrijkste randvoorwaarden voor een slagvaardige langjarige aanpak. De betrokken partijen worden in deze fase op één lijn gebracht. Voor de wijkaanpak Smitsveen geldt dat een projectorganisatie is geformeerd bestaande uit een stuurgroep, interne projectgroep en een projectgroep met ketenpartners, welke bestond uit een lokale coalitie van gemeente, woningcorporatie, politie en maatschappelijke organisaties. Daarnaast was in het uitvoeringsplan, wat kan worden beschouwd als het lokale contract van de wijkaanpak, aandacht voor belangrijke randvoorwaarden als planning, budget en risicomanagement.

25/34

Het uitvoeringsplan is uiteindelijk goedgekeurd door de gemeenteraad. In het licht van het theoretisch kader en wat daarin vermeld staat over de te doorlopen stappen in de initiatiefase van een wijkaanpak, stellen wij dat middels de opzet van projectorganisatie en het uitvoeringsplan is voldaan aan deze stappen. 5.3

Ontwerpfase

Na de initiatiefase volgt de ontwerpfase waarin een uitvoeringsprogramma en een passende organisatie-, participatie- en monitoringstructuur wordt opgesteld (Uyterlinde, Boutellier, de Meer, 2021). Het uitvoeringsprogramma bepaalt op basis van de visie hoe maatregelen de beoogde lange-termijn effecten kunnen opleveren. Voor de wijkaanpak Smitsveen geldt dat in het uitvoeringsplan veel aandacht was voor de organisatie- en participatiestructuur. In de ontwerpfase van de verschillende deelplannen hebben naast de stuurgroep, interne projectgroep en de projectgroep ketenpartners, ook onderwijspartijen en buurtbewoners uitgebreid deelgenomen aan de planvorming. Tevens zijn onderdelen uit het uitvoeringsplan over verloop van tijd bijgestuurd waardoor optimaal kon worden aangesloten bij de behoeften en wensen van de wijk. De participatie met inwoners is dan ook één van de voornaamste succesfactoren uit de evaluatie van de wijkaanpak Smitsveen. Voor de wijkaanpak Smitsveen geldt dat in het uitvoeringsplan in mindere mate aandacht was voor de monitoringsstructuur. In het uitvoeringsplan was afgezien van de tussenevaluatie geen verdere aandacht voor monitoring. Voor veel van de doelstellingen uit de deelplannen Sociaal en Criminaliteit geldt dat achteraf niet duidelijk is geworden of deze zijn behaald of niet.

Uytlerlinde, Boutellier en de Meer (2021) stellen tegerlijkertijd dat effecten van een wijkaanpak doorgaans pas na 10 jaar écht zichtbaar zijn. In het licht van het theoretisch kader en wat daarin vermeld staat over de te doorlopen stappen in de ontwerpfase van een wijkaanpak, stellen wij dat naar aanleiding van het ontbreken van een monitoringsstructuur ten dele is voldaan aan deze stappen. 5.4

Uitvoeringsfase

In de uitvoeringsfase worden de maatregelen en interventies ten uitvoering gebracht. Structurele afstemming tussen beleidsdomeinen en partijen kan volgens Uyterlinde, Boutellier en de Meer (2021) samenhang, betrokkenheid en continuïteit op lange termijn vergroten, zonder hiermee de organisatiestructuur langjarig in beton te gieten. Voor de wijkaanpak Smitsveen geldt dat in de uitvoeringsfase veel winst is behaald uit de projectgroep met ketenpartners. De projectgroep zou zelfs als ‘vliegwiel’ hebben gediend voor een betere samenwerking binnen de sociale basis van Soest. Ook het signaleringsoverleg (deelplan Criminaliteit), dat als voornaamste doel had om jongerenoverlast te voorkomen en te bestrijden, is een slagvaardig overleg gebleken.

26/34

De interne werkgroep miste binnen de samenwerking juist duidelijkheid ten aanzien van eenieders rol en verantwoordelijkeheid. Ook miste men binding met de wijkaanpak als geheel. Voor de professionals, welke zich bezighielden met verschillende activiteiten uit het deelplan Sociaal, was soms eveneens niet duidelijk waar de verantwoordelijkheid van de professional lag en waar die van de buurtbewoner. Binnen het deelplan Ruimte liep men er in de uitvoering (afdeling Realisatie) tegenaan dat plannen onvoldoende met hen werden afgestemd. Binnen het deelplan Communicatie liep men er in de uitvoering tegenaan dat een stroperig proces was gecreërd in de ontwikkeling van de nieuwsproducten. Tot slot valt uit de evaluatie op dat continuïteit een knelpunt is gebleken. Verschillende personeelswisselingen, zowel binnen als buiten de gemeente, hadden een negatief effect op het borgen van activiteiten van de wijkaanpak. In het licht van het theoretisch kader en wat daarin vermeld staat over de te doorlopen stappen in de uitvoeringsfase van een wijkaanpak, stellen wij dat, wegens de wisselende mate van samenhang, betrokkenheid en continuïteit, ten dele is voldaan aan deze stappen. 5.5

Financiën

Voor de wijkaanpak was een totaalbedrag begroot van €1.500.000. De gerealiseerde kosten binnen de duur van de wijkaanpak (2018 t/m 2022) bedroegen in totaal circa €1.000.000. Hiermee is ruim binnen het budget gebleven. De gerealiseerde kosten voor het deelplan Ruimte bedroegen in totaal €179.000 (2018 t/m 2022). Hiermee is net niet binnen de begroting van €175.000 gebleven. Voor de overige deelplannen is geen apart overzicht gemaakt van de gerealiseerde kosten. In 2023 en 2024 zijn de overgebleven middelen van de wijkaanpak (circa €500.000) geoormerkt beschikbaar gesteld voor de realisatie en borging van sociale projecten die al waren gestart tijdens de wijkaanpak Smitsveen. Voor de jaren 2023 en 2024 is daarmee een jaarlijks budget begroot voor de volgende doorlopende projecten: Project

Budget per jaar

Huiskamer (Balans)

€20.000

Buurtkeuken (Balans)

€16.500

Preventief plan (Balans)

€62.500

Inhuur communicatie

€26.000

Outreachend werk

€60.000

27/34

Leren van

€25.000

rolmodellen/community of practice Opvoedondersteuning

€30.000

Totaal

€240.000

28/34

6 Aanbevelingen Uit de evaluatie zijn verschillende aanbevelingen naar voren gekomen. In het onderstaande zetten we deze uiteen. 6.1

Projectmatig werken

Het uitvoeringsplan van de wijkaanpak Smitsveen is op een projectmatige manier uitgevoerd. Er is en projectplan opgesteld, een projectleider aangewezen en een projectorganisatie opgezet. Toch blijkt uit de evaluatie dat een aantal onderdelen van het projectmatig werken onvoldoende zijn uitgewerkt waardoor deze minder goed naar voren kwamen in de verschillende deelplannen. Een algemene aanbeveling is daarom dat het projectmatig werken in een volgende aanpak steviger opgezet kan worden. De verbeteringen in het projectmatig werken liggen in de volgende onderdelen: •

Helder maken van rollen, verantwoordelijkheden en verwachtingen;

•

Kosten uitsplitsen per deelplan;

•

Smart formuleren van:

•

o

Monitoring per project;

o

Monitoring van de borging;

Meetbaar maken van ervaringen van projectleden, betrokken en actoren.

Deze verbeteringen lichten we in het vervolg van dit hoofdstuk verder toe. Helder maken van rollen, verantwoordelijkheden en verwachtingen van projectgroepleden Uit de evaluatie is naar voren gekomen dat met name binnen de interne projectgroep eenieders rol, verantwoordelijkheid en bijbehorende verwachtingen onvoldoende helder waren. Hiervan was soms ook sprake onder partners die betrokken waren bij projecten gerelateerd aan het deelplan Sociaal. Vanuit afdeling Realisatie voelde men zich onvoldoende aangehaakt door beleid (sociaal domein, afdeling Samenleving) bij de projecten van het deelplan Ruimte. Binnen het deelplan Communicatie ervoer men een stroperig proces in de afstemming rondom nieuwsproducten. Bovenstaande knelpunten pleiten voor een heldere afbakening aan de voorkant van eenieders rol, verantwoordelijheid en verwachtingen binnen een project. Een zogeheten project start-up kan hierbij helpen. Gerealiseerde kosten uitsplitsen per deelplan De gerealiseerde kosten zijn, afgezien van het deelplan Ruimte, niet uitgeplist. Hierdoor is onduidelijkheid ontstaan over in welke mate per deelplan binnen de begroting is

29/34

gebleven. In het vervolg is het maken van dit onderscheid wenselijk. Smart formuleren hoe projecten worden gemonitord In het uitvoeringsplan is, afgezien van een tussenevaluatie, niets opgenomen over monitoring. Met name voor de deelplannen Sociaal en Criminaliteit geldt dat niet duidelijk is in welke mate de verschillende projecten nu hebben bijgedragen aan de doelstellingen, zoals het veiligheidsgevoel van buurtbewoners, het pedagogisch klimaat of het toekomstperspectief van jongeren. In het vervolg is het wenselijk om vooraf te formuleren (smart) hoe projecten worden gemonitord zodat in een later stadium duidelijk wordt in welke mate de projecten hebben bijgedragen aan de doelstelling. Smart formuleren hoe projecten worden geborgd Een belangrijk onderdeel van het opstarten van een project is het nadenken over de borging. Hoewel dat soms nog heel ver weg lijkt, is het belangrijk om daar zo vroeg mogelijk mee te beginnen. Uit de evaluatie blijkt dat de borging van de verschillende projecten niet op alle vlakken even goed is gelukt. In het vervolg is het daarom wenselijk om al in het deelplan te formuleren hoe de borging vorm krijgt. Meetbaar maken van ervaringen van projectleden, betrokkenen en actoren De huidige evaluatie is gebaseerd op kwalitatieve data afkomstig uit focusgroepen en interviews.

In een volgende wijkaanpak is het wenselijk om ook kwantitatieve data te verzamelen. Aan de hand van een enquête onder projectleden, betrokkenen en andere actoren kunnen eveneens waardevolle inzichten worden opgedaan. Onderzoek overlastmeldingen en veiligheidsgevoel bewoners Uit de evaluatie is gebleken dat de initiatieven om de ervaren overlast te verminderen en het veiligheidsgevoel te vergroten, zijn gerealiseerd. Wegens een gebrek aan recent onderzoek blijft het echter lastig om te concluderen of deze initiatieven daadwerkelijk hebben geleid tot minder ervaren overlast of een vergroot gevoel van veiligheid. Onderzoek naar overlastmeldingen en het veiligheidsgevoel onder de buurtbewoners is daarom wenselijk. Bestuurlijke draagkracht De bestuurlijke verantwoordelijkheid van de wijkaanpak Smitsveen werd over de gehele periode door één wethouder gedragen. Echter oversteeg de wijkaanpak meerdere domeinen. In een volgende wijkaanpak wordt het wenselijk geacht om meerdere wethouders te betrekken. Geef vervolg aan de wijkaanpak Smitsveen In het artikel van Uytlerlinde, Boutellier en de Meer (2021) wordt gesteld dat de effecten van een wijkaanpak doorgaans pas na 10 jaar echt zichtbaar zijn.

30/34

De wijkaanpak in Smitsveen, die een looptijd had van 4 jaar (2018 tot en met 2022), heeft in die periode mooie resultaten opgeleverd. Het advies luidt dan ook om een passend vervolg te geven aan de wijkaanpak voor de komende jaren.

31/34

7 Literatuurlijst 7.1

Rapporten ▪

Rapport ‘Smitsveen: problemen in de wijk, of probleemwijk?’, 5 oktober 2016

▪

Tussenevaluatie Smitsveen, 2016, 2019 en 2022

▪

Plan van aanpak, aan de slag in Smitsveen, 15 februari 2017

▪

Preventief plan aan de slag in Smitsveen, 15 maart 2017

▪

Uitvoeringsplan Smitsveen, 31 augustus 2017

▪

Uyterlinde, M., Boutellier, H., & De Meere, F. (2021). Perspectief bieden: Bouwstenen voor de gebiedsgerichte aanpak van leefbaarheid en veiligheid kwetsbare gebieden. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut

▪

Wijkprofielen Soest, Verwey Jonker Instituut, 2023

▪

Veiligheidsmonitor 2017, I&O Research, 2017

▪

Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein, gemeente Soest, 2018

▪

Integrale Visie Sociaal Domein, gemeente Soest, 2024-2028

7.2

Nieuwsartikelen ▪

Soest pakt alles aan in Smitsveen, Algemeen Dagblad, 21 september 2017, https://www.ad.nl/amersfoort/soest-pakt-alles-aan-in-smitsveen~a318deb1/

▪

Nieuwe buurtkeuken voor flatwijk in Soest, De Stentor, 3 maart 2019, https://www.destentor.nl/amersfoort/nieuwe-buurtkeuken-voor-flatwijk-insoest~a5bfd542/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F&cb=8ed8ea 31956f51c441dbc8119cba18a8&auth_rd=1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=1575a186-a1fc-4514-a799-98ed406fa674