3. Bijlage A Huisvestingsverordening 2025-1 (4)
Tekst van het document
Zie het concept van de Regeling versterking regie volkshuisvesting
51
4. Het moet gaan om beroepen waarbij het vereist is dat werknemers binnen een bepaald tijdsbestek op het werk moeten zijn en waarbij het dus noodzakelijk is om binnen de gemeente te wonen én te werken. 5. Tot slot moet het binnen de sectoren gaan om uitvoerende beroepen die in de praktijk staan. De beroepen in de aangewezen sector moeten bijvoorbeeld in daadwerkelijk contact staan met de cliënt, met inwoners of met leerlingen. Denk hierbij aan de zogenaamde ‘handjes aan het bed’ of de ‘ogen en oren op straat’. Binnen de gemeente Soest is de Brandweerzorg gericht op het verlenen van hulp bij branden, ongevallen, incidenten met gevaarlijke stoffen en waterongevallen, alles binnen een tijdsbestek van 8 minuten. Dit is noodzakelijk om mensen, dieren (in levensbedreigende situaties) en gebouwen te kunnen redden bij calamiteiten. Naast deze kernactiviteiten is de brandweer ook betrokken bij reanimaties van patiënten met hartfalen. Ze start snel een professionele reanimatie op en biedt tijdige zorg ter ondersteuning van de ambulancedienst. Hierdoor is de brandweer een vitaal beroep dat een onschatbare bijdrage levert aan de veiligheid van Soest en haar inwoners. In Soest wordt brandweerzorg geleverd vanuit twee posten (Soest en Soesterberg) door ongeveer 70 vrijwilligers.
Deze vrijwilligers wonen en/of werken in de directe omgeving van de kazerne, zodat zij bij incidenten, middels een pieper, opgeroepen kunnen worden. Uit een onderzoek van het CBS in 2019 blijkt dat de tekorten groot zijn in de brandweer, ook in de veiligheidsregio Utrecht. Navraag bij de commandanten werkzaam in de gemeente Soest, blijkt deze situatie sinds 2019 niet te zijn verbeterd. Op basis van wijzigingen in de Huisvestingswet kan brandweer o.b.v. ‘cruciaal beroep’ voorrang krijgen. Deze zou dan vallen onder het artikel waarmee economische en maatschappelijke binding is geregeld. Alleen is dit voor de corporatie niet goed uitvoerbaar in de implementatie van Woningnet, mede omdat Soest met deze toevoeging lokaal afwijkt van de regionale modelverordening. Artikel 3.2.10 Bij het opstellen van de hardheidsclausule is rekening gehouden met aanwijzing 76 uit de VNG-uitgave “100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever, vierde, herziene editie 2023”. De hardheidsclausule noemt, ter voorkoming van verboden ‘blanco delegatie’, de specifieke bepalingen waar burgemeester en wethouders bij het gebruiken van de hardheidsclausule van af kunnen wijken. Deze hardheidsclausule maakt het mogelijk om af te wijken van het eerste lid in de artikelen 3.1.2. en 3.1.3..
Dit maakt dat er toch een urgentie kan worden verleend ook al voldoet een woningzoekende niet aan de eisen van de urgentie categorieën uit paragraaf 3.2. 52
2.4. Hoofdstuk 4 Standplaatsen voor woonwagens
Dit hoofdstuk gaat in op de toewijzing van standplaatsen. Voor sommige gemeenten zal dit buiten de verordening vallen als in artikel 2.1.1 daarvoor is gekozen. Niet alle gemeenten nemen toewijzingsbeleid op in hun verordening, dit kan ook in aanverwant beleid worden opgenomen. Bij dit deel is het voeren van verschillend beleid tussen gemeenten niet erg aangezien het gaat om kleine aantallen en een specifiek aanbod en doelgroep en de omvang van het aanbod en de doelgroep (sterk) verschilt tussen gemeenten. Urgentie is niet geldig in dit deel van de woningvoorraad, omdat er dermate weinig aanbod is en dit aanbod door de krapte beschikbaar moet blijven voor de doelgroep. Schaarste onderzoek (woonwagen)standplaatsen Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat de woonwagencultuur een vorm van cultureel erfgoed is, die bescherming verdient op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (recht op respect voor privéleven, gezinsleven en woning). Gemeenten hebben daarmee niet alleen de bevoegdheid, maar ook een zekere positieve verplichting om de instandhouding van deze cultuur mogelijk te maken. Dit betekent onder meer dat bij het opstellen en uitvoeren van beleid met betrekking tot standplaatsen rekening gehouden dient te worden met de specifieke leefwijze en tradities van woonwagenbewoners.
De gemeente Soest beschikt momenteel over 25 standplaatsen voor woonwagens. Van deze standplaatsen zijn er op dit moment 3 niet in gebruik, in afwachting van een besluit van de gemeenteraad over het brandveilig gebruik van de betreffende locatie. Op de wachtlijst voor een standplaats staan op dit moment 16 woningzoekenden ingeschreven. Hiervan zijn 13 personen woonachtig binnen de woningmarktregio, waaronder 6 personen die momenteel binnen de gemeentegrenzen wonen. Dit duidt op een aanzienlijke lokale binding van een groot deel van de woningzoekenden. Van de overige woningzoekenden is een aantal familie van de bewoners die reeds op de locatie in Soest wonen. De gemiddelde inschrijftijd voor een standplaats bedraagt meer dan 15 jaar. Deze wachttijd loopt op, zolang er geen standplaatsen aangeboden worden. Deze gemiddelde inschrijftijd is beduidend hoger dan de gemiddelde inschrijfduur voor reguliere sociale huurwoningen in de gemeente, waarmee sprake is van een relatief en absoluut tekort. De wachttijd vormt een significante belemmering voor toegang tot passende huisvesting voor deze doelgroep. Op basis van de beschikbare gegevens wordt geconcludeerd dat er binnen de gemeente sprake is van aantoonbare schaarste aan standplaatsen voor woonwagens. Deze schaarste is zowel kwantitatief (beperkt aanbod) als kwalitatief (langdurige wachttijden, lokale binding) van aard.
De situatie rechtvaardigt het opnemen van regels in de Huisvestingsverordening die gericht zijn op een rechtvaardige en doelmatige verdeling van standplaatsen, waarbij
53
prioriteit wordt gegeven aan woningzoekenden met een aantoonbare lokale binding.
Paragraaf 4.1 Huisvestingsvergunning voor standplaatsen Artikel 4.1.1 Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 4.1.2 Dit artikel bevat aanvullende begripsomschrijvingen. Het begrip ‘standplaats’ wordt gedefinieerd in artikel 1 van de Huisvestingswet 2014 en is daarom hier niet nogmaals gedefinieerd. Artikel 4.1.3 In dit artikel wijst de gemeenteraad de huisvestingsvergunningplichtige woonruimte – hier specifiek: standplaatsen – aan. Verder is tot uitdrukking gebracht dat het verbod om zonder daartoe strekkende huisvestingsvergunning de hier aangewezen standplaats in gebruik te geven of te nemen, in artikel 8 van de Huisvestingswet 2014 staat.
Paragraaf 4.2 Aanvragen, verlenen en weigeren van de huisvestingsvergunning voor standplaatsen
Artikel 4.2.1 In het eerste lid wordt aangegeven waar de huisvestingsvergunning aangevraagd dient te worden en dat burgemeesters en wethouders hiervoor een formulier kunnen vaststellen. In het tweede lid is aangegeven, welke informatie in ieder geval met de aanvraag wordt ingediend. Artikel 4.2.2 In dit artikel is de categorieën woningzoekenden aangewezen die in aanmerking komt voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning. Door de aanwijzing van deze categorieën woningzoekenden geeft de gemeenteraad uitvoering aan artikel 10, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014. Artikel 4.2.3 In het eerste lid van dit artikel wordt aangegeven, dat burgemeester en wethouders beslissen over het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van de huisvestingsvergunning. Dit is overeenkomstig de normale, in de Gemeentewet geregelde, verdeling van bevoegdheden over de bestuursorganen van de gemeente. Het tweede lid geeft aan, in welke gevallen burgemeester en wethouders de huisvestingsvergunning in ieder geval weigeren. Daarmee geeft het tweede lid uitvoering aan artikel 9 van de Huisvestingswet 2014. Artikel 4.2.4 Dit artikel bepaald wat er tenminste in een huisvestingsverordening vermeld moet staan. Het tweede lid benoemt de mogelijkheid, van artikel 19 van de 54
Huisvestingswet 2014, om een mandaat te geven om huisvestingsvergunning te verlenen. Dit mandaat kan enkel aan woningwoningcorporaties worden gegeven.
Paragraaf 4.3 Inschrijving van woningzoekenden en bekendmaken van het aanbod
Artikel 4.3.1 Dit artikel bevat regels voor de inschrijving van woningzoekenden die in aanmerking willen komen voor een standplaats. Die inschrijving vindt plaats in het door de woningcorporaties gezamenlijk ingerichte digitale platform. Artikel 4.3.2 Gedurende deze termijn gaat de verhuurder niet tot selectie van de beoogde huurder over. Het is namelijk belangrijk, dat de woningzoekenden die gelet op artikel 4.4.1, voorrang hebben bij de verlening van een huisvestingsvergunning, voldoende kans hebben om op de aangeboden standplaats te reageren en om als beoogd huurder geselecteerd te worden. Het tweede lid stelt meer inhoudelijke eisen aan het aanbod van de standplaats. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan artikel 20 van de Huisvestingswet 2014. Het vierde lid geeft burgemeester en wethouders de mogelijkheid om over bepaalde onderwerpen nadere regels te stellen.
Paragraaf 4.4 Volgorde waarin woningzoekenden voor een standplaats in aanmerking komen
Artikel 4.4.1 Algemene volgordebepaling Dit artikel beschrijft hoe bepaald wordt, in welke volgorde de woningzoekenden in aanmerking komen voor de huisvestingsvergunning voor een standplaats. Tot deze volgorde is in samenspraak met woningzoekenden uit de doelgroep in de gemeente Amersfoort gekomen. Artikel 4.4.2. Specifieke volgordebepaling Dit artikel vult de volgordebepaling binnen groepen aan. Bij twee kandidaten wordt de woning toegewezen op basis van de hoogste leeftijd (in het geval van kinderen en kleinkinderen van de bewoner die de standplaats achterlaat) en/of de langste inschrijfduur (in de overige gevallen en bij gelijke leeftijd).
2.5. Hoofdstuk 5 Overige bepalingen Paragraaf 5.1 Bestuurlijke boete
Artikel 5.1.1 Dit artikel regelt het door het college van burgemeester en wethouders opleggen van een bestuurlijke boete wegens het zonder huisvestingsvergunning in gebruik geven of nemen van aangewezen woonruimte. Gelet op artikel 35 van de Huisvestingswet 2014 stelt de gemeenteraad in de huisvestingsverordening het bedrag (dus: de hoogte) van de bestuurlijke boete vast. Dit gebeurt in het tweede en derde lid van artikel 5.1.1.
55
Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.1 Dit artikel bevat overgangsrechtelijke regels. Is een aanvraag ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening, maar is daar na inwerkingtreding nog niet op beslist? Dan past het college van burgemeester en wethouders bij de beslissing op die aanvraag deze verordening toe. Bij de behandeling van bezwaar of beroep tegen een besluit dat is genomen met de toepassing van de vorige verordening, blijft het oude recht van toepassing. Urgentieverklaringen die voor inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend, blijven (voor zover zij nog gelden) van kracht: zij worden gelijkgesteld met urgentieverklaring die zijn afgegeven met toepassing van deze verordening. Artikel 5.2.2 Dit artikel behoeft geen toelichting.
56