3. Bijlage 2 Overzicht opvolging aanbevelingen rekenkamercommissie
Tekst van het document
Overzicht opvolging aanbevelingen rekenkamercommissie (Vastgesteld door het college van B en W op 1 juni 2023)
Op 1 december 2022 nam de raad een motie aan met de strekking om de raad voortaan voorafgaand aan de kadernota te voorzien van een geactualiseerd en geprioriteerd overzicht van de voortgang op de overgenomen aanbevelingen van de rapporten van de rekenkamercommissie. Het gevraagde overzicht treft u hierbij aan. Het overzicht bevat de onderzoeken van de rekenkamercommissie vanaf 2018 tot heden. Per onderzoek is weergegeven: • • •
Het besluit van de raad De bestuurlijke aanbevelingen Voortgang/stand van zaken
De volgende onderzoeken zijn opgenomen: • • • • • • • • •
Quickscan sportbeleid (2022) Toegankelijkheid digitale dienstverlening (2022) Onderzoek Jeugdzorg (Soester jeugd geholpen?) (2021) Fietsstimuleringsbeleid (Soest op de fiets) (2021) Jongerenoverlast (Minder overlast, meer overleg) (2020) Afhandeling klachten, bezwaren en meldingen (De burger goed gehoord)(2020) Functioneren en presteren RMN (2019) Doeltreffendheid BBS (2018) Rapportage duurzaamheidsbeleid (2018)
Quickscan Sportbeleid (2022) Besluit raad 1. De conclusies van de quickscan sportdeelnamebeleid in de periode 2017-2022 vast te stellen. 2. De aanbevelingen van de rekenkamercommissie te verwerken in de nog op te stellen sportnota. 3. Het fractievoorzittersoverleg opdracht te geven om de bespreking van het onderwerp ‘verwevenheid tussen samenleving en politiek’ voor een bespreking door de raad voor te bereiden. Bestuurlijke aanbevelingen Aanbeveling 1 Maak een integrale visie gericht op sport en bewegen in de openbare ruimte met strategische doelen die SMART geformuleerd zijn. Koppel het accommodatiebeleid aan de gestelde doelen (denk aan de betekenis van sportdeelname voor gezondheid bijvoorbeeld met een gezonde sportkantine en aandacht voor specifieke doelgroepen of de maatschappelijke rol die de gemeente heeft). Speel hierbij in op de speerpunten (kansen) uit het sportakkoord, voeg dat samen met het preventieakkoord voor een samenwerking met andere domeinen. Voortgang/stand van zaken: Op dit moment wordt gewerkt aan genoemde sportvisie (sportnota genoemd). Planning is dat deze medio 2023 gereed is voor besluitvorming. In deze nota worden naast de ambities en voorstellen voor de toekomstige sportinfrastructuur ook de ambities vanuit het sportakkoord, zoals bijvoorbeeld een sociaal veilige sport, vitale sportaanbieders en inclusief sporten en bewegen beschreven.
1
Hierbij wordt zoveel als mogelijk de integrale samenwerking gezocht met andere beleidsterreinen, zowel bij de totstandkoming van de nota als bij de uitvoering. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de Brede Spuk. Aanbeveling 2 Continueer de buurtsportcoachregeling. Voortgang/stand van zaken: De Brede Regeling Combinatiefuncties (de buurtsportcoachregeling) maakt thans, net als een aantal andere regelingen, onderdeel uit van de Brede Spuk en is verlengd tot en met 2026. De inzet van deze functionarissen hangt samen met de doelen die zijn afgesproken in programma’s zoals het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA.) De gemeente heeft ingetekend op deze nieuwe Brede Spuk en hiermee impliciet aangegeven de buurtsportcoachregeling te willen continueren. De komende periode wordt gewerkt aan de concrete uitwerking/plannen voor deze Brede Spuk. Aanbeveling 3 Zet in op monitoring van het beleid gerelateerd aan de strategische doelen die u gaat stellen. Gebruik de rode draad uit de monitoring voor het bijstellen van de beleid(sdoelen). Voortgang/stand van zaken: In de sportnota wordt aandacht besteed aan evaluatie en monitoring, zowel van het gevoerde beleid als van het te voeren beleid. Dit onderdeel wordt op dit moment verder uitgewerkt.
Aanbeveling 4 Draag zorg voor een vertegenwoordiging van de gehele sport- en beweegsector bij de beleidsvoorbereiding, beleidsuitvoering en beleidsevaluatie. Voortgang/stand van zaken: Op dit moment zijn wij bezig om te kijken of wij vanuit het Kernteam Sportakkoord kunnen komen tot een breder Kernteam. Naast vertegenwoordigers van de lokale sportsector kijken wij ook of vertegenwoordiging vanuit maatschappelijke organisaties (welzijn, gezondheidszorg en onderwijs) mogelijk is. Ook in de nieuw op te stellen sportnota wordt hier nader op ingegaan. Aanbeveling 5 Stuur aan op accommodatievisie en afwegingskader accommodatiebeleid Voortgang/stand van zaken: Op dit moment werken wij samen met een adviesbureau aan het in kaart brengen van de toekomstige benodigde capaciteit aan buiten- en binnensportvoorzieningen en openbare ruimte (speelen beweegruimte). Aan de hand van deze uitkomsten zal nader aandacht besteed worden aan een afwegingskader sportaccommodaties.
Toegankelijkheid digitale dienstverlening (2022) Besluit raad 1. De conclusies van het onderzoek vast stellen, namelijk dat: •
De gemeente voldoet aan de toegankelijkheidseisen van het Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid overheid. Dit besluit is primair ontwikkeld om te garanderen dat digitale vormen van dienstverlening bereikbaar en bruikbaar blijven voor inwoners met een beperking en digitaal minder vaardige inwoners.
2
• •
Bij de digitale toegankelijkheid van de dienstverlening wordt niet structureel aandacht besteed aan inwoners met een beperking en digitaal minder vaardige inwoners. Uit de klantreizen kwam naar voren dat de toegankelijkheid van de digitale dienstverlening voor verbetering vatbaar is.
2. De aanbeveling van de rekenkamercommissie over te nemen namelijk dat: •
De raad inzicht zou moeten krijgen in de mate waarin de doelstellingen ten aanzien van die dienstverlening zoals genoemd in het visiedocument van 2017 zijn gerealiseerd en voor deze raadsperiode actuele doelstellingen ten aanzien van inclusieve (digitale) dienstverlening te benoemen. In deze doelstellingen dient specifiek rekening gehouden te worden met de brede groep van inwoners met een beperking en digitaal minder vaardige inwoners.
3. De Agendacommissie de opdracht te geven het onderwerp dienstverlening samen met het college van B en W voor te bereiden en te agenderen in het eerste kwartaal van 2023. Bestuurlijke aanbevelingen Aanbeveling 1 Inwoners met een beperking en digitaal minder vaardig meer betrekken bij klantreizen en onderzoeken. Voortgang/stand van zaken: Naast het reguliere onderzoek naar de klanttevredenheid gaan we vanaf deze zomer ieder jaar ook bij inwoners met een beperking vragen naar de beleving van de website. De resultaten nemen we mee om de website verder te verbeteren. Aanbeveling 2 Voor complexe diensten als WMO-aanvraag of omgevingsvergunning op de website een actievere ondersteuning bieden aan inwoners. Voortgang/stand van zaken: De pagina’s voor WMO-aanvragen zijn vernieuwd. Daarbij is ook expliciet de mogelijkheid opgenomen via andere kanalen contact op te nemen (telefoon of soms ook via huisarts), afhankelijk van het onderwerp. Hulp, zorg, werk en inkomen | Gemeente Soest. Ook de zoekfunctionaliteit is uitgebreid zodat onderwerpen beter vindbaar zijn. Aanbeveling 3 (raad) Actuele doelstellingen ten aanzien van inclusieve (digitale) dienstverlening benoemen. Voortgang/stand van zaken: Op 11 mei zijn wij met de raad in gesprek over de gewenste ambitie voor dienstverlening. Daarnaast voeren we binnen de organisatie het gesprek hoe de dienstverlening verder verbeterd kan worden.
Op basis van deze input gaan we doelstellingen formuleren en verbeterslagen implementeren.
3
Onderzoek Jeugdzorg (Soester jeugd geholpen?) (2021) Besluit raad De conclusies van het onderzoek vast stellen, namelijk dat: •
•
De gemeente Soest een gedateerd beleid kent met doelen die een sterk open-einde karakter hebben. Op basis van de kengetallen en monitorinformatie die beschikbaar is, wordt geconcludeerd dat Soest (nog) niet alle doelen bereikt. Uit de cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat een ruime meerderheid van de jongeren en/of hun ouders/verzorgers tevreden is over de ondersteuning die zij ontvingen. Een analyse van de wachtlijsten van een aantal grotere zorgorganisaties maakt duidelijk dat de gemiddelde wachttijd in Soest korter is dan elders.
Bestuurlijke aanbevelingen Voor de raad: • • •
Vaststellen nieuwe Strategische Agenda Stel duidelijke kaders vast Bepaal als gemeenteraad wat nodig is.
Voor het college: • •
Evaluatie huidige Strategische Agenda Verbeter informatiehuishouding.
Voortgang/stand van zaken Herijking visie De huidige Strategische Agenda Sociaal Domein uit 2016 is gedateerd. De wens om de huidige Strategische Agenda was al aanwezig binnen de gemeente Soest. In 2022 is intern geëvalueerd welke zaken uit de huidige Strategische Agenda interessant zijn voor onze nieuwe Visie Sociaal Domein. In september 2022 is een Startnotitie Sociaal Domein vastgesteld. Vervolgens is in januari 2023 het Plan van Aanpak voor de nieuwe Visie Sociaal Domein vastgesteld. Dit heeft geleid tot een participatietraject met inwoners en maatschappelijke partners in maart en april 2023. Hierbij hebben wij ons laten adviseren door onze Inwonersparticipatieraad. De planning is om voor het zomerreces de nieuwe visie gereed te hebben en deze in het najaar 2023 te hebben vastgesteld. Deze nieuwe visie moet leiden tot nieuwe duidelijke kaders voor het sociaal domein voor de komende jaren. Informatiehuishouding Het verbeteren van onze informatiehuishouding is een aandachtspunt. Wij willen zoveel mogelijk kunnen sturen op actuele data en ontwikkelingen. In de afgelopen begroting is een voorstel gedaan een data-analist te gaan werven die onze beleidsafdeling hierbij kan ondersteunen. Hiermee verbeteren we onze monitoring en informatiehuishouding.
4
Fietsstimuleringsbeleid (Soest op de fiets) (2021) Besluit raad •
•
De conclusies van het onderzoek vast stellen: o Met betrekking tot de doelstelling ten aanzien van het aandeel verplaatsingen per fiets kan niet vastgesteld worden of het beleid doeltreffend is. De voorgenomen wijze van monitoren kan niet gebruikt worden om de voortgang op de doelstelling te monitoren. Daardoor is de gemeente Soest in de periode 2014-2020 niet in staat geweest om te beoordelen of de gemeente op koers lag ten aanzien van dit doel. Het alternatieve monitoringskader dat in dit onderzoek gebruikt is geeft een indicatie dat Soest niet op weg is om de doelstelling te halen. o De getroffen maatregelen in de periode 2014-2020 zijn te kleinschalig om daadwerkelijk een verschil te maken. Het beschikbare budget is in de periode 2014-2020 ontoereikend geweest om een schaalsprong te maken die nodig is om het aandeel fiets te verhogen, zeker binnen de randvoorwaarde om het autogebruik niet te ontmoedigen. o Tegelijk geldt dat in de komende jaren een aantal belangrijke regionale fietsroutes gerealiseerd zullen worden, op basis van inspanningen en investeringen uit de periode 2014-2020. Mogelijk leiden deze tot een hoger gebruik van de fiets. Eventuele effecten van deze uitbreidingen in fietsroutes kunnen pas in de komende jaren vastgesteld worden.
Deze investeringen in infrastructuur zijn naar verwachting effectiever wanneer deze vergezeld gaan van vraagbeïnvloedingsmaatregelen. o De doelstelling ten aanzien van het hanteren van fietsparkeernormen is deels gerealiseerd. Er zijn fietsparkeernormen vastgesteld, die worden gehanteerd bij nieuwe ontwikkelingen. Bij bestaande voorzieningen worden deze fietsparkeernormen echter maar in beperkte mate gehanteerd. Het college van B en W te verzoeken een mobiliteitsvisie voor behandeling in de gemeenteraad voor te bereiden. Nadrukkelijk aandachtspunt is het formuleren van SMART doelen, zodat er ook zinvol kan worden gemonitord.
Bestuurlijke aanbevelingen Aanbevelingen raad •
• • • • •
•
Zet in op samenhangend fietstimuleringsbeleid met strategische doelen en maatregelen voor meerdere jaren, waarbij de maatregelen een duidelijke relatie hebben met de strategische doelen. Bezie de diverse vervoersmodaliteiten (auto, fiets, bus, etc.) in relatie tot elkaar in mobiliteitsbeleid zodat realistische doelen geformuleerd kunnen worden. Werk (nieuwe) doelen SMART uit en geef bij elke maatregel goed onderbouwd aan in welke mate deze bijdraagt aan de doelen. Zorg dat beschikbare middelen, zowel qua capaciteit als qua financiën, beter aansluiten bij de gestelde strategische doelen. Zet in op monitoring van de maatregelen, gerelateerd aan de strategische doelen. Gebruik daarbij indicatoren die hanteerbaar zijn. Verzoek het college om over de maatregelen te rapporteren in de reguliere P&C cyclus, naast het verantwoorden van de uitgevoerde projecten in het kader van de “inzet op het stimuleren fietsgebruik”. Fietsbeleid wordt steeds meer een regionale opgave. Laat het beleid en het uitvoeringsprogramma zoveel mogelijk aansluiten bij regionale ambities, bijvoorbeeld bij de ambities die de provincie hanteert ten aanzien van het regionale fietsbeleid.
5
Aanbevelingen college • •
Maak een uitvoeringsprogramma voor meerdere jaren. Voer de maatregelen uit in samenwerking met de verschillende clusters binnen de afdeling Ruimte en breng samenhang aan binnen de verschillende gemeentelijke programma’s. Zo kan de geplande inzet op gedragsbeïnvloedingsmaatregelen in het programma Energietransitie een waardevolle bijdrage zijn in de strategische doelen voor fietsgebruik.
Voortgang/stand van zaken De aanbevelingen pakken we zoals eerder toegezegd op in het Omgevingsprogramma mobiliteit (voorheen de mobiliteitsvisie). Daarin bekijken we hoe de verschillende vervoersmodaliteiten (auto, fiets, lopen, openbaar vervoer) zich tot elkaar verhouden en zorgen we voor een nieuw fietsbeleid dat ook samenhang heeft met de andere omgevingsprogramma’s in het fysieke domein (wonen, werken, energietransitie, groen en water). De regionale ambitie en het Regionaal Fietsplan Soest maken onderdeel uit van de kaderstelling van het programma. Bij het Omgevingsprogramma mobiliteit komt ook een uitvoeringsprogramma waarin we maatregelen prioriteren en koppelen aan de doelen van het programma. Het monitoringsplan werken we tot slot uit aan de hand van indicatoren. Daarmee nemen we de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek volledig op in dit programma.
Jongerenoverlast (Minder overlast, meer overleg) (2020) Besluit raad De conclusies van het onderzoek vast stellen: 1. De gemelde overlast van jongeren in Soest neemt sinds 2017 af en bevindt zich nu op het niveau van de referentiegemeenten 2. Beleid jongerenoverlast is verankerd in lokaal beleid inclusief samenhang met andere beleidsterreinen en regionaal veiligheidsbeleid 3. Korte lijnen, snelle interventies en voldoende capaciteit zorgen voor een sterk verbeterde uitvoering van de aanpak van jongerenoverlast 4. Overlastmelders hebben vooral contact met de politie en vinden het lastig om zelf tot oplossingen met de jongeren te komen 5. Jongeren hebben vooral behoefte aan plekken waar ze buurtbewoners niet storen en staan open voor gesprekken met de buurtbewoners 6. Bewoners en jongeren vinden elkaar nog niet om samen tot oplossingen te komen, dat wordt ook niet zichtbaar ondersteund door de ketenpartners 7. Nog te ontwikkelen schakel in de aanpak is het voortgezet onderwijs 8. Aanbevelingen rekenkamercommissie 2013 grotendeels overgenomen Bestuurlijke aanbevelingen 1: Ondersteun de dialoog tussen bewoners en jongeren door de gemeente en haar partners. 2: Betrek het voortgezet onderwijs als netwerkpartner bij de aanpak van jongerenoverlast 3: Zorg voor snelle besluiten over gezamenlijke oplossingen die door bewoners en jongeren worden bedacht.
Voortgang/stand van zaken Naar aanleiding van de kjoeps heeft er één bijeenkomst met omwonenden en jongeren plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomst ontstond wederzijds begrip. Vlak voor de coronaperiode werden pizzaoverleggen gepland met omwonenden en jongeren van hotspots waarbij veel overlast werd ervaren. Deze konden door corona niet doorgaan. Na de coronaperiode zijn er geen hotspots meer geweest waarbij pizza-avonden konden worden ingezet. Er is tot op heden één locatie geweest met ernstig
6
jeugdoverlast, maar deze locatie leende zich, gezien de heftigheid van de overlast, hier niet voor. Hier is wel bestuurlijk ingegrepen. Als er in de loop naar de zomer weer hotspots ontstaan met jongerenoverlast, willen we weer pizza-overleggen inzetten. Jongerenwerkers van Stichting Balans zijn 32 uur per week aanwezig op het voortgezet onderwijs met Schooljongerenwerk. Signalen van jongerenoverlast op en rondom op school worden door hen, de wijkagent en/of handhaving van de gemeente opgepakt. Daarnaast heeft het Jeugdteam van de gemeente Soest een contactpersoon voor het voortgezet onderwijs. Tot slot zijn twee veiligheidsadviseurs van de gemeente in gesprek geweest met de directeur van het Griftland, waarbij werd afgesproken korte lijnen te houden. In de afgelopen jaren zijn drie kjoeps geplaatst, waarvan er één op last van de rechter weer werd verwijderd, na een bezwaarprocedure van direct omwonenden. Twee nieuwe kjoeps zijn dinsdag 2 mei geplaatst. Ook bij deze nieuwe kjoeps wordt gekeken naar de meldingen van jongerenoverlast. Wanneer deze toenemen, wordt er een contactmoment georganiseerd met omwonenden en jongeren die de kjoep gebruiken.
Afhandeling klachten, bezwaren en meldingen (De burger goed gehoord)(2020) Besluit raad 1. De conclusies van het onderzoek vast stellen, conform hoofdstuk 5 van het rapport. 2. Met betrekking tot de nog resterende aanbevelingen (overige zijn overgenomen door het College van B&W), niet overnemen van: a. Invulling rol klachtencoördinator b. Rapporteren over meldingen openbare ruimte Bestuurlijke aanbevelingen •
Algemene aanbevelingen aan het college
Aanbevelingen met betrekking tot klachten 1. Verbeter de definitie en registratie van klachten. 2. Versterk de rol van de klachtencoördinator en heb daarbij oog voor de aandachtspunten die in dit rapport zijn benoemd op gebied van het jaarverslag, het overzicht over de klachten en de onafhankelijkheid van de klachtenfunctionaris tijdens de afhandeling daarvan. Voortgang/stand van zaken: Op de website van de gemeente Soest is de definitie en registratie van klachten verbeterd. Samen met de heldere toelichting op het proces kan de melder relatief eenvoudig zijn/haar klacht indienen bij de gemeente Soest. De rol en met name het onderscheid tussen de klachtencoördinator en de gemeentelijke ombudsman is beter beschreven in dit proces. De jaarverslagen zijn inzichtelijker gemaakt door de klachten onder te verdelen naar categorie en teams en op basis van deze analyse te voorzien van heldere aanbevelingen. NB De aanbeveling over de invulling van de rol van klachtencoördinator is niet overgenomen. Aanbevelingen met betrekking tot bezwaren 1. Verbeter de leesbaarheid van de initiële besluiten en zorg voor voldoende en duidelijke motivering van de toe- of afwijzing. Handel de bezwaarschriften binnen de vastgestelde termijn af.
7
2. Voor het afhandelen van de belastingbezwaren is het belangrijk dat er werkbeschrijvingen komen. Dit kan parallel aan het implementeren van het nieuwe belastingpakket opgepakt worden. 3. Informeer de gemeenteraad over de aantallen bezwaren, de wijze van afdoening en of - en in welke mate - aan het bezwaar tegemoet is gekomen. Voortgang/stand van zaken De initiële besluiten zijn verbeterd qua leesbaarheid. Juridisch taalgebruik blijft nodig om het besluit correct te kunnen duiden. Dit komt veelal de leesbaarheid niet ten goede. De bezwaarschriften worden gemiddeld in 75% van de gevallen binnen het vastgestelde termijn afgehandeld. Jaarlijks worden de behaalde ‘termijnen beslissing op bezwaar’ in het jaarverslag van de bezwaarschriftencommissie gerapporteerd. Op de website van de gemeente Soest is de informatie voor het indienen van een ‘bezwaar gemeentelijke belastingen’ verbeterd. Inzicht in de vervolgprocedure is hierbij duidelijk vermeld. Voor het afhandelen van bezwaren gemeentelijke belastingen zijn interne werkprocessen beschreven. Jaarlijks wordt er door het cluster Belastingen gestuurd op het aantal bezwaren en de afdoening ervan. Deze technische gegevens worden intern gebruikt om te kunnen sturen binnen de planning-en-controlcyclus. Aanbevelingen met betrekking tot meldingen openbare ruimte 1. Wees consistent in de registratie van de meldingen.
Dit vergroot de bruikbaarheid van de registratie voor analyse en bijsturen. 2. Stroomlijn het proces voor de afhandeling van meldingen met de externe partijen. Maak duidelijke afspraken met externe partijen en leg deze vast in overeenkomsten. Laat externe partijen jaarlijks rapporteren over de afhandeling van meldingen van inwoners van Soest. 3. Informeer de gemeenteraad beter over de afhandeling van meldingen openbare ruimte. De informatie over afhandeling van meldingen door externe (verbonden) partijen en de lessen die daaruit getrokken kunnen worden, behoort onderdeel te zijn van de aan de raad verstrekte informatie. NB De aanbeveling over het rapporteren is niet overgenomen. •
Algemene aanbevelingen aan de gemeenteraad
1. Gebruik de jaarverslagen en andere informatie om – waar nodig – het college te bevragen op de eventuele leerpunten die naar voren komen in de organisatie en deze te laten borgen. 2. Zet de door de raad overgenomen aanbevelingen uit dit rekenkamerrapport expliciet als opdrachten door naar het college. Vraag het college om een Plan van aanpak of Implementatieplan. En vraag het college om binnen een jaar te rapporteren hoe bovenstaande aanbevelingen zijn opgevolgd.
Functioneren en presteren RMN (2019) Besluit raad • •
De conclusies van het rapport “Functioneren en Presteren Reinigingsbedrijf Midden Nederland” vaststellen. Voor wat betreft de aanbevelingen de lijn van het college van B en W volgen. Dat wil zeggen: o Aanbeveling 1 en 3 (verwachtingen expliciteren en de DVO daarop aanpassen) door het college uit laten voeren.
8
o Aanbeveling 2, 4 en 7 bij de raad terug laten komen als de kerndiscussie gevoerd is over wat voor soort organisatie RMN moet zijn of worden. o Aanbeveling 5 (regionaal zwerfafval- en reinigingsplan op te stellen), 6 (implementatiekracht vergroten) en 8 (harmonisatie en kostenbesparingen door samenwerking) niet over te nemen. NB het gaat hier om een gezamenlijk onderzoek van de rekenkamercommissies Soest, Nieuwegein, IJsselstein, Baarn en Bunnik. De gezamenlijke bestuurlijke reactie van de colleges is bijgevoegd. Bestuurlijke aanbevelingen 1. Verwachtingen expliciteren: er zijn nu teveel verwachtingen die leven bij zowel de gemeenten als RMN die niet zijn vastgelegd. 2.
Keuze maken in wat RMN moet zijn/worden: als van RMN meer wordt verwacht dan een uitvoeringsorganisatie te zijn, moet daar ook naar worden gehandeld.
3.
DVO aanpassen en zakelijke benadering van RMN: in de aansturing is een formeel-professionele houding nodig. Overeenkomsten die worden gesloten tussen de gemeenten en RMN dienen te kloppen met de praktijk van alledag. Dit betekent niet dat er geen informele en goede contacten kunnen en mogen zijn. Als het gaat om opdrachtverlening en advisering is echter een professionelere houding noodzakelijk om RMN goed te kunnen aansturen.
4.
Nieuw regionaal afvalplan met KPI’s: de termijn van het huidige regionaal afvalplan is verlopen. De aanbeveling is om snel een nieuw regionaal afvalplan op te stellen, met daarin een planhorizon tot minimaal 2025 en daarin kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s) en de monitoringwijze op te nemen.
5.
Zwerfafval- en reinigingsplan opstellen: op dit moment is er geen regionaal zwerfafval- en reinigingsplan en de afzonderlijke gemeenten hebben er niet altijd een beleidsplan voor. <niet overgenomen>
6.
Implementatiekracht gemeenten vergroten: op dit moment is er een gebrek aan (beleids-) capaciteit binnen de gemeenten en bij RMN. In de komende jaren zullen nog veel maatregelen genomen moeten worden om de doelstellingen op het gebied van (voornamelijk) afval te halen. Als de capaciteit niet wordt aangepakt, is de verwachting dat een eventueel nieuw plan hetzelfde lot beschoren zal zijn. Om die reden is het aan te bevelen om als gemeente(n) te investeren in implementatiekracht. <niet overgenomen>
7.
Dashboard voor afval- en reinigingsprestaties: RMN beschikt over veel data met betrekking tot afval en reiniging. Deze data worden nu niet of nauwelijks ontsloten. De RMN-gemeenten hebben behoefte aan meer gegevens en duidding daarbij. Door gegevens in een dashboard te incorporeren, kan in één oogopslag duidelijk worden hoe de gemeente presteert en waar eventueel bijsturing nodig is. Samen met de gemeenten kan RMN een monitoringplan ontwikkelen met (online) dashboard waarmee gemeenten inzicht hebben in de prestaties.
8.
Harmonisatie en kostenbesparingen door samenwerking: een van de voordelen van een gemeenschappelijke regeling is dat het een schaalvoordeel kan hebben. Daarbij is het belangrijk dat de gemeenten hun eigen beleidsvrijheid behouden, maar die zou voor het afwijken van de norm wel inzichtelijker en wellicht ook duurder gemaakt moeten worden. <niet overgenomen>
9
Voortgang/stand van zaken RMN is de afgelopen 2 jaar bezig geweest om intern de basis op orde te krijgen, dit gaat vooral over administratief op orde komen. Hiervoor heeft RMN geïnvesteerd in nieuwe geautomatiseerde systemen. Deze systemen worden sinds 1,5 jaar gevuld met data en zijn inmiddels in gebruik genomen. Met de nieuwe systemen krijgen de gemeenten snel meer inzicht in hun afvalstromen en de inzet van mens en fractie (voertuigen) door RMN. De sturing door gemeenten op basis van kwartaalrapportages van RMN, op basis van de jaarlijks afgesloten DVO, is een goede start om meer inzicht en sturing te krijgen. De verwerkingskosten van grondstoffen (de kosten van de verwerkingscontracten) en de kosten van de AVU, worden 1 op 1 overgenomen in de begroting van RMN. De begroting van de AVU wordt duidelijk vermeld in begrotingen en jaarverslagen van RMN, dit zijn uiteraard door RMN niet beïnvloedbare kosten. Een regionale visie voor de 6 RMN gemeenten is nu niet aan de orde. De gemeenten liggen niet allemaal aangrenzend en verschillen van grootte, samenstelling en mate van verstedelijking. Wel wordt er toegewerkt naar een meer eenduidige werkwijze van RMN, bij de 6 gemeenten. Dit gebeurt vooral middels de dienstverleningsovereenkomst, die elk jaar opgesteld, getekend en geëvalueerd wordt. RMN wordt door de 6 gemeenten vooral als een uitvoerende organisatie gezien.
Het advies vanuit RMN is vooral gericht op de vraag hoe andere gemeenten bepaalde vraagstukken oppakken en hoe de werkwijzen per gemeente eenduidiger kunnen worden.
Doeltreffendheid BBS (2018) Besluit raad • •
De conclusies van het rapport doeltreffendheid uitvoering participatiewet door BBS vaststellen; Nadat inzicht is verkregen in de doelgroepen het college van B en W te verzoeken om aan de raad een beschouwing te geven van de huidige kaders en uitgangspunten. Via een bespreking in de raad kan de raad aangeven of bijstelling hiervan wenselijk is.
Bestuurlijke aanbevelingen Aan de gemeenteraad 1. stel vast of het beleid voor het sociaal domein voldoende richtinggevend is voor BBS, en geef het college, indien nodig, opdracht tot aanpassing; 2. bepaal samen met het college van B&W hoe u over de voortgang van het behalen van de beleidsdoelen geïnformeerd wilt worden. Aan het college van B en W 3. overweeg om de rollen van eigenaar en opdrachtgever van BBS te scheiden; 4. stel tijdig (gelijktijdig met de begroting) de jaarlijkse dienstverleningsovereenkomst op met BBS in lijn met het door de gemeenteraad vastgestelde beleid; 5. volg de organisatieontwikkeling en professionaliseringsslag van BBS. Monitor of de benodigde middelen hiervoor beschikbaar zijn en ingezet worden; 6. bepaal samen met BBS welke stuurinformatie periodiek ontvangen moet worden. 7. geef opdracht aan BBS om te onderzoeken hoe de aanbevelingen uit het klanttevredenheidsonderzoek opgepakt kunnen worden. Aan het bestuur van BBS 8. ga door met het verder ontwikkelen en koppelen van de systemen, zodat adequate sturingsinformatie geleverd kan worden; 9. investeer verder in de ontwikkeling van de organisatie.
10
Voortgang/stand van zaken De aanbevelingen van het rkc-rapport zijn op de volgende manieren opgevolgd. Er zijn de afgelopen jaren verschillende bijeenkomsten geweest voor de raad om in gesprek te gaan over de doelgroepen binnen de Participatiewet. Hiertoe heeft BBS de sturingsinformatie vernieuwd, verder ontwikkeld en zijn alle klanten in beeld gebracht. De raadsrapporteurs hebben hiervoor input geleverd en inmiddels levert BBS per kwartaal een rapportage. Vervolgens zijn hier geen nieuwe keuzes/besluiten van de raad uit voort gekomen. Deels kwam dit door de coronacrisis waardoor twee jaar lang verwacht werd dat het bijstandsbestand zou veranderen. Deels kwam dit ook door het besluit om met een nieuwe raad en een nieuw college een nieuwe integrale Visie Sociaal Domein op te gaan stellen. Hierdoor hebben we de afgelopen jaren geen nieuw beleid ontwikkeld. Daarnaast is ook de dienstverleningsovereenkomst de afgelopen jaren verder ontwikkeld en meer smart gemaakt. Ook is er op gestuurd om deze tijdig te laten vast stellen. De organisatieontwikkeling is een meerjarig traject geweest waar ook de coronacrisis voor vertraging heeft gezorgd. Middels de p&c-cyclus en extra informatie bijeenkomsten heeft BBS daar de raad regelmatig over geïnformeerd.
Aan professionalisering blijft continu gewerkt worden door BBS, zeker ook vanwege de toename van taken en aanpassingen aan het landelijke beleid waar BBS mee te maken heeft gehad. Voorbeelden daarvan zijn bijvoorbeeld het milder omgaan met giften voor mensen in de bijstand, het afschaffen van de kostendelersnorm bij jongeren. Tot slot zijn de drie BBS gemeenten in gesprek over het toekomstperspectief, de zogenaamde “stip op de horizon” voor de uitvoering van het hele sociale domein. De verwachting is dat samen met de nieuwe integrale Visie Sociaal Domein dit mogelijk tot nieuwe kaders, uitgangspunten en ontwikkelingen van de organisatie zal leiden.
Rapportage duurzaamheidsbeleid (2018) Besluit raad • • •
• •
De conclusies van het rapport Onderzoek gemeentelijk duurzaamheidsbeleid vaststellen (te lezen op pagina 31 t/m 33 van het rapport). De aanbevelingen uit het rapport van de Rekenkamercommissie over te nemen (te lezen op pagina 33 en 34 van het rapport). Het college van B en W te verzoeken om de ambities en opgaven van het huidige duurzaamheidsplan aan te scherpen; dit zal voor de verschillende onderdelen gaan plaatsvinden in de periode 2019/2020. Het college van B en W te verzoeken om een notitie op te stellen waaruit duidelijk blijkt hoe de aanbevelingen uit het rapport zich verhouden tot de startnotitie energietransitie. Het SMART’er vormgeven van beleid nader bespreken in de Agendacommissie.
Bestuurlijke aanbevelingen Voor aanscherping van de koers • Kijk bij de rolinvulling scherp naar wat er bereikt moet worden. Als er een hoge urgentie of sterke wens is om écht ‘meters te maken’, ligt een sterkere regierol voor de hand. Houdt oog voor alle doelgroepen, zorg er met name voor dat ook gezinnen worden betrokken. • Maak werk van regionale samenwerking, om kennis te delen en te vergaren, krachten te bundelen en om grootschaliger kwesties op te lossen rond duurzame energieopwekking. • Het verkeer (fossiele brandstoffen, CO2-uitstoot, luchtkwaliteit) en particuliere woningen, bestaande kantoren en bedrijfsgebouwen (energieverbruik) zijn voorname duurzaamheidsthema’s,
11
•
waarop in beperkte mate inzet wordt gepleegd. Ook circulaire economie is een onderwerp dat wel wordt genoemd, maar dat in de concrete uitvoering beperkt terug komt. Klimaat en energietransitie (hangen samen met elkaar en met bovenstaande onderwerpen) zijn al enige tijd en blijven ook de komende jaren leidende thema’s. Laat dit ook in het duurzaamheidsbeleid tot uitdrukking komen. Bereken de meerkosten van het hanteren van een langere termijn voor de terugverdientijd van duurzaamheidsmaatregelen voor schoolgebouwen en sportaccommodaties en zet deze af tegen de duurzaamheidswinst als dit wordt gedaan. Het is vervolgens aan de politiek om een besluit te nemen over deze afweging.
De gemeente Soest is bezig met een nieuw duurzaamheidsplan. Daarvoor de volgende aanbevelingen: •
•
•
•
• •
Maak een analyse van het duurzaamheidsvraagstuk, specifiek voor de Soester situatie. Kijk hierbij naar klimaat, energietransitie (terugdringing energieverbruik, opwekking duurzame energie, zuiniger omgaan met fossiele brandstoffen), circulaire economie en leefomgeving. Beantwoord daarbij de vragen welke ambitie de gemeente heeft op die terreinen, welke opgaven er liggen en welke rol de gemeente kan en wil spelen (inclusief wat doe je zelf wat doe je met anderen) en welke instrumenten daarbij horen. Maak vervolgens een vertaling naar concrete doelen en maatregelen. Er wordt nu gewerkt aan een omgevingsplan voor de gemeente, in welk kader (meer) integraal naar vraagstukken worden gekeken. Het is logisch en raadzaam om duurzaamheid hierin integraal te benaderen en vervolgens uit te werken in een gemeentebreed beleidsprogramma. Doe dit op programmatische en integrale wijze en zorg dat er voldoende capaciteit, middelen en prioriteit is bij de andere beleidsvelden. Werk met interdisciplinaire teams. Zorg dat ook meer complexe vraagstukken kunnen worden opgepakt die een langere adem en meer tijd en energie vragen, maar waar ook grotere stappen kunnen worden gezet. Zorg voor focus en breng fasering aan. Vertaal de strategie naar prioriteiten en middelen.
Stel een begroting op waarbij per maatregel duidelijk is wat het belang is om er iets aan te doen, wat de maatregel beoogt bij te dragen aan de verduurzaming en wat het kost. Laat de gemeenteraad daar een besluit over nemen. Zorg voor voldoende mandaat voor behoud van Voortgang/stand van zaken in het programma. Realiseer dat hoge ambities alleen kunnen worden bereikt als er voldoende FTE en (financiële) middelen zijn om de projecten op te zetten en uit te voeren. Bepaal per thema/project of een nulmeting zinvol en haalbaar is en ga waar dat mogelijk is monitoren op outcome om te kunnen bepalen of Soest daadwerkelijk een duurzamere gemeente aan het worden is.
Voortgang/stand van zaken In het bestaande programma zijn alle aanbevelingen van de rekenkamer meegenomen. Dit is onder meer zichtbaar in de tweejaarlijks monitoringsrapportage die de raad ontvangt waarbij per pijler de voortgang inzichtelijk wordt gemaakt. Het onderzoek van de rekenkamer heeft in 2018 plaatsgevonden. In 2019 is het Klimaatakkoord gepresenteerd. Dit heeft de energietransitie in Nederland in versnelling gebracht. Vooral als het gaat om grootschalige opwek en regionale en landelijke samenwerking door het ontstaan van de regionale energiestrategie (RES). Ook de oorlog in Oekraïne die sinds februari 2022 gaande is, heeft op het vlak van energiebesparing grote impact gehad. De gevolgen van de hoge energieprijzen hebben pijnlijk duidelijk gemaakt dat de energietransitie veel meer een maatschappelijke dan technische transitie is. En daarnaast kennen we sinds vorig jaar het probleem van netcongestie: filevorming op het energienet waardoor aansluitingen op bestaande infra soms niet meer mogelijk is. Kortom, de wereld is nogal
12
veranderd sinds dit onderzoek. De betekenis ervan voor Soest wordt momenteel uitgewerkt in de actualisatie van het programma Energietransitie Soest. Wat betreft de aanbevelingen: •
•
•
Bij de uitvoering van het bestaande energieprogramma is duidelijker geworden dat de rol van de gemeente per project en fase kan verschillen. Daarnaast is het een illusie om te denken dat we als gemeente de transitie gaan realiseren; wij kunnen als overheid stimuleren, handhaven en ondersteunen. Maar het zijn inwoners en bedrijven die gaan zorgen dat we minder energie gaan gebruiken, duurzame energie gaan opwekken en afscheid nemen van fossiel gas. Regie is in bepaalde situaties nog steeds wenselijk terwijl in andere situaties we juist initiatieven van inwoners mogelijk maken. De preciezere invulling van de gewenste rol wordt uitgewerkt in de actualisatie. In het bestaande energieprogramma is per pijler inzichtelijk gemaakt wat de CO 2-opgave van Soest is, waaronder mobiliteit, werken en wonen. Door dit in één programma te vatten hebben we een stevige basis gecreëerd en goed zicht op onze opgave. We willen nog meer inzetten op synergie en integraliteit. Dit zal in de actualisatie nadrukkelijk naar voren komen onder meer door de opgave breed te borgen in de organisatie en een gezamenlijke aanpak voor circulair en energie voor de organisatie op te starten. Dit is de enige manier om onze ambities te kunnen realiseren en zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van mensen en middelen. Deze manier van werken sluit ook goed aan bij integraliteit vanuit de omgevingsprogramma’s.
De inzet van mensen en middelen blijft een voortdurend aandachtspunt. Inmiddels is het energieteam uitgebreid en is de warmteregisseur gestart. Naar aanleiding van het Klimaatakkoord heeft het Rijk middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten om de uitvoering te kunnen waarmaken. Weliswaar zijn dit substantiële bedragen maar ze zijn niet toereikend voor wat werkelijk nodig is; niet voor de ambtelijke organisatie en niet om buitenshuis te kunnen versnellen samen met de Soester inwoners en ondernemers. Keuzes maken, prioriteren en synergie zoeken zullen dus ook de komende jaren nog steeds nodig blijken.
13