CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 2 BP Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan (regels en toelichting)

Oordeelsvormende vergadering (Raadzaal) 13 juni 2024, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat / Van der Griendtlaan voor 40 woningen en een supermarkt21.006 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Toets ontsluiting Uit het onderzoek blijkt dat er voldoende ruimte is om veilig het parkeerterrein te bereiken en te verlaten door de juiste maatregelen te treffen (zie rapport). Parkeren Uit het onderzoek blijkt dat op alle momenten de parkeervraag in de toekomstige situatie gelijk of lager ligt dan in de huidige situatie. Tijdens de toekomstige piekmomenten neemt de openbare parkeervraag met 37 parkeerplaatsen af.

(ontwerp)

51

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan Extra verzoek gemeente De gemeente heeft, in aanvulling op haar beleid, verzocht binnen deze ontwikkeling ten minste een derde van het parkeer tekort op eigen terrein op te lossen. In de huidige situatie bedraagt de ongewogen parkeervraag van de ontwikkeling afgerond 110 parkeerplaatsen (zie tabel 2.8 van het rapport). Als gevolg van de ontwikkeling worden 30 bestaande parkeerplaatsen opgeheven. Het tekort bedraagt hiermee 110 – 30 = 80 parkeerplaatsen. Het op te lossen tekort aan parkeren op eigen terrein bedraagt hiermee 80 / 3 = 27 parkeerplaatsen. Op eigen terrein wordt een capaciteit van 60 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan het gemeentelijk verzoek voor parkeercapaciteit op eigen terrein en levert de ontwikkeling een bijdrage aan het verminderen van de parkeerdruk in de omgeving. Omwille van de verkeersveiligheid is er door de gemeente voor gekozen om laden en lossen langs de Van der Griendtlaan af te wikkelen en niet meer op de huidige locatie. De huidige locatie wordt wel zo ontworpen dat het snel mogelijk is om deze te gebruiken als toch blijkt dat dit een betere oplossing is. 5.11.3 Conclusie Verkeer en parkeren is geen belemmering voor de realisatie van het plan.

5.12

Kabels en leidingen

5.12.1 Algemeen In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen (hoofdtransportleidingen). Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. 5.12.2 Onderzoek Aardgastransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen aardgastransportleidingen. Hoogspanningsleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen hoogspanningsleidingen. Rioolleidingen De rioolleidingen leiden voor dit plan leidt dit niet tot enige belemmering. Watertransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen watertransportleidingen. Straalverbindingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen straalverbindingen . Kabels en niet planologisch relevante leidingen Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt de wettelijk verlichte KLIC-melding uitgevoerd. Een dergelijke melding zorgt ervoor dat netwerkbeheerders van kabels en leidingen een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond. Aan de hand van de melding sturen netwerkbeheerders tekeningen naar de aanvrager. De tekeningen kunnen vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden.

Tijdens het bouwrijp maken van het plangebied worden deze bestaande kabels en leidingen verwijderd dan wel omgelegd.

52

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

5.12.3 Conclusie In en nabij het plangebied van dit bestemmingsplan zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn daarom geen belemmeringen te verwachting. Bij graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen.

5.13

MER-toets

5.13.1 Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffect-rapportage in aanraking komen:  Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is.  Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen).  Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bij-lage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). In het geval dat een activiteit wel genoemd staat in de D-lijst maar onder de genoemde drempelwaarde blijft, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. 5.13.2 Onderzoek 5.13.2.1

Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming

Bij elke activiteit die een extra stikstofdepositie met zich meebrengt, dient te worden getoetst of er sprake is van significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden. In dit geval gaat het om de ontwikkeling van 40 woningen en de uitbreiding van een supermarkt, welke ten opzichte van de bestaande situatie niet zal leiden tot extra verkeersbewegingen met zich meebrengt. Wanneer er verwacht wordt dat er sprake is van significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, dient een passende beoordeling te worden opgesteld. Tevens zal er dan een berekening naar de stikstofdepositie benodigd zijn. In dit geval ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ' (Oostelijke Vechtplassen) op een afstand van circa 16,5 kilometer. Uit de uitgevoerde natuurtoets (Bijlage 4) blijkt dat gezien de grote afstand (ruim 11,5 km) tot het dichtstbijzijnde N2000-gebied en de effectafstanden van de storingsfactoren, zekerheid geeft dat er geen sprake is van aantasting natuurwaarden N2000-gebieden en er dus géén sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr).

(ontwerp)

53

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

5.13.2.2

Drempelwaarden Besluit m.e.r.

In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Daarom dient te worden getoetst of er sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden:  een oppervlakte van 100 hectare of meer,  een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of  een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r. beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage.

Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de verwachte milieuhinder en cumulatie met andere projecten), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in Hoofdstuk 5 opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Deze paragraaf wordt in dit geval beschouwd als de vormvrije m.e.r.-toets. 5.13.3 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

54

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Hoofdstuk 6

TOELICHTING OP REGELS

In Hoofdstuk 3 is de voorgestane invulling van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 5 toont aan, dat deze invulling uitvoerbaar is. De volgende stap is het treffen van een juridische regeling, die de invulling mogelijk maakt. Dit hoofdstuk beschrijft deze regeling. In de inleiding wordt het karakter van dit bestemmingsplan beschreven. In paragraaf 6.2 wordt een toelichting gegeven op de regels, waarbij de hoofdstukindeling van de regels wordt gevolgd. In paragraaf 6.3 wordt tenslotte de verbeelding beschreven.

6.1

Inleiding

Dit bestemmingsplan bestaat uit een (digitale) verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen moeten in onderlinge samenhang worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels over het gebruik gekoppeld. Daarnaast zijn er algemene regels, en overgangs- en slotregels opgenomen. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten weer, die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is overwegend gericht op nieuwe ontwikkelingen die bij recht mogelijk worden gemaakt.

6.2

Planregels

6.2.1

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 van de regels geeft de inleidende regels. Hier worden de in het bestemmingsplan voorkomende begrippen gedefinieerd en wordt de wijze van meten toegelicht. 6.2.2

Bestemmingsregels

De in het plangebied aanwezige functies worden zoveel mogelijk positief overeenkomstig hun huidige gebruik bestemd. Een aantal regelingen behoeft echter nadere uitleg. In het algemeen geldt dat hoofdgebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak. In deze bouwvlakken zijn de maximale goot- en bouwhoogte opgenomen. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de regels. Detailhandel De detailhandelsvestigingen hebben de bestemming 'Detailhandel' met de aanduiding 'supermarkt' gekregen. Hierin wordt de supermarkt mogelijk gemaakt. Woningen zijn toegestaan op de verdiepingen. Beroep-aan-huis Het uitoefenen van een beroep aan huis, zoals dat in de begripsomschrijvingen is omschreven, is als recht toegestaan. Om te voorkomen, dat de beroepsuitoefening de woonfunctie kan gaan overheersen, is deze aan een maximale vloeroppervlakte gebonden binnen de woning en bijbehorende bouwwerken.

(ontwerp)

55

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan Bedrijf-aan-huis Bij bedrijf aan huis zoals in de begripsomschrijvingen in artikel 1 van de regels is omschreven, kan het gaan om activiteiten met wat grotere gevolgen voor de omgeving dan een beroep aan huis. Om sturing te kunnen geven en omwonenden de gelegenheid te geven om hun zienswijzen naar voren te brengen over een aanvraag voor bedrijf aan huis is voor de vestiging van een bedrijf aan huis een ontheffing nodig. Voor afwijking moet worden voldaan aan de bij die afwijkings-bevoegdheid gestelde voorwaarden voor onder meer maximale vloeroppervlakte, opslag van goederen, verkeers- en parkeereffecten en aard en visuele uitstraling. Hierdoor wordt voorkomen, dat hinderlijke functies zich in woonwijken kunnen vestigen. Om te voorkomen dat de beroepsuitoefening de woonfunctie kan gaan overheersen, is ook deze aan een maximale vloeroppervlakte gebonden binnen de woning en bijbehorende bouwwerken. 6.2.3

Algemene regels

Anti-dubbeltelbepaling In de regels is een bepaling opgenomen om te voorkomen dat gronden die bij een eerder bouwplan al in aanmerking zijn genomen voor het toestaan van het bouwplan, nogmaals worden meegeteld. Algemene bouwregels In deze regels zijn algemene bouwregels opgenomen, die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Zo is er een regel opgenomen, die waarborgt, dat er bij het bouwen wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Daarnaast is er een regel, die bepaalt, dat van het plan afwijkende maatvoering, die in het verleden is vergund ook mag worden aangehouden en dus niet onder het overgangsrecht komt. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksbepaling wordt voor een aantal zaken expliciet aangegeven, dat deze als strijdig gebruik worden aangemerkt en daarmee onder het verbod vallen zoals opgenomen in artikel 2.1 van de Wabo. Als in een bepaald geval strijdig gebruik (met bijvoorbeeld de doeleindenomschrijving van een bestemming of met een verleende vrijstelling) wordt geconstateerd, dan is er sprake van een overtreding, waartegen kan worden opgetreden. Seksinrichtingen als strijdig gebruik Aangezien seksinrichtingen vanaf 1 oktober 2000 als een normale bedrijfs-/dienstverlenende activiteit worden aangemerkt moet het bestemmingsplan zich expliciet uitspreken over het al of niet bieden van mogelijkheden voor vestiging van dergelijke inrichtingen.

De gemeente Soest kent de regeling, dat seksinrichtingen in alle bestemmingsplannen zijn uitgesloten, behalve één bestaande massagesalon aan de Lange Brinkweg. Dergelijke inrichtingen zijn niet gewenst. Ze zijn dan ook expliciet voor alle overige bestemmingen als strijdig gebruik aangemerkt. Algemene afwijkingsregels Een algemene afwijkingsbevoegdheid om een aantal zaken en ondergeschikte afwijkingen mogelijk te maken. Algemene wijzigingsregels Het plan bevat een aantal wijzigingsbevoegdheden als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening. Daarmee kunnen bestemmings- en bouwgrenzen en grenzen van aanduidingen op de verbeelding in beperkte mate worden verschoven. Verder kan de bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten actueel worden gehouden. In het plangebied zijn bovendien 6 wijzigingsgebieden aangewezen met de titel 'wro-zone - wijzigingsgebied'. Met een wijzigingsplan en wijzigingsprocedure kunnen de bestemmingen in deze gebieden worden omgezet ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen. De voorwaarden waaronder kan worden gewijzigd zijn in deze regels opgenomen. Voor elke locatie moet eerst een stedenbouwkundige verkaveling worden opgesteld die voldoet aan alle wijzigingsvoorwaarden voordat wijziging mogelijk is.

56

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan 6.2.4

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht Uitgangspunt in een nieuw bestemmingsplan is dat bestaande bouwwerken en gebruiksvormen in principe positief worden bestemd en zijn toegestaan. De overgangsrechtelijke bepalingen zijn bindend voorgeschreven in de artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze overgangsrechtelijke bepalingen waarborgen dat een bestaand bouwwerk of een bestaand gebruik dat niet in overeenstemming is met het nieuwe plan en waarvan sloop respectievelijk beëindiging wordt beoogd, als zodanig voorlopig kan blijven voortbestaan. Het bouwwerk of gebruik wordt dan als zodanig gedoogd, totdat in de loop van de planperiode wordt beslist over sloop respectievelijk beëindiging. Bouwwerken en gebruiksvormen, die al in strijd zijn met het vorige bestemmingsplan worden expliciet uitgesloten van het overgangsrecht van het nieuwe plan. Ze worden niet gedoogd onder het nieuwe plan, maar blijven in strijd daarmee. Handhaving door sloop respectievelijk gebruiksbeëindiging blijft een optie. Slotregel Hier is bepaald hoe de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

6.3

Verbeelding

Het plangebied is getekend op een gekleurde verbeeldingen, schaal 1:1000. De verbeelding is IMRO-gecodeerd, conform IMRO2012. Voor de verbeelding is aangesloten bij de systematiek van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012, die bindend is voorgeschreven vanuit het Ministerie I&M.

(ontwerp)

57

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

58

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Hoofdstuk 7

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Bij de voorbereiding van een ontwerp voor een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, onder meer voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient vast te worden gelegd in een exploitatieplan. Een exploitatieplan is alleen nodig voor die ontwikkelingen, die met het plan mogelijk worden gemaakt en waarvoor, voor vaststelling van het bestemmingsplan, geen privaatrechtelijke overeenkomsten worden gesloten. Conform artikel 6.12. lid 2 Wro kan de gemeenteraad besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluiten begrepen gronden anderszins verzekerd is. Het voorliggende bestemmingsplan heeft als doel een nieuw planologisch juridisch kader te creëren om een veertig appartementen en de detailhandelsbestemmingen anders in te richten. Het betreft een particulier initiatief.

De financiering van alle kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het bestemmingsplan komen dan ook voor rekening van de initiatiefnemer(s). In dit kader zal de gemeente Soest met de initiatiefnemer(s) een overeenkomst sluiten waarin afspraken zijn vastgelegd inzake het kostenverhaal. Het plan heeft daarom geen financiële gevolgen voor de gemeente Soest. Concluderend kan gesteld worden dat er zijn geen kosten voor de gemeente verbonden zijn aan de uitvoering van het bestemmingsplan en het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. Er kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan ex artikel 6.12 Wro, omdat dekking van het kostenverhaal anderszins verzekerd is.

(ontwerp)

59

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

60

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Hoofdstuk 8

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

8.1

Procedure en fase bestemmingsplan

8.1.1

Vooroverleg

Het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg, als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), toegestuurd aan de gebruikelijke diensten en instanties. 8.1.2

Participatie

Intitiatiefnemer hecht er groot belang aan het goed betrekken van om wonenden en winkeliers in het centrum van Soesterberg. De gewenste bestemmingswijziging wil men tot stand brengen in overleg met de omwonenden en de omliggende winkeliers Met diverse omwonenden en winkeliers in de directe omgeving zijn al gesprekken. Uit die gesprekken komt naar voren dat men het een verbetering vindt als deze nieuwe invulling tot stand zal komen . Dit participatie traject zal men voortzetten voorafgaand èn gelijktijdig met de voorgenomen bestemmingswijziging Onderdeel hiervan zijn gesprekken met de klankbordgroep die men betrekt in de planvorming, waarvoor diverse omwonenden zich hebben aangemeld n.a.v. de eerdere participatie bijeenkomst. 8.1.3

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In voorliggend geval is er geen voorontwerp ter inzage gelegd. 8.1.4

Zienswijzen

Deze paragraaf wordt ingevuld nadat het ontwerpbestemmingsplan voor zes weken ter inzage heeft gelegen.

(ontwerp)

61

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

62

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlagen

(ontwerp)

63

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

64

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlage 1

(ontwerp)

Distributieve Marktanalyse Soesterberg

65

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

66

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlage 2

(ontwerp)

Verkennend bodemonderzoek

67

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

68

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlage 3

(ontwerp)

Watertoets

69

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

70

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlage 4 Quickscan natuurtoets Rademakerstraat 20-28 / Bakkeneslaan 5

(ontwerp)

71

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

72

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlage 5 Huismusonderzoek Rademakerstraat 20-28 / Bakkeneslaan 5

(ontwerp)

73

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

74

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlage 6 Gierzwaluw onderzoek Rademakerstraat 20-28 / Bakkeneslaan 5

(ontwerp)

75

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

76

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlage 7 Vleermuis onderzoek Rademakerstraat 20-28 / Bakkeneslaan 5

(ontwerp)

77

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

78

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlage 8

(ontwerp)

Quickscan natuurtoets Rademakerstraat 30

79

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

80

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlage 9

(ontwerp)

Huismusonderzoek Rademakerstraat 30

81

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

82

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlage 10

(ontwerp)

Gierzwaluw onderzoek Rademakerstraat 30

83

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

84

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlage 11

(ontwerp)

Vleermuisonderzoek Rademakerstraat 30

85

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

86

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlage 12

(ontwerp)

Bomen Effect Analyse

87

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

88

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlage 13

(ontwerp)

Akoestisch onderzoek wegverkeer

89

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

90

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlage 14

(ontwerp)

Akoestisch onderzoek industrielawaai

91

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

92

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlage 15

(ontwerp)

Quickscan externe veiligheid

93

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

94

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlage 16

(ontwerp)

Verantwoording groepsrisico

95

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

96

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Bijlage 17

(ontwerp)

Verkeer- en parkeeronderzoek

97

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

98

(ontwerp)

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

Regels

(ontwerp)

99

bestemmingsplan Hoek Rademakerstraat - Van der Griendtlaan

100

(ontwerp)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=427abb05-3c78-4ca8-a8ba-829dad6dd7ff