CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 2 APV Soest 2025 was wordt lijst

Beeldvormende vergadering (Raadzaal) 3 juli 2025, gemeente SoestBij agendapunt: Actualisatie APV Soest20.520 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van

Artikel 5:32 Crossterreinen Nieuwe tekst Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van

47/51

overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.

overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.

Toelichting: De aanpassing in artikel 5:32, derde lid, is nodig in verband met het in werking treden van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Afdeling 8. Vuurverbod Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Bestaande tekst Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits er geen sprake is van gevaar voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Nieuwe tekst Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel

48/51

1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

Toelichting: De aanpassing in artikel 5:34, tweede lid, aanhef, is overeenkomstig het VNG model. Vooral binnen de bebouwde kom kunnen klachten ontstaan over overlast of hinder door met name terrashaarden en vuurkorven. De aanhef van het tweede lid biedt een handvat om ook dan handhavend op te treden. Afdeling 12. Overige onderwerpen Artikel 5:47 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 5:47 (Nacht)verblijf aan de weg Bestaande tekst Artikel 5:47 (Nacht)verblijf aan de weg 1. Het is verboden om op of aan de weg te liggen of te slapen, al dan niet gebruikmakend van enige vorm van beschutting, waaronder in ieder geval begrepen het gebruik van een auto, nadat door een ambtenaar van politie is aangezegd dat dit moet worden beëindigd. 2. Het is verboden op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent, caravan of een soortgelijk of ander onderkomen te plaatsen met het kennelijke doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te overnachten dan wel daartoe gelegenheid te bieden. 3. Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod in het tweede lid ontheffing verlenen. 4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:47 (Nacht)verblijf aan de weg Nieuwe tekst Artikel 5:47 (Nacht)verblijf aan de weg 1. Het is verboden om op of aan de weg te liggen of te slapen, al dan niet gebruikmakend van enige vorm van beschutting, waaronder in ieder geval begrepen het gebruik van een auto, nadat door een toezichthouder is aangezegd dat dit moet worden beëindigd. 2. Het is verboden op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent, caravan of een soortgelijk of ander onderkomen te plaatsen met het kennelijke doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te overnachten dan wel daartoe gelegenheid te bieden. 3. Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod in het tweede lid ontheffing verlenen. 4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting: In artikel 5:47, eerste lid, zijn de woorden ‘ambtenaar van politie’ vervangen door ‘toezichthouder’. Daarmee zijn al de toezichthouders (genoemd in artikel 6:2 van de APV) bevoegd om handhavend op te treden op grond van het eerste lid.

49/51

Hoofdstuk 6. Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 6:1 Sanctiebepaling Bestaande tekst Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, zesde lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid, 4:11b en 4:11d, eerste lid. 3. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.

Artikel 6:1 Sanctiebepaling Nieuwe tekst Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, 2:12, eerste lid, 4:11b en 4:11d, eerste lid. 3. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.

Toelichting: Overtredingen van bepalingen die voortvloeien uit de Omgevingswet (zoals handelingen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning) zijn in de Wet op de economische delicten aangeduid als economische delicten. Dat heeft gevolgen voor de strafmaat. De aanpassing is overeenkomstig het VNG model. Artikel 6:2 wordt als volgt gewijzigd: Artikel 6:2 Toezichthouders Bestaande tekst Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening

Artikel 6:2 Toezichthouders Nieuwe tekst Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening

50/51

bepaalde zijn belast: a. de functionarissen als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering; b. de buitengewoon opsporingsambtenaar of -ambtenaren van de gemeente Soest; c. functionarissen van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht 2.0. 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen belasten met dit toezicht.

bepaalde zijn belast: a. de functionarissen als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering; b. de buitengewone opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering; c. de ambtenaren van de gemeente Soest welke belast zijn met toezicht en handhaving; d. de functionarissen van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht 2.0, en diens rechtsopvolger(s). 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen belasten met dit toezicht

Toelichting: Er zijn verschillende samenwerkingen (zoals met het Utrechts samenwerkingsmodel natuurtoezicht) met groene boa’s die hun werkgebied hebben binnen de gemeente Soest. Zij zijn niet bij voormeld artikel belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de APV bepaalde. Daardoor kan er niet gezamenlijk worden opgetreden, dit is een belemmering voor de samenwerkingen.

51/51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=2e2abf45-7e74-4772-b1f7-0f0542c45dee