20211221 Rapportage met nawoord Soester Jeugd geholpen def.pdf
Tekst van het document
34 35
Het onnodig doorbehandelen van jongeren als risicoreflex bij zorgaanbieders. Bron: https://www.sociaalweb.nl/blogs/inkoopmodel-over-een-andere-boeg-de-beste-gemeenten-zijn-juist-koersvast
43 van 54
A
Gegevensverzameling
Voorbereiding In twee sessies is 1) de onderzoeksopzet en het normenkader vastgesteld met de rekenkamercommissie en 2) het onderzoek gepresenteerd aan de ambtelijke organisatie van de gemeente. Daarbij kon de gemeente input leveren op de onderzoeksopzet. Gegevensverzameling De resultaten in dit rapport zijn verkregen uit deskresearch (document- en gegevensanalyse van stukken aangeleverd door de gemeente en interviews met betrokken stakeholders. De volgende activiteiten zijn ondernomen: • Deskresearch • 17 (duo-)interviews met stakeholders: − 3 interviews met medewerkers van de gemeente Soest − 3 interviews met medewerkers van het Sociaal Team − 2 interviews met scholen (po en vo) − 2 interviews met een huisarts en een praktijkondersteuner (POH) − 5 interviews met zorgaanbieders (BSA, jeugdhulp en jeugdzorg) − 2 interviews met regionale partners (SWV de Eem, RISB) • Interview met portefeuillehouder Van ieder interview is een gespreksverslag gemaakt, welke na afloop aan de betrokkenen is voorgelegd, voor controle op volledigheid en juistheid. De interviewverslagen zijn vervolgens geanalyseerd. Interviews met inwoners In het oorspronkelijke plan van aanpak was het de bedoeling dat de onderzoekers met 15 inwoners zouden spreken over hun ervaringen met jeugdzorg in Soest. In overleg met de gemeente Soest is besloten hier vanaf te zien.
De uitnodigingen voor de interviews zouden namelijk gelijktijdig met de uitnodigingen/herinneringen van de cliëntervaringsonderzoeken verstuurd worden. Twee uitnodigingen zou in de ogen van de gemeente tot mogelijke verwarring bij inwoners leiden. De gemeente gaf prioriteit aan de uitvoering van de eigen cliëntervaringsonderzoeken en stelde de resultaten van dit onderzoek ter beschikking aan de rekenkamercommissie.
44 van 54
A.1
Documentenlijst
Organisatie
Titel
Gemeente Soest
Begroting 2018
Datum
Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Jaarstukken 2018 Jaarstukken 2019 Jaarstukken 2020 Voorjaarsnota 2021 Lijst met gecontracteerde zorgaanbieders
2021
Monitor Sociaal Domein 2019
2020
Monitor Sociaal Domein 2020
2021
Verordening Jeugdhulp Soest 2017 (incl. nadere regels 2019)
2019
Dienstverleningsovereenkomst Regionale Samenwerking Sociaal
12 november 2019
Domein Regiovisie Specialistische Jeugdhulp regio Amersfoort 2021 – 2026
2021
Uitwerking scenario’s sociaal domein
September 2020
Strategische Agenda ‘Samen leven in Soest’
2016
Uitvoeringsagenda Sociaal Domein 2021 - 2022
Mei 2021
Factsheet Cliëntervaringsonderzoek Jeugd over 2017
2018
Factsheet Cliëntervaringsonderzoek Jeugd over 2020
2021
Overige gebruikte bronnen staan als voetnoot vermeld in de tekst.
45 van 54
B
Maatschappelijke effecten en resultaten thema ‘In Soest groeien we op’
46 van 54
47 van 54
C
Businesscases jeugdzorg
48 van 54
D
Normenkader
Bij de beoordeling zijn drie antwoordcategorieën onderscheiden volgens een stoplichtmodel: groen (positief), oranje (kleine aandachtspunten) en rood (grote aandachtspunten). Norm
Toetsingscriterium
1: Er zijn heldere doelen in het beleid en
De doelen van het beleid zijn duidelijk.
het beleid is onderbouwd
Het beleid is actueel.
Beoordeling
De uitvoeringsplannen zijn gebaseerd op het beleid. De doelstellingen in de uitvoeringsplannen zijn voldoende meetbaar om een mate van doelbereiking te kunnen bepalen. De beschikbare middelen passen bij de ambities en het karakter van de regeling. 2: Het beleid werkt door in de praktijk
Er wordt zorg toegekend op basis van eenduidige criteria. Werkwijzen, taken en verantwoordelijkheden zijn beschreven en duidelijk belegd. Inwoners krijgen de gewenste ondersteuning. Inwoners kennen de toegang en weten hen te vinden. Wachtlijsten zijn van een acceptabele lengte in vergelijking met andere Nederlandse gemeenten
3: Er is sprake van een constructieve
De bekostigingssystematiek past bij het beleid
samenwerking tussen zorgaanbieders
van de gemeente.
en de gemeente Soest en de gemeente
De gemeente Soest heeft een duidelijke basis
Soest stuurt bij
gelegd voor de samenwerking tussen zorgaanbieders en henzelf. De gemeente Soest heeft zicht op de voortgang en prestaties van zorgaanbieders. De gemeente Soest heeft mogelijkheden om de relatie met en uitvoering van zorgaanbieders bij te sturen. De gemeente Soest heeft zicht op de jeugdproblematiek en het zorgveld.
4: De uitvoering van de activiteiten
Er vindt monitoring op het beleid plaats.
dragen bij aan het behalen van de
De gemeente heeft specifieke doelgroepen
doelstellingen
goed in beeld. Geholpen inwoners zijn tevreden over de geleverde ondersteuning.
49 van 54
Het aanbod aan jeugdzorg past bij de vraag van de inwoners. De doelen uit het beleid worden bereikt. 5: Met de ingezette middelen worden
De bestede middelen voor jeugdzorg dragen bij
inwoners optimaal ondersteund
aan het behalen van de doelen. De gemeente Soest heeft financieel grip op de (uitvoering van) de jeugdzorg. De gemeente Soest heeft een risicoanalyse gemaakt t.a.v. de (ontwikkeling van) kosten rond jeugdzorg. In vergelijkbare gemeenten wordt een naar verhouding vergelijkbaar budget gehanteerd voor jeugdzorg.
50 van 54
E
Bestuurlijke reactie College van B en W
51 van 54
52 van 54
F
Nawoord rekenkamercommissie
Uit het rapport blijkt dat Soest op kengetallen beter presteert dan het landelijke en regionale gemiddelde op het gebied van jeugdzorg. Er zijn geen signalen dat de kwaliteit van de jeugdzorg ondermaats is. Belangrijkste knelpunt voor de korte tot middellange termijn blijft de financiële beheersbaarheid van de jeugdzorg en de grip op externe verwijzers, waarbij kwalitatief goede jeugdzorg het uitgangspunt blijft. Het meten van effecten van beleid is onder de maat waardoor er geen goed zicht is op de ontwikkelingen in het sociaal domein. Doordat de Strategische Agenda sociaal domein verouderd is, is de beoordeling van het beleid gebaseerd op kaders die ingehaald zijn door de tijd. Goede voornemens, zoals de verschillende pilots, kennen door deze verouderde kaders ook geen goede basis voor een formeel vervolg. Daarom adviseren wij de gemeenteraad met aanbeveling 1 om zo snel mogelijk te komen tot een evaluatie van de huidige strategische kaders. De rekenkamercommissie heeft met genoegen de bestuurlijke reactie van het college ontvangen. We zijn blij dat het college de bevindingen herkent en dat de aanbevelingen goed gebruikt kunnen worden de komende jaren. Toch zien wij aanleiding om op basis van de reactie van het college van B en W een nawoord aan dit rapport toe te voegen.
Het college van B en W stelt als reactie op aanbeveling 1 en 2 dat het vernieuwen van de strategische agenda speerpunt voor 2022 is en dat er via een startnotitie vormgegeven gaat worden aan de herziening van de strategische agenda. Aanbeveling 1 en 2 zijn echter aan de gemeenteraad gericht. De raad gaat over zijn eigen agenda en speerpunten. Wij willen daarom benadrukken dat de raad zelf uit moet spreken dat een nieuwe Strategische Agenda speerpunt is. Indien de raad dit uitspreekt vinden wij het een goede suggestie van het college van B en W dat de raad via een startnotitie richting geeft aan de invulling van zijn kaderstellende rol. Wij adviseren daarbij om wel duidelijke termijnen te koppelen aan het proces om te komen tot een vernieuwing van de Strategische Agenda sociaal domein. Vernieuwing van de Strategische agenda is urgent en dient wat ons betreft zo snel mogelijk te worden opgepakt. Ten aanzien van een mogelijke startnotitie adviseren wij de raad te bepalen wat het doel is van de startnotitie (bijvoorbeeld het proces uitlijnen, of ook al het uitzetten van inhoudelijke lijnen, of het al meegeven van kaders, waarbij gedacht kan worden aan financiële kaders, het betrekken van alle belanghebbenden (participatie)). Vraag het college van B en W om meerdere scenario’s voor kaders uit te schrijven.
Een startnotitie moet in ieder geval antwoord geven op hoe vragen beantwoord worden als ‘wat maatschappelijk gezien gewenst is (welke verandering willen we realiseren: wat zijn inhoudelijke doelen en maatschappelijke effecten)’, ‘wat gaan we daarvoor doen (hoe willen we verandering realiseren: welke zijn de oplossingsrichtingen en de gevolgen daarvan) en wat gaan we niet meer doen’ en ‘wat mag het kosten’. Uiteindelijk moeten uw kaderstellende uitspraken zoveel mogelijk ‘SMART’ geformuleerd zijn. Dit maakt het voor de raad makkelijker om het uiteindelijke beleid, dat door het college van B en W uitgevoerd wordt, concreet bij te sturen, te toetsen en te evalueren. Wij hopen dat dit rapport bijdraagt aan het leren en verbeteren van het huidige beleid om te komen tot een nieuwe Strategische Agenda. Dit is in onze optiek nodig om ook grip te krijgen op de financiële beheersbaarheid van de Jeugdzorg.
53 van 54
I&O Research Enschede Zuiderval 70 Postbus 563 7500 AN Enschede T (053) 200 52 00 E info@ioresearch.nl KVK-nummer 08198802
I&O Research Amsterdam Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam T (020) 308 48 00 E info@ioresearch.nl
www.ioresearch.nl
54 van 54