CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage 1 Tussenuitspraak RvS geanonimiseerd

Oordeelsvormende vergadering (Kamer 2.03) 26 oktober 2023, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplan Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg5.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raad vanState

, \ lL I

ir,t,11\

I

Pagina 1 van 1

AANTEKENEN

Postbus 2000 3760 CA SOEST

Datum

19 juli 2023

Ons nummer

Uw kenmerk

202201310/1/R4 Onderwerp

Inlichtingen

Soest Coiirdinatieregeling Veldmaarschalk Montgomeryweg 3 Soesterberg / CHW

070-4264578 Procedure

Beroep

Geachte heer/mevrouw, tussenuitspraak gedaan. Een In bovengenoemde procedure heeft de Afdeling een afschrift van deze uitspraak treft u hierbij aan. beëindigd. In de uitspraak kunt u lezen De behandeling van de zaak is daarmee nog niet welke opdracht de Afdeling heeft gegeven. De verdere behandeling wordt voortgezet onder het

zaaknummer: 202201310/2.

IMRO-bestand geupload moet Voor zover de opdracht met zich brengt dat er een nieuw het wachtwoord dat u eerder worden, kunt u gebruikmaken van de gebruikersnaam en hebt ontvangen. Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is

dit niet ondertekend.

Hoogachtend, de griffier

.jli

"i2 ~,;~~f

Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag - T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden

Raad vanstate 202201310/1/R4. Datum uitspraak: 19 juli 2023

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen:

1. de raad van de gemeente Soest, 2. het college van burgemeester en wethouders van Soest, verweerders.

19 juli 2023

2

202201310/1/R4 Procesverloop

Bij besluit van 21 december 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg" vastgesteld. Bij besluit van 19 januari 2022 - gewijzigd bij besluit van 9 november 2022 - heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 17 appartementen op het perceel aan de Veldmaarschalk Montgomeryweg 3 te Soesterberg. Deze besluiten zijn gecardineerd voorbereid en bekendgemaakt met toepassing van artikel 3.30 van de Wro. Tegen deze besluiten hebben

beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend. heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 januari 2023,

als partij gehoord. Op de zitting heeft de Afdeling het onderzoek ter zitting geschorst en het in de gelegenheid te stellen vooronderzoek heropend nadere gegevens te verschaffen over de gevolgen van het bestemmingsplan voor de bezonning van het perceel op nummer 5. Van deze gelegenheid gebruik gemaakt. hebben in de gelegenheid gesteld een nader onderzoek naar de Voorts is bezonningssituatie van de woning op nr. 5 te verrichten. Van deze hebben gebruik gemaakt. gelegenheid heeft daarop gereageerd. Met toestemming van partijen is een nadere zitting achterwege gelaten, waarna de Afdeling het onderzoek heeft gesloten. Overwegingen Inleiding Het bestemmingsplan ziet op het perceel aan de Veldmaarschalk 1. Montgomeryweg 3 te Soesterberg (hierna: het perceel). Op het perceel bevindt zich een woning met een aanbouw. In de aanbouw was een bakkerswinkel gevestigd. Achter de woning bevindt zich een bijgebouw waar

3

202201310/1/R4

19 juli 2023

de bakkerij was gevestigd. Het bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van het perceel mogelijk. Volgens de plantoelichting wordt de bestaande bebouwing gesloopt en wordt een appartementencomplex teruggebouwd.

-

wonen in de directe nabijheid van het perceel 2. aan de Veldmaarschalk Montgomeryweg 5 en 1. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat. Intrekking beroepsgrond Op de zitting heeft 3. ingetrokken.

zijn beroepsgrond over de schuilkelder

Het beroep tegen het bestemmingsplan Toetsingskader

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad 4. bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. Verkeer

betogen dat zij overlast zullen ondervinden van 5. wijst erop dat de inrit van het plangebied. in de verkeersbewegingen de parkeerplaats van het voorziene appartementencomplex naast zijn woning is voorzien. Voorop staat dat de raad alleen moet beoordelen of de verwachte 5.1. toename van verkeer als gevolg van het plan tot problemen leidt (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 20 april 2022, ECLI:NL:RVS:2O22:1 153, onder 6.2). In paragraaf 3.2.2.2 van de plantoelichting is vermeld dat aan de 5.2. hand van de kencijfers uit de CROW-publicatie 381 "Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie" (hierna: de CROWpublicatie) de toename van het verkeer als gevolg van het plan is berekend. Bij die berekening is uitgegaan van het gebiedstype "Schil centrum" en de stedelijkheidsgraad "Matig stedelijk". Volgens de CROW-publicatie geldt voor het type woning "Koop, appartement, duur" een kencijfer van minimaal 6,5 en maximaal 7,3 motorvoertuigen per etmaal (hierna: mvt/etmaal). Volgens de CROW-publicatie geldt voor het type woning "Huur, appartement, duur" een kencijfer van minimaal 5,0 en maximaal 5,8 mvt/etmaal. Uit paragraaf 3.2.2.2 van de plantoelichting volgt dat is uitgegaan van een worstcase-scenario van 17 koopappartementen, omdat de exacte verdeling tussen huur en koop nog niet duidelijk is. Ondanks dat in de

202201310/1/R4

4

19 juli 2023

plantoelichting is vermeld dat het gemiddelde kencijfer wordt gebruikt, is bij het berekenen van de verkeersgeneratie van de ontwikkeling van het plangebied uitgegaan van het maximale kencijfer. Gelet hierop is de verkeersgeneratie berekend op (17 * 7,3 = ) 124,1. Ten opzichte van de huidige situatie zal de verkeersgeneratie toenemen met 60 mvt/etmaal. Deze toename kan via de Veldmaarschalk Montgomeryweg worden afgewikkeld, zo staat in de plantoelichting. hebben Gelet hierop ziet de Afdeling in wat aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat sprake zal zijn van een aanvaardbare verkeerssituatie. De betogen slagen niet. is de stelling van de raad dat een Volgens 6. opstelstrook voor in- en uitrijdend verkeer zal worden gerealiseerd, onjuist. Op de tekeningen van de Veldmaarschalk Montgomeryweg is dit namelijk niet terug te zien. 6.1. In het verweerschrift staat dat de opstelstrook voor in- en uitrijdend verkeer op de gronden met de bestemming "Verkeer" zal worden gerealiseerd. De raad heeft deze bestemming zo gelegd dat daarbinnen ruimte is om de opstelstrook te realiseren. In het verweerschrift heeft de raad, in reactie op deze beroepsgrond, bevestigd dat de opstelstrook hebben daadwerkelijk zal worden gerealiseerd. In wat Daarbij twijfelen.

daaraan te om reden aangevoerd, ziet de Afdeling geen overweegt de Afdeling nog dat de vormgeving en precieze locatie binnen de verkeersbestemming niet expliciet in het plan hoeven te worden aangegeven. Het betoog slaagt niet. Parkeren betogen dat het bestemmingsplan niet in 7. voldoende parkeergelegenheid voorziet, terwijl de parkeerdruk in de Veldmaarschalk Montgomeryweg nu al hoog is. dat onjuiste uitgangspunten Daarnaast betogen zijn gehanteerd bij het berekenen van de parkeerbehoefte. De oppervlakte van de bakkerswinkel bedraagt namelijk 16 m2 in plaats van 58,5 m2. De oppervlakte van de bakkerij bedraagt 100 m2 in plaats van 177,6 m2. Het magazijn en de koelcel kunnen niet worden gezien als werkruimte, aldus Bestaande parkeerplaatsen zullen bovendien verdwijnen als gevolg van de herinrichting van de Veldmaarschalk Montgomeryweg, waardoor niet gesteld kan worden dat 6 parkeerplaatsen in het openbaar gebied zullen worden gerealiseerd, zo betogen In artikel 13.2 van de planregels is vastgelegd dat bij een aanvraag 7.1. voor de activiteiten bouwen en/of gebruiken omgevingsvergunning om een van gronden en/of handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, voldoende parkeergelegenheid moet worden gerealiseerd.

De beoordeling of sprake is van voldoende parkeergelegenheid vindt plaats aan de hand van de "Nota parkeernormen auto en fiets, 3e herziening, slimmer en beter" van 27 maart 2018 (hierna: de parkeernota). Als deze nota gedurende de

202201310/1/R4

5

19 juli 2023

planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging. In paragraaf 3.2.2.1 van de plantoelichting staat dat bij de vaststelling van het plan, op basis van het bouwplan, de parkeerbehoefte is berekend. Hieruit volgt dat wordt voldaan aan de parkeernota waar in artikel 13.2 van de planregels naar wordt verwezen. Daarmee is volgens de raad de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond. vrezen weliswaar dat onvoldoende 7.2. parkeerplaatsen zullen worden gerealiseerd, maar uit artikel 13.2 van de planregels volgt dat een omgevingsvergunning voor, onder andere, de activiteit bouwen niet kan worden verleend als niet in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Gelet hierop is de vrees van at onvoldoende parkeerplaatsen voor de voorziene appartementen zullen worden gerealiseerd, ongegrond. Hoewel de vraag of er voldoende parkeerplaatsen worden 7.3. aangelegd pas in het kader van de procedure van de omgevingsvergunning voor bouwen van de in het plan voorziene ontwikkelingen aan de orde zal komen, dient de raad bij de vaststelling van het bestreden plan al wel te bekijken of er wel kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Daarom zal de Afdeling hierna beoordelen of op voorhand moet worden geoordeeld dat niet in voldoende parkeerplaatsen zou kunnen worden voorzien overeenkomstig artikel 13.2 van de planregels.

Dat stelling dat onjuiste uitgangspunten zouden zijn gehanteerd bij 7.4. van de parkeerbehoefte, leidt niet tot de conclusie dat daarom berekenen het op voorhand moet worden geoordeeld dat niet in voldoende parkeerplaatsen zou kunnen worden voorzien. Voorop staat dat de parkeerbehoefte van de door het plan mogelijk gemaakte bestemming moet worden berekend. De omstandigheid dat is uitgegaan van onjuiste oppervlaktes van de volgens voormalige bebouwing op het perceel behorend bij het vorige bestemmingsplan "Soesterberg", wat daarvan ook zij, is in zoverre niet relevant. In paragraaf 3.2.2.1 van de plantoelichting is vermeld dat in de nieuwe situatie 14,2 parkeerplaatsen benodigd zijn. Er zullen 12 parkeerplaatsen binnen het plangebied zelf worden gerealiseerd. Omdat volgens de parkeernota zo'n parkeerplaats moet worden gezien als 0,8 parkeerplaats, worden er rekenkundig 9,6 parkeerplaatsen gerealiseerd binnen het plangebied. Dit betekent dat de druk op het openbaar gebied (14,2 — 9,6 =) 4,6 parkeerplaatsen bedraagt. Als ook rekening wordt gehouden met bezoekers, bedraagt de druk op het openbaar gebied 6 parkeerplaatsen. In de bestaande situatie worden in het openbaar gebied al 6,7 parkeerplaatsen opgevangen. Dit betekent dat er sprake is van een verbetering, aldus de plantoelichting.

Het betoog dat de 6 parkeerplaatsen in het openbaar gebied niet zullen worden opgevangen omdat bestaande parkeerplaatsen zullen verdwijnen door de herinrichting van de Veldmaarschalk Montgomeryweg, volgt de Afdeling niet. In het verweerschrift staat dat weliswaar 2 parkeerplaatsen op de Veldmaarschalk Montgomeryweg zullen verdwijnen, maar ook dat 4 nieuwe parkeerplaatsen zullen wcrden gerealiseerd vanwege het opheffen van twee fietspaden. In dat verband verwijst de raad naar het

202201310/1/R4

6

19 juli 2023

verkeersbesluit van het college van 8 december 2021. Deze 4 nieuwe parkeerplaatsen kunnen, gelet op het bepaalde in artikel 20.1, aanhef en onder b, van de regels van het bestemmingsplan "Soesterberg", op de gronden met de bestemming "Verkeer" worden gerealiseerd. Daarmee worden voldoende parkeerplaatsen in het openbaar gebied gerealiseerd om in de parkeerbehoefte te voorzien. 7.5.

De betogen slagen niet.

Bouwhoogte kunnen zich niet verenigen met de maximale 8. bouwhoogte van 13 m, omdat een dergelijke bouwhoogte niet past in de omgeving. Voor zover de raad erop wijst dat de maximaal toegestane bouwhoogte voor het perceel aan de Veldmaarschalk Montgomeryweg 1 dat dit een bedrijfswoning is 1 3 m bedraagt, betogen waar vroeger een transformatortoren voor het electriciteitsnetwerk stond. In zoverre was een bouwhoogte van 13 m gerechtvaardigd. wijzen er verder op dat in het vorige bestemmingsplan "Soesterberg" de maximale bouwhoogte voor de woning op het perceel 8 m bedroeg en voor de bakkerswinkel 4 m. 8.1. De toegestane bouwhoogtes volgen uit artikel 5.2.1, aanhef en onder d, van de planregels, in samenhang met de verbeelding. De toegestane bouwhoogtes in het plangebied variëren van 9 tot 13 m. De Afdeling is van oordeel dat de raad deze bouwhoogtes heeft mogen vaststellen. Hiervoor acht de Afdeling van belang dat in de omgeving van het plangebied vergelijkbare bouwhoogtes gelden. In het bestemmingsplan "Soesterberg" is de bestemming "Woongebied - Rademakershof" toegekend aan gronden ten noorden van het perceel. Op grond van artikel 24.2.1, aanhef en onder g, van de planregels in samenhang met de verbeelding bedraagt de toegestane bouwhoogte daar 10 m.

In het bestemmingsplan "Soesterberg" is daarnaast de bestemming "Woongebied" toegekend aan de gronden aan de Veldmaarschalk Montgomeryweg 1 en 5. Op grond van artikel 21.2.1, onder f, van de planregels in samenhang met de verbeelding bedragen de toegestane bouwhoogtes respectievelijk 14 en 9 m. De omstandigheid dat op het perceel aan de Veldmaarschalk Montgomeryweg 1 ben transformatortoren voor het electriciteitsnetwerk stond en dat in zoverre een hogere bouwhoogte was gerechtvaardigd, maakt dit niet anders, omdat moet worden gekeken naar de planologische mogelijkheden. Voor zover wijzen op de maximaal toegestane bouwhoogtes voor het perceel uit het vorige bestemmingsplan "Soesterberg", overweegt de Afdeling dat aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. In de zienswijzennota is verder vermeld dat de gemeente Soest zich geconfronteerd ziet met een bouwopgave. Weliswaar is sprake van een toename van de maximaal toegestane bouwhoogte, maar de raad heeft het belang bij het leveren van een bijdrage aan de opgave om woningen toe te voegen aan de regionale woonmarkt in dit geval laten prevaleren. De Afdeling wijst er ook op dat de maximale toegestane bouwhoogtes die variëren van 9 tot 13 rn op zichzelf niet ongebruikelijk zijn in een bebouwde omgeving als hier aan de orde.

202201310/1/R4

7

19 juli 2023

Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling in wat hebben aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij heeft gekozen voor de in het plan mogelijk gemaakte bouwhoogtes. De betogen slagen niet. Uitzicht en privacy 9. betogen dat als gevolg van het bestemmingsplan hun uitzicht zal worden aangetast. In dat verband wijzen zij erop dat het bestemmingsplan een gebouw van 13 m mogelijk maakt, waarop zij direct zicht zullen hebben. Dit klemt temeer, omdat voorheen een bescheiden woning en bakkerswinkel zich op het perceel bevonden. wijst erop dat bij de achterzijde van zijn woning sprake zal zijn van een "kokereffect", omdat zijn woning aan twee zijden wordt ingebouwd. Dit doet vermoeden dat geen rekening is gehouden met zijn belangen. dat - gelet op de Daarnaast vrezen mogelijkheden van het vorige bestemmingsplan "Soesterberg" — hun privacy zal worden aangetast, omdat de ramen van een aantal appartementen zich bevinden aan de zijde van hun woningen. Ook zullen balkons en een galerij worden gerealiseerd. Gelet hierop zal sprake zijn van inkijk in hun woningen. 9.1. Voorop staat dat aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen.

Weliswaar is het niet uit te sluiten dat door realisering van het plan 9.2. feitelijk zullen afnemen, het uitzicht en de privacy van Afdeling bestaat geen grond om aan te nemen maar naar het oordeel van de dat als gevolg van het plan het verlies van uitzicht en de afname van privacy van zodanig zullen zijn dat de raad daaraan een doorslaggevend gewicht had moeten toekennen. Van belang is dat er geen recht bestaat op een blijvend vrij uitzicht. zijn daarnaast gelegen in een stedelijke De woningen van omgeving en enige hinder is inherent aan het wonen in zo'n omgeving. Ook is van belang dat ten opzichte van het vorige bestemmingsplan "Soesterberg" de afstand tussen het bouwvlak op het perceel en de woning is vergroot met ongeveer 2 m en dat de afstand tussen het van ongeveer gelijk is bouwvlak op het perceel en de woning van gebleven. Zoals hierna onder 10.2 is overwogen, kan bij een vergelijking tussen het vorige plan "Soesterberg" en het bestreden plan worden geconcludeerd dat het bestreden plan voorziet in minder bezwarende functies. Met het bestreden plan zal bovendien een bijdrage worden geleverd aan de opgave om woningen toe te voegen aan de regionale woonmarkt. Verder is rekening gehouden met de belangen van door het treffen van maatregelen om de afname van hun uitzicht en privacy te beperken.

Uit de verbeelding blijkt dat de bouwhoogte van de noordwestelijke zijde van het perceel, het gedeelte van het perceel dat is 9 m bedraagt. Hierover is in de gelegen naast het perceel van verrneld dat het lagere gedeelte van schriftelijke uiteenzetting van zal het voorziene appartementencomplex naast de woning van

202201310/1/R4

8

19 juli 2023

worden gerealiseerd. Daarnaast blijkt uit de verbeelding dat een strook grond op de zuidoostelijke zijde van het perceel, het gedeelte van het perceel dat is meer van de Veldmaarschalk gelegen naast het perceel van Montgomeryweg af is gelegen dan de aangrenzende strook grond. Hierover staat in de zienswijzennota dat deze strook grond op de zuidoostelijke zijde van het perceel naar achteren is verplaatst, zodat vanuit de woning van langs het voorziene appartementencomplex naar de Veldmaarschalk Montgomeryweg kan worden gekeken. De betogen slagen niet. Geluid betogen dat - gelet op de mogelijkheden van 10. het vorige bestemmingsplan "Soesterberg" — sprake zal zijn van een onevenredige toename van geluidsoverlast. Dit is volgens hen niet onderkend. Het voorgaande klemt temeer, omdat zich voorheen een bescheiden woning en bakkerswinkel op het perceel bevonden. Zoals hiervoor onder 9.1 is overwogen, kunnen aan een geldend 10.1. bestemmingsplan geen blijvende rechten worden ontleend. De Afdeling is van oordeel dat de raad zich op het standpunt heeft 10.2. kunnen stellen dat het geluid dat afkomstig zal zijn van de toekomstige woningen, niet zodanig is dat daardoor het akoestische klimaat van op onaanvaardbare wijze wordt aangetast. Hiervoor is van belang dat in het vorige bestemmingsplan "Soesterberg" onder meer de bestemming "Bedrijf" aan het perceel was toegekend.

Op grond van artikel 4.1, aanhef en onder a, van de planregels waren deze gronden bestemd voor een bedrijf in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 1 bij de planregels was gevoegd. Er was bijvoorbeeld een consumptie-ijsfabriek, een cacao- en chocoladefabriek, een kleine drukkerij en kopieerinrichting, een muziekinstrumentenfabriek, een sociale werkvoorziening en een post- en koeriersdienst op het perceel toegestaan. In het bestreden plan is grotendeels de bestemming "Wonen — Gestapeld" aan het perceel toegekend. Op grond van artikel 5.1, aanhef en onder a en b, van de planregels zijn deze gronden bestemd voor wonen, al dan niet met een beroep aan huis. Bij een vergelijking tussen het vorige plan en het bestreden plan kan naar het oordeel van de Afdeling worden geconcludeerd dat het bestreden plan voorziet in minder bezwarende functies. Verder heeft de raad van belang mogen achten dat het perceel is gelegen in een stedelijke omgeving. Daar bevinden zich diverse centrumfuncties, zoals horeca, sport en detailhandel. Gelet hierop kan meer omgevingsgeluid worden verwacht dan in een rustige woonwijk.

Overigens de nodige heeft de raad er in zijn verweerschrift op gewezen dat mogelijk te zo veel maatregelen zal treffen om het omgevingsgeluid beperken, zoals het gebruiken van geluidsarme bestrating bij het aanleggen van de inrit en door de erfafscheiding te voorzien van geluidsabsorberend materiaal. De betogen slagen niet.

202201310/1/R4

19 juli 2023

9

Bezonning betoogt dat het bestemmingsplan leidt tot een afname van 11. de bezonning van zijn perceel, waardoor zijn woon- en leefklimaat wordt geen aangetast. Gelet op het gebrek aan zonlicht, heeft het volgens de naar verwijst plaatsen. te nut om zonnepanelen op zijn woning door iTX bouwconsult opgestelde stukken, waarin wordt geconcludeerd dat ernstige schaduwhinder zal ondervinden van het de woning van voorziene appartementencomplex. De Afdeling overweegt dat voor de bezonning van woningen geen 11.1. wettelijke normen bestaan. Dit neemt niet weg dat in het kader van de vaststelling van een bestemmingsplan een afweging dient plaats te vinden van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen, waaronder het belang van omwonenden bij een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan is het document 11.2. "Bezonningsstudie Veldmaarschalk Montgomeryweg 3" van 3 maart 2020, opgesteld, dat is aangevuld op 14 oktober 2020 (hierna: de bezonningsstudie). Hieruit blijkt dat is onderzocht in hoeverre schaduwhinder zal ontstaan door het bouwplan. Daarbij is niet uitgegaan van de maximale planologische bouwmogelijkheden op het perceel. De Afdeling stelt vast dat de raad het besluit op dit punt niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft voorbereid door de bezonningsstudie daaraan ten grondslag te leggen. Dat is in strijd met artikel 3:2 van de Awb.

Het betoog slaagt. Gelet op het voorgaande is het besluit van 21 december 2021 12. is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het beroep van vernietigd. worden moet 2021 december 21 van gegrond, zodat het besluit Op 23 februari 2023 heeft 13. bezonningsstudie laten verrichten.

een aanvullende

De Afdeling zal - gelet op deze aanvullende bezonningsstudie - aan 14. beoordelen of de de hand van de beroepsgronden van 2021 met toepassing van december 21 van besluit het van rechtsgevolgen de Awb in stand kunnen artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van blijven. De Afdeling overweegt het volgende over de aanvullende 14.1. bezonningsstudie. 14.1.1. De aanvullende bezonningsstudie bestaat uit drie delen, namelijk de bezonning van de nieuwe planologische situatie, de bezonning van de oude planologische situatie en de bezonning van de vergunde situatie. Bij de aanvullende bezonningsstudie is de zogeheten lichte TNOnorm toegepast. Aan die TNO-norm wordt voldaan als er gedurende twee uren per etmaal bezonning mogelijk is in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober (gedurende 8 maanden) in het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam. Daarbij is het geen vereiste dat de bezonning aansluitend piaatsvindt (veigehjk bijvoorbeeld de uitspraken van

10

202201310/1/R4

19 juli 2023

de Afdeling van 5 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1364, en 31 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2529). Met de aanvullende bezonningsstudie is volgens de raad aangetoond dat er geen sprake is van onaanvaardbare schaduwwerking op de gevel van de woning van

.

heeft tegenonderzoek laten verrichten door opgestelde stukken . In de door Soesterberg" van Montgomeryweg "Bezonningsonderzoek. Veldmaarschalk 30 maart 2022, "Verweer. Veldmaarschalk Montgomeryweg Soesterberg" van 16 december 2022 en "Bezonningsonderzoek. Veldmaarschalk Montgomeryweg Soesterberg" van 27 maart 2023 (hierna tezamen en in enkelvoud: het tegenonderzoek) staat, samenvattend, het volgende. In het tegenonderzoek wordt erop gewezen dat volgens de lichte TNO-norm moet worden uitgegaan van minimaal 2 uur bezonning per dag in plaats van een tijdsinterval van 2 uur tussen de metingen. Een tijdsinterval van 2 uur, die volgens de raad wordt geëist, is bovendien niet in de dat bij het bezonningsstudie gehanteerd. De vaststelling van van de voor- en bezonning van de de duur TNO-norm de lichte van toepassen volgens het achtergevels bij elkaar mogen worden opgeteld, is tegenonderzoek niet juist. De woonkamer aan de achterzijde van het woongedeelte is namelijk gescheiden van de kamer aan de voorzijde. Gelet hierop is geen toereikend onderzoek verricht naar de lichte TNO-norm. In het tegenonderzoek wordt geconcludeerd dat in de bestaande situatie aan de lichte TNO-norm wordt voldaan bij de woonkamer van , maar dat in de nieuwe situatie sprake is van een afname van de bezonning met 76,3%.

Er wordt op gewezen dat op 19 februari de minimale hoeveelheid zon niet wordt behaald, zodat niet aan de lichte TNO-norm wordt voldaan. Dat op andere momenten wel aan die norm wordt voldaan, maakt dit niet anders, aldus het tegenrapport. De vaststelling van Jongerius verantwoordelijk is voor schaduw op onder andere dat het pand van de achter(zij)gevel is ook niet van belang. Gekeken moet worden naar de effecten van het bestemmingsplan op de bezonning, zo staat in het 14.1.2.

tegenonderzoek. heeft aangevoerd over het 14.1.3. De Afdeling ziet in wat tijdsinterval van 2 uur tussen de metingen geen grond voor het oordeel dat aan de aanvullende bezonningsstudie zodanige gebreken of leemten in kennis kleven dat de raad zich daarop niet kon baseren. De Afdeling overweegt dat is uitgegaan van de lichte TNO-norm, hiervoor onder 11.2 uiteen is gezet. Aan die TNO-norm wordt op wat gelet voldaan als er gedurende twee uren per etmaal bezonning mogelijk is in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober. De toekomstige is bekeken op onder meer bezonningssituatie van de woning van 21 maart, 21 juni en 21 september om 9.00, 12.00, 15.00 en 18.00 uur. Hiermee is aangesloten bij de gebruikelijke tijdstippen die in bezonningsonderzoeken worden gehanteerd. Het betoog faalt. heeft aangevoerd over het optellen van de bezonning 14.1.4. Wat van de voor- en achtergevel van ziin woning geeft de Afdeling aanleidinn oni te oordelen dat aan de aanvullende bezonningsstudie zodanige gebreken of

202201310/1/R4

11

19 juli 2023

leemten in kennis kleven dat de raad zich daarop niet had mogen baseren. In de aanvullende bezonningsstudie is de bezonning van de voor- en bij elkaar opgeteld. De raad heeft achter(zij)gevel van de woning van echter niet onderbouwd dat dit een algemeen aanvaarde wijze van toepassing van de lichte TNO-norm is. De verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:576, door maakt dit niet anders, omdat in dat geval de bezonning is beoordeeld aan de hand van de bezonningsnorm van TNO (RIS170509) en niet aan de hand van de lichte TNO-norm. Gelet hierop ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het betoog slaagt. Gelet op het voorgaande, is de Afdeling van oordeel dat de raad 15. ook met de aanvullende bezonningsstudie zijn besluit van 21 december 2021 niet zorgvuldig heeft voorbereid. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het besluit van 21 december 2021 met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb in stand te laten. De Afdeling zal uit een oogpunt van finale geschillenbeslechting 16. beoordelen of de raad voldoende heeft gemotiveerd dat geen sprake is van onaanvaardbare schaduwwerking voor de woning van Uit de aanvullende bezonningsstudie volgt dat voor de woning van niet aan de lichte TNO-norm wordt voldaan.

De raad stelt in zijn nader stuk - dat is opgesteld naar aanleiding van de aanvullende bezonningsstudie - dat geen sprake is van . De raad heeft onaanvaardbare schaduwwerking voor de woning van voor de dat omstandigheid de waarom echter niet concreet gemotiveerd niet aan de lichte TNO-norm wordt voldaan toch woning van aanvaardbaar is. De Afdeling heeft begrip voor het door de raad gestelde maatschappelijke belang van woningbouw, maar dit maakt het voorgaande 16.1.

niet anders. Gelet op het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen sprake is van onaanvaardbare schaduwwerking voor de woning van Het betoog slaagt. De Afdeling zal op dit punt de zogenoemde bestuurlijke lus 17. toepassen. Overig De Afdeling komt, gelet op wat hiervoor is overwogen, nu niet toe 18. over de aan de beroepsgronden van omgevingsvergunning. De Afdeling zal hier in de einduitspraak een oordeel over geven. Conclusie Gelet op wat hiervoor is overwogen onder 11.2, is het besluit van 19. 21 decernLer 2021 genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb.

202201310/1/R4

12

19 juli 2023

heeft in zijn begeleidende brief bij de aanvullende 20. bezonningsstudie de Afdeling verzocht om bij een gegrondverklaring van het beroep met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien door het bestemmingsplan in lijn te brengen hebben zich met het beoogde bouwplan. daarover niet uitgelaten. De Afdeling ziet onder deze omstandigheid geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. Bestuurlijke lus Ingevolge artikel 8:51d van de Awb kan de Afdeling het 21. bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Met het oog op een spoedige beslechting van het geschil zal de 22. Afdeling de raad opdragen om binnen 16 weken na verzending van deze uitspraak alsnog: - met inachtneming van wat is overwogen onder 11.2 en 14.1.4, een onderzoek te verrichten naar de gevolgen van de voorziene bebouwing voor ; de bezonning van de woning van - met inachtneming van wat is overwogen onder 16.1, toereikend te motiveren dat het bestemmingsplan niet leidt tot onaanvaardbare , of een gewijzigd of nieuw schaduwwerking voor de woning van besluit te nemen.

Hierbij geeft de Afdeling mee dat de raad bij die afweging van belang kan achten gedurende hoeveel dagen in de periode van 19 februari en 21 oktober sprake zal zijn van minder dan 2 uur mogelijke bezonning; - de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mee te delen en een gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mee te delen. Afdeling 3.4 van de Awb hoeft bij de voorbereiding van een gewijzigd of nieuw besluit niet opnieuw te worden toegepast. Proceskosten en griffierecht ln de einduitspraak wordt beslist over de vergoeding van de 23. proceskosten en het betaalde griffierecht.

202201310/1/R4

19 juli 2023

13

Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: draagt de raad van de gemeente Soest op om binnen 16 weken na verzending van deze tussenuitspraak: - met inachtneming van overweging 22 de daar omschreven gebreken in het besluit van 21 december 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Veldmaarschalk Montgomeryweg 3, Soesterberg" te herstellen, en - de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mee te delen en een gewijzigd of nieuw besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mee te delen. Aldus vastgesteld door tegenwoordigheid van

lid van de enkelvoudige kamer

, lid van de enkelvoudige kamer, in griffier.

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

Uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2023 896-926 Verzonden: 19 juli 2023

Raad vanstate

PostNL Port Betaald Port Payé Pays-Bas

Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag

4032735 Raad van State Postbus 20019 2500EA 'S-GRAVENHAGE THE NETHERLANDS

rig

póstril

R Aangetekend 3SRAGN7335902

D-A-1

Postbus 2000 3760CA SOEST

Recommandi

NL

0 CV Cs4 12-

ii

1

Frankering betaald

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=931c47a0-1413-4cc7-9ee0-d106029ad75c