CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage 1 Startnotitie Soest 18feb2025

Beeldvormende vergadering (Raadzaal) 13 maart 2025, gemeente SoestBij agendapunt: Startnotitie Grondstoffenplan 2025-20304.557 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Soest

Grondstoffenplan 2025 – 2030 Startnotitie Concept

18 februari 2025

Startnotitie met strategie, ambitie en doelstellingen voor het op te stellen Grondstoffenplan 2025 – 2030

In opdracht van: Opsteller(s):

Projectnummer IPR Normag: Aantal pagina’s:

Gemeente Soest Drs. ing. P.M.J. de Bruin (Paul) R.A. Zuyderduyn (Ronald) M. Vodegel MSc. (Marijn) 101474 16

Status rapportage Concept starnotitie

Datum 17 november 2024

Concept Concept Concept

19 november 2024 29 januari 2025 18 februari 2025

Toegestuurd naar Projectgroep gemeente Soest Voor bespreking op 19 november 2024 Projectgroep gemeente Soest Bestuurlijke bespreking en besluitvorming Bestuurlijke bespreking en besluitvorming

Startnotitie Grondstoffenplan 2025 – 2030 Soest

18 februari 2025

2

Inhoudsopgave 1

Het doel van deze startnotitie

4

1.1

Van evaluatie naar startnotitie ..................................................................................... 4

1.2

Basis voor het Grondstoffenplan 2025 - 2030 ............................................................... 4

1.3

Leeswijzer................................................................................................................... 4

2

Ontwikkelingen en schets van het beleidsveld

2.1

Relevante ontwikkelingen en nationale beleidskaders ................................................... 5

2.2

Gemeentelijk instrumentarium afvalbeheer .................................................................. 8

3

Strategie, ambitie en doelstellingen Soest

3.1

Ambitie en doelstellingen .......................................................................................... 11

3.2

Strategie ................................................................................................................... 12

3.3

Uitwerking van drie scenario’s ................................................................................... 13

5

11

Bijlagen bijlage 1 Samenstelling (fijn) huishoudelijk restafval gemeente Soest ........................................ 15

Startnotitie Grondstoffenplan 2025 – 2030 Soest

18 februari 2025

3

1 Het doel van deze startnotitie 1.1

Van evaluatie naar startnotitie Het huidige Grondstoffenplan 2021 – 2024 van gemeente Soest is inmiddels afgerond en eind 2024 geëvalueerd. Gemeente Soest wenst nu een doeltreffend en innovatief beleidsplan voor de jaren 2025-2030, waar zij de komende jaren mee vooruit kan, en op basis waarvan actief aan de realisatie van haar duurzaamheidsdoelen kan worden gewerkt, zoals de totstandkoming van een circulaire (grondstoffen)economie. De uitkomsten van de evaluatie, ervaringen en inzichten worden uiteraard meegenomen in het nieuwe Grondstoffenplan. Ten behoeve van het opstellen van dit nieuwe Grondstoffenplan 2025 – 2030 is de voorliggende startnotitie opgesteld met de relevante kaders, uitgangspunten, ambities en doelstellingen.

1.2

Basis voor het Grondstoffenplan 2025 - 2030 De nu voorliggende startnotitie is strategisch en kaderstellend van aard. Met het vaststellen van deze startnotitie worden de kaders gegeven voor het op te stellen Grondstoffenplan 2025 -2030. In het eerste kwartaal van 2025 wordt het nieuwe Grondstoffenplan opgesteld. Het Grondstoffenplan gaat in op alle invalshoeken van integraal afvalbeheerbeleid, uitmondend in een aantal scenario’s. Deze scenario’s worden beoordeeld op hun service richting de inwoners, de kosten en milieueffecten. En aangevuld met nog andere voor- en nadelen (of aandachtspunten), zoals praktische uitvoerbaarheid, implementatietermijnen, de basis voor verdere ontwikkeling van het afvalbeleid. Het Grondstoffenplan 2025-2030 wordt voorgelegd voor vaststelling door de raad.

1.3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de ontwikkelingen en nationale beleidskaders beknopt beschreven. Vervolgens worden de (beleids)instrumenten van de gemeente toegelicht, die een centrale rol spelen in het opstellen van het Grondstoffenplan. Hierbij wordt uitgelegd hoe de gemeente kan sturen om de ambities en gestelde doelen te realiseren. Hoofdstuk 3 beschrijft de ambities en doelstellingen van Soest op het gebied van milieu, service en kosten in het kader van het Grondstoffenplan. Deze worden zo concreet mogelijk geformuleerd. Daarnaast worden de strategische kaders uiteengezet, die richting geven aan het plan en waarmee rekening moet worden gehouden bij de verdere uitwerking. Tot slot worden de hoofdscenario’s toegelicht die in het Grondstoffenplan worden uitgewerkt.

Startnotitie Grondstoffenplan 2025 – 2030 Soest

18 februari 2025

4

2 Ontwikkelingen en schets van het beleidsveld 2.1

Relevante ontwikkelingen en nationale beleidskaders

2.1.1

Nederland Circulair 2050 Mondiaal worden grondstoffen schaarser en daarmee vaak ook kostbaarder. Tegelijkertijd verdwijnen er nog veel grondstoffen in het huishoudelijk restafval waardoor kostbare grondstoffen verspild (verbrand) worden. Onder meer als gevolg van deze ontwikkeling wordt op Europees en nationaal niveau een omslag in het denken van afval naar grondstoffen gemaakt. Het hergebruiken van grondstoffen reduceert de schaarste en heeft een economische waarde. Ook kost het creëren van ‘nieuwe spullen’ onnodig veel (fossiele) energie. Huishoudelijk afval wordt dus niet meer (alleen) gezien als een ongewenst en negatief bijproduct van productie en consumptie maar steeds meer als grondstof. Nieuwe spelers en particuliere initiatieven spelen hierop in. In plaats van een ongewenst bijproduct van onze maatschappij, is een aanzienlijk deel van het vroegere ‘ongewenste afval’ nu een gewenst goed waar vraag naar is. In 2016 heeft de landelijke overheid een Rijksbreed programma gepresenteerd met de naam: Nederland Circulair 2050. Het programma bouwt voort op de groene groeiprogramma’s Van Afval Naar Grondstof (VANG) en het Recycleconvenant. Het kabinet wil hiermee een perspectief schetsen voor een toekomstbestendige, duurzame economie, ook voor toekomstige generaties. Concreet betekent dit dat er in 2050 geen verspilling van grondstoffen meer is: er is dus geen restafval meer.

En dat recyclebare grondstoffen efficiënt worden ingezet en hergebruikt zonder schadelijke emissies naar het milieu. De ambitie van het kabinet is om samen met maatschappelijke partners in 2030 een (tussen)doel te realiseren van 50% minder gebruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) ten opzichte van het peiljaar 2016.

2.1.2

Gemeentelijke verantwoordelijkheid afvalbeheer Gemeenten hebben de wettelijke zorgplicht voor de gescheiden inzameling van huishoudelijk afval en hebben daarnaast een maatschappelijke opdracht om bij te dragen aan de totstandkoming van een circulaire economie. De gemeente moet er dus voor zorgen dat huishoudelijk afval wordt ingezameld en tegelijkertijd beleid voeren gericht op het verminderen van huishoudelijk afval. Dit gebeurt zowel door preventie van afval en betere scheiding van recyclebare grondstoffen. De rol van de gemeenten (en daar waar zij zelf invloed kunnen uitoefenen) bij het voorkomen van verspilling richt zich voornamelijk op de fase waarin inwoners producten en goederen aanschaffen, consumeren en als afval aanbieden. De volgende figuur toont de invloed van de gemeenten in de keten: hoe donkerder ingekleurd hoe groter de invloed.

Hoewel de directe invloed dus beperkt is in een aantal schakels van deze keten, is er wel een belangrijke rol van de gemeente als afvalregisseur richting de circulaire economie. Gemeenten zijn daarbij niet alleen afhankelijk van het gedrag van de inwoners, maar ook van de wijze van productie en verwerking in de markt en landelijke wet- en regelgevingen.

Startnotitie Grondstoffenplan 2025 – 2030 Soest

18 februari 2025

5

Daarom worden producenten van verpakkingen, voeding, producten en andere (gebruiks)goederen steeds directer aangesproken op hún verantwoordelijkheid.

2.1.3

Afval en grondstoffen en de circulaire economie Een circulaire economie betekent dat grondstoffen steeds worden gebruikt in toepassingen met de hoogste waarde voor de economie en de minste schade voor het milieu. De figuur (PBL, 2018 bewerking IPR Normag) met de R-strategieën voor een circulaire economie laat zien dat in een circulaire economie er nog veel stappen boven afvalscheiding voor recycling van grondstoffen bestaan. Het huidige (landelijke) beleid op afval en grondstoffen is op dit moment vooral gefocust op de achterkant van de keten: het afvalscheiden en recyclen van grondstoffen na productgebruik. Terwijl voor een afvalloze samenleving en een circulaire economie de focus ook moet liggen op het voorkomen van afval en stimuleren van hergebruik van producten en materialen. Op deze wijze wordt het mogelijk om grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk in een kringloop te behouden. De verschuiving is gaande. De gemeenten staan nog steeds voor de opdracht om op het terrein waar ze de meeste invloed op hebben, de inzameling bij de mensen thuis, verder te optimaliseren.

VANG programma, van kwantiteit naar kwaliteit Het specifieke VANG-programma heeft zich de afgelopen jaren voornamelijk gericht op het behalen van kwantitatieve doelstellingen, zoals maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar, en minstens 75% afvalscheiding. In het herijkte VANG-programma is de focus verlegd van kwantiteit naar kwaliteit. Dit betekent dat het streven nog steeds is om door middel van goede afvalscheiding hoogwaardige recycling te faciliteren, maar het accent ligt meer op de kwaliteit van de ingezamelde stromen. Daarbij richt het programma zich ook meer op de voorkant van de keten. In een circulaire economie zijn huishoudens één van de schakels die nodig zijn om de ketens te sluiten. Huishoudens dragen hieraan bij door: • • • •

Afval meer en beter te scheiden zodat het gerecycled kan worden; Minder spullen te gebruiken; Producten langer gebruiken; Producten te hergebruiken en te repareren.

Een samenleving zonder verspilling van grondstoffen door deze als afval te verbranden blijft echter nog steeds het doel. Dus 0 kg restafval in 2050. Voor gemeenten is het de uitdaging om toe te

Startnotitie Grondstoffenplan 2025 – 2030 Soest

18 februari 2025

6

werken naar de vermindering van het huishoudelijk restafval, maar tegelijk ook de kwaliteit van de gescheiden ingezamelde grondstoffen te borgen zodat deze goed en in grote mate herbruikbaar en recyclebaar zijn.

2.1.4

Ook verschuiving van focus in wet- en regelgeving Gemeenten zijn vanuit de Wet milieubeheer verantwoordelijk voor het inzamelen en het verwijderen van het afval van huishoudens. Het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) en de opvolger het Circulair Materialen Plan (CMP) geeft daarbij de kaders en vereisten waaraan moet worden voldaan bij het verwerken van afval- en grondstofstromen. De Nederlandse wet- en regelgeving geeft daarbij invulling aan de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen. Deze kaders en plannen worden regelmatig bijgesteld en gewijzigd, ook aan de hand van veranderingen in de Europese Kaderrichtlijn. Het huidige LAP3 is vooral gericht op de afvalfase en de wijze waarop afval moet worden getransporteerd en verwerkt. Om de reikwijdte uit te breiden en in de keten ook meer te kunnen sturen op hergebruik en preventie wordt gewerkt aan een opvolging van het LAP: het Circulair Materialen Plan (CMP). Met het CMP wil het kabinet ook meer sturen op de hogere treden van de afvalhiërarchie, zoals hergebruik en preventie. Zo worden er eisen gesteld aan productontwerp waardoor producten beter repareerbaar (levensduurverlenging) zijn en de gebruikte materialen bijvoorbeeld niet aan elkaar gelast of gelijmd zijn maar weer goed scheidbaar voor recycling.

Het CMP moet innovatie op het gebied van Circulaire Economie stimuleren door partijen uit te dagen om beter te presteren dan de minimumstandaard via een ambitieuze normering. Daarnaast moet de regelgeving uit het CMP vaker direct juridisch bindend zijn. De Wet milieubeheer wordt hiervoor ook aangepast waarbij onder andere het begrip ‘landelijk afvalbeheerplan’ wordt gewijzigd naar ‘circulair materialenplan’. Daarmee moet de Wet milieubeheer gaan aansluiten bij de doelstellingen en terminologie van de circulaire economie.

2.1.5

Strakkere kaders en de gemeentelijke beleidsautonomie Gemeenten hebben een flinke mate van beleidsvrijheid wat betreft het afvalbeleid. Elke gemeente maakt eigen keuzes wat betreft de inzamelfrequentie, het gebruik van financiële prikkels (diftar), containers in de wijk en voor de deur en de wijze waarop het afvalbeheer is georganiseerd (eigen dienst, samenwerken of uitbesteden aan de markt). Vooral de laatste jaren zijn de Europese en nationale kaders wel veel strakker geworden. Gemeenten worden direct en indirect aangespoord om restafval te reduceren en grondstoffen gescheiden in te zamelen.

Besluit gescheiden inzameling Sinds 1 juli 2020 is het ‘Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen’ van kracht. Gemeenten zijn nu wettelijk verplicht om groente -, fruit -, tuinafval en etensresten (GFT+E), papier, metaal, kunststof, glas en elektronische apparatuur gescheiden in te zamelen. Met dit besluit wordt de hoofdregel van de (Europese) kaderrichtlijn afvalstoffen expliciet verankerd in de nationale regelgeving voor huishoudelijke afvalstoffen.

Fiscale maatregelen vanuit het Rijk De Rijksoverheid zet ook verschillende instrumenten in om deze restafvalreductie te bevorderen, waaronder een sterke fiscale prikkel. Restafval wordt steeds zwaarder belast (fiscalisering), door bijvoorbeeld de afvalstoffenbelasting voor afvalverbrandingsinstallaties (op basis van de tonnages restafval die verbrand worden) en een CO2-heffing. Dit type prikkels wordt regelmatig versterkt, zowel om duurzaamheidsredenen als om de inkomsten voor het Rijk op peil te houden bij een afnemende grondslag (restafval).

Startnotitie Grondstoffenplan 2025 – 2030 Soest

18 februari 2025

7

Gemeenten met minder restafval zijn minder afhankelijk van het verder opvoeren van de fiscale druk op vervuilende activiteiten. Voor gemeenten geldt dus: restafvalreductie is van groot (financieel) belang, ongeacht de eigen milieuambities.

Producentenverantwoordelijkheid Producentenverantwoordelijkheid krijgt steeds meer vorm. Tegenwoordig gaat het om ‘uitgebreide producentenverantwoordelijkheid’ (UPV) wat betekent dat producenten verantwoordelijk zijn voor het afvalbeheer van de producten die door hen op de markt zijn gebracht. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor consumptiegoederen en verpakkingen is ingezet om de transitie naar een circulaire economie te bevorderen. Daarbij is ook een doel om bij het ontwerp van producten al meer rekening te houden met het beperken van latere kosten voor afvalverwerking, hergebruik of recycling. In Nederland zijn er al UPV-systemen voor o.a. verpakkingen, papier, vlakglas, autobanden, batterijen en elektronisch afval. Deze lijst is recentelijk uitgebreid met matrassen (2022) en textiel (2023). De meest voorkomende UPV-instrumenten zijn inzamelings- of recyclingdoelstellingen, heffingen in de consumentenprijs en statiegeldsystemen. De producentverantwoordelijkheid krijgt in de praktijk op verschillende wijzen vorm: •

Materieel, waarbij producenten zelf zorgdragen voor retoursystemen voor verpakkingen (bijvoorbeeld via statiegeld) en/of producten;

•

Financieel, waarbij producenten een vergoeding betalen aan gemeenten voor hun rol in de keten zoals verzorgen van inzamelvoorzieningen zoals containers of een ander retoursysteem.

Voor veel grondstoffen met enig volume zal, ook bij verder uitgewerkte producentenverantwoordelijkheid, blijven gelden: het is efficiënt als een (gemeentelijke) inzamelaar met ervaring met huisaan-huis logistiek hier een belangrijke rol speelt. Ook bij inzameling door een maatschappelijke instelling of door verenigingen zal de gemeente een regierol houden of krijgen. Goede afspraken tussen gemeenten en (vertegenwoordigers van) producenten zijn van groot belang. VNG is vaak de partij die namens de gemeenten aan tafel zit. Dit kan op (langere) termijn de rol van gemeenten en de samenstelling van het gemeentelijk afval veranderen.

2.2

Gemeentelijk instrumentarium afvalbeheer Gemeentelijk afvalbeleid is meer dan het plaatsen van containers en inzamelen van afval alleen. De kern van gemeentelijk afval- en grondstoffenbeleid is het (aan)sturen op het aanbied- en scheidingsgedrag van inwoners. Deze paragraaf beschrijft de beleidsinstrumenten waarover de gemeente beschikt voor het behalen van de ambities op het gebied van milieu (reductie restafval, recyclebare grondstoffen, circulaire economie), service (voorzieningen) en kosten. Kortom, “de knoppen waaraan de gemeente kan draaien”.

Gemeentelijk huishoudelijk afvalbeleid is meer dan inzamelen alleen Afvalbeheer is meer dan inzamelen alleen. Een integrale aanpak is van belang. Techniek, logistiek en communicatie gaan daarbij hand in hand. De bereidheid van burgers om restafval te voorkomen en meer grondstoffen te sparen is cruciaal. Een gedegen gemeentelijk afvalbeheer omvat daarom een optimale balans tussen onderling samenhangende beleidsinstrumenten (de beleidsketen) waarmee wordt gestuurd op het aanbied- en scheidingsgedrag van inwoners en biedt kaders voor de meer technische inzamelketen. De figuur illustreert de samenhang van knoppen waaraan kan worden gedraaid om inwoners te verleiden tot het gewenste afvalgedrag. De keten van het gemeentelijk huishoudelijk afvalbeleid kenmerkt zich door de welbekende plan-do-check-act-cyclus.

Startnotitie Grondstoffenplan 2025 – 2030 Soest

18 februari 2025

8

5

Handhaven • Toezicht en controle • Repressie, beboeten

4

6 Registreren / monitoren • Afvalregistratie • Realisatie doelstellingen • Management-/beleidsinformatie

Communicatie • Marketing • Voorlichting

7 Burger

inzamelen

8

9

Overslag en transport

Be- en verwerking (contractbeheer)

Recycling grondstoffen (materiaal en product hergebruik)

10 Verbranding met energieterugwinning

3 Acceptatiebeleid • Tarievenbeleid (gratis/betaald) • Beschikbaarheidsbeleid

2

1

Doelstellingen Afvalbeheerbeleid

Inrichting inzamelstructuur

• LAP (preventie, hergebruik) • Eigen door gemeente gestelde doelen

• Haal- en brengfaciliteiten • Containermanagement

De volgende nummers corresponderen met de figuur: 1. Doelstellingen huishoudelijk afvalbeleid. Dit betreft het stellen van de door de gemeenten gewenste doelen op het gebied van afvalbeheer. Naast de door de gemeenten zelf gestelde doelen ten aanzien van service, milieu en prijs gelden ook de landelijke doelstellingen op het gebied van preventie en hergebruik conform het Landelijk en Afvalbeheerplan (LAP) en toekomstig CMP het VANG-programma. 2. Inrichting (fysieke) inzamelstructuur. Om de gewenste doelstellingen te behalen zal een fysieke inzamelstructuur moeten worden ingericht. De inrichting van de inzamelstructuur heeft gevolgen voor de (door burgers ervaren) service én is van invloed op hun afvalaanbiedgedrag. Minstens zo belangrijk als de beschikbaarheid van een weloverwogen inzamelstructuur, is het flankerend beleid waarmee het afvalaanbiedgedrag van burgers kan worden gestimuleerd: verleiden, sturen en (desnoods) handhaven. 3. Acceptatiebeleid is een beleidsinstrument gericht op het meer of minder 'gemakkelijk' kunnen aanbieden van (bepaalde) afvalstromen. Daarbij kan worden gestuurd met de beschikbaarheid van inzamelvoorzieningen (b.v. extra containers voor het gescheiden aanbieden van grondstoffen, openingstijden van de milieustraat, inzamelfrequentie voor het ophalen van grondstoffen of restafval aan huis, et cetera) of kunnen prijsprikkels worden toegepast. 4.

Communicatie Het doel van communicatie op het gebied van afval- en grondstoffen is om de inwoners van de gemeente te informeren over het afvalbeleid, hen wegwijs te maken welke afvalen grondstoffen op welke wijze kunnen worden aangeboden, om inwoners bewust te maken van hun verantwoordelijkheden met betrekking tot afval en hen aan te moedigen om bij te dragen aan het verminderen van afval en het behouden van een schone leefomgeving. Ook in de vorm van marketing waarmee inwoners worden verleid tot het gewenst afval-aanbiedgedrag. Bij communicatie is de vraag: wie neemt hierbij het voortouw? Vaak kan generieke communicatie op regionaal niveau worden opgepakt en worden specifieke zaken zoals inzameldagen, openingstijden van de milieustraat op gemeenteniveau opgepakt. Soest zit bijvoorbeeld ook recyclecoaches in, in samenwerking met RMN. 5. Handhaving in de vorm van toezicht en repressie (boetes) vormt een stok achter de deur indien blijkt dat de overige beleidsinstrumenten voor (een groep) inwoners onvoldoende effect sorteren.

Startnotitie Grondstoffenplan 2025 – 2030 Soest

18 februari 2025

9

6. Monitoren en registreren. De bereikte resultaten (service/kwaliteit, afvalpreventie, afvalscheiding, et cetera) worden geregistreerd en geanalyseerd zodat kan worden beoordeeld in welke mate de gestelde doelen daadwerkelijk zijn of worden bereikt. Indien nodig wordt actie ondernomen met een of meer van de beschreven beleidsinstrumenten.

Beleidsinstrumenten voor de gemeente Huishoudelijk afvalbeheer is voor gemeenten dus veel meer dan inzamelen alleen. Het is primair het sturen op (of sturen naar) het gewenste gedrag van inwoners. Dit vergt gedragswetenschappelijke kennis, inzicht in mechanismes en instrumenten waarmee gedrag kan worden beïnvloed. De gemeente beschikt over de volgende instrumenten die als een goed gebalanceerde set kunnen worden ingezet. 1. Verleiden en faciliteren. Serviceprikkels zoals goede voorzieningen voor het gescheiden aan kunnen bieden van grondstoffen. 2. Prijsprikkels ten behoeve van een financiële incentive zoals met diftar om zo min mogelijk (rest)afval te veroorzaken door preventie en het scheiden van recyclebare grondstoffen. 3. Overtuigen. Communicatie voor bewustwording en het verleiden en stimuleren van inwoners tot het gewenste ‘afvalgedrag’. Bijvoorbeeld met een bewustwordingscampagne. Met als centrale boodschap: grondstoffen hebben maatschappelijke, ecologische en economische waarde en moeten zoveel mogelijk behouden (preventie) als herwonnen (gescheiden inzameling) worden. Moderne communicatie beperkt zich niet tot het ‘zenden van een algemene boodschap’. Inzicht in persoonlijke afvalprestaties en vormen van ‘gamificatie 1’ worden al gebruikt om het afval scheiden uitdagend en leuk te maken. 4.

Inzet van techniek waarmee ingezameld afval meer en beter gerecycled kan worden. Bijvoorbeeld het nascheiden van PMD uit huishoudelijk restafval. Dit is dus geen beleidsinstrument om aan te sturen op preventie en betere afvalscheiding vooraf, maar een technische oplossing achteraf. 5. En tot slot handhaving dat niet alleen beboeten betekent maar ook via andere ‘slimme’ routes een vermindering van ongewenst gedrag wordt bevorderd. Een mix van bovenstaande instrumenten wordt door gemeenten dus ingezet om afvalscheiding te bevorderen. Een succesvolle aanpak van deze problemen appelleert aan intrinsieke motivatie, biedt voorzieningen voor het gewenste gedrag en heeft handhaving als stok achter de deur.

1 Gamificatie is het gebruiken van spelprincipes en speeltechnieken in een niet-spelcontext om zo spelen-

derwijs gedrag te veranderen, betrokkenheid te creëren en kennis over te dragen.

Startnotitie Grondstoffenplan 2025 – 2030 Soest

18 februari 2025

10

3 Strategie, ambitie en doelstellingen Soest 3.1

Ambitie en doelstellingen Milieu •

Gemeente Soest wil een circulaire gemeente zijn. Een economie zonder afval, waarbij het draait om herbruikbare grondstoffen. Soest streeft ernaar om circulair te zijn in 2050. Dit is het vigerende beleid en doel conform de in 2021 vastgestelde Omgevingsvisie Soest en Soesterberg. Deze ambitie sluit aan bij de Rijksambitie Nederland Circulair. Soest stelt daartoe tussendoelen in het Grondstoffenplan voor de periode 2025 – 2030.

•

Het overkoepelende doel van het grondstoffenbeleid is om afval en grondstoffen op een efficiente en kosteneffectieve manier in te zamelen. “Minder restafval, meer recyclebare – zuivere – grondstoffen”. Ook wordt daarbij gestreefd naar het beperken van CO 2 uitstoot. Meer en een betere scheiding van recyclebare grondstoffen dragen daar aan bij.

•

Focus op ‘prioritaire’ stromen. Deze hebben een groot potentieel bij het reduceren van restafval (kg) en CO2. Dit betreft GFT, textiel, PMD en de afval- en grondstofstromen die gescheiden worden op de milieustraat. Uiteraard krijgen ook de andere recyclebare grondstofstromen aandacht in het grondstofbeleidsplan.

•

Verbetering van het scheidingspercentage ten opzichte van het scheidingspercentage van 64% in 2023. Daarbij worden per grondstofstroom specifieke doelen gesteld. Er valt nog veel te winnen. 73% van het (fijn) huishoudelijk restafval van gemeente Soest betreft in principe recyclebare grondstoffen, waarvoor inzamelvoorzieningen worden geboden. Zie bijlage 1 voor een nadere toelichting.

•

Met tussentijdse evaluaties wordt de voortgang van de resultaten en prestaties op het gebied van grondstoffenbeleid beoordeeld, en waar mogelijk worden deze doelstellingen aangescherpt.

Service •

De gemeente Soest streeft naar een goede tevredenheid van haar inwoners met de geboden service en inzamelvoorzieningen voor het scheiden en aanbieden van afval- en grondstoffen.

•

De tevredenheid van inwoners wordt door middel van een periodieke enquête in beeld gebracht. Als doel wordt gesteld het verlenen van een goede service, waarbij de inwoners deze service waarderen met een gemiddeld rapportcijfer 7.

Kosten •

De gemeente Soest wil de kosten van het grondstoffenbeleid beheersbaar houden. Hierbij maken we onderscheid in de mate waarin kosten door de gemeente (of door RMN) beïnvloedbaar zijn en exogene factoren zoals inflatie en afvalstoffenbelasting.

•

Een kostendekkende afvalstoffenheffing is het uitgangspunt.

•

Met betrekking tot de kostenefficiëntie wordt gestreefd naar een kostenniveau op of onder het benchmarkgemiddelde2 van (met Soest) vergelijkbare gemeenten.

2 Benchmark Huishoudelijk Afval, Rijkwaterstaat in samenwerking met de NVRD.

Startnotitie Grondstoffenplan 2025 – 2030 Soest

18 februari 2025

11

3.2

Strategie Voor Grondstoffenplan en bij de uitvoering van het beleid gelden de volgende strategische kaders:

Milieu •

Het grondstoffenbeleid volgt de voorkeursvolgorde van het 10-R model: het voorkomen van afval heeft altijd de voorkeur, gevolgd door producthergebruik en hergebruik van recyclebare materialen. Verbranden van afval met terugwinning van energie is de laatste trede op deze prioriteitenladder en moet zo veel mogelijk worden voorkomen.

•

Het dumpen van afval is wettelijk verboden, vormt een milieudelict en moet zoveel mogelijk worden voorkomen.

•

Gescheiden afvalstromen moeten kwalitatief goed zijn voor hoogwaardige recyclebaarheid.

•

Het overkoepelende doel van het grondstoffenbeleid is om afval en grondstoffen op een efficiente en kosteneffectieve manier in te zamelen. Ook wordt gestreefd naar het beperken van CO2 uitstoot. Meer en een betere scheiding van recyclebare grondstoffen draagt daar aan bij.

Service en voorzieningen •

De gemeente maakt het inwoners gemakkelijk om grondstoffen gescheiden aan te bieden, terwijl het aanbieden van restafval juist wordt ontmoedigd.

•

De keuze voor inzamelvoorzieningen sluit aan op de kenmerken van de openbare ruimte en de bebouwing. Een gebiedsgerichte aanpak dus, waarbij onderscheid wordt gemaakt in hoogbouw, laagbouw, buitengebied en woon-/winkelkern.

•

Het grondstoffenbeleid is niet statisch en moet kunnen inspelen op ontwikkelingen, kansen en mogelijkheden. Daarom moeten de service en voorzieningen voldoende flexibel zijn om veranderingen op te vangen.

•

Soest wil geen fysiek ambachtscentrum maar werkt aan het Circulair Ambachtscentrum Netwerk Soest: CANS. Samenwerking met de kringloopwinkel speelt hierin een rol.

•

Alle inwoners moeten dezelfde afvalstoffen gescheiden kunnen aanbieden. Maatwerk voor specifieke doelgroepen omvat bijvoorbeeld inzamelen van luiers (en incontinentiemateriaal), of een regeling voor de inzameling van medisch afval.

Communicatie / participatie en bewustwording •

De gemeente Soest wil haar inwoners meer bewust maken van de gevolgen van hun consumptiegedrag en de mogelijkheden voor verduurzaming. Bijvoorbeeld duurzame producten kopen, producten langer gebruiken, zorgen voor minder verspilling van eten, et cetera. Het is belangrijk dat in de communicatie over afval- en grondstoffen zo veel mogelijk een positieve insteek wordt gehanteerd.

•

Het beleid benadrukt de waarde van grondstoffen. Duidelijkheid richting inwoners in de effecten van het beleid wordt als belangrijke factor gezien: “wat gebeurt er met onze ingezamelde afval- en grondstoffen?”. Meer inzicht op dit gebied kan bijdragen aan bewustwording en motivatie voor het ‘gewenste afvalgedrag’. (voorkomen, producthergebruik, materiaal hergebruik, etc.).

Handhaving •

Handhaving maakt integraal deel uit van het grondstoffenbeleid in de gemeente Soest. Ongewenst ‘afvalgedrag’ wordt zo veel mogelijk voorkomen en waar nodig adequaat aangepakt. Inwoners die veel restafval bij de gescheiden grondstoffen deponeren worden daar bij

Startnotitie Grondstoffenplan 2025 – 2030 Soest

18 februari 2025

12

gelegenheid op aangesproken. Vervuilers die afval dumpen krijgen de rekening gepresenteerd. •

3.3

Een goed uitvoeringsprogramma voor Vergunningen, Toezicht en Handhaving draagt bij aan het waarborgen van de kwaliteit van de afvalverwerking en het naleven van de voorschriften die zijn vastgelegd in het grondstoffenbeleid van de gemeente. Het is belangrijk dat dit uitvoeringsprogramma goed aansluit bij het afvalbeleid van de gemeente Soest en dat er voldoende capaciteit beschikbaar is om de taken uit te voeren.

Uitwerking van drie scenario’s Drie scenario’s Het Coalitieakkoord 2022-2026 geeft aan dat een systeem van nascheiding, mede door de voortgaande technische ontwikkelingen, inmiddels de voorkeur verdient. Tevens is er een kritische houding tegenover diftar, onder meer vanwege het risico van ontwijkgedrag en omdat er goede alternatieven beschikbaar zijn. Het is gewenst om de keuzes in breder perspectief te plaatsen. Om de verschillende mogelijkheden objectief te vergelijken worden drie scenario’s uitgewerkt en onderling vergeleken. Deze scenario’s omvatten de strategische, fundamentele keuzes die de richting van het grondstoffenbeleid bepalen. Deze keuzes leggen de basis voor hoe afval wordt ingezameld, verwerkt en hoe de kosten worden verdeeld. A. Nascheiding van PMD In dit scenario wordt gestopt met de geschieden inzameling van PMD: deze stroom wordt dan tezamen met het huishoudelijk restafval ingezameld. Een variant van dit scenario is dat er slechts in specifieke gebieden (bijvoorbeeld alleen bij de hoogbouw) wordt nagescheiden, terwijl in de rest van de gemeente het PMD gescheiden wordt ingezameld. B.

Continueren huidige voorzieningen en optimalisatie via flankerend beleid Dit scenario behelst geen wezenlijke wijzigingen van het beleid (met name inzamelvoorzieningen): er wordt met maatregelen op het gebied van communicatie, handhaving en preventie tot verbetering van de prestaties op het gebied van milieu, service en kosten gekomen. C. Diftar In dit scenario worden gedifferentieerde tarieven toegepast voor het aanbieden van restafval. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in een vast basistarief en een tarief per keer dat huishoudelijk afval wordt aangeboden. Ook kan op basis van het aangeboden gewicht een tarief in rekening worden gebracht. Naast deze scenario’s worden ook aanvullende beleidsmaatregelen voorgesteld die de uitvoering van het grondstoffenbeleid ondersteunen en versterken. Deze aanvullende maatregelen zijn minder afhankelijk van het gekozen hoofdscenario en kunnen vaak in meerdere of zelfs alle scenario’s worden toegepast. Bijvoorbeeld op het gebied van communicatie, serviceniveau zoals inzamelfrequenties of de dekkingsgraad van verzamelcontainers.

Transparant en objectief Met transparantie en objectiviteit als doel wordt bij het uitwerken van deze scenario’s een aanpak gevolgd gebaseerd op feiten en cijfers, waaronder ook ervaringen en resultaten in, qua schaal en gebiedskenmerken, met Soest vergelijkbare referentiegemeenten. De scenario’s worden beoordeeld, in lijn met het beleid van Soest, aan de hand van de afvaldriehoek: hierbij worden de scenario’s op het gebied van service richting de inwoners, kosten- en milieueffecten tegen het licht gehouden. Een dergelijke analyse wordt aangevuld met nog andere voor- en nadelen (of aandachtspunten), zoals praktische uitvoerbaarheid, implementatietermijn en basis voor verdere ontwikkeling van het afvalbeleid.

Startnotitie Grondstoffenplan 2025 – 2030 Soest

18 februari 2025

13

Bijlagen

Startnotitie Grondstoffenplan 2025 – 2030 Soest

18 februari 2025

14

bijlage 1

Samenstelling (fijn) huishoudelijk restafval gemeente Soest

Door middel van een samenstellingsonderzoek is de samenstelling van het huishoudelijk restafval onderzocht. Naast het ‘echte restafval’ wat verder niet geschikt is voor recycling, betreft 73% recyclebare grondstoffen.

Startnotitie Grondstoffenplan 2025 – 2030 Soest

18 februari 2025

15

Strategie

Beleid

Organisatie

IPR Normag Waarderweg 33 Kantoor B10, 2031 BN HAARLEM Postbus 2016, 2002 CA HAARLEM 023 531 91 41 info@iprnormag.nl Startnotitie Grondstoffenplan 2025 – 2030 Soest

18 februari 2025

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=19a13166-bd7d-40b8-bd2f-65466461142a