CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Bijlage 1 Ontwerpvoorstel sturing advies participatie - tbv 29 september en 7 oktober 2021.pdf

Besluitvormende Raadsvergadering 10 februari 2022, gemeente SoestBij agendapunt: Omgevingswet: voorstel sturingsfilosofie, adviesrecht en participatie3.745 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontwerpvoorstel voor sturing, adviesrecht, participatie en adviescommissie onder de Omgevingswet Inleiding: Omgevingswet en bestuurlijke keuzes Naar verwachting treedt de Omgevingswet in werking op 1 juli 2022. De Omgevingswet brengt zo veel mogelijk regelgeving over het fysieke domein in 1 wet samen. De Omgevingswet kent 4 verbeterdoelen; een inzichtelijk omgevingsrecht, de leefomgeving centraal, maatwerk mogelijk maken en snellere en betere besluitvorming. De gemeenteraad heeft binnen de wet keuzemogelijkheden. Voorbereiding keuzes door raadswerkgroep De raadswerkgroep Omgevingswet heeft deze keuzemogelijkheden nader bestudeerd en legt de raad een ontwerpvoorstel voor hoe om te gaan met de keuzes. De keuzes gaan over de sturingsfilosofie van de gemeente, wanneer het bindend adviesrecht van de raad aan de orde is bij buitenplanse omgevingsplan activiteiten en bij welke gevallen een initiatiefnemer verplicht aan participatie moet doen. Daarnaast heeft de werkgroep ook nagedacht over de toekomstige inrichting van de verplichte adviescommissie. Dat vraagt nog nadere uitwerking zoals u in dit memo kunt lezen. Van werkgroep naar gemeenteraad Op woensdag 29 september presenteert de raadswerkgroep het ontwerpvoorstel aan de raad.

Daarna volgt 7 oktober een opiniërende bespreking waar de raad per fractie kan aangeven of u zich kunt vinden in voorgestelde koers of dat u andere accenten zou willen leggen. Uw input nemen wij mee om met concrete casussen te oefenen om te kunnen constateren of de vooraf bedachte uitgangspunten werkbaar zijn. In februari 2022 is het de bedoeling bij de raad terug te komen met een definitief voorstel.

Leeswijzer Op de volgende pagina’s vindt u per thema het ontwerpvoorstel dat volgt uit de besprekingen in de raadswerk. 1. Sturingsfilosofie 2. Adviesrecht 3. Participatie Tot slot vindt u ook een toelichting over de toekomstige adviescommissie. De ambtelijke ondersteuning van de werkgroep heeft per thema ook de gevolgen in beeld gebracht voor zover dat op dit moment inzichtelijk te maken is. In het ontwerpvoorstel dat nu voorligt gaat de werkgroep vooralsnog uit van wat inhoudelijk wenselijk is. Als we in februari 2022 bij de raad terugkomen, dan hebben we meer inzicht in de te verwachten effecten. In het definitieve voorstel worden wenselijkheid en haalbaarheid uiteraard in samenhang gepresenteerd.

1

1. Ontwerpvoorstel Sturingsfilosofie De VNG heeft met ‘keuzeschuifjes’ enkele bestuurlijke keuzes voor gemeenteraden gevisualiseerd. Binnen de raadswerkgroep is er breed draagvlak om vanuit de huidige situatie geleidelijk meer in de geest van de Omgevingswet te gaan werken. Hierdoor ontstaat meer ruimte voor initiatieven uit de samenleving met behoud van bestuurlijke verantwoordelijkheid voor omgevingskwaliteit. Omdat de raad al eerder keuzes heeft gemaakt over de toekomstige sturing (met het vaststellen van verschillende plannen van aanpak) lagen er nog 4 ‘keuzeschuifjes’ voor. De ‘schuifjes’ op de volgende pagina’s geven ons vertrekpunt en het beoogde doel vindt u een toelichting en een inschatting van de verwachte structurele effecten1.

aan. Ook

1.1 Uitnodigingsplanologie of toelatingsplanologie (faciliteren of sturen)

Bij Uitnodigingsplanologie bepalen overheden op hoofdlijnen waar ruimtelijk wel of geen veranderingen gewenst zijn met het oog op lange termijn prognoses en te beschermen waarden. Het is planologie waarbij overheden zich uitnodigend en faciliterend opstellen tegenover initiatiefnemers. Deze houding biedt ook ruimte voor initiatiefnemers om met input van participanten tot een plan te komen met zoveel mogelijk draagvlak. Bij Toelatingsplanologie ligt de essentie hoofdzakelijk in het beschermen van waarden. De beoogde positie biedt ruimte voor initiatief en participatie terwijl je belangrijke waarden bestuurlijk kunt blijven borgen.

1 In dit memo schetsen we de verwachte structurele effecten vanaf het moment dat de nieuwe

sturing/werkwijze/dienstverlening goed ingebed is. Tot dat moment vraagt het eigen maken en optimaliseren van nieuwe processen mogelijk een extra tijdsinvestering (frictiekosten). Hoeveel extra tijd we precies nodig hebben is nog moeilijk in te schatten. Het lijkt zinvol om de eerste paar jaar na invoering van de wet een flexibel budget beschikbaar te stellen dat ingezet kan worden om de beoogde werkwijze, sturing en dienstverlening tot zijn recht te laten komen. De mate waarin het budget daadwerkelijk nodig is, wordt dan uiteraard jaarlijks verantwoord.

2

1.2 Globaal of gedetailleerd omgevingsplan

Om meer ruimte te bieden voor initiatief, maatwerk en participatie past het om het Omgevingsplan een globaler karakter te geven dan de huidige bestemmingsplannen. Als je daarnaast ook behoefte hebt aan rechtszekerheid, dan kies je voor een positie in het midden. Je kunt er ook voor kiezen om per gebied te differentiëren (bijvoorbeeld in een bestaande woonwijk bestaande rechten gedetailleerd vastleggen en in een ontwikkelgebied als Soesterberg-Noord door globalere regels meer ruimte bieden). 1.3 Beoordelingsregels of algemene regels

Deze keuze lijkt op de keuze voor globale/specifieke regels. Beoordelingsregels hebben een globaler karakter en hebben als doel om wel richting te geven maar ook ruimte te bieden voor initiatief, maatwerk en participatie. Algemene regels hebben een specifieker karakter (ook al doet de naam wellicht anders vermoeden). Deze hebben als doel om duidelijke kaders te stellen. Een voorbeeld van een beoordelingsregel is dat de bestemming van een gebouw ‘maatschappelijk’ is en dat er op die locatie zowel een school, ouderencentrum of andere maatschappelijke functie kunnen komen. Daar kun je met belanghebbenden het gesprek over voeren en is er meer ruimte voor verschillende initiatieven. Een voorbeeld van een algemene regel is de bestemming ‘school’ – daar is geen gespreksruimte over de functie. Dit biedt meer duidelijkheid. Op dit moment hebben we vrij veel algemene (duidelijke) regels. Maar we maken ook wel gebruik van ruimere beoordelingsregels. Vaak worden beoordelingsregels nader geconcretiseerd met beleid.

3

Verwacht effect van keuzes 1.1, 1.2 en 1.3: dienstverlening verbetert, capaciteit moet minimaal op niveau worden gebracht om acceptabele Omgevingswetproof dienstverlening te leveren We verwachten dat deze keuze een verbetering van de dienstverlening en participatie en betere mogelijkheden voor draagvlak tot gevolg heeft. Dit vraagt wel om extra capaciteit voor het vooroverleg over initiatieven. Om in een co-creatief proces (pro)actief maatwerk te kunnen leveren ziet de Omgevingswet het vooroverleg als een essentieel aspect van de totstandkoming van initiatieven en ontwikkelingen. Tijdens dat vooroverleg kunnen initiatiefnemers, gemeente en belanghebbenden alle belangen inventariseren en zo mogelijk een plek geven in de planontwikkeling (zowel belangen van groepen en individuele burgers als algemene belangen geregeld in gemeentelijk beleid zoals de Omgevingsvisie). Momenteel hebben we echter veel meer verzoeken om vooroverleg dan dat we behandelcapaciteit hebben. Dat blijkt niet alleen uit het benchmarkonderzoek dat vorig jaar heeft plaatsgevonden maar ook uit de lange wachttijden voor het in behandeling nemen van vooroverleggen. Dit heeft momenteel een nadelig effect op de klanttevredenheid en werkt in de hand dat klanten zonder vooroverleg een vergunningaanvraag indienen.

Hierdoor kunnen we alleen reactief handelen en worden bij planontwikkeling niet alle belangen meegenomen hetgeen ten koste gaat van draagvlak en het halen van beleidsdoelen. Goed vooroverleg is nu al zeer wenselijk. Maar voor het werken in de geest van de Omgevingswet is goed vooroverleg essentieel. Als je in de geest van de Omgevingswet wilt werken, straks niet overvallen wilt worden met aanvragen zonder vooroverleg die we binnen de strakke termijnen moet afhandelen én goede dienstverlening wilt leveren richting aanvragers en belanghebbenden, dan is het belangrijk om de ambtelijk capaciteit in ieder geval op peil te brengen (zie ook de kadernota 2022).

1.4 Participatie wel of niet verplichten

In de huidige situatie kunnen we participatie niet wettelijk verplichten maar is dit wel een ‘werkafspraak’ bij grotere initiatieven. Ook bij kleinere initiatieven attenderen we initiatiefnemers erop dat het belangrijk is om de buren te informeren. De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om ‘specifieke gevallen te benoemen’ waarbij je participatie verplicht stelt (als een initiatief afwijkt van het Omgevingsplan). Het voorstel is om uit te gaan van een uitgebreide participatieverplichting (naast het actief stimuleren van participatie voor die gevallen waar het niet verplicht is). Zie hoofdstuk 3 voor de lijst met verplichte participatie. Verwacht effect van keuze 1.4: participatie verbetert, meer mogelijkheden voor draagvlak, betere Omgevingswetproof dienstverlening, extra capaciteitsvraag Als we participatie in zo veel gevallen verplicht stellen, dan laten we daarmee zien dat we goede participatie heel belangrijk vinden. Dat is positief en past in de huidige samenleving maar wekt wel verwachtingen. Inwoners zullen verwachten dat de gemeente Soest een (middel)matig participatieproces niet acceptabel vindt (als ze al inzien dat niet de gemeente maar de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor participatie). Omdat we echter geen wettelijke

4

mogelijkheden hebben om te sturen op de kwaliteit van participatie, zullen we dat actief moeten stimuleren en ondersteunen. Zeker in de eerste jaren na invoering van de wet als alle partijen nog moeten wennen aan de nieuwe situatie. Die specialistische ondersteuning bestaat dan uit: het adviseren en faciliteren van initiatiefnemers (ook als de gemeente zelf initiatiefnemer is); het adviseren en faciliteren van participanten; het zichtbaar maken van alle belangen die spelen en worden gewogen; het toetsen van participatieprocessen bij vergunningaanvragen; het eventueel zelf organiseren van participatie in de aanloop naar een besluit over een vergunningaanvraag als het proces van de initiatiefnemer ondanks de geboden ondersteuning niet alle belangen meeweegt; doorontwikkelen van de ‘Soester participatiemethode’ om de samenleving beter te faciliteren. Uiteraard gebeurt dit in afstemming met de casemanagers voor ruimtelijke initiatieven. Hiervoor is in de eerste paar jaar na invoering van de wet 1 fte nodig (participatieadviseur). Daarna volgt evaluatie over het vervolg.

5

2. Ontwerpvoorstel Adviesrecht voor vergunningsaanvragen die niet passen in het Omgevingsplan (buitenplans) In februari, maart en begin juni 2021 heeft de raadswerkgroep gesproken over het adviesrecht bij buitenplanse vergunningaanvragen2. Belangrijk is dat de raad een lijst vaststelt van situaties waarin zij adviesrecht wil (geen lijst = geen adviesrecht). Een eerste concept van die lijst is besproken in maart. Er waren nog enkele wijzigingen nodig. Zowel inhoudelijk op verzoek van de werkgroep als juridischtechnisch om te zorgen dat de bewoording en grondslag voor de normering helder is en aansluit bij die van andere overheden. In de tabellen op volgende pagina’s ziet u het tweede voorstel. Aan de linkerkant van de tabel ziet u een beschrijving van de situatie en de normering. Rechts in de tabel ziet u een toelichting op de grondslag. Gemeentebreed geldende normering voor adviesrecht Soort ontwikkeling 1. Het omvormen van recreatiewoningen voor permanente bewoning

Norm Vanaf 1 woning

Grondslag voor normering: Vanwege potentiële precedentwerking en passend bij de kwaliteiten voor de toekomst ‘Waardevol groen’ en ‘Ruimte voor recreatie & toerisme’ stellen we voor dit soort buitenplanse ontwikkelingen in alle gevallen adviesrecht voor.

2. Het plaatsen van antenneinstallaties

Hoger dan 40 m

De hoogte is afgeleid van de bestaande kruimelgevallen in het Besluit Omgevingsrecht (Bor) waarbij B&W bevoegd gezag is.

3. Het plaatsen van windmolens die niet passen binnen vastgesteld beleid3 4. Het aanleggen van zonnevelden die niet passen binnen vastgesteld beleid

Hoger dan 25 m

Molens lager dan 25 m (zogenoemde boerderijmolens) zijn toegestaan door de provincie.

Groter dan 50m2

Deze norm wordt ook aangehouden in het Bor

2

B&W besluiten over vergunningaanvragen. Ook als vergunningaanvragen níet in het Omgevingsplan passen (buitenplans). In dat laatste geval mag de gemeenteraad wel bindend advies geven aan B&W mits de casus op een vooraf door de raad vastgestelde lijst staat. 3 Zoals het ‘Uitnodigingskader grootschalige opwekking’

6

september 2021

Normering voor adviesrecht over ontwikkelingen in stedelijk gebied4 Soort ontwikkeling 5. Het bouwen van woningen5 in stedelijk gebied

Norm 12 woningen of meer

Grondslag voor normering: We hebben hier de koppeling met beleidsdocumenten losgelaten maar relateren onze norm aan provinciale en landelijke normering. Het ‘stedelijk gebied’ komt uit de provinciale regels (voorheen rode contour). Het aantal van 12 woningen is gekoppeld aan de ‘Ladder voor Duurzame Verstedelijking’. Dit landelijke instrument is gericht op zorgvuldig, duurzaam ruimtegebruik en vraagt bij de bouw van 12 woningen of meer om extra onderbouwing.

6. Aanleg of uitbreiding van infrastructurele of openbare voorziening binnen stedelijk gebied (bijv. toiletgebouw, NUTS, parkeerplek)

Groter dan 150 m2

Geldende norm in het Bor is ‘niet-ingrijpende’ herinrichting. We hebben getracht deze te concretiseren waarbij we een ontwikkeling binnen stedelijk gebied minder snel als ‘ingrijpend’ beschouwen dan buiten stedelijk gebied. Binnen stedelijk gebied komen dit soort ontwikkelingen ook vaker voor (denk bijvoorbeeld aan inrichting van een speelplek).

7. Het wijzigen van gebruik van gronden5 al dan niet met het oprichten van nieuwe hoofdgebouwen voor nietwoonfuncties binnen stedelijk gebied (denk bijv. aan bedrijfsmatige en maatschappelijke functies).

Hoofdgebouwen groter dan 50 m2 en wijziging grondgebruik groter dan 150 m2

Normen en bewoording komen overeen met huidige Bor. Deze normen maken dat kleine ontwikkelingen zoals snippergroen en een pinbox een bevoegdheid zijn van het college om over te besluiten.

4 Stedelijk gebied zoals gedefinieerd in de provinciale verordening (voorheen ‘rode contour’). 5 Transformeren van bestaande panden valt hier niet onder omdat dit onder de huidige regelgeving veelal al een bevoegdheid van B&W is.

7

september 2021

Normering voor adviesrecht over ontwikkelingen buiten stedelijk gebied6 Soort ontwikkeling 8. Het bouwen van woningen buiten stedelijk gebied7

9a. Het uitbreiden van gebouwen, bouwen van bijbehorende bouwwerken en uitbreiden grondgebruik voor niet-woonfuncties buiten stedelijk gebied (denk bijv. aan bedrijfsmatige en maatschappelijke functies).

9b. Nieuw vestigen van nietwoonfuncties buiten stedelijk gebied7.

Norm Meer dan 1 woning, tenzij ruimte-voorruimteregeling. Meer dan 150 m2 t.o.v. de in het Omgevingsplan toegestane oppervlakte aan bebouwing en grondgebruik voor nietwoonfuncties.

Grondslag voor normering: Deze norm lijkt passend met het oog op de ruimtelijke kwaliteiten in het buitengebied.

Bewoording (en de uitzondering) komen uit het Bor. Tot 20% is een bestaande mogelijkheid die de provinciale verordening en het huidige bestemmingsplan (afwijkingsbevoegdheid door college) biedt. Afwijkingen groter dan 20% worden voorgelegd voor advies aan de raad. De genoemde uitzondering is nu ook al een bevoegdheid van het college als ‘kruimelgeval’ en in het kader van de sturingsfilosofie en procestermijnen willen we dit graag behouden.

Elke nieuw vestiging van nietwoonfuncties.

Uitzondering op 9a en 9b is nieuwbouw of uitbreiding van een bijbehorend bouwwerk niet hoger dan 5 m met een maximale oppervlakte van 150 m2

10. Aanleg of uitbreiding van infrastructurele of openbare voorziening buiten stedelijk gebied (bijv. toiletgebouw, NUTS, parkeerplek)

Groter dan 50 m2

Geldende norm is ‘niet-ingrijpende’ herinrichting. We hebben getracht deze te concretiseren waarbij we een ontwikkeling binnen stedelijk gebied minder snel als ‘ingrijpend’ beschouwen dan buiten stedelijk gebied. Binnen stedelijk gebied komen dit soort ontwikkelingen ook vaker voor (denk bijvoorbeeld aan inrichting van een speelplek).

6 Stedelijk gebied zoals gedefinieerd in de provinciale verordening (voorheen ‘rode contour’).

7

8

Transformeren van bestaande panden valt hier niet onder omdat dit onder de huidige regelgeving veelal al een bevoegdheid van B&W is. september 2021

Verwacht effect van deze koers: ervaren door te oefenen De verwachte inzet voor griffie en raadsleden is erg afhankelijk van hoe intensief de raadsleden gebruik maken van het adviesrecht en de mogelijkheden om actief participatieve planvormingsprocessen te volgen. Dat is nu vanuit ambtelijk perspectief lastig in te schatten. De kosten die gemoeid zijn met de juridische haalbaarheidstoets van adviezen zijn ook lastig in te schatten omdat we nog geen beeld hebben van het aantal gevallen waarin er raadsbreed draagvlak is voor een advies aan B&W. Door met de raadswerkgroep te gaan oefenen, kunnen we met elkaar de gevolgen beter inschatten. Onderdeel van het werkproces is dat de raad (of de werkgroep in de oefenfase) geïnformeerd wordt over buitenplanse aanvragen. Zowel die onder het adviesrecht vallen als de aanvragen die daar niet onder vallen (om te kunnen toetsen of de lijst in orde is). Omdat het in principe om alle buitenplanse aanvragen gaat, is het aantal behoorlijk groot. Dit vraagt voor al die aanvragen zowel extra tijd van de raads/werkgroepleden als van de griffie en ambtelijke organisatie. Om de werkdruk niet onnodig te vergroten en aan te sluiten bij de sturingsfilosofie lijkt het daarom zinvol om buitenplanse aanvragen die nu onder de kruimelgevallenregeling vallen, niet mee te nemen in deze informatieverstrekking aan de raad.

Dit zijn gevallen die nu al gedelegeerd zijn aan B&W en het lijkt niet in de geest van de wet te passen om daar adviesrecht voor in te stellen.

9

september 2021

3. Ontwerpvoorstel Participatieplicht bij vergunningsaanvragen die niet passen in het Omgevingsplan (buitenplans) In december 2020, januari en maart 2021 heeft de raadswerkgroep gesproken over het belang van participatie en het instellen van een participatieplicht bij buitenplanse vergunningaanvragen. Belangrijk is dat de raad een lijst vaststelt van situaties waarin zij participatie verplicht wil stellen voor initiatiefnemers. Een eerste concept van die lijst is besproken in maart. Er waren nog enkele wijzigingen nodig. Zowel inhoudelijk op verzoek van de werkgroep als juridischtechnisch om te zorgen dat de bewoording en grondslag voor de normering helder is en aansluit bij die van andere overheden. In de tabel hieronder ziet u het nieuwe voorstel. In tegenstelling tot het adviesrecht maken we hierbij geen onderscheid tussen binnen en buiten stedelijk gebied omdat de werkgroep participatie breed wil verplichten. Soort ontwikkeling 1. Het bouwen van nieuwe woningen 2. Het transformeren van bestaande bebouwing naar woningen 3. Het gebruik van recreatiewoningen voor permanente bewoning 4. Het uitbreiden van gebouwen en bouwen van bijbehorende bouwwerken voor niet-woonfuncties (denk bijv. aan bedrijfsmatige en maatschappelijke functies)

Norm 2 of meer woningen 2 of meer woningen Voor elke woning Uitbreiding van meer dan 150 m2 ten opzichte van de maximaal toegestane oppervlakte in Omgevingsplan

5. Oprichten van nieuwe hoofdgebouwen (niet-woonfuncties) 6. Het wijzigen van gebruik van gebouwen en gronden voor nietwoonfuncties. 7. Het plaatsen van antenne-installaties 8. Het plaatsen van windmolens 9. Het aanleggen van zonnevelden 10. Aanleg of uitbreiding van infrastructurele of openbare voorziening (bijv. toiletgebouw, NUTS, parkeerplek)

Meer dan 50 m2

Verwacht effect van deze koers (zie paragraaf 1.4)

10

september 2021

4. Adviescommissie In april sprak de raadswerkgroep over de vormgeving van de verplichte adviescommissie onder de Omgevingswet. Op dit moment hebben we twee adviescommissie – De adviescommissie Milieu & Ruimte met lokale, deskundige vrijwilligers en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit met onafhankelijke (niet lokaal gebonden) professionals. Het bleek lastig om een koers te bepalen. Waar een deel van de werkgroep vooralsnog op de oude voet verder wil, wil een ander deel van de werkgroep vast gaan denken en werken vanuit de geest van de wet. De werkgroep heeft dan ook om evaluatie van de bestaande commissies gevraagd als input om een voorstel te kunnen doen. Ondanks de verschillen van opvatting is uit de besprekingen ambtelijk toch vast een ontwerp voor een koers gedestilleerd die aan zoveel mogelijk wensen recht doet. Dat is onder andere gedaan omdat we nog dit jaar nieuwe leden moeten zoeken voor de bestaande Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) – 2 van de leden hebben de maximale zittingsduur bereikt. Als we dan toch nieuwe leden moeten zoeken én willen oefenen met het werken in de geest van de Omgevingswet, dan lijkt het zinvol om ook op het vlak van de toekomstige adviescommissie een ontwerp koers te bepalen. Een koers die we nader invulling kunnen geven in overleg met de betrokken commissies.

Bovendien is het zeer waardvol om ook op dit vlak te kunnen oefenen en – waar nodig – bij te kunnen stellen. Wensen voor de adviesfunctie In de werkgroep zijn verschillende wensen geuit over de inrichting van de adviesfunctie. Belangrijk daarbij zijn in ieder geval: 1. Deskundigheid en onafhankelijkheid 2. De couleur locale / het dorpse karakter / aansluiting bij lokale kwaliteiten 3. Efficiënt werkproces (geen dubbel werk en tegenstrijdige adviezen) 4. Doorontwikkeling in de geest van de Omgevingswet 5. Behoud van het goede van bestaande commissies Daarnaast bepaalt de wet dat het onderwerp monumenten sowieso een plek moet krijgen in de formele adviescommissie. Vertaling naar een ontwerp koers 1. We stellen voor om vooralsnog beide commissies in stand te houden. Beide hebben hun eigen waarde en hun eigen werkwijze (de ene vanuit vrijwillige betrokkenheid, de ander vanuit een professioneel opdrachtgever-opdrachtnemerschap). Deze zijn niet simpelweg samen te voegen. 2. Belangrijk is om voor die thema’s die beide commissies raken samenwerking te organiseren en te streven naar één gezamenlijk advies. 3. De adviescommissie Milieu & Ruimte blijft vooralsnog in de huidige vorm bestaan – eventuele verbeteringen in het werkproces kunnen we gezamenlijk vormgeven. 4. De CRK richten we slagvaardiger in vanwege de behandeltermijn voor aanvragen. Dat betekent dat: a.

De CRK in ieder geval over ‘monumenten’ gaat (bouwhistorie, restauratiearchitectuur en architectuurhistorie). Dit onderdeel van de adviescommissie is wettelijk verplicht en moeten we regelen voor ingang van de wet. b. We dit aanvullen met disciplines die aansluiten bij de Soester kwaliteiten8 (met name voor die disciplines waar beperkte ambtelijke capaciteit gebaat is bij aanvullende expertise van een onafhankelijke adviescommissie). De aanvullende disciplines zijn 8 Uit het document ‘Kwaliteiten voor de toekomst’ en de ontwerp Omgevingsvisie: Ontspannen woon- en werkmilieu -

Soest in beweging - Samen het nieuwe Soesterberg maken - Waardevol groen - Een groene bruikbare polder - Ruimte voor recreatie - Adequaat reageren op klimaatverandering.

11

september 2021

dan: stedenbouwkunde, architectuur, landschap en cultuurhistorie – allen ingegeven vanuit een combinatie van deskundigheid én couleur locale. c. Gezien stedenbouwkunde en architectuur (en ruimtelijke kwaliteit in meer algemene zin) bij vrijwel alle aanvragen relevant is, zoeken we een voorzitter van de CRK die deze disciplines kan vertegenwoordigen en voor kleine aanvragen (bijvoorbeeld de dakkapellen en uitbouwen bij rijtjeswoningen) als dorpsbouwmeester op kan treden. d. De andere disciplines worden ingezet op het moment dat zij toegevoegde waarde hebben (in tegenstelling tot de huidige situatie waarbij alle leden zich in principe over alle aanvragen buigen). e. Door deze efficiëntere werkwijze er meer ruimte is voor de commissieleden om waar nodig op locatie te kijken en bijvoorbeeld jaarlijks met de gemeenteraad een werkbezoek te organiseren. Verwacht effect van deze koers: efficiëntere processen, meer couleur locale, betere dienstverlening De verwachting is door het anders organiseren van het adviesstelsel we een efficiëntieslag kunnen maken. Hierdoor gaat de dienstverlening niet alleen sneller maar kunnen we voor de CRK ook tijd creëren die de leden kunnen investeren in de aansluiting bij de couleur locale hetgeen de kwaliteit van de leefomgeving ten goede komt. De verwachting op dit moment is dat dit structureel geen extra ambtelijke capaciteit vraagt.

Ook verwachten we dat dit structureel kostenneutraal kan worden uitgevoerd.

NB: Voor de toekomstige inrichting van de adviescommissie doet de werkgroep nu geen ontwerpvoorstel aan de gemeenteraad. De werkgroep wil eerst meer informatie en evaluatie van het functioneren van de huidige commissies om later een voorstel te doen aan de raad.

12

september 2021

Tot slot: evalueren, leren en bijstellen waar nodig De raadswerkgroep gaat de komende tijd oefenen met de ontwerpkoers en eventuele aanvullingen daarop vanuit de raad. Dat zal begin volgend jaar leiden tot een definitief voorstel dat mogelijk afwijkt van dit ontwerpvoorstel mocht dat nodig zijn. Daarnaast zullen we afspraken maken over het evalueren van de uitvoering nadat de wet is ingevoerd. Mochten zich in de praktijk onwenselijke situaties voordoen, dan kunnen we onze aanpak bijstellen waar dat nodig is.

13

september 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=b065cecd-a3af-4f4a-8407-90ad11b00c0a