2. Bijlage 1 Kadernota 2025_definitief
Tekst van het document
Kadernota 2025
waardering, lotgenotencontact, trainingen en individuele ondersteuning. Preventie wordt gerealiseerd door mantelzorgers proactief te bereiken voordat ze overbelast zijn. In 2025 hebben we als speerpunten: werkende mantelzorgers en mantelzorgers voor inwoners met GGZ problematiek. Lessen uit Smitsveen Tot slot willen we in 2025 met de geleerde lessen uit Smitsveen een plan maken voor andere wijken met veel kwetsbare inwoners. Een actieplan werken we uit in 2025 en zal landen in de begroting 2026. Om deze ambities en speerpunten te realiseren hebben wij een aanvullend structureel budget van € 143.000 nodig. Hiermee kunnen we het meldpunt discriminatie beter zichtbaar maken, migrantenouderen blijvend ondersteunen en laten meedoen, en succesvolle activiteiten van Stichting Balans continueren. Uitvoering Integrale Visie sociaal domein In het voorgaande hebben we aangegeven waar we de komende tijd aan willen werken. Om dit tot een succes te maken is het nodig dat we ook de uitvoering goed organiseren en toekomstbestendig maken. Hiervoor zijn we in 2024 gestart met een drietal projecten die we na besluitvorming in 2025 implementeren.
Toekomstige Samenwerking uitvoering Sociaal domein Baarn Bunschoten Soest en integrale toegang Op dit moment werken we de bestuursopdracht uit waarbij we komen tot een voorstel voor een robuuste toekomstbestendige uitvoeringsorganisatie voor het sociaal domein voor de drie gemeente Baarn, Bunschoten en Soest. Eind 2024 verwachten we besluitvorming over het dan uitgewerkte voorstel. Hoe het er precies uit gaat zien en wat dit betekent voor 2025 is nog niet bekend. Met de bestuursopdracht Toekomstige Samenwerking uitvoering sociaal domein Baarn Bunschoten Soest is ook besloten dat we in 2025 de toegang tot het sociaal domein voor inwoners laagdrempelig en nabij organiseren in de sociale basis. Dit is in lijn met het onlangs vastgesteld Richtinggevend kader toegang van de VNG. We werken een voorstel uit voor besluitvorming samen met onze partners in de sociale basis. Na besluitvorming hopen we in 2025 te kunnen starten met de implementatie van deze nieuwe integrale toegang sociaal domein. Herijking subsidiemethodiek De herziening van de subsidiesystematiek wordt momenteel ontwikkeld en zal naar verwachting financiële consequenties hebben. De omvang is alleen op dit moment nog niet te overzien: de uitwerking zal plaatsvinden in het tweede halfjaar van 2024. Na vaststelling van de nieuwe methodiek moeten de uitkomsten vervolgens nog worden verwerkt in uitvoeringsvoorstellen.
Binnen de huidige praktijk worden subsidieaanvragen rond oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar ingediend. De gevolgen van het nieuwe subsidiebeleid zullen hierdoor al plaatsvinden vanaf 2025. Zodra de uitkomsten bekend zijn worden de eventuele financiële consequenties verwerkt in de voorjaarsnota 2025 en in de begroting 2026-2029. 30
Kadernota 2025
Wijkaanpak Smitsveen - continueren activiteiten
incidenteel 2025 € 65.000 structureel vanaf 2026 € 189.000
Aan de hand van het zogeheten Uitvoeringsplan Smitsveen is van 2018 tot en met 2022 flink geïnvesteerd in de wijk Smitsveen, en met succes. De wijk is leefbaarder, veiliger en socialer geworden door de wijkaanpak Smitsveen. De wijkaanpak Smitsveen laat zien dat investeren loont. Een succesvolle wijkaanpak heeft een lange adem. Het is dan ook belangrijk om de wijkaanpak Smitsveen een passend vervolg te geven via het Uitvoeringsplan Integrale Visie Sociaal Domein (2024 - 2028), door enerzijds de projecten die een aantoonbare toegevoegde waarde hebben te continueren en anderzijds door wellicht aansluiting te vinden bij de Regiodeal. Dit omdat uit onderzoek blijkt dat de effecten van een wijkaanpak doorgaans pas na 10 jaar zichtbaar zijn. Om de succesvol gebleken projecten (huiskamer, buurtkeuken, project preventief plan, outreachend werk en opvoedondersteuning) te kunnen voortzetten is een structureel budget nodig van € 189.000. Omdat er voor 2025 nog incidentele middelen beschikbaar (in totaal € 124.000) zijn, kan voor 2025 worden volstaan met een aanvullend budget van € 65.000. Toekomstonderzoek zwembad
(voorlopige aanname) € 500.000 vanaf 2028
Het gemeentelijk zwembad, onderdeel van sportcomplex Sportboulevard De Engh, is 33 jaar oud en wordt in 40 jaar afgeschreven. Met betrekking tot de toekomst van het zwembad worden nu drie scenario’s onderzocht: renovatie, nieuwbouw en afstoten. Renovatie verlengt de levensduur met 20 jaar en is goedkoper dan nieuwbouw. Het biedt echter beperkte verduurzamingsmogelijkheden en vereist sluiting van het zwembad met circa 1 jaar. Nieuwbouw biedt de mogelijkheid om een modern en duurzaam (gasloos) zwembad voor de komende 40 jaar te bouwen. Het zwembad hoeft niet te sluiten als de nieuwbouw naast het bestaande zwembad plaatsvindt. Nadeel is dat nieuwbouw doorgaans duurder is dan renovatie. Met het afstoten van het zwembad besparen wij aanzienlijk op onze huidige uitgaven. Nadeel is dat wij een belangrijke (sport)voorziening missen met maatschappelijke waarde en een sociale functie. Inwoners moeten dan voor (onder andere) zwemlessen uitwijken naar omliggende gemeenten waar nauwelijks plek is. Dit geldt ook voor onze plaatselijke zwemvereniging. Zowel financiële overwegingen als overwegingen met een maatschappelijk impact betrekken wij bij het uiteindelijke voorstel dat het college aan uw raad gaat voorleggen. Op dit moment worden de scenario’s verder uitgewerkt. De gemiddelde kosten voor de verschillende renovatiescenario’s worden nu geraamd op circa € 10 mln.
De investeringskosten voor nieuwbouw worden nu geraamd tussen de circa € 15 en € 24 mln., afhankelijk van de configuratie (bijv. wel/geen recreatiebad). Wij verwachten in het vierde kwartaal van 2024 de toekomstscenario’s met uw raad te kunnen bespreken. Tegenover de uit de investering voortvloeiende kapitaallasten staan – in elk geval de eerste jaren na ingebruikname - ook besparingen op het jaarlijkse onderhoudsbudget. 31
Kadernota 2025
Vooruitlopend op nog te maken keuzes houden we in de financiële meerjarenprognose vooralsnog rekening met een per saldo hogere last van € 500.000 vanaf 2028, zie paragraaf 4.3.
Uitvoering Nota sport en bewegen 2024-2028
incidenteel € 60.000 structureel € 85.000
In december 2023 heeft de gemeenteraad de nota sport en bewegen 2024-2028 vastgesteld. Ten aanzien van budget om de actiepunten uit deze nieuwe nota te kunnen uitvoeren is toen voorgesteld om dit nader af te wegen bij de voorjaarsnota 2024 en/of kadernota 2025. Via een amendement heeft uw raad vooruitlopend hierop al € 90.000 beschikbaar gesteld om het aantal fte’s buurtsportcoaches uit te breiden met 1,2 fte. Bij de voorjaarsnota 2024 zagen wij gezien het financiële perspectief geen mogelijkheden om (extra) budget vrij te spelen voor uitvoering van de resterende opgenomen actiepunten. Vandaar dat dit alsnog wordt gedaan bij deze kadernota. Voor de uitvoering van de opgenomen actiepunten is nog een bedrag benodigd van € 145.000, zie de onderstaande tabel. Nr. Item
Bedrag
I/S
Toelichting
1 Sportdeelname/vrijetijdsonderzoek
€ 25.000 € 20.000 € 10.000
S S I
1x per 4 jaar
€ 10.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 10.000
S I S I S I
1x per 4 jaar
€ 10.000
I
2 Uitbreiding 0,3 fte verenigingsondersteuning 3 Project clubkadercoaching 4 5 6 7
Verenigingspeiling Veilig sportklimaat o.a. campagne VOG's Huldiging sporters Onderzoek skeelerbaan preventiemedewerker Project motorische ontwikkeling kinderen 8 Inzet 9 (beweegscan) Verdiepend onderzoek sport- en 10 speelplekken
Herijking Integraal Huisvestingsplan (IHP)
structureel € 75.000, jaarlijks met € 75.000 oplopend
We hebben het IHP 2021 -2035 uit 2021 gezien de vele ontwikkelingen van de afgelopen jaren en de nieuwe inzichten op verschillende onderwerpen geactualiseerd. Zoals in de 32
Kadernota 2025
begroting 2024-2027 hebben aangekondigd, is de opgave van de herijking tweeledig. De herijking wordt tegelijk met de kadernota ter besluitvorming voorgelegd aan de raad. Deel A Het eerst deel is een actualisatie op onderdelen van het huidige IHP om zo een scherper beeld te krijgen van de ontwikkelingen van het afgelopen jaar en de opgave waar de gemeente en de schoolbesturen gezamenlijk voor aan de lat staan. Deze actualisatie is met name gericht op de leerlingenaantallen (gewijzigde ruimtebehoefte), de investeringskosten (financiële herijking) en de gestelde ambities in relatie tot het beleid (beleidsrijke herijking). Het actualiseren van deze gegevens is van belang om de gevolgen voor de meerjarenbegroting inzichtelijk te maken en een weloverwogen besluit te nemen betreffende het wel of niet aanpassen van de in het IHP vastgestelde programmering. Deel B Na actualisatie van de projectuitgangspunten van het IHP (kosten en ruimtebehoefte) zoals uitgewerkt in deel A, is er voor de projecten in de eerste termijn van het IHP (5 jaar) een strategie ontwikkeld, zowel op het proces als op de inhoud, om zoveel mogelijk synergie te realiseren met behoud van de ambities zoals gesteld in het IHP, een zogenoemd concreet uitvoeringsprogramma deel B.
De gedachtegang daarbij is dat door slim invulling te geven aan de organisatorische uitdaging effectief en efficiënt om wordt gegaan met de beschikbare financiële middelen en tijd en capaciteit van organisaties. Hiermee willen we ook de uitvoerbaarheid en voortgang van dit plan borgen. In de herijking hebben we de voorgenomen investeringen van de toegekende voorzieningen gekoppeld aan een meer realistische planning met inachtneming van de te doorlopen procedures, beschikbare locaties, inzet tijdelijke huisvesting (kosten en planning) en eventuele locatiegebonden meerkosten (bijkomende kosten). We hebben aanvullende beleidsafspraken geformuleerd samen met schoolbesturen. Ten opzichte van het vorige IHP zijn in de herijking in de periode 2021-2035 ook de scholen van het schoolbestuur SKOSS-KPOA meegenomen. De herijking heeft geleid tot aanpassingen van het meerjareninvesteringsplan 2021-2035, met een investeringsvolume van ruim € 70 miljoen. Om het aangepaste meerjareninvesteringsplan te kunnen realiseren hebben we vanaf 2025 een extra storting van € 75.000, jaarlijks tot en met 2035 met € 75.000 oplopend, in de reserve Integraal accommodatiebeleid nodig.
33
Kadernota 2025
3.4 – Overhead Kosten software structureel € 260.000 De structurele kosten voor het gebruik van software zijn in de breedte aan het stijgen. Daar zijn een aantal redenen voor: • De eisen die aan de software worden gesteld op het gebied van informatiebeveiliging, worden steeds strenger. Dit leidt tot extra kosten. • Alle nieuwe software wordt als SAAS (software as a service) in de cloud aangeboden, waardoor de leveranciers kosten in rekening brengen voor hosting en beheer. Voorlopig staan hier nog geen besparingen bij de RID tegenover. Dit is pas aan de orde op het moment als de servers, die de RID beheert, helemaal niet meer gebruikt worden en zijn afgeschreven. • Softwarepakketten zijn steeds meer met elkaar gekoppeld, zodat gegevens vanuit de ene registratie kunnen worden gebruikt in andere registraties. Dit legt de basis voor goed gegevensmanagement en verbetert de kwaliteit van onze gegevens. De structurele kosten voor de koppelvlakken nemen daardoor wel toe. Deze stijging van de kosten hebben we de afgelopen tijd al gezien, o.a. door de aanschaf van een nieuw financieel systeem. In 2025 wordt een nieuw burgerzakensysteem aanbesteed en wordt nieuwe software voor de basisregistraties BAG-WOZ-BGT4 geïmplementeerd. Deze ontwikkelingen brengen, vanwege bovenstaande redenen, kostenstijgingen met zich mee.
In totaal houden we rekening met stijging van de kosten voor software van € 260.000 per jaar. Daarnaast komen er nog ontwikkelingen op ons af, die nu nog niet financieel vertaald zijn. Zo is het noodzakelijk om onze Microsoftlicenties aan te passen, om te kunnen blijven voldoen aan de vereiste functionaliteiten voor informatiebeveiliging en voorbereid te zijn op toekomstige phishingaanvallen. Met de overstap van zogeheten E3- naar E5-licenties voldoen we beter aan de benodigde veiligheidseisen om de organisatie te beschermen tegen de toename van phishingaanvallen en -tactieken. Daarnaast komt er aangescherpte regelgeving, gericht op de verbetering van de informatiebeveiliging en cybersecurity (Baseline Informatiebeveiliging 2.0 en NIS2-richtlijn (Network and Information Security directive). Deze richtlijnen leiden tot hogere eisen die worden gesteld aan gemeenten. We hebben een reserve I&A. Deze reserve I&A is bedoeld om in jaren waarin er geen grote softwareprojecten zijn, geld te kunnen ‘sparen’. In jaren waarin er wel grote softwareprojecten zijn, kan geld worden onttrokken uit de reserve om de eenmalige projectkosten te dekken. De reserve is niet bedoeld voor het opvangen van tekorten in de structurele kosten. Daarom stellen we voor om in de begroting de stijging van de kosten voor software structureel te verhogen met € 260.000.
4 BAG: basisregistratie adressen en gebouwen; WOZ: Waardering onroerende zaken; BGT: basisregistratie groot-
schalige topografie.
34
Kadernota 2025
3.5 - Algemene dekkingsmiddelen Hiervoor wordt verwezen naar de tekst ‘Inschatting loon- en prijsstijgingen in relatie tot de compensatie via meicirculaire 2024’ in hoofdstuk 4.2.
35
Kadernota 2025
Hoofdstuk 4 – Financiële hoofdlijnen 4.1 – Uitgangspunten ramingen programmabegroting 2025-2028 Vertrekpunt: huidige meerjarenbegroting 2024-2027 Het vertrekpunt voor deze kadernota vormt de in de raad vastgestelde meerjarenbegroting 2024-2027, aangevuld met wijzigingen op deze begroting zoals de verwerking van de september- en decembercirculaire van het gemeentefonds 2023. De meerjarenbegroting 20242027 sluit voor de jaren 2024 en 2025 met een positief saldo en vertoont vanaf 2026 een tekort. Voorjaarsnota 2024 van het Rijk In combinatie met het besluit om de opschalingskorting af te schaffen maakt het demissionair kabinet in de voorjaarsnota 2024 van het Rijk ook bekend dat de nieuwe financieringssystematiek voor het gemeentefonds al dit jaar wordt ingevoerd. Tot op heden was het ingangsjaar 2027. Daarnaast worden voor de indexering van de zorgkosten vanaf 2026 extra middelen beschikbaar gesteld. Met deze ontwikkelingen hebben we vooruitlopend op de meicirculaire 2024 alvast rekening gehouden in het financieel meerjarenperspectief. Verder is voor de Wmo-uitgaven een nog nader uit te werken aparte, geobjectiveerde indexering aangekondigd en wordt het verminderen van het aantal specifieke uitkeringen door het kabinet versneld aangepakt.
Hoewel het Rijk hiermee eerste betekenisvolle stappen zet voor het verbeteren van de financiële positie van gemeenten en de benodigde aanvulling van het gemeentefonds, zullen deze niet voldoende zijn om onze meerjarenbegroting op termijn sluitend te krijgen. Vandaar dat we separaat van de financiële uitgangspunten en kaders in deze kadernota een paragraaf 4.4 hebben opgenomen waarin we nader ingaan op de noodzaak tot begrotingstekortreductie. Voorgesteld wordt om bij de opstelling van de meerjarenbegroting 2025-2028 de uitgangspunten en kaders te hanteren zoals deze hieronder nader worden toegelicht. Financiële uitgangspunten en kaders voor de begroting 2025 Algemene uitkering Gemeentefonds De raming van de algemene uitkering Gemeentefonds wordt gebaseerd op de meicirculaire 2024. Over de uitkomsten hiervan wordt u geïnformeerd zodra de meicirculaire beschikbaar is en is doorgerekend en geanalyseerd. Voor een aantal relevante ontwikkelingen zie 4.2 – Verkenning financieel meerjarenperspectief 2025-2028. De algemene reserve De algemene reserve blijft minimaal op het afgesproken niveau van € 7 miljoen. Mocht de verdere doorontwikkeling van het risicomanagement aanleiding vormen voor het aanpassen van deze norm dan nemen we dit als voorstel mee via het reguliere p&c-instrumentarium.
36
Kadernota 2025
Prijs- en loonontwikkeling Voor een inschatting van de effecten van loon- en prijsstijgingen maken we gebruik van een aantal relevante percentages voor het jaar 2025 uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2024 van het Centraal Planbureau. Op basis hiervan maken we een globale inschatting van de effecten voor de jaren 2025-2028 in deze kadernota. In de begroting 2025 vindt een meer verfijnde uitwerking plaats. We hanteren een index voor de bijstelling van het eerstvolgende begrotingsjaar en deze hanteren we ook voor de jaren daarna in de meerjarenbegroting (constante lonen en prijzen: geen meerjarige verwerking van index op index). Rente De rentepercentages voor de meerjarenbegroting 2025–2028 worden conform de notitie Rente van de commissie BBV jaarlijks opnieuw bepaald. Belastingen, heffingen en leges Bij de onroerendezaakbelastingen gaan we uit van de trendmatige stijging. Bij de heffingen en rechten (zoals de afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges e.d.) wordt het principe van 100% kostendekkendheid gevolgd, rekening houdend met specifieke uitspraken en besluiten die daarover zijn genomen. Provinciale richtlijnen toezicht Ieder jaar ontvangt de gemeente relevante en actuele informatie over de wijze waarop onze begroting beoordeeld wordt, het financieel toezicht.
Hiervoor hebben we begin april van de provincie de uitgangspunten voor de komende meerjarenbegroting (begrotingscirculaire) ontvangen. De hierin opgenomen informatie is een aanvulling op het Gemeenschappelijk Toezichtkader gemeenten 2020 (GTK 2020). In het GTK 2020 zijn de basisuitgangspunten van het financieel toezicht opgenomen (Financieel-toezicht-GTK2020). Uitgangspunt bij het financieel toezicht is dat de gemeente onder repressief toezicht blijft. Repressief toezicht betekent dat we zonder onze voorafgaande goedkeuring de begroting kunnen uitvoeren. Daarbij is leidend dat de structurele lasten gedekt moeten zijn door structurele baten. Het inzicht in de structurele begrotingspositie is een belangrijk aandachtspunt. Op basis van de kaders van de provincie dient de begroting structureel en reëel in evenwicht te zijn. Met ‘structureel in evenwicht’ wordt bedoeld dat er tegenover de structurele lasten in ieder geval evenveel structurele baten staan. De incidentele lasten mogen worden gedekt door structurele en door incidentele baten. Met reëel evenwicht wordt bedoeld dat de geraamde baten en lasten in de begroting en meerjarenraming volledig en realistisch zijn en passend zijn bij de taken die daarbij horen.
Het is voor de toezichthouder niet acceptabel als ieder jaar opnieuw een meerjarenraming wordt opgesteld waarbij er uitsluitend in het laatste jaar weer evenwicht is (verschuivend perspectief). We zijn volgens de huidige richtlijnen gehouden om het eerste begrotingsjaar (2025) een sluitend begrotingssaldo te presenteren als (uiterlijk) het laatste jaar van de meerjarenraming (2028) dat niet het geval is. 37
Kadernota 2025
Wij dienen ons begrotingssaldo, zowel voor het betreffende begrotingsjaar als voor de meerjarenraming, inzichtelijk te presenteren. Hierbij hanteren we het Gemeentelijk Financieel Toezichtkader 2020 en de notitie incidenteel/structureel die in het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) van 21 november 2023 is vastgesteld. Het toezicht gaat specifiek in op de gepresenteerde tekorten voor de jaren vanaf 2026 en hoe hiermee wordt omgegaan in de komende meerjarenbegroting. Dit is afhankelijk van in hoeverre het Rijk de gemeenten tegemoet gaat komen voor deze in combinatie met de inzet op mogelijke ombuigingsmaatregelen. Zoals aangegeven komt het Rijk zoals blijkt uit de voorjaarsnota van het demissionaire kabinet de gemeenten op een aantal punten tegemoet. Echter, de lopende kabinetsformatie en de demissionaire status van het huidige kabinet maken het lastig om een volledige inschatting te maken van de effecten van het rijksbeleid. Wij hopen op verdere duidelijkheid met het verschijnen van de meicirculaire.
4.2 – Verkenning financieel meerjarenperspectief 2025-2028 Algemeen In deze paragraaf wordt zo goed mogelijk in kaart gebracht welke (financiële) ontwikkelingen er vanaf 2025 op ons afkomen. In de voorjaarsnota 2024 is het financieel meerjarenperspectief (FMP) 2024-2027 geactualiseerd. Aangevuld met de financiële ontwikkelingen vanaf 2025, ontstaat een geactualiseerd beeld van het financiële kader dat als basis dient voor de begroting 2025 en verder. Zie tabel 1 aan het einde van deze paragraaf. Zoals aangegeven bij de Financiële uitgangspunten en kaders worden effecten van ombuigingsscenario’s separaat in beeld gebracht (zie paragraaf 4.4). De uiteindelijke bestuurlijke keuzes daarin worden in de meerjarenbegroting 2025-2028 inhoudelijk en financieel verwerkt. Ontwikkelingen rijksbeleid Voorjaarsnota 2024 van het Rijk Zoals aangegeven in paragraaf 4.1 geeft het demissionair kabinet in de voorjaarsnota van het Rijk aan dat de opschalingskorting wordt afgeschaft, dat de nieuwe financieringssystematiek voor het gemeentefonds al dit jaar wordt ingevoerd en dat er vanaf 2026 extra middelen voor de indexering van de zorgkosten beschikbaar worden gesteld. De effecten van het afschaffen van de opschalingskorting en de extra middelen voor de indexering van de zorgkosten hebben we in het financieel meerjarenperspectief apart zichtbaar gemaakt.
Dat geldt ook voor de eenmalige korting op het gemeentefonds in 2025 waarvan in de voorjaarsnota van het Rijk wordt uitgegaan. De effecten van de nieuwe financieringssystematiek nemen we mee in het onderdeel ‘Inschatting loon- en prijsstijgingen in relatie tot de compensatie via de meicirculaire 2024’ (zie hierna). Herijking gemeentefonds Vanaf 1 januari 2023 is het verdeelmodel van het gemeentefonds volledig herzien. Het doel van het Rijk is een stabiel verdeelmodel dat zoveel mogelijk aansluit bij de kosten van de 38
Kadernota 2025
gemeenten. Een ‘ingroeipad’ zorgt ervoor dat de gevolgen van de herziening beperkt blijven. Tot en met 2027 blijven de financiële gevolgen beperkt tot maximaal € 37,50 per inwoner. Dat betekent voor Soest als nadeelgemeente dat we in elk geval t/m 2027 via de algemene uitkering een compensatiebedrag (€ 850.000) ontvangen voor het nadeel zoals we hebben aangegeven in de toelichting op de meicirculaire 2022. Het Rijk evalueert en beoordeelt het verdeelmodel en is van plan om de evaluatie voor de zomer van 2024 af te ronden. In de meicirculaire van 2025 worden we hier nader over geïnformeerd. Voorlopig gaan we ervan uit dat de genoemde compensatie ook na 2027 wordt gecontinueerd. Mutaties bestaand beleid Zoals bekend, wordt elk jaar het bestaande beleid doorgerekend en geactualiseerd vanwege autonome ontwikkelingen en andere mutaties van bestaand beleid, waaronder de actualisering van de nieuwe jaarschijf 2028. Bijdragen gemeenschappelijke regelingen In het onderstaande overzicht staan de ingeschatte financiële consequenties van de ontwerpbegrotingen 2025 van onze gemeenschappelijke regelingen. De bijdrage aan de RMN werkt (grotendeels) budgettair neutraal uit omdat deze wordt verdisconteerd in de tarieven voor de afvalstoffenheffing.
Naast de reguliere loon- en prijsstijging worden we ook geconfronteerd met extra lasten bijvoorbeeld vanwege extra ondersteunende capaciteit bij de gemeenschappelijke regelingen zoals voor inburgering en interventie of een hogere inschaling van de bestaande formatie om de dienstverlening op orde te houden.
Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen (bedragen x € 1.000) 2024 inflatie
2025 overig
inflatie
2026
2027
overig inflatie overig
2028
inflatie overig inflatie overig
RUD
12
19
19
19
19
RMN
258
730
730
730
730
VRU
46
184
-3
184
-3
184
-3
184
-3
GGDrU
139
109
139
109
139
109
139
109
RWA
-3
BBS*
375
-22
179
RID
-3
425
51
100
Totalen
691
157
1.594
waarvan gedekt via voorjaarsnota/afvalst.
645
179
1.167
Effect kadernota 2025
425
-3 51
100 157
1.594
157
428
51
100 157
1.167
428
425
-3
1.594
428
51
100 157
1.167
157
425
1.594
157
1.167
157
428
157
* exclusief regelingen zoals BUIG etc.
Inschatting loon- en prijsstijgingen in relatie tot de compensatie via meicirculaire 2024 De nieuwe financieringssystematiek van het Rijk koppelt de ontwikkeling van het gemeentefonds (accres) los van de ontwikkeling van de rijksuitgaven. In plaats daarvan koppelt het Rijk 39
Kadernota 2025
de ontwikkeling van het gemeentefonds aan de ontwikkelingen van het bruto binnenlands product. Het huidige systeem zou eindigen in 2025 en het nieuwe systeem zou met ingang van 2027 ingaan maar zoals aangegeven wil het demissionaire kabinet de nieuwe financieringssystematiek voor het gemeentefonds al dit jaar invoeren. Het accres bestaat uit een volumedeel en een nominaal deel. Het volumedeel betreft dat deel dat gaat over de compensatie vanwege de groei. Het nominale deel betreft de compensatie voor loon- en prijsontwikkeling. Eerder had het Rijk aangegeven dat het accres voor 2025 en 2026 alleen kan veranderen door loon- en prijsontwikkelingen. In aanloop naar de nieuwe financieringssystematiek had het Rijk het volumedeel van het accres voor 2022-2026 namelijk vastgezet. De vraag is welke gevolgen de versnelde invoering van de nieuwe systematiek met ingang van 2024 hebben ten opzichte van de eerdere berichtgeving over de verwerking van het accres. Op basis van het centraal economisch plan 2025 en de daarin bijgestelde index voor het bruto binnenlands product (BBP) zien we voor de loon- en prijsstelling voor alle jaren een negatieve bijstelling van het accres. Uit de voorjaarsnota van het Rijk blijkt dat deze negatieve effecten voor alle jaren door het Rijk volledig worden gecompenseerd behalve in 2025.
Vandaar dat we voor 2025 rekening houden met een fors negatief accres en voor de overige jaren uitgaan van een accres van 0. In het financieel meerjarenperspectief maken we deze korting in 2025 apart zichtbaar evenals de effecten van de loon- en prijsindex van onze gemeentelijke uitgaven en inkomsten. Begrotingsmutaties nieuwe jaarschijf 2028 Voor het begrotingsjaar 2028 worden de jaarlijkse (stel)posten geactualiseerd of toegevoegd. Voor de reguliere aanvragen onderwijshuisvesting wordt jaarlijks een stelpost geraamd voor de dekking van de uit de te verlenen kredieten voortvloeiende kapitaallasten. Hier tegenover staat een (nog te bepalen) vrijval van rente- en afschrijvingslasten. Vooralsnog gaan we uit van een - per saldo - budgettair neutrale mutatie. Voor het volumeaccres algemene uitkering 2028 sluiten we aan bij de uitkomsten van de septembercirculaire 2023 in afwachting van het beschikbaar komen van de meicirculaire 2024. Het globale meerjarenperspectief ziet er na verwerking van de hiervoor genoemde ontwikkelingen als volgt uit:
40
Kadernota 2025
Tabel 1 Verkenning Financieel MeerjarenPerspectief (FMP) voor de periode 2025-2028 (bedragen x € 1.000) Begroting (bedragen in euro's; - = nadelig/tekort)
Actueel FMP na mutaties voorjaarsnota 2024
Meerjarenraming
2024
2025
2026
2027
2028
-66
989
-3.700
-3.199
-3.199
-49
-49
-49
-49
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
1.500
1.500
1.500
152
304
456
-560
-2.097
-1.444
-1.292
-585
-585
-585
-585
5
5
5
5
Financiële effecten (vastgestelde) raadsvoorstellen 2024 > Sociaal cultureel centrum
Rijksbeleid > Algemene uitkering gemeentefonds (in afwachting van
p.m.
meicirculaire 2024) > Voorjaarsnota Rijk wegvallen opschalingskorting > Voorjaarsnota Rijk korting accres
-1.500
> Voorjaarsnota Rijk index zorgkosten
subtotaal meerjarenperspectief incl. effecten rijksbeleid
-66
Mutaties bestaand beleid > ingeschatte effecten gemeenschappelijke regelingen > inschatting saldo loon- en prijsstijgingen versus compensatie via algemene uitkering > begrotingsmutaties nieuwe jaarschijf 2028
p.m.
o.a. volumeaccres gemeentefonds
1.050
> doorrekening overige autonome ontwikkelingen Actueel FMP na verkenning 2025-2028
-66
-1.140
-2.677
-2.024
-822
4.3 – Overzicht richtinggevende voorstellen In hoofdstuk 3 hebben wij per programma de richtinggevende voorstellen per deelprogramma waarmee invulling wordt gegeven aan de beleidsuitgangspunten geïnventariseerd. De financiële effecten van de in dit hoofdstuk opgenomen richtinggevende voorstellen worden in de onderstaande tabel samengevat. In de tabel zijn ook de onderwerpen opgenomen waarvan de financiële consequenties op dit moment nog niet zijn in te schatten, veelal omdat deze afhankelijk zijn van nog te ontwikkelen beleid (zoals de omgevingsprogrammma’s).
41
Kadernota 2025
Tabel 2 Onderwerp
2025
2026
2027
2028
-75
-75
-75
-75
-145
-145
-145
-145
Gebiedssamenwerking van A tot Z
-50
-50
-50
-50
Wonen: formatie en uitvoeringsbudget
-107
-107
-107
-107
> dekking door compensatie Rijk
107
107
107
107
(bedragen x € 1.000, - = tekort/budgettair nadelig)
Programma Bestuurlijke omgeving Visie participatie Sustainable development goals (sdg's) Duurzaam inkopen c.a. Wet Bibob Natuurbrandbestrijding Handhaving/ondermijning Behoefteonderzoek huisvesting maatschappelijke organisaties Programma Fysieke leefomgeving Omgevingsprogramma's a.
Mobiliteit
b.
Groen
c.
Water en riolering
d.
Wonen
e.
Werken
Ontwikkelstrategie Soesterberg-Noord
Initiatief winkelcentrum Soest-Zuid Herijking evenementenbeleid - Soest 1000 jaar
-20
Energietransitie Grondstoffenaanpak (dekking uit afvalstoffenheffing) Riolering Soesterberg (dekking rioolheffing, grexen) Omgevingswet - formatie regelanalist en participatie
-160
-160
-160
-160
- ontwikkelen omgevingsplan
-150
-150
-150
-150
- dekking door verwachte compensatie Rijk
150
Erfgoedwet
-33
-33
-33
-33
Inboet bomen
-90
-90
-90
-90
42
Kadernota 2025 Onderwerp
2025
2026
2027
2028
Gezonde leefstijl
-65
-65
-65
-65
- JOGG-aanpak en gezonde schoolaanpak
-65
-65
-65
-65
Bestaanszekerheid
-200
-200
-100
-100
- uitbreiding sociaal team en WMO-team
-200
-200
-200
-200
100
100
Mentale weerbaarheid
-534
-534
-534
-534
- continueren projecten (Join Us, Kunst Natuur Welzijn, Vinger aan de pols)
-134
-134
-134
-134
- 2 fte jeugdteam
-200
-200
-200
-200
(bedragen x € 1.000, - = tekort/budgettair nadelig)
Programma Sociale leefomgeving Sociaal domein
- > dekking door verlaging budget specialistische hulp
- 2 fte jongerenwerk
-200
-200
-200
-200
Kansengelijkheid
-244
-244
-144
-144
- 1 fte jeugdteam
-100
-100
-100
-100
100
100
- > dekking uit verlaging budget specialistische hulp - procescoördinatie Hechting, alternatieve jeugdhulp en ziekteverzuim
-144
-144
-144
-144
Meedoen en inclusie
-143
-143
-143
-143
- meldpunt antidiscriminatie, migrantenouders, Stichting Balans
-143
-143
-143
-143
Totaal sociaal domein
-1.186
-1.186
-986
-986
Wijkaanpak Smitsveen
-124
-189
-189
-189
Uitvoering Nota sport en bewegen 2024-2028
-145
-85
-85
-85
-75
-150
-225
-300
-260
-260
-260
-260
-2.363
-2.573
-2.448
-3.023
Herijking subsidiemethodiek Toekomstige uitvoeringsorganisatie voor het sociaal domein
Zwembad (voorlopige aanname)
-500
IHP Onderwijs Overhead en algemene dekkingsmiddelen ICT-software Kapitaalgoederen Investeringsplanning Totaal indicatieve effecten kadernota 2025
43
Kadernota 2025
4.4 – Ombuigingsscenario’s voor een sluitende meerjarenbegroting Voorstellen kadernota en financieel meerjarenperspectief Uit tabel 1 in paragraaf 4.2 blijkt dat het actuele financieel meerjarenperspectief, ook zonder de voorstellen uit de kadernota, voor alle begrotingsjaren een tekort vertoont. De volgende tabel laat zien wat de budgettaire effecten zijn als we alle voorstellen uit de kadernota onverkort in de begroting opnemen: Tabel 3 bedragen x € 1.000, - = tekort/budgettair nadelig)
2025
2026
2027
2028
Geactualiseerd FMP (tabel 1)
-1.140
-2.677
-2.024
-822
Voorstellen kadernota 2025 (tabel 2)
-2.363
-2.573
-2.448
-3.023
FMP kadernota 2025 incl. beleidsintensiveringen
-3.503
-5.250
-4.472
-3.845
Hierbij merken we voor de volledigheid nog op dat er ook nog onderwerpen zijn die nog niet financieel zijn vertaald (zie de toelichting bij tabel 1). Om het financieel meerjarenperspectief te kunnen duiden is het van belang een aantal relevante aspecten te benoemen, te weten: de omvang van de (vrije ruimte in de) algemene reserve, de beschikbare ruimte voor nieuw beleid en het begrotingsadvies van de VNG. Daar gaan hieronder op in. Algemene reserve De omvang van de algemene reserve bedraagt op dit moment (afgerond) € 21 miljoen. Hierbij hebben we rekening gehouden met het voorlopige rekeningsresultaat 2023 en de nog door uw raad te voteren onttrekking van € 2 miljoen voor de ontwikkelstrategie SoesterbergNoord. Rekening houdend met de omvang van de geïnventariseerde risico’s van (afgerond) € 8 miljoen is sprake van een vrije ruimte binnen de algemene reserve van € 13 miljoen. Nieuw is dat gemeenten vanaf 2024 maximaal 10% van hun vrije algemene reserve mogen inzetten voor dekking van structurele lasten, mits de solvabiliteit (eigen-vermogen als percentage van het balanstotaal) ten minste 20% is en blijft (dat is in Soest het geval). Eerder heeft uw raad erop aangedrongen om de vrij beschikbare middelen niet ‘op de plank te laten liggen’.
Ruimte voor nieuw beleid In de huidige meerjarenbegroting is een stelpost voor nieuw beleid opgenomen van structureel € 1,3 miljoen (na aanwending middelen conform de besluitvorming in uw raad over de Nota sport en bewegen 2024-2028 en de Cultuurnota 2024-2028). Deze stelpost nieuw beleid is met name bedoeld voor de dekking van de financiële consequenties voortvloeiend uit de op te stellen omgevingsprogrammma’s en de uitvoeringsplannen Visie sociaal domein.
44
Kadernota 2025
Begrotingsadvies VNG Op 1 maart 2024 heeft de VNG een begrotingsadvies aan gemeenten uitgebracht, met de aankondiging dat een aanvullend advies wordt uitgebracht bij de meicirculaire 2024. Samengevat luidt het advies van 1 maart: ‘Bereid ombuigingen voor waartoe in uw gemeente besloten zal worden indien de korting van € 3 miljard vanaf 2026 niet wordt teruggedraaid of verzacht. Breng deze zo goed mogelijk in kaart, maar zet ze nog niet in gang.’ Daarbij spreekt de VNG een voorkeur uit om hierbij te kijken naar taken die gemeenten in opdracht van het Rijk uitvoeren, de zogeheten medebewindstaken. Via de Voorjaarsnota van het Rijk weten we dat de zogeheten opschalingskorting vanaf 2026 wordt teruggedraaid. Naast enkele andere maatregelen komt dit neer op een reparatie van € 1 miljard. De effecten van deze maatregelen zijn al in de voorgaande tabellen verwerkt. Vanuit de VNG en (onder andere) de M50-gemeenten (waaronder Soest) blijft het uitgangspunt dat het Rijk met meer middelen over de brug moet komen. Er is immers nog een gat te overbruggen van € 2 miljard. Dit is voor ons reden om vooralsnog vast te houden aan het advies van de VNG. Financiële uitgangspunten bij de tekortreductie Op grond van de hiervoor genoemde ontwikkelingen komen we tot de volgende financiële uitgangspunten voor de tekortreductie: a.
De jaarschijf 2025 dient, conform het provinciaal toezicht, sluitend te zijn. b. De incidentele korting op het Gemeentefonds voor 2025 (€ 1,5 miljoen) dekken we uit de algemene reserve. c. We benutten de vrije ruimte binnen de algemene reserve maximaal, met de nadrukkelijke kanttekening dat structurele uitgaven structureel gedekt moeten worden (met uitzondering van de hiervoor uiteengezette 10%-maatregel). d. We houden voor de jaren 2026 e.v. vooralsnog vast aan het VNG-advies van 1 maart. Dat betekent dat we in de kadernota en begroting een scenario voor tekortreductie 2026 e.v. presenteren, maar de voorstellen nog niet effectueren. e. We volgen de ontwikkelingen nauwgezet en verwerken die waar mogelijk/noodzakelijk in de begroting 2025-2028. IJkmomenten zijn onder meer: het aangekondigde nader advies van de VNG over de begrotingsstrategie (eind mei/begin juni), meicirculaire 2024 en het nieuwe regeerakkoord (en vooral de uitwerking daarvan). Beleidsinhoudelijke uitgangspunten (leidende principes) bij de tekortreductie Binnen de financiële randvoorwaarden zullen we uiteindelijk bestuurlijke keuzes moeten maken. Om de keuzes te faciliteren stellen we voor om hierbij een aantal leidende principes te hanteren: a.
Het coalitieakkoord blijft leidend, met daarbij de eerste prioriteit voor de maatschappelijke opgaven wonen, sociaal domein, de energietransitie en de later toegevoegde opgave vluchtelingen.
b. We richten ons primair op maatschappelijk rendement voor de lange termijn. c. We sluiten ombuigingen op taken die we van het Rijk moeten uitvoeren (de zogeheten medebewindstaken) niet op voorhand uit. d. Onze inwoners staan centraal. 45
Kadernota 2025
e. We ontzien de meest kwetsbare inwoners. f. Voorstellen worden zoveel mogelijk integraal afgewogen. g. Leidende principes geven richting, maar zijn geen keurslijf: veranderende omstandigheden kunnen nopen tot afwijkende beslissingen. Deze uitgangspunten kunnen we hanteren voor zowel de inzet van de algemene reserve als voor de beslissingen die we moeten nemen om de begrotingstekorten te reduceren. We stellen deze leidende principes aan u voor in de wetenschap dat we nu nog niet de definitieve keuzes kunnen maken. We missen immers nog de uitkomsten van de omgevingsprogramma’s. En zoals hiervoor al is aangegeven, er volgen nog nieuwe ijkmomenten (meicirculaire, VNG-advies, uitwerking nieuw regeerakkoord). De werkelijke afwegingen zullen dan ook moeten plaatsvinden bij de begrotingsbesprekingen in het najaar. Voorlopig dekkingsscenario tekortreductie Met inachtneming van de bovenstaande financiële en beleidsinhoudelijke uitgangspunten leggen we u een voorlopig dekkingsscenario voor. Dit voorlopige dekkingsscenario is samengesteld uit de volgende bouwstenen: inzet van de algemene reserve en budgettaire maatregelen. a. Inzet algemene reserve Tabel 4: opties inzet algemene reserve 2025
bedragen x € 1.000, - = tekort/budgettair nadelig)
2026
2027
2028
2029-
Totalen
2031 Vrije ruimte algemene reserve (start)
13.000
Dekking incidentele uitname Gemeentefonds 2025 Dekking budget Soest 1000 jaar
1.500 20
Dekking lasten ontwikkeling omgevingsplan (t.m. 2031) Vrije ruimte na dekkingsvoorstellen
-1.500 -20 150
150
150
450
-900 10.580
STEL: benodigd voor dekking begrotingstekorten
-5.000
Vrije ruimte na dekking begrotingstekorten Te reserveren voor maatschappelijke opgaven
5.580 -3.000
In te zetten als structureel dekkingsmiddel Inzet 10% vrije ruimte als dekkingsmiddel
258
Vrije ruimte na inzet 10% vrije ruimte (t/m 2031)
232
209
188
459
2.580 -1.346 1.234
Toelichting bij de tabel: In deze tabel laten we zien dat we de vrije ruimte van de algemene reserve maximaal inzetten. In dit scenario zetten we deze ruimte in voor: ▪ Dekking incidentele korting op het Gemeentefonds in 2025. ▪ Dekking incidenteel geraamde uitgaven in deze kadernota. Daarnaast houden we ruimte beschikbaar voor: ▪ Dekking incidentele begrotingstekorten (bij wijze van aanname een totaalbedrag van € 5 miljoen). ▪ Maatschappelijke opgaven (wonen, energietransitie, sociaal domein, vluchtelingen), vooralsnog een totaalbedrag van € 3 miljoen.
46
Kadernota 2025
Ten slotte benutten we het dan nog resterende deel van de vrije ruimte voor de inzet van als structureel dekkingsmiddelen (10% van de nog resterende vrije ruimte). b. budgettaire maatregelen In de volgende tabel laten we opties zien om de begrotingstekorten te reduceren. Deze worden onder de tabel nader toegelicht. Tabel 5 bedragen x € 1.000, - = tekort/budgettair nadelig)
2025
2026
2027
2028
FMP kadernota 2025 incl. beleidsintensiveringen
-3.503
-5.250
-4.472
-3.845
150
150
150
Dekking uit de algemene reserve - uitname Gemeentefonds 2025
1.500
- Omgevingsplan (t/m 2031) - Soest 1000 jaar
20
- 10% inzet vrije ruimte
258
232
209
188
2.343
2.423
2.298
2.873
-260 -75
-260 -150
-260 -225
-260 -300
Dekking voorstellen kadernota uit stelpost nieuw beleid ad € 1,3 mln. - maximaal budgettair effect - uitzonderingen: …......... ICT-programmatuur …......... IHP …......... Scenario's zwembad
-500
Subtotaal dekkingsvoorstellen
3.786
2.395
2.172
2.151
Voorlopig FMP
283
-2.855
-2.300
-1.694
Aanvullende dekkingsopties:
250
500
750
1.000
533
-2.355
-1.550
-694
A. verhoging belastingen/eigen inkomsten en/of B. verlaging voorzieningenniveau en/of C. opleggen taakstellingen FMP na dekkingsvoorstellen
In dit scenario is het eerste begrotingsjaar 2025 sluitend. Voor de overige begrotingsjaren resteren nog tekorten, maar wel is een duidelijk neerwaartse trend zichtbaar.
47
Kadernota 2025
Toelichting bij de tabel Dekking algemene reserve Deze mutaties zijn hiervoor al toegelicht. Dekking beleidsintensiveringen binnen de gereserveerde stelpost nieuw beleid In de begroting is een stelpost gereserveerd van € 1,3 miljoen voor nieuw beleid. De gedachte was om dit bedrag in te zetten voor met name de dekking van financiële consequenties die voortvloeien uit de omgevingsprogrammma’s en de uitvoeringsplannen sociaal domein. . De omstandigheden zijn echter gewijzigd. Het afwegingsmoment is uitgesteld tot bij de begroting, terwijl er zich ook nieuwe ontwikkelingen voordoen (zie de voorstellen in deze kadernota). Met het oog op de noodzakelijke tekortreductie is het een optie om de in deze kadernota voorgestelde beleidsintensiveringen, samen met voorstellen die uit de omgevingsprogramma’s zullen volgen, integraal af te wegen binnen de beschikbare ruimte van € 1,3 miljoen. Hierbij plaatsen we direct de kanttekening dat, zelfs als we geen rekening houden met de omgevingsprogramma’s, keuzes moeten worden gemaakt: de stelpost voor nieuw beleid is aanzienlijk lager dan het totaal van de in deze kadernota opgenomen beleidsintensiveringen. Optie is om in elk geval een uitzondering te maken voor voorstellen die - tot op zekere hoogte - onontkoombaar zijn: de hogere ICT-kosten, het IHP Onderwijs en het toekomstscenario voor het zwembad.
Aanvullende dekkingsopties De tabel laat zien dat ook na verwerking van bovenstaande voorstellen nog aanmerkelijke begrotingstekorten resulteren. Dat betekent dat we ook naar andere dekkingsopties moeten kijken. Deze opties hebben we verdeeld in drie categorieën: A. verhoging belastingen; B. verlagen voorzieningenniveau; C. opleggen taakstellingen. We lichten deze hieronder kort toe. Bij wijze van aanname gaan we voorshands uit van een aanvullende tekortreductie van € 250.000 in 2025, jaarlijks oplopend tot structureel € 1 miljoen vanaf 2028. Ad A. Dekking verhoging belastingen/eigen inkomsten Hierbij kan worden gedacht aan verhoging van de ozb. In de afgelopen jaren zijn de ozb-tarieven jaarlijks met 2% boven de inflatie verhoogd. Een optie is om deze lijn de komende jaren door te trekken. Ter indicatie: 1% ozb-verhoging betekent circa € 110.000 meer inkomsten. Een andere optie is om de toeristenbelasting te verhogen. We zien dat veel gemeenten hogere tarieven hanteren en deze bovendien soms sterk verhogen. Hierbij past wel de kanttekening dat Soest tot en met 2026 nog gebonden is aan een convenant, op basis waarvan logiesverstrekkers een bijdrage betalen aan de gemeente. 48
Kadernota 2025
Ad B. Verlagen voorzieningenniveau Hierbij noemen we als voorbeeld het afstoten van het zwembad, waarbij we voor belangrijke keuzes staan (zie paragraaf 3.3). Maar in beginsel komen alle voorzieningen bij deze optie in beeld: van de bibliotheek tot de kinderboerderij, onze sportaccommodaties en zelfs voorzieningen voor kwetsbare inwoners (schuldhulp, toeleiding naar werk, mantelzorg), al hebben we hiervoor uitgesproken juist deze groep zoveel mogelijk te willen ontzien. Ook wettelijke voorzieningen zouden we niet op voorhand willen uitsluiten. Ad C. Taakstellingen Een optie is om vooralsnog te volstaan met het opleggen van taakstellingen, die nog nader uitgewerkt moeten worden. Hiermee schuiven we het maken van echte keuzes voor ons uit. De uitkomsten en effecten zijn hierbij vooraf niet in te schatten. Resumé en voorstellen Deze paragraaf laat zien dat als we alle voorstellen uit deze kadernota onverkort overnemen aanzienlijke begrotingstekorten resulteren. Dat betekent dat we keuzes moeten maken. Ook hebben we vastgesteld dat belangrijke bouwstenen voor het maken van keuzes – de omgevingsprogramma’s, de meicirculaire 2024 en de daarop te baseren nadere begrotingsadviezen van de VNG - nog niet beschikbaar zijn. Ook de financiële consequenties van het nieuwe regeerakkoord zijn nog ongewis.
Omdat we toch keuzes moeten maken hebben we een aantal financiële en beleidsinhoudelijke richtlijnen en uitgangspunten geformuleerd. In de uitgewerkte scenario’s laten we zien hoe deze keuzes – cijfermatig – kunnen worden uitgewerkt. Duidelijk moet echter zijn dat dit nog geen concreet uitgewerkte begrotingsvoorstellen kunnen zijn. Om uw raad in staat te stellen om uw kaderstellende rol uit te oefenen leggen we de volgende uitgangspunten en voorstellen aan u voor: 1. Kan uw raad instemmen met de in deze paragraaf geformuleerde financiële uitgangspunten bij de tekortreductie? 2. Kan uw raad instemmen met de in deze paragraaf geformuleerde beleidsinhoudelijke uitgangspunten bij de tekortreductie? 3. Kan uw raad instemmen met de volgende opdracht aan ons college? Stel een begroting op die - met inachtneming van de onder 1. en 2. aangegeven kaders – voor 2025 sluitend is en voor de jaren daarna een ten minste een aflopend tekort laat zien. 4. Geef het college ruimte om bij het formuleren van voorstellen tot tekortreductie zo nodig af te wijken van het coalitieakkoord.
49
Kadernota 2025
Hoofdstuk 5 – Kapitaalgoederen en meerjarig investeringsplan Inleiding Onder kapitaalgoederen verstaan we goederen die meerdere jaren meegaan. Het gaat om onder andere onze wegen, riolering, waterhuishouding, groen en gebouwen. In de kadernota bieden wij in hoofdlijnen inzicht in de toekomstige vervangingsbehoefte van onze kapitaalgoederen (per hoofdcategorie). In dit meerjarig investeringsplan (MJIP) staan de investeringen voor de eerste vier jaar. Hierbij is het prijspeil 2024 gehanteerd. Bijstelling voor het prijspeil 2025 vindt plaats bij de begroting 2025 (zie 4.1 financiële uitgangspunten). De kosten voor de investeringen worden niet in het jaar van aanschaf genomen, maar uitgesmeerd over meerdere jaren (geactiveerd). Hierdoor volgen er afschrijvings- en rentekosten, ofwel kapitaallasten. Het meerjarig investeringsplan maakt jaarlijks onderdeel uit van de kadernota. Het plan biedt ondersteuning bij de besluitvorming en is dus alleen informatief. Het meerjarig investeringsplan gaat over investeringen (renovatie en vervanging) in de kapitaalgoederen waardoor de levensduur verlengd wordt of de kwaliteit verbeterd wordt. Het onderhoud zorgt ervoor dat de kapitaalgoederen gebruikt kunnen worden tot het einde van de levensduur. We behandelen de beleids- en beheerplannen die we gebruiken voor het onderhoud, de renovatie en vervanging van de kapitaalgoederen.
Beheerplannen gebruiken we om keuzes te maken hoe we de kapitaalgoederen onderhouden en beheren. Daarnaast benoemen we de plannen die op dit moment missen of niet actueel zijn. Die plannen willen we gaan maken of actualiseren vanaf 2025. De beheer- en beleidsplannen ten aanzien van de kapitaalgoederen hebben raakvlakken met verschillende omgevingsprogramma’s, zoals Groen en Landschap, Mobiliteit en Water en Riolering. Op dit moment is nog onduidelijk wat precies de invloed is van beleidskeuzes in deze programma’s op het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen. Op basis van deze omgevingsprogramma’s bekijken we hoe we beheerplannen actualiseren. Over het algemeen geldt dat het aanpassen van beleid ook leidt tot het aanpassen van budgetten. Hieronder volgt een samenvattende tabel van de beleids- en beheerplannen. Daarna volgt een toelichting per onderdeel. Kapitaalgoederen Water en riolering
Wegen Civiele kunstwerken Openbare verlichting Gebouwen
Beleids- en beheerplannen Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan (GWRP) 2018-2024. Wordt vervangen door Omgevingsprogramma Water, Riolering en Klimaatadaptatie Wegenbeheerplan 2022-2026. Er mist een plan voor halfverharding en voor wegbermen Geen Beleidsnotitie Openbare Verlichting 2014-2019 Integraal Accommodatie Beleid (IAB) 2021, Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) 2021, Reserve Onderhoud Gebouwen 50
Kadernota 2025
Groen
Speelvoorzieningen Voertuigen en machines Straatmeubilair Begraafplaatsen
Groenrenovatieplan 2021-2030, Landschaps- en natuurontwikkelingsplan (LOP) 2019-2024, Bosnota 2013-2022, bomen in bosplantsoen missen in boombestek, er mist een plan voor invasieve exoten behalve Japanse duizendknoop Speelruimtebeleid ‘Het nieuwe spelen in Soest’ 2014-2028 Beheerplan Tractiemiddelen 2019-2023 Geen Beheerplan Begraafplaatsen 2006-2011
Riolering en water Het huidige Gemeentelijke Water- en Rioleringsplan (GWRP) loopt van 2018 tot en met 2022 en is eind 2022 met twee jaar verlengd. In deze periode werken we aan een vervolg op het GWRP. Het nieuwe plan krijgt de naam Omgevingsprogramma Water, Riolering en Klimaatadaptatie. We streven naar ingang van dit programma op 1 januari 2025. Alle investeringen worden via kapitaallasten verrekend met de voorziening riolering. Via de rioolheffing wordt de dekking gerealiseerd.
2025 2026 2027 2028 MJIP riolering (bedragen x € 1.000) 9.923 3.565 3.538 3.137 Wegen Met de inspectiegegevens van 2021 stelden we in 2022 het Wegenbeheerplan 2022-2026 op. Dit plan bevat een meerjarig investerings- en onderhoudsprogramma voor wegen. In het voorjaar van 2023 is dit plan door uw raad vastgesteld. De budgetten zijn vanaf 2024 verhoogd en de structurele effecten verwerkt in de begroting 2024. Voor vervanging van wegen aan het einde van de levensduur stellen we jaarlijks een investeringskrediet beschikbaar van gemiddeld € 1.700.000. Dit geeft jaarlijkse kapitaallasten vanaf 2025 à € 45.000, jaarlijks oplopend met € 45.000. We hebben de voorziening onderhoud wegen met ingang van 1 januari 2024 nieuw ingesteld. De jaarlijks (soms sterk) fluctuerende kosten van het onderhoud aan de wegen worden via de voorziening gelijkmatig over de jaren verdeeld. De onderbouwing van de voorziening onderhoud wegen is op basis van het wegenbeheerplan 2022-2026 tot stand gekomen. De onderhoudskosten en vervangingsinvesteringen zijn conform het wegenbeheerplan 20222026 opgenomen. In 2026 worden alle verhardingen in de gemeente Soest geïnspecteerd. In 2026 wordt het wegenbeheerplan 2027-2031 opgesteld. Dat is het moment om de benodigde onderhoudsbudgetten 2027 t/m 2031 opnieuw te bepalen en zo nodig bij te stellen.
Daarbij zal een prognose van de onderhoudskosten voor de jaren 2032 en verder gemaakt worden voor de onderbouwing van de voorziening onderhoud wegen. Het beheer en onderhoud van halfverharding (zoals grind) was in het verleden geen onderdeel van het wegbeheer. Het was onderdeel van het beheer van het buitengebied, omdat dit type verharding vooral daar voorkomt. Het wegenbeheerplan voorziet daarom niet in het 51
Kadernota 2025
onderhoud van halfverharding. Voor halfverharding is echter onvoldoende budget. Er is behoefte aan een plan en een apart budget. Onderhoud dat hoogst noodzakelijk is voor de veiligheid voeren we uit en dekken we uit budgetten die voor ander onderhoud bedoeld zijn. We hebben bovendien behoefte aan een plan voor het onderhoud van wegbermen. We hebben onvoldoende budget voor het ophogen of verlagen van wegbermen. Dit is bijvoorbeeld nodig voor een goede afwatering of voor de veiligheid van de weg. MJIP wegen (bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Investeringen einde levensduur 1.700 1.700 1.700 1.700 Reconstructies (inrichting weg) 200 200 200 200 Civiele kunstwerken Dit zijn onder andere bruggen, steigers, geluidsschermen, (keer)muren, trappen en tunnels. We hebben nog geen beheerplan civiele kunstwerken. Voor sommige onderdelen missen we onderhoudsbudget. We hebben geen budget (investeringskredieten) voor vervanging van civiele kunstwerken. Om alle onderdelen te kunnen onderhouden en in stand te houden, verwachten we op termijn jaarlijks € 100.000 extra onderhoudsbudget nodig te hebben en € 60.000 extra aan kredieten. Deze grove inschatting is gedaan op basis van de inspectie die we in 2021 hebben uitgevoerd. Deze inspectiegegevens werken we graag uit naar een beheerplan. Om veiligheidsredenen hebben we een voetgangersbrug moeten verwijderen.
Voor de vervanging was onvoldoende budget. Openbare verlichting De beleidsnotitie Openbare Verlichting 2014-2019 is verouderd. Het vervangen van onze openbare verlichting door ledverlichting staat niet in dit beleidsdocument, maar doen we volgens een collegebesluit uit 2017 met budget wat daarvoor was toegekend. 2025 2026 2027 2028 MJIP openbare verlichting (bedragen x € 1.000) 550 550 550 550 Gebouwen Beleidsdoelstellingen voor de gemeentelijke gebouwen zijn vastgelegd in het Integraal Accommodatie Beleid (IAB) (2021). Wij zijn bezig de behoefte te bepalen binnen de gemeente met betrekking tot de maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast maken we het gemeentelijk vastgoed inzichtelijk. Met deze informatie kunnen wij strategische beslissingen maken over ons vastgoed en daarmee uitvoering geven aan het IAB. De raad heeft in 2021 het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) vastgesteld. Dit plan geeft inzicht in de benodigde investeringen voor schoolgebouwen voor de periode 20202035. Zie hiervoor ook paragraaf 3.3. Voor de vervanging en renovatie van andere gebouwen (niet scholen) wordt per investering een businesscase opgesteld. We dekken de materiële onderhoudskosten van gebouwen (niet scholen) uit de Reserve Onderhoud Gebouwen (ROG). De ROG is gebaseerd op een tienjarig onderhoudsplan. Dit plan actualiseren we elk jaar.
De basis voor het onderhoudsplan is het in de begroting vastgestelde onderhoudsbeleid. Dit onderhoudsbeleid is: het kwaliteitsniveau 52
Kadernota 2025
van het begrote onderhoud uitgedrukt in een percentage, komt op circa 85%. Dat wil zeggen dat de perioden tussen onderhoud langer zijn dan de algemene normen. Groen In 2020 is het Groenrenovatieplan 2021-2030 vastgesteld. In dit plan zijn de benodigde groenrenovaties in het stedelijk gebied in beeld gebracht. Hiermee zijn ook de financiële middelen geregeld en opgenomen in het investeringsoverzicht. De leeftijd en de conditie van het groen bepaalt wanneer het groen vervangen moet worden. Voor het beheer van het landschap en de bossen in het buitengebied werken we met het uitvoeringsprogramma Landschaps- en natuurontwikkelingsplan (LOP) 2019-2024. Daarnaast werken we met de Bosnota 2013-2022 die gaat over de bos- en natuurgebieden in eigendom van de gemeente. De evaluatie en actualisatie ronden we naar verwachting in 2024 af. Nog niet alle bomen in het bosplantsoen in stedelijk gebied worden gesnoeid volgens het boombestek. In 2025 willen we deze hoeveelheden inventariseren en toevoegen aan het boombestek, zodat we ook deze bomen adequaat gaan beheren. Het plan van aanpak Japanse duizendknoop (2019) willen we actualiseren en uitbreiden met een aanpak voor andere invasieve exoten zoals de berenklauw, omdat de aanwezigheid van invasieve exoten toeneemt. MJIP groen (bedragen x € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Groenrenovatie (incl.
kleine renovaties) 775 793 811 829 Meeliften groen bij integrale projecten 100 100 100 100 Speelvoorzieningen Onze speel- en sportlocaties in de openbare ruimte beheren en onderhouden we op basis van wettelijke regels en binnen de kaders van het speelruimtebeleid ‘Het nieuwe spelen in Soest’ (2014-2028). Dit beleid is aan herziening toe. Deze ambities die in 2013 zijn geformuleerd sluiten niet meer aan op wensen uit de samenleving en op de ambities in het Sportakkoord en de Omgevingsvisie. Tot slot hebben we de afschrijftermijnen en eenheidsprijzen sinds de vaststelling in 2013 aangepast. Dat hebben we laten vaststellen in de begrotingen van de afgelopen jaren. De uitvoering sluit daarmee niet meer geheel aan op het beleid. 2025 2026 2027 2028 MJIP Speelvoorzieningen (bedragen x € 1.000) 380 265 328 404 Voertuigen en machines Het nieuwe beheerplan tractiemiddelen is bijna klaar. Dit plan volgt het Beheerplan Tractiemiddelen 2019-2023 op. Het nieuwe beheerplan geeft inzicht in de voertuigen, machines en gereedschappen die we in Soest gebruiken en wanneer zij vervangen moeten worden. Daarbij streven we ernaar zoveel mogelijk voertuigen en machines te elektrificeren. 2025 2026 2027 2028 MJIP Voertuigen en machines (bedragen x € 1.000) 495 45 90 142 53
Kadernota 2025
Straatmeubilair In Soest staat veel straatmeubilair. Dit zijn bijvoorbeeld afvalbakken, banken, hekwerken, bewegwijzering, informatieborden, paaltjes, plantenbakken, picknicktafels en verkeersborden. Al deze onderdelen onderhouden we vanuit een beperkt budget. Met een beheerplan willen we de onderdelen inventariseren en de plaatsing, het beheer en onderhoud van deze onderdelen efficiënter maken. Voorzieningen voor honden, zoals uitlaatterreinen, losloopterreinen, hondenborden en depodogs (afvalbakken voor hondenpoep) vragen om een eigen plan. Begraafplaatsen Het beheerplan Begraafplaatsen 2006-2011 wordt in 2024 geactualiseerd. We hebben twee begraafplaatsen in eigendom en beheer: in Soest aan de Veldweg en in Soesterberg in het bos, aan de Kampdwarsweg. Met dit plan willen we de begraafplaatsen opwaarderen en het beheer professionaliseren zodat de begraafplaatsen toekomstbestendig blijven.
54