CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage 1 Kadernota 2025_definitief

Beeldvormende vergadering (Kamer 2.03) 13 juni 2024, gemeente SoestBij agendapunt: Kadernota 202517.367 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota 2025 Richtinggevend voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting 2025

Inclusief actualisatie meerjarenperspectief 2026-2028

Kadernota 2025

2

Kadernota 2025

Inhoudsopgave Leeswijzer ............................................................................................... 4 Hoofdstuk 1 – Bestuurlijke inleiding ....................................................... 5 Hoofdstuk 2 – Maatschappelijke opgaven ............................................... 7 Hoofdstuk 3 – Richtinggevende voorstellen en ontwikkelingen............. 10 3.1 - Programma 1 – Bestuurlijke omgeving ......................................... 10 3.2 - Programma 2 – Fysieke leefomgeving........................................... 14 3.3 - Programma 3 – Sociale leefomgeving ........................................... 22 3.4 – Overhead ...................................................................................... 34 3.5 - Algemene dekkingsmiddelen......................................................... 35 Hoofdstuk 4 – Financiële hoofdlijnen .................................................... 36 4.1 – Uitgangspunten ramingen programmabegroting 2025-2028 ........ 36 4.2 – Verkenning financieel meerjarenperspectief 2025-2028 .............. 38 4.3 – Overzicht richtinggevende voorstellen ......................................... 41 4.4 – Ombuigingsscenario’s voor een sluitende meerjarenbegroting .... 44 Hoofdstuk 5 – Kapitaalgoederen en meerjarig investeringsplan ........... 50

3

Kadernota 2025

Leeswijzer Hoofdstuk 1 bestaat uit de bestuurlijke inleiding met de bestuurlijke boodschap: hoe dragen de geïnventariseerde richtinggevende beleidsvoorstellen bij aan de nadere invulling van het coalitieakkoord 2022-2026 en hoe past dit binnen de financiële kaders. Hoofdstuk 2 beschrijft onze maatschappelijke opgaven (energietransitie, wonen, vluchtelingen, sociaal domein), zoals deze bij de begroting 2024 zijn vastgesteld. Hoofdstuk 3 richtinggevende voorstellen en ontwikkelingen per deelprogramma Hier worden de richtinggevende voorstellen en ontwikkelingen per deelprogramma beschreven. Hoofdstuk 4 Financiële hoofdlijnen Dit hoofdstuk schetst de financiële uitgangspunten voor de ramingen van de begroting 2025-2028. Verder wordt in kaart gebracht welke (financiële) ontwikkelingen op ons afkomen (verkenning meerjarenperspectief). Daarnaast worden de richtinggevende voorstellen in dit hoofdstuk samenvattend weergegeven en wordt de richting aangegeven om te komen tot een op termijn sluitende begroting 2025-2028. In hoofdstuk 5 worden kapitaalgoederen in relatie tot het meerjarig investeringsplan nader toegelicht.

4

Kadernota 2025

Hoofdstuk 1 – Bestuurlijke inleiding Verder bouwen aan vertrouwen Met de vaststelling van de begroting 2023 heeft u besloten om te investeren in het op orde brengen van de basis. Dit hebben wij vervolgens uitgewerkt in het plan Bouwen aan vertrouwen, een plan gericht op het leggen van een basis voor toekomstbestendig (be)sturen en werken. Met de uitvoering daarvan zijn we in 2024 gestart. We zien dat uw investering en onze inspanningen zijn vruchten begint af te werpen. Het ruimtelijk afwegingskader van omgevingsvisie naar omgevingsprogramma’s is een mooi voorbeeld hoe wij uw kaders nader gaan uitwerken tot samenhangend en uitvoerbaar beleid. Ook de Integrale Visie Sociaal Domein en de nieuwe cultuur- en sportnota geven met hun deelopgaven een duidelijke richting mee die we verder uitwerken. Het verbeteren van het proces particuliere initiatieven (woningbouw) heeft geleid tot het terugdringen van wachtlijsten. De energietransitie hebben wij benaderd als een maatschappelijke opgave en ook zodanig uitgewerkt in een programma-plan dat wij dit jaar nog met u bespreken. Deze wijze van benaderen dient als voorbeeld voor het benaderen van andere maatschappelijke opgaven, wonen, sociaal domein, opvang vluchtelingen. De uitwerking hiervan zal het komende begrotingsjaar kleuren.

Dit alles hebben we kunnen doen en gaan we doen met een organisatie die steviger is dan voorheen, hoewel het invullen van een aantal functies lastig blijft in de huidige arbeidsmarkt. Dat laatste blijft een risico voor onze slagkracht en daarmee voor het tempo waarin we onze doelstellingen kunnen realiseren. Wat betekent bovenstaande voor 2025 en verder? In de begroting 2024 hebben we al aangegeven dat de uitvoering van het plan Bouwen aan vertrouwen ook in 2025 nog doorloopt. Het verder invulling geven aan gebieds- en opgavegericht werken wordt daarin een belangrijk speerpunt. Onderdeel daarvan is het versterken van ons projectbureau naar een team van programma- en projectleiders, dat bestaat uit een stevige (vaste) kern die continuïteit kan bieden in de uitvoering van programma’s en projecten verbonden aan onze opgaven. Daarmee kan het een vliegwiel zijn in deze ontwikkeling Bouwen aan vertrouwen is echter niet alleen een plan uitvoeren, het is een continu proces waarin wij blijvend investeren door samen met onze maatschappelijke partners en inwoners invulling te geven aan oplossingen. Door duidelijk te zijn in onze rolneming bij de verschillende vraagstukken en door transparant en in samenhang te sturen met oog voor de lange termijn. Wij verheugen ons erop om daar ook volgend jaar samen met u invulling aan te kunnen geven.

Verder bouwen aan de toekomst In deze kadernota starten we in hoofdstuk 2 met een korte beschrijving van onze maatschappelijke opgaven: energietransitie, wonen, vluchtelingen en sociaal domein. In hoofdstuk 3 leggen we u een aantal ontwikkelingen en ambities (‘beleidsintensiveringen’) voor die verder uitvoering geven aan het coalitieakkoord ‘Bouwen aan de toekomst, samen aan de slag!’. Een deel daarvan is ook voorzien van een financiële raming. Voor een aantal

5

Kadernota 2025

onderwerpen is dat echter nog niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat dit afhankelijk is van de uitkomsten van nog niet afgeronde beleidsontwikkeling. Het duidelijkste voorbeeld betreft de hiervoor al genoemde omgevingsprogramma’s. De afronding is met enkele maanden vertraagd. Deze vertraging leidt ertoe dat we in deze kadernota – anders dan wat we bij de begroting 2024 beoogden – nog geen integrale afweging aan u kunnen voorleggen. Deze afweging zal daarom moeten plaatsvinden bij de begroting zelf. Dit betekent ook dat we in dit stadium een nadrukkelijk voorbehoud moeten maken over de nu in de kadernota voorgenomen beleidsintensiveringen. We zullen deze voornemens pas integraal kunnen afwegen als de resultaten van de omgevingsprogrammma’s beschikbaar zijn. Daarbij komt ook dat het totaal aan beleidsintensiveringen onze financiële mogelijkheden vooralsnog overstijgt. In hoofdstuk 4 (de financiële hoofdlijnen) en met name paragraaf 4.4 gaan we daar uitgebreid op in. Dat neemt niet weg dat we uw raad vragen om u wel uit te spreken over de voorgenomen beleidsintensiveringen die we in deze kadernota aan u voorleggen. Dit vragen we u in het bijzonder voor de voornemens bij het sociaal domein. Deze hebben we in beeld gebracht en gegroepeerd aan de hand van de ambities uit de door uw raad vastgestelde Integrale Visie Sociaal Domein (december 2023).

Het financiële meerjarenperspectief: stappen Rijk nog onvoldoende In de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk heeft het demissionaire kabinet een eerste ‘betekenisvolle tussenstap’ gezet om de financiële problematiek bij gemeenten te verlichten: de zogeheten opschalingskorting wordt met ingang van 2026 afgeschaft. Voor Soest betekent dit een structurele plus van € 1,5 miljoen. Daartegenover staat dat gemeenten in 2025 incidenteel voor eenzelfde bedrag worden gekort. Met deze tussenstap zijn de financiële problemen voor gemeenten echter nog niet opgelost. Ook voor Soest niet, integendeel: door de extra korting in 2025 vertonen nu alle begrotingsjaren een tekort. De nieuwe voornemens uit deze kadernota en de nog niet financieel vertaalde omgevingsprogramma’s zullen deze tekorten – zonder nadere keuzes - verder laten stijgen. Ondertussen blijven de VNG, de M50 en andere gremia druk uitoefenen op het demissionaire kabinet en de onderhandelende partijen om verdere stappen te zetten om de financiële problematiek bij gemeenten te verlichten. ZDe uitkomsten van deze lobby zijn echter nog ongewis. Dit betekent dat we, conform uw opdracht bij de begroting 2024, scenario’s voor begrotingstekortreductie hebben opgesteld. Deze treft u aan in paragraaf 4.4.

In deze paragraaf leggen we u een aantal beleidsinhoudelijke financiële uitgangspunten/leidende principes voor (waaronder de inzet van de vrije ruimte in de algemene reserve). We vragen uw instemming om via deze uitgangspunten de begroting 2025-2028 op te stellen en ons richting mee te geven bij de te maken keuzes voor de tekortreductie. Op basis van deze uitgangspunten zijn we in staat een sluitende begroting 2025 op te stellen en een meerjarenbegroting waarbij de tekorten ten minste een duidelijk neerwaartse trend laten zien. Het college van burgemeester en wethouders Soest, 29 mei 2024 6

Kadernota 2025

Hoofdstuk 2 – Maatschappelijke opgaven Maatschappelijke opgaven In de jaren 2023 en 2024 werken wij aan het op het orde brengen van de basis in onze organisatie. Een opdracht die u ons heeft meegegeven bij de begroting 2023. Stip op de horizon daarbij is om meer opgavegericht te werken. Daarnaast blijft onze dienstverlening, waarbij wij diverse producten en diensten leveren en regulier beleid maken en uitvoeren, een belangrijk speerpunt. Wij hebben u op 30 november 2023 bijgepraat over de voortgang van het programma Bouwen aan vertrouwen waarin wordt gewerkt aan het op orde brengen van de basis in de organisatie, het versterken van onze dienstverlening en het verkennen van opgavegericht en gebiedsgericht werken. In de kadernota en begroting 2024 heeft u vier maatschappelijke opgaven benoemd om nader uit te werken. Grote en urgente vraagstukken die tot voorbij deze bestuursperiode reiken. In het coalitieakkoord zijn deze opgaven deels al opgenomen (Energietransitie, Sociaal Domein en Wonen). De opgave Vluchtelingen heeft u daaraan toegevoegd. Hoe staat het met het verkennen en vormgeven van deze opgaven? En wat betekent dat voor wat ons te doen staat in 2025? Hieronder is dat op hoofdlijnen geschetst.

Ter afsluiting in dit hoofdstuk, lichten wij toe hoe ver wij zijn met het vormgeven van opgavegericht (be)sturen en werken, een van de speerpunten uit het ontwikkelprogramma ‘Bouwen aan vertrouwen’. Maatschappelijke opgave Energietransitie Wij staan voor een grote maatschappelijke opgave, de energietransitie. Een duurzame toekomst betekent duurzame energiebronnen. We weten met elkaar nog niet precies hoe dit handen en voeten moet krijgen, we weten wel dat onze stip op de horizon een CO2-neutrale wereld is waarin ook volgende generaties goed kunnen leven. Dit is uitgewerkt in het nieuwe energieprogramma 'Energie van Soest 2024-2030'. Direct na de zomervakantie komen wij met dit programma bij uw raad. Het programma bestaat uit een koers- en een uitvoeringsdeel. Het koersdeel zullen wij u dan ter besluitvorming voorleggen. De energietransitie is een ingewikkelde opgave omdat er veel op elkaar inwerkende ontwikkelingen zijn. Diverse systemen (denk aan juridisch, financieel/economisch, institutioneel, cultureel, technologisch en ecologisch) moeten in samenhang met elkaar veranderen. Daarin moeten wij als lokale overheid onze weg vinden. Het energieprogramma gaat ons daarbij helpen. Het jaar 2030 is daarin een belangrijke mijlpaal, ook landelijk. In hoofdstuk 3.2 lichten wij dit nader toe.

Maatschappelijke opgave Wonen Wonen, een urgente opgave die in het coalitieakkoord een stevige plek inneemt. In 2023/2024 zijn onderdelen van de maatschappelijke opgave Wonen uitgewerkt, waaronder de strategie voor Soesterberg-Noord en woningbouw in het Dalweggebied. Ook is een aantal corporatieplannen met prioriteit verder gebracht, zoals Soesterberg Kom, Hart van Soest en zijn particuliere initiatieven procedureel afgerond. 7

Kadernota 2025

Het omgevingsprogramma Wonen geeft antwoord op de vraag ‘hoe we zorgen voor voldoende betaalbare, toekomstbestendige en duurzame woningen voor diverse doelgroepen die bijdragen aan een aantrekkelijk woon-, werk- en leefmilieu die belangrijk zijn voor het in stand houden van de vitaliteit’. De maatschappelijke woonopgave is breder dan het bouwen van huizen en raakt als geen ander ook andere maatschappelijke opgaven. De puzzel is hoe de samenhang daarin te borgen. Dat werken wij de tweede helft van 2024 verder uit. Maatschappelijke opgave Sociaal domein In 2023/2024 hebben we in samenspraak met inwoners en maatschappelijke organisaties een visie ontwikkeld op het sociaal domein, met als centrale vraag ‘wat voor gemeente willen we zijn als het gaat om zorgen voor elkaar?’. In deze visie is een aantal deelopgaven benoemd, te weten gezonde leefstijl, bestaanszekerheid, mentale weerbaarheid, kansengelijkheid en meedoen en inclusie. In het programma Sociale leefomgeving, zie hoofdstuk 3.3, hebben we de ambities verder uitgewerkt in speerpunten voor 2025. Maatschappelijke opgave Vluchtelingen De opgave opvang vluchtelingen is een brede opgave. Als gemeente hebben we de wettelijke taak om voor verschillende groepen te zorgen voor opvang of een woning. Dit betreft asielzoekers, amv’ers, statushouders en de opvang van Oekraïners. In 2023 zijn de eerste asielzoekers in Soest opgevangen.

De druk op de asielketen blijft hoog en het realiseren van voldoende opvangplekken is een uitdaging. In 2023 zijn de uitgangspunten voor met name de woonopgave gedefinieerd. Het college heeft toetsingskaders vastgesteld waarop uw raad aanvullingen heeft kunnen doen. De toetsingskaders hebben betrekking op (geschiktheid van) locaties, maar ook op de sociaalmaatschappelijke kant van het opvangen van asielzoekers. Er is veel maatschappelijke betrokkenheid bij de opvang van asielzoekers en Oekraïners. Ook zijn er veel vrijwilligers actief. Integreren in onze lokale samenleving is een belangrijk aspect dat niet alleen nu maar ook voor de lange termijn aandacht blijft vragen. De verwachting is dat ook in 2025 de middelen van het Rijk voldoende zijn om de lopende kosten te dekken. Ook voor nieuwe asielopvangplekken geldt dat het Rijk de kosten dekt. Wel heeft de gemeente wettelijke taken, zoals leerplicht, jeugdzorg en inburgering die voor rekening van de gemeente komen. Dit geldt zowel asielzoekers als statushouders. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden om asielopvangplekken te combineren met een deel van de woonopgave: tijdelijke woningen voor starters, spoedzoekers en statushouders. Voor het ontwikkelen van concrete locaties voor tijdelijke huisvesting kan mogelijk wel budget nodig zijn. In de begroting 2025 komen wij hier nader op terug.

Opgavegericht werken, waar staan we? Wij hebben in 2024 eerste stappen gezet in opgavegericht werken. Wij hebben de maatschappelijke opgave Energietransitie als voorbeeldopgave uitgewerkt in het programma ‘Energie van Soest’. Werkende weg blijkt steeds duidelijker dat wij als overheid ook voor een transitieopgave staan, namelijk een overheid die de menselijke maat hanteert, gericht is op 8

Kadernota 2025

samenwerking over grenzen heen en cocreëert. De implementatie van opgavegericht besturen, werken en begroten vraagt tijd. Wij willen in 2025 hier verder invulling aan geven. Bij het verkennen van opgavegericht werken zien wij wel dat ‘toekomstbestendig zijn’ betekent grenzeloos samen, werken aan oplossingen voor grote maatschappelijke vraagstukken. Wij zien dat ‘traditionele’ werkwijzen onvoldoende aansluiten op het (samen) aanpakken van de opgaven waar we in onze lokale samenleving voor staan. Opgavegericht werken is een belangrijke stap om publieke waarde toe te voegen en daarmee samen met onze partners te werken aan werkelijke oplossingen voor het realiseren van de maatschappelijke opgaven. De opgave is daarmee leidend in dat wat wij doen en niet de bestaande structuren. Bewuste rolneming van ons als gemeente is daarbij belangrijk. Het NSOBmodel1 voor overheidssturing helpt ons bij het bepalen van die rol. In het model wordt onderscheid gemaakt in vier rollen, namelijk de rechtmatige, de presterende, de netwerkende en de participatieve overheid. De rollen zeggen iets over wat de overheid te doen heeft afhankelijk van context en keuzes. Het is meestal niet zwart-wit, in hetzelfde programma of project kunnen alle vier de rollen voorkomen. Maar het raamwerk geeft ons aanknopingspunten om bewust een rol te kiezen.

1

De Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) is een hoogwaardig onderwijs- en onderzoeksinstituut, gevestigd in Den Haag. Binnen dit instituut worden wetenschappelijke kennis over en praktijkervaring met het Nederlandse openbaar bestuur met elkaar verbonden.

9

Kadernota 2025

Hoofdstuk 3 – Richtinggevende voorstellen en ontwikkelingen 3.1 - Programma 1 – Bestuurlijke omgeving Tot het programma Bestuurlijke omgeving behoren de volgende deelprogramma’s: 1.1 Bestuur 1.2 Dienstverlening 1.3 Veiligheid 1.4 Accommodatiebeleid en gemeentelijke eigendommen In dit programma belichten we ontwikkelingen en/of leggen uw voorstellen voor ten aanzien van de volgende onderwerpen: • • • • • • •

Global goals Participatie Duurzaam inkopen Wet Bibob Natuurbrandbestrijding Intensivering handhaving/ondermijning Huisvesting maatschappelijke voorzieningen

Global goals Ook Soest heeft de global goals omarmd. Dit laten we onder meer zien in de p&c-documenten, waarbij we gemeentelijke doelstellingen zichtbaar verbinden aan de global goals. Ook in ons beleid leggen we steeds vaker een relatie, denk aan maatschappelijk verantwoord inkopen en de energietransitie. In 2024 stellen we een plan van aanpak op waarin we verder invulling geven aan de vraag ‘wat willen we bereiken met de global goals?’. Op basis hiervan bepalen we hoe de gemeentelijke beleidsdoelen zich laten verbinden met de global goals, op welke wijze we de Soester samenleving verbinden aan de global goals en bepalen we welke rol de gemeente kan/wil innemen. Of hiervoor middelen benodigd zijn in 2025 is afhankelijk van de uitkomsten van het plan van aanpak.

10

Kadernota 2025

Participatie In 2024 werken we aan een visie op participatie. Ook wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld. Een klankbordgroep van uw raad en een ambtelijke werkgroep zijn hier samen, met ondersteuning van een extern bureau, mee aan de slag. In dit traject wordt gebruikgemaakt van de kennis, lessen en instrumenten die nu er nu al zijn. Er wordt beoordeeld waar deze verbeterd kunnen worden, zonder het wiel opnieuw uit te vinden. In het uitvoeringsprogramma wordt antwoord gegeven op de vraag hoe we het (vernieuwde) participatieve werken straks daadwerkelijk gaan realiseren, doorontwikkelen en in de organisatie verankeren. De planning is dat eind 2024 het gehele proces wordt afgerond. De (incidentele) kosten voor dit traject zijn reeds in de begroting verwerkt. Of en welke (incidentele en/of structurele) uitvoeringskosten volgen uit de visie en het uitvoeringsprogramma is op dit moment nog niet bekend.

Duurzaam inkopen In de begroting 2024 is een eenmalig budget opgenomen om invulling te geven aan onze ambities op het gebied van duurzaam inkopen. Hiermee stimuleren we marktpartijen om steeds meer duurzame en sociale producten en diensten te ontwikkelen en te leveren. Dit budget wordt ingezet om waar nodig bij te dragen in extra kosten die we maken door meer duurzame keuzes. Voorbeelden hiervan zijn: eventuele hogere aanschafkosten door een meer duurzame oplossing (bijvoorbeeld als dekking van hogere kosten bij aanbestedingen door het gebruik van circulaire materialen en sloop), onderzoek naar meer duurzame oplossingen die kunnen worden meegenomen aanbestedingen en voor de opbouw van kennis in de organisatie. We evalueren continu onze duurzame aanbestedingen, uitgaven en winst op grond van CO2-reductie en vermeden grondstoffen. Ten tijde van het opstellen van deze kadernota is het nog niet mogelijk om in te schatten wat de effecten zijn van de inzet van dit budget en of dit structureel kan helpen in het realiseren van onze doelstellingen, omdat dit nog maar beperkt is ingezet.

11

Kadernota 2025

Wet Bibob

structureel € 75.000

In 2023 is het nieuwe Integraal Veiligheidsplan (IVP) vastgesteld. Daarin is het Bibob-instrument genoemd als belangrijk instrument om bestuurlijke weerbaarheid te vergroten. We willen verhinderen dat we als gemeente zaken doen met niet-integere partijen. Door het toepassen van de Wet Bibob voorkomen we dat verleende vergunningen en beschikkingen gebruikt worden voor criminele activiteiten. Hiervoor vragen we extra capaciteit van een halve fte, € 50.000. Daarnaast is er een werkbudget nodig van € 25.000 om juridische bijstand in te zetten voor extreem complexe dossiers.

Natuurbrandbestrijding In januari 2024 zijn we gestart met de pilot gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing. De gemeente Soest is een van de drie pilotgemeenten. In totaal zijn er binnen de VRU negen gemeenten die onder de natuurbrandgemeenten vallen. Een van de onderdelen van de pilot is het inzichtelijk maken van eventuele kosten voor stakeholders, waaronder de gemeente. De verwachting is dat er in het vierde kwartaal van dit jaar een eindadvies ligt waarin dit duidelijk wordt. Voor deze kadernota is er nog geen schatting te maken.

Intensivering handhaving/ondermijning

structureel € 145.000

In de begroting 2024-2027 zijn - in lijn met het coalitieakkoord en het Integraal Veiligheidsplan - voor het jaar 2024 extra middelen (€ 145.000) geraamd voor de intensivering van handhaving en bestrijding van ondermijning. Deze middelen zijn ingezet voor de versterking van het boateam. Hoewel de intenties was om dit voornemen structureel in de begroting op te nemen, hebben we bij de begroting 2024 ervoor gekozen om de beslissing hierover te betrekken bij te maken integrale afweging rond de omgevingsprogramma’s (en enkele voorstellen uit het sociaal domein). Nu deze afweging niet eerder kan plaatsvinden dan bij de begroting 2025 (zie de bestuurlijke inleiding) leggen we dit voornemen in deze kadernota opnieuw aan u voor.

12

Kadernota 2025

Huisvesting maatschappelijke voorzieningen Met de vaststelling van de begroting van 2023 is afgesproken een inventarisatie uit te voeren naar de behoefte en vraag van maatschappelijke en culturele organisaties en hun bijbehorende huisvestingsbehoefte. Dit komt voort uit de wens om de behoefte in kaart te brengen welke maatschappelijke voorzieningen er nodig zijn binnen de gemeente Soest, welke huisvestingsbehoeften er zijn en welke rol de gemeente hierin wenst te nemen. Deze inventarisatie is uitgevoerd in 2023/2024 en leverde een aantal vervolgvragen op. Wat is de rol van de gemeente bij vestiging en huisvesting van maatschappelijke voorzieningen, en waar willen we van zijn? Hoe zien wij de invulling van en rolneming door ons als gemeente bij ‘ontmoeten’? Een begrip dat zowel in de Omgevingsvisie als in de visie Sociaal Domein een belangrijke rol speelt. En als laatste, hoe geven we invulling aan het clusteren van voorzieningen en welke rol speelt het eerder met u besproken concept ‘huis van de samenleving’ hierin. Het thema maatschappelijke voorzieningen kent een relatie met ons huidige integraal accommodatiebeleid en is, afhankelijk van te maken keuzes, ook gerelateerd aan de omgevingsprogramma’s en de ruimtevragen die daaruit voortkomen.

Wij verwachten dat wij u vóór de begrotingsbespreking 2025 over bovenstaande nader kunnen bijpraten, om vervolgens met voorstellen in de begroting te komen, inclusief de daarbij behorende budgetvraag.

13

Kadernota 2025

3.2 - Programma 2 – Fysieke leefomgeving Tot het programma Fysieke leefomgeving behoren de volgende deelprogramma’s: 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Wonen Klimaat Economie Mobiliteit en infrastructuur Natuur en landschap

In dit programma belichten we ontwikkelingen en/of leggen uw voorstellen voor ten aanzien van de volgende onderwerpen: • • • • • • • • • • •

Omgevingsprogramma’s Wonen Ontwikkelstrategie Soesterberg-Noord Gebiedssamenwerking van A tot Z Evenementenbeleid/Soest 1000 jaar Energietransitie Grondstoffenaanpak Rioleringsproblematiek Soesterberg Omgevingswet Erfgoedbeleid Inboet bomen

Omgevingsprogramma’s In 2025 verwachten wij tot uitvoering te komen van de in 2024 door ons vastgestelde omgevingsprogramma’s voor het fysiek domein. In deze programma’s zijn de beleidskeuzes voor de thema’s Wonen, Werken, Mobiliteit, Water en Groen voor de lange termijn, tot 2040, uitgewerkt. De programma’s zijn integraal en in samenhang ontwikkeld en vormgegeven. Hierbij is gebruikgemaakt van het in 2024 opgestelde afwegingskader, dat ter besluitvorming bij uw raad voorligt. Dit afwegingskader biedt een systematiek die een brug slaat tussen de omgevingsvisie en de omgevingsprogramma’s. Daarmee zijn de omgevingsvisie, samen met ander actueel beleid, kaderstellend en het coalitieakkoord richtinggevend voor de beleidskeuzes en de daaraan verbonden uitvoeringsplannen op de hierboven genoemde thema’s. Bij het aanbieden van de begroting 2025 verwachten wij per programma de bijbehorende budgetvraag in beeld te hebben. Budget dat nodig is om de komende jaren daadwerkelijk tot een samenhangende uitvoering van het beleid in het fysiek domein te komen en daarmee onze doelen uit de omgevingsvisie te behalen. Wij verwachten dat de uitvoeringskosten, inclusief waar nodig formatie daarvoor, een aanzienlijk budget zal vragen. Deze budgetvraag kunt u na de zomer, samen met andere budgetvragen voor uitvoering van nieuw beleid, meenemen in uw integrale afweging en besluitvorming.

In de begroting vorig jaar heeft u al een stelpost opgenomen voor nieuw beleid. Indien het niet mogelijk blijkt om de volledige budgetvraag te honoreren, dan zal dat consequenties hebben voor de uitvoering van het beleid en het tijdsbestek waarbinnen dit plaatsvindt. 14

Kadernota 2025

Wonen

structureel € 107.000 (lasten) te verwachten compensatie Rijk € 107.000 (baten)

De toegenomen aandacht voor de problematiek op de woningmarkt en diverse ontwikkelingen op het terrein van Wonen leiden ertoe dat een structurele formatie-uitbreiding noodzakelijk is: € 80.000 per jaar, 0,8 fte). Daarbij gaat het om wettelijke en beleidsmatige ontwikkelingen die naast implementatie en borging ook leiden tot structurele beheer, realisatie- en/of coördinatietaken, met name: • Wet versterking regie volkshuisvesting; • Wet betaalbare huur; • rijksprogramma’s woningbouw, betaalbaar wonen, -een thuis voor iedereen, wonen en ouderen, et cetera; • de Woondeal; • het ontwikkelen van nieuw beleid, het uitvoeren en het onderhouden hiervan. Bovengenoemde wet- en regelgeving zijn in een ver gevorderd stadium. Naar verwachting zullen vanaf medio 2024 de wetten van kracht worden. Een exact moment van invoering hangt uiteraard af van de snelheid waarmee de Tweede en Eerste Kamer besluiten neemt. De fase van consultatie en advies van de RvS zijn afgerond. Voorbeelden van extra inzet vanuit wonen zijn: • verdere intensivering van regionale samenwerking (programmering nieuwbouw, urgentieverlening, et cetera); • aanpassen lokale en regionale beleidsregels (bijvoorbeeld huisvestingsverordening). De verwachting is dat ook het nieuwe kabinet de regiefunctie verder zal doorzetten en nieuwe vormen van aansturing naar de lagere overheden zal initiëren.

Daarnaast zien we dat het huidige uitvoeringsbudget (advieskosten) voor wonen structureel moet worden verhoogd van € 23.000 naar € 50.000. Zo is de verwachting dat door invoering van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting de uitvoering van de urgentieaanvragen meer gaat kosten. De verwachting is dat het aantal aanvragen en de complexiteit van aanvragen zal toenemen, waardoor vaker een beroep gedaan moet worden op een (medisch) adviesbureau. Daarnaast is en blijft het belangrijk om ingevoerd beleid te monitoren en te evalueren. Waar mogelijk gebeurt dit binnen de bestaande capaciteit, voor complexe zaken zal ingehuurd worden. 15

Kadernota 2025

Overigens is de verwachting dat voor de uitvoering van de nieuwe wetgeving compensatie (via het Gemeentefonds) zal plaatsvinden door het Rijk. Voorshands gaan we uit van een compensatie die voldoende zal zijn om de extra kosten te dekken.

Ontwikkelstrategie Soesterberg-Noord De ontwikkelstrategie Soesterberg Noord is het vervolg op de gebiedsvisie en geeft aan op welke manier de gebiedsvisie tot uitvoering wordt gebracht. De ontwikkelstrategie gaat in op de gebiedsontwikkeling Soesterberg-Noord, kamer 2 en 3, maar raakt ook de gebieden daaromheen. Met de beoogde vaststelling van de ontwikkelstrategie in het tweede kwartaal van 2024 zal gestart worden met de herontwikkeling van het gebied. Dit naast het feit dat er al lopende particuliere initiatieven lopen. De totale herontwikkeling van kamer 2 zal 10-15 jaar duren. We gaan ervan uit dat een dotatie van de algemene reserve is benodigd van € 2 miljoen. De grondexploitatie zal in het derde kwartaal van 2024 ter vaststelling aan de gemeenteraad worden aangeboden.

Gebiedssamenwerking van A tot Z

structureel € 50.000

In 2024 wordt naar verwachting de bestuursovereenkomst gesloten op basis waarvan het ontwerpend onderzoek gaat plaatsvinden. Dit zal doorlopen tot in 2025. De resultaten zullen einde van dat jaar worden opgeleverd. Daarnaast is regionale samenwerking in het ruimtelijke domein, waaronder ook de bestaande en nieuwe initiatieven, noodzakelijk. Voor 2025 lijkt de nu gereserveerde € 100.000 voldoende om de programmamanager blijvend aan te kunnen stellen. Daarnaast is het gewenst om, evenals voor 2024, een (werk)budget beschikbaar te hebben waarmee een bijdrage kan worden geleverd in de kosten van de samenwerking, onderzoeksvragen kunnen worden beantwoord en de kosten van overige ambtelijke inzet worden gedekt. Wij gaan ervan uit dat een werkbudget van € 50.000 voldoende zal zijn.

16

Kadernota 2025

Evenementenbeleid/Soest 1000 jaar

incidenteel 2025 € 20.000

Evenementen kennen een toenemende complexiteit, waarbij vele disciplines binnen en buiten de gemeente betrokken zijn. Ook aangescherpte regelgeving is steeds bepalender om evenementen te kunnen organiseren. Ons huidige beleid is verouderd en mist concreetheid en transparantie, zoals blijkt uit het vergunningsproces. In ons nieuwe beleid willen we hierop inzetten, processen optimaliseren en willen we vooral uitnodigend zijn voor organisatoren om leuke evenementen op een veilige en verantwoorde wijze in Soest te gaan organiseren. En met het 1000-jarig bestaan van Soest (2029) is het extra urgent een goed functionerend evenementenbeleid te hebben. Voor het actualiseren van het evenementenbeleid zullen we veel informatie gaan ophalen bij onder meer collega’s, maar ook kijken we naar goede voorbeelden uit het land. Uiteraard gaan we ook in gesprek met de organisatoren, inwoners en omwonenden van evenemententerreinen. Gezien de opgave die er ligt zal het mogelijk tot structurele meerkosten gaan leiden. Over de omvang daarvan is nog echter geen goede inschatting te maken. We richten ons vooralsnog op vaststelling van het nieuwe evenementenbeleid in het eerste kwartaal van 2025. Zoals al even genoemd, in 2029 bestaat Soest 1000 jaar. Dit willen we met onze inwoners, instellingen en ondernemers te vieren. Hiervoor willen we in 2025 een plan opstellen.

Voor het opstellen van dit plan vragen we een budget van € 20.000.

Energietransitie In hoofdstuk 2 hebben wij toegelicht dat de energietransitie een ingewikkelde opgave is. Het is ook een omvangrijke opgave met stevige landelijke ambities, die wij, mede vanuit intrinsieke motivatie, lokaal hebben vertaald. Zo zet het nieuwe programma in op de benodigde versnelling voor de warmtetransitie, geeft het richting aan het werken aan netcongestie, gaat het door met het realiseren van grootschalige opwek en geeft het een impuls aan onze eigen organisatie om energiebewust en circulair denken en werken ‘business as usual’ te maken. Met als basis communicatie en participatie om tot constructieve samenwerking te komen. Onze rol als gemeente zal bij al deze verschillende vraagstukken verschillen. Rolneming werken wij nader uit in het programma dat wij u na de zomer voorleggen. Zeker is wel dat het een stevige regierol van ons zal vragen. 17

Kadernota 2025

Het programma 'Energie van Soest 2024-2030' is niet vrijblijvend. Het is een samenhangend pakket met elkaar versterkende interventies om te kunnen versnellen om onze eigen en landelijke doelen te halen. Met elkaar moeten wij na de zomer het gesprek hebben hoe de uitvoering zo in te richten dat wij deze de komende jaren duurzaam kunnen continueren. Het is daarbij belangrijk dat onze inwoners en ondernemers weten wat ze kunnen verwachten de komende jaren. Dat geeft vertrouwen en stimuleert actiebereidheid. Tegelijkertijd kan deze duidelijkheid investeringen van anderen stimuleren, zoals woningcorporaties en de netbeheerder. Duidelijkheid over de omvang van onze inzet tot en met 2030 is in deze fase daarmee van cruciaal belang. Dit geldt voor de energietransitie in het algemeen maar in het bijzonder voor de warmtetransitie. Een enorme opgave met sociale impact achter iedere voordeur. Het realiseren van de doelen zal een flinke investering gaan vragen. De middelen van het Rijk, voor zover nu bekend, zijn na 2025 niet toereikend. Voor de dekking maken we gebruik van rijksmiddelen en beschikbaar gesteld budget voor het bestaande programma. Na vaststelling van het programma kunnen we gebruik maken van extra CDOKE2 of andere rijksmiddelen. Naast het benutten van deze middelen zullen we ook zoveel mogelijk de provinciale subsidieregeling (USET3) benutten.

De verwachting is dat we de dekking van het nieuwe programma rond krijgen voor 2024 en 2025 met behulp van de (geoormerkte) middelen uit het bestaande programma Energietransitie 2020-2025 en de rijksmiddelen (CDOKE). Voor 2026 tot en met 2030 is onvoldoende dekking om de beoogde versnelling in te zetten. Ervan uitgaande dat de in de meerjarenbegroting opgenomen € 373.000 structureel blijft, is de verwachting dat er een tekort is van ruim twee miljoen euro voor de gehele looptijd van het programma. In deze bedragen zijn niet de uitvoeringskosten en concrete investeringen opgenomen voor aanpak sociale minima, energiebesparing en onrendabele top bij warmteoplossingen. Deze worden nu grotendeels gedekt uit rijksregelingen. Hiervoor zullen separaat voorstellen worden uitgewerkt wanneer dat nodig is. Ondanks het feit dat wij nu al constateren dat er spanning zit tussen onze ambities en de rijksmiddelen, houden wij vooralsnog vast aan het principe dat het Rijk voldoende middelen ter beschikking moet stellen om deze opgave te kunnen uitvoeren. Mogelijke oplossing voor een klein deel van het tekort kan een sterk versoberde aanpak in de warmtetransitie zijn die niet gericht is op versnelling. Daar wordt de opgave niet kleiner van.

Kanttekening daarbij is ook dat het versoberen van de ingezette aanpak van 2024 en 2025 vanaf 2026 naar verwachting negatieve effecten zal hebben op het vertrouwen en de bereidheid van inwoners en ondernemers om mee te doen. Na de zomer gaan we graag met u in gesprek over het programma 'Energie van Soest 2024-2030'. Grondstoffenaanpak Er wordt een meervoudig onderhandse aanbesteding voorbereid voor het opstellen van een nieuwe grondstoffenaanpak. De verwachting is dat dit plan in het eerste kwartaal van 2025 ter besluitvorming aan de raad kan worden voorgelegd. We gaan ervan uit dat eventuele financiële consequenties kunnen worden gedekt uit de afvalstoffenheffing. De opdracht omvat de volgende werkzaamheden /onderdelen: 2 CDOKE: Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid. 3 USET: Subsidie energietransitie (provincie Utrecht)

18

Kadernota 2025

• • • •

evaluatie huidige aanpak startnotitie nieuw plan met scenario’s met consequenties voor het milieu, service naar inwoners en de kosten procesaanpak om te komen tot een door de raad gedragen plan.

Rioleringsproblematiek Soesterberg Door alle nieuwbouwplannen wordt de komende jaren het rioolstelsel van Soesterberg zwaarder belast. Deze zwaardere belasting zal niet leiden tot vertraging van de woningbouw. Wel zijn maatregelen nodig om het stelsel toekomstbestendig in te richten als compensatie van het extra afvalwater. Vooralsnog lijkt het erop dat de kosten hiervoor gedekt kunnen worden vanuit de grondexploitaties en de rioolheffing. Afgelopen jaar is veel energie gestoken in het opstellen van de afvalwaterprognoses. Momenteel lopen er diverse onderzoekssporen die samen met Zeist, provincie, waterschap HDSR en waterschap Vallei en Veluwe worden uitgewerkt. Denk hierbij aan modellering rioolstelsels Zeist en Soesterberg om te onderzoeken waar nog ruimte zit in de stelsels en waar optimalisaties mogelijk zijn, het afkoppelen van verhard oppervlak en optimalisatie van de transportleiding van het waterschap Vallei en Veluwe. Ook wordt onderzocht of het haalbaar is, en in het kader van de blauwe agenda interessant is, om een eigen zuivering te bouwen voor Soesterberg. Het effluent kan dan gebruikt worden als aanvulling van de grondwaterreserves. De planning is om rond de zomer 2024 op basis van de uitgevoerde onderzoeken keuzes te maken en de plannen. En vervolgens in de 2e helft van 2024 uit te werken in een Masterplan.

Uitvoering van de gekozen maatregelen volgen vanaf 2025. Vooralsnog wordt verwacht dat de maatregelen uit het masterplan gefinancierd kunnen worden vanuit de rioolheffing en de grondexploitatie.

Omgevingswet

formatie: structureel vanaf 2025 €160.000 omgevingsplan: jaarlijks 2025-2031 € 150.000 te verwachten compensatie Rijk 2025 € 150.000 (baten)

Uitgangspunt is tot nu toe geweest dat de jaarlijkse extra kosten voor de implementatie gedekt moeten worden door bijdragen van het Rijk. Zo ontvingen we voor het jaar 2023 bij de decembercirculaire 2023 een bedrag van € 247.000. Ook voor 2024 en 2025 (meicirculaires) 19

Kadernota 2025

worden nog compensatiemiddelen van het Rijk verwacht (wel ruimschoots minder dan het bedrag in 2023). Deze middelen gebruiken wij dit en de komende jaren onder meer voor de extra kosten die wij moeten maken voor de wettelijke verplichting tot het ontwikkelen van het Omgevingsplan voor Soest, dat uiterlijk in 2032 uitontwikkeld moet zijn. De extra kosten die wij moeten maken om het omgevingsplan door te ontwikkelen en de huidige regels op te nemen in het Omgevingsplan bedragen jaarlijks (structureel) € 150.000. Vooralsnog gaan we ervan uit dat de compensatiemiddelen vanuit het Rijk dit deels afdekken tot en met 2025. Daarna is aanvullend (structureel) € 150.000 per jaar nodig. Daarnaast brengt het werken onder de nieuwe Omgevingswet ook andere structurele kosten met zich mee. Het betreft: • De functie regelanalist (0,6 fte) richt zich op maken, publiceren en beheren van de toepasbare regels (beslisbomen), waarmee gemeentelijke omgevingsplanregels op een juiste en op een begrijpelijke manier beschikbaar komen via het digitale loket in het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). • De structurele inzet van een participatiedeskundige (1 fte). Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft participatie een belangrijkere en zwaardere rol gekregen in de ruimtelijke processen en projecten. Net als uw raad hechten wij hier grote waarde aan.

Uw raad heeft onder andere een lijst met gevallen aangewezen, waarbij participatie voor initiatiefnemers verplicht is gesteld. Om ervoor te zorgen dat al die participatieprocessen op een goede manier vorm en inhoud (blijven) krijgen is de structurele inzet van een participatiedeskundige nodig.

Erfgoedbeleid

structureel € 33.000

In juni 2023 hebben wij een kwartiermaker erfgoed aangesteld. Een belangrijke taak was om te onderzoeken wat er nodig is om aan de Omgevingswet te voldoen met betrekking tot erfgoed. Uit dit onderzoek is gebleken dat onvoldoende capaciteit beschikbaar is voor de structurele taken. Het gaat daarbij om de brede advisering over erfgoed en de daarbij behorende ondersteunende werkzaamheden. Voor deze taken is structureel € 19.000 extra nodig. Daarnaast is uit het onderzoek van de kwartiermaker erfgoed gebleken dat onvoldoende capaciteit beschikbaar is voor uitvoering van taken van vergunningen, toezicht en handhaving met betrekking tot monumenten. Zo is onder andere onvoldoende tijd beschikbaar voor: • advisering omgevingsvergunning monument • uitvoering subsidieregeling erfgoed • handhaving van de instandhoudingsplicht bij monumenten • aansluiting van de monumentenexpert bij het duurzaamheidsloket Daarom wordt structureel € 14.000 voor capaciteit gevraagd om deze wettelijke taken uit te voeren. 20

Kadernota 2025

Inboet bomen

structureel € 90.000

De afgelopen jaren hadden we last van extreem droge zomers. Dit zorgt nu voor meer boomsterfte. Daardoor moeten we meer bomen weghalen die zijn afgestorven. Omdat we het areaal (het aantal bomen) volgens het beleid in stand moeten houden moeten we nieuwe bomen terugplanten (inboet). Wij verwachten dat dit extreme weer door klimaatverandering vaker zal voorkomen. Bij het planten nemen we extra noodzakelijke maatregelen om boomwortelopdruk te voorkomen. Zo maken we grotere plantplaatsen en brengen we wortelschermen aan. Daarnaast brengen we bomengrond aan om de nieuwe boom een goede basis en optimale groeimogelijkheden te geven.

21

Kadernota 2025

3.3 - Programma 3 – Sociale leefomgeving Tot het programma Sociale leefomgeving behoren de volgende deelprogramma’s: 3.1 3.2 3.3

Sociaal domein Onderwijs Sport, kunst en cultuur

In dit programma belichten we ontwikkelingen en/of leggen uw voorstellen voor ten aanzien van de volgende onderwerpen: • •

• • • •

Opgaven sociaal domein Uitvoering Integrale Visie sociaal domein ➢ Toekomstige samenwerking uitvoering Sociaal domein Baarn Bunschoten Soest en integrale toegang ➢ Herijking subsidiemethodiek Wijkaanpak Smitsveen Toekomst zwembad Uitvoering nota sport en bewegen 2024-2028 Integraal Huisvestingsprogramma Onderwijs

Opgaven sociaal domein Voor dit programma Sociale leefomgeving zijn de Integrale Visie Sociaal Domein 2024 -2028, de Sportnota 2024-2028 en de Cultuurnota 2024-2028 richtinggevend. Vanuit de Visie sociaal domein werken aan de volgende vijf (deel)opgaven: 1. Gezonde leefstijl 2. Bestaanszekerheid 3. Mentale Weerbaarheid 4. Kansengelijkheid 5. Meedoen en Inclusie Onze integrale visie en de vijf (deel)opgaven kunnen niet los gezien worden van landelijke en regionale ontwikkelingen die een rechtstreeks verband hebben met onze transformatie opgave in het sociaal domein: de beweging naar meer inzet op preventie, lichte ondersteuning en eigen regie van inwoners. Waardoor onze inwoners op termijn minder (specialistische) zorg en ondersteuning nodig hebben. Dit is een landelijke opdracht voor alle gemeenten, vastgelegd in diverse landelijke agenda’s en bestuurlijke afspraken. In 2025 verwachten we ook weer nieuwe wetgeving die onze taken in het sociaal domein beïnvloeden. Deze noemen wij in een aparte paragraaf ‘Landelijke ontwikkelingen’.

22

Kadernota 2025

Landelijke ontwikkelingen Participatiewet in Balans: Per 2025 worden er wetswijzigingen verwacht met betrekking tot giften, mantelzorg en bijstand en inkomstenverrekening/bufferbudget. Met dit wetsvoorstel zet het kabinet de eerste concrete stap om hardheden in de huidige wet weg te nemen door mensen centraal te stellen en uit te gaan van vertrouwen. Het Rijk stelt hier extra middelen voor beschikbaar aan gemeenten. Overbruggingsregeling alleenverdieners: Een samenloop van regelingen pakt voor een groep alleenverdieners met een combinatie van inkomstenbronnen nadelig uit. Daardoor ligt hun inkomen onder het bestaansminimum. In 2024 worden gemeenten gevraagd alleenverdieners te ondersteunen middels de bijzondere bijstand. Er ligt voor 2025 een wetsvoorstel voor een overbruggingsregeling waarbij gemeenten een tegemoetkoming kunnen uitkeren aan hun inwoners die onder deze groep valt. Wet van school naar werk: vanaf 1 augustus 2025 treedt deze nieuwe wet in werking. Doel van de wet is om jongeren beter te begeleiden bij de overstap van school naar werk. De leeftijd van jongeren die door het RMC-jongerenloket (nieuwe naam: Doorstroompunt) worden begeleid, wordt verlengd van 23 naar 27 jaar. De wet vraagt dat scholen, het RMC/Doorstroompunt en gemeenten meer gaan samenwerken.

Het is nog niet duidelijk of er ook middelen meekomen voor de individuele gemeenten of alleen voor de centrumgemeente. Woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen: in tegenstelling tot eerdere berichten kan het woonplaatsbeginsel niet in 2025 ingevoerd worden. Het wetsvoorstel, dat sinds begin dit jaar bij de Tweede Kamer ligt voor behandeling, is na de val van het kabinet controversieel verklaard. Daardoor kan het niet meer voor het zomerreces door de Tweede en Eerste Kamer behandeld worden. De nieuwe streefdatum voor invoering is nu 1 januari 2026. Dit bereiden we samen met de regio voor in 2025. Wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein (Wams): De Wams is na de val van het kabinet controversieel verklaard. Wanneer dit wetsvoorstel opgepakt wordt en in werking treed is nog niet precies duidelijk.

23

Kadernota 2025

Lokale ontwikkelingen Uitvoeringsplan Sociaal Domein in relatie tot de kadernota Als gemeente kunnen we lokaal zelf invulling geven aan de transformatieopgave. Met onze Integrale Visie Sociaal Domein 2024-2028 en de Sport- en Cultuurnota 2024-2028 hebben we met elkaar vastgesteld hoe we dit de komende jaren willen doen en welke maatschappelijke effecten we willen bereiken. In 2024 zijn wij vervolgens aan de slag gegaan met een uitvoeringsplan. Het uitvoeringsplan 2024 is gebaseerd op de begroting 2024. Dit uitvoeringsplan 2024 sturen wij binnenkort ter informatie naar uw raad. Voor 2025 willen wij u vragen, met deze kadernota, ons richting te geven voor het uitvoeringsplan 2025. Dit doen wij door per opgave ambities en speerpunten in beeld te brengen. Bovendien geven we per opgave aan of en zo ja welke financiële consequenties daaraan verbonden zijn. Op basis van de door u aan te geven richting werken we de voorstellen nader uit in de begroting 2025. Hierbij willen u meegeven dat een nadere prioritering door uw raad ook noodzakelijk is vanwege de omvang van de voorstellen (in totaal (afgerond) € 1,2 miljoen, waarvan € 1 miljoen structureel. Deze omvang overstijgt niet alleen onze financiële mogelijkheden, maar ook de uitvoeringscapaciteit van onze ambtelijke organisatie. 1. Gezonde leefstijl We willen een gemeente zijn waar inwoners een gezonde leefstijl hebben.

Een gezonde leefstijl zien wij als belangrijk middel om gezondheidsproblemen te voorkomen. Inwoners nemen zelf regie over hun eigen gezondheid. We willen dat: Maatschappelijke effecten ➢ kinderen gezond opgroeien

Speerpunten 2025 Meer scholen in de gemeente werken mee aan de gezonde school aanpak. We creëren meer beweegmogelijkheden voor jongeren in hun fysieke leefomgeving. Meer ouderen bewegen in het kader van valpreventie.

➢ jongeren meer bewegen; ➢ volwassenen en ouderen vitaal zijn.

Waar willen we ons op richten in 2025? Integraal zorgakkoord (IZA) en het Gezond en actief leven akkoord (GALA) Binnen de opgave Gezonde leefstijl maken we gebruik van middelen die het Rijk via het Integraal zorgakkoord (IZA) en het Gezond en actief leven akkoord (GALA) aan gemeenten beschikbaar stelt. Het Integraal Zorgakkoord (IZA) richt zich in hoofdzaak op de houdbaarheid van het Zorgstelsel, met als invalshoek de Zorgverzekeringswet. Regionaal werken we samen aan het regioplan Samen sterker Eemland. Voor gemeenten is er geld beschikbaar voor een lokale aanpak van kansrijke start, overgewicht en obesitas voor kinderen en volwassenen en valpreventie. 24

Kadernota 2025

Het GALA richt zich hoofdzakelijk op het bouwen aan een fundament voor een gerichte aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis, waarin een gezonde samenleving centraal staat. Het gaat in grote lijnen om een rookvrije generatie in 2040, het terugdringen van overgewicht, stimuleren van een gezond voedingspatroon en gewicht, het behalen van beweeglijnen voor inwoners, het inzetten van een daling van alcoholgebruik, verspreiden van kennis bij inwoners over risico’s van overmatig drankgebruik én het 100 procent naleven van de 18+ leeftijdsgrens van alcohol. Voor al deze onderwerpen hebben we binnen onze gemeente al verschillende activiteiten lopen. Deze staan in het Uitvoeringsplan 2024. De bestaande activiteiten gaan we in 2025 evalueren. Gezonde leefomgeving en valpreventie We willen ons vooral richten op een gezonde leefomgeving van kinderen en jongeren. We gaan meer samenwerken met scholen voor een gezonde schoolaanpak. Daarnaast willen we voor jongeren onze JOGG-aanpak (‘jongeren op gezond gewicht’ - gezonde jeugd, gezonde toekomst) voortzetten. We zetten vooral in op de maatregelen die aantoonbaar effectief zijn. We gaan de interventies ook monitoren en evalueren.

We gaan met jongeren in gesprek over beweegmogelijkheden in de buitenruimte en werken daarvoor samen met onze buurtsportcoaches en met het fysieke domein: we kijken hoe we de buitenruimte aantrekkelijk kunnen maken voor jongeren om meer te gaan bewegen. Ook ouderen willen we meer in beweging krijgen. In 2025 willen we uitvoering geven aan de ketenaanpak voor valpreventie. We gaan daarvoor samenwerken met huisartsen, fysiotherapeuten en onze welzijnspartijen. Ook kijken we hoe we aanbieders van sport en cultuur kunnen aanhaken. Om deze ambities en speerpunten te realiseren willen we in ieder geval twee succesvolle aanpakken continueren, namelijk onze JOGG-aanpak en de Gezonde schoolaanpak. Hiervoor is een extra structureel budget nodig van € 65.000. 2. Bestaanszekerheid We willen dat iedereen kan rekenen op bestaanszekerheid. Als gemeente willen we dat: Maatschappelijke effecten ➢ inwoners voldoende middelen hebben om te kunnen rondkomen en mee te kunnen doen. ➢ Werken loont en ook voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt bereikbaar is. ➢ Iedereen toegang heeft tot betaalbare en passende zorg of ondersteuning. ➢ Huisuitzettingen worden voorkomen. ➢ Inwoners zoveel mogelijk passend en zelfstandig kunnen wonen.

Speerpunten 2025 Minder mensen zijn afhankelijk van voedselbanken. Meer mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt doen vrijwilligerswerk. Geen wachttijden bij onze sociaal teams.

Meer huisbezoeken in het kader van vroegsignalering schulden bij huurachterstand. Meer ouderen worden aangemoedigd om na te denken over de toekomst. 25

Kadernota 2025

Waar willen we ons op richten in 2025? Werk en inkomen Vanaf 2025 willen we van start met aangepaste minimaregelingen die voor kwetsbare inwoners overzichtelijker en eenvoudiger zijn om aan te vragen dan de huidige regelingen. We verwachten dat dit binnen het budget kan van de huidige minimaregelingen. In 2025 evalueren we samen met cliënten van onze uitvoeringsorganisatie BBS (hierna BBS) of de inzet van voorzieningen hun verder heeft geholpen. Als speerpunt willen we meer cliënten met een grote afstand tot de arbeidsmarkt begeleiden naar vrijwilligerswerk. We willen hiervoor experimenteren met participatiecoaches/sleutelfiguren uit de sociale basis. We financieren dit met middelen uit het participatiebudget dat BBS al een paar jaar overhoudt. We zetten onze aanpak vroegsignalering van schulden voort en gaan bij signalen van huurachterstanden direct op huisbezoek. We werken samen met woningcorporaties en verschillende partijen en welzijnsorganisaties in een brede schuldenaanpak. Versterken sociaal team en Wmo team De gemeente Soest vergrijst. Het CBS verwacht daarom dat de komen jaren er een steeds groter beroep wordt gedaan op Wmo voorzieningen. Om deze toename op te kunnen vangen en wachttijden voorkomen is het noodzakelijk dat ons Wmo team wordt uitgebreid met 1 fte. Hiervoor treft u een voorstel aan in de voorjaarsnota.

Ook zal de komende jaren, in overeenstemming met landelijke akkoorden, de verschuiving van taken van specialistische zorg naar het sociaal team verder zijn beslag moeten krijgen. Het sociaal team gaat daarmee meer eigen begeleiding voor hun rekening nemen waardoor er minder beroep gedaan wordt op specialistische zorg. Hiervoor is een extra investering nodig in 1 fte voor het sociaal team. De investering zal dus worden terugverdiend door een afname van de kosten voor specialistische zorg vanuit het Wmo budget. Daarnaast starten we een bewustwordingscampagne voor ouderen waarbij we samen met onze welzijnspartijen ouderen aanmoedigen om na te denken over de toekomst. We werken hierbij samen met de collega’s en partijen die ook uitvoering geven aan het Omgevingsprogramma Wonen. Om deze ambities en speerpunten te realiseren hebben wij een aanvullend structureel budget nodig van € 200.000 voor uitbreiding van het Wmo- en sociaal team. Hiervan denken we € 100.000 te kunnen dekken doordat we naar verwachting op termijn minder uitgeven aan specialistische hulp (2027). 3. Mentale Weerbaarheid We willen een gemeente zijn waar inwoners voldoende weerbaar zijn om met de uitdagingen van het leven om te kunnen gaan. We willen dat: Maatschappelijke effecten ➢ Inwoners zelf regie hebben over hun eigen leven.

Speerpunten 2025 Meer inwoners krijgen waakvlamondersteuning. 26

Kadernota 2025

➢ Jongeren en 65-plussers zich niet eenzaam voelen.

Meer verbindende activiteiten in het sporten cultuurveld voor jong en oud.

➢ Jongeren vertrouwen hebben in de toekomst.

Uitbreiding en toerusten jongerenwerk om jongeren weerbaarder te maken.

➢ Jongeren geen overmatige stress ervaren maar zich goed voelen en zichzelf accepteren.

Meer samenwerking tussen scholen, jeugdteam en jongerenwerk.

Waar willen we ons op richten in 2025? In de geestelijke gezondheidszorg (ggz) bestaan wachtlijsten waardoor mensen vaak lang moeten wachten voordat zij de juiste zorg krijgen. Vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA) werken we regionaal samen met ggz-centraal, huisartsen en regiogemeenten ( Samen sterker Eemland). We hebben onder andere een regionale taskforce wachttijden, overlegtafels en in de eigen gemeente Welzijn op recept. We werken samen aan een herstelnetwerk met onze eigen sociaal team, huisartsen, ggz centraal en welzijnspartijen. Er is in 2024 een regionaal preventieplan mentale gezondheid opgesteld welke we in 2025 implementeren. Een aantal succesvolle pilots in de sociale basis zoals bijvoorbeeld Kunst Natuur Welzijn, Join us en Vinger aan de pols willen we vanaf 2025 structureel borgen in de subsidies aan de uitvoerende welzijnspartners. Jeugdteam en jongerenwerk toerusten voor complexe problematiek We willen voorkomen dat inwoners met problematiek op het snijvlak van zorg en veiligheid pas in beeld komen als zij ernstige overlast veroorzaken en/of de openbare orde en veiligheid in het geding is. Tot de doelgroep op het snijvlak van zorg en veiligheid behoren o.a. kwetsbare jongeren in risicovolle situaties en personen met onbegrepen gedrag.

In het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 en bijhorende uitvoeringsplannen is opgenomen dat we inzetten op preventie en vroegsignalering en op een goede samenwerking tussen de zorg- en veiligheidspartners. In dit kader worden het jeugdteam, het sociaal team en het jongerenwerk expliciet benoemd als partners die hierin een taak hebben. Om deze taak uit te voeren, is er extra formatie nodig. Bij het jeugdteam en sociaal team ontbreken op dit moment casusregisseurs voor de genoemde doelgroepen. Bovendien is het reguliere jongerenwerk onvoldoende toegerust op deze doelgroep jongeren. Het gevolg is dat deze jongeren te weinig ondersteuning krijgen in hun persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke participatie, terwijl zij dit juist hard nodig hebben. Dit vraagt een extra investering van 2 fte voor het jeugdteam en 2 fte voor het jongerenwerk. Om deze ambities en speerpunten te realiseren willen we van een aantal succesvolle pilots structurele activiteiten maken. (Join Us, Kunst Natuur Welzijn, Vinger aan de pols) Hiervoor is € 134.000 aan budget nodig en € 400.000 voor uitbreiding van het jeugdteam en het jongerenwerk.

27

Kadernota 2025

4. Kansengelijkheid We willen dat ieder kind in onze gemeente dezelfde kansen heeft om (normaal) te kunnen opgroeien en zijn talenten te kunnen ontplooien. Ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. We willen dat:

Maatschappelijke effecten ➢ Ieder kind een kansrijke start heeft.

Speerpunten 2025 Meer kwetsbare ouders zijn toegerust voor het ouderschap en opvoeding waardoor minder kinderen uit huis worden geplaatst of onder toezicht gesteld. Minder inzet op specialistische zorg en meer op alternatieve jeugdhulp in de sociale basis. Meer samenwerking tussen scholen, jeugdteam en jeugdartsen.

➢ Kinderen die ondersteuning of zorg nodig hebben dat zo licht en nabij mogelijk krijgen. ➢ Ieder kind zoveel mogelijk onderwijs kan volgen in onze eigen gemeente. Waar willen we ons op richten in 2025?

Toekomstbestendig jeugdteam Lokale teams krijgen een steeds prominentere rol in het zorglandschap. In de Hervormingsagenda Jeugd wordt gesproken over versterking van de lokale teams met voldoende kennis en expertise. Teams die niet alleen toegang verlenen tot specialistische zorg, maar zelf ook hulp bieden. Ook in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming krijgen de lokale teams een grotere rol toebedeeld in casuïstiek waarbij de veiligheid in het geding is. In de gemeente Soest werken we al aan de versterking van het jeugdteam, zowel formatief als qua expertise. In 2025 willen we bereiken dat er minder specialistische jeugdhulp wordt ingezet. Hiervoor is het nodig het jeugdteam met 1 fte uit te breiden. Deze investering zal dus worden terugverdiend door een afname van de kosten voor specialistische zorg. Meer preventie en samenwerken in de sociale basis Qua expertise zijn we twee jaar geleden gestart met een procescoördinator Hechting die professionals ons jeugdteam, scholen en welzijnspartners traint om vroegtijdig hechtingsproblematiek te kunnen signaleren en ouders te ondersteunen. Veel ouders zijn zich niet bewust hoe belangrijk de band tussen ouder en kind is. We zien dat hechtingsproblemen ontstaan en dat ouders soms onmachtig zijn in hun omgang met- en opvoeding van hun kind.

Onze aanpak werkt preventief als ook om al in een vroeg stadium bij het jonge kind ondersteuning te bieden. Daarnaast willen we succesvolle alternatieve jeugdhulptrajecten in onze sociale basis vanaf 2025 uitbreiden en structureel borgen. Ook gaan we door met onze samenwerking met scholen en voor- en vroegschoolse educatie aanbieders, hiervoor hebben we eind 2023 ons onderwijsachterstandenbeleid vastgesteld. Ook willen we in 2025 zorgen dat kinderen en jongeren niet uitvallen op school. Hiervoor is structureel budget nodig om maatwerk bij ziekteverzuimbegeleiding te kunnen bieden. 28

Kadernota 2025

Om deze ambities en speerpunten te realiseren hebben wij in totaal een aanvullend structureel budget nodig van € 244.000. Hiervoor kunnen we het jeugdteam uitbreiden met specialistische kennis over Hechting. Hiervan denken we € 100.000 te kunnen dekken doordat we naar verwachting op termijn minder uitgeven aan specialistische hulp (2027). Daarnaast kunnen we hiermee de succesvolle trajecten alternatieve jeugdhulp en de ziekteverzuimbegeleiding van de GGD continueren. 5. Meedoen en Inclusie De gemeente Soest is een inclusieve samenleving waar iedereen kan meedoen en niemand wordt gediscrimineerd. We willen dat: Maatschappelijke effecten ➢ Minderheden en de lhbtiq+-gemeenschap zich veilig voelen in onze gemeente. ➢ Kwetsbare inwoners meedoen in onze samenleving. ➢ Vrijwilligers en mantelzorgers zich voldoende ondersteund voelen. ➢ Inwoners met verschillende achtergronden verbinding met elkaar zoeken.

Speerpunten 2025 Meer inwoners stimuleren discriminatie te melden. Voorbereiden wijkgerichte aanpak voor wijk met veel kwetsbare inwoners. Meer aandacht voor werk en mantelzorg en GGZ en mantelzorg. Meer migrantenouderen doen mee aan activiteiten in de sociale basis

Waar willen we ons op richten in 2025? Antidiscriminatie De maatschappelijke aandacht voor discriminatie en racisme groeit. Onder meer vanwege de toeslagenaffaire, waarbij Nederlanders met een dubbele nationaliteit een strengere controle kregen dan andere Nederlanders. En door de oorlog in Gaza waardoor antisemitisme en islamofobie opbloeien en bevolkingsgroepen tegenover elkaar komen te staan. Om beter in beeld te krijgen hoe het er in Soest voor staat willen we dat in 2025 meer mensen in Soest discriminatie melden. Daarvoor hebben we structureel meer budget nodig voor het Meldpunt antidiscriminatie. Kwetsbare ouderen Soest vergrijst dus zetten we ons volop in voor ouderen. In 2025 willen we meer algemene voorzieningen ontwikkelen samen met het sport- en cultuurveld en de sociale basis ter voorkoming van eenzaamheid. Voor inwoners met een migratie achtergrond willen meer activiteiten die zorgen voor verbinding. Met name migrantenouderen vinden moeilijk aansluiting en leven vaak geïsoleerd. Om hier meer aan te doen is het nodig dat we onze sociale basisinfrastructuur versterken en willen we een succesvol project voor migrantenouderen structureel maken. Mantelzorg Daarnaast blijven we ons inzetten om mantelzorgers te ondersteunen. Dit doen we door 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=2222269f-2d2d-48af-a855-265ebd7707f5