2. Bijlage 1 Kaderbrief 2027
Tekst van het document
Kaderbrief 2027 Inleiding Het coalitieakkoord ‘Wendbaar, weerbaar en betrouwbaar - balans in de opgave, kracht in de uitvoering -’ is op 28 mei aan de gemeenteraad gepresenteerd. Omdat het akkoord op hoofdlijnen is geformuleerd, is een nadere concretisering nodig, zowel ten aanzien van de inhoud, de planning als de financiën. Deze uitwerking vindt zoveel mogelijk plaats in de begroting 2027-2030. In deze kaderbrief geven we een eerste, nadere inkleuring van het coalitieakkoord. Dit doen we in een tijd van grote onzekerheden: geopolitieke spanningen, onzekere economische verwachtingen en onduidelijkheid over de ontwikkelingen rond het Gemeentefonds. Ook de toenemende problematiek van netcongestie geeft onzekerheid over de realisatie van plannen. Toch zetten we een stap naar voren en pakken we onze verantwoordelijkheid. Dat doen we niet alleen, maar samen met uw raad, onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. In de kaderbrief gaan we ook in op onze financiële positie. Deze is voor de komende jaren zorgelijk. Nog altijd is er een onbalans in taken die we als gemeente moeten uitvoeren van het Rijk (medebewind) en de middelen die we daarvoor krijgen. Niet voor niets dringt de Raad voor het Openbaar Bestuur er bij het Rijk op aan de disbalans te herstellen. De disbalans is vooral zichtbaar in het sociaal domein.
Dit manifesteert zich onder meer in tekorten op de jeugdzorg en oplopende wachtlijsten. Dit raakt onze kwetsbare inwoners in de eerste plaats. Wij zien het als onze verantwoordelijkheid om er voor hen te zijn. We nodigen uw raad van harte uit ons, met inachtneming van het coalitieakkoord en deze kaderbrief, richting mee te geven voor het komende begrotingsproces.
Soest, 11 juni 2026 Het college van burgemeester en wethouder van de gemeente Soest.
Pagina 2 Kaderbrief 2027
Balans in de opgave, kracht in de uitvoering In het coalitieakkoord richten we ons niet zozeer op het formuleren van nieuwe ambities, maar vooral op het afmaken van wat is afgesproken. Dat vergt focus en prioriteiten stellen. In deze kaderbrief geven we voor aan aantal prioritaire onderwerpen een eerste inkleuring van het coalitieakkoord. Zichtbaar en nabij, met ruimte voor inwoners en ondernemers We staan voor een open, betrokken en toegankelijke bestuursstijl. Wij zoeken actief de verbinding met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. We geven ruimte aan inbreng en initiatieven van inwoners en ondernemers. We willen zichtbaar en benaderbaar zijn. Daar hoort bij dat het gemeentehuis de gehele dag bereikbaar is, ook telefonisch. Uiterlijk bij de begroting komen we met een voorstel om hiervoor de benodigde middelen beschikbaar te stellen. Om de dialoog met onze inwoners te versterken, staan we open voor nieuwe instrumenten, zoals een burgerberaad. We stellen voor dit thema te betrekken bij het gesprek met uw raad over de nieuwe participatievisie. Met ondernemers gaan we in gesprek hoe we het ondernemersklimaat kunnen verbeteren. Denk aan de aanpak van leegstand van winkels, de toegankelijkheid en het aantrekkelijk houden van winkelgebieden: meer groen, meer ontmoeten, meer beleven. Om dit mogelijk te maken willen we een winkelstraatmanager aanstellen.
Bij de begroting komen we met een voorstel om hiervoor de benodigde middelen beschikbaar te stellen. Bouwopgave blijft urgent Onze woningbouwopgave blijft onverminderd groot. Concreet willen wij dat deze collegeperiode de bouw van 2000 woningen gerealiseerd, gestart of hard gepland zijn, gerekend vanaf 2023. Wij zorgen ervoor dat er in 2030 een aantal varianten is uitgewerkt om nog eens 2000 woningen te bouwen. Daarmee kan Soest tot 2040 vooruit. Prioriteit geven we aan de plannen van woningbouwcorporaties. We maken daarbij niet alleen afspraken over de bouw voor specifieke doelgroepen, zoals senioren, starters en zorgbehoevenden, maar ook over verduurzaming van bestaande woningen. Een bijzondere doelgroep vormen de vluchtelingen. Ingevolge de spreidingswet moet Soest 263 vluchtelingen huisvesten. Daarvoor gaan we actief op zoek naar geschikte locaties. Wij kiezen voor een integrale benadering van het ruimtegebruik. We zetten ons in voor een fijne woonomgeving, waarbij het unieke groene en vitale karakter van Soest wordt behouden. Waarin je kunt recreëren en werken. Bereikbaarheid en economie moeten daarin meegroeien. We bewaken de Soester natuurwaarden door natuurinclusief te bouwen. We verbeteren de biodiversiteit en versterken het ecologisch beheer. Om bouwen in versneld tempo mogelijk te maken willen we belemmerde regelgeving waar mogelijk wegnemen.
Als eerste stap brengen we bestaande regels in beeld. We kijken daarbij naar de vigerende wet- en regelgeving, de discretionaire bevoegdheid van de gemeente binnen de wet- en regelgeving en de wijze waarop de gemeente op dit moment invulling geeft aan die bevoegdheid.
Pagina 3 Kaderbrief 2027
Ontwikkelkansen in Soesterberg De gebiedsontwikkeling van A(mersfoort) tot Z(eist), waar de grootschalige plannen van Defensie een belangrijke rol spelen, biedt onder andere kansen voor bedrijven in Soesterberg. In de verdere uitwerking van de plannen willen we deze belangen stevig borgen. Zoals al eerder is afgesproken stellen we – samen met inwoners en ondernemers - een integrale gebiedsvisie op voor Soesterberg. We blijven inzetten op een vitaal en aantrekkelijk dorp, rekening houdend met de vele ontwikkelingen in en rondom Soesterberg. Wachtlijsten jeugdzorg moeten omlaag Wij willen dat de wachtlijsten in de jeugdzorg omlaag gaan. Hoewel de uitvoering is belegd bij MetMaya, zijn en voelen wij ons verantwoordelijk voor het bieden van tijdige en adequate zorg. Om de gevolgen van de huidige wachtlijsten te verzachten zetten we tijdelijke maatregelen in. Zo bieden we ouders dit jaar overbruggingshulp aan (Vinger aan de Pols), via Stichting Mee. Onze inzet is echter gericht op het, samen met onze maatschappelijke partners, bereiken van een structurele oplossing. Integrale ingang sociaal domein Eind dit jaar loopt de pilot ‘Integrale ingang sociaal domein’ af. Met deze pilot wil de gemeente samen met welzijnspartijen en de uitvoeringsorganisatie Eemkracht in de praktijk ervaring opdoen met een gezamenlijke ingang tot hulp en ondersteuning voor inwoners.
Voor de pilot is een eenmalig budget beschikbaar gesteld. Om te voorkomen dat er in 2027 geen middelen meer beschikbaar zijn, willen we dit bij de begrotingsvoorbereiding betrekken. Hierbij maken we gebruik van de (voorlopige) bevindingen van de pilot. Keuzes maken in het sociaal domein In de begroting 2026 is een aantal subsidies en activiteiten binnen het sociaal domein incidenteel geraamd. De vraag of en in hoeverre we deze incidentele ramingen structureel in de begroting willen ramen zal bij de begrotingsbehandeling nadrukkelijk aan de orde komen. We zullen daartoe voorstellen doen, met inachtneming van het afwegingskader en het uitvoeringsplan sociaal domein 2026, de lokale hervormingsagenda en het overleg met onze maatschappelijke partners. Evenementenbeleid en Soest 1000 jaar In 2025 is het evenementenbeleid, daterend uit 2018, geëvalueerd met inwoners, ondernemers, organisatoren en externe partners. Deze evaluatie gaf aanleiding om het beleid te herzien. Daarnaast is er een tweede aanleiding: in 2028 bestaat Soest 1000 jaar. Dit jubileum vraagt om actueel en uitnodigend beleid dat ruimte biedt aan initiatieven uit de samenleving, en om voorbereiding op een tijdelijke piek aan evenementen. Om invulling te geven aan dit uitnodigende beleid is extra inzet vanuit de gemeente nodig. Daarvoor ontvangt u bij de begroting een voorstel.
Ontwikkelkansen voor een huis van de samenleving en locatie Willaert We investeren niet langer in het sterk verouderde en energie-onzuinige Willaertgebouw. We gaan in gesprek met de huidige gebruikers van het gebouw over de herhuisvesting. Voor de activiteiten van de maatschappelijke huurders kijken we als eerste naar een scenario waarbij herhuisvesting in of grenzend aan het gemeentehuis plaatsvindt. Dat biedt kansen voor het realiseren van een huis van de samenleving.
Pagina 4 Kaderbrief 2027
Voor de locatie Willaert zien we mogelijkheden voor woningbouw in samenhang met het versterken van de leefbaarheid van de wijk. Plannen hiervoor maken we als er meer duidelijkheid is over herhuisvesting van de huidige functies. Accommodatiebeleid en rolneming Op korte termijn willen we aan gebruikers/huurders van onze accommodaties duidelijkheid bieden over de in rekening te brengen vergoedingen. Op grond van Europese en landelijke wetgeving is de gemeente verplicht om marktconforme dan wel kostprijsdekkende huurprijzen in rekening te brengen. Wij brengen de financiële consequenties hiervan voor de gebruikers in beeld. Als daartoe aanleiding is komen we - in samenspraak met betrokken partners met maatwerkoplossingen. Voor de langere termijn werken we aan een strategisch huisvestingsplan. Daarmee brengen we meer samenhang brengen in ons accommodatiebeleid. Dit beleid ligt nu vast in verschillende kaders, zoals het integraal accommodatiebeleid, rolneming en het integraal huisvestingsplan onderwijs. Uitvoering coalitieakkoord stevig verankerd De uitvoering van het coalitieakkoord pakken we als college samen met de organisatie voortvarend op. Om de uitvoering stevig te verankeren, richten we een programma in met als titel Wendbaar, weerbaar en betrouwbaar. Het programma richt zich op het bereiken van de door ons gewenste veranderingen.
Versterking kaderstellende en controlerende taak van de raad Aan het eind van de vorige bestuursperiode is met de gemeenteraad gesproken over de vraag hoe de p&c-cyclus kan bijdragen aan het versterken van de kaderstellende en controlerende taak van de raad. Dit heeft geleid tot een aantal aanbevelingen die we verder gaan uitwerken.
Pagina 5 Kaderbrief 2027
Financiële hoofdlijnen Het financieel meerjarenperspectief Budgettair beeld Het actuele financieel meerjarenperspectief (FMP), na verwerking van de eerste begrotingswijziging 2026, de najaarsnota 2025, de decembercirculaire 2025 en de voorjaarsnota 2026 is als volgt: Financieel meerjarenperspectief 2026-2030 (bedragen x € 1.000) ( - = nadelig/tekort) FMP begroting 2026-2029 + 2030 Najaarsnota 2025 (raad 4 december 2025)
2026
2027
2028
2029
2030
0
-200
-533
-1.847
-1.847
-93
-8
-8
313
313
Decembercirculaire 2025
78
FMP na najaarsnota 2025
-15
-208
-541
-1.534
-1.534
Voorjaarsnota 2026 (voorstel raad)
1.091
-542
-252
-102
-102
FMP na voorjaarsnota 2026
1.076
-750
-793
-1.636
-1.636
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
meicirculaire 2026
Uit deze tabel blijkt dat er voor de begrotingsjaren vanaf 2027 een tekort wordt voorzien. Om deze uitkomsten nader te duiden zijn de volgende aandachtspunten van belang: 1.
In deze uitkomsten zijn nog niet de resultaten van de meicirculaire 2026 verwerkt. Deze circulaire is op 30 mei verschenen. We informeren u zo spoedig mogelijk over de uitkomsten voor onze gemeente.
2.
In de bovenstaande tabel zijn diverse ontwikkelingen met (nog onvoldoende te kwantificeren) financiële consequenties nog niet meegenomen. Naast de financiële vertaling van het coalitieakkoord gaat om het onder meer om de volgende ontwikkelingen: • Exploitatie sociaal-cultureel centrum De Basis (vanwege de beëindiging van de exploitatie door Stichting De Linde). • Financiële consequenties van de nog vast te stellen beheerplannen openbare ruimte en begraafplaatsen. • Financiële ontwikkelingen bij gemeenschappelijke regelingen (met name de VRU en Eemkracht). Daarnaast is een aantal kredietvoorstellen in voorbereiding waarvan de (kapitaal)lasten nog niet in de meerjarenbegroting zijn vertaald. Hierbij is te denken aan: • Diverse (aanvullende) kredieten schoolgebouwen (Griftland, Postiljon, 2e vd Hucht). • Kredietvoorstel voor de definitieve huisvesting van basisschool De Parel. • De nevenpost voor de brandweer. • Aanpassingen gemeentehuis voortvloeiende uit de aansluiting op collectieve energievoorziening voor het Dalweggebied. Voor kredieten geldt dat de jaarlasten ingaan in het eerstvolgende jaar na het gereedkomen van de desbetreffende investering. Dat betekent dat de jaarlasten van
Pagina 6 Kaderbrief 2027
bovengenoemde kredieten geen effect hebben op de begroting 2027, maar pas op de begrotingsjaren daarna. 3.
Herverdeling Gemeentefonds In 2023 is een proces ingezet om het Gemeentefonds - gefaseerd over een aantal jaren op een andere wijze te verdelen over de gemeenten. Dit proces is echter on hold gezet. Op 28 mei heeft de minister van BZK de Tweede Kamer bericht dat meer onderzoek nodig is om de nu gepauzeerde herverdeling van het Gemeentefonds weer in gang te zetten. Hiermee volgt de minister het advies op van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). Dit betekent dat het zogeheten ingroeipad voor de jaren 2027 en 2028 bevroren blijft, behoudens indexering. Een volgende stap is nu voorzien per 1 januari 2029. Dit is een vooralsnog gunstig bericht voor Soest, omdat wij nadeelgemeente zijn. Op basis van eerdere berekeningen zou het gaan om een nog te verwerken structureel nadeel van afgerond € 0,9 miljoen. De onzekerheid blijft evenwel bestaan voor de begrotingsjaren 2029 en verder.
Algemene reserve Rekening houdend met de al op de algemene reserve liggende claims en rekening houdend met een te reserveren bedrag voor het opvangen van risico’s bedraagt het vrij te besteden deel van de algemene reserve afgerond € 15 miljoen. Hierbij is geen rekening gehouden met de uitkomsten van de voorjaarsnota 2026. Naast de algemene reserve is nog een budget beschikbaar voor maatschappelijke opgaven van € 2,1 miljoen. Dit budget, beschikbaar gesteld bij de begroting 2025 met een oorspronkelijk bedrag van € 4 miljoen, is bedoeld om kansrijke initiatieven mogelijk te maken die een bijdrage leveren aan onze maatschappelijke opgaven. Begrotingsrichtlijnen provincie (toezichthouder) en VNG-advies Provinciaal begrotingstoezicht De gemeentelijke begrotingen zijn onderworpen aan provinciaal toezicht. Elk jaar brengt de provincie een brief uit waarin zijn het begrotingstoezicht voor het komende begrotingsjaar uiteenzet. Belangrijke aandachtspunten van de brief van dit jaar (14 april 2026, met een aanpassing op 11 mei 2026) zijn: a. Structureel begrotingsevenwicht De begroting 2027 dient structureel en reëel in evenwicht te zijn. Als dat niet het geval is dan dient dit uiterlijk in het laatste jaar van de meerjarenbegroting (2030) te zijn gerealiseerd. Dat vergt wel dat hiervoor een reëel en realistisch perspectief wordt geboden. b.
Inzet algemene reserve voor incidentele uitgaven De algemene reserve kan worden ingezet voor het dekken van incidentele uitgaven.
Pagina 7 Kaderbrief 2027
c. Inzet 10% van de vrije ruimte binnen de algemene reserve Op het uitgangspunt onder a. is een belangrijke uitzondering mogelijk. Gemeenten mogen maximaal 10% van de vrije ruimte van de algemene reserve inzetten als dekking voor structurele uitgaven. Hiervoor gelden twee (cumulatieve) voorwaarden: 1. de solvabiliteit is minimaal 20% (na onttrekking van de algemene reserve) 2. de weerstandsratio is minimaal 1 Als niet wordt voldaan aan deze voorwaarden, dan wordt de onttrekking van de algemene reserve gezien als incidenteel dekkingsmiddel, waardoor de begroting niet kwalificeert als ‘structureel sluitend’. d. Stelposten onderuitputting De provincie stelt dat realistisch begroten het uitgangspunt moet zijn. Het opnemen van een algemene stelpost onderuitputting staat de provincie niet toe. Wel wordt een opening geboden voor het ramen van een stelpost onderuitputting loonkosten en een stelpost onderuitputting kapitaallasten. Hieraan zijn voorwaarden verbonden; zo mogen de ramingen niet structureel van aard zijn. Begrotingsadvies VNG Op 19 mei jl. heeft de VNG een begrotingsadvies uitgebracht. In de inleiding stelt de VNG: “Gemeenten bevinden zich nog steeds in een financieel onzekere tijd. Primair wordt dit veroorzaakt door bezuinigingen van eerdere kabinetten en door de ingeboekte besparingsmaatregelen voor de jeugdzorg vanaf boekjaar 2028.
Als de beoogde kostendaling niet behaald wordt, dreigen er forse tekorten te ontstaan bij gemeenten. De Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd onder leiding van Tamara van Ark zal begin 2027 een uitspraak doen over de haalbaarheid van deze besparingsmaatregelen en hoe om te gaan met het verschil tussen kosten en beschikbare middelen voor de jeugdzorg bij gemeenten. In het Overhedenoverleg van 13 april jl. heeft het kabinet de afspraak rond de CommissieVan Ark herbevestigd. Daarbij heeft het kabinet onderstreept dat dit advies zwaarwegend en maatgevend is. Het ligt daarom voor de hand dat in de Voorjaarsnota 2027 (gedeeltelijk) compensatie zal volgen indien de kostenstijging zich voortzet en deze niet verwijtbaar is aan gemeentelijk handelen. Daarom kan het in onze visie niet zo zijn dat gemeenten op dit moment vanwege de oplopende kosten voor de jeugdzorg tal van bezuinigingen moeten doorvoeren op andere beleidsterreinen. Of lasten moeten verhogen om de begroting vanaf 2028 sluitend te krijgen.” Dit brengt de VNG tot het volgende begrotingsadvies, kort samengevat: 1. Maak de begroting voor 2027 reëel sluitend. Zie de toelichting hiervoor onder a. en b. 2.
Breng vanaf 2028 baten en lasten voor jeugdzorg in balans met stelposten, waarbij u de lasten voor jeugdzorg zo realistisch mogelijk raamt. De provinciale toezichthouders achten dit aanvaardbaar voor wat betreft de rijksmaatregelen die zullen leiden tot lagere lasten voor gemeenten. Denk hierbij aan de invoering van een eigen bijdrage en het sturen op verkorting van de trajectduur. Ten aanzien van de voorgenomen afschaffing van huishoudelijke hulp ingaande 2029 is nog geen uitsluitsel gegeven door de toezichthouders.
Pagina 8 Kaderbrief 2027
De provincie acht het echter niet aanvaardbaar om vanaf 2028 een algemene stelpost op te nemen waarbij wordt geanticipeerd op een structurele compensatie voor de tekorten op de jeugdzorg. 3.
Als gebruik wordt gemaakt van stelposten, neem dan passages hierover op in de risicoparagraaf.
Richtinggevende uitspraken voor het begrotingsproces 2027-2030 Op basis van de geformuleerde uitgangspunten in het coalitieakkoord, het provinciale toezichtskader en met inachtneming van het begrotingsadvies van de VNG stellen we de volgende begrotingsstrategie voor: a)
Het (nu voorziene) begrotingstekort voor 2027 dekken we – indien en voor zover nodig door gebruik te maken van de algemene reserve, tot maximaal 10% van de vrije ruimte. Op basis van de actuele stand van zaken bedraagt deze vrije ruimte € 1,5 miljoen.
b)
Ramingen die incidenteel van aard en bijdragen aan maatschappelijke opgaven kunnen worden gedekt uit het nog beschikbare budget voor maatschappelijke opgaven (€ 2,1 miljoen). Overige incidentele ramingen kunnen worden gedekt uit de algemene reserve, met dien verstande dat hierbij moet worden bezien en afgewogen wat de consequenties zijn voor de inzet van de ‘vrije ruimte’ (zie bij a.).
c)
Het provinciaal toezichtskader is leidend, niet het VNG-begrotingsadvies (indien en voor zover dit niet overeenstemt met het toezichtskader). Dit betekent dat we geen algemene stelpost voor de kortingen op de jeugdzorg ramen. Overigens zien we ook praktische bezwaren om het advies van de VNG op dit punt op te volgen, omdat onduidelijk is hoe we op basis van objectieve maatstaven tot een kwantificering van deze stelpost kunnen komen. Wel ramen we door de provincie toegestane stelposten voor de kortingen vanwege de invoering van een eigen bijdrage voor de Wmo en het sturen op verkorting van de trajectduur. Deze maatregelen leiden ook daadwerkelijk tot lagere (netto)lasten in onze begroting. Ten aanzien van de voorgenomen afschaffing van de huishoudelijke hulp (2029) is nog geen bestuurlijke uitspraak door de toezichthouders gedaan, maar de verwachting is dat ook hiervoor het ramen van een stelpost zal worden toegestaan.
d)
Realistisch ramen is het leidende principe, niet het ramen van stelposten onderuitputting. Ook afgezien hiervan, zien we onvoldoende aanleiding om een stelpost onderuitputting loonkosten of kapitaallasten (dit zijn de onder voorwaarden door de provincie toegestane stelposten) op te nemen. Bij de loonkosten is geen sprake van onderuitputting. Bij de raming van investeringen zullen we bij de begrotingsopstelling nog nadrukkelijker bezien of de investeringskredieten realistisch zijn geraamd.
Pagina 9 Kaderbrief 2027
Maar algemeen geformuleerd: als daartoe aanleiding is ramen we scherp aan de wind. e)
We bereiden een proces voor gericht op het sluitend maken van de begrotingsjaren na 2027. Hierbij betrekken we ook de verwachting van de VNG dat het Rijk op basis van het advies van de commissie-Van Ark met extra middelen over de brug komt.
f)
Indien bezuinigingen noodzakelijk zijn, dan worden de meest kwetsbare inwoners zo veel mogelijk ontzien.
Overige financiële uitgangspunten en kaders voor de begroting 2027 Algemene uitkering Gemeentefonds De raming van de algemene uitkering Gemeentefonds baseren we op de meicirculaire 2026. Prijs- en loonontwikkeling Voor een inschatting van de effecten van loon- en prijsstijgingen, maken we gebruik van een aantal relevante percentages voor het jaar 2027 uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026 van het Centraal Planbureau. Op basis van de huidige inzichten (loon- en prijsindex en voorjaarsnota 2026 van het Rijk) schatten wij in dat de in het meerjarenperspectief opgenomen stelposten voor loon- en prijsontwikkeling voldoende zijn om de verwachte stijging van de budgetten op te vangen. Hierin wordt ook rekening gehouden met een prijsstijging in het sociaal domein, die hoger ligt dan de reguliere prijsontwikkeling. Met de meicirculaire 2026 ontstaat meer zekerheid over de compensatie en de actuele indexcijfers. In de begroting 2027 vindt een meer verfijnde uitwerking plaats. Op dat moment kunnen we met meer zekerheid aangeven of de stelposten daadwerkelijk voldoende zijn om de loonen prijsontwikkeling op te vangen. We hanteren een index voor de bijstelling van het eerstvolgende begrotingsjaar en voor de jaren daarna houden we in de meerjarenbegroting de lonen en prijzen constant (geen meerjarige verwerking van index op index).
Rente De rentepercentages voor de meerjarenbegroting 2027-2030 bepalen we opnieuw conform de notitie Rente van de commissie BBV. Belastingen, heffingen en leges Bij de onroerendezaakbelastingen gaan we uit van de trendmatige stijging. Bij de heffingen en rechten (zoals de afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges e.d.) wordt het principe van 100% kostendekkendheid gevolgd, rekening houdend met specifieke uitspraken en besluiten die daarover zijn gedaan en genomen. Provinciale richtlijnen toezicht Jaarlijks ontvangt de gemeente van de provincie de uitgangspunten voor het financieel toezicht op de begroting en meerjarenramingen. Deze uitgangspunten zijn opgenomen in de begrotingscirculaire 2027 en vormen, samen met het Gemeenschappelijk Toezichtkader (GTK) voor gemeenten en de notitie incidentele en structurele baten en lasten, het kader voor de beoordeling van onze financiële positie door de toezichthouder.
Pagina 10 Kaderbrief 2027
Uitgangspunt blijft dat de gemeente onder repressief toezicht blijft. Dit betekent dat de begroting kan worden uitgevoerd zonder voorafgaande goedkeuring van de provincie. Voorwaarde hiervoor is dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Structureel evenwicht houdt in dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Daarnaast moeten de geraamde baten en lasten realistisch en voldoende onderbouwd zijn. De provincie vraagt gemeenten nadrukkelijk aandacht te besteden aan de structurele financiele positie op de middellange termijn. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het begrotingsjaar, maar naar het gehele meerjarige financiële beeld. Een sluitende begroting die uitsluitend wordt bereikt door het doorschuiven van financiële knelpunten naar latere jaren wordt door de toezichthouder niet als duurzaam in evenwicht beschouwd. Gemeenten worden daarom geacht tijdig maatregelen te treffen wanneer sprake is van structurele tekorten in de meerjarenramingen. Voor de begroting 2027-2030 geldt dat de financiële positie van gemeenten nog steeds onder druk staat. Ondanks de maatregelen die het Rijk heeft getroffen om de terugval van gemeentelijke inkomsten deels te verzachten, blijft sprake van onzekerheid over de structurele ontwikkeling van het Gemeentefonds, de financiering van de jeugdzorg en andere gedecentraliseerde taken.
Bij de opstelling van de begroting 2027-2030 worden deze onzekerheden zorgvuldig betrokken en worden de meest actuele inzichten uit de meicirculaire 2026 en de provinciale begrotingscirculaire verwerkt. Wij presenteren het begrotingssaldo voor zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming transparant en conform de geldende toezichtkaders. Daarbij streven wij naar een structureel en reëel sluitende begroting, zodat de gemeente ook in de komende jaren onder repressief toezicht kan blijven.