CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage 1 Integrale Visie Sociaal Domein definitief

Oordeelsvormende vergadering (Raadzaal) 30 november 2023, gemeente SoestBij agendapunt: Integrale Visie Sociaal Domein, Cultuurnota en Nota Sport en Bewegen20.144 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

In verbinding samen doen: een zorgzaam en veerkrachtig Soest Integrale Visie Sociaal Domein gemeente Soest 2024-2028

1

Voorwoord

De gemeente Soest is een fijne gemeente om in te wonen en te werken. Inwoners zijn betrokken en kijken naar elkaar om. De meeste inwoners zijn gezond, werken of doen vrijwilligerswerk en kunnen de uitdagingen van het leven zelf aan. Ook is er een actief verenigingsleven, zijn mensen aangesloten bij kerken of moskeeën en betrokken bij de school van hun kinderen. Dit alles willen we ook in de toekomst behouden. De afgelopen jaren zien we dat deze zaken niet altijd zo vanzelfsprekend zijn. De coronacrisis, de energiecrisis en de oplopende inflatie laten zien dat iedereen zo maar in een kwetsbare positie terecht kan komen. We zien dat hulpvragen toenemen en dat zorg steeds duurder wordt. Soest vergrijst, mantelzorgers zijn steeds vaker overbelast en ook onze jongeren staan onder grote druk van wat de moderne maatschappij van hen vraagt. Als gemeente nemen wij onze verantwoordelijkheid en willen we er zijn voor inwoners die ons het hardst nodig hebben, nu en in de toekomst. Acht jaar nadat we als gemeente er meer zorgtaken bij kregen vanuit het Rijk, is het tijd om ons te bezinnen op de toekomst. Zodat we als gemeente ook in de toekomst nog kunnen zorgen voor de meest kwetsbaren onder ons. Voor deze Integrale Visie Sociaal Domein zijn we met inwoners, organisaties en ondernemers in gesprek gegaan.

Daarbij stond de vraag centraal: wat voor gemeente willen we zijn als we het hebben over zorgen voor elkaar, nu en in de toekomst? We hebben zo’n 30 mooie bijeenkomsten gehad in verschillende wijken. We hebben met elkaar gegeten en het goede gesprek gevoerd. Het hele college van burgemeester en wethouders heeft deelgenomen en naar ervaringen geluisterd van onze inwoners. Ook hebben we kinderen gevraagd tekeningen te maken over hoe zij Soest zien in de toekomst.

2

Het was mooi om te zien hoe betrokken inwoners zijn en hoe verbonden iedereen zich voelt met ons dorp. We hebben ook gezien en gehoord dat inwoners op een positieve manier willen (blijven) bijdragen aan een fijn Soest en Soesterberg. Die uitgestoken hand van inwoners nemen wij graag aan. Want we moeten het samen doen en zijn samen verantwoordelijk om het goede van Soest te behouden ook voor toekomstige generaties. Met deze door de gemeente gemaakte visie houdt ons werk dan ook niet op. Het is juist het begin om de komende jaren, in verbinding, samen te doen: een zorgzaam en veerkrachtig Soest!

Liesa van Aalst - Veldman Osman Suna Wethouder Sociaal Domein Wethouder Sociaal Domein (beleid, jeugd, gezondheid) (werk en inkomen, WMO, inburgering)

3

Inhoud Voorwoord

2

1. Inleiding 1.1 Het sociaal domein, wat is dat eigenlijk? 1.2 Waarom een Visie Sociaal Domein? 1.3 Totstandkoming 1.4 Leeswijzer

5 5 6 8 11

2. Onze visie 2.1 Wat voor gemeente willen we zijn? 2.2 Positieve gezondheid

12 12 14

3. De opgaven 3.1 Gezonde leefstijl 3.2 Bestaanszekerheid 3.3 Mentale weerbaarheid 3.4 Kansengelijkheid 3.5 Meedoen en inclusie

15 16 18 21 23 25

4. Van visie naar uitvoering 4.1 Leidende principes 4.2 Hoe gaan we samenwerken? 4.3 De rol van de gemeenteraad

27 28 29 31

Bijlagen Bijlage 1: Bronnenlijst Bijlage 2: Wijkprofielen Soest Bijlage 3: Resultaten enquête ‘Zorgen voor elkaar in Soest-Soesterberg, nu en in de toekomst.’

4

32 33 71

1. Inleiding

1.1 Het sociaal domein, wat is dat eigenlijk?

Als we het over het sociaal domein hebben, dan bedoelen we over het algemeen het hele stelsel van zorg, welzijn en sociale zekerheid waarin de drie wetten Jeugdwet, Wmo en Participatiewet, centraal staan. In het sociaal domein werken gemeenten, welzijnsorganisaties en zorgaanbieders samen aan gezondheid, welzijn en participatie. Het sociaal domein staat echter niet op zichzelf. De omgeving waar inwoners leven, wonen, werken, onderwijs volgen en ontspannen, draagt allemaal bij aan het ‘wel zijn’ van inwoners. Voor deze visie gaat de gemeente dan ook uit van het sociaal domein waarbij we over de wetten heen kijken naar alles wat bijdraagt aan de sociale leefomgeving en het welzijn van onze inwoners, inclusief de toegankelijkheid van de gemeente en uitvoerende partners en de communicatieen informatievoorziening. Dat is dus ook veiligheid en je veilig voelen. En voor ons hoort daar ook nadrukkelijk sport, bewegen en kunst en cultuur bij. Sport en cultuur leveren namelijk op verschillende manieren een belangrijke bijdrage aan het welbevinden van onze inwoners en de kwaliteit van leven in ons dorp. Vandaar dat we het ook een Integrale Visie Sociaal Domein noemen.

5

Schematisch geven we het sociaal domein vaak op de volgende manier weer:

Als we zo naar het sociaal domein kijken kun je zeggen: het sociaal domein is van en voor iedereen in de gemeente Soest. Inwoners en informele netwerken in de eigen omgeving (bijvoorbeeld sportverenigingen, scholen, kerken of moskeeën) vormen samen met de formele maatschappelijke welzijnsorganisaties (de zogenaamde Basisinfrastructuur) de ‘sociale basis’. Dat betekent dat niet alleen de gemeente een rol heeft, maar iedereen in het sociaal domein heeft zijn eigen rol en een eigen verantwoordelijkheid. Iedereen kan vanuit zijn eigen mogelijkheden een steentje bijdragen. De meeste mensen kunnen de uitdagingen van het leven zelf aan en weten hun weg goed te vinden. Maar sommige mensen hebben daar een beetje hulp bij nodig. Die hebben psychische of lichamelijke problemen. Die zitten soms zonder werk, of met werk in de schulden. De gemeente zorgt samen met de sociale basis en specialistische zorgaanbieders voor ondersteuning van inwoners die dat nodig hebben. Vaak maar even en soms structureel.

1.2 Waarom een Visie Sociaal Domein?

De huidige Strategische Agenda is in 2016 opgesteld, vlak na de decentralisaties van de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet. Het doel van de decentralisaties was om zorg en ondersteuning dichter bij inwoners te brengen en de zorg beter op de lokale behoeften af te stemmen. We zijn inmiddels acht jaar verder. De transities zijn overgegaan in een transformatie. Bij de transformatie in het sociaal domein gaat het om het realiseren van een andere rolverdeling tussen inwoners, maatschappelijke organisaties en de overheid. Inwoners krijgen een grotere eigen rol en verantwoordelijkheid. Gemeenten dragen daaraan bij door het stimuleren van de eigen kracht, zelfredzaamheid, participatie en mentale en fysieke vitaliteit van inwoners.

6

Hier hebben we in Soest de afgelopen jaren aan gewerkt door te investeren in preventie, lichte en nabije zorg in de Basisinfrastructuur, en meer ruimte voor innovaties. Het gaat te ver om hier alles te noemen wat we de afgelopen jaren hebben gedaan. We geven twee voorbeelden. Zo werken we met een integrale toegang voor hulpvragen. Professionals van verschillende disciplines zitten daar bij elkaar en kijken met een brede blik naar de vraag van de inwoner en bespreken mogelijke oplossingen. Een ander voorbeeld zijn de alternatieve jeugdhulptrajecten bij stichting Balans. Jeugdigen met sociaalemotionele problemen doen activiteiten op de kinderboerderij en worden daarbij begeleid door medewerkers van stichting Balans. Ook ons eigen jeugdteam is daarbij betrokken. Met dit soort initiatieven proberen we onder andere de overheidsuitgaven te verminderen en zorg betaalbaar te houden. Dat dit geen gemakkelijke opgave is, hebben we ervaren. We weten inmiddels beter wat wel en wat niet werkt. We hebben ook meer inzicht gekregen in wat onze inwoners nodig hebben en we zien dat er altijd een kleine groep inwoners zal zijn die niet zonder ondersteuning kan. De visie in de eerste Strategische Agenda was breed en algemeen. Nu is het tijd om focus aan te brengen. We zijn taakvolwassen geworden in het sociaal domein en ook de landelijke en regionale ontwikkelingen gaan door.

We zien dat gemeenten steeds meer taken krijgen en crisissen elkaar opvolgen, naast ook allerlei lokale ontwikkelingen. We kunnen niet overal evenveel geld en aandacht aan geven, we zullen keuzes moeten maken. Welke opgaven liggen er voor Soest? En waar gaan we ons op richten de komende jaren? In deze visie willen we die richting uiteen zetten. Een nieuwe Integrale Visie Sociaal Domein biedt de kans om de samenhang met de Omgevingsvisie (wat voor gemeente wil Soest zijn in 2040?) te bewerkstelligen en zorgen voor een verbinding met het fysieke domein. Want het sociaal domein en het fysieke domein zijn met elkaar verbonden. Denk bijvoorbeeld aan voldoende speelruimte en ontmoetingsplekken, levensbestendig bouwen (wonen met zorg), of wandel- en fietsmogelijkheden. Je kunt de leefomgeving van inwoners zo inrichten dat een gezonde leefstijl centraal staat. En een gezonde leefomgeving draagt weer bij aan langer zelfstandig wonen, meer bewegen, ontmoeten en sociale veiligheid. We hebben als gemeente ook gezegd dat we willen bijdragen aan de Global goals, ook wel de sustainable development goals of in goed Nederlands duurzame ontwikkelingsdoelen genoemd. Met deze visie streven we doelen na op het gebied van armoede, gelijkheid, onderwijs en gezondheid en dragen zo bij aan de Global goals.

Figuren Global Goals

Deze visie vormt de basis van een toekomstbestendig sociaal domein in Soest. We spreken ons daarin uit over wat voor gemeente we willen zijn als het gaat om zorgen voor elkaar. Wat willen we met elkaar bereiken? En wat we zien als opgaven voor de komende jaren? We zeggen nadrukkelijk ‘met elkaar’, want als gemeente kunnen we het niet alleen. We hebben daarom ook gesprekken gevoerd met inwoners, maatschappelijke organisaties, professionals, vrijwilligers en ondernemers om te komen tot deze Integrale Visie Sociaal Domein. Deze visie vormt de basis voor de uitvoering. Zoals eerder aangegeven leggen wij nadrukkelijk de link met aanpalende beleidsterreinen omdat we ook daarmee een bijdrage leveren aan gezondheid, welzijn en participatie van onze inwoners. Deze Integrale Visie Sociaal Domein heeft een directe relatie met de Sport- en Cultuurnota.

7

In deze nota’s staan beleidsvoorstellen op het gebied van sport en cultuur en op welke vlakken die bijdragen aan deze visie. In onderstaande afbeelding is de onderlinge samenhang van de verschillende beleidsterreinen (beeldend) zichtbaar gemaakt.

Cultuurnota

Integraal Accommodatie Beleid

Omgevingsvisie

Sportnota

Integaal Veiligheidsplan IVP

Visie Sociaal Domein

1.3 Totstandkoming

In september 2022 heeft de gemeenteraad de Startnotitie voor deze visie vastgesteld. Door de raad is de behoefte geuit aan betrokkenheid van de samenleving bij de totstandkoming, uitvoering en evaluatie van beleid. Samen met de Inwonersparticipatieraad Sociaal Domein hebben we hierover nagedacht en vervolgens een plan van aanpak opgesteld. De Inwonersparticipatieraad was vaak aanwezig tijdens de vele participatiebijeenkomsten en heeft gedurende het proces een zeer actieve bijdrage geleverd in de vorm van het geven van adviezen, ook voor het vervolg (Uitvoeringsplan). Tijdens een uitgebreid participatietraject zijn we met diverse inwoners, organisaties en ondernemers in gesprek geweest en hebben we input opgehaald voor de visie. Een tekenwedstrijd voor basisschoolleerlingen was een manier om ook kinderen bij de visie te betrekken. De opbrengsten en resultaten van het participatietraject zijn te vinden op de website: https://denkmeeover.nl/ visiesociaaldomein/default.aspx Daarnaast boden we inwoners ook de mogelijkheid om via een digitale vragenlijst input te leveren. Het Verwey-Jonker instituut heeft voor ons de digitale vragenlijst ontwikkeld en de uitkomsten verzameld in een rapport. Dit rapport is als bijlage aan deze visie toegevoegd (bijlage 3). Het participatietraject is niet de enige bouwsteen van onze Integrale Visie Sociaal Domein.

We hebben gebruik gemaakt van het rapport ‘Uitdagingen van het sociaal domein’ van het Sociaal Cultureel Planbureau, en van de VNG-propositie ‘De winst van het Sociaal Domein’ (zie bijlage 1 bronnenlijst). Van latere publicaties van beide organisaties hebben we ook kennis genomen en ook deze geraadpleegde bronnen zijn terug te vinden in de bronnenlijst. We werken deze landelijke en de regionale ontwikkelingen hier niet verder uit. We hebben de wettelijke kaders (Participatiewet, Wmo en Jeugdwet) en de regiovisies ‘Samen in de wijk’ en ‘Samenwerken aan specialistische Jeugdhulp 2021-2026’, in de Integrale Visie Sociaal Domein vertaald naar de context van Soest.

8

Het Verwey-Jonker instituut heeft voorafgaand aan het participatietraject allerlei data over Soest verzameld en daar wijkprofielen van gemaakt. Hiervoor is onder andere data gebruikt uit ‘Waar staat je gemeente’ CBS statistieken, de GGD-monitor, Monitor Sport en Gemeenten, en eigen data over zorgverbruik. Dit heeft ons ook veel inzicht gegeven en geholpen bij het aanbrengen van focus (zie bijlage 2). De tien doelen vanuit de Startnotitie zijn verwerkt in de Integrale Visie Sociaal Domein. Doelen Startnotitie

9

Integrale Visie Sociaal Domein

1. Gedragen wordt door professionals

✓De Integrale Visie Sociaal Domein is mede tot stand

2. De thema’s integraal in beeld brengt aansluitend bij de Global Goals

✓In de Integrale Visie Sociaal Domein zijn de Global

3. Nadrukkelijk ook de relatie legt met het fysieke domein

✓In de Integrale Visie Sociaal Domein is niet alleen de

4. Gevoed is door de inwoners en maatschappelijke organisaties

✓Het brede participatietraject bestaande uit vragenlijsten

5. Duidelijk en concreet verwoordt wat we willen

✓De Integrale Visie Sociaal Domein geeft richting aan

6. De wijze van monitoring op voorhand heeft uitgewerkt

✓In de Integrale Visie Sociaal Domein wordt

gekomen met professionele organisaties die input hebben kunnen leveren aan de voor- en achterkant en ook over de uitvoerbaarheid.

Goals verwerkt.

relatie gelegd met het fysieke domein maar ook de verbinding met andere beleidsterreinen.

en meer dan 30 bijeenkomsten heeft er voor gezorgd dat de Integrale Visie Sociaal Domein is gevoed door inwoners, verenigingen, organisaties en instellingen (formeel en informeel).

de opgaven en leidende principes die beide zijn gedestilleerd uit de opbrengsten en resultaten van het brede participatietraject en benoemd wat we daarbinnen willen bereiken. De uitwerking vindt plaats in het Uitvoeringsplan.

richting gegeven op welke wijze de monitoring wordt vormgegeven. Wij hebben aan de voorkant gekeken of er beschikbare databronnen zijn voor de opgaven die zijn opgenomen in de Integrale Visie Sociaal Domein, dit is het geval. Deze set van prestatie- en effectindicatoren wordt uitgewerkt in het Uitvoeringsplan. De raad zal jaarlijks een voortgangsrapportage Integrale Visie Sociaal Domein ontvangen, waarin de voortgang op de doelen wordt weergegeven. Indien wenselijk kan deze jaarlijks worden doorgenomen met de raad. Via de P & C cyclus kan de raad haar kader stellende en controlerende taak uitoefenen.

10

7. Ingaat op verantwoordelijkheden van gemeente en samenleving

✓De Integrale Visie Sociaal Domein geeft een

8. Richting geeft aan de uitgaven die we doen in het sociaal domein

✓De uitgaven van het sociaal domein beslaan circa

9. De menselijke maat in de zorgverlening een plaats geeft

✓De menselijke maat in de dienstverlening komt terug

10. Uitdaagt en inspireert

✓De Integrale Visie Sociaal Domein spoort aan tot

beschrijving op de rollen die de verschillende partijen nemen en spelen bij de uitvoering.

55% van de gemeentebegroting. Echter veel van de uitgaven zijn op voorhand al bestemd. Denk hierbij aan uitkeringen Participatiewet, dienstverlening Wmo en Jeugdzorg, publieke gezondheid, sociale werkvoorziening etc.). De opgaven en daaraan verbonden doelen waar wij als gemeente Soest op willen inzetten staan vermeld in de Integrale Visie Sociaal Domein en geven richting aan beleid en uitvoering.

in de Integrale Visie Sociaal Domein in de vijf leidende principes: 1. De inwoners en hun leefwereld staan centraal 2. We gaan uit van vertrouwen 3. Voorkomen is beter dan genezen 4. Ondersteuning nabij en zo licht als mogelijk (zo zwaar als nodig) 5. Wijkgericht doen wat nodig is

integrale samenwerking niet alleen intern maar vooral extern. Doordat de visie gevoed is door een uitgebreid participatietraject met inwoners, professionele en informele organisaties hebben we kunnen borgen dat de visie breed uitdaagt en inspireert om deze in de praktijk te brengen.

1.4 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 zetten wij onze visie uiteen. We geven antwoord op de vraag: wat voor gemeente willen we zijn als we het hebben over zorgen voor elkaar? En we leggen uit waarom we vinden dat positieve gezondheid hier mooi bij aansluit. In hoofdstuk 3 benoemen we de opgaven waar we in de gemeente Soest voor staan. We laten zien hoe het nu met onze inwoners gaat en wat we willen bereiken met elkaar. Daarmee brengen we focus aan en kiezen we opgaven waarmee we een verschil kunnen maken voor onze inwoners. In hoofdstuk 4 leggen we tenslotte uit wat onze leidende principes zijn en hoe we de samenwerking binnen het sociaal domein voor ons zien. Het gaat over hoe we denken onze ambities voor de toekomst samen te kunnen bereiken.

Het was een zeer mooie en goed georganiseerde bijeenkomst, en heel geslaagd om met elkaar in contact te komen en aan positieve mogelijkheden te denken. Deelnemer Meedenkdiner Soesterberg

11

2. Onze visie

2.1 Wat voor gemeente willen we zijn?

Met deze visie geven we antwoord op de vraag ‘Wat voor een gemeente willen we zijn als het gaat om zorgen voor elkaar, nu en in de toekomst?’

In verbinding, samen doen: een zorgzaam en veerkrachtig Soest! De afgelopen jaren waarin het lijkt alsof de ene crisis na de andere volgt, hebben onze inwoners laten zien dat er veel veerkracht is in Soest en Soesterberg. Veerkracht die zich vertaalt in inwonerinitiatieven in wijken en buurten of andere vormen van hulp. Mensen kijken naar elkaar om en zorgen voor elkaar als het echt nodig is. Ook organisaties, ondernemers en professionals in het sociaal domein tonen veel veerkracht door continu in te spelen op de omstandigheden en het gesprek te voeren over wat nodig is. Dat is iets waar we best trots op mogen zijn. Deze veerkracht en zorgzaamheid kunnen we omzetten in kansen voor de toekomst. Het sociaal domein is nog steeds volop aan het transformeren. We willen voorkomen dat inwoners ernstige problemen krijgen en er een te groot beroep moet worden gedaan op dure, specialistische hulp.

12

We willen bijvoorbeeld dat kinderen niet meer uit huis geplaatst worden als er problemen zijn maar zo veilig mogelijk thuis, in hun eigen omgeving kunnen opgroeien. Of dat ouderen die ziek worden niet langdurig in verpleegtehuizen terecht komen maar langer zelfstandig thuis met passende ondersteuning kunnen blijven wonen. In verbinding samen doen Als gemeente willen we in verbinding samen met inwoners, organisaties, ondernemers en zorgaanbieders ons inzetten voor een zorgzaam en veerkrachtig Soest. We willen nog beter hulp en ondersteuning mogelijk maken daar waar die het dichtst bij inwoners zelf is. Daarvoor willen we ook meer in de sociale basis de samenwerking opzoeken en partijen, informeel en formeel, met elkaar in verbinding brengen. Dus niet alleen samenwerken met onze welzijnspartners maar bijvoorbeeld ook meer met scholen, kerken of moskeeën, huisartsen of met die netwerken die al in de wijken aanwezig zijn. Daarnaast is dit ook een oproep aan inwoners zelf om vooral ook de verbinding met elkaar op te (blijven) zoeken. We zien nu ook dat inwoners, ook zonder de gemeente, samen tot mooie initiatieven komen. Een zorgzaam Soest Een kracht van onze gemeente is dat veel inwoners zich verbonden voelen met ons dorp en om kijken naar elkaar. Er zijn binnen onze gemeente bijvoorbeeld veel vrijwilligers en mantelzorgers die voor anderen zorgen.

Dit willen we graag behouden, ook in de toekomst. Maar het gaat niet alleen om zorgzaamheid op individueel niveau. Ook op gemeentelijke niveau willen we zorgzaam zijn; we willen niemand laten vallen als ondersteuning of zorg nodig is en inwoners het niet op eigen kracht redden. Een veerkrachtig Soest Soest heeft de afgelopen jaren veel veerkracht getoond: tijdens de coronacrisis, met de energiecrisis toen verschillende inwonersinitiatieven ontstonden en ook bij de opvang van Oekraïners en asielzoekers. Ook in de toekomst willen we voorbereid zijn op dit soort onvoorziene gebeurtenissen. Daarvoor is het nodig om ook op individueel niveau te zorgen dat inwoners veerkrachtig zijn en blijven. Zodat alle inwoners tegenslagen, die soms ook gewoon bij het leven horen, aan kunnen. Voor die inwoners die (tijdelijk) niet zo veerkrachtig zijn, zijn wij als gemeente verantwoordelijk om hen te ondersteunen. Om dit te bereiken is het nodig om in te zetten op preventie en samen te werken aan de versterking van zorgzaamheid en veerkracht. Daarvoor gebruiken we het concept positieve gezondheid als leidraad.

13

2.2 Positieve gezondheid

Het concept ‘positieve gezondheid’ hebben we gebruikt als leidraad voor de gesprekken met onze inwoners. We hebben voor dit concept gekozen omdat het een brede en positieve kijk is op gezondheid en aansluit bij ervaringen van mensen. Het accent ligt niet op ziekte of aandoeningen. Maar op mensen zelf, op hun veerkracht en op wat hun leven betekenisvol maakt. Positieve gezondheid bestaat uit zes dimensies: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en het dagelijks functioneren. In de onderstaande afbeelding is te zien hoe alles in verbinding met elkaar is en wat het betekent vanuit het perspectief van mensen zelf. Positieve gezondheid geeft ons handvatten voor een integrale benadering. Sport en cultuur zijn onlosmakelijk verbonden met meedoen, kwaliteit van leven en zingeving en dragen bij aan de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Ook de fysieke leefomgeving draagt bij aan de kwaliteit van leven. Gezondheid is daarmee ook niet langer meer strikt het domein van de zorgprofessionals, maar van ons allemaal. Werken aan positieve gezondheid betekent werken aan de veerkracht en het welzijn van onze inwoners. Het betekent ook werken aan preventie door het bevorderen van gezondheid. Kortom; positieve gezondheid biedt kansen om onze Integrale Visie Sociaal Domein te realiseren.

Positieve gezondheid

Bron www.iph.nl

14

3. De opgaven

Voordat we naar de opgaven gaan laten we eerst voorop stellen dat het met de meeste inwoners van Soest en Soesterberg gelukkig goed gaat. Inwoners die meededen aan het participatietraject geven hun leven een 7 of hoger. Onze gemeente wordt ervaren als een fijn dorp om in te wonen. De groene leefomgeving, mogelijkheden om te wandelen en te fietsen en het omkijken naar elkaar worden vaak genoemd. Ook doen veel inwoners vrijwilligerswerk of zijn bereid dat in de toekomst te doen. Maar zorgen zijn er ook; met name over jongeren die wegtrekken uit Soest, die geen woonruimte kunnen vinden en die aan veel verleidingen van deze tijd worden blootgesteld. Zorgen zijn ook geuit over ouderen die steeds ouder worden en daarmee ook minder mobiel en eenzamer worden. Ouderen die we hebben gesproken gaven aan dat de zorg niet meer is wat het geweest is. Wijkverpleging of thuiszorgmedewerkers hebben geen tijd meer voor een praatje, alles wordt alsmaar duurder en zorgen werden geuit over hoe de toekomst er straks uit ziet voor ouderen; wie kijkt er dan nog naar hen om? De wijkprofielen, cijfers uit verschillende databronnen en de gesprekken met inwoners hebben ons laten zien wat belangrijke opgaven zijn voor Soest. Onze strategie is dat we meer bereiken als we ons richten op opgaven die bijdragen aan positieve gezondheid. De komende vier jaar kiezen we daarom voor de volgende vijf opgaven:

1 2 3 4 5 15

Gezonde leefstijl Bestaanszekerheid Mentale weerbaarheid Kansengelijkheid Meedoen en inclusie

In dit hoofdstuk leggen we per opgave uit wat we er mee bedoelen en laten we zien waar het aan bijdraagt als het gaat om positieve gezondheid en Global goals. Aan de hand van cijfers en wat we hebben opgehaald in het participatietraject beschrijven we hoe de situatie nu is in onze gemeente. Tot slot leggen we uit wat ons toekomstbeeld is en waar we naar toe willen met elkaar. Hoe we de opgaven gaan aanpakken en wat we daarvoor concreet gaan doen zal, na vaststelling van deze visie, verder worden uitgewerkt in een jaarlijks Uitvoeringsplan.

3.1 Gezonde levensstijl Global goal

Positieve gezondheid

Wat verstaan we onder gezonde leefstijl?

Een gezonde leefstijl bestaat uit vier belangrijke kenmerken: voldoende bewegen, een gezond gewicht en eetpatroon, niet roken en met mate drinken. Een gezonde leefstijl draagt direct bij aan de fysieke gezondheid van mensen en voorkomt dat mensen ziek worden (Global goal nummer 3). Met een gezonde leefstijl kun je niet vroeg genoeg beginnen. Als je op jonge leeftijd al gezond leeft, is dat een goede basis voor de rest van je leven. Een gezonde leefstijl draagt ook bij aan de kwaliteit van leven, het mentaal welbevinden en het dagelijks functioneren van mensen.

Wat zien we nu in onze gemeente?

Over het algemeen kunnen we zeggen dat de meeste inwoners van Soest tevreden zijn over hun lichamelijke gezondheid. Dit is het beeld wat uit het participatietraject naar voren kwam:

*Wat vindt u -over het algemeen- van uw lichamelijke gezondheid? (bron: Verwey-Jonker)

Cijfers van de GGD bevestigen dit beeld: 79% van de inwoners boven de 18 jaar ervaart een goede gezondheid. Dit ligt boven het regionale en landelijke gemiddelde.

16

Sport en bewegen Verder valt op dat veel mensen sporten en bewegen in Soest. De helft van de volwassenen en bijna driekwart van de jongvolwassenen neemt wekelijks deel aan sport. 29,3% van de inwoners in Soest is op dit moment lid van een sportvereniging (landelijk 24,6%). Ruim de helft van de volwassenen beweegt voldoende. 89% van de jeugd gaat op de fiets naar school. Ook deze cijfers liggen boven het regionale en landelijke gemiddelde. Aan de andere kant beweegt slechts 1 op de 4 jongeren dagelijks minimaal een half uur. En maar 49% van de inwoners voldoet aan de Beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad (50,4% landelijk). Degene die minder vaak aan deze richtlijnen voldoen zijn:

 jongeren van 12 tot 18 jaar;  mensen met een lager opleidingsniveau;  mensen met een lager huishoudinkomen;  mensen met een niet-westerse migratieachtergrond;  mensen met zowel een langdurige aandoening als een lichamelijke beperking;  mensen met ernstig overgewicht. Tijdens het participatietraject gaven veel ouderen aan regelmatig te wandelen en te fietsen. In Smitsveen maken veel bewoners gebruik van de openbare sporttoestellen. Islamitische vrouwen willen graag kunnen zwemmen in het zwembad op speciale uren voor alleen vrouwen. De mogelijkheden hiertoe zijn beperkter geworden, werd gezegd. Ook bleek dat sommige inwoners de sport- en beweegvoorzieningen, zoals de buurtsportcoaches, niet kennen. Voor anderen is de financiële bijdrage een drempel om te sporten. Gezond gewicht De cijfers voor overgewicht laten zien dat inwoners van Soest niet vaker overgewicht hebben dan landelijk gezien. Overgewicht en obesitas komen bij alle leeftijdsgroepen in Soest ongeveer even vaak voor. Ongeveer de helft van de volwassenen heeft (ernstig) overgewicht. 53% van de inwoners van 65 jaar of ouder in de gemeente Soest heeft overgewicht. Verder blijkt dat overgewicht en obesitas vaker voorkomen bij mensen met een lage sociaaleconomische status en bij de jeugd. Roken en alcohol Met 4,5% is het aantal jongeren dat rookt hoger dan het provinciaal gemiddelde.

Van de jongvolwassenen rookt 21%. Het aantal rokers neemt af met de leeftijd: van 1 op de 5 jongvolwassenen tot 1 op de 10 65 plussers. Opvallend is dat inwoners van Soest over alle leeftijdscategorieën vaker overmatig alcohol gebruiken dan regionaal of landelijk gezien. Bijna 1 op de 5 volwassen inwoners drinkt overmatig alcohol, onder 65-plussers is dat zelfs 1 op de 4. Ruim 1 op de 4 jongeren drinkt al voor zijn 18e jaar. Wat bij jongeren daarbij verontrustend is, is dat 49% van de ouders het alcohol drinken niet afkeurt.

17

Verschillen op wijkniveau Als we de verschillende wijken in Soest vergelijken met de vier kenmerken van een gezonde leefstijl dan zien we dat met name de wijk Klaarwater afwijkt bij het aantal mensen met overgewicht: 58,9% ten opzichte van 49,7% in heel Soest. Ook is daar het aantal volwassenen dat rookt (28,3 %) substantieel hoger dan het aantal in de rest van de wijken in Soest. En ook met het overmatig alcohol gebruik is Klaarwater één van de hoogst scorende wijken, na Soest-Zuid waar 29,4% van de ouderen en 24,4% van de volwassenen tussen 18 en 64 jaar overmatige drinkers zijn. Daarnaast is er een aantal wijken in Soest waar gezondheidsverschillen heel zichtbaar zijn en een grote groep inwoners laag scoort op de verschillende gezondheidsindicatoren. Dit geldt met name de wijk Smitsveen. Maar ook de gezondheid van inwoners in de wijken Klaarwater, De Eng-Soest-Midden, Overhees en Soesterberg scoort op onderdelen lager dan de andere wijken.

Wat is ons toekomstbeeld?

We willen een gemeente zijn waar inwoners een gezonde leefstijl hebben. Een gezonde leefstijl zien wij als belangrijk middel om gezondheidsproblemen te voorkomen. Inwoners nemen zelf regie over hun eigen gezondheid. We willen dat:

 kinderen gezond opgroeien;  jongeren meer bewegen;  volwassenen en ouderen vitaal zijn. Als gemeente investeren we daarom in preventie en initiatieven die bijdragen aan een gezonde leefstijl. We zorgen voor de juiste randvoorwaarden en leggen de verbinding met de Omgevingsprogramma’s daar waar het gaat om een gezonde leefomgeving.

3.2 Bestaanszekerheid Global goals

Positieve gezondheid

Wat verstaan we onder bestaanszekerheid?

De VNG maakt onderscheid tussen vier pijlers waar bestaanszekerheid op neerkomt:

1 Inkomenszekerheid: inwoners hebben zekerheid op voldoende en voorspelbaar

inkomen om in hun levensonderhoud te voorzien.

dagbesteding mee te kunnen doen in de maatschappij.

2 Werkzekerheid: inwoners hebben de zekerheid om door betekenisvol werk en zinvolle

18

3 Basisvoorzieningen wonen en zorg: het hebben van een plek om te wonen en

goede zorg zijn basale zekerheden om te kunnen werken en leven. 4 Menselijke maat: hiermee geven we inwoners de zekerheid dat ze gesteund worden door de overheid wanneer dat nodig is en toegang hebben tot betaalbare zorg. Bestaanszekerheid is de basis voor inwoners om gezond en veerkrachtig te kunnen leven. Door hier op in te zetten dragen we bij aan het terugdringen van armoede en ongelijkheid. We werken aan eerlijk werk voor iedereen en sterke publieke diensten (Global goals: 1,8 ,10 en 16). Het zorgt ervoor dat het dagelijks functioneren van onze inwoners wordt versterkt.

Een behulpzame, vriendelijke lokale overheid. Wat zien we nu in onze gemeente?

Inkomenszekerheid en werkzekerheid Soest is een relatief welvarende gemeente. Het gemiddelde bruto jaarinkomen per inwoner is € 37.700 (boven het landelijk gemiddelde) en het werkloosheidscijfer is laag: 3,3% (lager dan het regionaal en landelijk gemiddelde). Het aantal mensen met een bijstandsuitkering is de afgelopen jaren gedaald naar 629. Daarbij zien we wel dat 80% van de mensen met een uitkering moeilijk aan het werk kan komen vanwege fysieke of mentale belemmeringen. We weten dat armoede en geldzorgen veel stress en psychische problemen bij mensen kunnen veroorzaken. Door de energiecrisis en de inflatie is het aantal meldingen van inwoners met betaalachterstanden toegenomen. Ruim 2000 huishoudens hebben het afgelopen jaar de energietoeslag aangevraagd. De Voedselbank zag het aantal inwoners dat een beroep op hen deed groeien naar 345. Op wijkniveau zien we met name Smitsveen er uit springen als het gaat om inwoners die moeite hebben om rond te komen. Ook het aantal inwoners met een bijstandsuitkering is in die wijk hoog. In mindere mate maar wel hoger dan andere wijken zien we dit beeld ook in Soesterberg. Toch zien we het aantal mensen met problematische schulden niet toenemen. Het aantal is het afgelopen jaar zelfs gedaald. Het is nog te vroeg om te zeggen of dit komt door onze aanpak vroegsignalering schulden.

Het afgelopen jaar waren er namelijk ook verschillende ondersteunende maatregelen vanuit het Rijk. Weinig is bekend of jongeren financiële problemen hebben. Cijfers hebben we niet, wel horen we van jongerenwerkers dat met name jongeren vanwege het makkelijk online kopen van spullen soms in de problemen raken. Ook het online gokken is voor jongeren een groot risico. Door geldproblemen raken sommige jongeren betrokken bij criminele activiteiten. De ondernemers lijken de coronacrisis goed doorstaan te hebben. Ruim 1700 deden een aanvraag voor een tijdelijke ondersteuningsmaatregel en ten opzichte van 2021 steeg het aantal winkels in Soest met 2,8%. Wel geven ondernemers aan die we spraken tijdens een participatiebijeenkomst dat zij steeds moeilijker aan personeel kunnen komen. Dit kan op termijn, zeker voor kleine ondernemers, hun inkomenszekerheid aantasten. Maar ook de lokale economie staat hierdoor onder druk.

19

Tijdens verschillende bijeenkomsten hoorden we inwoners zich zorgen maken om de stijgende prijzen. Ouderen gaven aan dat er ook verborgen armoede is. Onder ouderen is veel schaamte om te zeggen dat je geldzorgen hebt. Zij ervaren dat regelingen vaak moeilijk aan te vragen zijn, de toenemende digitalisering helpt daar ook niet bij en de gemeentelijke loketten worden soms ook nog als drempel gezien.

Basisvoorzieningen Als we kijken naar het zorggebruik van onze inwoners dan valt op dat het aantal inwoners dat gebruik maakt van Wmo-voorzieningen zoals huishoudelijk hulp of maatwerkvoorzieningen lager is dan het landelijk gemiddelde. Of dat een relatie heeft met het hoge aantal mantelzorgers in onze gemeente (13%) is niet bekend. Daar staat tegenover dat inwoners van de gemeente Soest wel meer dan gemiddeld gebruik maken van de huisartsenzorg en medisch specialistische zorg. Als we kijken op wijkniveau dan zien we dat de wijk Klaarwater opvalt. Het percentage inwoners met een vergoeding voor gespecialiseerde GGZ is het hoogste percentage van alle wijken in Soest. Het aantal Wmo-cliënten per 1.000 inwoners is ook het hoogste aantal van alle wijken in Soest (hoger dan het landelijk gemiddelde). Mogelijk is dit gerelateerd aan het hogere aantal oudere inwoners in Klaarwater. Wonen en zorg Een tekort aan woningen speelt ook in onze gemeente. Hierdoor is het lastig om diverse doelgroepen een passende plek te kunnen geven. We zien dat het steeds moelijker wordt om statushouders en mensen uit de daklozenopvang en GGZ-instellingen te moeten huisvesten. Ook voor jongeren die uitstromen uit een woonvoorziening binnen de jeugdzorg is het moeilijk om een passende plek te vinden in Soest.

Ouderen willen graag langer thuis wonen en in Soest blijven maar kunnen vaak niet verhuizen naar kleinere meer passender woningen binnen Soest. Dienstverlening In gesprekken met inwoners tijdens het participatietraject kwam regelmatig de dienstverlening van de gemeente ter sprake (men maakte daarbij geen onderscheid tussen de gemeentelijke sociale teams en onze uitvoeringsorganisatie BBS). Inwoners, vooral ouderen en migranten, klaagden over de bereikbaarheid en de gebrekkige informatievoorziening. Ook de digitalisering zien inwoners niet altijd als vooruitgang, verschillende ouderen zien bijvoorbeeld graag de gemeentegids weer terug. Ouderen vinden het wel fijn dat medewerkers ook thuis op gesprek komen en ook de aanwezigheid van gemeentelijke medewerkers in de wijken worden zeer gewaardeerd, met name in Soesterberg. Bij verschillende diners gaven inwoners aan dat zij het persoonlijke contact met de gemeente missen. Zo werden ook de meedenkdiners door alle deelnemers zeer gewaardeerd en hopen inwoners dat de gemeente dit soort bijeenkomsten in de toekomst vaker gaat organiseren.

Wat is ons toekomstbeeld?

We willen dat iedereen kan rekenen op bestaanszekerheid. Als gemeente willen we dat:

 inwoners voldoende middelen hebben om te kunnen rondkomen en mee te kunnen doen;  werken loont en ook voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt bereikbaar is;  iedereen toegang heeft tot betaalbare en passende zorg of ondersteuning;  huisuitzettingen worden voorkomen;  inwoners zoveel mogelijk passend en zelfstandig kunnen wonen. Als gemeente zorgen we ervoor dat regelingen en basisvoorzieningen makkelijk vindbaar zijn en eenvoudig aan te vragen. We investeren in vroegsignalering, een sterke sociale basisinfrastructuur en initiatieven die de eigen kracht van inwoners bevorderen. We leggen een verbinding met de Omgevingsprogramma’s Wonen en Werken.

20

3.3 Mentale weerbaarheid Global goal

Positieve gezondheid

Wat verstaan we onder mentale weerbaarheid?

Mentale weerbaarheid kun je omschrijven als het welbevinden van de geest. We weten uit wetenschappelijk onderzoek dat als mensen zich goed voelen, ze ook positiever in het leven staan. Hierdoor ervaren zij minder snel stress, functioneren ze beter in het dagelijks leven en kunnen ze beter met problemen omgaan. Mentale weerbaarheid is afhankelijk van de mate waarin mensen regie over hun eigen leven ervaren en voldoende mogelijkheden hebben om zich te ontspannen. Maar ook de mate waarin mensen zichzelf accepteren en voldoende verbondenheid voelen met anderen is belangrijk. Mentale weerbaarheid draagt direct bij aan een goede gezondheid en het welzijn van mensen (Global goal nummer 3) en daarmee ook aan de dimensie mentaal welbevinden binnen het concept positieve gezondheid.

Wat zien we nu in onze gemeente?

Als we kijken naar cijfers die een relatie hebben met het mentaal welbevinden van inwoners in Soest dan valt op dat met name jongeren en ouderen van 65+ er uit springen. Jongeren Volgens de GGD-monitor is 87% van de jongeren tussen de 13 en 18 jaar voldoende weerbaar. Dit klinkt als een hoog percentage maar is lager dan gemiddeld in de regio Utrecht. 10% van de jongens en 34% van de meisjes heeft (lichte tot ernstige) psychische klachten. Dit zien we ook terug aan de toename van het gebruik van specialistische jeugdhulp. Ook zien we bij jongeren opvallende cijfers als het over eenzaamheid gaat. In 2019 zei 8,7% matig tot ernstig eenzaam te zijn. In 2021 was dit gestegen naar 17,3%. Een belangrijke oorzaak was natuurlijk de coronacrisis. Jongeren konden niet naar school en ontmoetten elkaar weinig vanwege de lockdowns. Jongerenwerkers in Soest herkennen dit beeld en zijn speciaal voor eenzame jongeren in de leeftijd van 12 tot 18 jaar en 18 tot 25 jaar het project ‘Join us’ gestart. Maar de coronacrisis is niet de enige reden waarom jongeren zich minder goed zijn gaan voelen. We zien ook dat 41% van de jongeren aangeeft dat zij zich (zeer) vaak gestrest voelen door één of meer factoren. De grootste bron van stress is school of huiswerk. Stress hoeft niet ongezond te zijn, maar kan leiden tot psychische problemen.

Zo zien we dat jongeren en jongvolwassenen in Soest vaker slaap- en kalmeringsmiddelen gebruiken in vergelijking met regiogemeenten. En ook het percentage jongeren dat wel eens wiet of lachgas heeft gebruikt is in onze gemeente hoger dan regionaal. Daarnaast zien we dat 9,8% van de jongeren gepest wordt op school. Dat is net iets hoger dan het regionaal gemiddelde. Slechts 40% van de jongeren vindt het makkelijk om een stressvolle gebeurtenis te doorstaan. In het participatietraject spraken wij met jongeren zelf. Gemiddeld geven zij hun leven een lager cijfer dan volwassenen, namelijk een 5 of 6 tegenover een 7 of hoger door volwassenen. Waar dat precies aan ligt is moeilijk te zeggen. Uit cijfers blijkt wel dat jongeren in Soest de lat hoog leggen: 83%

21

ervaart prestatiedruk door zichzelf. Dat is hoger dan het gemiddelde in de regio (77%). Veel jongeren hebben een positieve relatie met ouders en vrienden. Leerlingen van het Griftlandcollege geven wel aan dat er te weinig (toegankelijke) ontmoetingsplekken zijn. De huidige ontmoetingsplekken zijn ook vaak ‘weggestopt’ waardoor het onveilig kan voelen om daar te gaan zitten. De wijken Smitsveen en Overhees werden genoemd als onveilig, vooral in de avond. Daarnaast maken zij zich zorgen omdat veel jongeren tegenwoordig messen bij zich dragen. Verschillende jongeren vertelden ons verder dat zij zich zorgen maken over de toekomst; met name over het klimaat en of zij later wel een woning kunnen vinden. Ouderen In Soest zien we dat de komende jaren de vergrijzing met 17% toeneemt ten opzichte van nu. Daarmee behoren we tot een van de meest vergrijzende gemeenten van de provincie Utrecht. Het gaat om een dubbele vergrijzing waarbij er niet alleen meer inwoners oud worden maar ouderen ook steeds ouder. Dat betekent dat ook het aantal alleenstaanden met een hoge leeftijd toeneemt. Op dit moment ervaart 31% van de ouderen boven de 65 jaar in Soest sociale eenzaamheid en 23% emotionele eenzaamheid. Daarnaast geeft 45% van de ouderen aan psychische klachten te hebben. In 2020 waren er 950 inwoners met dementie, de verwachting is dat dit er in 2025 1100 zijn.

Ouderen ervaren wel in voldoende mate dat ze eigen regie hebben, slechts 10% geeft aan dat dit niet het geval is. Tijdens het participatietraject spraken wij verschillende ouderen die aangaven dat het moeilijk is om aansluiting te vinden als een partner wegvalt. Soms wordt het als een drempel ervaren om ergens alleen naar toe te moeten gaan. Het helpt als je iemand hebt die je mee neemt naar activiteiten, werd gezegd. Ook iemand die af en toe een kopje koffie komt drinken of anderen kunnen ontmoeten, vinden ouderen erg belangrijk. De meeste ouderen in Soest die we spraken geven hun leven een hoog cijfer een 8 of een 9. Zij vinden Soest en Soesterberg een fijne plek waar zij zich verbonden mee voelen. Wel zijn er zorgen om de toekomst: buren waar je geen contact meer mee hebt, thuiszorgmedewerkers die steeds minder tijd voor je hebben, het minder mobiel worden of angst om te gaan dementeren werden genoemd.

Wat is ons toekomstbeeld?

We willen een gemeente zijn waar inwoners voldoende weerbaar zijn om met de uitdagingen van het leven om te kunnen gaan. We willen dat:

 inwoners zelf regie hebben over hun eigen leven;  jongeren en 65-plussers zich niet eenzaam voelen;  jongeren vertrouwen hebben in de toekomst;  jongeren geen overmatige stress ervaren maar zich goed voelen en zichzelf accepteren.

Als gemeente investeren we extra in onze jongeren en ouderen. We geven ruimte voor initiatieven die bijdragen aan het psychische welbevinden van inwoners. Sport en cultuur leveren daar een belangrijke bijdrage aan. Als gemeente blijven we in gesprek met jongeren en ouderen om dit met elkaar te bereiken.

22

3.4 Kansengelijkheid Global goals

Positieve gezondheid

Wat verstaan we onder kansengelijkheid?

Met kansengelijkheid bedoelen we dat ieder kind evenveel kansen heeft om gezond en veilig te kunnen opgroeien en om zijn of haar talenten te kunnen ontplooien. Kansengelijkheid hangt samen met vele factoren, bijvoorbeeld de wijk waar een kind opgroeit of het inkomen van de ouders. We zien nog steeds dat kansengelijkheid af hangt of je een jongen bent of een meisje, of je in Nederland bent geboren of niet. Het onderwijs speelt een belangrijke rol bij het vergroten van kansengelijkheid van kinderen. Denk daarbij aan voorschoolse educatie, passend onderwijs of een veilig leerklimaat. De opgave kansengelijkheid draagt bij aan kwaliteitsonderwijs, gendergelijkheid en minder ongelijkheid in de samenleving (Global goal nummer 4, 5 en 10). Kansengelijkheid zorgt ervoor dat de jeugd vertrouwen heeft in de toekomst, idealen wil nastreven, blijft leren en dat kinderen zich gelukkig voelen. Het draagt daarmee bij aan de positieve gezondheid van kinderen en jongeren en dan met name aan zingeving en kwaliteit van leven.

Wat zien we nu in onze gemeente?

Het overgrote deel van de jongeren ervaart geen problemen bij het opgroeien. 9,8% van de kinderen in onze gemeente groeit op in een gezin met een laag inkomen. Dat zijn ongeveer 900 kinderen. Het aantal echtscheidingen is relatief hoog in de gemeente Soest in vergelijking met andere gemeenten in de regio Utrecht. We hebben geen cijfers waarbij we kunnen zien of deze kinderen ook vaker gebruik maken van een vorm van jeugdhulp of achterstanden hebben in het onderwijs. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat kinderen in gezinnen met een laag inkomen of die te maken krijgen met een echtscheiding wel vaker een kwetsbare positie hebben. Jeugdhulp Het aantal kinderen dat uit huis wordt geplaatst neemt sinds 2019 af in onze gemeente. De meeste kinderen die uit huis worden geplaatst verblijven in een pleeggezin (in 2021: 59). Uit onderzoek komt naar voren dat onvoldoende hechting tussen ouder en kind een belangrijke voorspeller is van jeugdhulp en toekomstige gezondheidsproblematiek. Daarom is ons jeugdteam het afgelopen jaar samen met welzijnsorganisaties en basisscholen begonnen met een programma gericht op hechting.

23

Het aantal jongeren met jeugdhulp stijgt in onze gemeente. Dit is een landelijk beeld. In 2021 waren er 1235 jongeren met een vorm van jeugdhulp in de gemeente Soest. 100 jongeren vielen onder de jeugdbescherming en 10 zaten bij de jeugdreclassering. In de top 3 van wijken met het hoogste aantal huishoudens en jongeren die jeugdhulp krijgen zien we de wijk ’t Hart-Soestdijk. Dat lijkt wellicht verrassend, omdat er relatief weinig jongeren wonen in deze wijk, maar omdat het de grootste wijk qua inwoners is van de gemeente Soest zijn de absolute aantallen toch vrij fors. 7,3% van de jeugdigen maakt gebruik van jeugdhulp zonder verblijf – dit is gemiddeld ten opzichte van de rest van Soest. Ook Overhees zit in de top 3 wijken waar het aantal huishoudens (140 in 2019) en jongeren (145 in 2020) dat jeugdhulp krijgt het hoogst is. In Smitsveen is het percentage jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdzorg zonder verblijf 10,6% - ook dit is hoger dan gemiddeld.

Onderwijs We zien in onze gemeente soms al in een vroeg stadium gedragsproblemen ontstaan. Dit is bijvoorbeeld al zichtbaar bij peuters en binnen het basisonderwijs. Hierdoor is er sprake van een stijging van de vraag naar Speciaal Basis Onderwijs (SBO) en leerlingenvervoer. Daarnaast zien we ook dat het aantal kinderen met dyslexiezorg in 2021 steeg met 21% terwijl het in andere regiogemeenten daalden of minder hard steeg. In 2022 hebben 156 jongeren in de leeftijd van 16 tot 23 jaar voortijdig de school verlaten en hun opleiding niet afgemaakt. Het totaal aantal leer- en kwalificatieplichtige kinderen was in het schooljaar 2021/2022 6690. Het leerlingenaantal is licht aan het dalen in onze gemeente. Het aantal verzuimmeldingen dat bij onze leerplichtambtenaren terecht kwam in datzelfde schooljaar was 320. En 20 kinderen kregen een vrijstelling vanwege psychische/lichamelijke gronden. Leerlingen die zijn vrijgesteld hebben vaak meer dan één schooljaar zorg nodig, voordat terugkeer naar het onderwijs weer mogelijk is. Landelijk zien we dat de vraag naar deze vrijstelling toeneemt. Veelal geven ouders aan dat er geen passende onderwijsplek mogelijk is waar dit wel door dagbesteding ingevuld kan worden. De afgelopen jaren werken onze leerplichtambtenaren, jeugdteammedewerkers, jongerenwerkers en scholen daarom ook steeds meer samen.

Soms is het daarbij nog zoeken tot waar de verantwoordelijkheid van het onderwijs reikt en wanneer jeugdhulp om de hoek komt kijken.

Wat is ons toekomstbeeld?

We willen dat ieder kind in onze gemeente dezelfde kansen heeft om (normaal) te kunnen opgroeien en zijn talenten te kunnen ontplooien. Ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. We willen dat:

 ieder kind een kansrijke start heeft;  kinderen die ondersteuning of zorg nodig hebben dat zo licht en nabij mogelijk krijgen;  ieder kind zoveel mogelijk onderwijs kan volgen in onze eigen gemeente. Als gemeente bouwen we aan stevige netwerken rondom gezinnen. Waar nodig bieden we kinderen passende hulp en passend onderwijs. Hierbij voeren wij regie op een sluitende ketenaanpak in de leefomgeving van het kind, de driehoek thuis, onderwijs en jeugdhulp. We zetten in op een doorgaande lijn van voorschoolse educatie naar de basisschool en naar het voortgezet onderwijs samen met onze partners in het onderwijs- en opvangveld. Als jongeren 18 jaar worden zorgen wij voor een goede verbinding met volwassenenzorg (18- 18+).

24

3.5 Meedoen en inclusie Global goals

Positieve gezondheid

Wat verstaan we onder meedoen en inclusie?

Onder meedoen verstaan we het actief deelnemen aan de samenleving. Dat kan gaan over zinvolle dingen doen zoals mantelzorg of dagbesteding maar het kan ook gaan over samen met anderen leuke dingen doen zoals samen sporten of samen muziek maken. Meedoen geldt voor iedereen, ongeacht of je wel of niet een beperking hebt, waar je vandaan komt, waar je in gelooft of wat je geaardheid is. Daarom zien wij meedoen en inclusie als een en dezelfde opgave. Meedoen zien we echter niet als een strak keurslijf waar iedereen zich in moet voegen. Iedereen heeft ook de vrijheid om zelf keuzes te maken, om zelf uit te vinden wat bij je past of hoe je invulling wilt geven aan meedoen. Meedoen en inclusie dragen bij aan het welzijn van inwoners, gendergelijkheid en het verminderen van ongelijkheid in het algemeen (Global goals 3, 5 en 10). Meedoen is één van de dimensies van positieve gezondheid.

Wat zien we nu in onze gemeente?

Veel inwoners in Soest en Soesterberg zijn actief. Onze gemeente kent een rijk verenigingsleven met veel vrijwilligers. Het aantal inwoners dat vrijwilligerswerk doet is hoog vergeleken met de regio: 30% van de inwoners van 65 jaar of ouder en 23% van de van de inwoners tussen 18 en 64 jaar doet vrijwilligerswerk. Ook het aantal mantelzorgers is hoog: 11% in de leeftijdscategorie 18 tot 64 jaar en zelfs 15% van de 65 plussers. Wel zien we dat het aantal vrijwilligers onder ouderen sinds 2019 aan het dalen is. Ook bij het aantal leden van sportverenigingen zien we hoge cijfers: 29,3% van de inwoners in Soest is op dit moment lid van een sportvereniging (landelijk 24,6%). En bijna 82% van de jeugd sport wekelijks bij club, vereniging of sportschool. Maar ook deze cijfers dalen sinds enkele jaren. Er zijn veel activiteiten met name voor ouderen en de sociaal-culturele voorzieningen die er zijn in Soest en Soesterberg worden wekelijks door velen bezocht. Wel zien we verschillen in wijken: met name in de Boerenstreek zijn er weinig voorzieningen. Ook uit onderzoek in Soesterberg blijkt dat bijna 90% van de ondervraagden in 2021 vond dat het huidig aanbod aan sociaal-culturele voorzieningen onvoldoende was. In het verlengde daarvan blijkt dat men ook niet tevreden is over de variatie in het aanbod, en 80% vindt dat van invloed op de sociale contacten.

25

Verschillende doelgroepen Cijfers over deelname aan activiteiten van verschillende doelgroepen hebben we bijna niet. We kunnen zien hoeveel mensen gebruik maken van dagbesteding (in 2022: 128 personen). Vaak is daar een indicatie voor nodig maar voor kwetsbare groepen is er nog niet veel aanbod in onze sociale basis. Met name inwoners met autisme, een psychische kwetsbaarheid, dementie of niet-aangeboren hersenletsel, zijn vaak afhankelijk van de formele aanbieders. Zij maken vaak geen gebruik van het algemene basisaanbod van welzijnspartijen. Ook zien we in cijfers terug dat met name mensen met een laag inkomen, mensen met een lichamelijke beperking en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond, niet voldoen aan de beweegrichtlijn. Wellicht een indicatie dat deze groepen weinig gebruik maken van het aanbod van sportverenigingen of sportscholen.

Tijdens het participatietraject zijn we met verschillende doelgroepen in gesprek geweest. Uit de gesprekken met inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond kwam naar voren dat hun sociale netwerk klein is omdat familie elders woont en zij met weinig mensen in contact komen. Een deel van hen heeft een sociaal netwerk via de moskeeën en neemt daar deel aan allerlei activiteiten. Ook vertelden ze dat ze weinig autochtone Nederlanders kennen maar deze wel graag zouden willen ontmoeten. Taal wordt vaak genoemd als belemmering om in contact te kunnen komen. Niet-westerse migrantenvrouwen gaven aan dat zij vaak iemand nodig hebben die hen ergens mee naartoe neemt. Helemaal alleen ergens naar toe gaan wordt als een drempel ervaren. Ook weten ze niet goed wat er allemaal te doen is in de gemeente Soest. Ouderen met een niet-westerse achtergrond missen aanbod dat hen aanspreekt. Bij dagbesteding wordt bijvoorbeeld geen halal eten aangeboden. De meeste migranten leven vooral binnen hun eigen wijk. In Smitsveen werd het idee geopperd om voor andere wijken te koken en diners te organiseren om elkaar te ontmoeten. Discriminatie Het percentage mensen dat zich gediscrimineerd voelt in Soest ligt rond het landelijk gemiddelde van 11%. Dit zien we niet terug in het aantal meldingen van discriminatie bij ons meldpunt Artikel 1 Midden-Nederland. Dit waren er in 2022 maar 11.

Van onze jongerenwerkers bij stichting Balans horen we dat jongeren met een nietNederlandse achternaam moeilijker aan een stageplek of baan komen. Migranten die we spraken tijdens het participatietraject voelen zich veilig in de gemeente Soest. Zij gaven aan dat ze het moeilijk vinden om kritiek te uiten, zij voelen zich dankbaar dat ze hier wonen. Dit kan ook een reden zijn dat ze ervaringen met discriminatie niet snel melden. De toegankelijkheid en bekendheid van het meldpunt Artikel 1. Midden-Nederland heeft meer aandacht nodig. In ons gesprek met de LHBTIQ+ gemeenschap in Soest kwam wel naar voren dat zij zich niet veilig genoeg voelen in Soest om als twee mannen of twee vrouwen hand in hand op straat te lopen. Cultuur, sport en ontspanning zoeken LHBTIQ+ inwoners deels thuis, of in de grote steden. Artishock werd nog wel genoemd, maar in de breedte is het aanbod in Soest en Soesterberg niet divers genoeg. Ook missen ze een plek om elkaar te ontmoeten zoals voorheen iedere maand in café De Engh. Het ontmoeten was een terugkerend thema tijdens het participatietraject: iedereen, van jong tot oud, ongeacht achtergrond, religie of geaardheid noemde de behoefte aan meer ontmoetingsmogelijkheden.

Wat is ons toekomstbeeld?

De gemeente Soest is een inclusieve samenleving waar iedereen kan meedoen en niemand wordt gediscrimineerd. Op basis van onze opgave hebben wij de volgende doelen geformuleerd. We willen dat:

 minderheden en de LHBTIQ+ gemeenschap zich veilig voelen in onze gemeente;  kwetsbare inwoners meedoen in onze samenleving;  vrijwilligers en mantelzorgers zich voldoende ondersteund voelen;  inwoners met verschillende achtergronden verbinding met elkaar zoeken. Als gemeente investeren we in een divers aanbod van voorzieningen, activiteiten en ontmoetingsmogelijkheden. Dit aanbod is laagdrempelig en toegankelijk. Collectieve voorzieningen hebben de voorkeur boven speciale voorzieningen voor speciale doelgroepen. Voorwaarde daarvoor is wel dat deze collectieve voorzieningen voor iedereen toegankelijk zijn en niemand uitsluiten. Als gemeente willen wij de verbinding tussen inwoners bevorderen en initiatieven uit de samenleving die hier aan bijdragen, steunen. We leggen hiervoor de verbinding met onze partners uit het sporten cultuurveld.

26

4. Van visie naar uitvoering

In de voorgaande hoofdstukken hebben we antwoord gegeven op de vraag wat voor gemeente we willen zijn als we het hebben over zorgen voor elkaar, nu en in de toekomst. De visie is ons vertrekpunt en geeft aan waar we naar toe willen. We hebben laten zien hoe het er nu voor staat in de gemeente Soest en wat inwoners belangrijk vinden. Zo zijn we gekomen tot een vijftal opgaven die bijdragen aan positieve gezondheid en waar we ons de komende jaren op richten. Hoe we dat gaan doen, gaan we na vaststelling van deze visie door de gemeenteraad, verder uitwerken in een Uitvoeringsplan Sociaal Domein. Dit Uitvoeringsplan zullen wij samen met de sociale basis, inwoners, informele en formele organisaties en instellingen maken. Het bevat concrete activiteiten en projecten waar we met elkaar aan gaan werken. Extra middelen die hiervoor nodig zijn, nemen wij jaarlijks op in de gemeentelijke begroting. Jaarlijks zullen wij ook monitoren hoe ver we zijn met onze opgaven en de resultaten aan raad en inwoners presenteren. Om een goed Uitvoeringsplan te kunnen maken hebben we nog twee dingen nodig: leidende principes en antwoord op de vraag: ‘Hoe we gaan samenwerken?’.

Vertrouwen in plaats van wantrouwen

27

4.1 Leidende principes

Om onze visie te kunnen realiseren hebben we leidende principes nodig. Leidende principes geven ons namelijk richting bij het maken van keuzes voor de uitvoering. Het zijn uitgangspunten, vuistregels, die niet alleen wij als gemeente belangrijk vinden maar die tevens zijn gedestilleerd uit de opbrengsten en resultaten van het participatietraject met inwoners, organisaties en instellingen. We kiezen er vijf, die ook passen bij het gedachtengoed van positieve gezondheid:

1 2 3 4 5

De inwoners en hun leefwereld staan centraal We gaan uit van vertrouwen Voorkomen is beter dan genezen Ondersteuning nabij en zo licht als mogelijk (zo zwaar als nodig) Wijkgericht doen wat nodig is

1. De inwoners en hun leefwereld staan centraal We bedoelen hiermee dat we in het sociaal domein uitgaan van de inwoners en aansluiten bij hun ervaringen in het dagelijks leven. Niet de regels en procedures zijn leidend maar de hulpvraag van de inwoner en de eigen mogelijkheden om zelf tot een oplossing te kunnen komen. Lukt een inwoner dat niet en heeft deze geen familie of vrienden in de buurt die ondersteuning kunnen bieden, dan zorgt de gemeente dat de juiste hulp en ondersteuning voor handen is. We houden rekening met de menselijke maat en bieden maatwerk waar dat nodig is. We zorgen daarbij voor een laagdrempelige toegang tot hulp en ondersteuning en eenvoudige aanvraagprocessen. 2. We gaan uit van vertrouwen Uitgaan van vertrouwen betekent kijken naar iemands individuele omstandigheden’ en werken ‘vanuit de bedoeling’. Inwoners weten vaak zelf heel goed wat er in hun situatie niet goed gaat en met welke ondersteuning zij geholpen zijn. We hebben de verantwoordelijkheid om serieus te luisteren naar inwoners. Persoonlijk contact met de gemeente of de uitvoerende partners is altijd mogelijk. We geloven dat als we zelf vertrouwen geven de inwoner ons ook meer vertrouwt en we sneller samen tot oplossingen komen. 3. Voorkomen is beter dan genezen We investeren als gemeente in preventie en het vroegtijdig signaleren van problemen.

Hiermee willen we voorkomen dat problemen groter worden. We accepteren dat het leven niet maakbaar is en tegenslagen soms ook bij het leven horen. Uitdaging daarbij is het zoeken naar een balans tussen enerzijds de noodzaak om tijdig problemen te signaleren en anderzijds de wens tot normaliseren, waarbij we willen voorkomen dat ‘gewone’ uitdagingen in het leven geproblematiseerd en gemedicaliseerd worden. Samenwerking met iedereen binnen de sociale basis zien wij hiervoor als cruciaal.

28

4. Ondersteuning nabij en zo licht als mogelijk (zo zwaar als nodig) We willen dat inwoners in hun eigen nabije omgeving hun vraag kunnen stellen en ondersteuning kunnen krijgen. We gaan daarbij uit van de eigen mogelijkheden van de inwoners in relatie tot hun eigen sociale netwerk. Wanneer we ondersteuning inzetten dan is daarbij het uitgangspunt ‘zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig’. We normaliseren in plaats van medicaliseren. De samenwerking tussen de sociale basis, onze sociaal teams en zorgaanbieders is van cruciaal belang in het realiseren van de transformatie in het sociaal domein. 5. Wijkgericht doen wat nodig is De wijk waar mensen wonen levert een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van leven. In Soest zien we op sommige gebieden grote verschillen tussen wijken. Om iedereen dezelfde kwaliteit van leven en kansen te kunnen geven is het nodig om in sommige wijken meer te doen dan in andere wijken van Soest. Ook zijn niet in alle wijken dezelfde oplossingen mogelijk. Waar dat kan zullen we kiezen voor een wijkgerichte (integrale) aanpak en eventueel ook verbinding zoeken met het fysieke domein. De wijkaanpak Smitsveen is voor ons een mooi voorbeeld van zo’n integrale aanpak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=299fefd4-68fa-4709-8d43-9050f4fba402