2. Bijlage 1 Amersfoortsestraat 126 planregels
Tekst van het document
Planregels Ontwerp bestemmingsplan Amersfoortsestraat 126 Soest NL.IMRO.0342.BPLG0039-0201 10 mei 2022
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Amersfoortsestraat 126 Soest Gemeente Soest
Planregels Definitief 03 10 mei 2022 123804/22-006.908
123804 S. de Bruin MSc drs. M.J. Schilt
mr. N. Duin C.F. Terpstra MSc, mr. J. Tuit S. de Bruin MSc (b/a drs. M.J. Schilt)
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Hoogoorddreef 15 Postbus 12205 1100 AE Amsterdam +31 (0)20 312 55 55 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDENDE REGELS
5
Artikel 1 Begrippen
5
Artikel 2 Wijze van meten
8
2
10
BESTEMMINGSREGELS
Artikel 3 Tuin
10
Artikel 4: Wonen
10
Artikel 5: 'Waarde - Archeologie - Middelhoge verwachting
12
Artikel 6: 'Waarde - Ecologie'
14
3
16
HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS
Artikel 7 Anti-dubbeltelregel
16
Artikel 8 Algemene bouwregels
16
Artikel 9 Algemene gebruiksregels
17
Artikel 10 Algemene aanduidingsregels
17
Artikel 11 Algemene afwijkingsregels
18
Artikel 12 Overige regels
18
4
19
HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS
Artikel 13 Overgangsrecht
19
Artikel 14 Slotregel
20
Laatste pagina
Bijlage(n) I
Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis
20 Aantal pagina's 2
1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:
1.1 Plan Het bestemmingsplan 'Amersfoortsestraat 126' van de gemeente Soest.
1.2 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0342.BPLG0039-0201 met de bijbehorende regels en bijlagen.
1.3 Aan- en uitbouw Een aan een hoofdgebouw aangebouwde ruimte, die een directe verbinding vormt met dat hoofdgebouw en dat als uitbreiding van de woning dient en door zijn situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan dat op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
1.4 Aan huis gebonden bedrijf Het bedrijfsmatig verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door de hoofdbewoner, gericht op consumentenverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk, alsmede handelsactiviteiten via internetwinkels, waarvan de omvang ondergeschikt is aan de woonfunctie zodanig dat de activiteit in een woning en/of de daarbij behorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend.
1.5 Aan huis gebonden beroep Een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en/of de daarbij behorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend of beroepsmatig verleend door de hoofdbewoner.
5 | 20
Witteveen+Bos | 123804/22-006.908 | Definitief 03
1.6 Archeologisch deskundige De gemeentelijke archeoloog of een andere door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie.
1.7 Archeologische onderzoek Onderzoek verricht door de gemeente Soest of namens de gemeente Soest door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 van de Monumentenwet 1988 en werkend volgens de kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie.
1.8 Archeologische waarde De aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.
1.9 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of andere bouwwerken.
1.10 Bestemmingsgrens De grens van het bestemmingsvlak.
1.11 Bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.12 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
1.13 Bouwgrens Een op de verbeelding aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak.
1.14 Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en andere bouwwerken zijn toegelaten.
1.15 Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
6 | 20
Witteveen+Bos | 123804/22-006.908 | Definitief 03
1.16 Bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
1.17 Dove gevel Een dove gevel is een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte/
1.18 Erf- en terreinafscheiding Een bouwwerk dat dient ter afscheiding van het erf of een terrein.
1.19 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.20 Hoofdgebouw Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
1.21 Huishouden Het bestaan van een gezinseenheid, waarbij zowel het element van gezamenlijk wonen als aspecten van sociale, economische en educatieve binding in onderlinge samenhang een rol spelen.
1.22 Natuurwaarden De aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.
1.23 Peil a. b.
voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang, vermeerderd met 5 centimeter; in andere gevallen: de hoogte van het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein, vermeerderd met 5 centimeter, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven.
7 | 20
Witteveen+Bos | 123804/22-006.908 | Definitief 03
1.24 Seksinrichting Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
1.25 Verbeelding De kaart met bijbehorende verklaring waarop de bestemmingen alsmede de aanduidingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangewezen.
1.26 Wonen Het bewonen van een woning waarbij alle gezamenlijk ruimtes zoals woonkamer, keuken, toilet en badkamer gezamenlijk worden gebruikt, door niet meer dan door één afzonderlijk huishouden. Kamerverhuur is uitgesloten.
1.27 Woning Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1 Bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.2 Breedte, lengte en diepte van een gebouw Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren.
2.3 Goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Indien het terrein voor en achter het bouwwerk niet even hoog ligt, wordt de goothoogte gemeten aan de voorgevel; voor de achtergevel liggen in dat geval de goothoogten op dezelfde werkelijke hoogte als bij de voorgevel. Indien de voorgevel wordt uitgevoerd als opgaande topgevel, gelden de goothoogten voor de zijgevels. Zij worden gemeten uit het terrein, aanliggende aan de voorgevel.
8 | 20
Witteveen+Bos | 123804/22-006.908 | Definitief 03
2.4 Het peil in andere gevallen Mag niet meer dan 20 centimeter boven de gemiddelde hoogte van het rondom afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw, worden gesitueerd. Indien het peil voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst hoger is gelegen dan 20 centimeter boven de hoogte van de kruin van de openbare weg ter plaatse van de hoofdtoegang, wordt voor het bepalen van de bouw- of goothoogte van een bouwwerk vanaf die hoogte gerekend.
2.5 Het peil voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst Mag niet meer dan 20 centimeter boven de hoogte van de kruin van de openbare weg ter plaatse van die hoofdtoegang worden gesitueerd. Indien het peil voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst hoger is gelegen dan 20 centimeter boven de hoogte van de kruin van de openbare weg ter plaatse van de hoofdtoegang, wordt voor het bepalen van de bouw- en goothoogte van een bouwwerk vanaf die hoogte gerekend.
2.6 Inhoud van een bouwwerk Tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.7 Oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
2.8 Ondergeschikte bouwonderdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, bestemmings- en aanduiding grenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
2.9 Vloeroppervlakte De gebruiksoppervlakte volgens NEN 2580.
9 | 20
Witteveen+Bos | 123804/22-006.908 | Definitief 03
2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Tuin 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen; b. voet- en fietspaden; c. groen- en speelvoorzieningen; d. waterhuishoudkundige voorzieningen; e. perceel ontsluitingen; met dien verstande dat: f. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' parkeerplaatsen en parkeren zijn toegestaan en wordt voorzien in voldoende (openbare) parkeergelegenheid op eigen terrein conform de ‘Nota parkeernormen auto en fiets, 3e herziening, slimmer en beter’ d.d. 27 maart 2018’.
3.2 Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer zijn dan 2 meter; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer zijn dan 3 meter.
3.3 Bouwen van bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. binnen de bestemming is het mogelijk om een fietsenstalling te realiseren met een oppervlakte dat niet groter is dan 10m2 en met een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale bouwhoogte van 4 meter;
Artikel 4: Wonen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in gestapelde vorm; b. al dan niet met een beroep of bedrijf aan huis.
10 | 20
Witteveen+Bos | 123804/22-006.908 | Definitief 03
Met de daarbij behorende: c. parkeervoorzieningen; d. tuinen, erven en ontsluitingsverhardingen; e. overige voorzieningen, zoals groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen; f. waterhuishoudkundige voorzieningen; g. Een dove gevel.
4.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
4.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. voor de maatvoering van de gebouwen geldt de op de verbeelding met de maatvoeringsaanduiding ‘maximum goot- en bouwhoogte’ aangegeven maten; c. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; d. binnen het bouwvlak mag gestapeld gebouwd worden; e. binnen het bouwvlak wordt een dove gevel gerealiseerd; f. het maximum aantal woningen bedraagt: 4. g. het inrichtingsplan (bijlage I) is leidend voor de realisatie.
4.3 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen worden gebruikt ten behoeve van de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis, met dien verstande dat: 1. de woonfunctie daardoor niet mag worden verdrongen en maximaal 25 m2 per woning voor de bedoelde activiteiten mag worden gebruikt; 2. het beroep of bedrijf aan huis door de hoofdbewoner wordt uitgeoefend; 3. in het kader van een beroep of bedrijf aan huis mogen maximaal 2 personen in de woning werkzaam zijn; 4. uitsluitend beroeps- en bedrijfsactiviteiten kunnen worden toegestaan in de categorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis; 5. er geen horeca of detailhandel wordt uitgeoefend, met uitzondering van beperkte verkoop als ondergeschikte nevenactiviteit van de beroeps- of bedrijfsmatige activiteit; 6. door de bedrijvigheid geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat, behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsmatige activiteiten in het openbaar gebied rond de betreffende kleinschalige bedrijvigheid mogen plaatsvinden; 7. er geen reclame wordt gemaakt aan of bij het pand, met uitzondering van een klein bord, met een maximale oppervlakte van 0,5 m², voor de mededeling van het beroep, de openingstijden et cetera; b.
voor het parkeren moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernormen. c. binnen het bouwvlak wordt een dove gevel gerealiseerd en in stand gehouden. d. het hoofdgebouw voldoet aan het inrichtingsplan (bijlage I).
11 | 20
Witteveen+Bos | 123804/22-006.908 | Definitief 03
Artikel 5: 'Waarde - Archeologie - Middelhoge verwachting’ 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - Middelhoge verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van een gebied met middelhoge archeologische verwachtingswaarde, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie Middelhoge verwachting' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en).
5.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels:
5.2.1 Verbod Op de voor 'Waarde - Archeologie - Middelhoge verwachting' mede bestemde gronden is het verboden om zonder een afwijking van het bevoegd gezag te bouwen of te laten bouwen krachtens de andere daar voorkomende bestemmingen.
5.2.2 Uitzonderingen Het onder lid 5.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a. bebouwing die nodig is voor het archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 5 meter; b. bebouwing op gronden waarvan kan worden aangetoond dat de laag met verwachtingen al is geroerd; c. bebouwing waarvan op voorhand is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad; d. bebouwing waarvan de ondergrondse bouwdiepte niet meer bedraagt dan 30 centimeter en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en); e. de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte met niet meer dan 500 m2 wordt uitgebreid; f. bebouwing waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 500 m2 en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en).
5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijking Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 5.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat de archeologische waarden niet worden verstoord.
5.3.2 Beperkingen Het bevoegd gezag kan onder beperkingen afwijken en de volgende regels aan de afwijking verbinden: a. de verplichting tot het (laten) treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
12 | 20
Witteveen+Bos | 123804/22-006.908 | Definitief 03
b.
de verplichting tot het (laten) doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit die leidt tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
5.3.3 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een afwijking winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de afwijking archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke regels aan de afwijking moeten worden verbonden.
5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie - Middelhoge verwachting' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: a. de bodem met meer dan 1 meter op te hogen boven het bestaande maaiveld; b. het verwijderen van funderingen op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; c. de aanleg of uitbreiding van oppervlakteverhardingen met een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 500 m2 zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; d. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, vijvers, sloten, greppels en andere wateren; e. de aanleg van drainage op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; f. de aanleg van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld; g. het planten en/of het vellen/rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting; h. andere grondbewerkingen op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld.
5.4.2 Uitzonderingen Het onder lid 5.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden: a. die het normale onderhoud betreffen; b. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; c. die het archeologisch onderzoek betreffen; d. die een oppervlakte van 500 m2 of minder beslaan; e. die zijn voorzien op gronden waarvan kan worden aangetoond ,dat de laag met verwachtingen al is geroerd; f. waarvan op voorhand is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad.
5.4.3 Toetsingscriteria De vergunning wordt verleend, indien de in lid 5.4.1 bedoelde werken of werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, of indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
13 | 20
Witteveen+Bos | 123804/22-006.908 | Definitief 03
5.4.4 Voorwaarden Het bevoegd gezag kan de vergunning onder beperkingen verlenen en de volgende regels aan de vergunning verbinden: a. de verplichting tot het (laten) treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het (laten) doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit die leidt tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
5.4.5 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige, omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke regels aan de vergunning moeten worden verbonden.
5.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie Middelhoge verwachting' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.
Artikel 6: 'Waarde - Ecologie' 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden.
6.2 Bouwregels In afwijking van het in deze regels bepaalde ten aanzien van het bouwen krachtens de andere bestemmingen van deze gronden, mogen op en in de gronden als bedoeld in lid 6.1, ten dienste van en behorende bij de daar bedoelde doeleinden worden gebouwd bouwwerken, geen gebouw zijnde, tot een bouwhoogte van 2 meter.
6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, ten aanzien van het bouwen en gebruik krachtens de andere bestemmingen van de gronden als bedoeld in lid 6.1, nadere eisen te stellen aan de situering van bouwwerken en gebruiksvormen, ter voorkoming van onevenredige aantasting van de landschaps- en natuurwaarden.
14 | 20
Witteveen+Bos | 123804/22-006.908 | Definitief 03
6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Omgevingsvergunningplicht Behoudens het bepaalde in sub lid 6.4.2, is het verboden om zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de gronden als bedoeld in lid 6.1, de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. verlagen van de bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden; c. aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen; d. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben; f. werken en werkzaamheden, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten, die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of ten gevolge hebben; g. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden.
6.4.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in sub lid 6.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende vergunning; c. werken en werkzaamheden op en in gronden die binnen agrarische bouwvlakken zijn begrepen; d. het aanleggen van kavelpaden en verhardingen ten behoeve van in- of uitritten; e. verlagen van de bodem en afgraven van gronden, voor zover daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet; f. werken en werkzaamheden als bedoeld in sub lid 6.4.1, bij e, voor zover daarop de Kapverordening van toepassing is; g. het vellen, rooien of beschadigen van fruitbomen.
6.4.3 Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden Werken en werkzaamheden als bedoeld in sub lid 6.4.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, een of meer waarden of functies van de in die artikelen bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen: a. niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel; b. de mogelijkheden die voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
15 | 20
Witteveen+Bos | 123804/22-006.908 | Definitief 03
3 HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduiding grenzen en regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 meter bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 meter bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 meter bedraagt.
8.2 Bestaande maten a.
b.
voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 van de Wabo is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 van de Wabo is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; ingeval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.
8.3 Onderkeldering van gebouwen Daar waar volgens deze regels woningen zijn toegestaan, mag tevens onderkelderd worden. Voor het bouwen onder een gebouw gelden de volgende regels: a. verticale bouwdiepte mag maximaal 3,3 meter bedragen; b. de voorzieningen voor de toetreding van daglicht mogen maximaal 1 meter uit de gevel van de kelder worden gebouwd;
16 | 20
Witteveen+Bos | 123804/22-006.908 | Definitief 03
c. d.
toelaatbaar zijn uitsluitend ondergrondse ruimten, die een functionele eenheid vormen met de ter plaatse toegestane functies, zoals (huishoudelijke) bergruimten, parkeerruimten en fietsenstallingen; in geval van parkeerruimte en fietsenstallingen als bedoeld onder c zijn tevens hellingbanen en vergelijkbare toegangsvoorzieningen toegestaan, op voorwaarde dat deze binnen hetzelfde bestemmingsvlak worden gerealiseerd als waar de woningen zijn toegestaan.
8.4 Maximum goothoogte Van een gebouw waarvan de maximum goothoogte is bepaald, mag geen deel uitsteken boven de denkbeeldige vlakken, die de denkbeeldige verticale vlakken onder een hoek van 142 graden snijden ter hoogte van de maximum goothoogte. Onder de denkbeeldige verticale vlakken worden de verticale vlakken verstaan boven 2 tegenover elkaar liggende zijden van het bouwvlak evenwijdig aan de hoofdrichting van de nok.
Artikel 9 Algemene gebruiksregels Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; b. het gebruik van onbebouwde gronden als stand- of ligplaats van onderkomens, en als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met de verwerkelijking of het beheer van de bestemming.
Artikel 10 Algemene aanduidingsregels 10.1 Geluidzone - weg Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'geluidzone - weg' gelden de volgende regels: a. in afwijking van het bepaalde in artikel 4 mogen geen nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen worden gebouwd, geluidsgevoelige ruimten worden ingericht of gronden in gebruik worden genomen, waardoor die aangemerkt kunnen worden als een geluidsgevoelig object, tenzij: 1. uit akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden; 2. voor deze woningen een hogere grenswaarde is verleend op grond van artikel 110 van de Wet geluidshinder; 3. de geluidsgevoelige ruimten in de woningen of andere geluidsgevoelig objecten zodanig worden vernieuwd, veranderd of vergroot dat: - daarbij de afstand tot de weg niet wordt verkleind of; - de geluidsbelasting vanwege treinverkeer op de gevels van de woning of de geluidsgevoelige ruimte niet hoger zal zijn dan de geldende voorkeursgrenswaarde of; - de geluidsbelasting vanwege wegverkeer op de woning of de geluidsgevoelige ruimte niet hoger zal zijn dan een vastgestelde hogere grenswaarde; b.
het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 1 ten behoeve van de bouw of uitbreiding van een woning of ander geluidsgevoelig object, met dien verstande dat de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten vanwege het wegverkeerslawaai niet hoger zal zijn dan de verkregen of daarbij te verkrijgen hogere grenswaarde of dat gevels waarvoor geen hogere grenswaarde verkregen kan worden als dove gevel worden uitgevoerd.
17 | 20
Witteveen+Bos | 123804/22-006.908 | Definitief 03
10.2 Veiligheidszone - munitie - c Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - munitie - c' is of zijn gebouwen met vlies- of gordijngevelconstructies en gebouwen met een zeer groot glasoppervlakte, waarin zich als regel een groot aantal personen bevindt en bedrijven die bij calamiteit gevaar voor munitieopslag of omgeving opleveren niet toegestaan.
Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 11.1 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit bestemmingsplan mits dit stedenbouwkundig acceptabel wordt geacht: a. voor het overschrijden van grenzen, niet zijnde bouwgrenzen, mits de overschrijding niet meer dan 2 meter bedraagt; b. voor het overschrijden van voorgeschreven maten en percentages tot ten hoogste 10 % van de in het plan aangegeven maten en percentages; c. voor het toestaan van bijzondere dakvormen; d. voor het bouwen van portieken, liftschachten en stedenbouwkundige accenten; e. voor de bouw van niet voor bewoning bestemde bouwwerken bij een woning voor de stalling van scootmobielen of daaraan gelijk te stellen vervoersmiddelen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 3 meter en de oppervlakte niet meer dan 10 m² mag bedragen; f. voor het plaatsen van beeldende kunstwerken met een maximale bouwhoogte van 5 meter.
11.2 Criteria Er wordt niet afgeweken als bedoeld in lid 11.1 indien daardoor afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
Artikel 12 Overige regels 12.1 Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening De regels van stedenbouwkundige aard en de bereikbaarheidseisen van paragraaf 2.5 van de Bouwverordening zijn uitsluitend van toepassing, voor zover het betreft: a. de ruimte tussen bouwwerken; b. parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen.
18 | 20
Witteveen+Bos | 123804/22-006.908 | Definitief 03
4 HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken a.
b. c.
een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen 2 jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %; het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
13.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan 1 jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
13.3 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor 1 of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht ontheffing verlenen.
19 | 20
Witteveen+Bos | 123804/22-006.908 | Definitief 03
Artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Amersfoortsestraat 126' van de gemeente Soest.
20 | 20
Witteveen+Bos | 123804/22-006.908 | Definitief 03
Bijlage(n)
I BIJLAGE: STAAT VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN AAN HUIS
Witteveen+Bos | 123804/22-006.908 | Bijlage I | Definitief 03
Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis
OMSCHRIJVING
0 1 A A 2
3 B
CATEGORIE
A B
GROOTSTE AFSTAND
-
GEVAAR
-
GELUID
-
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m² VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 2500 kg meel/week Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Vervaardiging van wijn, cider e.d. VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Elektrotechnische industrie n.e.g.
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken BOUWNIJVERHEID Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS Autobeklederijen
STOF
0 2 4 2 0 1 0 3 6
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
01 014 014 014 15 1552 1581 1581 1584 1584 1584 1593 t/m 1595 18 182 20 205 22 2222.6 2223 2223 2224 2225 223 26 262, 263 262, 263 30 30 31 316 33 33 36 361 362 363 45 45 50 5020.4
nummer
SBI-CODE
30 30
10 10
30 30
10 10
30 30
2 2
10
0
30
0
30
2
30
10
30 C
10
30
2
30 30 10
10 10 0
30 30 30 C
10 10 0
30 30 30
2 2 2
10
10
30
10
30
2
10
10
30
0
30
2
10 0 30 30 30 0
0 0 0 0 0 0
30 10 30 10 30 10
0 0 0 10 10 0
30 10 30 30 30 D 10
2 1 2 2 2 1
10
10
30
10
30
2
30
10
30
10
30
2
30
10
30
10
30
2
30
0
30
0
30
2
0 30 30
10 10 10
10 10 30
0 10 10
10 30 30
1 2 2
0
10
30
10
30
2
0
0
10
10
10
1
Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis
OMSCHRIJVING
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g. - COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE A Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. - SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek - GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven - CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Studio's (film, TV, radio, geluid) Muziek- en balletscholen Dansscholen Bibliotheken, musea, ateliers, e.d. F Sportscholen, gymnastiekzalen - OVERIGE DIENSTVERLENING Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
GEVAAR
71 714 72 72 73 731 732 85 8512, 8513 92 921, 922 9234 9234.1 9251, 9252 9262 93 9302 9304 9305
GELUID
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) - DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) - LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Cateringbedrijven - VERVOER OVER LAND Taxibedrijven - POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten A Telecommunicatiebedrijven - VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED A Verhuur van en handel in onroerend goed
STOF
51 511 52 527 55 5552 60 6022 64 641 642 70 70
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
-
nummer
SBI-CODE
0
0
10
0
10
1
0
0
10
10
10
1
10
0
30 C
10
30
2
0
0
30 C
0
30
2
0 0
0 0
30 C 10 C
0 0
30 10
2 1
0
0
10
0
10
1
10
10
30
10
30 D
2
0
0
10
0
10
1
30 0
10 0
30 10
30 R 0
30 10
2 1
0
0
10
0
10
1
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
30 C 30 30 C 10 30 C
10 0 0 0 0
30 30 30 10 30
2 2 2 1 2
0 10 0
0 0 0
10 30 C 10 C
0 0 0
10 30 10 D
1 2 1
-
-
www.witteveenbos.com