2. Bijlage 1 101474 Scenarios voor Grondstoffenbeleidsplan Soest concept 07mei2025 (1)
Tekst van het document
Gemeente Soest
Scenario-onderzoek voor het grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Concept
7 mei 2025
Dit rapport onderzoekt drie scenario’s voor afvalinzameling, beoordeelt deze op milieu, kosten en service, en biedt kaders voor keuzes die bijdragen aan minder restafval, meer recycling en kostenbeheersing.
In opdracht van: Opsteller(s):
Projectnummer IPR Normag: Aantal pagina’s:
Gemeente Soest Drs. ing. P.M.J. de Bruin (Paul) R.A. Zuyderduyn (Ronald) B. Reemst MSc. (Blanca) 101474 46
Status rapportage Concept onderhanden
Datum 27 maart 2025
Concept
17 april 2025
Concept
7 mei 2025
Toegestuurd naar Gemeente Soest, ambtelijk team Steef Kruitwagen, Kevin Vught. Besproken op 1 april 2025 Gemeente Soest, ambtelijk team Steef Kruitwagen, Kevin Vught en bespreking met wethouder Aukje Treep op 25 april 2025 Gemeente Soest, ambtelijk team Steef Kruitwagen, Kevin Vught.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
2/46
Inhoudsopgave Samenvattend overzicht en uitkomsten
5
1 Inleiding
9
1.1 Achtergrond en doel ...................................................................................................... 9 1.2 Te maken keuzes ........................................................................................................... 9 1.3 Leeswijzer ..................................................................................................................... 9 2 Relevante regelgeving en kaders
10
2.1 Wet- en regelgeving en nationale beleidskaders ............................................................ 10 2.2 Kaders ........................................................................................................................ 11 3 Waar staan we nu, en wat willen we bereiken
13
3.1 Evaluatie huidige prestaties ......................................................................................... 13 3.2 Startnotitie met ambities en doelstellingen ................................................................... 13 3.3 Wat gaan we daarvoor doen: keuze scenario ................................................................. 14 4 Scenario 1: Nascheiding 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Kenmerken van dit scenario ......................................................................................... 15 Het door inwoners ervaren serviceniveau ...................................................................... 17 Te verwachten milieueffecten ...................................................................................... 17 Te verwachten kosteneffecten ...................................................................................... 18 Samenvattend overzicht .............................................................................................. 19
5 Scenario 2: Optimaliseren huidige voorzieningen 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
25
Kenmerken van dit scenario ......................................................................................... 25 Het door inwoners ervaren serviceniveau ...................................................................... 27 Te verwachten milieueffecten ...................................................................................... 27 Te verwachten kosteneffecten ...................................................................................... 28 Samenvattend overzicht .............................................................................................. 29
7 Flankerende maatregelen 7.1 7.2 7.3 7.4
21
Kenmerken van dit scenario ......................................................................................... 21 Het door inwoners ervaren serviceniveau ...................................................................... 22 Te verwachten milieueffecten ...................................................................................... 22 Te verwachten kosteneffecten ...................................................................................... 23 Samenvattend overzicht .............................................................................................. 24
6 Scenario 3: Diftar 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
15
31
Preventie en bewustwording (communicatie en participatie) ......................................... 31 Service en inzamelvoorzieningen .................................................................................. 32 Techniek en innovatie .................................................................................................. 34 Handhaving ................................................................................................................. 35
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
3/46
Bijlagen bijlage 1 bijlage 2 bijlage 3
36 Technische toelichting op de uitwerking van scenario’s .................................... 37 Bron- en nascheiden in de praktijk ................................................................... 39 Containermanagement (CMS) ......................................................................... 45
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
4/46
Samenvattend overzicht en uitkomsten Inleiding De Grondstoffenaanpak 2021 – 2024 van gemeente Soest is inmiddels afgerond en eind 2024 geevalueerd1. Ten behoeve van het nieuwe Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 hebben college en raad een startnotitie vastgesteld met kaders, uitgangspunten, ambities en doelstellingen. Daarbij zijn drie scenario’s genoemd die in het rapport zijn uitgewerkt. Deze scenario’s worden beschreven en beoordeeld op hun service richting de inwoners, de kosten en milieueffecten. En aangevuld met nog andere voor- en nadelen (of aandachtspunten), zoals praktische uitvoerbaarheid, implementatietermijnen, de basis voor verdere ontwikkeling van het afvalbeleid.
Een keuze te maken: drie scenario’s in beeld Er zijn drie scenario’s onderzocht: nascheiden (van PMD), het continueren van de huidige voorzieningen en optimalisatie via flankerende maatregelen, en het invoeren van diftar waarbij de afvalstoffenheffing bestaat uit een vast deel en een variabel deel afhankelijk van de hoeveelheid aangeboden restafval. Deze drie scenario’s zijn uitwerkt en vergeleken met het nul-scenario (de huidige situatie). De volgende tabel vat de uitkomsten samen. In het vervolg van deze samenvatting worden de uitkomsten per scenario nader toegelicht. Resume Scenario 0-situatie
1 Nascheiding van PMD
Jaarlast
Milieu
Versie 1.
2. Continueren en optimaliseren huidige voorzieningen
3. Tariefdifferentiatie aanbieden restafval
Afvalscheiding (bron- en nagescheiden) (%)
62%
58%
64%
76%
Restafval* (kg per inw.)
175 kg
195 kg
166 kg
109 kg
Kostenafvalbeheer (€ per aansluiting)
€ 183
€ 198
€ 180
€ 164
Kostenverschil met 0-situatie (€ per aansluiting)
€0
€ 15
-€ 3
-€ 19
* Restafval c.q. residu (fijn- en grof huishoudelijk restafval en exclusief eventuele nagescheiden grondstoffen)
De nul-situatie toont de huidige situatie in Soest waarmee de effecten van de drie scenario’s worden vergeleken. Belangrijk om er op te wijzen dat de genoemde kosten gericht zijn op een deel van de totale kosten voor het huishoudelijk afvalbeheer. Dit wordt in het rapport toegelicht.
Scenario 1. Nascheiden •
Servicebeleving Bij nascheiden hoeven inwoners het PMD niet meer te scheiden en mag bij het restafval worden gevoegd. Dit kan als gemak voor de inwoners worden gezien.
•
Milieu Hoewel in het scenario wordt uitgegaan van een substantiële hoeveelheid nagescheiden PMD (30 kg/inw. per jaar) is de verwachte milieuprestatie over het geheel wat slechter (van 62% naar 58% afvalscheiding). Deze prognose is mede gebaseerd op de prestaties van met Soest vergelijkbare gemeenten die PMD nascheiden. Daarom wordt in paragraaf 4.5 gewezen op de minder gunstige gevolgen voor de effectiviteit van de beleidsinstrumenten van de gemeente.
1
Evaluatie Grondstoffen-aanpak 2021 – 2024 gemeente Soest, 13 november 2024.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
5/46
•
Kosten Om de huidige PMD inzamelvoorzieningen geschikt te maken voor restafval is een investering nodig van € 540.000,-. Ten opzichte van het nul-scenario stijgen de jaarkosten circa € 15,- per huishouden. Dit scenario is praktisch uitvoerbaar in de gemeente Soest, maar er moet wel rekening mee worden gehouden dat het huidige verwerkingscontract voor restafval geen mogelijkheid biedt voor nascheiding. Dit contract loopt tot en met 2026. Bij het aanbesteden van een nieuw restafvalverwerkingscontract moet nascheiding worden meegenomen als vereiste. De voorbereiding naar dit beleid moet goed worden voorbereid, zodat de inwoners zich er goed op kunnen voorbereiden. Daarom wordt rekening gehouden met € 107.000,- eenmalige (project)kosten voor het omwisselen van de inzamelvoorzieningen en communicatie.
Scenario 2. Continueren en optimaliseren huidig beleid •
Servicebeleving Door het huidige beleid te continueren worden er geen wezenlijke veranderingen doorgevoerd. Wel worden diverse flankerende maatregelen getroffen. Met name op het gebied van communicatie en handhaving. Voor de inwoners verandert niet veel aan de servicebeleving.
•
Milieu Door de flankerende maatregelen verbetert de milieuprestatie licht. De afvalscheiding verbetert van 62% naar 64%.
•
Kosten Voor het uitvoeren van de flankerende maatregelen wordt jaarlijks rekening gehouden met € 42.500,- extra kosten. Mede door de verwachte milieuprestatie is per saldo sprake van een beperkte kostendaling. Circa € 3,- per huishouden per jaar ten opzichte van het nul-scenario. Dit scenario borduurt voort op de huidige situatie en is zonder aanvullende projectkosten goed uitvoerbaar.
Scenario 3. Diftar •
Servicebeleving Bij diftar omvat de afvalstoffenheffing per huishouden een vast bedrag én een variabel bedrag afhankelijk van de hoeveelheid restafval dat is aangeboden. Dit betekent dat restafvalcontainers alleen met een pasje te openen zijn (ondergrondse containers) of met chip registratie aan het huishouden gekoppeld kunnen worden (minicontainers). Verder is een belangrijk voorwaarde dat inwoners huishoudelijk restafval niet kunnen aanbieden zonder daarvoor een diftar tarief te betalen. Ook op de milieustraat zal daarom een tarief moeten gelden voor ongesorteerd restafval. Hoe de service zal worden ervaren is niet eenduidig in te schatten. Maar een kenmerk van dit systeem is dat makkelijk wordt gemaakt om recyclebare grondstoffen gescheiden aan te bieden.
•
Milieu De milieuprestatie verbetert flink. Dit wordt verwacht mede op basis van de milieuprestaties in met Soest vergelijkbare referentiegemeenten met diftar. Met deze prijsprikkel wordt een vermindering van afval en meer afvalscheiding (van 62% naar 76%) verwacht. De hoeveelheid te verbranden restafval daalt van 175 kg naar 109 kg per inwoner per jaar. Daardoor worden de verwerkingskosten (en Afvalstoffenbelasting) flink lager.
•
Kosten Voor de benodigde aanpassingen aan de containers (met name containerregistratie en het chippen van minicontainers) is een investering gemoeid van € 510.000,-. De verbetering van de milieuprestatie door diftar leidt per saldo tot een financieel voordeel van circa € 405.000,- per jaar (€ 19,- per huishouden). Daarbij is al rekening gehouden met de extra kosten bij het diftar systeem voor inning, communicatie, handhaving en (extra) reiniging. De eenmalige projectkosten voor de implementatie bedragen € 132.000,-.
Financieel overzicht en perspectief Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
6/46
De grafiek zet de (financiële) uitkomsten van de scenario’s op een rij. Dit betreft een (kosten) vergelijking zonder rekening te houden met de perspectieven op termijn.
Zoals gezegd gaan de kosten voor het huishoudelijk afvalbeheer in de komende jaren stijgen als gevolg van de CO2-heffing en Afvalstoffenbelasting op het verbranden van restafval. Deze grafiek toont de te verwachten kostenstijging in de verschillende scenario’s. Het nul-scenario betreft de huidige situatie, waarbij rekening moet worden gehouden met een kostenstijging van € 30,- per huishouden in 2030. Uitsluitend als gevolg van afvalstoffenbelasting en CO 2-heffing, dus nog zonder indexatie.
In alle scenario’s moet dus rekening worden gehouden met stijgende kosten in de komende 5 jaar. In het nascheiding-scenario wordt een kostenstijging verwacht richting € 48,- per huishouden in 2030. In de scenario’s 2 (continueren en optimaliseren) en 3 (diftar) wordt de kostenstijging ten opzichte van het nul-scenario respectievelijk getemperd (niet € 30,- maar een stijging van € 25,per huishouden) en voorkomen (in plaats van een stijging van €30,- een daling van € 1,- per huishouden).
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
7/46
Voordelen en aandachtspunten 1. Nascheiding
Voordelen
Aandachtspunten
- Gemak voor inwoners doordat PMD niet meer apart gescheiden hoeft te worden
- Milieuprestatie verslechtert (scheidingspercentage daalt van 62% naar 58%)
- Minder verschillende inzamelmiddelen (containers) nodig
2. Continueren en optimaliseren huidig beleid
- Kostenstijging (circa € 12 per huishouden/jaar) - Investering in ombouw containers nodig
- Praktisch uitvoerbaar, maar nieuw contract restafvalverwerking (met nascheiding) nodig en mogelijk per 2027
- Niet goed combineerbaar met diftar
- Geen grote veranderingen, behoud van huidige tevredenheid
- Beperkte verbetering milieu en afvalscheiding
- Bescheiden milieuwinst en kostenbesparing (circa € 3,- per huisouden per jaar)
- Nog steeds redelijk veel restafval - Goed te combineren met diftar
- Goed uitvoerbaar zonder grote investeringen 3. Diftar
- Grote milieuwinst (scheidingspercentage stijgt van 62% naar 76%)
- Invoering vraagt veel communicatie en techniek
- Sterke afname restafval
- Mogelijk tijdelijk meer bijplaatsing/dumping
- Kostenbesparing (€ 20 per huishouden/jaar)
- Kan door inwoners als restrictief worden ervaren
-0-0-0-
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
8/46
1 Inleiding 1.1
Achtergrond en doel De Grondstoffenaanpak 2021 – 2024 van gemeente Soest is inmiddels afgerond en eind 2024 geevalueerd2. Gemeente Soest wenst nu een nieuw beleidsplan voor de jaren 2025-2030, waar zij de komende jaren mee vooruit kan. En op basis waarvan aan de realisatie van haar duurzaamheidsdoelen kan worden gewerkt, zoals de totstandkoming van een circulaire (grondstoffen)economie. Ten behoeve van het opstellen van het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 hebben college en raad een startnotitie vastgesteld met kaders, uitgangspunten, ambities en doelstellingen. Deze startnotitie vormt het aangrijpingspunt voor dit scenario-onderzoek.
1.2
Te maken keuzes Het voorliggende onderzoek gaat in op alle invalshoeken van integraal afvalbeheerbeleid, uitmondend in een drietal scenario’s. A. Nascheiding In het scenario nascheiden wordt gestopt met de geschieden inzameling van PMD. Deze stroom wordt dan tezamen met het huishoudelijk restafval ingezameld. In een nascheidingsinstallatie wordt het PMD zo veel als mogelijk herwonnen voor recycling. Nascheiden heeft uitsluitend betrekking op PMD. Andere recyclebare grondstoffen zoals GFT, oud papier, glas en textiel moeten gescheiden worden ingezameld, anders zijn ze niet meer te recyclen. B. Continueren huidige voorzieningen en optimalisatie met flankerende maatregelen Dit scenario behelst geen wezenlijke wijzigingen van het beleid. De inzamelvoorzieningen blijven zoals ze zijn. Met ‘flankerende maatregelen’ op het gebied van communicatie, handhaving en preventie wordt aan verbetering van de prestaties (kosten, milieu en service) gewerkt. C. Diftar In dit scenario worden gedifferentieerde tarieven (diftar) toegepast voor het aanbieden van restafval. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in een vast basistarief en een tarief per keer dat huishoudelijk afval wordt aangeboden. Ook kan op basis van het aangeboden gewicht een tarief in rekening worden gebracht. De scenario’s worden beschreven en beoordeeld op hun service richting inwoners, kosten en milieueffect.
Aangevuld met relevante aandachtspunten en inzicht in de praktische uitvoerbaarheid.
1.3
Leeswijzer In dit scenario-onderzoek is gekozen voor een heldere opbouw die stapsgewijs toewerkt naar concrete beleidskeuzes. In hoofdstuk 2 wordt eerst een beeld geschetst van relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 gaat kort in op de huidige situatie en de ambities van gemeente Soest die in de genoemde startnotitie zijn vastgelegd. In hoofdstukken 4, 5 en 6 worden de drie keuze-scenario’s voor het nieuwe afvalbeleid toegelicht en uitgewerkt. In hoofdstuk 7 worden flankerende maatregelen toegelicht. In de bijlagen vindt u een (technische) toelichting op het (rekenmodel) waarmee de scenario’s zijn doorgerekend en een uitgebreide toelichting op bron- en nascheiding in Nederland.
2
Evaluatie Grondstoffen-aanpak 2021 – 2024 gemeente Soest, 13 november 2024.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
9/46
2 Relevante regelgeving en kaders 2.1
Wet- en regelgeving en nationale beleidskaders
2.1.1
Nederland Circulair 2050 Mondiaal worden grondstoffen schaarser en daarmee vaak ook kostbaarder. Tegelijkertijd verdwijnen er nog veel grondstoffen in het huishoudelijk restafval waardoor kostbare grondstoffen verspild (verbrand) worden. Onder meer als gevolg van deze ontwikkeling wordt op Europees en nationaal niveau een omslag in het denken van afval naar grondstoffen gemaakt. Het hergebruiken van grondstoffen reduceert de schaarste en heeft een economische waarde. Ook kost het creëren van ‘nieuwe spullen’ onnodig veel (fossiele) energie. Huishoudelijk afval wordt dus niet meer (alleen) gezien als een ongewenst en negatief bijproduct van productie en consumptie maar steeds meer als grondstof. Nieuwe spelers en particuliere initiatieven spelen hierop in. In plaats van een ongewenst bijproduct van onze maatschappij, is een aanzienlijk deel van het vroegere ‘ongewenste afval’ nu een gewenst goed waar vraag naar is. In 2016 heeft de landelijke overheid een Rijks breed programma gepresenteerd met de naam: Nederland Circulair 2050. Het programma bouwt voort op de groene groeiprogramma’s Van Afval Naar Grondstof (VANG) en het Recycleconvenant. Het kabinet wil hiermee een perspectief schetsen voor een toekomstbestendige, duurzame economie, ook voor toekomstige generaties. Concreet betekent dit dat er in 2050 geen verspilling van grondstoffen meer is: er is dus geen restafval meer.
En dat recyclebare grondstoffen efficiënt worden ingezet en hergebruikt zonder schadelijke emissies naar het milieu. De ambitie van het kabinet is om samen met maatschappelijke partners in 2030 een (tussen)doel te realiseren van 50% minder gebruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) ten opzichte van het peiljaar 2016.
2.1.2
Wettelijke kaders en gemeentelijke beleidsautonomie Gemeenten hebben een zekere mate van beleidsvrijheid wat betreft het afvalbeleid. Elke gemeente maakt eigen keuzes wat betreft de inzamelfrequentie, het gebruik van financiële prikkels (diftar), containers in de wijk en voor de deur en de wijze waarop het afvalbeheer is georganiseerd (eigen dienst, samenwerken of uitbesteden aan de markt). Vooral de laatste jaren zijn de Europese en nationale kaders wel veel strakker geworden. Gemeenten worden direct en indirect aangespoord om restafval te reduceren en grondstoffen gescheiden in te zamelen.
Wettelijk zorgplicht inzameling huishoudelijk afval Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval (Wet milieubeheer, artikel 10.21). Dit betekent dat zij verplicht zijn om afval gescheiden in te zamelen, waarbij hergebruik en milieuvriendelijke verwerking worden gestimuleerd. De gemeente bepaalt de inzamelwijze en kan dit zelf uitvoeren of uitbesteden. Burgers zijn verplicht hun afval volgens de gemeentelijke regels aan te bieden.
Besluit gescheiden inzameling3 Sinds 1 juli 2020 is het ‘Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen’ van kracht.
3
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. 197 Besluit van 18 juni 2020, houdende implementatie van enkele bepalingen van Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen (PbEU L 150/109) (Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen).
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
10/46
Gemeenten zijn nu wettelijk verplicht om groente -, fruit -, tuinafval en etensresten (GFT+E), papier, metaal, kunststof, glas en elektronische apparatuur gescheiden in te zamelen. En vanaf 1 januari 2025 moeten ook textiel en gevaarlijke afvalstoffen gescheiden worden ingezameld. Met dit besluit wordt de hoofdregel van de (Europese) kaderrichtlijn afvalstoffen expliciet verankerd in de nationale regelgeving voor huishoudelijke afvalstoffen. Er zijn uitzonderingen mogelijk. Voor kunststof geldt de verplichting tot gescheiden inzameling tenzij nascheiding geen nadelige gevolgen heeft voor de omvang en kwaliteit van recycling of hergebruik. Dit gaat op voor kunststof, maar niet voor de andere genoemde stromen. Daarvoor is het noodzakelijk om deze gescheiden in te zamelen, omdat daar in de huidige situatie geen alternatieven zijn met dezelfde omvang en kwaliteit van recycling en hergebruik. GFT en oud papier zijn bijvoorbeeld alleen maar goed recycle- en herbruikbaar als dit gescheiden wordt ingezameld.
Fiscale maatregelen vanuit het Rijk De Rijksoverheid zet ook verschillende instrumenten in om deze restafvalreductie te bevorderen, waaronder een sterke fiscale prikkel. Restafval wordt steeds zwaarder belast (fiscalisering), door bijvoorbeeld de afvalstoffenbelasting (WMB) voor afvalverbrandingsinstallaties (op basis van de tonnages restafval die verbrand worden) en een CO2-heffing. Dit type prikkels wordt regelmatig versterkt, zowel om duurzaamheidsredenen als om de inkomsten voor het Rijk op peil te houden bij een afnemende grondslag (restafval). Gemeenten met minder restafval zijn minder afhankelijk van het verder opvoeren van de fiscale druk op vervuilende activiteiten. Voor gemeenten geldt dus: restafvalreductie is van groot (financieel) belang, ongeacht de eigen milieuambities.
2.2
Kaders
2.2.1
Afval en grondstoffen en de circulaire economie Een circulaire economie betekent dat grondstoffen steeds worden gebruikt in toepassingen met de hoogste waarde voor de economie en de minste schade voor het milieu. De figuur (PBL, 2018 bewerking IPR Normag) met de R-strategieën voor een circulaire economie laat zien dat in een circulaire economie er nog veel stappen boven afvalscheiding voor recycling van grondstoffen bestaan. Het huidige (landelijke) beleid op afval en grondstoffen is op dit moment vooral gefocust op de achterkant van de keten: het afvalscheiden en recyclen van grondstoffen na productgebruik. Terwijl voor een afvalloze samenleving en een circulaire economie de focus ook moet liggen op het voorkomen van afval en stimuleren van hergebruik van producten en materialen. Op deze wijze wordt het mogelijk om grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk in een kringloop te behouden. De verschuiving is gaande. De gemeenten staan nog steeds voor de opdracht om op het terrein waar ze de meeste invloed op hebben, de inzameling bij de mensen thuis, verder te optimaliseren. Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
11/46
VANG programma, van kwantiteit naar kwaliteit Het specifieke VANG-programma heeft zich de afgelopen jaren voornamelijk gericht op het behalen van kwantitatieve doelstellingen, zoals maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar, en minstens 75% afvalscheiding. In het herijkte VANG-programma is de focus verlegd van kwantiteit naar kwaliteit. Dit betekent dat het streven nog steeds is om door middel van goede afvalscheiding hoogwaardige recycling te faciliteren, maar het accent ligt meer op de kwaliteit van de ingezamelde stromen. Daarbij richt het programma zich ook meer op de voorkant van de keten. In een circulaire economie zijn huishoudens één van de schakels die nodig zijn om de ketens te sluiten. Huishoudens dragen hieraan bij door: • • • •
Afval meer en beter scheiden zodat het gerecycled kan worden; Minder spullen te gebruiken; Producten langer gebruiken; Producten te hergebruiken en te repareren.
Een samenleving zonder verspilling van grondstoffen door deze als afval te verbranden blijft echter nog steeds het doel. Dus 0 kg restafval in 2050. Voor gemeenten is het de uitdaging om toe te werken naar de vermindering van het huishoudelijk restafval, maar tegelijk ook de kwaliteit van de gescheiden ingezamelde grondstoffen te borgen zodat deze goed en in grote mate herbruikbaar en recyclebaar zijn.
2.2.2
Producentenverantwoordelijkheid Producentenverantwoordelijkheid krijgt steeds meer vorm. Tegenwoordig gaat het om ‘uitgebreide producentenverantwoordelijkheid’ (UPV) wat betekent dat producenten verantwoordelijk zijn voor het afvalbeheer van de producten die door hen op de markt zijn gebracht. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor consumptiegoederen en verpakkingen is ingezet om de transitie naar een circulaire economie te bevorderen. Daarbij is ook een doel om bij het ontwerp van producten al meer rekening te houden met het beperken van latere kosten voor afvalverwerking, hergebruik of recycling. In Nederland zijn er al UPV-systemen voor o.a. verpakkingen, papier, vlakglas, autobanden, batterijen en elektronisch afval. Deze lijst is recentelijk uitgebreid met matrassen (2022) en textiel (2023). De meest voorkomende UPV-instrumenten zijn inzamelings- of recyclingdoelstellingen, heffingen in de consumentenprijs en statiegeldsystemen. De producentverantwoordelijkheid krijgt in de praktijk op verschillende wijzen vorm: •
Materieel, waarbij producenten zelf zorgdragen voor retoursystemen voor verpakkingen (bijvoorbeeld via statiegeld) en/of producten;
•
Financieel, waarbij producenten een vergoeding betalen aan gemeenten voor hun rol in de keten zoals verzorgen van inzamelvoorzieningen zoals containers of een ander retoursysteem.
Voor veel grondstoffen met enig volume zal, ook bij verder uitgewerkte producentenverantwoordelijkheid, blijven gelden: het is efficiënt als een (gemeentelijke) inzamelaar met ervaring met huisaan-huis logistiek hier een belangrijke rol speelt. Ook bij inzameling door een maatschappelijke instelling of door verenigingen zal de gemeente een regierol houden of krijgen. Goede afspraken tussen gemeenten en (vertegenwoordigers van) producenten zijn van groot belang. VNG is vaak de partij die namens de gemeenten aan tafel zit. Dit kan op (langere) termijn de rol van gemeenten en de samenstelling van het gemeentelijk afval veranderen.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
12/46
3 Waar staan we nu, en wat willen we bereiken 3.1
Evaluatie huidige prestaties Vooraf aan het ontwikkelen van het nieuwe gemeentelijk grondstoffenbeleidsplan zijn de huidige situatie van het afvalbeleid en de prestaties van gemeente Soest geëvalueerd. Daarvoor wordt verwezen naar het rapport Evaluatie Grondstoffen-aanpak 2021 – 2024 d.d. 13 november 2024. De gemeente Soest heeft met de Grondstoffenaanpak 2021–2024 belangrijke stappen gezet richting een meer circulaire manier van omgaan met huishoudelijk afval. In deze eerste fase lag de nadruk vooral op preventie en het stimuleren van afvalscheiding aan de bron. Toch blijkt uit de evaluatie dat de beoogde milieuresultaten slechts gedeeltelijk zijn behaald. De volgende figuur toont de huidige voorzieningen voor het aanbieden van afval- en grondstoffen door inwoners. Soest heeft met deze grondstoffenaanpak de basis gelegd voor een meer circulaire aanpak van huishoudelijk afval. Hoewel de resultaten achterblijven bij de gestelde ambities, zijn de voorzieningen op orde, is het draagvlak onder inwoners redelijk goed en blijven de kosten beheersbaar. In het onderhavige rapport betreft dit dus het zogenaamde “Nul-scenario”. Een scenario zonder wezenlijke wijzigingen, waarbij met flankerende maatregelen (zoals op het gebied van communicatie) tot verdere optimalisatie van de prestaties (kosten, milieu en service) wordt gekomen.
3.2
Startnotitie met ambities en doelstellingen4 De gemeente Soest heeft de ambitie uitgesproken om een volledig circulaire gemeente te worden in 2050, in lijn met de landelijke doelstellingen van Nederland Circulair. In de periode tot 2030 wil Soest concreet minder afval en meer hoogwaardige recycling realiseren. Het streven is om afval en grondstoffen efficiënt, kosteneffectief én met minder CO₂-uitstoot in te
4
Gebaseerd op de door het College van B&W en gemeenteraad vastgestelde Startnotitie februari 2025.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
13/46
zamelen. Het huidige scheidingspercentage van 64% (2023) moet omhoog, met specifieke doelen per grondstofstroom. Aangezien 73% van het restafval nog recyclebare materialen bevat, is er nog veel winst te behalen. Om deze doelen te realiseren kiest Soest voor een strategie waarbij afvalpreventie en hergebruik voorop staan. Verbranding van afval blijft de minst wenselijke verwerkingsroute. Kostenbeheersing is een andere pijler van het beleid. Soest streeft naar een kostendekkende afvalstoffenheffing en houdt de kosten op of onder het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten. Er wordt bewust onderscheid gemaakt tussen beïnvloedbare kosten en externe factoren zoals inflatie of heffingen. Inwoners worden ondersteund met passende inzamelvoorzieningen, afgestemd op de woonomgeving (hoogbouw, laagbouw, buitengebied). Daarnaast werkt Soest verder aan het Circulair Ambachtscentrum Netwerk Soest (CANS), in samenwerking met de kringloopwinkel. Servicegerichtheid blijft een belangrijk speerpunt. De tevredenheid van inwoners wordt periodiek gemeten, met als doel een gemiddelde waardering van minimaal een 7. Tot slot is communicatie cruciaal. De gemeente wil haar inwoners positief en actief betrekken bij het beleid, onder andere door inzicht te geven in wat er met het ingezamelde afval gebeurt.
3.3
Wat gaan we daarvoor doen: keuze scenario Het Coalitieakkoord 2022-2026 geeft aan dat een systeem van nascheiding, mede door de voortgaande technische ontwikkelingen, inmiddels de voorkeur verdient. Tevens is er een kritische houding tegenover diftar, onder meer vanwege het risico van ontwijkgedrag en omdat er goede alternatieven beschikbaar zijn. Het is gewenst om de keuzes in breder perspectief te plaatsen. Om de verschillende mogelijkheden objectief te vergelijken worden drie scenario’s uitgewerkt en onderling vergeleken: nascheiding, continueren huidige beleid en diftar. Deze scenario’s omvatten de strategische, fundamentele keuzes die de richting van het grondstoffenbeleid bepalen. Deze keuzes leggen de basis voor hoe afval wordt ingezameld, verwerkt en hoe de kosten worden verdeeld. Naast deze scenario’s worden ook aanvullende beleidsmaatregelen voorgesteld die de uitvoering van het grondstoffenbeleid ondersteunen en versterken. Deze aanvullende maatregelen zijn minder afhankelijk van het gekozen hoofdscenario en kunnen vaak in meerdere of zelfs alle scenario’s worden toegepast. Bijvoorbeeld op het gebied van communicatie, serviceniveau zoals inzamelfrequenties of de dekkingsgraad van verzamelcontainers. In bijlage 1 vindt u een meer technische toelichting op de wijze waarop de scenario’s zijn uitgewerkt en gekwantificeerd.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
14/46
4 Scenario 1: Nascheiding 4.1
Kenmerken van dit scenario In dit scenario wordt gestopt met de gescheiden inzameling van PMD. Het PMD wordt samen met het huishoudelijk restafval ingezameld. Het PMD wordt bij de verwerker zo veel mogelijk uit het restafval nagescheiden. In principe moet hetzelfde volume van restafval en PMD (in vergelijking met het nul-scenario) ingezameld worden. Alleen in plaats van twee verschillende inzamelvoorzieningen (voor restafval en voor PMD) wordt nu gebruik gemaakt van één inzamelvoorziening. Dit betekent dat de minicontainers voor PMD worden ingenomen. In het scenario gaan we ervan uit dat deze containers met een restwaarde worden afgeboekt. Inwoners kunnen het PMD in de minicontainer voor restafval deponeren. De huidige inzamelfrequentie (1 keer per 4 weken) moet vanwege het grote volume verhoogd naar minstens 1 keer per 2 weken. De ondergrondse verzamelcontainers voor PMD worden geschikt gemaakt voor de inzameling van restafval. Een belangrijk kenmerk van het scenario nascheiden, is dat nascheiden alleen betrekking heeft op de PMD stroom. Je kunt niet alles in één bak deponeren. Om de ander stromen zoals GFT, oud papier en karton, glas, textiel, afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) te kunnen recycling, moet deze gescheiden worden ingezameld.
In bijlage 2 vindt u een uitgebreide toelichting op bron- en nascheiding in de praktijk, in dit hoofdstuk wordt volstaan met een samenvatting van de belangrijkste kenmerken. •
Nascheiden heeft alleen betrekking op PMD Zoals gezegd heeft nascheiding alleen betrekking op de PMD-stroom. Daarbij wordt PMD samen met restafval ingezameld en achteraf via sorteerinstallaties gescheiden. Dankzij technologische vooruitgang wordt dit proces steeds verfijnder. Voor de andere stromen geldt dat deze – willen zij gerecycled kunnen worden – gescheiden moeten worden ingezameld. De gemeente is zelfs verplicht om de andere afvalstromen zoals GFT, papier, textiel en glas gescheiden aan de bron gescheiden in te zamelen. Nascheiding is dus geen allesomvattende oplossing.
•
Inzamelresultaten: cijfers over bron- en nascheiding In Nederland scheidt circa 12% van de gemeenten het PMD na. Dit zijn vooral grote gemeenten zoals Amsterdam en Rotterdam waar het gescheiden inzamelen van PMD niet goed mogelijk is. En ook scheiden veel (vooral Friese) gemeenten na, die zijn aangesloten bij Omrin5. Gemiddeld 24 kg/inwoner per jaar. Daarnaast werkt 10% van de gemeenten met een combinatie van bron en nascheiding in specifieke gebieden. De prestaties van nascheidingsinstallaties verschillen sterk per installatie en verwerker. Bekende nascheiders zijn Attero, AVR, EEW (private partijen), en AEB, HVC, Omrin (publieke partijen). De gemeenten die PMD aan de bron scheiden (71%) zamelen gemiddeld 30 kg/inw. per jaar in. Een deel hiervan wordt afgekeurd. Dit afkeurpercentage verschilt per gemeente. Het
5
Omrin is een publiek bedrijf (vennootschap) van en voor (met name Friese) gemeenten, en beschikt over een nascheidingsinstallatie. Deze installatie is uitsluitend beschikbaar voor aandeelhoudende gemeenten. In totaal laten circa 25 gemeenten hun restafval nascheiden door Omrin.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
15/46
afkeurpercentage in gemeente Soest bedraagt circa 20%. •
Kwaliteitsverschillen: kwaliteit van brongescheiden PMD is beter PMD dat aan de bron is gescheiden is doorgaans schoner en beter te recyclen. Nagescheiden PMD komt in aanraking met het huishoudelijk restafval waarin vooral de aanwezige natte fracties aan het PMD verkleven. Nascheiding levert vaker vervuilde materialen op, wat leidt tot beperkingen in de toepassing, vooral bij voedselverpakkingen. Europese regelgeving stelt gescheiden inzameling zelfs verplicht als voorwaarde voor recycling van kunststof tot voedselverpakkingen. De kwaliteit van de recycling is dus sterk afhankelijk van de gekozen scheidingsmethode.
•
Bronscheiden als voorkeursoptie, mits haalbaar. Indien niet haalbaar, dan nascheiden Bronscheiding leidt doorgaans tot een hogere kwaliteit van ingezamelde PMD en betere recyclingmogelijkheden. In veel situaties is dit de voorkeursroute, zeker in laagbouw waar voldoende opslagruimte is voor meerdere afvalstromen. Toch kent bronscheiding ook knelpunten. In stedelijke gebieden, vooral bij hoogbouw, is er vaak te weinig ruimte of ontstaan er problemen met zwerfafval. In die gevallen is nascheiding praktischer of zelfs noodzakelijk.
•
Technische verwerking restafval Restafvalverwerkers halen tegenwoordig ook andere materialen uit het restafval, zoals metalen of minerale fracties, voor nuttige toepassingen zoals hergebruik in de bouw. Organische resten kunnen worden vergist tot biogas, maar het residu hiervan is niet geschikt voor recycling. Andere restfracties worden benut als vervanger van fossiele brandstoffen. Gemeenten doen er goed aan om deze nabewerkingen mee te wegen bij aanbestedingen.
•
Marktproblematiek en ketenafspraken De markt voor gerecycled plastic is fragiel. Virgin plastics (nieuw plastic uit fossiele bronnen) zijn vaak goedkoper, wat de afzet van recyclaat onder druk zet. Ook is er een gebrek aan wetgeving die producenten verplicht om gerecycled materiaal toe te passen. Dit zorgt voor een kwetsbare keten. Tegelijkertijd zijn gemeenten afhankelijk van afspraken met producenten (zoals via de Ketenovereenkomst met Verpact). Deze overeenkomst wordt per 2025 herzien, met als doel betere afspraken over kwaliteit en kostenvergoeding.
•
Politiek-bestuurlijke keuze De uiteindelijke keuze voor bron- of nascheiding is niet alleen technisch of financieel van aard, maar ook bestuurlijk. Bronscheiding stimuleert gewenst gedrag en bewustwording. Nascheiding vergroot het gemak voor de inwoner, maar kan tot verminderde betrokkenheid leiden. Gemeenten maken hierin een eigen afweging, passend bij hun beleidsdoelen en context.
Praktische uitvoerbaarheid De wijziging van inzamelcontainers zoals hiervoor is toegelicht is in gemeente Soest praktisch uitvoerbaar. Het is daarbij van belang om inwoners goed te informeren over de wijziging. Een aantal gemeenten in Nederland is van bron- naar nascheiden van PMD gegaan, en de daar opgedane ervaringen kunnen worden benut in de gemeente Soest. Een belangrijk aspect voor de praktische uitvoerbaarheid betreft het contract voor de verwerking van huishoudelijk restafval. Het huidige verwerkingscontract biedt geen mogelijkheid voor nascheiding, en loopt tot en met 2026. Als de restafvalverwerker geen nascheidingsmogelijkheden biedt, dan is het contractueel niet toegestaan om het restafval elders (bij een nascheider) te laten verwerken. In dat geval zal Soest bij de eerstvolgende aanbesteding van de verwerking van het huishoudelijk restafval de mogelijkheid voor nascheiding van PMD in het programma van eisen opgenomen moeten worden. Nascheiding is dan praktisch mogelijk per 2027.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
16/46
4.2
Het door inwoners ervaren serviceniveau Service speelt vaak een belangrijke rol in de keuze door gemeenten voor bron- of nascheiding. Bij nascheiding kunnen inwoners hun restafval en PMD in één bak kwijt, wat als gebruikersvriendelijker kan worden gezien. Bronscheiding vraagt een extra inspanning van inwoners. Een positief service-effect zal gelden voor huishoudens waar het PMD én het restafval met minicontainers aan huis wordt ingezameld omdat er bij nascheiden één minicontainer minder nodig is. Minder containers in de tuin of bij het huis kan door inwoners als verbetering worden ervaren. Het huidige beleid van de gemeente Soest er op gericht dat bij percelen kleiner dan 130 m² de minicontainer voor restafval vervangen wordt door een ondergrondse container, zodat deze huishoudens er drie overhouden (‘omgekeerd inzamelen’): voor PMD, oud papier en karton (OPK), en GFT. Juist voor deze huishoudens heeft het nacheiden van PMD een minder positief service-effect. Bij nascheiden moeten de inwoners hun restafval met daarin het volumineuze PMD wegbrengen naar een ondergrondse container. Vanwege het volumineuze PMD zal dit wel veel vaker zijn. Wellicht in plaats van 1 keer per twee weken, naar 2 keer per week. Dit kan als een vermindering van het serviceniveau worden ervaren.
4.3
Te verwachten milieueffecten In het nascheiding-scenario gaan we ervanuit dat gemiddeld 30 kg/inw. PMD wordt nagescheiden 6. Dit is meer dan het gemiddelde van gemeenten die nascheiden (24 kg/inw.) en betreft de bovenkant van de bandbreedte. Er wordt vanuit gegaan dat het nascheiden van PMD gebeurt met een technisch doorontwikkelde installatie. Voor de overige gescheiden ingezamelde grondstoffen zijn de prestaties in referentiegemeenten die nascheiden meegenomen. Als een keuze voor nascheiding wordt gemaakt, moet men er rekening mee houden dat het een extra uitdaging wordt om de afvalbeheerprestaties als geheel op een hoger peil te brengen en/of te houden. Zoals gezegd wordt in Soest al veel PMD gescheiden ingezameld. De afvalbeheerprestaties zullen niet wezenlijk verbeteren door te stoppen met gescheiden inzameling van PMD en het restafval na te scheiden. In gemeenten met nascheiding zien we een relatief lagere hoeveelheid andere gescheiden grondstoffen, met name GFT en oud papier. De hoeveelheid textiel is vaak wel hoger. De volgende tabel toont de afval- en grondstoffenhoeveelheden in de 0-situatie en het scenario nacheiden. Per saldo is het scheidingspercentage 58% (lager dan de huidige situatie 62%). De volgende tabel toont het te verwachten milieueffect en is gebaseerd op goed presterende referentie gemeenten met nascheiding van PMD.
6
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
17/46
Totale Hoeveelheid (kg) per inwoner Verschil 1 Nascheiding van PMD versus 0-situatie
Kg per inwoner per jaar
0-situatie
1 Nascheiding van PMD
Versie 1.
Huishoudelijk restafval Grof huishoudelijkRestAfval Groente, Fruit en Tuin-afval Brongescheiden Plastic, Blik en Drankenkartons Oud Papier en Karton VerpakkingsGlas Textiel Klein Chemisch Afval Luiers en incontinentie-materiaal Overige droge componenten Grof tuinafval (composteerbaar) (Gescheiden) Grof Huishoudelijk Afval Totaal ingezameld (kg per inwoner) Restafval per jaar ingezameld (fijn en grof) Ingezamelde grondstoffen per jaar (exclusief afkeur) % bronscheiding Grondstoffen uit nascheidingsinstallatie Afgekeurd PBD/PMD bij bronscheiding Restafval per jaar (grof en fijn incl. residu nasorteren) % afvalscheiding Brongescheiden grondstoffen
restafval
140 29 115 29 45 23 3 1 1 0 13 66 466 169 296 64% 6 175 62%
4.4
Verschil 1 nascheid tov 0-situatie
197 29 91 0 40 23 5 1 1 0 13 66 466 225 240 52% 30 195 58%
56 0 -24 -29 -5 0 2 0 0 0 0 0 56 -56 -12% 30 -6 20 -4%
0%
Te verwachten kosteneffecten Het volgende overzicht toont de jaarlasten van dit scenario. De jaarlasten zijn geen integrale kostprijs, maar zijn toegespitst op de kostencomponenten benodigd voor een onderlinge vergelijking van de scenario’s. De kosten stijgen per saldo circa € 320.000,- (€15,- per huishouden). Kosten per jaar Verschil 1 Nascheiding van PMD versus 0-situatie
€ per jaar
0-situatie
1 Nascheiding van PMD
Versie 1.
Uitvoeringskosten Inzamelmiddelen Verwerking Overige (communicatie, handhaving en/of inningen) Totale kosten afvalbeheer Kosten per aansluiting
21.250
Verschil 1 nascheid tov 0-situatie
€ 1.444.000 € 769.000 € 1.682.000 €0
€ 1.390.000 € 754.000 € 2.071.000 €0
-€ 54.000 -€ 15.000 € 389.000 €0
-4% -2% 23% 0%
€ 3.895.000 € 183
€ 4.215.000 € 198
€ 320.000 € 15
8% 8%
Toelichting: •
De inzamelkosten (uitvoeringskosten) dalen per saldo. Het is het gevolg van verschillende kostenverlagende en kostenverhogende effecten. De inzameling van PMD (elke twee weken) stopt. De inzamelfrequentie van inzamelen van restafval (met PMD) is in de huidige situatie 1 keer per 4 weken, en moet worden verhoogd naar 1 keer per 2 weken. Het aanbiedpercentage van de minicontainers zal echter ook stijgen. Het ledigen van de verzamelcontainers wordt efficiënter: in plaats van twee routes voor PMD en restafval apart, kan nu één inzamelroute worden gereden. Per saldo dalen de logistieke inzamelkosten.
•
De kosten voor de inzamelmiddelen (rente, afschrijving en onderhoud van containers) dalen licht. Hetzelfde volume restafval en PMD moet worden ingezameld, maar in plaats van aparte containers voor restafval en voor PMD worden deze stromen met één inzamelmiddel ingezameld. Bij nascheiden moet bij circa 43 bestaande ondergrondse containers de inworpopening worden aangepast en het toegangssysteem (pasje) ingebouwd. Dit vergt een additionele investering van € 530.000,-. Deze investering is verdisconteerd in de jaarkosten. Per saldo zijn de kosten voor inzamelmiddelen circa € 15.000,- lager ten opzichte van het nulscenario.
•
De verwerkingskosten stijgen ten opzichte van het nul-scenario. Dit is het resultaat van verschillende effecten: o
De verwerkingskosten voor restafval stijgen. Er is sprake van een gelijkblijvend tarief per ton, echter de hoeveelheid (massa) neemt toe, namelijk met de hoeveelheid PMD dat in het nul-scenario gescheiden wordt.
o
De afvalstoffenbelasting wijzigt in dit scenario niet significant omdat we ervan uitgaan dat alleen over het restafval (nadat het PMD is verwijderd) belasting wordt gegeven, en
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
18/46
niet over het nagescheiden PMD. o
In het nascheiding-scenario vervallen de kosten voor afgekeurd PMD. Dit leidt dus tot lagere kosten.
o
De PMD inzamelvergoeding die de gemeente ontvangt van Verpact wijzigt. In het nul-scenario ontvangt de gemeente circa € 270,- per ton (goedgekeurd) PMD. Bij nascheiden bedraagt de vergoeding circa € 15,- per ton ingezameld restafval. Met name door de relatief grote hoeveelheid gescheiden (en goedgekeurd) PMD in het nul-scenario verminderd deze vergoeding circa € 226.000,- per jaar in het nacheiding-scenario.
De hiervoor genoemde kostencategorieën zijn structureel. Daarnaast wordt rekening gehouden met € 107.000,- eenmalige projectkosten (€ 3,- per huishouden gedurende twee jaar). Dit betreft de kosten voor het voorbereiden van de ondergrondse containers, omwisselen 140 liter voor 240 liter minicontainer en de communicatie rond de wijziging van het beleid van bron naar nascheiden.
Samenvattend overzicht De volgende tabel vat de resultaten samen. Bij nascheiding wordt een vermindering van de milieuprestatie verwacht waarbij de afvalscheiding daalt van 62% naar 58%. De hoeveelheid (te verbranden) restafval stijgt van 175 kg/inw. naar 195 kg/inw. De kosten stijgen circa € 15,- per huishouden. Een aantal minicontainers voor PMD wordt ingenomen, waarbij extra verzamelcontainers voor restafval (met PMD) worden geplaatst. Hiermee is een additionele investering gemoeid van € 540.000,-. Deze investering is verdisconteerd in jaarlasten. Tot slot wordt rekening gehouden met € 107.000,- eenmalige projectkosten (€ 3,- per huishouden gedurende twee jaar) ten behoeve van de wijzigingen van de inzamelvoorzieningen en communicatie. Resume 0-situatie en 1 Nascheiding van PMD Scenario 0-situatie
1 Nascheiding van PMD
Verschil 1 nascheid tov 0-situatie
Afvalscheiding (bron- en nagescheiden) (%)
62%
58%
-4%
Restafval* (kg per inw.)
175kg
195kg
20kg
Kostenafvalbeheer (€ per aansluiting)
€ 183
€ 198
€ 15
Kostenverschil met 0-situatie (€ per aansluiting)
€0
€ 15
Investering
Jaarlast
Milieu
Versie 1.
€ 5.730k
€ 5.380k
-€ 350k
- Additionele investering
€ 0k
€ 540k
€ 540k
Project
4.5
Eenmalige projectkosten totaal
€0
€ 107
€ 107k
Per huishouden per jaar in planperiode (2jr)
€0
€3
€3
Totale investering
* Restafval c.q. residu (fijn- en grof huishoudelijk restafval en exclusief eventuele nagescheiden grondstoffen)
Overige aandachtspunten Bij het stoppen met gescheiden inzamelen van PMD moet ook rekening worden gehouden met de gevolgen voor de effectiviteit van de huidige en toekomstige beleidsinstrumenten van de gemeente. •
Een restrictief beleid bij het aan huis inzamelen van restafval – zoals het verlagen van de inzamelfrequentie - is bij nascheiden van PMD niet goed uitvoerbaar. Doordat het volumineuze PMD samen met restafval wordt ingezameld is de minicontainer snel gevuld, en zal minstens om de week ingezameld moeten worden. De frequentie van inzameling van restafval aan huis zal minstens naar 1 keer per 2 weken verhoogd moeten worden. En door het volumineuze PMD bij het restafval zal het aanbiedpercentage hoog zijn (richting 90/95%).
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
19/46
•
Stoppen met het aan de bron scheiden van PMD wringt met het model ‘omgekeerd inzamelen’. Inwoners in Soest grondgebonden woningen met een relatief klein perceel, worden daarbij gestimuleerd door afvalscheiding (van PMD) zo min mogelijk restafval te hoeven wegbrengen naar een ondergrondse container. Maar door het grote volume van plastic en drankenkartons zal het aantal huisvuilzakken dat een huishouden per week produceert flink toenemen en moet men dus vaker naar de ondergrondse container lopen. Het kan daardoor gewenst zijn om meer ondergrondse containers te plaatsen zodat deze beter bereikbaar zijn.
•
Het toepassen van een prijsprikkel (diftar) op het aanbieden van restafval is bij nascheiden van PMD niet (goed) mogelijk. Inwoners betalen dan namelijk voor elke keer dat restafval wordt aangeboden, terwijl er in dit restafval ook de volumineuze grondstof PMD aanwezig is. Men moet dus extra betalen bij het aanbieden van een minicontainer waarin ook (met name) PMD zit. Bij een prijsprikkel zouden inwoners juist extra gestimuleerd moeten worden om zo veel mogelijk grondstoffen te scheiden. Als nascheiding van PMD gecombineerd wordt met diftar, wordt daarom aangeraden om diftar op basis van gewicht (en frequentie) toe te passen. Daarmee heeft een aantal gemeenten in vooral Friesland goede ervaringen.
•
Tot slot. Ook bij nascheiding blijft de basisboodschap: voorkomen van verspilling, bevorderen van duurzaamheid en circulariteit, reductie restafval en meer recycling grondstoffen. Echter doordat de grondstof PMD niet meer wordt onderscheiden maar samen met het huishoudelijk restafval wordt ingezameld, wordt het uitdragen van deze boodschap communicatief lastiger en kunnen inwoners onverschilliger worden jegens afvalscheiding in het algemeen.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
20/46
5 Scenario 2: Optimaliseren huidige voorzieningen 5.1
Kenmerken van dit scenario Dit scenario betreft het voortzetten van het huidige inzamelsysteem en de bijbehorende voorzieningen inclusief flankerende maatregelen. Gemeente Soest heeft met de uitvoering van de Grondstoffenaanpak 2021–2024 belangrijke stappen gezet richting een circulaire aanpak van huishoudelijk afval. Deze aanpak heeft geleid tot een breed basispakket aan voorzieningen waarop dit scenario voortbouwt. In dit scenario worden dus geen fundamentele wijzigingen aangebracht in de inzamelstructuur. In plaats daarvan ligt de focus op het optimaliseren van de bestaande situatie via aanvullende, zogenoemde flankerende maatregelen. Deze betreffen onder andere verbeterde communicatie, educatie, handhaving, monitoring en gedragsbeïnvloeding. Hiermee wordt ingezet op gedragsverandering en stimulering van afvalpreventie en betere scheiding, binnen het bestaande systeem. Het betreft de volgende maatregelen. Zie voor een nadere toelichting hoofdstuk 7. Maatregel Acties Preventie en bewustwording (communicatie en participatie) 1. Stevig communicatieprogramma
- Positieve, motiverende communicatie over afvalscheiding - Gedragsstimulering en kennis ophalen - Doorlopende campagnes
2. Verbetering kwaliteit ingezamelde stromen
- Grondstoffencommunicatie en kwaliteitsmetingen - Wijkgerichte acties voor GFT en PMD - Samenwerking met RMN
3. Online participatieplatform
- Verkennen uitbreiding van het ‘Denk mee over’ platform (www.denkmeeover.nl) - Inwoners betrekken via online tools (polls, ideeën, educatie)
4. Stimuleren van producthergebruik
- Campagnes over hergebruik en reparatie - Samenwerking met SKS Store en CANS - Ondersteuning van ruil- en weggeefinitiatieven - Promotie van Repair Cafés
5. Optimalisatie afval-app
- Toevoegen feedback over scheidingsgedrag in afval-app - Versterken rol van app als gedragsinstrument
Service en inzamelvoorzieningen 6. Optimalisatie GFT-inzameling hoogbouw
- Beter informeren over GFT-pas en gebruik - Uitdelen GFT-keukenbakjes met communicatiecampagne
7. GRIP-wagen (haalbaarheidsonderzoek)
- Uitvoeren onderzoek samen met RMN en regio - Beoordeling routes, communicatie, inzet en financiering
8. Recyclezuil
- Onderzoek plaatsing recyclezuilen - Communicatie en introductie recyclezuilen
9. Gescheiden inzameling luiers
- Volgen UPV-ontwikkelingen - Maatregelen zoals extra containers of communicatie - Voorlichting over herbruikbare luiers en zindelijkheid
10. Optimalisatie textielinzameling
- Monitoring effect huis-aan-huisinzameling door SKS - Onderzoek naar strategische plaatsing extra containers
11. Optimalisatie grofvuilinzameling
- Stimuleren gebruik milieustraat - Opstarten campagne ‘inwoners helpen elkaar’
Techniek en innovatie 12. Techniek & innovatie verwerking
- Sturing op hoogwaardige recycling via contracten RMN/AVU - Selectie duurzame verwerkers
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
21/46
- Monitoring sorteerkwaliteit en afkeur
Handhaving 13. Uitvoeringsprogramma VTH
- Aansluiting VTH-programma op afvalbeleid - Zorgen voor voldoende handhavingscapaciteit
14. Recyclingcoach
- Inzet van recyclingcoaches voor begeleiding en handhaving - Inwoners aanspreken, adviseren en stimuleren
Zonder ingrijpende wijzigingen in de inzamelstructuur en de voorzieningen wordt met deze flankerende maatregelen het voorkomen en beter scheiden van afval verder bevorderd. Met goede voorlichting worden de inwoners wegwijs gemaakt in de beschikbare inzamelstructuur of over de mogelijkheden om hun afvalaanbod te verminderen. Communicatie omvat naast deze voorlichting ook de bewustwording van inwoners van het duurzaamheidsbelang ervan én het bevorderen van de motivatie om bij te willen dragen aan een duurzame samenleving. Ook intensivering van handhaving behoort tot de maatregelen. De communicatie- en handhavingsinstrumenten voor het verleiden, beïnvloeden en sturen op het gewenste gedrag van inwoners zijn divers en worden gevarieerd zodat de attentiewaarde blijvend op het gewenste peil wordt gehouden.
5.2
Het door inwoners ervaren serviceniveau Het huidige afvalbeleid van de gemeente Soest is gebaseerd op het principe van accommoderend beleid voor grondstoffen en restrictief beleid voor restafval. Dit betekent dat gescheiden grondstoffen (zoals GFT, PMD, papier/karton en glas) zo makkelijk mogelijk kunnen worden aangeboden. In de laagbouw gebeurt dit grotendeels via minicontainers aan huis, terwijl voor de hoogbouw verzamelcontainers beschikbaar zijn. Voor textiel, luiers en klein chemisch afval zijn specifieke brengvoorzieningen ingericht. Tegelijkertijd is de service op het aanbieden van restafval bewust minder groot gemaakt. In veel wijken moeten inwoners hun restafval wegbrengen naar ondergrondse containers. Hierdoor worden zij gestimuleerd om beter te scheiden en zo min mogelijk restafval over te houden. Voor grofvuil geldt dat inwoners gratis gescheiden afval kunnen inleveren bij het recyclestation (milieustraat). Wie grofvuil ongescheiden en aan huis wil laten ophalen, betaalt hiervoor een vergoeding. Deze differentiatie in service en kosten is bedoeld om scheiding van grondstoffen te bevorderen. Uit de in 2024 uitgevoerde inwonersenquête blijkt dat de meerderheid van de inwoners tevreden is over het huidige serviceniveau. Grondstoffen kunnen eenvoudig worden aangeboden, en inwoners ervaren dit als laagdrempelig.
Een ruime meerderheid geeft aan dat afvalscheiding goed gefaciliteerd wordt, vooral in de laagbouw. Kortom, met dit scenario wordt verwacht dat het door de inwoners ervaren service niveau en hun tevredenheid niet significant wijzigt.
5.3
Te verwachten milieueffecten De milieuprestaties op het gebied van huishoudelijk afval zijn in de gemeente Soest in de afgelopen vijf jaar redelijk stabiel. Hoewel in deze periode enkele verbeteringen zijn gerealiseerd, zoals een lichte afname van de hoeveelheid restafval per inwoner, is er geen sprake van een structurele stijging van het scheidingspercentage of een sterke daling van het restafval. Dit betekent dat zonder aanvullende maatregelen geen grote milieueffecten te verwachten zijn op korte termijn. Met dit scenario worden dan ook geen trendbreuk in de afvalprestaties verwacht. Wel moet worden opgemerkt dat enkele maatregelen uit de eerste fase van de Grondstoffenaanpak 2021–2024 pas eind 2023 of begin 2024 volledig zijn geïmplementeerd. Voorbeelden hiervan zijn de invoering van GFT-inzameling bij hoogbouw en de afronding van het omgekeerd inzamelen.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
22/46
Hierdoor is het mogelijk dat er in de komende jaren nog sprake is van een uitgesteld milieueffect, dat zich geleidelijk manifesteert naarmate deze voorzieningen door meer inwoners actief worden gebruikt. In dit scenario wordt integraal beleid gevoerd. Dat wil zeggen dat – inclusief flankerende maatregelen – alle beleidsinstrumenten: service, communicatie, educatie, toezicht, handhaving en technische ondersteuning op een evenwichtige manier worden ingezet. Door deze instrumenten slim in te zetten en periodiek te evalueren, kan Soest inspelen op veranderend gedrag en nieuwe inzichten, en zo blijven werken aan een circulaire en duurzame afvalketen. Zonder dat er in de structuur of voorzieningen grote veranderingen worden aangebracht. De tabel toont het te verwachten milieueffect en is gebaseerd op goed presterende referentie gemeenten met een vergelijkbaar beleid als gemeente Soest. Er wordt rekening gehouden met een extra afname van het huishoudelijk restafval met circa 9 kg/inw. per jaar door meer afvalscheiding. Er wordt vooral meer oud papier, textiel en PMD gescheiden ingezameld. Per saldo is het scheidingspercentage 64% (hoger dan de huidige situatie 62%). Totale Hoeveelheid (kg) per inwoner Kg per inwoner per jaar
Brongescheiden grondstoffen
restafval
Huishoudelijk restafval Grof huishoudelijkRestAfval Groente, Fruit en Tuin-afval Brongescheiden Plastic, Blik en Drankenkartons Oud Papier en Karton VerpakkingsGlas Textiel Klein Chemisch Afval Luiers en incontinentie-materiaal Overige droge componenten Grof tuinafval (composteerbaar) (Gescheiden) Grof Huishoudelijk Afval Totaal ingezameld (kg per inwoner) Restafval per jaar ingezameld (fijn en grof) Ingezamelde grondstoffen per jaar (exclusief afkeur) % bronscheiding Grondstoffen uit nascheidingsinstallatie Afgekeurd PBD/PMD bij bronscheiding Restafval per jaar (grof en fijn incl. residu nasorteren) % afvalscheiding
5.4
Verschil 2. Continueren en optimaliseren huidige voorzieningen versus 0-situatie 2. Continueren en Verschil 2. optimaal 0-situatie optimaliseren huidige tov 0-situatie voorzieningen Versie 1. 140 131 -10 29 29 0 115 115 0 29 32 3 45 48 3 23 23 0 3 5 2 1 1 0 1 3 2 0 0 0 13 13 0 66 66 0 466 466 169 159 -10 296 306 10 64% 66% 2% 6 7 1 175 166 -9 62% 64% 2%
0%
Te verwachten kosteneffecten Het volgende overzicht toont de jaarlasten van dit scenario. Zoals gezegd betreft dit een overzicht van de kostencomponenten benodigd voor een onderlinge vergelijking van de scenario’s. De kosten in dit scenario dalen licht van € 183 naar €180 per huishouden per jaar (totaal circa € 66.500,-. Kosten per jaar
Uitvoeringskosten Inzamelmiddelen Verwerking Overige (communicatie, handhaving en/of inningen)
Verschil 2. Continueren en optimaliseren huidige voorzieningen versus 0-situatie 2. Continueren en Verschil 2. optimaal 0-situatie optimaliseren huidige tov 0-situatie voorzieningen Versie 1. € 1.444.000 € 1.444.000 €0 € 769.000 € 769.000 €0 € 1.682.000 € 1.573.000 -€ 109.000 €0 € 42.500 € 42.500
Totale kosten afvalbeheer Kosten per aansluiting
21.250
€ per jaar
€ 3.895.000 € 183
€ 3.828.500 € 180
-€ 66.500 -€ 3
0% 0% -6% 0% -2% -2%
Toelichting: •
De inzamelkosten (uitvoeringskosten) wijzigen niet, omdat de wijze van inzameling niet ingrijpend wijzigt.
•
Ook zijn de jaarlasten voor de inzamelmiddelen (rente, afschrijving en onderhoud van containers) gelijk aan het nul-scenario.
•
De verwerkingskosten dalen met circa € 109.000,- ten opzichte van het nul-scenario. Dit is het resultaat van verschillende effecten: o