101474 Scenarios voor Grondstoffenbeleidsplan Soest concept 07mei2025
Tekst van het document
De verwerkingskosten voor restafval en grondstoffen dalen met circa € 81.000,- als
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
23/46
gevolg van de extra afvalscheiding die in dit scenario wordt verwacht.
•
Ook de vergoeding voor de inzameling van PMD stijgt en draagt bij aan de verlaging van de verwerkingskosten. Zo ook lagere Afvalstoffenbelasting omdat er minder restafval verwerkt hoeft te worden. Dit leidt per saldo tot circa € 44.000,- lagere kosten.
o
De kosten voor de verwerking van afgekeurd PMD nemen toe, als gevolg van de toename van het PMD. Namelijk met circa € 17.000,-.
Verder wordt structureel rekening gehouden met circa € 42.500,- extra kosten (jaarlijks) voor flankerende maatregelen zoals toegelicht in paragraaf 5.1).
Samenvattend overzicht Bij het continueren en optimaliseren van het huidige beleid wordt een lichte verbetering van de milieuprestatie verwacht: van 62% naar 64% afvalscheiding. De hoeveelheid te verbranden restafval daalt van 175 kg naar 166 kg per inwoner per jaar. Hierdoor dalen de kosten licht met circa € 3,- per huishouden. Dit is inclusief € 43.000,- extra kosten ten behoeve van flankerende maatregelen. Tot slot moet ook rekening gehouden worden met € 42.000,- eenmalige projectkosten (€ 1,- per huishouden gedurende twee jaar) voor het voorbereiden en implementeren van deze flankerende maatregelen. Resume 0-situatie en 2. Continueren en optimaliseren huidige voorzieningen Scenario 0-situatie
Investering
Jaarlast
Milieu
Versie 1.
Project
5.5
o
2. Continueren en optimaliseren huidige voorzieningen
Verschil 2. optimaal tov 0-situatie
Afvalscheiding (bron- en nagescheiden) (%)
62%
64%
2%
Restafval* (kg per inw.)
175kg
166kg
-9kg
Kostenafvalbeheer (€ per aansluiting)
€ 183
€ 180
-€ 3
Kostenverschil met 0-situatie (€ per aansluiting)
€0
-€ 3
€ 5.730k
€ 5.730k
Totale investering
€ 0k
- Additionele investering
€ 0k
€ 0k
€ 0k
Eenmalige projectkosten totaal
€0
€ 42
€ 42k
Per huishouden per jaar in planperiode (2jr)
€0
€1
€1
* Restafval c.q. residu (fijn- en grof huishoudelijk restafval en exclusief eventuele nagescheiden grondstoffen)
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
24/46
6 Scenario 3: Diftar 6.1
Kenmerken van dit scenario In dit scenario worden gedifferentieerde tarieven toegepast voor het aanbieden van restafval. Er geldt dan een vast basistarief en een tarief per keer dat huishoudelijk afval wordt aangeboden. Daarbij worden de principes ‘de vervuiler betaalt’ of ‘afvalscheiding loont’ gevolgd 7. Goed afvalscheidingsgedrag wordt beloond door middel van een prijsprikkel c.q. een lagere afvalstoffenheffing. Er zijn verschillende manieren om diftar uit te voeren, waarbij alle methoden terug te voeren zijn op de genoemde principes. In Nederland is de meest voorkomende vorm van diftar op basis van volume en frequentie. Het tarief dat een inwoner moet betalen is dan afhankelijk van het aantal ledigingen en het volume van het aangeboden restafval. Het gedifferentieerde tarief wordt in de meeste gemeenten alleen geheven op huishoudelijk restafval8. Het aantal gemeenten dat diftar toepast is in de afgelopen jaren toegenomen. In 2025 past meer dan de helft van de Nederlandse gemeenten een vorm van diftar toe. De meeste gemeenten dus het systeem “volume-frequentie”. De vorm volume-frequentie is populair omdat het ook een efficiëntere inzameling bevordert en daarmee lagere inzamelkosten. Bij gebruik van minicontainers worden inwoners gestimuleerd om de restafvalbak alleen aan te bieden als de container goed gevuld is, waardoor er minder containers hoeven worden geleegd.
Ook is het systeem volume-frequentie technisch robuust. In dit scenario gaan we er dus vanuit dat inwoners een tarief betalen voor elke keer dat zij hun minicontainers met restafval aanbieden, en elke keer dat men een restafvalzak in de ondergrondse container deponeert. Voldoende mogelijkheden om grondstoffen te kunnen scheiden Omdat het aanbieden van restafval met een financiële prikkel wordt ontmoedigd, is het van belang dat gemeente Soest de inwoners voldoende mogelijkheden biedt om grondstoffen te scheiden. Zoals gezegd is het voorzieningenniveau in de basis al op orde. Verdere optimalisaties (zie ook de flankerende maatregelen) is daarbij gewenst. Speciale aandacht gaat uit naar huishoudens waar luiers en incontinentiemateriaal vrijkomt. Dit kan een aanzienlijke hoeveelheid per week zijn. In veel gemeenten die diftar (gaan) toepassen worden vaak goede mogelijkheden gecreëerd om luiers gescheiden aan te bieden. Deze huishoudens krijgen daarvoor (exclusief en gereguleerd met een pasjessysteem) toegang tot de inzamelvoorzieningen, en hoeven dan niet (of minder) te betalen per aanbieding. Zie voor een nadere toelichting de flankerende maatregel ‘luierinzameling’. In het diftar scenario is kwantitatief (en financieel) geen rekening gehouden met uitbreiding van de luierinzameling.
Dit in verband met de UPV waarvan de uitkomsten, zoals de wijze waarop en de mate waarin producenten een vergoeding aan gemeenten betalen, nog niet bekend zijn.
7 8
Het wel of niet toepassen van gedifferentieerde tarieven kent dus ook een politiek-bestuurlijke invalshoek waarbij keuzes kunnen worden gemaakt vanuit solidariteitsprincipes of vanuit individualiseringsprincipes. In een enkele situatie wordt ook een (laag) tarief geheven op het aanbieden van GFT, om te voorkomen dat te lege gft bakken bij iedere inzamelronde aan de straat worden gezet. Dit is dus meer een efficiëntiemaatregel dan een prijsprikkel voor betere afvalscheiding.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
25/46
Praktische uitvoerbaarheid Een belangrijk voorwaarde om diftar succesvol toe te passen is het ‘diftar-proof’ maken van de inzamelvoorzieningen. Voorkomen moet worden dat inwoners huishoudelijk restafval kunnen aanbieden zonder daarvoor een diftar tarief te betalen. Dit betekent dat restafvalcontainers alleen met een pasje te openen zijn (ondergrondse containers) of met chip registratie aan het huishouden gekoppeld kunnen worden (minicontainers). Ook moeten de inwoners goede mogelijkheden hebben om afval te scheiden, wat in Soest het geval is. In technisch opzicht is de implementatie van diftar in de gemeente Soest goed mogelijk, mits de uitvoeringsorganisatie RMN ook de technische voorzieningen beschikt. •
Voertuigen dienen te worden uitgerust met registratieapparatuur terwijl de containers voorzien moeten worden van hoogfrequent tag om een nauwkeurige registratie mogelijk te maken.
•
Bij de administratieve verwerking van de afvalstoffenheffing moet rekening worden gehouden met de tariefdifferentiatie. Dit vereist de implementatie van een geautomatiseerd systeem.
In bijlage 3 vindt u een toelichting op de invoering van een containermanagementsysteem (CMS), dat bij diftar noodzakelijk is. Met de kosten voor het op orde brengen van het CMS in het diftar-scenario al rekening gehouden. De meeste publieke organisaties in Nederland past wel in één, enkele of alle deelnemende gemeenten diftar toe. We gaan er gevoeglijk vanuit dat dit voor RMN ook uitvoerbaar is. Verder moeten alle mogelijk ‘ontwijkroutes’ voor restafval zo veel mogelijk afgesloten worden. Zo zal er ook betaald moeten worden voor het aanbieden van restafval op de milieustraat. Het aan huis laten ophalen van grofvuil is in de huidige situatie al betaald dus hoeft niet aangepast te worden. Afvaldumping en bijplaatsing9 Ontwijkgedrag is een belangrijk thema in de discussies over diftar. De ongewenste neveneffecten zoals bijplaatsingen, zwerfafval, afvaldumping en huishoudelijk afval dat via alternatieve routes, zoals via bedrijfsafval, wordt afgezet. Er zijn over bijplaatsingen en afvaldumpingen naar aanleiding van de invoering van diftar geen exacte landelijke cijfers bekend, maar er zijn wel veel ervaringen opgedaan in de afgelopen jaren. Diftar leidt soms tot een (tijdelijke!) toename van afvaldumpingen, bijplaatsingen en volle prullenbakken.
Gemeenten die deze systematiek al jaren geleden hebben ingevoerd geven aan dat de daadwerkelijke toename van dit ongewenste gedrag slechts van korte duur is, en erg meevalt als het wordt vergeleken met de situatie vóór diftar. Bij de invoering van diftar moeten voldoende flankerende maatregelen worden getroffen zoals goede communicatie en extra handhaving. Ook wordt vaak in discussies benoemd dat dumpingen in de natuur toenemen na de invoering van diftar. De in het genoemde onderzoek geïnterviewde gemeenten geven aan dat het probleem van dumpingen voornamelijk grof afval of illegale stort (zoals drugsafval) betreft en dat het niet een groter of minder beheersbaar probleem is geworden sinds de invoering van diftar op het fijn huishoudelijk afval. De angst blijkt vaak onterecht groot te zijn.
9
Mede gebaseerd op Diftar als beleidsinstrument bij huishoudelijk afvalbeheer: Beschrijvend onderzoek naar de toepassing van geïndividualiseerde gedifferentieerde tarieven bij de gescheiden inzameling van afval- en grondstoffen van huishoudens, 25 januari 2021 uitgevoerd door IPR Normag in opdracht van Rijkswaterstaat.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
26/46
Een goede voorbereiding is van belang De ervaring leert dat gedegen voorbereidingen getroffen moeten worden voor de daadwerkelijke invoering van diftar. Dit om draagvlak bij de bewoners te creëren, voorzieningen op orde te hebben voor het aanbieden van de gescheiden grondstofstromen. Ook moeten de risico’s voor ontwijkroutes in kaart worden gebracht zodat deze gericht kunnen worden afgesloten. En ten tijde van de invoering moet de gemeente rekening houden met extra voor communicatie en handhaving. Ook een politiek-bestuurlijke keuze Een keuze voor diftar kan worden gebaseerd op te verwachten milieu- en kosteneffecten. Maar het wel of niet toepassen van gedifferentieerde tarieven kent ook een politiek-bestuurlijke invalshoek waarbij keuzes vanuit solidariteitsprincipes of vanuit het principe van ‘de vervuiler betaalt’ worden gemaakt. Deze aanvulling legt de mogelijke spanning bloot tussen enerzijds het collectief delen van kosten (solidariteit) en anderzijds het beprijzen van individueel gedrag (vervuiler betaalt).
6.2
Het door inwoners ervaren serviceniveau Voor diftar is het lastig om een eenduidige inschatting te maken of inwoners dit systeem als een verbetering of verslechtering van het serviceniveau zullen ervaren. Bij diftar wordt het serviceniveau voor het aanbieden van restafval bewust verlaagd door middel van een prijsprikkel. Het aanbieden van restafval wordt minder vanzelfsprekend, bijvoorbeeld door een tarief per lediging of per zak, waarmee inwoners worden gestimuleerd om restafval te beperken. Dit kan worden ervaren als een beperking in gemak of vrijheid, zeker door inwoners die al zorgvuldig scheiden of die te maken hebben met onvermijdbaar restafval (zoals medisch afval). Tegelijkertijd kan het systeem gepaard gaan met het verhogen van de service voor het gescheiden aanbieden van grondstoffen. Door ruimere inzamelvoorzieningen, betere bereikbaarheid van containers of hogere frequenties kan het makkelijker worden gemaakt om recyclebare stromen aan te bieden (accommoderend beleid). In dat geval ontstaat een verschuiving van het serviceniveau: van restafval naar grondstoffen. Hoe inwoners het serviceniveau uiteindelijk beleven, hangt sterk af van persoonlijke omstandigheden, gedrag, kennis en betrokkenheid, maar ook van de manier waarop het systeem wordt ingevoerd en toegelicht.
Transparante communicatie, goede begeleiding bij de invoering en het bieden van alternatieven (zoals hulp bij afvalscheiding of voorzieningen voor specifieke doelgroepen) spelen hierin een cruciale rol. Het ervaren serviceniveau bij diftar is dus sterk contextafhankelijk. Zonder aanvullende maatregelen kan diftar als ingewikkeld worden ervaren, maar met een zorgvuldige en sociaal gedragen invoering kan het juist bijdragen aan meer bewustwording en waardering voor goede afvalscheiding.
6.3
Te verwachten milieueffecten Als gevolg van de prijsprikkel en bewustwording (ook door communicatie en campagne van de gemeente) zorgen inwoners ervoor dat zij minder restafval produceren. Door bewuste keuzes ten aanzien van verpakkingen (geen verpakking, herbruikbaar of verpakking retour aan de leverancier), voorkomen van voedselverspilling, minder consumentenproducten door leden en delen, langere levensduur van producten door reparatie en hergebruik, et cetera. De landelijke afvalcijfers van Nederlandse gemeenten spreken voor zich: in 2023 produceerden inwoners in niet-diftar gemeenten gemiddeld circa 187 kg fijn huishoudelijk restafval (CBS, 2024) per persoon en inwoners in diftar gemeenten gemiddeld circa 91 kg per persoon. Dit is een verschil van 96 kg. Het grote verschil in hoeveelheid restafval tussen diftar- en niet-diftar gemeenten is niet puur toe te schrijven aan het beprijzen van het restafval, maar aan de combinatie van alle maatregelen die benodigd zijn bij het toepassen van diftar. Gemeenten moeten bij het invoeren Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
27/46
van diftar uitgebreid gaan communiceren, de faciliteiten voor het scheiden van grondstoffen moeten voldoende zijn, meer gaan handhaven. En ook het containermanagement dat voor diftar noodzakelijkerwijs moet worden ingevoerd (chippen van containers) zorgt ervoor dat illegaal meeliftend bedrijfsafval wordt geweerd. Allemaal effecten die bijdragen aan de milieueffecten bij het toepassen van diftar. Voor dit scenario wordt het te verwachten milieueffect gebaseerd op de referentiegemeenten met dezelfde gebiedskenmerken (hoogbouw- en stedelijkheidsklasse) en grootte (inwoneraantal) die diftar toepassen. De tabel toont het te verwachten milieueffect en is gebaseerd op met Soest vergelijkbare referentie gemeenten met diftar. Er wordt een afname van het huishoudelijk restafval met circa 65 kg/inw. per jaar verwacht. Dit is als gevolg van meer afvalscheiding én preventie. Alle gescheiden recyclebare stromen nemen toe. Daarbij zijn GFT en PMD de grote stijgers. Als gevolg van prijsprikkel worden inwoners extra gestimuleerd om grof huishoudelijk afval gescheiden weg te brengen naar de milieustraat. Ook daar zien we een verbetering van circa 9 kg/inw. per jaar. Per saldo is het scheidingspercentage 76% (hoger dan de huidige situatie 62%). Totale Hoeveelheid (kg) per inwoner Verschil 3. Tariefdifferentiatie aanbieden restafval versus 0-situatie
Kg per inwoner per jaar
3. Tariefdifferentiatie aanbieden restafval
0-situatie Versie 1.
Huishoudelijk restafval Grof huishoudelijkRestAfval Groente, Fruit en Tuin-afval Brongescheiden Plastic, Blik en Drankenkartons Oud Papier en Karton VerpakkingsGlas Textiel Klein Chemisch Afval Luiers en incontinentie-materiaal Overige droge componenten Grof tuinafval (composteerbaar) (Gescheiden) Grof Huishoudelijk Afval Totaal ingezameld (kg per inwoner) Restafval per jaar ingezameld (fijn en grof) Ingezamelde grondstoffen per jaar (exclusief afkeur) % bronscheiding Grondstoffen uit nascheidingsinstallatie Afgekeurd PBD/PMD bij bronscheiding Restafval per jaar (grof en fijn incl. residu nasorteren) % afvalscheiding Brongescheiden grondstoffen
restafval
140 29 115 29 45 23 3 1 1 0 13 66 466 169 296 64% 6 175 62%
6.4
Verschil 3. diftar tov 0-situatie
86 13 144 43 48 24 7 1 5 0 15 75 461 98 362 79% 11 109 76%
-55 -16 29 14 3 1 4 0 4 0 2 9 -5 -71 66 15% 5 -66 14%
-1%
Te verwachten kosteneffecten Landelijk hebben gemeenten die diftar hebben ingevoerd lagere afvalbeheerkosten dan niet-diftar gemeenten. Waar de gemiddelde afvalbeheerkosten in gemeenten zonder diftar rond de € 350,huishouden liggen, zijn de kosten in diftar gemeenten met gemiddeld € 285,- dus lager (RWS, 2025). Door inwoners te stimuleren om afval te scheiden dalen de totale kosten van het gemeentelijk afvalbeheer. Restafval is namelijk één van de duurste stromen om te verwerken. Maar ook de inzamelkosten kunnen dalen, omdat bij een variabele prijs per container minder halflege containers worden aangeboden. De volgende tabel toont de geprognosticeerde kosteneffecten. Kosten per jaar Verschil 3. Tariefdifferentiatie aanbieden restafval versus 0-situatie
€ per jaar
0-situatie Versie 1.
Uitvoeringskosten Inzamelmiddelen Verwerking Overige (communicatie, handhaving en/of inningen) Totale kosten afvalbeheer Kosten per aansluiting
21.250
3. Tariefdifferentiatie aanbieden restafval
Verschil 3. diftar tov 0-situatie
€ 1.444.000 € 769.000 € 1.682.000 €0
€ 1.513.000 € 782.000 € 1.078.000 € 116.900
€ 69.000 € 13.000 -€ 604.000 € 116.900
5% 2% -36% 0%
€ 3.895.000 € 183
€ 3.489.900 € 164
-€ 405.100 -€ 19
-10% -10%
Toelichting: •
De kosten voor inzameling stijgen per saldo circa € 69.000,- per jaar. Enerzijds is sprake van een kostendaling doordat minicontainers voor restafval minder vaak worden aangeboden (inwoners worden financieel geprikkeld om alleen aan te bieden als de container vol is). Anderzijds moeten de inzamelvoertuigen worden voorzien van chipregistratie en neemt het
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
28/46
aanbiedpercentage van de GFT containers juist toe, omdat meer GFT gescheiden wordt. •
De kosten voor inzamelmiddelen nemen € 13.000,- toe omdat circa 15.800 minicontainers moeten worden vervangen voor minicontainers met een registratiechip. Dit vergt een investering van € 514.000,-10. Deze investering is verdisconteerd in de jaarkosten.
•
Doordat er minder restafval en meer grondstoffen worden ingezameld, dalen de verwerkingskosten fors met circa € 604.000,-. Dit is het gevolg van:
•
o
Vermindering van de hoeveelheid huishoudelijk restafval met circa 66 kg/inw. per jaar. Daardoor wordt minder restafval (duur) verbrand, en hoeft daarvoor geen Afvalstoffenbelasting te betaald. De verwerking (recycling) van de extra gescheiden grondstoffen gebeurt tegen lagere tarieven en in een aantal gevallen zelfs tegen een financiële vergoeding (zoals glas en oud papier). Totaal € 523.000,- lagere kosten.
o
Hogere inzamelvergoeding voor PMD. Ook de vergoeding voor de inzameling van PMD stijgt en draagt bij aan de verlaging van de verwerkingskosten. Zo ook lagere Afvalstoffenbelasting omdat er minder restafval verwerkt hoeft te worden. Dit leidt per saldo tot circa € 187.000,- extra vergoeding.
o
Hogere kosten voor de verwerking van afgekeurd PMD. Als gevolg van de toename van het PMD, en omdat ervan uit wordt gegaan dat de afkeur van PMD stijgt van 21% tot 25%. De kosten zijn daardoor circa € 106.000,- hoger ten opzichte van het nul-scenario.
Verder wordt rekening gehouden (structureel) met € 117.000,- extra kosten per jaar. Dit zijn extra kosten die direct verband houden met diftar. Namelijk extra administratiekosten rond de inning van de afvalstoffenheffing, inzet voor communicatie en handhaving, en extra reiniging.
De verbetering van de milieuprestatie door diftar leidt per saldo tot een financieel voordeel van circa € 405.000,- per jaar (€ 19,- per huishouden).
Samenvattend overzicht De volgende tabel vergelijkt de uitkomsten van het diftar-scenario met het nul-scenario. Resume 0-situatie en 3. Tariefdifferentiatie aanbieden restafval Scenario 0-situatie
3. Tariefdifferentiatie aanbieden restafval
Verschil 3. diftar tov 0-situatie
Afvalscheiding (bron- en nagescheiden) (%)
62%
76%
14%
Restafval* (kg per inw.)
175kg
109kg
-66kg
Kostenafvalbeheer (€ per aansluiting)
€ 183
€ 164
-€ 19
€0
-€ 19
Jaarlast
Kostenverschil met 0-situatie (€ per aansluiting)
Investering
Milieu
Versie 1.
€ 5.730k
€ 5.760k
€ 30k
- Additionele investering
€ 0k
€ 510k
€ 510k
Eenmalige projectkosten totaal
€0
€ 132
€ 132k
Per huishouden per jaar in planperiode (2jr)
€0
€3
€3
Project
6.5
Totale investering
* Restafval c.q. residu (fijn- en grof huishoudelijk restafval en exclusief eventuele nagescheiden grondstoffen)
10
De genoemde € 514.000,- betreft de totale investering voor vervanging van 15.800 minicontainers zonder chip, door containers met chip. De extra investering voor chipregistratie bedraagt circa € 40.000,-.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
29/46
Het invoeren van diftar leidt naar verwachting tot een flinke verbetering van de milieuprestatie: van 62% naar 76% afvalscheiding. De hoeveelheid te verbranden restafval daalt van 175 kg naar 109 kg per inwoner per jaar. Deze prognose is gebaseerd op de prestaties van referentiegemeenten (met Soest vergelijkbare stedelijkheid, hoogbouw en omvang) die diftar toepassen. Hierdoor kunnen de kosten per saldo dalen met circa € 19,- per huishouden in vergelijking met het nul-scenario. Daarbij is al rekening gehouden met extra kosten bij het diftar systeem voor inning, communicatie, handhaving en (extra) reiniging. Tot slot wordt ook rekening gehouden met € 132.000,- eenmalige projectkosten (€ 3,- per huishouden gedurende twee jaar) voor het voorbereiden en implementeren van diftar.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
30/46
7 Flankerende maatregelen Dit hoofdstuk presenteert de flankerende maatregelen die – aanvullend op het gekozen scenario – worden uitgevoerd. Een aantal maatregelen sluit aan op de Grondstoffenaanpak 2021-2024 (fase 1). Het betreft maatregelen die vanwege de te behalen resultaten prima gecontinueerd kunnen worden. Ook is een aantal door omstandigheden nog niet uitgevoerd in fase 1, maar passen goed binnen de integrale beleidsaanpak.
7.1
Preventie en bewustwording (communicatie en participatie)
7.1.1
Stevig communicatieprogramma met positieve insteek Een stevig communicatieprogramma richt zich niet alleen op het informeren op een positieve wijze van inwoners over wat er van hen verwacht wordt bij afvalscheiding, maar ook op het stimuleren van gedragsverandering om beter afval te scheiden en het ophalen van kennis over aanbiedgedrag. De communicatie is erop gericht om inwoners te motiveren en te stimuleren tot het voorkomen van afval én het beter en meer scheiden ervan.
7.1.2
Verbetering en waarborg kwaliteit ingezamelde stromen Een belangrijke focus in het communicatieprogramma betreft het borgen en waar nodig verbeteren van de kwaliteit van ingezamelde recyclebare grondstoffen. Voor een duurzame en hoogwaardige recycling is de kwaliteit van gescheiden stromen steeds belangrijker. Ook leiden vervuiling of te veel oneigenlijke materialen tot steeds hogere kosten. Deze kosten worden uiteindelijk doorberekend in de afvalstoffenheffing. Om deze kwaliteit te verbeteren en de recyclebaarheid te vergroten wordt een kwaliteitsaanpak voorgesteld dat in samenwerking met RMN wordt uitgewerkt. Deze aanpak omvat een algemene grondstoffencommunicatie, steekproefsgewijze kwaliteitsmetingen en wijk- en buurtgerichte maatwerkacties. We focussen op de stromen GFT en PMD (bij bronscheiding).
7.1.3
Online participatieplatform Via een online participatie platform houdt de gemeente nuttig contact met de inwoners. Inwoners kunnen worden betrokken door middel van discussies, enquêtes, informatieverspreiding, ideegeneratie, samenwerking, monitoring en educatie. Door deze mogelijkheden te benutten, kan de gemeente een inclusief besluitvormingsproces en de betrokkenheid van de inwoners vergroten. Gemeente Soest beschikt al over een platform “Denk mee over”. Op de website van het platform meldt Soest: “We vinden het belangrijk dat u als inwoner of ondernemer in Soest en Soesterberg invloed kunt hebben op projecten en besluiten van de gemeente. Met uw inbreng kunnen we betere plannen maken en zorgvuldiger besluiten nemen. Met elkaar in gesprek zijn draagt daaraan bij. Dat doen we steeds vaker ook online, zoals hier.” We gaan onderzoeken of het huidige ‘Denk mee over’ platform van gemeente Soest ook geschikt is voor meer interactie en participatie van inwoners op het gebied van afval- en grondstoffen. Of dat een vergelijkbaar participatieplatform daarvoor ingericht kan worden.
7.1.4
Stimuleren van producthergebruik Hergebruik draagt bij aan het verminderen van afval, doordat producten langer worden gebruikt. Daarnaast worden grondstoffen bespaard, omdat er minder nieuwe materialen nodig zijn.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
31/46
Concrete acties omvatten het stimuleren en faciliteren van initiatieven zoals ruilmarkten, tweedehandswinkels en het aanmoedigen van consumenten om producten te repareren in plaats van weg te gooien.
7.1.5
Optimalisatie inzet afval-app In samenwerking met RMN streven we naar verdere optimalisatie van de afval-app door extra informatieprikkels toe te voegen gericht op het gewenste scheidingsgedrag van inwoners. Dit betreft onder andere feedback aan inwoners over het eigen aanbod van afval. Zie hiervoor ook de volgende paragraaf met betrekking tot ‘informatieprikkel’.
7.2
Service en inzamelvoorzieningen
7.2.1
Optimalisatie inzameling GFT hoogbouw Voor GFT inzameling bij hoogbouw is er sprake van een systeem met een pas waarvoor inwoners zich moeten inschrijven. Dit vormt een hoge drempel voor het gescheiden aanbieden van GTF, waarbij er in sommige gevallen ook onduidelijkheid is over of bewoners per aanbiedmoment moeten betalen. De communicatie hierover moet beter. Om het voor inwoners gemakkelijker te maken om het GFE thuis te verzamelen – waarna het naar de verzamelcontainers wordt gebracht – wordt voorlichting geven over de mogelijkheden van bijvoorbeeld het gebruik van bakjes of (composteerbare) zakjes. Inwoners in de hoogbouw krijgen de mogelijkheid om – eenmalig – een GFT bakje op te halen waarmee gft gescheiden kan worden. Deze maatregel is ook in het grondstoffenplan fase 1 uitgevoerd, maar daar hebben inwoners nog weinig gebruik van gemaakt.
7.2.2
Haalbaarheidsonderzoek inzet van de GRIP-wagen Om extra service te bieden en meer grondstoffen lokaal in te zamelen, wordt er een mobiele milieustraat ingezet, bekend als de "GRIP-wagen" (Grondstoffen Inleverpunt). Het massa-effect van dergelijke voorzieningen is in verhouding beperkt, maar de communicatieve waarde kan juist zeer groot zijn. De voorziening straalt uit dat de gemeente Soest alle mogelijkheden biedt om grondstoffen zo veel als mogelijk gescheiden aan te bieden, om daarmee bij te dragen aan een samenleving zonder verspillingen. Om kosten te sparen kan deze GRIP-wagen worden gedeeld met omliggende gemeenten, waarbij het aan hand van een vast schema een aantal dagen in de week in Soest zal staan. De gemeente Soest wil, mede gelet op de positieve ervaringen elders, het initiatief nemen om binnen de samenwerking met RMN en de andere deelnemende gemeenten een haalbaarheidsonderzoek te laten uitvoeren naar de inzet van een gezamenlijke GRIP-wagen. In dit onderzoek wordt gekeken naar de praktische en financiële uitvoerbaarheid, mogelijke routes en standplaatsen, benodigde capaciteit, personele inzet, en de verwachte bijdrage aan de inzameling van specifieke grondstofstromen. Ook zal in het onderzoek aandacht zijn voor de communicatieve meerwaarde en hoe deze optimaal kan worden benut.
De uitkomsten van het onderzoek vormen de basis voor een eventuele gezamenlijke investering en uitvoeringsafspraken.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
32/46
7.2.3
Recyclezuil specifieke grondstofstromen Een recyclezuil biedt de mogelijkheid om batterijen, spaarlampen, inktcartridges, dvd’s/cd’s, mobiele telefoons (met opladers) en kleine elektrische apparaten (tot omvang scheerapparaat) gescheiden aan te bieden. De foto laat een voorbeeld uit de praktijk zien11. Het massa-effect van dergelijke voorzieningen is in verhouding beperkt, maar de communicatieve waarde kan juist zeer groot zijn. Niet alleen wordt de mogelijkheid geboden om communicatieboodschappen op de voorziening te publiceren, maar de voorziening als zodanig straalt uit dat de gemeente Soest alle mogelijkheden biedt om grondstoffen zo veel als mogelijk gescheiden aan te bieden, om daarmee bij te dragen aan een samenleving zonder verspillingen. Deze maatregel voorziet erin dat bij een aantal mini-milieuparkjes een dergelijke bovengrondse recyclezuil geplaatst. Er wordt uitgegaan van 10 recyclezuilen op nader te bepalen locaties in de gemeente. Ter voorbereiding van de implementatie zal een nader locatieplan worden opgesteld. Plaatsing bij mini-milieuparkjes bij of nabij winkelcentra verdienen vanuit het oogpunt van bereikbaarheid en zichtbaarheid de voorkeur.
7.2.4
Gescheiden inzameling luiers Deze maatregel is gericht op het verbeteren van gescheiden inzameling van luiers en incontinentiemateriaal. Hoewel niet alle inwoners van Soest dit afval produceren, wordt het als een belangrijk aandachtspunt gezien naast de regeling voor medisch afval. Momenteel zijn er wel mogelijkheden (bijvoorbeeld bij kinderdagverblijven) waar luiers kunnen worden aangeboden. De inzamelrespons is met 1 kg/inw. per jaar erg laag. In het restafval zit nog 9 kg luiers per inwoner. De gemiddelde hoeveelheid luiers per inwoner per jaar is circa 10 kg, vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde. Maar in een gezin met kinderen in de luiers kan dit flink oplopen. Door het verhogen van het serviceniveau bijvoorbeeld door meer inzamelpunten kan deze respons worden vergroot. Op dit moment is de in Nederland beschikbare capaciteit voor recycling van luiers nog beperkt, maar zal naar verwachting in de periode 2026 – 2028 flink kunnen toenemen. Per 1 januari 2026 zal er (waarschijnlijk) UPV worden ingevoerd op luiers waarmee gescheiden luierinzameling vanuit de producenten op gang zal komen. Het is nog niet duidelijk of de op dat moment bestaande gemeentelijke luierinzamelingen daarin worden meegenomen. We houden daarom de vinger aan de pols, en afhankelijk van de inhoud van de UPV voor luiers worden aanvullende maatregelen getroffen.
Bijvoorbeeld het plaatsen van extra inzamelvoorzieningen en communicatie, ervan uitgaande dat de bekostiging hiervan (mede) door de producenten zal gebeuren. De communicatie rond luiers zal in de komende beleidsperiode ook gericht zijn op preventie, waarbij de gemeente wijst op de mogelijkheden van herbruikbare luiers en de positieve effecten van vroege zindelijkheid van kinderen. Uiteraard zijn dit keuzes die door huishoudens zelf gemaakt moeten worden, de gemeente Soest wijst op de mogelijkheden.
11
Gemeente Zeist.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
33/46
Ook bij de eventuele invoering van diftar is het bieden van meer en betere mogelijkheden voor gescheiden inzameling van luiers gewenst. Juist voor huishoudens waar luiers en incontinentiemateriaal vrijkomt hoeven voor deze (per huishouden forse) stroom niet per lediging te betalen. In dit geval is het van belang dat het gebruik van deze luiercontainers gereguleerd wordt, zodat deze niet als ontwijkroute voor huishoudelijk restafval worden gebruikt. Dit betekent dat huishoudens die gebruik mogen maken van de luierinzameling daarvoor geregistreerd moeten worden, en de luiercontainers van pastoegang worden voorzien. Huishoudens met kinderen tot bijvoorbeeld 2 of 3 jaar zouden daarbij ‘automatisch’ toegang kunnen krijgen.
7.2.5
Optimalisatie inzameling textiel Optimalisatie van de inzameling van textiel met mogelijke uitbreiding of herplaatsing van containers naar beter bereikbare/zichtbare locaties. De inzamelrespons in Soest bedraagt slechts 35%. De hoeveelheid textiel dat nog in het restafval wordt ingezameld, is met ruim 6 kg/inwoner aanzienlijk. De effecten (toename van gescheiden inzameling) door het huis aan huis inzamelen van textiel door SKS (per 2024) zijn nog niet bekend en worden eind 2025 gemonitord en geëvalueerd. Mede op basis van actuele sorteeranalyses. Indien blijkt dat de hoeveelheid textiel in het huishoudelijk restafval dan nog steeds substantieel is, wordt nader onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor het plaatsen van extra brengvoorzieningen op strategische locaties in de gemeente Soest. En wordt in de communicatie extra aandacht gegeven aan wat wel en wat niet in de textielbak mag worden gedeponeerd.
7.2.6
Optimalisatie gescheiden inzameling Grofvuil Dit betreft het aan huis ophalen van grofvuil én het brengen (en scheiden) naar de milieustraat. Hierbij willen we inwoners nog meer motiveren om meer gebruik te maken van de milieustraat, omdat grofvuil dan in veel meer stromen gescheiden kunnen worden. De nog niet uitgevoerde campagne ‘inwoners helpen elkaar bij vermindering grof restafval’ uit het grondstoffenplan fase 1 wordt daarom geprolongeerd. Dit houdt in het stimuleren van inwoners om elk elkaar te helpen het aanbod van grof restafval te verkleinen. Bijvoorbeeld om gescheiden grofvuil van buren mee te nemen naar het recyclestation.
7.3
Techniek en innovatie
7.3.1
Inzet van techniek en innovatie bij de- en verwerking Deze maatregel omvat de inzet van techniek en innovatie bij be- en verwerking. Denk aan het technisch (na)bewerken van ingezamelde afval- en grondstoffen. Dit betreft het ‘opwerken’ van ingezamelde stromen, waarmee de kwaliteit wordt verbeterd voor een hoogwaardige toepassing. Dit is primair een activiteit bij het (strategisch) contract- en grondstoffenmanagement bij het aanbesteden van be- en verwerking. Gemeente Soest vindt het van groot belang dat de ingezamelde afval- en grondstofstromen op een zo duurzaam mogelijke manier worden verwerkt. Het is niet alleen van belang dát afval gescheiden wordt ingezameld, maar ook wat er vervolgens mee gebeurt. Alleen als de verwerking leidt tot hoogwaardige recycling, wordt daadwerkelijk invulling gegeven aan de circulaire ambities van de gemeente. Om dit te realiseren sturen AVU en RMN, namens de gemeente, actief op strategisch contractbeheer en ketenregie. Dit houdt in dat zij bij de aanbesteding en uitvoering van verwerkings- en recyclingcontracten nadrukkelijk inzetten op duurzaamheid, circulariteit en kwaliteit van de verwerking. Daarnaast zorgen zij ervoor dat alle betrokken partijen in de keten – van inzameling tot eindverwerker – optimaal met elkaar samenwerken en hun rol effectief vervullen. Denk hierbij aan het
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
34/46
selecteren van verwerkers met moderne technieken, het stellen van eisen aan sorteerkwaliteit en het monitoren van afkeurpercentages. Met deze integrale aanpak wordt er zoveel mogelijk waarde behouden uit de ingezamelde grondstoffen en wordt er gestuurd op een zo hoog mogelijk recyclingpercentage. De gemeente Soest ziet hierin een belangrijke voorwaarde voor het succes van het grondstoffenbeleid en de realisatie van een circulaire economie.
7.4
Handhaving Handhaving maakt integraal deel uit van het grondstoffenbeleid in de gemeente Soest. Ongewenst ‘afvalgedrag’ wordt zo veel mogelijk voorkomen en waar nodig adequaat aangepakt. Inwoners die veel restafval bij de gescheiden grondstoffen deponeren worden daar bij gelegenheid op aangesproken. Vervuilers die afval dumpen krijgen de rekening gepresenteerd.
7.4.1
Recyclingcoach De meest persoonlijke manier van communicatie met inwoners is het directe gesprek. Dit doet een ‘recyclingcoach’. Inmiddels is het werken met een of meer recyclingcoaches in veel gemeenten vast onderdeel van het grondstoffenbeleid. Wij beschouwen een recyclingcoach als een manier van communiceren én handhaving. De taken die een recyclingcoach uitvoert, variëren van laagdrempelig contact onderhouden met inwoners om hen te helpen en adviseren over aanbieden en scheiden van afval tot het signaleren van verkeerd aanbiedgedrag en het geven van gerichte feedback of waarschuwingen. Recyclingcoaches zijn zichtbaar aanwezig in de wijk en kunnen direct inspelen op vragen of onduidelijkheden. Zij leveren daarmee een belangrijke bijdrage aan gedragsverandering en bewustwording bij inwoners, en vormen een brug tussen beleid en praktijk.
7.4.2
Opstellen uitvoeringsprogramma VTH in relatie tot huishoudelijk afval Een goed uitvoeringsprogramma voor Vergunningen, Toezicht en Handhaving draagt bij aan het waarborgen van de kwaliteit van de afvalverwerking en het naleven van de voorschriften die zijn vastgelegd in het grondstoffenbeleid van de gemeente. Het is belangrijk dat dit uitvoeringsprogramma goed aansluit bij het afvalbeleid van de gemeente Soest en dat er voldoende capaciteit beschikbaar is om de taken uit te voeren.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
35/46
Bijlagen
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
36/46
bijlage 1
Technische toelichting op de uitwerking van scenario’s
Introductie rekenmodel voor scenario’s Voor het financieel doorrekenen van de scenario’s is een rekenmodel is opgesteld. In dit rekenmodel worden alle relevante kostencategorieën bepaald. Dit betreft een verschillenanalyse waarbij wordt gefocust op die onderdelen van de kostenstructuur die in de scenario’s gaan verschillen ten opzichte van het nul-scenario. Het nul-scenario betreft de huidige situatie en fungeert tevens als referentiescenario. Het biedt een basis voor vergelijking voor de andere scenario’s. Door dit scenario als nul-variant te gebruiken, wordt inzichtelijk wat de effecten zijn van beleidscontinuïteit versus ingrijpende beleidswijzigingen, zowel op het gebied van milieu, service als kosten. In het rekenmodel worden de volgende kosten doorgerekend: •
Inzamelmiddelen. Dit zijn de rentekosten, afschrijving en onderhoudskosten voor het in stand houden van de diverse containers. Elk scenario kent een containerconfiguratie die aansluit op de uitgangspunten van dat scenario. Voor vergelijkbare containertypen zijn in alle scenario’s dezelfde kapitaalslasten (rente, afschrijvingsduur, onderhoud) gehanteerd gebaseerd op de door IPR Normag genormeerde waardes. Voor de vergelijking van de scenario’s betreft dit de minicontainers en (ondergrondse) verzamelcontainers voor de inzameling van het restafval en het PMD.
•
Uitvoeringskosten/ inzamelkosten. Dit zijn de directe logistieke kosten voor het inzamelen en transporteren van de afval- en grondstofstromen. Dit betreft de inzet van arbeid en kapitaalgoederen zoals inzamelvoertuigen en transportmiddelen zonder overhead. In de modelberekeningen wordt in alle scenario’s uitgegaan van vergelijkbare productiviteitsnormen. Tevens wordt uitgegaan van de benodigde inzamel- en ledigingsfrequenties van respectievelijk minicontainers en ondergrondse verzamelcontainers. Voor de vergelijking van de scenario’s betreft dit de kosten voor de inzameling van restafval, PMD en GFT.
•
Verwerkingskosten. De verwerkingskosten zijn bepaald op basis van de hoeveelheden afvalen grondstoffen. Voor de vergelijking van de scenario’s zijn dit de kosten voor verwerking van restafval, GFT, PMD, oud papier en karton, glas, textiel, luiers en grof tuinafval meegenomen. We gaan uit van de verwerkingstarieven in de huidige situatie. Inclusief de afvalstoffenbelasting Wbm 2025 € 39,70 per ton restafval. De CO2-heffing kent in 2025 nog een nultarief. De CO2-heffing loopt vanaf 2026 tot circa € 37,- per ton restafval in 2030, en wordt wel meegenomen in het financieel meerjarenperspectief.
•
Vergoedingen. Daarnaast ontvangen gemeenten een vergoeding van Verpact (voorheen Afvalfonds Verpakkingen) voor het inzamelen en recyclen van PMD. Hierbij worden de actuele vergoedingen in 2025 gehanteerd. De inzamelvergoeding bij bronscheiden bedraagt € 271,51 per ton te sorteren PMD. Bij nascheiden €15,33 per ton na te scheiden restafval.
Bepalen van te verwachten milieueffecten per scenario Het bepalen – of beter gezegd: het inschatten – van de te verwachten milieueffecten in de te onderzoeken scenario’s gebeurt op basis van twee invalshoeken. Deze benadering geeft inzicht in zowel het potentieel aan nog te benutten grondstoffen als in het realistisch haalbare prestatieniveau, afgeleid uit vergelijkbare praktijkvoorbeelden.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
37/46
De eerste invalshoek is gebaseerd op sorteeranalyses en samenstellingsonderzoek van het huishoudelijk restafval. Deze geven gedetailleerd inzicht in de soorten en hoeveelheden recyclebare grondstoffen die zich nog in het restafval bevinden, zoals GFT, PMD, textiel, papier en glas. In Soest betreft dit nog circa 73% van het fijn huishoudelijk restafval. Deze analyses tonen dus het theoretisch potentieel van wat er aan extra grondstoffen gescheiden ingezameld zou kunnen worden, mits gedragsverandering, voorzieningen en communicatie op orde zijn. De tweede invalshoek betreft de vergelijking met andere gemeenten die qua kenmerken vergelijkbaar zijn met Soest. Hiervoor zijn referentiegemeenten geselecteerd op basis van hoogbouw- en stedelijkheidsklasse en inwoneraantal. Voor het scenario ‘optimalisatie’ worden alleen gemeenten meegenomen die, net als Soest, sturen op serviceprikkels. Gemeenten met diftar of nascheiding zijn dus niet meegenomen. Hiermee ontstaat een eerlijke en inhoudelijk passende benchmark voor dit specifieke scenario. Voor de scenario’s Diftar en Nascheiding worden dus alleen gemeenten uit de referentiegroep meegenomen die respectievelijk diftar of nascheiding hebben. Op basis van landelijke data zijn de milieuprestaties van deze referentiegemeenten geanalyseerd.
Als kwantitatieve referentiewaarde wordt het gemiddelde van het derde kwartiel van de prestaties binnen de referentiegroep gehanteerd. Hiermee wordt bewust niet gestuurd op de hoogste (uitzonderlijke) scores, maar op een ambitieniveau boven het gemiddelde van deze vergelijkbare gemeenten. Dit is een ambitieuze, maar ook realistische en behoudende aanname: met de juiste inzet van aanvullende maatregelen (zoals communicatie, handhaving en betere monitoring) kan Soest dit niveau bereiken. Deze gecombineerde aanpak – restafvalanalyse én referentiebenchmarking – zorgt ervoor dat de te verwachten milieueffecten niet alleen beleidsmatig onderbouwd zijn, maar ook reëel zijn in het licht van praktijkervaringen bij vergelijkbare gemeenten. Het vormt zo een solide basis voor het maken van gefundeerde keuzes in het nieuwe grondstoffenbeleid.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
38/46
bijlage 2 1.
Bron- en nascheiden in de praktijk Nascheiden gaat specifiek over PMD Gemeenten kunnen kiezen om PMD gescheiden in te zamelen (aan de bron) of achteraf uit het restafval te laten nascheiden. Bij nascheiden wordt PMD door inwoners bij het huishoudelijk restafval gedeponeerd. Nascheiden van PMD houdt in dat het materiaal na de inzameling van het huishoudelijk restafval door middel van speciale installaties uit het restafval wordt gesorteerd. Het nagescheiden PMD wordt vervolgens voor verdere sortering en recycling aan daartoe gespecialiseerde bedrijven aangeboden. Dit proces wordt steeds geavanceerder dankzij technologische vooruitgang en kan verschillende materialen, waaronder plastics en metalen, scheiden van het restafval. Aan de bron gescheiden materiaal wordt direct voor verdere sortering en recycling aan de genoemde gespecialiseerde bedrijven aangeboden. Nascheiden is niet geschikt voor alle afvalstromen. Het is een misvatting om te denken dat nascheiding een allesomvattende oplossing biedt waarbij al het huishoudelijk afval in één bak kan worden gedeponeerd. Stromen zoals GFT, oud papier en karton, textiel en glas, moeten gescheiden aan de bron worden ingezameld om de kwaliteit en recyclebaarheid te garanderen. Hierbij geldt zelfs een wettelijke verplichting voor gemeenten om deze stromen gescheiden in te zamelen.
Op grond van het ‘Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen’ dat per 1 juli 2020 van kracht is, zijn gemeenten wettelijk verplicht om bioafval (waaronder GFT), papier, metaal, kunststof, glas en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur gescheiden in te zamelen. Met dit besluit wordt de hoofdregel van de (Europese) kaderrichtlijn afvalstoffen expliciet verankerd in de nationale regelgeving voor huishoudelijke afvalstoffen. Er is een enkele uitzondering mogelijk. Voor kunststof geldt de verplichting tot gescheiden inzameling tenzij nascheiding geen nadelige gevolgen heeft voor de omvang en kwaliteit van recycling of hergebruik.
2.
Bronscheiden waar het kan Bronscheiding leidt in het algemeen tot goede hoeveelheid gescheiden materiaal van een goede kwaliteit en tot betere recyclingresultaten. Ook sluit het gescheiden inzamelen beter aan bij afvalen grondstoffenbeleid waarin de waarde van grondstoffen centraal staat. Maar het scheiden aan de bron is niet in alle situaties praktisch uitvoerbaar. In sommige gevallen leidt bronscheiding tot te veel vervuiling of is het logistiek niet haalbaar. In die situaties is nascheiding een logisch alternatief. •
Zoals in gemeenten met veel hoogbouw en beperkte opslagruimte voor afval. Bewoners van flats en appartementen hebben vaak geen ruimte om aparte containers of afvalzakken voor PMD op te slaan. Hierdoor kan PMD-inzameling inefficiënt of zelfs problematisch worden.
•
In stedelijke gebieden leidt het gebruik van PMD-zakken soms tot vervuiling in de openbare ruimte, doordat zakken te vroeg worden buitengezet of scheuren.
•
Maar ook in gemeenten waar bronscheiding leidt tot hoge afkeurpercentages, die ondanks maatregelen tot een te hoge afkeur van PMD leiden. Wanneer vervuiling structureel hoog blijft, ondanks voorlichtingscampagnes en andere maatregelen, is nascheiden efficiënter en financieel gunstiger.
In sommige gemeenten blijkt uit gedragsanalyses dat inwoners niet altijd goed begrijpen wat wel en niet bij het PMD mag. Dit leidt tot hoge vervuilingspercentages en afkeur. Inwoners of bestuurders kunnen ook sceptisch zijn over de zin van afvalscheiding. 3.
Andere technische be- of verwerkingsprocessen voor restafval Zoals gezegd is nascheiden alleen geschikt voor PMD. Andere grondstoffen zoals glas, GFT, papier
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
39/46
moeten gescheiden worden ingezameld om te kunnen recyclen. Maar restafvalverwerkers kunnen nog wel een aantal materialen of stoffen uit het restafval scheiden, zoals metalen en inert materiaal (zand, kleine glas korrels en ander klein keramisch materiaal). Dit inert materiaal wordt veelal hergebruikt als bouwmateriaal in de weg- en woningbouw. Deze technische verwerking vindt (en vond al jaren) bij de meeste restafvalverwerkers plaats. Enkele restafvalverwerkers bewerken ook de zogenaamde organisch natte fractie (ONF) in het restafval, zoals de nog aanwezige etensresten en andere biomaterialen. Dit wordt veelal vergist voor de productie van biogas/groengas. Het omzetten van deze biomaterialen betreft nuttig hergebruik (energieopwekking). Het residu – na onttrekking van biogas – is niet geschikt voor recycling zoals compost. Het residu wordt met terugwinning van energie verbrand 12. Ook zijn er restafvalverwerkers die nog aanwezige restanten van papier en plastic uit het restafval scheiden. Deze stroom is echter niet geschikt voor recycling en wordt ingezet als brandstof ter vervanging van fossiele brandstoffen. Ook dit is een nuttige toepassing, maar geldt niet als recycling.
Bij het laten verwerken van het huishoudelijk restafval is het voor gemeenten dus nuttig om ook deze aanvullende technisch nabewerkingsstappen mee te wegen bij aanbestedingen en het sluiten van (restafval)verwerkingscontracten, ongeacht of sprake is van bron- of nascheiding van PMD. Bij het laten verwerken van het huishoudelijk restafval is het voor gemeenten dus nuttig om ook deze aanvullende technische nabewerkingsstappen mee te wegen bij aanbestedingen en het sluiten van (restafval)verwerkingscontracten, ongeacht of sprake is van bron- of nascheiding van PMD. 4.
Hoeveelheid PMD bij bron en nascheiden13 Exacte cijfers over de output en het rendement van nascheidingsinstallaties (c.q. het aandeel PMD in restafval dat bij nascheiding wordt herwonnen) worden door de in Nederland betrokken ondernemingen niet breed gedeeld. Op basis van wel beschikbare inzichten blijkt dat de verschillende installaties verschillende hoeveelheden PMD uit het huishoudelijk restafval kunnen nascheiden. Nascheiders zijn de marktpartijen Attero, AVR en EEW14 en de publieke bedrijven AEB, Omrin en HVC. Een goede indicatie is een bandbreedte van 13 tot 30 kg PMD per inwoner per jaar15. Gemeenten die PMD scheiden aan de bron zamelen circa 25 tot wel 40 kg/inw. PMD per jaar in. Gecorrigeerd voor afkeur tussen 18 en 35 kg PMD per inwoner per jaar.
12 13 14 15
Het verbranden van afval kwalificeert niet als recycling maar als nuttige toepassing. Gebaseerd op CBS-data peiljaar 2023, bewerking IPR Normag. Totaal 342 gemeenten, waarvan bij 23 geen waarde van PMD bekend is c.q. opgegeven is. De nascheidingsinstallatie wordt naar verwachting in 2025 opgestart.
Informatie over de hoeveelheden nagescheiden PMD is redelijk gefragmenteerd beschikbaar en niet altijd even helder. CBS is recent (oktober 2024) gestart met het analyseren en publiceren van data over de resultaten van nascheiden. Deze data zijn echter nog onvolledig en op onderdelen onjuist.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
40/46
Op basis van CBS-cijfers peiljaar 2023 (bewerking IPR Normag) tonen de volgende grafieken de hoeveelheid PMD in gemeenten met alleen bronscheiding, met alleen nascheiding of een combinatie. Gemeenten die alleen PMD aan de bron scheiden De volgende frequentiegrafiek toont het aantal gemeenten en de hoeveelheid PMD die zij gescheiden inzamelen. In 244 gemeenten (71%) wordt PMD-bron gescheiden. Gemiddeld 30 kg/inw. per jaar. Op basis van de cijfers van het CBS is geen informatie over de hoeveelheid afgekeurd (aan de bron gescheiden) PMD.
Gemeenten die PMD alleen laten nascheiden In Nederland wordt in 41 gemeenten (12%) het PMD uit het restafval nagescheiden. Gemiddeld is dit 24 kg/inw. per jaar. Zoals gezegd verschilt de nascheidingprestatie per installatie c.q. verwerker. Wat ook blijkt uit de volgende frequentiegrafiek.
Gemeenten die een combinatie van bron- en nascheiden toepassen 34 Gemeenten (10%) heeft voor het combinatiemodel gekozen. In de meeste gevallen wordt in deze gemeenten het PMD bij laagbouw gescheiden ingezameld, en bij hoogbouw nagescheiden. Gemiddeld wordt 30 kg/inw. PMD per jaar herwonnen. Op basis van de cijfers van het CBS is geen informatie over de hoeveelheid afgekeurd (aan de bron gescheiden) PMD.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
41/46
5.
Kwaliteitsverschillen PMD bij bron en nascheiden Bronscheiding van PMD is over het algemeen milieutechnisch voordeliger. Dit komt doordat bronscheiding een relatief homogene en schone PMD-stroom oplevert, die beter geschikt is voor hoogwaardige recycling. Bij nascheiding kunnen moderne installaties PMD effectief uit het restafval filteren, maar de gerecycleerde kwaliteit kan lager zijn. Daarnaast is nagescheiden plastic niet bruikbaar voor voedselverpakkingen vanwege contaminatie. Gemeenten die kiezen voor nascheiding moeten daarom overwegen of de verwerkingsinstallatie in staat is om een voldoende hoge mate van recycling te behalen. Bij nascheiding raken de zachte plastics zoals folies snel vervuild door overige (natte) fracties in restafval en zijn dan minder bruikbaar. Ook zijn er verschillen met de toepasbaarheid van het gerecyclede materiaal. In artikel 6 van de Verordening (EU) 2022/1616 van de Commissie van 15 september 2022 wordt gescheiden inzameling als voorwaarde gesteld voor kunststof recyclaat voor toepassing in verpakkingen voor voedingsmiddelen. Recyclaat van PMD dat vermengd is geweest met restafval is vanwege contaminatie voor verpakkingen voor voedingsmiddelen niet toegestaan. Uit onderzoek (CE Delft) is bekend dat ongeveer 40% van de kunststof die in Nederland op de markt wordt gebracht voor verpakkingen wordt gebruikt.
En 55% van de verpakkingen is bedoeld voor het verpakken van voedsel. Het is dus van belang dat voldoende kunststof gescheiden wordt, dat ook weer gebruikt kan worden voor verpakkingen van voedingsmiddelen.
6.
Complex speelveld De markt voor gerecycled PMD is fragiel: concurrentie met fossiele grondstoffen Het recyclen van PMD staat voor grote uitdagingen door een combinatie van marktdruk, macroeconomische en geopolitieke factoren. Onderwerpen die regelmatig in het nieuws komen. Een complex speelveld op nationaal, Europees en zelfs mondiaal niveau, waarmee ook gemeenten te maken hebben bij de inzameling en scheiding van huishoudelijk afval. Ondanks de Europese ambities om verspilling van schaarse grondstoffen te voorkomen, waaronder het terugdringen van fossiele grondstoffen zoals aardolie, is de huidige keten van PMD-recycling niet in balans. Gemeenten en verwerkers investeren in gescheiden inzameling en/of nascheiding van PMD, maar de markt voor gerecycled PMD is fragiel. Een van de grootste problemen in de recyclingsector is de concurrentie tussen virgin plastics (gemaakt van fossiele grondstoffen) en gerecycled PMD. Virgin plastics zijn vaak goedkoper door lage olieprijzen. Gerecycled PMD kan hierdoor niet concurreren op prijs, waardoor veel plasticrecyclers financieel in de problemen komen en zelfs failliet gaan. Dit leidt tot een verstoring van de keten, waarin vraag en aanbod uit balans raken. Het gebrek aan wettelijke verplichtingen om gerecycled materiaal te gebruiken in nieuwe plastic
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
42/46
producten, zoals verpakkingen, verergert dit probleem. Producenten kiezen vaak voor virgin materialen omdat deze goedkoper en constanter van kwaliteit zijn. Hierdoor blijft de vraag naar gerecycled materiaal achter, ondanks de inspanningen van gemeenten om PMD-afval gescheiden in te zamelen of na te laten scheiden. Een ander knelpunt is de invloed van internationale markten. Goedkope en vaak inferieure producten uit bijvoorbeeld China stromen de Europese markt binnen. Deze producten bevatten weinig tot geen gerecycled materiaal en concurreren oneerlijk met lokaal geproduceerde goederen. De lage kwaliteit van deze producten zorgt bovendien voor moeilijkheden bij het recyclen. Dit ondermijnt de investeringen in hoogwaardige recyclingcapaciteit binnen Nederland en Europa. Europese wet- en regelgeving staan klaar en worden in de komende jaren verder geïmplementeerd. Gericht op circulair productontwerp door vergroening van het belastingstelsel, verplichte toepassing van recyclaat, recyclebaarheid van producten als eis, verlagen van belasting op arbeid, Europees verbod op import niet-recyclebare producten, recht op reparatie, et cetera.
Nieuwe Ketenovereenkomst tussen Producenten en Gemeenten De afspraken over de vergoedingen voor het inzamelen van PMD, de kwaliteit van het ingezamelde materiaal, de toegestane mate van vervuiling, enzovoort, zijn vastgelegd in de Ketenovereenkomst tussen de producenten van verpakkingen (verenigd in Verpact) en de gemeenten (VNG). Recent (mei 2024) heeft VNG besloten - mede in lijn met de motie Losser - om de Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020-2029 niet te verlengen voor de tweede termijn per 2025. De VNG zet zich samen met de NVRD in om tot nieuwe afspraken te komen met Verpact. De vernieuwde ketenovereenkomst moet de verantwoordelijkheid van producenten in de PMD-keten vergroten. Met als belangrijkste doel: maximaal hergebruik en recycling van kunststof verpakkingsafval. Daarvoor zijn duidelijker en betere afspraken nodig over afkeur c.q. vervuiling en transparantie rondom de totstandkoming van de kostenvergoedingen. De onderhandelingen zijn van start gegaan in de zomer van 2024 en zullen naar verwachting in 2025 tot een uitkomst leiden. 7.
Bronscheiden waar het kan, nascheiden waar het moet Bronscheiden waar het kan De afweging om te kiezen voor bronscheiden of nascheiden hangt af van verschillende contextuele factoren, zoals de stedelijkheidsgraad, de technische mogelijkheden om PMD gescheiden in te zamelen en de mate van vervuiling en afkeur van ingezameld PMD. Indien het technisch en praktisch mogelijk is om PMD gescheiden in te zamelen, en de hoeveelheid ingezameld PMD aanzienlijk en de afkeur van PMD niet te groot, dan is bronscheiden een goede optie vanuit kosten, milieu en service-oogpunt. Het adagium ‘bronscheiden waar het kan, nascheiden waar het moet’ wordt ook door de NVRD en VNG omarmt. Nascheiden waar bronscheiden praktisch niet goed mogelijk is, of te veel afkeur Als het technisch of praktisch niet goed mogelijk is om PMD gescheiden in te zamelen, dan is nascheiden een uitkomst. Het kan bijvoorbeeld bij hoogbouw lastig zijn om voldoende verzamelcontainers te plaatsen, of het inzamelen met zakken is ongewenst omdat deze te vaak aan de straat worden gezet. Indien dit ondanks maatregelen op het gebied van communicatie, verleiding en handhaving niet lukt, dan is nascheiden een uitkomst. Dit kan ook gebiedsgericht. Bijvoorbeeld alleen nascheiding op de hoogbouwlocaties, en bronscheiding in de overige gebiedsdelen (vaak laagbouw of buitengebied).
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
43/46
Nascheiden komt ook in beeld als de mate van vervuiling dermate groot is, dat niet alleen de kosten flink kunnen stijgen maar er per saldo weinig PMD gerecycled wordt. Indien de mate van vervuiling groot blijft ondanks gerichte maatregelen, dan is nascheiden een uitkomst. Nascheiden is geschikt voor specifieke situaties waarin bronscheiding moeilijk uitvoerbaar is, maar kan leiden tot hogere kosten en een verminderde kwaliteit van gerecycled materiaal. Combinatie: bron én nascheiden In sommige gevallen kan een hybride aanpak effectief zijn. Daarbij worden bronscheiding en nascheiding gecombineerd in één gemeente. Dit houdt bijvoorbeeld in dat PMD in gebieden met laagbouw aan de bron wordt gescheiden. Bij laagbouw zijn er vaak goede mogelijkheden om PMD gescheiden in te zamelen (b.v. met minicontainers of zakken aan huis). Nascheiding vindt dan plaats in de dichtbevolkte verstedelijkte gebiedsdelen met veel hoogbouw. Bij hoogbouw is het gescheiden inzamelen van PMD vaak lastiger. Inwoners hebben vaak weinig opslagmogelijkheden in huis. Als de hoeveelheid ingezameld PMD bij hoogbouw klein is en/of de mate van vervuiling (en afkeur) groot, dan kan nascheiding een uitkomst zijn. Een combinatie van bronscheiding en nascheiden van PMD kan een gebalanceerde oplossing zijn. 8.
De keuze voor bron en/of nascheiden is ook een politiek-bestuurlijke keuze Naast de rationele en te kwantificeren invalshoeken van kosten en milieu, is de keuze voor scheiden aan de bron of nascheiden van PMD ook een politiek-bestuurlijke keuze. Gemeenten zijn daarin autonoom en kunnen een eigen politieke afweging maken. Nascheiden kiest men dan bijvoorbeeld vooral voor het gemak van de inwoners. Zij hoeven dan PMD niet meer gescheiden te houden, op te letten wat er wel of niet bij mag, en kunnen PMD dan gewoon bij het restafval deponeren. Of men is er bestuurlijk van overtuigd dat met techniek de oplossingen voor de toekomst worden gevonden. Daar tegenover staat de invalshoek dat afval (en het voorkomen van verspilling) vooral met gedrag en gedragsverandering kan worden bewerkstelligd.
Scenario-onderzoek voor het Grondstoffenbeleidsplan 2025 – 2030 Soest Concept 7 mei 2025
44/46
bijlage 3
Containermanagement (CMS) In gemeente Soest zijn minicontainers voor restafval en andere stromen niet geregistreerd door middel van een tag of chip. Ook zijn ondergrondse verzamelcontainers vrij toegankelijk zonder (pas) registratie. Met uitzondering van de gft-containers bij hoogbouw. Het is gewenst dat RMN aandacht geeft aan de verdere professionalisering van het containerbeheer. Een zogenaamd containermanagementsysteem (CMS).Een goed functionerend CMS is van groot belang voor een doeltreffend en efficiënt afvalbeheer. Professioneel beheer en voorkomen oneigenlijk gebruik Ten eerste biedt het systeem meer grip op de ingezette containers in de openbare ruimte en bij huishoudens. Dit helpt bij het plannen van onderhoud, het vervangen van beschadigde of vermiste containers en het signaleren en voorkomen van oneigenlijk gebruik – zoals door bedrijven of bewoners van buiten de gemeente. In samenwerking met RMN worden opschoonrondes uitgevoerd (waarbij niet-gebruikte of niet-geautoriseerde containers worden ingenomen) en wordt het beheer van de 'witte lijst' actueel gehouden. Meten is weten Ten tweede biedt het CMS waardevolle informatie over het daadwerkelijke gebruik van inzamelvoorzieningen.