CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Bijlage 2 Ontwerpbestemmingsplan Van Angerenstraat

Oordeelsvormende vergadering (Kamer 2.03) 26 september 2024, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplan Van Angerenstraat 2-3219.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Figuur 4.1: Ligging Natuurnetwerk Nederland met het plangebied in rood aangegeven (bron: Atlas van de Leefomgeving)

Figuur 4.2: Ligging Natura 2000-gebieden met het plangebied in rood aangegeven (bron: Atlas van de Leefomgeving)

35/86

Vanwege de afstand zijn directe effecten zoals areaalverlies, versnippering, verandering van de waterhuishouding en verstoring op voorhand uitgesloten. Wel zijn er gevolgen mogelijk door stikstofemissies. Er wordt gasloos verwarmd waardoor er geen gebouwemissies zijn. Dat betekent dat het plan enkel stikstofemissies veroorzaakt als gevolg van de verkeersgeneratie. Effecten als vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn niet op voorhand uit te sluiten. Daarom is een stikstofberekening uitgevoerd voor de aanleg- en gebruiksfase. Na berekening geeft het programma aan dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/j. De resultaten zijn toegevoegd in bijlage 4. Soortenbescherming Door middel van een quickscan ecologie is het plangebied onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van door de Wet natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten. Dit onderzoek is toegevoegd in bijlage 7. Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het mogelijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. Nader onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk. Dit onderzoek is uitgevoerd van april 2020 tot en met september 2020. Dit onderzoek is toegevoegd in bijlage 8. Hieruit blijkt dat ter plaatse verblijfsplaatsen van huismussen aanwezig zijn.

Voor het voorkomen van de huismus wordt een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.11 Water Waterbeheer en watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het projectgebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Vallei & Veluwe, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. De initiatiefnemer heeft het waterschap geïnformeerd door gebruik te maken van de Digitale Watertoets. Deze is uitgevoerd op 14 juni 2016. Daaruit kwamen geen aandachtspunten naar voren die aanleiding geven tot nader overleg met het waterschap. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het projectgebied relevante nota's, waarbij het beleid van het hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld.

36/86

Europa:  Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW)  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)  Waterwet Provinciaal  Provinciaal Waterplan  Provinciale Structuurvisie  Verordening Ruimte Blauwe Omgevingsvisie 2050 De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grens ontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes:  Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening.  Maximaal vasthouden en schoonhouden van water.  Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Blauw omgevingsprogramma 2022-2027 Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe voor de planperiode 2022-2027. Het gebied, de maatschappelijke thema's en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma's.

Het waterbeheerprogramma is een kerninstrument onder de omgevingswet en bevat naast de verplichte onderdelen van het programma (zoals Kader Richtlijn Water (KRW), Richtlijn Overstromings Risico's (ROR), zwemwaterrichtlijn) ook een niet verplicht deel. Het BOP is daarmee het wettelijk instrument van het waterschap om de doelen voor de middellange termijn vast te leggen. In het BOP worden doelen uit de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) door vertaald naar gebiedsgerichte doelen. De hoofddoelen van het BOP zijn hieronder kort beschreven.  Waterveiligheid Een zo goed mogelijke bescherming tegen overstromingen volgens de wettelijke normen.  Watersysteem Een toekomstbestendig en klimaatrobuust grond- en oppervlaktewatersysteem, dat passend is ingericht naar de veranderende gebiedswensen.  Wonen en zuiveren Een robuust proces voor het verwerken van extreme neerslag en inzameling van stedelijk en industrieel afvalwater in

37/86

bebouwd gebied, tot aan het lozen van effluent in het watersysteem.  Circulaire economie Volledig circulair opereren in 2050 door anders om te gaan met grondstoffen en goed samen te werken met partners en de omgeving.  Energietransitie Het eerste energieneutrale waterschap van Nederland worden om een voorbeeld te zijn op het gebied van de energietransitie. Het projectgebied is gelegen in het deelgebied Eemland. Er zijn verschillende integrale opgaven in dit deelgebied. Met partners bouwt Waterschap Vallei en Veluwe aan een veilig en meer natuurlijk Eemland, met balans tussen verstedelijking, landbouw, beschermen en aanvullen van de grondwatervoorraad, recreatie, natuur en water. Gemeentelijk water- en rioleringsplan Baarn en Soest 2018-2022 Het Gemeentelijk water- en rioleringsplan gaat over alle gemeentelijk watertaken (afvalwater, hemelwater en grondwater), het stedelijk oppervlaktewater en de integratie met onze leefomgeving. Het plan beschrijft de achtergronden, het beleid, het programma en de financiën. Ook komen de rollen van gemeente, waterschap, bewoners en bedrijven aan bod. En het plan houdt rekening met recente ontwikkelingen en het pas afgeronde technische onderzoek Basiswaterketenplan. De gemeente zorgt voor het inzamelen en afvoeren of verwerken van stedelijk afvalwater en hemelwater.

Voor zover doelmatig neemt de gemeente maatregelen tegen grondwateroverlast en zorgen ze samen met het waterschap Vallei en Veluwe dat het stedelijke oppervlaktewater schoon, veilig en beleefbaar is. De gemeente zorgt niet overal en niet altijd voor het water. Bewoners en bedrijven moeten zelf voor de voorzieningen op hun perceel zorgen. In sommige gebieden en situaties moeten zij het regenwater bergen en verwerken of afvoeren, of zelf maatregelen nemen tegen grondwaterproblemen. In het Gemeentelijk water- en rioleringsplan is aangegeven wat de gemeente doet en waarvoor bewoners en bedrijven zelf verantwoordelijk zijn. Water en riolering zijn van groot belang voor de volksgezondheid en onze leefomgeving. Het grondwater is belangrijk voor bomen, planten, het bodemleven en de drinkwatervoorziening. Het oppervlaktewater draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit en wordt gebruikt voor ontspanning en recreatie. Een gezonde leefomgeving betekent ook een groene en koele leefomgeving. Minder zichtbaar maar zeker zo belangrijk, is de riolering onder de grond. Een goed functionerende riolering is nodig voor de volksgezondheid, een schone leefomgeving en het beperken van wateroverlast. Door de klimaatverandering wordt dit alles nog belangrijker. De gemeente maakt het watersysteem en de riolering duurzaam en robuust, zodat deze de effecten van de klimaatverandering kunnen opvangen.

Dit gebeurt in samenhang met andere ingrepen in de (stedelijke) omgeving, waarbij de gemeente kansen benut en effectgericht werkt. De thema's om tot een duurzaam en robuust systeem te komen zijn: 1. Baarn en Soest klimaatbestendig; 2. duurzame afvalwaterketen; 3. bewoners bewust; 4. beleefbaar water; 5. goed beheren;

38/86

6. financiën op orde. Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Voor een gezonde en veilige leefomgeving streven we naar het zo veel mogelijk voorkomen van het contact met afvalwater. We sluiten lozingen van huishoudelijk afvalwater van alle percelen aan op vuilwaterriool of een andere publieke voorziening, zodat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt. Het bedrijfsmatig afvalwater wordt ingezameld en verwerkt als er geen sprake is van beïnvloeding van de doelmatige werking van de riolering en zuivering. Als dit wel het geval is, dan worden voorwaarden gesteld aan de lozing op de riolering. We scheiden zoveel mogelijk vuilwater en schoonwater. Zo blijft schoon water schoon. Bij afkoppelen geldt de voorkeursvolgorde (eerst benutten, dan via infiltratie in de bodem, dan directe afvoer naar het oppervlaktewater, dan afvoer via het maaiveld en tenslotte afvoer via een regenwaterriool). In ons streven naar een gezonde leefomgeving dragen wij als gemeente bij aan een watersysteem van goede kwaliteit. Een watersysteem van goede kwaliteit draagt bij aan natuurontwikkeling, landschap en recreatie. Wij richten ons samen met het waterschap op geen achteruitgang in de kwaliteit van het bodem- en (grond)watersysteem, het meer robuust maken van de retentiegebieden en het behalen van de KRW-doelen voor KRWwaterlichamen in 2027.

We willen de waterkwaliteit laten aansluiten op de functie en het recreatieve gebruik (zwemwater, vaarwater, viswater) en we beperken zoveel mogelijk emissie uit de afvalwaterketen naar het watersysteem, voor zover dit op een doelmatig wijze mogelijk is. Voor een doelmatig beheer van de afvalwaterketen en het optimaal functioneren van de zuivering scheiden we vuilwater en schoonwater. Hierdoor vinden overstorten minder vaak plaats en de impact van overstortingen op de waterkwaliteit is kleiner. We passen de best mogelijke techniek toe bij inzamelen en transport afvalwater. Tot slot passen we het principe toe: de vervuiler/initiatiefnemer betaalt. De gemeente streeft samen met onze inwoners en bedrijven naar een leefbare omgeving, waarin de negatieve gevolgen van klimaatverandering zo veel mogelijk worden beperkt. Dat betekent dat wij streven naar het beperken van maatschappelijke ontwrichting en schade door extreme weersomstandigheden: Bij korte hevige én bij langdurige neerslag:  Blijven snelwegen, provinciale wegen en andere hoofdroutes zo lang mogelijk toegankelijk.  Zijn overige wegen binnen een uur weer toegankelijk, bij hevige buien  Blijven nooddiensten bereikbaar voor calamiteitenverkeer.  Ondervindt bebouwing incidenteel schade bij extreme buien.  Ondervinden vitale en kwetsbare functies geen schade of uitval.  Worden onveilige situaties zoals o.a.

het onderlopen van onderdoorgangen zoveel mogelijk voorkomen. Bij een lange periode van droogte:  Blijft schade aan openbaar groen beperkt.  Blijft open water en grondwater van voldoende kwaliteit, voor recreatief gebruik en biodiversiteit. Bij langdurige hitte:  Wordt hittestress bij kwetsbare groepen zo veel mogelijk voorkomen.  Wordt opwarming van drinkwater tijdens transport en distributie in het leidingnet voorkomen.  Vinden mens en dier verkoeling in groene plekken.

39/86

Bij overstromingen:  Worden gevolgen beperkt door waterrobuuste bouw en inrichting  Worden gevolgen beperkt door voldoende beschikbaarheid voor schuillocaties en mogelijkheden voor evacuatie. Om dit te bereiken werken we aan klimaatbestendige inrichting van de publieke (openbare) en private buitenruimte (o.a. tuinen en (parkeer)terreinen) en het watersysteem. Relevante fysieke veranderingen worden benut om klimaatbestendige maatregelen te nemen. Dat geldt voor projecten van de gemeenten en het waterschap en voor projecten van anderen: bewoners, (agrarische) bedrijven, woningcorporaties, terreinbeheerders en maatschappelijke organisaties. Dat betekent ook dat onderhoudscycli van infrastructuur, riolering, groen en gebouwen worden benut. Om te kunnen anticiperen op klimaatverandering en om overlast tijdens hevige neerslaggebeurtenissen te voorkomen gaan we anders om met regenwater. We houden het water zoveel mogelijk vast waar het valt en hergebruiken het zoveel mogelijk. Water dat we niet kunnen vasthouden en hergebruiken laten we bij voorkeur oppervlakkig afstromen. De afstroming vindt plaats naar laagteberging, waar het geen schade oplevert. Vanuit deze voorziening vindt infiltratie naar het grondwater plaats of (vertraagde) afvoer naar het oppervlaktewatersysteem. Het watersysteem voldoet aan de provinciale normen voor de afvoer- en bergingscapaciteit.

Gemeenten en waterschappen bepalen samen in hoeverre zogenaamde vasthoudmaatregelen buiten het watersysteem (tijdelijke waterberging in de openbare en private ruimte) nuttig en nodig zijn in relatie tot de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit in het watersysteem. Hierbij zijn de maatschappelijke kosten en baten van investeringen het uitgangspunt. Bij (ver)nieuwbouw is sprake van een klimaatbestendige bouw en inrichting, met zo min mogelijk afwenteling naar de omliggende percelen. We gaan bij de inrichting zo veel mogelijk uit van het van nature aanwezige watersysteem. We passen de functie aan het watersysteem en niet het watersysteem aan de functie. We manipuleren de grondwaterstand en het grondwaterregime niet (of minimaal) om een ontwikkeling of specifieke gebruiksfunctie mogelijk te maken (geen onderbemalingen, minimale toepassing van drainage). In de bebouwde omgeving leggen we meer groen aan om de sponswerking en leefbaarheid van het gebied te vergroten. We verminderen hitte in bebouwd gebied door het creëren van (tijdelijke) schaduwwerking en het gebruik van de juiste bouwmaterialen. Ook houden wij bij de inrichting van de ondergrond rekening met het risico van opwarming van drinkwater in het leidingnet onder verharde oppervlakken. In het gemeentelijk Water en rioleringsplan is bovenstaand beleid nader uitgewerkt.

Onderzoek Algemeen Het plangebied bevindt zich aan de Van Angerenstraat in Soesterberg. In de huidige situatie bevinden zich 16 appartementen ter plaatse van het plangebied. Het plangebied is voor een groot deel verhard. Bodem en grondwater Het plangebied ligt niet in een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Omdat het plangebied in de bebouwde kom ligt is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. De grond ten oosten en westen van het plangebied bestaat uit zand. Ten westen van het plangebied is sprake van een grondwatertrap VIIId. Dit betekent dat de hoogste grondwaterstand (GHG) 247 centimeter onder het maaiveld ligt. De gemiddelde maaiveldhoogte in het plangebied is circa 15,5 NAP m.

40/86

Waterkwantiteit Binnen het plangebied zijn geen watergangen aanwezig. Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied bevindt zich niet in de kernzone van een waterkering. Afvalwaterketen en riolering De bestaande bebouwing is aangesloten op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel. Toekomstige situatie Algmeen In de beoogde ontwikkeling worden 37 appartementen gerealiseerd. Bodem en grondwater De beoogde ontwikkeling heeft geen negatief effect op de bodem en grondwater. Waterkwantiteit Volgens het beleid van Waterschap Vallei en Veluwe dient een toename van het verhard oppervlak gecompenseerd te worden door de aanleg van functioneel open water. Dit geldt bij nieuwe ontwikkelingen groter dan 1.500 m 2 in stedelijk gebied en 4.000 m2 in het buitengebied. In de huidige situatie is 753 m 2 van het terrein verhard. In de toekomstige situatie is dit 1.442 m2. De toename aan verharding bedraagt 689 m2. Watercompenserende maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk. Wel wordt het hemelwater op eigen terrein geïnfiltreerd met een bergingseis van 25 mm per m 2.

In het kader van klimaatadaptatie wordt klimaatadaptieve begroeiing toegepast gericht op het beperken van verhard oppervlakte. Waar nodig worden groene erfafscheidingen geplaatst. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:  hemelwater vasthouden voor benutting,  (in-) filtratie van afstromend hemelwater,  afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater,

41/86

afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI.

Conclusie Uit de waterparagraaf blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

4.12 Kabels en leidingen Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling dan ook niet in de weg.

42/86

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische regeling

Algemeen

Artikel 1 Begrippen De begrippen die in het bestemmingsplan gebruikt worden zijn in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.

5.2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Tuin De strook onbebouwde grond aan de zuidzijde van het appartementencomplex en de tuin aan de achterzijde heeft de bestemming Tuin. Binnen deze bestemming is geen bebouwing mogelijk. Artikel 4 Verkeer De inritten en de parkeerplaatsen zijn bestemd als Verkeer. Artikel 5 Wonen De strook waar bergingen worden gerealiseerd heeft de bestemming Wonen. Binnen de aanduiding 'bijgebouwen' zijn bijbehorende bouwwerken toegestaan. Artikel 6 Wonen - Gestapeld Het te ontwikkelen deel is bestemd als Wonen-Gestapeld. Binnen deze bestemming zijn gestapelde woningen toegestaan. Op de verbeelding is aangegeven wat de maximum bouwhoogte is. Het maximum aantal woningen binnen deze bestemming bedraagt 37. Artikel 7 Waarde - Archeologie lage verwachting Dit artikel borgt de archeologische waarden ter plaatse. Bij werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 10.000 m2 dient archeologisch onderzoek verricht te worden.

43/86

5.3

Algemene regels

Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Bro vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Artikel 9 Algemene bouwregels Dit artikel bevat de bepaling 'Overschrijding bouwgrenzen'. Dit is een regeling voor beperkte en ondergeschikte overschrijding van de grenzen van bouwvlakken. Artikel 10 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn vormen van gebruik genoemd die strijdig zijn met dit bestemmingsplan. Artikel 11 Algemene aanduidingsregels In dit artikel is bepaald dat de realisering van geluidgevoelige objecten ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone industrie' uitsluitend is toegestaan indien voldaan wordt aan de in of krachtens de Wet geluidhinder geldende normen. Artikel 12 Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om af te wijken van de regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Artikel 13 Overige regels Dit artikel bepaalt dat waar in dit bestemmingsplan verwezen wordt naar wettelijk regelingen, deze gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.

5.4

Overgangs- en slotregels

Artikel 14 Overgangsrecht In dit artikel is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In lid 14.1 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 14.2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Artikel 15 Slotregel De slotregel beschrijft op welke wijze de regels aangehaald moeten worden.

44/86

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Dit bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor de geplande ontwikkeling. Portaal heeft aannemelijk gemaakt over voldoende financiële middelen te beschikken om deze ontwikkeling te realiseren. Het project richt zich op een marktsegment waar momenteel vraag naar is. Hierdoor is het plan financieel haalbaar. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De ontwikkeling die in dit bestemmingsplan centraal staat is als 'bouwplan' aangemerkt.

Voor dit plan is een anterieure overeenkomst opgesteld, waarmee de kosten anderszins zijn verzekerd. Hierin zijn ook afspraken gemaakt ten aanzien van planschade er is tevens een planschadeverhaalsovereenkomst opgesteld.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie Op 30 augustus 2022 heeft Portaal haar plannen gepresenteerd voor de herontwikkelingen aan de Van Angerenstraat en aan de Plesmanstraat. Later zijn op in september, oktober, november en december 2022 verdere gesprekken met omwonenden gevoerd over de planvorming aan de Van Angerenstraat. Samen met omwonenden zijn diverse planvarianten besproken. De opzet van het plan is echter niet gewijzigd. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan de verschillende overlegpartners. De ingekomen reacties worden van een beantwoording voorzien. Ter inzagelegging Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd.

45/86

46/86

Bijlagen toelichting

47/86

48/86

Bijlage 1 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

49/86

50/86

VAN ANGERENSTRAAT Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling 24 augustus 2023

1/17

DATUM 24 augustus 2023 KENMERK PROJECT 20210729 PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER Portaal PROJECTNUMMER

2/17

INHOUD 1.

2.

3.

4.

3/17

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in? Leeswijzer

4 4 4

Plaats en kenmerken van het project

5

2.1 2.2

Plaats van het project Kenmerken van het project

5 7

Kenmerken van de milieueffecten

9

3.1 3.2 3.3

Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit 3.3.1 Toetsingskader 3.3.2 Beoordeling effecten

9 10 10 10 10

3.4 3.5

Externe veiligheid Bodem 3.5.1 Toetsingskader

11 13 13

3.6

Water 3.6.1

toetsingskader

14 14

3.7

Ecologie 3.7.1 Beoordeling effecten

14 15

3.8

Cultuurhistorie en archeologie 3.8.1 Toetsingskader 3.8.2 Archeologie 3.8.3 Cultuurhistorie

16 16 16 16

Mitigerende maatregelen en conclusie

17

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Woningbouwcorporatie Portaal is voornemens om 16 appartementen aan de Van Angerenstraat in Soesterberg te vervangen door een nieuw appartementengebouw met 37 woningen. De bestaande woningen voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd. Het nieuwe gebouw wordt gasloos en energiezuinig. In het Besluit milieueffectrapporten (Besluit m.e.r.) is vastgelegd wanneer een milieueffectrapport (MER) of een milieuefeffectbeoordeling (m.e.r.-beoordeling) moet worden opgesteld bij projecten, plannen en besluiten. Voor uw aanvraag is het volgende onderdeel van belang: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Bij overschrijding van de volgende drempelwaarden dient een m.e.r.-beoordeling te worden opgesteld, voor kleinere hoeveelheden is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: ● een oppervlakte van 100 hectare of meer; ● een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of; ● een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. In onderhavig geval is er dus sprake van een vormvrije m.e.r-beoordeling.

1.2

Wat houdt een m.e.r.-beoordeling in?

In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: ● de plaats van het project; ● de omvang van het project; ● de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3

Leeswijzer

Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: ● beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; ● licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; ● geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.

4/17

2. PLAATS EN KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1

Plaats van het project

Het plangebied bevindt zich aan de Van Angerenstraat in Soesterberg. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het appartementengebouw 'De Drie Eiken' aan het Dorpsplein. De westzijde van het plangebied wordt begrensd door de Professor Lorentzlaan. De noordzijde van het plangebied grenst aan de tuinen van de percelen aan de Rademakerstraat. Figuur 2.1 geeft de ligging van het plangebied weer.

Figuur 2.1 Ligging van het plangebied, aangegeven met rood kader.

Beschermde gebieden – Milieugevoelige gebieden Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000, zie figuur 2.2. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie figuur 2.3. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied gelegen op een afstand van circa 11 km en betreft het gebied Oostelijke Vechtplassen. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het NNN ligt op een afstand van circa 550 m. Ten slotte is het gebied niet gelegen in of nabij een stiltegebied of waterwin- grondwaterbeschermingsgebied.

5/17

Figuur 2-1 Plangebied (rode stip) en Natura-2000 gebieden (aerius.nl)

Figuur 2-2 Plangebied (rode stip) en NNN. (Atlas leefomgeving)

6/17

2.2

Kenmerken van het project

Huidige situatie In de huidige situatie bevindt zich in het plangebied één woonblok met 16 woningen. het woonblok bestaat uit twee bouwlagen met een kap. Tussen de stoep en het gebouw is een groenstrook aanwezig. De woningen op de begane grond hebben een achtertuin van circa 22 meter diep.

Figuur 2-3 Huidige situatie plangebied (Google maps Streetview september 2022)

Beoogde situatie De huidige woningen voldoen niet meer aan de eisen van de huidige tijd. De woningen die terug worden gebouwd, zijn comfortabel en energiezuinig. Met de bouw van 37 appartementen worden 21 woningen toegevoegd ten opzichte van de huidige situatie.

7/17

Figuur 2-4 Impressie beoogde ontwikkeling gezien in vogelvlucht vanaf de Van Angerenstraat

Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Er worden tijdens de bouw gebruik gemaakt van duurzame materialen. Afvalstoffen zullen slechts ontstaan tijdens de aanlegfase. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik. Cumulatie met andere projecten Voor zover bekend zijn er in de buurt van het plangebied geen andere plannen.

8/17

3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN 3.1

Verkeer en parkeren

3.6.1 Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer is er geen specifieke wetgeving van toepassing. In algemene zin is het bij nieuwe ontwikkelingen van belang om aan te tonen dat het verkeer op een goede en veilige wijze kan worden afgewikkeld. Beoordelingscriteria Bij de beoordeling van de effecten op het gebied van verkeer zijn de volgende criteria van belang: ● gevolgen voor de verkeersafwikkeling: de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling en de capaciteit van de ontsluitende wegen en kruispunten; ● gevolgen voor de verkeersveiligheid: de vormgeving en weginrichting versus de te verwachten verkeersintensiteiten; ● parkeerbehoefte en gevolgen voor de parkeerdruk in de omgeving: de parkeerbehoefte van de beoogde functie en de wijze waarop daarin wordt voorzien. 3.6.2 Beoordeling effecten Verkeer De sloop van 16 appartementen en bouw van 37 appartementen leidt tot een toename van de verkeersgeneratie van het plangebied. Deze toename kan worden berekend aan de hand van kencijfers uit CROW publicatie 381. Onderstaande tabel toont de berekende verkeersgeneratie (huidige en toekomstige situatie).

De ontwikkeling leidt tot een verkeerstoename van 71 motorvoertuigbewegingen per etmaal (weekdaggemiddelde). Omrekening naar een gemiddelde werkdag vindt plaats met de standaard factor 1,11 voor woonfuncties. Op een gemiddelde werkdag genereert de ontwikkeling 79 mvt/etmaal. Om de verkeersafwikkeling te beoordelen is de afwikkeling in een spitsuur maatgevend, waarin doorgaans maximaal 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. In een gemiddeld spitsuur betekent dit een verkeersgeneratie van 8 mvt. Deze verkeerstoename is dusdanig beperkt dat het zal opgaan in de dagelijkse fluctuatie van het verkeer. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten. Parkeren In de 'Nota parkeernormen auto en fiets (4e herziening) 2021' van de gemeente Soest zijn onder andere specifieke parkeernormen voor diverse woningtypes opgenomen. Het plan voorziet in de realisatie van 37 appartementen van verschillende groottes. In onderstaande tabel is de berekening van de parkeerbehoefte weergegeven.

9/17

Aan de Van Angerenstraat wordt een inrit gecreëerd die leidt naar een parkeerterrein achter het appartementencomplex. Hier komen 10 parkeerplaatsen. Er worden voldoende parkeerplaatsen aangelegd. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten als gevolg van de beoogde ontwikkeling.

3.2

Geluid

3.7.1 Toetsingskader Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidsgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als er geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet de geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst worden aan de normen. 3.7.2 Beoordeling effecten Het plangebied ligt binnen de geluidzone van de Amersfoortsestraat (N237). Daarnaast ligt het plangebied in de nabijheid van diverse 30 km/uur wegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn deze wegen ook meegenomen in het onderzoek. Het akoestisch onderzoek is toegevoegd in de bijlagen bij het bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel wordt overschreden. Derhalve is een procedure hogere waarde niet aan de orde. Significant negatieve milieueffecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

3.3

Luchtkwaliteit

3.3.1 Toetsingskader Voor luchtkwaliteit is de Wet milieubeheer hoofdstuk luchtkwaliteitseisen leidend. Hierin is onder andere opgenomen dat een ontwikkeling doorgang kan vinden indien wordt voldaan aan de grenswaarden, of indien een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen. Beoordelingscriteria Bij de beoordeling van de effecten op het gebied van luchtkwaliteit zijn de volgende criteria van belang: ● Gevolgen voor de concentraties luchtverontreinigende stoffen in relatie tot de wettelijke grenswaarden luchtkwaliteit (NO2, PM10,PM2,5) uit de Wet milieubeheer; ● Gevolgen voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende gevoelige functies. In de Wet luchtkwaliteit zijn normen gesteld voor de concentraties voor met name NO2, PM10 en PM2.5. 3.3.2 Beoordeling effecten Gezien de beperkte omvang van de ontwikkeling draagt de ontwikkeling 'niet in betekenende mate' bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijnstof in de lucht. Daarmee is de beoogde ontwikkeling vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk.

10/17

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven. De indicatie is gedaan op basis van de cijfers van de Atlas Leefomgeving. De Atlas Leefomgeving is een tool van de Rijksoverheid en biedt informatie over de kwaliteit van de Nederlandse leefomgeving. Uit de kaart van Atlas Leefomgeving (atlasleefomgeving.nl/check-je-plek) blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen voor de planlocatie bedroegen in 2020: 14 µg/m³voor NO2 en 10 µg/m³ voor PM2,5. Conclusie De luchtkwaliteit ter plaatse is van goede kwaliteit. De beoogde ontwikkeling heeft geen significant effect op de luchtkwaliteit ter plaatse. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen zodoende worden uitgesloten.

3.4

Externe veiligheid

3.4.1 Toetsingskader Voor de beoordeling van externe veiligheid zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) bevat de regels rondom transportroutes (over de weg, het spoor en het water) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) de regels met betrekking tot risicorelevante buisleidingen.

Beoordelingscriteria Bij de beoordeling van de effecten op het gebied van externe veiligheid zijn de volgende criteria van belang: ● gevolgen voor de risicosituatie (plaatsgebonden risico en groepsrisico) van omliggende risicobronnen; ● gevolgen van de beoogde activiteiten voor de risicosituatie ter plaatse van omliggende kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. 3.4.2 Beoordeling effecten De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. De beoogde ontwikkeling maakt woningen mogelijk; dit betreffen kwetsbare objecten. Overeenkomstig de risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, zijn er in de omgeving van het plangebied geen relevante risicovolle inrichtingen te vinden met een externe werking. Ook bevindt het plangebied zich niet in het invloedsgebied van transport van gevaarlijke stoffen plaats via het water, weg of door buisleidingen.

11/17

Figuur 3-1 Uitsnede risicokaart, zwarte cirkel geeft plangebied weer. (atlas leefomgeving)

Vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor. Uit de informatie op de risicokaart blijkt dat de A28 zich ten zuiden van het plangebied bevindt. Hierover worden gevaarlijke stoffen van o.a. de stofcategorie LT2 vervoerd met een invloedsgebied van 880 meter. De afstand van het plangebied tot deze weg bedraagt circa 820 meter. Het plangebied bevindt zich binnen het invloedsgebied van deze weg. Omdat de afstand groter is dan 200 meter, kan er volgens het Bevt worden voldaan met een beknopte verantwoording en hoeven er geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Desalniettemin is vanwege de ligging binnen het invloedsgebied een beknopte verantwoording noodzakelijk. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen.

Het plangebied wordt op dit moment ontsloten via de Professor Lorentzlaan in Soesterberg. Deze weg sluit aan op de Rademakerstraat , die vervolgens aansluit op het verdere wegennetwerk van Soesterberg zoals de N237. Dit biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zullen woningen gerealiseerd. De aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Als gevolg van een incident met toxische stoffen over de weg geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit

12/17

effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Hiermee worden de aanwezigen beschermd tegen de blootstelling aan toxische gassen. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een traject voor vervoer van gevaarlijke stoffen. Vanwege de relatief geringe omvang van de beoogde ontwikkeling zal het groepsrisico echter niet aanzienlijk toenemen. Uit de beknopte verantwoording blijkt daarnaast dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Er zijn geen significante negatieve effecten omtrent externe veiligheid.

3.5

Bodem

3.5.1 Toetsingskader De overheid streeft naar duurzaam gebruik van de bodem. Dit door middel van het schoonmaken van ernstig verontreinigde grond (saneren), licht verontreinigde grond blijvend te beheren en schone grond schoon te houden. Deze algemene landelijke doelstellingen zijn vastgelegd in het Nationaal Milieubeleidsplan. In diverse wet- en regelgeving zijn deze doelstellingen nader uitgewerkt. Bij een functiewijzigingen dient te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie. Daarnaast geeft de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB) invulling aan het bodembeschermingsbeleid met betrekking tot bedrijfsmatige activiteiten. Beoordelingscriteria Bij de beoordeling van de effecten op het gebied van bodem zijn de volgende criteria van belang: ● huidige bodemkwaliteit en geschiktheid voor de beoogde functies(s); ● effect van de beoogde ontwikkeling op de bodemkwaliteit; ● analyse van plangebied m.b.t. niet-gesprongen-explosieven en beoogde functie(s). 3.5.2 Beoordeling effecten De beoogde ontwikkeling betreft vervangende nieuwbouw van woningen en voorziet ten opzichte van de vigerende planologische situatie niet in een functiewijziging. In het kader van de bestemmingsplanprocedure is daarom geen bodemonderzoek vereist. Voor de aanvraag omgevingsvergunning dient echter wel een actueel bodemonderzoek te worden uitgevoerd.

In de bijlagen bij het bestemmingsplan is het verkennend bodemonderzoek toegevoegd. Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat er geen beperkingen zijn ten aanzien van de beoogde ontwikkeling uit milieuhygienisch oogpunt. Om te bepalen of in het plangebied ontplofbare oorlogsresten aanwezig zijn, is een vooronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd in de bijlagen bij het bestemmingsplan. Uit de geraadpleegde literatuur, archiefstukken, luchtfoto's en andere geraadpleegde bronnen blijkt dat het plangebied Van Angerenstraat niet verdacht is op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten. De geplande werkzaamheden kunnen op reguliere wijze worden uitgevoerd. Het is niet noodzakelijk om vervolgstappen te ondernemen in de opsporing van ontplofbare oorlogsresten voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden. Conclusie Het project heeft geen negatieve effecten op de bodemkwaliteit.

13/17

3.6

Water

3.6.1 toetsingskader Het toetsingskader voor water wordt met name gevormd door de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de uitwerking daarvan en de Waterwet en onderliggende uitvoeringsregels. De provincie en het waterschap hebben dit uitgewerkt in regionaal beleid en uitvoeringsplannen. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Ook grenst het gebied aan het beheergebied van Rijkswaterstaat, zij is verantwoordelijk voor de vaarweg, oevers en de waterkwaliteit op de IJssel. Beoordelingscriteria Bij de beoordeling van de effecten op het gebied van water zijn de volgende criteria van belang: ● Effecten op de waterhuishouding: waterkwantiteit, waterkwaliteit; ● Effecten op de waterkeringen en waterveiligheid; ● Effecten op waterketen; 3.3.2 Beoordeling effecten

Volgens het beleid van Waterschap Vallei en Veluwe dient een toename van het verhard oppervlak gecompenseerd te worden door de aanleg van functioneel open water. Dit geldt bij nieuwe ontwikkelingen groter dan 1.500 m2 in stedelijk gebied en 4.000 m2 in het buitengebied. In de huidige situatie is 753 m2 van het terrein verhard. In de toekomstige situatie is dit 1.442 m2. De toename aan verharding bedraagt 689 m2. Watercompenserende maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk. Wel wordt het hemelwater op eigen terrein geïnfiltreerd met een bergingseis van 25 mm per m2. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van het oppervlakte- en grondwater duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruikt, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Het plangebied wordt aangesloten op het bestaande rioleringssysteem. Hemelwater van daken, erven en wegen zal via oppervlakkige afstroming worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszones zoals opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling op het watersysteem ter plaatse kunnen bij naleving van bovenstaande worden uitgesloten.

3.7

Ecologie

Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dieren plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: ● Natura-2000 gebieden; ● Natuurnetwerk Nederland (NNN) Natura-2000 gebieden Natura 2000 richt zich op het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden in heel Europa. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Voor Nederland gaat het om ruim 160 gebieden. Alle Natura 2000-gebieden liggen binnen het Nationaal Natuurnetwerk. Een groot deel van de Natura 2000-gebieden is inmiddels definitief aangewezen. Dat gebeurt in de vorm van een aanwijzingsbesluit. In het aanwijzingsbesluit staat welke doelen Nederland nastreeft voor een bepaald gebied, bijvoorbeeld

14/17

welke planten en dieren bescherming verdienen. Vervolgens komt er in nauw overleg met betrokken partijen een beheerplan, waarin onder andere staat beschreven welke maatregelen nodig zijn om de doelen te behalen. Natuurnetwerk Nederland (NNN) In de Wet natuurbescherming is ook geregeld dat de provincies ter bescherming van bijzondere soorten een landelijk samenhangend stelsel van natuurgebieden moet begrenzen én beschermen, het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Verdere uitwerking hiervan is opgenomen onder de provinciale verordening. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: ● soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; ● Soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; ● overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen en de voorwaarden waaronder Gedeputeerde Staten hiervan ontheffing of Provinciale Staten hiervan vrijstelling kunnen verlenen. Beoordelingscriteria Bij de beoordeling van de effecten op het gebied van natuur zijn de volgende criteria van belang: ● gebiedsbescherming: aantasting of verstoring van Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland; ● soortenbescherming: aantasting of verstoring van bestaande natuurwaarden. 3.7.1 Beoordeling effecten Gebiedsbescherming Zoals beschreven in paragraaf 2.2. vormt het plangebied geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000.

Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Nationaal Natuurnetwerk. Met het programma AERIUS Calculator (versie 2022) is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. Het onderzoek is opgenomen in de bijlagen bij het bestemmingsplan. Uit de berekening voor de aanlegfase en de gebruiksfase van de beoogde ontwikkeling blijkt dat er geen stikstofdepositie hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar op kwetsbare Natura 2000-gebieden.

Soortenbescherming Door middel van een quickscan ecologie is het plangebied onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van door de Wet natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten. Dit onderzoek is toegevoegd in de bijlagen bij het bestemmingsplan. Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het mogelijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. Nader onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk. Dit onderzoek is uitgevoerd van april 2020 tot en met september 2020. Dit onderzoek is toegevoegd in de bijlagen bij het bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat ter plaatse verblijfsplaatsen van huismussen aanwezig zijn. Voor het voorkomen van de huismus wordt een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd.

15/17

3.8

Cultuurhistorie en archeologie

3.8.1 Toetsingskader Op grond van de in het bestemmingsplan opgenomen dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie lage verwachting' zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de aanwezige of naar verwachting aanwezige archeologische waarden. Op en in de gronden waar deze dubbelbestemming geldt mag zonder archeologisch onderzoek gebouwd worden indien de maximale oppervlakte van de ontwikkeling 10.000 m². Erfgoedverordening gemeente Soest 2017 De bescherming van archeologische waarden was voorheen in de erfgoedverordening (2014) geborgd. Deze verordening is met het inwerkingtreden van de erfgoedverordening Soest 2017 komen te vervallen. De huidige verordening ziet in beginsel niet meer toe op archeologie. De archeologische waarden worden nu uitsluitend geborgd in bestemmingsplannen en de afwijkvergunning op basis van de Wabo. 3.8.2 Archeologie De beoogde ontwikkeling beslaat een oppervlak van ca. 2.200 m² en blijft daarmee onder de gestelde grens. Archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Negatieve effecten omtrent archeologie zijn dan ook uitgesloten. 3.8.3 Cultuurhistorie Er zijn in en nabij het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Negatieve effecten op deze waarden zijn dan ook uitgesloten.

Conclusie Beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve effecten omtrent archeologie en cultuurhistorie.

16/17

4. MITIGERENDE MAATREGELEN EN CONCLUSIE Uit de voorgaande sectorale analyses blijkt dat de volgende mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn: 

Ten aanzien van het voorkomen van huismussen en vleermuizen is een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd.

Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen, mits de genoemde mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. Met inachtneming van deze maatregelen is het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet noodzakelijk.

17/17

Bijlage 2 Bomeneffectanalyse

51/86

52/86

Bijlage 3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

53/86

54/86

documentkenmerk: 2303/096/JJA-01, versie A

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Van Angerenstraat en Plesmanstraat te Soesterberg (2303/096/JJA-01, versie A)

documentkenmerk: 2303/096/JJA-01, versie A

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (toetsing Wet geluidhinder)

in opdracht van Rho Adviseurs voor leefruimte B.V. T.a.v. mevrouw I. Penning Postbus 150 3000 AD ROTTERDAM betreffende locatie Van Angerenstraat en Plesmanstraat Soesterberg documentkenmerk 2303/096/JJA-01 versie A vestiging Nuenen datum 4 mei 2023

opgesteld door:

gecontroleerd door:

ir. J.W.P. Jansen

ing. C.P. Kuijken

Projectleider geluid & bouwfysica

Projectleider geluid & bouwfysica

Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/disclaimer/29-04-2021/

Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

I.

www.tritium.nl

KvK-nr.

17108024

Tritium Advies is gevestigd in:

Breda >> Nuenen >> Rijkevoort

documentkenmerk: 2303/096/JJA-01, versie A

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

2

Uitgangspunten

2

2.1

Locatiegegevens

2

2.2

Gegevens wegverkeer

2

2.3

Modellering

5

3

Wet- en regelgeving

6

3.1

Berekeningsmethode

6

3.2

Randvoorwaarden Wgh

6

3.2.1 Inleiding

6

3.2.2 Geluidzones

6

3.2.3 Artikel 110g

6

3.2.4 Stedelijk en buitenstedelijk gebied

7

3.2.5 Artikel 3.5 Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012)

7

3.2.6 Normen geluidbelasting

8

3.3

Geluidbeleid gemeente Soest

9

4

Rekenresultaten en toetsing

11

4.1

Geluidbelasting wegverkeerslawaai

11

4.2

Bronmaatregelen

13

4.3

Overdrachtsmaatregelen

13

4.4

Goed akoestisch woon- en leefklimaat

13

4.5

Cumulatieve geluidbelasting

14

4.6

Geluidwering gevels (GA;k)

15

5

Samenvatting en conclusie

16

Bijlagen Bijlage 1:

Tekeningen van de plangebieden

Bijlage 2:

Verkeersgegevens wegverkeer

Bijlage 3:

Invoergegevens akoestisch model wegverkeerslawaai

Bijlage 4:

Grafische weergave akoestisch model wegverkeerslawaai

Bijlage 5:

Rekenresultaten geluidbelasting wegverkeer

Bijlage 6:

Aanvullend onderzoek: stiller wegdek

Bijlage 7:

Aanvullend onderzoek: schermen

documentkenmerk: 2303/096/JJA-01, versie A

1 Inleiding In opdracht van Rho Adviseurs voor leefruimte B.V. is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde herontwikkeling van twee plangebieden aan de Van Angerenstraat en de Plesmanstraat te Soesterberg. Beoogd wordt aan de Van Angerenstraat om 16 appartementen te slopen en daarvoor de bouw van 37 nieuwe appartementen te realiseren. Aan de Plesmanstraat worden tevens 16 appartementen gesloopt en hiervoor 27 nieuwe appartementen gerealiseerd. De ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Het onderzoek is derhalve uitgevoerd ten behoeve van de hiervoor noodzakelijk juridisch-planologische procedure. In onderhavige rapportage is deze zogenaamde <Nieuwe situatie= getoetst aan de normstelling van de Wet geluidhinder (verder: Wgh) en is aangegeven wat hiervan de consequenties zijn. Op basis van de resultaten van deze toetsing is vervolgens beoordeeld of voor de nieuwe appartementen extra geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn. De planlocatie is niet gelegen binnen de geluidzone van spoorwegen, luchthavens of geluidgezoneerde industrieterreinen. Derhalve zijn deze aspecten in het onderhavige onderzoek niet beschouwd. In verband met tekstuele aanpassingen komt het eerder door ons opgestelde rapport <Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Van Angerenstraat 2-32 te Soesterberg= met kenmerk: 2303/096/JJA-01, versie 0 d.d.

24 maart 2023 in zijn geheel te vervallen.

pagina 1 van 16

documentkenmerk: 2303/096/JJA-01, versie A

2 Uitgangspunten 2.1 Locatiegegevens De plangebieden zijn gelegen in het binnenstedelijk gebied van Soesterberg, gemeente Soest en zijn gelegen binnen kadastraal perceel nummer 2771 en 4174, sectie E van de kadastrale gemeente Soest. In bijlage 1 zijn ontwerptekeningen van de beide plangebieden opgenomen. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Amersfoortsestraat (N237). Het plan is tevens gelegen in de nabijheid van diverse 30 km/uur wegen. Dit type weg vormt een afwijkende categorie binnen de Wgh. Formeel kan voor deze wegen geen hogere waarde worden aangevraagd of verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Voor de waarborging van een goed akoestisch woon- en leefklimaat dient de geluidbelasting op de gevels van nieuw te bouwen woningen nabij 30 km/uur wegen echter alsnog te worden bepaald. Derhalve is in het onderhavige akoestisch onderzoek tevens de geluidbelasting ten gevolge van de 30 km/uur wegen Van Angerenstraat, Rademakerstraat, Professor Lorentzlaan, Plesmanstraat, Fokkerstraat en Dorpsplein inzichtelijk gemaakt.

2.2 Gegevens wegverkeer De verkeersgegevens van de bovengenoemde wegen zijn verstrekt door de gemeente Soest. Van de wegen zijn (prognose)gegevens van de jaren 2017 en 2030 voorhanden. De etmaalintensiteiten (werkdag) voor het maatgevende jaar 2033 zijn bepaald door interpolatie op basis van autonome groei. Voor de wegvakken waarbij een afname in verkeer wordt verwacht, wordt worst-case de etmaalintensiteit van het jaar 2017 aangehouden. Conform CROW zijn de etmaalintensiteiten werkdag vervolgens met 11% omgerekend naar de etmaalintensiteiten weekdag. Van de Plesmanstraat zijn geen gegevens beschikbaar. Voor deze weg zijn de gegevens van de aangrenzende Van Angerenstraat aangehouden. Van de Rademakerstraat en Professor Lorentzlaan zijn telgegevens beschikbaar waaruit de verdeling van lichte, middelzware en zware motorvoertuigen over dag-, avond- en nachtperiode berekend is. Voor de overige 30 km/uur wegen zijn dezelfde verdelingen als van de Professor Lorentzlaan aangehouden. Voor de verdelingen van de Amersfoortsestraat is gebruik gemaakt van het door het ministerie van VROM uitgegeven rapport <bepaling van verkeersgegevens ten behoeve van de Wet geluidhinder=, GF-DR-35-01. De Amersfoortsestraat is als een regionale weg beschouwd. Alle verstrekte verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage 2.

De verkeersinvoergegevens inclusief de maximumsnelheid en wegdektype worden gepresenteerd in navolgende tabellen 2.1 tot en met 2.7.

pagina 2 van 16

documentkenmerk: 2303/096/JJA-01, versie A

Tabel 2.1: gegevens wegverkeer Amersfoortsestraat (N237) Amersfoortsestraat (N237)* maximumsnelheid: 80 km/uur wegdek: asfalt (referentiewegdek) jaar: 2017 (werkdag)

etmaalintensiteit oost: 4951 mvt. etmaalintensiteit west: 4385 mvt.

jaar: 2030 (werkdag)

etmaalintensiteit oost: 7712 mvt. etmaalintensiteit west: 7181 mvt.

jaar: 2033 (weekdag)

etmaalintensiteit oost: 7696 mvt. etmaalintensiteit west: 7294 mvt. dag

avond

gemiddeld per uur (%)

6,46

3,40

nacht 1,11

lichte mvt. (%)

76,32

86,03

69,12

middelzware mvt. (%)

11,00

4,41

9,87

zware mvt. (%)

12,68

9,56

21,01

* De verkeersgegevens verschillen per wegvak. De hier opgenomen verkeersgegevens gelden voor het dichtst bij het plangebied gelegen wegvak.

Tabel 2.2: gegevens wegverkeer Van Angerenstraat Van Angerenstraat maximumsnelheid: 30 km/uur wegdek: elementenverharding in keperverband jaar: 2017 (werkdag)

etmaalintensiteit: 706 mvt.

jaar: 2030 (werkdag)

etmaalintensiteit: 1262 mvt.

jaar: 2033 (weekdag)

etmaalintensiteit: 1300 mvt. dag

avond

nacht

gemiddeld per uur (%)

6,73

2,47

1,17

lichte mvt. (%)

93,24

98,79

92,95

middelzware mvt. (%)

4,01

0,61

4,49

zware mvt. (%)

2,75

0,61

2,56

Tabel 2.3: gegevens wegverkeer Rademakerstraat Rademakerstraat* maximumsnelheid: 30 km/uur wegdek: elementenverharding in keperverband en asfalt (referentiewegdek) jaar: 2017 (werkdag)

etmaalintensiteit: 3957 mvt.

jaar: 2030 (werkdag)

etmaalintensiteit: 4372 mvt.

jaar: 2033 (weekdag)

etmaalintensiteit: 4030 mvt. dag

avond

gemiddeld per uur (%)

7,20

2,88

nacht 0,41

lichte mvt. (%)

90,55

95,21

93,26

middelzware mvt. (%)

4,10

2,24

5,62

zware mvt. (%)

5,35

2,56

1,12

* De verkeersgegevens verschillen per wegvak. De hier opgenomen verkeersgegevens gelden voor het dichtst bij het plangebied gelegen wegvak.

pagina 3 van 16

documentkenmerk: 2303/096/JJA-01, versie A

Tabel 2.4: gegevens wegverkeer Van Professor Lorentzlaan Professor Lorentzlaan* maximumsnelheid: 30 km/uur wegdek: elementenverharding in keperverband jaar: 2017 (werkdag)

etmaalintensiteit: 1760 mvt.

jaar: 2030 (werkdag)

etmaalintensiteit: 3073 mvt.

jaar: 2033 (weekdag)

etmaalintensiteit: 3148 mvt. dag

avond

gemiddeld per uur (%)

6,73

2,47

nacht 1,17

lichte mvt. (%)

93,24

98,79

92,95

middelzware mvt. (%)

4,01

0,61

4,49

zware mvt. (%)

2,75

0,61

2,56

* De verkeersgegevens verschillen per wegvak. De hier opgenomen verkeersgegevens gelden voor het dichtst bij het plangebied gelegen wegvak.

Tabel 2.5: gegevens wegverkeer Plesmanstraat Plesmanstraat maximumsnelheid: 30 km/uur wegdek: elementenverharding in keperverband jaar: 2033 (weekdag)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=7f9611d9-135d-4547-a20a-e1ae4c63a563