CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Bijlage 2 Ontwerpbestemmingsplan Van Angerenstraat

Beeldvormende vergadering (Raadzaal) 19 september 2024, gemeente SoestBij agendapunt: Bestemmingsplan Van Angerenstraat 2-32 Soesterberg19.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwerpbestemmingsplan Van Angerenstraat 2- 32 Soesterberg NL.IMRO.0342.BPSTB0038-0201 30 oktober 2023

Van Angerenstraat 2 - 32

Soest

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0342.BPSTB0038-0201

11-05-2023

projectnummer:

30-10-2023

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

20210729 opdrachtleider:

M. Kegler

2/86

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Geldend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

9

2.1

Huidige situatie

9

2.2

Beoogde situatie

9

Ruimtelijk beleidskader

13

3.1

Rijksbeleid

13

3.2

Provinciaal beleid

17

3.3

Gemeentelijk beleid

20

Hoofdstuk 4

Sectorale aspecten

23

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

23

4.2

Verkeer en parkeren

24

4.3

Wegverkeerslawaai

26

4.4

Bedrijven en milieuhinder

26

4.5

Externe veiligheid

27

4.6

Niet-gesprongen explosieven

30

4.7

Archeologie en Cultuurhistorie

30

4.8

Bodemkwaliteit

32

4.9

Luchtkwaliteit

33

4.10

Ecologie

34

4.11

Water

36

4.12

Kabels en leidingen

42

Hoofdstuk 5

Juridische regeling

43

5.1

Algemeen

43

5.2

Bestemmingsregels

43

5.3

Algemene regels

44

5.4

Overgangs- en slotregels

44

Uitvoerbaarheid

45

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 6

3/86

6.1

Economische uitvoerbaarheid

45

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

45

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 2

Bomeneffectanalyse

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 4

Memo stikstofberekeningen

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 6

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Bijlage 7

Quickscan ecologie

Bijlage 8

Nader ecologisch onderzoek

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

67

Artikel 1

Begrippen

67

Artikel 2

Wijze van meten

70

Bestemmingsregels

71

Artikel 3

Tuin

71

Artikel 4

Verkeer

72

Artikel 5

Wonen

73

Artikel 6

Wonen - Gestapeld

74

Artikel 7

Waarde - Archeologie lage verwachting

75

Hoofdstuk 3

Algemene regels

79

Artikel 8

Anti-dubbeltelregel

79

Artikel 9

Algemene bouwregels

80

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

81

Artikel 11

Algemene aanduidingsregels

82

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

83

Artikel 13

Overige regels

84

Overgangs- en slotregels

85

Artikel 14

Overgangsrecht

85

Artikel 15

Slotregel

86

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

4/86

Toelichting

5/86

6/86

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Woningbouwcorporatie Portaal is voornemens om 16 appartementen aan de Van Angerenstraat in Soesterberg te vervangen door een nieuw appartementengebouw met 37 woningen. De bestaande woningen voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd. Het nieuwe gebouw wordt gasloos en energiezuinig. Deze ontwikkeling is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Om de beoogde ontwikkeling juridisch planologisch mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan nodig. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied bevindt zich aan de Van Angerenstraat in Soesterberg. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het appartementengebouw 'De Drie Eiken' aan het Dorpsplein. De westzijde van het plangebied wordt begrensd door de Professor Lorentzlaan. De noordzijde van het plangebied grenst aan de tuinen van de percelen aan de Rademakerstraat. Figuur 1.1 geeft de ligging van het plangebied weer.

Figuur 1.1: Ligging van het plangebied (bron: Arcgis luchtfoto 2022)

7/86

1.3

Geldend bestemmingsplan

Het geldende bestemmingsplan is 'Soesterberg', vastgesteld op 4 juli 2013. Figuur 1.2 geeft een uitsnede van dit bestemmingsplan weer. Ook geldt het 'Parapluplan omissies en Nota parkeernormen auto en fiets, 4e herziening', vastgesteld op 14 oktober 2021.

Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan 'Soesterberg' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De locatie heeft de bestemming 'Wonen' met de aanduiding 'gestapeld'. De maximum bouwhoogte is 9 meter en de maximum goothoogte is 6 meter. Ook geldt de gebiedsaanduiding 'geluidzone - weg'.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 komt de ruimtelijke analyse van het plangebied aan de orde en wordt het initiatief beschreven. Vervolgens wordt de ontwikkeling in hoofdstuk 3 aan het actuele en relevante beleidskader getoetst. In hoofdstuk 4 worden de relevante omgevingsaspecten en de bijbehorende onderzoeken beschreven. Een toelichting op de juridische regeling van het plan is opgenomen in hoofdstuk 5. Ten slotte gaat hoofdstuk 6 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

8/86

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

In de huidige situatie bevindt zich in het plangebied één woonblok met 16 woningen. het woonblok bestaat uit twee bouwlagen met een kap. Tussen de stoep en het gebouw is een groenstrook aanwezig. De woningen op de begane grond hebben een achtertuin van circa 22 meter diep.

Figuur 2.1: Huidige situatie gezien vanaf de hoek Van Angerenstraat / Professor Lorentzlaan (bron: Google maps Streetview september 2022)

2.2

Beoogde situatie

De huidige woningen voldoen niet meer aan de eisen van de huidige tijd. De woningen die terug worden gebouwd, zijn comfortabel en energiezuinig. Met de bouw van 37 appartementen worden 21 woningen toegevoegd ten opzichte van de huidige situatie.

9/86

Figuur 2.2: Impressie beoogde ontwikkeling gezien in vogelvlucht vanaf de Van Angerenstraat (bron: Alynia architecten)

Figuur 2.2: Impressie beoogde ontwikkeling gezien vanaf de Van Angerenstraat (bron: Alynia architecten) Het gebouw krijgt vier bouwlagen en wordt L-vormig gepositioneerd langs de Van Angerenstraat en de Professor Lorentzlaan. Aan de achterzijde wordt een collectieve binnentuin, bergingen en een parkeerterrein gerealiseerd. De woningen op de verdiepingen worden ontsloten door een galerij aan de achterzijde. De woningen worden voorzien van een balkon (of in het geval van de begane grond een tuin) aan de straatzijde van het gebouw.

10/86

Stedenbouwkundige uitgangspunten Voor de herontwikkeling van diverse deelgebieden in Soesterberg door Portaal zijn stedenbouwkundige uitgangspunten opgesteld. De algemene uitgangspunten voor deze ontwikkelingen zijn:  Zoveel mogelijk de structuur en footprints van de oorspronkelijke bebouwing aan te houden, tenzij er op de specifieke plek en vanuit de functionele eisen aan de nieuwe woningen aanleiding is om een andere oplossing te kiezen.  Qua bouwhoogte aansluiten op de omgeving, waarbij rekening wordt gehouden met de wens meer woningen toe te voegen.  Aan de Van Angerenstraat / Moerbessenberg is aanleiding meer de hoogte in te gaan vanwege de aansluiting op de rand van het centrum en de al aanwezige bestaande bebouwing met grotere bouwhoogte aanwezig. Uitgangspunt voor de nieuwbouw aan de noordkant is daarom bebouwing in 4 bouwlagen, waarbij de 4e bouwlaag een kapverdieping is.  Met het kleur- en materiaalgebruik wordt bij de nieuwe blokken aangesloten op de te slopen bebouwing en de bebouwing in de directe omgeving. Voor het plangebied heeft dit geleid tot de volgende uitgangspunten: Te behouden van huidige situatie  Rooilijn bebouwing aan Van Angerenstraat.  Plastiek in het geveloppervlak.  Verticale verbijzonderingen in de gevel.  Dakbeeindiging blokken met kap op bovenste laag (aan voorkant).

 Kleuren en materialen: rode en paarsbruine steen steen als basis met donkergrijze pan.  Rekening houdend met zoveel mogelijk behoud bestaande bomen Wijziging op huidige situatie  Een extra bouwlaag; 3 bouwlagen met kapverdieping.  Bouwvolume gaat de hoek om langs de prof. Lorentzlaan.  Privatisering groenstrook voor: openbaar groen wordt voortuin bewoners.  Verbijzondering kappen, door plaatselijk gedraaide kap variatie in gevel.  Achtertuinen worden collectief achterterrein met groen en parkeren.  Buitenruimtes woningen aan zonnige voorzijde in plaats van achterzijde.  Buitenruimtes begane grond omzoomd door hagen aan de straatzijde.  Ontsluiting woningen op verdieping via galerijen aan achterzijde.  Meer plastiek in gevel door deels in gevel terug liggende balkons.  Toevoegen accentkleur baksteen voor bijzondere bouwdelen.

11/86

12/86

Hoofdstuk 3

Ruimtelijk beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land:  dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water;  met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap;  waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland;  met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast;  waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.

 dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren;  waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water;  dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn  Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke

13/86

 

leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.

Keuzes De belangrijkste keuzes zijn:  Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit  Ruimte voor overgang naar een circulaire economie  Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden  Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fietsen wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Barro Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen.

In het gebied gelden geen rechtstreeks doorwerkende belangen. Toetsing Het realiseren van nieuwe woningen in het bestaand stedelijk gebied van Soest past binnen het rijksbeleid.

14/86

3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 2012, actualisering 2017)Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 2012, actualisering 2017) De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is vastgelegd als procesvereiste in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit artikel bepaalt dat bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen de behoefte daaraan moet worden beschreven. Bij stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, moet bovendien worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk gerealiseerd kunnen worden. Het toevoegen van meer dan 12 woningen of meer dan 500 m2 aan stedelijke functies wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Vertrekpunt bij de beoordeling of iets een nieuwe stedelijke ontwikkeling is, zijn de geldende planologische mogelijkheden. Toetsing De ontwikkeling betreft de realisatie van maximaal 37 woningen, dit is een toevoeging van 21 woningen en betreft daarom een nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. De woningmarkt in de provincie Utrecht staat onder zeer grote druk. Er is een nijpend woningtekort en voor veel huishoudens met een laag of een middeninkomen is het zeer lastig om betaalbare woonruimte te vinden. Om een gezonde en aantrekkelijke provincie te blijven is het noodzakelijk om de woningmarkt meer in balans te brengen.

Dit betekent dat er niet alleen meer – maar ook versneld – woningen gebouwd moeten worden. Om dit te bereiken heeft de provincie Utrecht het Uitvoeringsprogramma Versnelling Woningbouw opgesteld. Het hoofddoel van dit programma is de versnelling van de woningbouw met het streven om te komen tot 10.000 woningen per jaar en met het streven tenminste 50% van de nieuwe woningen te realiseren in het sociale en middeldure segment. De verwachting is dat het aantal huishoudens in de regio Amersfoort (waar Soest deel van uitmaakt) tot 2035 toeneemt met 23.060.

Figuur 3.1 Prognose huishoudens per regio (Bron: Staat van de woningmarkt 2022) Het aantal mensen dat op zoek is naar een sociale huurwoning in de provincie Utrecht blijft toenemen. Uit de ontwikkeling van de slaagkansen komt naar voren dat woningzoekenden een steeds kleinere kans hebben om een sociale huurwoning te vinden. De harde planvoorraad (status april 2022) telt in de regio Amersfoort 12.150 woningen Er ligt op korte termijn dan ook een belangrijke opgave in het omzetten van zachte naar harde plancapaciteit.

15/86

Figuur 3.2 Plancapaciteit (Bron: Staat van de woningmarkt 2022) Monitor wonen provincie Utrecht (2022) De provincie Utrecht is continu bezig met het monitoren van haar toekomstige woningbouwlocaties. Dit inzicht is nodig om er voor te zorgen dat het woningaanbod in de provincie in de toekomst aansluit op de behoefte van haar inwoners. De woningbouwplannen worden door de gemeenten in de provinciale planmonitor Wonen ingevuld. Voor de gemeente Soest is de harde en zachte plancapaciteit in beeld gebracht. Er zijn in de gemeente plannen voor 3.011 woningen waarvan harde plannen voor 511 woningen (stand oktober 2022). Masterplan Wonen Soest (2019) Op basis van het gemeentelijke woonbeleid blijkt er tot 2025 behoefte te zijn aan 770 extra woningen in de kern Soest. Het woningbehoefteonderzoek uit 2019 wijst uit dat er met name een tekort is aan betaalbare woningen voor starters en toegankelijke woningen voor ouderen die kleiner willen gaan wonen. In het Masterplan Wonen en de daarop gebaseerde doelgroepenverordening zijn uitgangspunten geformuleerd ten aanzien van het sociale en middensegment (koop en huur). Dit project voldoet daar aan met sociale huur woningen en middenhuurwoningen. Het masterplan wordt in 2023 geëvalueerd, mede gelet op de druk op de woningmarkt en de betaalbaarheid.

Woondeal Addendum Regio Amersfoort (juli 2021) De negen gemeenten in de regio Amersfoort hebben een woondeal gesloten met het Rijk, de provincie en woningbouwcorporaties. Voor meerdere thema's gaat de gemeente met deze partijen samenwerken. Dit gaat over het versnellen van woningbouw voor in totaal 23.000 woningen, het bereikbaar houden van kernen, duurzaam en groen bouwen, wonen en zorg en vitale wijken. Volgens huidige inzichten zijn er tot 2030 1.450 woningen nodig op versnellingslocaties in Soest (1.000 op inbreidingslocaties) en Soesterberg (450 op Soesterberg-Noord). Maar ook in de periode daarna blijft de woningbehoefte groot. Omgevingsvisie Soest en Soesterberg (december 2021) De gemeente start in 2023 de zoektocht naar nieuwe locaties voor woningbouw voor de periode vanaf 2030. Dit is als één van de uit te werken programma's onder de omgevingsvisie benoemd (Programma Selectie van toekomstige bouwlocaties). Conclusie Het toevoegen van 21 sociale huurappartementen is passend binnen de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar woningen in de gemeente Soest. Hiermee wordt voldaan aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.

16/86

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie provincie Utrecht (vastgesteld 10 maart 2021)

Op 10 maart 2021 is de omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld. In deze Omgevingsvisie leg de provincie de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast. De wens is dat de provincie Utrecht het groene, gezonde en slimme middelpunt van Nederland blijft, ook in 2050. Daarbij staat de provincie voor een flinke uitdaging: het aantal inwoners, woningen, banen en verplaatsingen groeit fors. Het grondgebied is te klein om al deze ruimtevragers los van elkaar een plek te bieden. Onze grootste opgave is daarmee de vraag hoe wij de verschillende functies ruimtelijk met elkaar kunnen combineren. Met het omgevingsbeleid wordt een bijdrage geleverd aan een gezonde en veilige leefomgeving in de provincie Utrecht. Het gaat daarbij in de eerste plaats om de fysieke omgeving. Denk aan woonmilieus (dichtheid en type bebouwing), de aanwezigheid van voorzieningen (winkels, openbaar vervoer, scholen, ziekenhuizen, etc.), de mate van functiemenging voor aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en de kwaliteit van groen en water in de leefomgeving. Maar zeker zo belangrijk is de sociale omgeving en de veiligheid van de leefomgeving. Om prettig te kunnen wonen, moeten mensen zich thuis kunnen voelen. En mensen moeten zich veilig voelen, zowel sociaal als in het verkeer. Ook een gezonde leefomgeving is belangrijk.

Het gaat dan zowel om zaken die te maken hebben met het milieu, als om de mate waarin de openbare ruimte de bewoners uitnodigt om gezonde keuzes te maken in wonen, werken, recreatie en vervoer. Het provinciaal beleid is verder uitgewerkt in de omgevingsverordening. In paragraaf 3.2.2 wordt de ontwikkeling getoetst aan het provinciaal beleid.

17/86

3.2.2

Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht (vastgesteld 21 september 2022)

Gelijktijdig met de Omgevingsvisie is de Interim Omgevingsverordening vastgesteld. De interim omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de interim omgevingsverordening direct werkende regels. Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. Wonen, werken, recreëren Binnen de kaart 'Wonen, werken en recreëren kaart 2' valt het plangebied binnen het stedelijk gebied. Artikel 9.17 betreft de instructieregel verstedelijking. Binnen dit gebied is verstedelijking toegestaan.

Figuur 3.1: Uitsnede Wonen, werken en recreëren kaart 2 (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Cultuurhistorie Binnen de kaart 'cultuurhistorie' valt het plangebied binnen de historische buitenplaatszone en de zone militair erfgoed van de cultuurhistorische hoofdstructuur. Militair erfgoed Binnen het gebied militair erfgoed valt het plangebied binnen 'Soesterberg en omgeving'. Camouflage, afgeslotenheid, forse infrastructuur en opeenvolgende kampementen zijn de sleutelbegrippen van dit uitgestrekte militaire oefengebied. Er is een web van brede banen en wegen ontstaan met verspreid gelegen kazernes, bunkers en observatieposten. Binnen de Cultuurhistorische hoofdstructuur zijn ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk, zolang onevenredige aantasting van de genoemde waarden in het gebied wordt voorkomen. Behoud door ontwikkeling houdt ook in dat kleine aantastingen van waarden aanvaardbaar zijn als die waarden tegelijkertijd op structuurniveau worden versterkt, bijvoorbeeld door het herstel van verkavelingen, het open maken van zichtlijnen en dergelijke.

18/86

Historische buitenplaatszone Binnen het gebied historische buitenplaatszone valt het plangebied binnen de 'Amersfoortseweg'. De Amersfoortseweg (N237) is in 1653 aangelegd als zeer brede, kaarsrechte, met bomen beplante weg in formele landschapsstijl, tussen Amersfoort en Utrecht. Het elf kilometer lange traject tussen de Amersfoortse Galgenberg en de buitenplaats Vollenhoven kreeg een regelmatige vakkenverkaveling (24 vakken van ieder honderd roeden breed) voor de aanleg van buitenplaatsen. Het is het grootste infrastructurele project uit de zeventiende eeuw in de provincie Utrecht. Essentieel voor de Amersfoortseweg is het symmetrisch-monumentale karakter. De cultuurhistorische kwaliteit ligt vooral in de nog geheel aanwezige verkavelingsritmiek met haakse dwarsassen (sorties), die rond Huis ter Heide en Soesterberg in de loop der tijd aan weerszijden van de weg naar achteren zijn verlengd. Binnen deze zone is behoud door ontwikkeling het uitgangspunt. Verstedelijking binnen de zone Cultuurhistorische hoofdstructuur is toegestaan indien sprake is van kleinschalige verstedelijking en zorgvuldige inpassing in de omgeving.

Figuur 3.2: Uitsnede kaart Cultuurhistorie en landschap kaart 1 (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Conclusie Het plangebied ligt in het stedelijk gebied en de functie is reeds aanwezig. De beoogde ontwikkeling heeft geen negatief effect op de cultuurhistorische waarden van het militair erfgoed. Het plangebied maakt daarnaast geen deel uit van een historische buitenplaats. De ontwikkeling heeft dan ook geen negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in lijn is met het provinciaal beleid.

19/86

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Stap voor stap ver komen - Omgevingsvisie Soest en Soesterberg (vastgesteld d.d. 21 december 2021)

In de omgevingsvisie 'Stap voor stap ver komen' geeft de gemeenteraad van Soest aan hoe zij de gewenste situatie van de gemeente Soest over 20 jaar, in 2040, zien. Hieronder worden de relevante punten uit de visie achtereenvolgens behandeld en getoetst aan de beoogde ontwikkeling. Beleidskader De gemeente Soest is aantrekkelijke woon- en werkgemeente. Het wonen in de Randstad, de ondernemersgeest, de groene omgevingen binnen en buiten de kernen, de goede autobereikbaarheid, de relatief rustige en schone omgeving, de sociale samenhang, en de maatschappelijke, commerciële en culturele voorzieningen dragen daar allemaal aan bij. In de omgevingsvisie worden de thema's die met de bebouwde leefomgeving en het gebruik daarvan te maken hebben. De volgende thema's worden behandeld:  Woningen (bestaand en nieuw)  Bedrijventerreinen en werken  Ontmoeten en ontmoetingsplekken (waaronder winkelgebieden, cultuur en samenleven)  Voorzieningen (zorg, scholen etc.)  Mobiliteit  Omgevingskwaliteit (milieu (gezondheid), erfgoed en beeldkwaliteit) In de visie wordt de bevolking van Soest omschreven als een gevarieerde gemeenschap. Er wonen en leven veel verschillende bevolkingsgroepen, jong en oud, van verschillende achtergronden en met uiteenlopende inkomens. En die gemeenschap is heel actief, organiseert zich en onderneemt samen van alles. Daarin is er een grote diversiteit.

Dat actieve, ondernemende, en de diversiteit wordt als waardevol bestempeld. De landelijke druk op de woningmarkt is in Soest zeer merkbaar. Met name voor starters en voor ouderen die kleiner willen gaan wonen is het lastig een passende woning te vinden. Een langdurig gebrek aan woningen heeft effecten op de bevolkingsopbouw en de voorzieningen. Als er minder dan de ‘verdunning’ (minder mensen per woning, momenteel landelijk 0,38%/jaar) wordt bijgebouwd krimpt de bevolking. En als woningen erg duur zijn zullen bepaalde groepen weggedrukt worden waardoor bepaalde voorzieningen minder nodig zijn (bijvoorbeeld scholen), andere voorzieningen veranderen en er komen ook weer nieuwe bij. Op dit moment heeft Soest een bevolkingsprofiel met veel ouderen en redelijk veel gezinnen met kinderen. Dat is een kernkwaliteit van de gemeente Soest en de opgave voor deze omgevingsvisie is hoe je met woningbouw die opbouw in stand kunt houden en of het wenselijk zou zijn deze nog wat te verjongen. Toetsing en conclusie Met de beoogde ontwikkeling worden 37 appartementen gerealiseerd. Met deze ontwikkeling wordt bijgedragen aan de ambitie van de gemeente Soest om te voorzien in voldoende passend woningaanbod om de gevarieerde gemeenschap van Soest in stand te houden.

20/86

3.3.2

Masterplan Wonen Soest

De afgelopen jaren is de druk op de woningmarkt sterk toegenomen. De prijzen voor koopwoningen stijgen. Mensen met een lager of middeninkomen hebben minder mogelijkheden om een huis te kopen. Bovendien is het aantal woningzoekenden aanzienlijk groter dan het aanbod. Met name in een centraal gelegen regio als Soest. Met het vaststellen van het Masterplan Wonen Soest geeft de gemeenteraad richting aan de nieuwbouw in de kern Soest. De gemeente streeft naar de realisatie van 700 tot 800 woningen in de kern Soest tot 2025. De focus ligt hierbij op het sociale en betaalbare segment. Daarmee zorgt de gemeenteraad ervoor dat voor de Soesters de zo gewenste woningen beschikbaar komen. Het Masterplan Wonen heeft drie belangrijke uitgangspunten:   

De woningbouw moet inspelen op de kwalitatieve woningbehoefte van onze inwoners Met de woningbouw willen we de doorstroming op de woningmarkt stimuleren We streven naar een gevarieerd aanbod in de nieuwbouw (woningtype, eigendom en prijsklasse)

In 2019 is de kwantitatieve woningbehoefte in de gemeente Soest onderzocht. Dit onderzoek leverde een woningbehoefte van 770 woningen op voor de periode tot en met 2025. Deze behoefte wordt al deels ingevuld met bestaande plannen, waardoor de resterende woningbehoefte uitkomt op 635 woningen. Hiervoor zijn ruim 50 woningbouwlocaties beschikbaar, die samen goed zijn voor ongeveer 1.000 woningen. De kwalitatieve woningbehoefte in Soest richt zich de komende jaren op twee soorten woningen:  

Huurappartementen: een vraag van senioren die willen verhuizen naar een levensloopgeschikte woning; Betaalbare koopwoningen voor starters, jonge doorstromers en (in beperkte mate) senioren die een koopappartement zoeken.

Toetsing De woningen aan de Van Angerenstraat worden gerealiseerd in de sociale huursector. Hiermee wordt bijgedragen aan het aanbod van huurappartementen in de gemeente Soest. De ontwikkeling is in lijn met het Masterplan Wonen Soest. 3.3.3 Beleid bescherming en kap van bomen (2012) Beleidskader De gemeente Soest kenmerkt zich door haar groene karakter. Voor een groot deel wordt deze uitstraling bepaald door de bomen in de gemeente, de groene parels. Zij bepalen de sfeer van de openbare ruimte, zijn structuurbepalend en kunnen cultuurhistorische, ecologische en educatieve waarden hebben. De gemeente Soest streeft naar een duurzaam bomenbestand en duurzame bomenstructuren, onder meer door het beschermen van bomen. De te beschermen bomen zijn onder te verdelen in de volgende categorieën:  bomenstructuren  monumentale bomen  waardevolle bomen  particuliere bomen op percelen groter dan, of gelijk aan 175 m²  overige openbare bomen

21/86

Toetsing Het plangebied wordt rondom gedeeltelijk begrensd door bomen. Ook bevinden zich in het plangebied enkele woningen. Onderstaand figuur geeft aan welke bomen er staan. Boom 2 blijft behouden, maar wordt gesnoeid en boom 3 t/m 5 worden gekapt. De bomen die worden verwijderd betreffen geen beschermde bomen. In bijlage 2 is de bomeneffectanalyse toegevoegd.

Figuur 3.3: Bomeninventarisatie Conclusie Het beleid bescherming in kap van bomen vormt geen belemmering voor de beoogde plannen.

22/86

Hoofdstuk 4 4.1

Sectorale aspecten

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. 

Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.

Onderzoek en conclusie In dit bestemmingsplan worden 37 appartementen mogelijk gemaakt. Deze ontwikkeling valt onder categorie D11.2, ofwel de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer het project betrekking heeft op 2.000 of meer woningen. De beoogde ontwikkeling blijft ruimschoots onder deze drempelwaarde. Omdat de beoogde ontwikkeling onder de drempelwaarde blijft wordt volstaan met een vormvrije m.e.r-beoordeling. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in bijlage 1. Het bevoegd gezag neemt een mer-beoordelingsbeslissing.

23/86

4.2

Verkeer en parkeren

Er moet rekening worden gehouden met de effecten die nieuwe ontwikkelingen hebben op de aspecten verkeer en parkeren. In deze paragraaf wordt de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie van de beoogde woningbouw berekend en beoordeeld. Toetsingskader Voor de beoogde ontwikkeling wordt de verkeersgeneratie berekend op basis van kencijfers uit CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig Parkeren' (2018). De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de gemeentelijke parkeernormen (Nota parkeernormen auto en fiets, 4e herziening, 2021). Voor het juiste kencijfer/parkeernorm wordt een ligging in de schil centrum gehanteerd, de gemeente Soest wordt op basis van adressendichtheid getypeerd als matig stedelijk gebied. Gezien het gemiddelde autobezit in Soest wordt er uitgegaan van het gemiddelde binnen de bandbreedte van het kencijfer/de parkeernorm. Ontsluiting Gemotoriseerd verkeer De zuidzijde van het plangebied grenst aan de Van Angerenstraat. Via deze straat wordt het plangebied ontsloten. Dit is een erftoegangsweg waar een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. Vanaf het plangebied kan via de Van Angerenstraat in oostelijke richting via het Dorsplein en de Moerbessenberg richting de Kampweg en Richelleweg een aansluiting op de A28 worden bereikt.

In noordwestelijke richting kan vanaf het plangebied via de Van Angerenstraat, de Professor Lorenzlaan en Rademakerstraat de N237 worden bereikt. Langzaam verkeer Fietsers delen op de Van Angerenstraat de rijbaan met het gemotoriseerde verkeer. Aan beide zijden van de straat zijn voetpaden aanwezig. Openbaar vervoer Op circa 500 meter loopafstand bevindt zich de dichtbijgelegen bushalte Soesterberg, Soesterberg-West. Hier halteert bus 575 richting Driebergen en Zeist en bus 272 richting Utrecht Science Park. Ook halteert hier bus 56 richting Wijk Bij Duurstede en bus 34 naar Westraven P+R. Treinstation den Dolder ligt op circa 5 km afstand van het plangebied. Vanaf dit station vertrekken sprinters in de richtingen Baarn en Utrecht Centraal. Parkeren Parkeerbehoefte In de 'Nota parkeernormen auto en fiets (4e herziening) 2021' van de gemeente Soest zijn onder andere specifieke parkeernormen voor diverse woningtypes opgenomen. Het plan voorziet in de realisatie van 37 appartementen van verschillende groottes. In onderstaande tabel is de berekening van de parkeerbehoefte weergegeven.

24/86

Parkeeraanbod Aan de Van Angerenstraat wordt een inrit gecreëerd die leidt naar een parkeerterrein achter het appartementencomplex. Hier komen 10 parkeerplaatsen. Verkeersgeneratie en –afwikkeling De sloop van 16 appartementen en bouw van 37 appartementen leidt tot een toename van de verkeersgeneratie van het plangebied. Deze toename kan worden berekend aan de hand van kencijfers uit CROW publicatie 381. Tabel 4.1 toont de berekende verkeersgeneratie (huidige en toekomstige situatie). Tabel 4.1 Verkeersgeneratie Woningtype

Aantal

Kencijfer

Huidige situatie

Huur, appartement, sociale huur

16

3,4 per woning 55 mvt/etmaal

Toekomstige situatie

Huur, appartement, sociale huur

37

3,4 per woning 126 mvt/etmaal

Toename

Verkeersgeneratie

71 mvt/etmaal

De ontwikkeling leidt tot een verkeerstoename van 71 motorvoertuigbewegingen per etmaal (weekdaggemiddelde). Omrekening naar een gemiddelde werkdag vindt plaats met de standaard factor 1,11 voor woonfuncties. Op een gemiddelde werkdag genereert de ontwikkeling 79 mvt/etmaal. Om de verkeersafwikkeling te beoordelen is de afwikkeling in een spitsuur maatgevend, waarin doorgaans maximaal 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. In een gemiddeld spitsuur betekent dit een verkeersgeneratie van 8 mvt. Deze verkeerstoename is dusdanig beperkt dat het zal opgaan in de dagelijkse fluctuatie van het verkeer. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

25/86

4.3

Wegverkeerslawaai

Toetsingskader Ten aanzien van geluidhinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. Voor het onderhavige plan is geluidhinder als gevolg van wegverkeerslawaai van belang. Woningen zijn volgens de Wet geluidhinder (Wgh) geluidgevoelige functies. Akoestisch onderzoek is noodzakelijk als de woningen binnen de geluidzone vallen van gezoneerde wegen. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook bij 30 km/h-wegen de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting te worden onderbouwd. Onderzoek Het plangebied ligt binnen de geluidzone van de Amersfoortsestraat (N237). Daarnaast ligt het plangebied in de nabijheid van diverse 30 km/uur wegen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn deze wegen ook meegenomen in het onderzoek. Het akoestisch onderzoek is toegevoegd in bijlage 3. Voor de 30 km/uur wegen de Rademakerstraat en Dorpsplein geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe appartementen overschrijdt.

Voor de 30 km/uur wegen de Van Angerenstraat, Professor Lorentzlaan, Plesmanstraat en de Fokkerstraat geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe appartementen de richtwaarde respectievelijk met maximaal 5, 4, 5 en 1 dB overschrijdt. Voor 30 km/uur wegen kan echter geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Voor de gezoneerde weg Amersfoortsestraat (N237) geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe appartementen overschrijdt. Derhalve is een procedure hogere waarde niet aan de orde. Conclusie Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.4

Bedrijven en milieuhinder

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:  

ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.

Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De

26/86

richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Onderzoek De bestaande woningen worden gesloopt en vervangen door 37 appartementen. Hierdoor wordt een milieugevoelige functie gerealiseerd die getoetst moet worden aan de richtafstanden zoals vermeld in de VNG-publicatie. Ten noorden van het plangebied ligt een bedrijf en bevindt zich horeca aan de Rademakerstraat. Conform de VNG publicatie bedrijven en milieuzonering is gekeken naar mogelijke verstorende bestemmingen in de omgeving van het plangebied (tabel 4.2). Hierbij wordt uitgegaan van een rustige woonwijk. Bestemming

Adres

Milieucategorie

Richtafstand in meters

Werkelijke afstand in meters

Voldoet wel/niet

Maatschappelijk

Christiaan Huygenslaan 4-6

2

30

70

wel

Bedrijf

Rademakerstr 2 aat 113

30

34

wel

Detailhandel

Rademakerstr 1 aat 101

10

45

wel

Tabel 4.2 Mogelijke verstoringen van milieugevoelige functie Voor alle functies in de nabijheid van het plangebied geldt dat aan de richtafstanden wordt voldaan. Conclusie Er wordt voldaan aan de richtafstanden ten opzichte van de omliggende functies. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.5

Externe veiligheid

Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.

27/86

Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het BEVT vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR geen onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor beide situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-6 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Hiermee wordt geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes.

Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Er geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en onder voorwaarden een verantwoordingsplicht tot 200 m binnen de transportroute. Onderzoek

Figuur 4.5.1 Uitsnede risicokaart (www.atlasleefomgeving.nl)

28/86

Uit de informatie op de risicokaart blijkt dat de A28 zich ten zuiden van het plangebied bevindt. Hierover worden gevaarlijke stoffen van o.a. de stofcategorie LT2 vervoerd met een invloedsgebied van 880 meter. De afstand van het plangebied tot deze weg bedraagt circa 820 meter. Het plangebied bevindt zich binnen het invloedsgebied van deze weg. Omdat de afstand groter is dan 200 meter, kan er volgens het Bevt worden voldaan met een beknopte verantwoording en hoeven er geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Beknopte verantwoording Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt op dit moment ontsloten via de Professor Lorentzlaan in Soesterberg.

Deze weg sluit aan op de Rademakerstraat , die vervolgens aansluit op het verdere wegennetwerk van Soesterberg zoals de N237. Dit biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie zullen woningen gerealiseerd. De aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Als gevolg van een incident met toxische stoffen over de weg geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Hiermee worden de aanwezigen beschermd tegen de blootstelling aan toxische gassen. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS).

Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. Conclusie Uit de beknopte verantwoording komt naar voren dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. De veiligheidssituatie zal met de beoogde ontwikkeling niet significant verslechten en wordt als aanvaardbaar gezien. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

29/86

4.6

Niet-gesprongen explosieven

Toetsingskader Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen, granaten en andere munitieartikelen uit de Tweede Wereldoorlog. Volgens mondiale, militaire inschatting is van al het explosieve materieel dat gedurende de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) is ingezet, verschoten of afgeworpen, tussen de zeven en vijftien procent om verschillende redenen niet tot ontploffing gekomen. Wanneer deze explosieven bij werkzaamheden worden aangetroffen, kunnen deze gevaar opleveren voor de publieke veiligheid. Onderzoek Om te bepalen of in het plangebied ontplofbare oorlogsresten aanwezig zijn, is een vooronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd in bijlage 6. Uit de geraadpleegde literatuur, archiefstukken, luchtfoto's en andere geraadpleegde bronnen blijkt dat het plangebied Van Angerenstraat niet verdacht is op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten. De geplande werkzaamheden kunnen op reguliere wijze worden uitgevoerd. Het is niet noodzakelijk om vervolgstappen te ondernemen in de opsporing van ontplofbare oorlogsresten voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden. Conclusie Het aspect niet-gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.7

Archeologie en Cultuurhistorie

Toetsingskader De Nederlandse bodem zit vol met archeologische waarden. Met de ondertekening van het Europese verdrag van Valletta in 1992, een verdrag over behoud en beheer van het archeologische erfgoed, hebben de lidstaten zich tot doel gesteld het bodemarchief te beschermen. Met ingang van 1 september 2007 is het Verdrag van Valletta geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving door middel van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), waardoor het verdrag een juridisch fundament kreeg. Deze wijzigingswet heeft onder meer wijzigingen aangebracht in de Monumentenwet 1988. De Monumentenwet is op 1 juli 2016 deels (met een overgangstermijn tot de Omgevingswet) vervangen door de Erfgoedwet. Deze wet handelt over het aanwijzen van te beschermen cultureel erfgoed. Naast de Monumentenwet vervangt de Erfgoedwet ook andere wetten zoals de Wet tot behoud van cultuurbezit. De Erfgoedwet kent een aantal nieuwe bepalingen. Het gaat om het vaststellen van een gemeentelijke erfgoedverordening en het bijhouden van een erfgoedregister. Ook dienen burgemeester en wethouders het voornemen om hun cultuurgoederen en verzamelingen te vervreemden bekend te maken. De Erfgoedwet bevat bovendien diverse veranderingen met lokale gevolgen, zoals de vervanging van de landelijke aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten door een rijksinstructie aan gemeenten.

Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet overgaan, blijven van kracht tot die wet in werking treedt. De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de nieuwe Omgevingswet is:  

30/86

Roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten staat in de Erfgoedwet; De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving komt in de Omgevingswet.

Onderzoek Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen monumentale gebouwen aanwezig. In paragraaf 3.2.2 is de Culthuurhistorische Hoofdstructuur beschreven. De beoogde ontwikkeling doet hier geen afbreuk aan. De bebouwing stamt uit de BAG Viewer uit 1956 en valt dus onder de wederopbouwperiode. De cultuurhistorische waardenkaart geeft de volgende typering: Traditionalistische ensembles (Delftse School) De wederopbouwperiode (1945-1955) werd gedomineerd door het traditionalistische ontwerpidioom van de Delftse School. Kenmerkend voor woonbuurten uit de jaren veertig en vijftig zijn de rechthoekige (half)open verkavelingspatronen, de verspringingen in de rooilijnen die ruimte bieden aan (wigvormige) groenstroken, het zoveel mogelijk vasthouden aan de vertrouwde gebouwtypologie van de rijtjeswoning en het toepassen van een traditionele bouwtechniek in hout, baksteen, keramische pannen en ambachtelijke ornamentiek. Daarom sluiten dergelijke woonbuurten meestal goed aan bij het structuur- en ruimtebeeld van het bestaande vooroorlogse dorp. Goede voorbeelden van traditionalistische Delftse School buurten liggen in Soest Zuid en op grotere schaal in Soesterberg Kom. In de laatste buurt is een reeks portiekflats in strokenbouw toegepast als markering van de dorpsrand en als open overgang naar het buitengebied.

Regelmatige straatontginning (Os) In 1652-1653 werd de Amersfoortseweg aangelegd. De grond aan weerszijden van deze weg werd door de Staten van Utrecht voordelig aangeboden, in de hoop rijke nieuwe inwoners te trekken. Alhoewel er inderdaad kleine buitenplaatsen ontstonden, trok de weg ook arme inwoners aan. De straatontginning werd daardoor een mix van rijkdom en armoede. De ontginning bestond uit vierkante of rechthoekige percelen, omgeven door brede stroken hakhout die op een zeer regelmatige manier langs de Amersfoortseweg waren geschikt. In de hoek of aan de rand van elk perceel verrees een boerderij. De weg bracht echter niet de glorie die men gehoopt had. In de eerste helft van de 19e eeuw stond de weg bekend als gevaarlijk vanwege de rovers die er rondtrokken. De komst van de militairen in 1913 bracht de nodige ruimtelijke en demografische veranderingen met zich mee. Het grootste deel van de ontginning valt nu binnen de rode contour van Soesterberg. Alleen aan de noordoostzijde valt een deel erbuiten. Het gaat hier om de zone rond de verlegde doorgaande weg, hetgeen de ruimtelijke structuur van het gebied niet ten goede is gekomen. Een klein deel sluit aan bij de aangrenzende jonge buitenplaats en heeft zijn historisch karakter goed kunnen bewaren.

Algemene waardering: Gemiddeld Gebieden die van enig belang zijn voor de geschiedenis van de stedenbouw in het algemeen en de ontwikkeling van Soest in het bijzonder en/of met enige relatie met de historische en landschappelijke hoofdstructuren en/of met een redelijk herkenbaar c.q. gaaf bewaard gebleven stedenbouwkundig concept en/of met een gemiddelde ruimtelijke kwaliteit in de samenhang tussen bebouwing, openbare ruimte en beplanting. De hiërarchie en het ruimtelijke verband tussen de kleine schaal van de woonomgeving en de grote schaal van het dorp en het landschap zijn in potentie aanwezig of nog herkenbaar, maar aangetast. Gebieden van gemiddelde waarde in het landelijk gebied liggen vooral in de deels getransformeerde en verspreid bebouwd geraakte veenweidegebieden langs de Eem, de heidebebossingen met weinig bijzondere waarden tussen

31/86

stuifzandgebied en De Paltz en de oostelijke uitloper van Soesterberg – waarbij meteen moet worden opgemerkt dat de Amersfoortsestraat als lint met een zeer groot aantal daaraan gekoppelde landschappelijke ontwikkelingen in de regio wél een hoge waarde heeft. De gemiddelde waarde is hier vooral een gevolg van de mate van bebouwing die in de afgelopen eeuw hier is verrezen en die niet overal een hoge kwaliteit kent. De Amersfoortsestraat is bovendien hier als historisch lint weinig herkenbaar door zijn moderne uiterlijk. Waarden van deze locatie:  het wederopbouwprincipe van licht, lucht en ruimte  rechthoekige open strokenverkaveling  aanwezigheid van groenstroken  gebouwtypologie van de rijtjeswoning  traditionele bouwtechniek in hout, baksteen, keramische pannen en ambachtelijke ornamentiek  goede ruimtelijke aansluiting bij het structuur- en ruimtebeeld van het bestaande vooroorlogse dorp Archeologie Conform de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Soest kent het plangebied een lage archeologische verwachtingswaarde (AWV-3). Hiervoor geldt dat bij bodemingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 30 cm onder maaiveld archeologisch onderzoek noodzakelijk is. De beoogde ontwikkeling valt (ruim) onder deze drempelwaarde. Conclusie Het aspect cultuurhistorie en archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.8

Bodemkwaliteit

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Onderzoek en conclusie De beoogde ontwikkeling betreft vervangende nieuwbouw van woningen en voorziet ten opzichte van de vigerende planologische situatie niet in een functiewijziging. In het kader van de bestemmingsplanprocedure is daarom geen bodemonderzoek vereist. Voor de aanvraag omgevingsvergunning dient echter wel een actueel bodemonderzoek te worden uitgevoerd. In bijlage 5 is het verkennend bodemonderzoek toegevoegd. Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat er geen beperkingen zijn ten aanzien van de beoogde ontwikkeling uit milieuhygienisch oogpunt. Nader onderzoek is niet benodigd. Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

32/86

4.9

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijnstof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.2. Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof

Toetsing van

Grenswaarde

stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

fijnstof (PM10)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

24-uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³

jaargemiddelde concentratie

25 µg /m³

fijnstof (PM2,5)

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO 2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);  een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 37 appartementen. Dit aantal valt ruim onder de grens van 1.500 woningen, die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit.

Dit betekent dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse en dat nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de Atlas van de Leefomgeving, dit bevat informatie van het RIVM over het jaar 2020. Hieruit blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof ruimschoots onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer liggen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedragen maximaal 14 µg/m³ voor NO2, 18 µg/m³ voor PM10 en 10 µg/m³ voor PM2,5. Deze waarden liggen ruimschoots onder de grenswaarden. Hierdoor is ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

33/86

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.

4.10 Ecologie Toetsingskader Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura 2000-gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening.

Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS

34/86

kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen ligt op circa 11 kilometer ten westen van het plangebied. Het Natuurnetwerk Nederland ligt op circa 550 meter afstand van het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=62a1c620-7349-4b6d-ad3b-1b175e462f3a