CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

10 5 Bijlage 3 Addendum bij IHP - aandachtspuntennotitie SKOSS.pdf

Besluitvormende Raadsvergadering 4 maart 2021, gemeente SoestBij agendapunt: RV 21-02: Integraal huisvestingsplan Onderwijs2.043 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

“Ieder kind mag er zijn”

Aan:

de wethouder Onderwijs Soest, de heer Harry Dijkhuizen, Collega’s schoolbestuurders Soest,

Van:

voorzitter college van bestuur a.i. SKOSS, drs. A.J.C. de Wit

Betreft:

Aandachtpunten IHP toe te voegen als addendum aan het verslag Van het OOGO van 1 december 2020 over het IHP Soest

d.d.:

Soest, 30 november 2020.

Vooraf. Tijdens de bijeenkomsten met betrekking tot het integraal huisvestingsplan Soest (IHP) heeft de bestuurder a.i. van de SKOSS in meerdere bijeenkomsten aangegeven, dat de concepttekst zoals die voorlag niet op instemming zou kunnen rekenen van de grootste aanbieder van het primair onderwijs in Soest, de SKOSS. Naar aanleiding hiervan is op verschillende momenten contact geweest met vertegenwoordigers van de gemeente, de wethouder van de gemeente Soest en de bestuurder a.i. van SKOSS. Ook heeft de wethouder nog contact gezocht met de voorzitter van de interne toezichthouder van SKOSS. Op de principiële bezwaren van de SKOSS tegen delen van de tekst in het IHP en de gevraagde ruimte (verzoek om arbitrage m.b.t. de huisvestingsaanvraag van de Ludgerusschool) is tot nu toe niet ingegaan. Dat betreurt de SKOSS. Desondanks is door de SKOSS toegezegd de definitieve tekst van het IHP Soest in zijn geheel met een frisse blik te lezen en te beoordelen. In verband met die frisse blik en het komen tot een afgewogen oordeel, heeft de SKOSS het voorliggende IHP juridisch laten toetsen.

Aandachtspuntennotitie SKOSS – IHP Soest 1

“Ieder kind mag er zijn”

Omdat de SKOSS hecht aan goede en constructieve samenwerking en zich nu en ook in de toekomst niet buiten de orde geplaatst wil zien, vraagt de SKOSS deze aandachtpuntennotitie toe te voegen als addendum bij het verslag van het OOGO, dat wordt voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders in december 2020 en vervolgens aan de gemeenteraad in januari/februari 2021.

Aandachtspunten. De Status van het IHP. Met het OOGO over het IHP wordt vooruitgelopen op een wetsvoorstel, dat ingaat in 2023, echter zonder de waarborgen voor de schoolbesturen die daarin komen te staan. Het is dan ook volgens de SKOSS niet terecht dat schoolbesturen zich op voorhand moeten conformeren aan het IHP als onderwijshuisvestingsbeleid. Het voorliggende IHP kan geen andere status hebben dan een beleidsregel. Dat is ook de reden dat wat SKOSS betreft schoolbesturen in deze fase eigenlijk niet verder kunnen gaan dan het uitspreken van intenties, waarbij zij zich het recht voorbehouden dat zij op een later moment van het eerder genomen standpunt kunnen afwijken. Ook al is een standpunt ingenomen tijdens een OOGO. Op basis van bijvoorbeeld voortschrijdend inzicht of gewijzigde omstandigheden, kan op een eerder ingenomen standpunt worden teruggekomen..

Over de pijlers. In het IHP worden enkele pijlers genoemd, die principieel op bezwaren bij de SKOSS stuiten. Het gaat om: -

Pijler 1: het maximeren van de groei van het basisonderwijs. Hierbij wordt voorbijgegaan aan de keuzevrijheid van ouders en het feit dat scholen met elkaar niet uitwisselbaar zijn (verschillende denominaties en onderwijsconcepten). Zoals het de vrijheid van een schoolbestuur is om scholen in stand houden eventueel door middel van hanteren van de gemiddelde schoolgrootte en/of dislocaties kan ook het ‘maximeren van de

Aandachtspuntennotitie SKOSS – IHP Soest 2

“Ieder kind mag er zijn”

groei’ niet als pijler worden gehanteerd, omdat dit de gemeente beter uitkomt. Het probleem doet zich mogelijk in de toekomst alleen voor in Soesterberg. Een dergelijke afspraak kan alleen op basis van vrijwilligheid worden gemaakt en niet als uitgangspunt in het IHP. De SKOSS stelt voor dat hierover eventueel vrijwillig afspraken over kunnen worden gemaakt, als de discussie eerst breder wordt gevoerd en er ook afspraken kunnen worden gemaakt over het al dan niet in stand houden van kleine dislocaties, die ruimschoots onder de opheffingsnorm van Soest (139 leerlingen) liggen.

-

Pijler 3: Samenwerking: minimaal face to face binnen een cluster. Ook dit kan slechts op basis van vrijwilligheid worden afgesproken en niet door de gemeente als voorwaarde worden gesteld bij het toekennen van voorzieningen. Schoolbesturen kunnen diverse redenen hebben om niet samen te willen werken. Daarin zijn zij vrij. Het is ook een trendbreuk ten opzichte van het vorige IHP. Daarin stonden vermeld "vanuit de gemeenteraad wordt benadrukt, dat deze clustering niet belemmerend mag werken met betrekking tot huisvestingsaanvragen". Dit betekent dat het oplossen van een huisvestingsvraagstuk van een individuele school voorrang kan krijgen ook als het betekent dat clustervorming daardoor bemoeilijkt wordt. Als clustering voorwaardelijk wordt gesteld i.v.m. de financiering van onderwijshuisvragen vanuit de gemeente en/of de prioritering wordt voorbijgegaan aan de belangrijkste en ook enige wettelijke reden op basis waarvan een huisvestingsaanvraag gehonoreerd moet worden, namelijk dat uit bijgevoegde bouwkundige rapportages bij een huisvestingsaanvraag blijkt, dat een aanvraag gehonoreerd moet worden. Een huisvestingsaanvraag kan niet afgewezen worden omdat de aanvraag niet beantwoord aan de pijlers van vervangende huisvesting of lager op een prioriteitenlijst komt te staan vanwege genoemde pijlers.

Dan is er mogelijk sprake van ‘detournement de pouvoir’, zeker als een afwegingskader ontbreekt.

Aandachtspuntennotitie SKOSS – IHP Soest 3

“Ieder kind mag er zijn”

Ontbreken van een afwegingskader. Volgens de wet en de verordening is de staat van het gebouw enig criterium om te beoordelen of een huisvestingsaanvraag gehonoreerd moet worden of niet. In 2019 heeft de SKOSS een huisvestingsaanvraag ingediend voor de Ludgerusschool. Deze is blijven liggen. De aanvraag is in 2020 opnieuw ingediend. Deze is tijdelijk aangehouden (‘on hold’ gezet) in afwachting van het IHP. Op een eerdere prioriteringslijst stonden KBS Ludgerus en Griflandcollege o.b.v. de conditie van de schoolgebouwen beiden voor 2029 op de proriteringslijst. Hoewel de situatie van de Ludgerusschool nijpender is, is het Griftland op die lijst opgeklommen van 2029 naar 2025/2026. Analoog aan de tekst over het griftlandcollege, die van positie 2029 naar 2025 is door de SKOSS een vergelijking gemaakt. De vraag is voorgelegd, dat als alleen gekeken wordt naar de conditie van een gebouw, het niet goed te begrijpen waarom de ene school op de prioriteitenlijst van 2029 naar 2025/2026 verhuist en de andere niet. De Ludgerusschool is gehuisvest in een verouderd gebouw uit 1962 (Griftland 1979). Op diverse gebieden is de kwaliteit van het gebouw matig tot onvoldoende. Met name het binnenmilieu in de school is onvoldoende. De ventilatie is niet in het hele gebouw op orde (in de buitenschil kunnen ramen worden opengezet, maar dat is geen ventilatie i.k.v.

klimaatbeheersing en duurzaamheid). Ook sluit de gangen-klassen structuur van het gebouw niet meer aan bij de huidige visie op onderwijs van de school en is de bouwkundige kwaliteit matig (slecht geïsoleerd en gedateerd). In de loop der jaren hebben diverse uitbreidingen plaatsgevonden om het oorspronkelijke gebouw van 1962 (Griftland 1979) heen, de meest recente in 2005 (Griftland 2010); er zit nog een boekwaarde op het gebouw (Griftland kent een relatief hoge boekwaarde). De Ludgerus staat op korte termijn voor grote en noodzakelijke onderhoudskosten. Op terechte vragen van de SKOSS naar de achtergrond, de afweging, kwam pas tijdens het overleg tussen de bestuurder van SKOSS en de wethouder op 12 november jl. een antwoord van de projectleider IHP. Zij vertelde dat er naast de condities van het gebouw ook andere overwegingen waren om het Griftland hoger op de lijst te zetten. Op de vraag welke dat dan waren, werd toen niet nader ingegaan. Aandachtspuntennotitie SKOSS – IHP Soest 4

“Ieder kind mag er zijn”

De tekst van het IHP in paragraaf 7.2 (over prioritering) licht een tipje van de sluier op. Er heeft een integrale afweging plaatsgevonden met betrekking tot de prioritering. Die prioritering heeft niet enkel op basis van de technische staat van het gebouw plaatsgevonden. De term, een integrale afweging klinkt solide, maar we weten allemaal dat ‘integraal’ een beetje een containerbegrip is geworden: een duizend-dingendoekje om alle kanten op de kunnen in een afweging. Het biedt alle ruimte tot uiteenlopende gelegenheidsargumenten. Kortom, het is niet transparant. Zoals ook al tijdens de bestuurlijke overleggen aangegeven en herhaald in het overleg met de wethouder op 12 november, is het ontbreken van een helder overeengekomen afwegingskader, als onderligger bij dit IHP, een omissie. De SKOSS ziet graag dat een helder afwegingskader alsnog wordt ontwikkeld en toegevoegd aan dit IHP, indien afgeweken wordt van het belangrijkste en ook enig wettelijke reden op basis waarvan een huisvestingsaanvraag gehonoreerd moet worden, namelijk dat uit bijgevoegde bouwkundige rapportages bij een huisvestingsaanvraag blijkt dat een aanvraag gehonoreerd moet worden.

Eigen bijdragen schoolbesturen. De gemeente heeft ex art. 91 WPO (89 WEC & 76b WVO) zorgplicht m.b.t. onderwijshuisvesting, waarvoor zij van het Rijk de middelen in het gemeentefonds ontvangen. Ook met betrekking tot de eigen bijdragen van schoolbesturen is dit IHP minder vrijblijvend, terwijl er nog sprake is van een investeringsverbod voor het PO. De staatssecretaris is onder condities pas bereid de mogelijkheden te onderzoeken om schoolbesturen de ruimte te geven om middelen in te zetten, pas nadat de VNG en de PO Raad tot afspraken zijn gekomen. In hoofdstuk 2. Wettelijk kader, zou het toekomstige het wetsvoorstel van de sectorraden en de VNG in het rijtje kunnen worden opgenomen. Wat de SKOSS betreft kunnen partijen bij de huidige stand van zaken alleen toezeggen dat zij zich zullen inspannen te handelen. In de afspraken, die met dit IHP gemaakt zouden worden, is de balans zoek is (er worden veel toezeggingen van de schoolbesturen verwacht, terwijl het de

Aandachtspuntennotitie SKOSS – IHP Soest 5

“Ieder kind mag er zijn”

vraag is of de investeringen, die in de gebouwen worden gedaan inderdaad zo en in dat jaar worden gedaan. Zoals bij de bespreking van het concept IHP de projectleider IHP duidelijk maakte, dat ook tijdens de eerste vier jaar de ‘politiek’ kan afwijken. Dat kan betekenen dat de weg naar de school prioriteit krijgt voor bekostiging boven de bekostiging van een schoolgebouw zelf, ook al staat het opgenomen in het IHP. In paragraaf 2.2.1. van het IHP staat bij de derde bullit dat schoolbesturen volgens het wetsvoorstel van de sectorraden en de VNG in een gebouw zelf mogen investeren als dat tot een financieel voordeel leidt. Zo ongeclausuleerd geformuleerd, klopt dit niet. De bijdrage (die vrijwillig is) kan volgens het voorstel worden ingezet om een boven normatief kwaliteitsniveau (dat is boven het bouwbesluit-niveau) te verkrijgen of om (eveneens boven normatief) een exploitatieverlaging te realiseren of wanneer een schoolbestuur het tijdstip voor nieuwbouw of renovatie wil vervroegen.

Conclusie zoals verwoord in 2.10. Het sociaal domein is weliswaar in beweging. Echter alleen de regelgeving rondom Passend Onderwijs en de klimaatdoelen leiden tot aanpassing van onderwijshuisvesting. Schoolbesturen hoeven zich niet bezig te houden met bijvoorbeeld de WMO. Wat kinderopvang betreft behoeft de onderwijshuisvesting niet te worden aangepast. Het is wel echter een terechte vraag, die ookwat de SKOSS betreft nadere uitwerking behoeft. Hoe kan huisvesting voor kinderopvang naast onderwijshuisvesting bestaan.

Samenvattend. De SKOSS vraagt aandacht voor: 1. De pijlers 1 & 3, die zo geformuleerd de vrijheid van onderwijs aantasten en ook mogelijk de wettelijke grondslag voor bekostiging. 2. De gevraagde financiële bijdragen van een schoolbestuur om die pijlers uit het IHP te realiseren. De SKOSS maakt een voorbehoud. De SKOSS wil dit per geval kunnen beoordelen. 3. De SKOSS ziet graag dat er alsnog ruimte wordt geboden voor een arbitrage m.b.t. de huisvestingsaanvraag van de Ludgerusschool. Op het Aandachtspuntennotitie SKOSS – IHP Soest 6

“Ieder kind mag er zijn”

verzoek van SKOSS, zowel door de bestuurder als de toezichthouder is tot nu toe niet ingegaan. Dat betreurt de SKOSS. De SKOSS zal daarom zelf een second opinion laten uitvoeren door HEVO, het bouwkundige adviesbureau dat ook heeft geadviseerd voor het Griftlandcollege. Aan de hand van die rapportage treedt de SKOSS graag opnieuw in overleg met de gemeente Soest over de huisvestingsaanvraag van de Ludgerusschool. 4. De SKOSS ziet graag een doorontwikkeling naar een helder afwegingskader voor de honorering van huisvestingsaanvragen. Zolang dat er niet is, zou wat de SKOSS betreft de huidige regelgeving moeten gelden. Tot slot, als grootste aanbieder van primair onderwijs staat de SKOSS voor het algemeen belang van het gehele onderwijs in Soest. De SKOSS voert daarvoor graag constructief overleg met alle partijen. De SKOSS heeft daarnaast ook de eigen organisatiebelangen te behartigen. De SKOSS wil er ook wat dit IHP betreft graag uitkomen, maar er liggen nog enkele onderwerpen, waarover doorgesproken moet worden.

Aandachtspuntennotitie SKOSS – IHP Soest 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=62554619-07f0-4c62-9c12-d9e1671a848c