1. Voortgangsrapportage energieprogramma 2024 (1)
Tekst van het document
We verwachten dat in 2025 een klein aantal bedrijven een groepscontract aan kunnen gaan en zo voor de komende jaren vooruit kunnen. De prognose is dat dit aantal kan worden uitgebreid in 2026. Door nu ervaring op te bouwen met netbewust bouwen kunnen we ontwikkelingen in de toekomst beter faciliteren. Aan de Dalweg maken we daarom een begin met een collectief energiesysteem voor de geplande 200 woningen. Om het energiesysteem beter in balans te brengen is het aansluiten van het gemeentehuis een logische stap. Hierover heeft het college in 2024 een principebesluit genomen. In 2025 leggen we een definitief voorstel tot besluit voor. Al deze oplossingen dragen bij aan het ontlasten van het overbelaste stroomnet.
Figuur 25: Ondertekening samenwerkingsovereenkomst met energiecoöperatie Inhoud
32
8. Energiesysteem van de toekomst
De transitie naar het energiesysteem van de toekomst duurt tot zeker 2050. Naast het opwekken van duurzame energie is er behoefte aan veel extra infrastructuur om in de groeiende vraag naar elektriciteit te kunnen voorzien.
Draagt bij aan de doelstellingen: een beter gebalanceerd lokaal energiesysteem.
In 2024 hebben we samen met Stedin een samenwerkingsovereenkomst afgesloten om te zorgen dat we samen op een efficiënte manier locaties zoeken voor de plaatsing van transformatorhuisjes. Deze huisjes zijn essentieel voor de energievoorziening en daarmee ook voor de energietransitie. Als er een keuze gemaakt is nemen we de inwoners mee en zorgen we dat de huisjes zo goed als mogelijk passen binnen de wijk. We gaan in 2025 starten in de wijk ’t Hart, de eerste stap wordt een verkenning van mogelijk plaatsen waar huisjes zowel wenselijk als onwenselijk zijn. ‘t Hart wordt een uitdaging omdat er in de wijk nu al een tekort is aan openbare ruimte en parkeerplaatsen. Tussen Soest en Baarn zoeken we naar een locatie voor een nieuw 150kV transportstation, begin 2025 starten we met het participatietraject. Dit doen we samen met Stedin en collega’s vanuit RO. In 2024 is er een eerste stap gezet met een provinciale energievisie en een concept-pMIEK lijst. In 2025 kijken we wat dit betekent voor de lokale plannen voor de gemeente Soest, hiermee geven we invulling aan een nieuw vakgebied, namelijk energieplanologie.
9. Interne opgave
De interne opgave richt zich op het terugdringen van onze eigen CO2-uitstoot en het verminderen van ons energieverbruik, maar ook op circulair, opgavegericht en integraal werken. In het energieprogramma zijn hiervoor 3 mijlpalen vastgesteld:
Draagt bij aan de doelstellingen: de energietransitie is beter geïntegreerd in ons werk.
Voortgang op Actieplan CE (Circulaire Economie)
In het energieprogramma is de mijlpaal opgenomen om het actieplan in 2024 vast te stellen. Dit is niet haalbaar gebleken en verplaatst naar 2025. In 2024 is het volgende behaald ten aanzien van de circulaire opgave: Zoals afgesproken in het Coalitieakkoord 2022-2026, hebben we een nulmeting uitgevoerd om de stand van zaken op de circulaire transitie inzichtelijk te maken. Dit gaat over de voortgang op de ambitie om in 2030 50% minder grondstoffen te gebruiken en in 2050 volledig circulair te zijn. De nulmeting laat zien dat we, met de onderzochte werkwijze van 2023, als organisatie niet de CE- doelstellingen gaan halen. Het college heeft daarom gevraagd om met een Actieplan CE inzichtelijk te maken op welke wijze de organisatie circulair denken en doen kan integreren in het werken. Vervolgens zijn we aan de slag gegaan om in samenwerking met diverse teams, MT en college, een concept Actieplan CE op te stellen. Dat is een integraal proces waarbij samen met collega’s is geformuleerd wat nodig is om circulaire doelen te behalen. Dit is dus ook afgestemd met relevante ontwikkelingen zoals de Omgevingsprogramma’s, de actualisatie van het grondstoffenbeleid en Inhoud
33
de MVOI (maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen). In het actieplan maken we onderscheid in acties op de thema’s: afval, openbare ruimte, gebiedsontwikkeling, economische zaken, bedrijfsvoering en energie. Het proces van het ontwikkelen van het actieplan heeft al geleid tot meer bewustwording en samenwerking op de opgave binnen de organisatie. In 2025 zal besluitvorming van het definitieve plan door college plaatsvinden. Parallel aan de ontwikkeling van het Actieplan CE, hebben we in 2024 de samenwerking gezocht met medeoverheden en andere partners. Via regionale werkgroepen, de provincie en de VNG is de gemeente Soest nu aangehaakt bij ontwikkelingen op CE. Dit helpt ons om deze relatief nieuwe opgave aan te pakken en gebruik te maken van kennis en ervaring elders. Tot slot hebben we eind 2024 het Circulair Ambachtsnetwerk Soest (CANS) opgezet in samenwerking met kringloopcentrum SKS Store en RMN. Hiervoor hebben wij ook een samenwerkingsovereenkomst getekend met deze partijen en een eerste succesvolle netwerkbijeenkomst gehad met lokale maatschappelijke partners. CANS moet zorgen voor meer verbinding, inspiratie en hulp bij het uitvoeren van ideeën om slimmer en zuiniger om te gaan met materialen. Denk aan reparatie, hergebruik en spullen delen. Zo kan worden voorkomen dat iets afval wordt. CANS is bedoeld voor lokale partijen en voor inwoners.
CANS zet zich ook in voor sociale leer-werkplekken en onderwijs om over dit onderwerp te leren.
Figuur 26: Ondertekening samenwerkingsovereenkomst CANS v.l.n.r.: Sietske Klein-de Jong, directeur RMN, Aukje Treep-Van Hoeckel, wethouder gemeente Soest en Sietske van der Vijgh, directeur SKS Store.
Inhoud
34
Voortgang uitdragen transitiedenken
In het energieprogramma staat het uitdragen van transitiedenken als mijlpaal voor 2024/2025. In 2024 hebben we hier een begin mee gemaakt door het organiseren van de Soestainable Challenge voor medewerkers waarin we onze eigen duurzame gedrag onder een kritische loep hebben gelegd (zie onderstaande foto’s). In 2025 gaan we het transitiedenken verder brengen in de organisatie.
Figuur 27: Prijsuitreiking Soestainable Challenge met MT-lid Giliam Roolant
Figuur 28: Deelnemende ambtenaren tijdens de prijsuitreiking van de Soestainable Chal¬lenge
Inhoud
35
Voortgang behalen certificaat niveau 4 CO₂-Prestatieladder
In het energieprogramma staat het behalen van een hoger niveau op de CO2-Prestatieladder, namelijk van 3 naar 4, als mijlpaal voor 2026. In 2024 hebben wij het monitoren en reduceren van onze eigen CO2-Footprint voortgezet conform niveau 3. In maart 2024 behaalden we opnieuw de certificering voor niveau 3. Volgens de regelgeving van die certificering rekenen wij ook één zesde deel van de footprint van RMN mee. In 2024 heeft RMN een KAM-coördinator aangesteld. Daar werken wij sindsdien nauw mee samen om gezamenlijk CO2-reductie en monitoring voort te zetten. Ook zijn we samen met andere afdelingen van de gemeente aan de slag gegaan met de vraag hoe we verduurzaming van onze eigen assets (maatschappelijk vastgoed, tractie) kunnen versnellen. In 2025 vinden de werkzaamheden plaats om de organisatie gereed te maken voor een certificaat op niveau 4.
10. Financiering van de transitie
Draagt bij aan de doelstellingen: We werken momenteel in de energietransitie met gelden die iedereen moet kunnen we krijgen van het Rijk (CDOKE, SpUks), provincie (UsEt) en meedoen. met de gemeentelijke bijdrage. In de begroting 2025 stelde de gemeenteraad 1 miljoen beschikbaar tijdens de looptijd van het programma. Dat gebruiken we om initiatieven vanuit de samenleving te ondersteunen. In 2025 richten we daarvoor een subsidieregeling in. Deze zal de vorige regeling, het Energiefonds Samen, vervangen en verbreden. Voor subsidies voor onze eigen organisatie is vorig jaar een inventarisatie gemaakt van beschikbare subsidies en in hoeverre de gemeente daar gebruik van maakt. Daar hebben wij een slag op gemaakt om te kijken welke relevant zijn voor het thema Klimaat. In 2025 onderzoeken we welke subsidies we nog kunnen benutten.
Inhoud
36
4. Samenwerking De kern van het energieprogramma is de inwoner centraal staat en dat zonder samenwerken we onze doelen niet kunnen halen. Samenwerken is lastig en vraagt tijd en aandacht. Dat geldt des te meer wanneer de inhoud complex en dynamisch is, zoals bij de energietransitie. Hieronder beschrijven we de belangrijkste overleggen waarin we samenwerken. Ook beschrijven we wat onze belangrijkste aandachtspunten daarbij zijn. In samenwerkingen met inwoners, ondernemers en belangrijke partners vragen we expliciet om feedback. Door na te gaan in hoeverre onze inspanningen aansluiten bij hun verwachtingen, kunnen we beter onze rol vervullen.
Omdat in deze overleggen inwoners met een specifiek belang zijn vertegenwoor digd zijn, en we ook het geluid van individuele inwoners willen horen, organiseren we ook inwoneronderzoek. Het is niet uit te sluiten dat individuele inwoners op een later moment ook aansluiten bij bijv. de Actiegroep Duurzaamheid in Verbinding of Klankbordgroep.
4.1 Samenwerkingen met inwoners, ondernemers en organisaties
• Actiegroep Duurzaamheid in Verbinding Met het oude Energieprogramma 2020-2025 is een Taskforce CO2-reductie opgesteld met stakeholders uit de gemeente. Eén van de actiepunten uit het nieuwe energieprogramma is het verder doorontwikkelen van deze Taskforce. Dit heeft geleid tot de oprichting van de Actiegroep Duurzaamheid in Verbinding waar we samen met onze partners kijken naar hoe de reductie van CO2 zich ontwikkelt. Dit netwerk (met zelfgekozen naam) bestaat uit organisaties en bedrijven uit Soest die zich elk op hun eigen manier bezighouden met klimaat en energie. In dit netwerk kunnen de partijen informatie uitwisselen en samenwerkingsverbanden aangaan rondom verschillende thema’s binnen de energietransitie en duurzaamheid. Daarnaast vragen we de groep te reflecteren op de prestaties van de gemeente. Die reflectie is te lezen in deze rapportage in hoofdstuk Het is onze bedoeling het netwerk de komende tijd te bestendigen en uitbreiden. • Klankbordgroep Warmte Dit is een groep van organisaties en belanghebbenden in de warmte transitie. Deze groep heeft bijgedragen bij het maken van aantal keuzes in het energieprogramma. Zo zijn ze nauw betrokken geweest bij het kiezen van startwijken in Soest. Voor een aantal belang rijke keuzes die gemaakt gaan worden in het warmteprogramma zal de waardevolle input van deze organisaties weer gevraagd worden.
Deze partijen leveren waardevolle inzichten. • Sociale Energie in Soester wijken Onze succesvolle aanpak samen met sociaal domein, waarin we een integrale organisatiestructuur opzetten en in koppelkansensessie met mensen uit de wijk aan de slag gaan met de kansen die zij zien, voor o.a. energietransitie. Momenteel in 3 wijken: o Smitsveen o De Eng o Soesterberg • Stuurgroep Overhees De stuurgroep van het warmteproject in Overhees, waarin SOEN/EAS en gemeente sturen op resultaten en financiën. Deze bestaat naar het operationele overleg waarin de meer dagelijkse gang van zaken wordt beheerd. Inhoud
37
• Samenwerking Soestdijkse Grachten Op de Soestdijkse grachten is op ons verzoek een energiecoöperatie van bedrijven opgericht (Energie coöperatie De Soestdijkse Grachten). Met de coöperatie hebben we sinds december 2024 een subsidierelatie. • Samenwerking Centurionbaan Op de Centurionbaan hebben bedrijven zich al georganiseerd in een coöperatie. Deze is juridisch niet ingericht voor het delen van energie maar kan wel worden gebruikt als samenwerkingspartner.
4.2. Ambtelijke-bestuurlijke samenwerkingen
• RES-tafels • OER A28 • Energie Diensten Centrum – 26 gemeenten provincie Utrecht (inclusief Bestuurlijk Overleg) o Samenwerkingsproject Meerjarige Collectieve Ontzorging (isolatieaanpak) – 18 gemeenten PU o Samenwerkingsproject Verduurzamingsaanpak VvE-en – 16 gemeenten PU • Regionaal Energie Centrum (Experience-centrum energietransitie) • Regionaal Expertise Centrum voor bedrijventerreinen o In deze nieuw opgezette samenwerking zetten we samen met de Provincie Utrecht, alle gemeenten uit de regio Amersfoort, PVB en VNO-NCW een nieuw centrum op wat bedrijven helpt sneller te verduurzamen. • Informele samenwerking met omliggende gemeenten • Community of Practice CO2-Prestatieladder In bovenstaande ambtelijk-bestuurlijke samenwerkingen werken we samen aan gemeentegrens overstijgende onderwerpen, als het efficiënter is om het samen te doen en als we van elkaar kunnen leren. Van dat laatste is het Energie Diensten Centrum een succesvol voorbeeld. Veel van het werk aan het energiesysteem (RES, OER A28) overstijgt de gemeentegrens en doen we daarom samen. De Community of Practice van de CO2-Prestatieladder helpt ons door van anderen te leren hoe we die managementtool goed in kunnen zetten om onze doelen te behalen. Onderzoeken • Straatgesprekken ‘Hoe duurzaam ben jij’ In het voorjaar van 2024 zijn we met een camper de straat op gegaan om met inwoners het gesprek te voeren.
Dat ging over hoe duurzaam zij zichzelf vinden, wat ze al doen, wat ze nodig hebben om nog meer te doen en hoe ze kijken naar wat de gemeente doet. De opbrengst van de 224 gesprekken geeft inzicht in de behoeften van inwoners en helpt ons bij het vormgeven van ons ondersteuningsaanbod en onze communicatie. Het voornemen is voortaan jaarlijks dergelijke straatgesprekken te voeren.
Inhoud
38
Figuur 29: Ambtenaar in gesprek met bewoner tijdens straatgesprekken ‘Hoe duurzaam ben jij’ • Betaalbaarheid warmtetransitie Betaalbaarheid is een veelgenoemde en belangrijke succesfactor voor de warmtetransitie. Maar wat betekent betaalbaarheid? Voor de een is dat ‘niet duurder dan dat het nu is’, voor de ander gaat betaalbaarheid over kosten eerlijk verdelen of over terugverdientijd. Samen met 15 andere gemeenten, EBN (Energie Beheer Nederland) en Populytics gaan we op zoek naar een definitie van betaalbaarheid. We onderzoeken wanneer kosten door inwoners worden geaccepteerd als ‘betaalbaar’. Zowel op waardeniveau (kwalitatief) als in de portemonnee (kwantitatief). Dit gaat ons helpen in ons Omgevingsprogramma Warmte dat in 2025 vastgesteld moet worden. • Ontwerpende aanpak Met de bureaus Kickstad en Zeewaardig werken we aan een ontwerpende aanpak voor de energietransitie. Met deze aanpak geven we vorm aan ‘de inwoner centraal’. De ontwerpende aanpak is een manier van werken die past bij het transitiedenken. Die niet een project uitrolt, maar die bottom-up begint, en zich al lerende van de ervaringen verder ontwikkelt. In 2024 hebben we voor de analyse gesprekken gevoerd met direct belanghebbenden en stakeholders, en met inwoners via straatgesprekken. In het voorjaar van 2025 gaan we de opgedane kennis toetsen tijdens pilots in de buurt.
Hiervoor ontwikkelen we met de bureau’s een gezamenlijk beeldmerk en identiteit, die ook een gezicht geeft aan Koos.
Inhoud
39
4.3 Reflectie Actiegroep Duurzaamheid in Verbinding
De eerste bijeenkomst van deze raad vond plaats op 30 januari 2025. Daar is onder andere afgesproken dat de Actiegroep Duurzaamheid in verbinding een reflectie schrijft op de prestaties van de gemeente zoals te lezen in deze voortgangsrapportage. Deze is hieronder integraal opgenomen:
Figuur 30: Ambtenaren en bewoners tijdens de eerste bijeenkomst van de Actiegroep Duurzaamheid in Verbinding
Allereerst onze complimenten voor het opstellen van deze rapportage. En vooral voor het ophalen van feedback bij de Actiegroep Duurzaamheid in verbinding. We vinden het geweldig dat de gemeente dit doet. Zowel qua overzicht over de verschillende gebieden, als qua partnerschap met initiatieven uit de samenleving. Voor een volgende rapportage zou het mooi zijn als jullie tekstueel de hoofddoelstelling van energieneutraliteit en de projecten beter verbinden. De rapportage is nu wat gefragmenteerd. Waar dragen de projecten nou precies aan bij? Ook mist een zorgvuldige doorkijk naar 2050, en een idee over wat de gemeente doet als doelen niet haalbaar blijken. Daarnaast is er geen prioritering aangebracht in problemen en de aanpak daarvoor. Zo is er geen volgorde of planning voor de wijken die van het aardgas af gaan. Wij achten het ook zinvol om meer de verbinding met het thema klimaatadaptatie/hittestress te zoeken, vooral omdat maatregelen tegen hitteverlies in de winter (isolatie en glas) in de zomer helpen, maar dan soms ook het probleem verergeren. Hetzelfde geldt voor ventilatie. De kracht van het energieprogramma is dat je werkt aan en vanuit samenhang. Jullie hebben oog voor de integrale aanpak. Met ‘maatwerk’ gericht op alle bewoners, met samenwerking tussen bewoners, het maatschappelijk veld en de gemeente.
En met het besef dat de energietransitie eerder een sociale transitie is dan een technisch proces. Gedrag in de woning draagt tot meer dan 30% bij aan het energieverbruik. Technische maatregelen lijken dan een snelle oplossing, die zonder aanpassingen in gedrag tegenvallen in resultaat. Dit verdient in de projecten nog meer aandacht. Dat besef biedt inspiratie om op alle niveaus (domeinen in het gemeentehuis, het brede maatschappelijk veld en op de Inhoud
40
eerste plaats bewoners) samen te werken aan deze grote uitdaging. Niet door mensen als verschillende doelgroepen ‘te betrekken’, maar door te werken vanuit gedeeld eigenaarschap. Het gaat daarbij niet alleen om bewoners, maar ook om bedrijven. Dat had in de rapportage beter naar voren mogen komen. Ook omdat in het gedrag van de gemeente die verandering beter te zien is dan in het rapport. Het werken aan energiearmoede is goed en belangrijk. Energiebesparing hoeft niet duur te zijn. Energie is er genoeg. Een huis kan zelf al warmte leveren en opslaan en die eigenschappen kunnen met weinig kosten nog flink verbeteren. Aanpakken van energiearmoede is vooral een sociaal project. Tegelijkertijd gebruiken Soesters in ‘arme’ wijken significant minder gas. Het doel is dat iedereen mee kan doen, maar maatregelen gericht op het welvarende deel van Soest ontbreken (vrijwel) geheel. Die moeten ook meedoen wil je meters maken. En denk ook aan wat er collectief kan. Mogelijk kunnen binnen een buurt voorzieningen grootschaliger worden aangelegd, zoals: buurtaccu, warmteopslag, kleine windmolens, warmte uit grond- en/of oppervlaktewater. Maar alleen als dat goedkoper is en blijft.
Inhoud
41
Bijlage 1: Totstandkoming voortgangsrapportage
De voortgangsrapportage is onderdeel van onze monitoringscyclus. Deze cyclus is gekoppeld aan de reguliere P&C-cyclus van de gemeente. In het plaatje hieronder zie je onze cyclus in iets meer detail. Te zien is dat we het jaar starten met wat wij onze hackaton noemen. Tijdens de hackaton nemen we als team twee dagen de tijd om te reflecteren op het afgelopen jaar en vooruit te blikken op het jaar dat komt. Ook de samenwerking binnen het team komt aan bod. Dat levert allemaal input op voor de voortgangsrapportage. Gedurende het jaar gebruiken we Bizaline als monitoringstool om de voortgang op projecten, KPI’s, doelstellingen en risico’s bij te houden. Tegen het einde van het eerste kwartaal vragen we onze lokale stakeholders die zijn verenigd in de Actiegroep Duurzaamheid in Ver binding om input te leveren op de voortgangsrapportage. Daarna versturen we de rapportage naar de raad. In maart starten ook de voorbereidingen voor de voorjaarsnota en kadernota. Daar zijn we met het maken van de voortgangsrapportage goed op voorbereid. Een volgende sessie van de Actiegroep Duurzaamheid is een informele bijeenkomst is waarin onderwerpen worden besproken die door de groep zijn ingebracht. Rond die tijd willen we ook een feedbackronde onder betrokken collega’s van andere teams houden.
Als kwalitatieve monitoring hoe wij het als team doen en waar onze leerpunten zitten in de samenwerking. Als we aan de slag gaan met de jaarrekening is dat gelijk het startsein om met de volgende voortgangsrapportage aan de gang te gaan.
Figuur 31: Planning en control cyclus energieprogramma
Inhoud
42
Figuur 32: Wethouder Aukje Treep- van Hoeckel opent de zomerborrel met partners en vrijwilligers in Stayokay Soest
Figuur 33: Teamfoto met onderscheid programmalijnen
Inhoud
43
Figuur 34: Beeldvormende raadsbijeenkomst ‘verdieping warmteaanpak’
Figuur 35: Ambtenaren tijdens een hacksessie over de stappen in de Wijkaanpak
Inhoud
44