CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Raadsvoorstel Verordening Individuele Inkomenstoeslag 2025

Beeldvormende vergadering (Raadzaal) 21 mei 2025, gemeente SoestBij agendapunt: Verordening Individuele Inkomenstoeslag 20251.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Portefeuillehouder: Osman Suna

Zaaknummer: 945121 Onderwerp: Verordening Individuele Inkomenstoeslag 2025

Openbaar Is geheimhouding aan de orde? Nee

Voorgesteld raadsbesluit In te stemmen met het voorstel om: 1. De Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Soest 2025 met terugwerkende kracht vast te stellen met ingangsdatum 1 januari 2025. 2. De verordening individuele inkomenstoeslag 2018 gemeente Soest met terugwerkende kracht in te trekken per 1 januari 2025

Samenvatting Met het vaststellen van de Integrale Visie Sociaal Domein heeft de raad richting gegeven aan het gemeentelijk beleid door vijf opgaven met ambities te benoemen. Eén van de opgave is bestaanszekerheid. We willen als gemeente dat inwoners voldoende middelen hebben om rond te komen en mee te kunnen doen. We willen ook dat werken loont voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Daarbij willen we ervoor zorgen dat regelingen makkelijker vindbaar zijn en eenvoudig aan te vragen. Uit evaluatie van de minimaregelingen blijkt dat de “Verordening Individuele Inkomenstoeslag 2018” verouderd is en afwijkt van andere gemeentelijke regelingen in de definiëring van "laag inkomen". Daarnaast bevat de huidige verordening de voorwaarde van een zelfstandig huishouden, deze voorwaarde is onwettig en moet op basis van recente jurisprudentie geschrapt worden. Om het minimabeleid eenduidig en toegankelijk te maken, wordt voorgesteld de inkomensgrens van de individuele inkomenstoeslag gelijk te trekken met andere minimaregelingen. Dit voorkomt een armoedeval en biedt betere ondersteuning aan inwoners met een langdurig laag inkomen, waaronder werkenden zonder inkomensperspectief. Aanleiding De huidige verordening “Individuele inkomenstoeslag Soest 2018” is verouderd.

De verordening moet geactualiseerd worden en op basis van jurisprudentie moet de bepaling “zelfstandig huishouden” als voorwaarde verwijderd worden. Bovendien wijkt de huidige verordening af van de andere gemeentelijke regelingen in de definiëring van “laag inkomen”. Om deze redenen leggen wij uw raad nu een nieuwe geactualiseerde Verordening individuele inkomenstoeslag ter vaststelling voor. Daarbij vragen wij de raad de 'Verordening individuele inkomenstoeslag 2018 Soest’ gelijktijdig in te trekken. Beoogd resultaat Met de nieuwe verordening voldoet de regeling aan de wet en sluit aan op de andere minimaregelingen in Soest. Ook werkenden met een langdurig laag inkomen zonder inkomensperspectief komen in aanmerking. Uit onderzoek blijkt dat het inkomenstekort onder werkende toeneemt. Met dit voorstel willen armoedeval voorkomen en zorgen dat werken loont. Dit draagt bij aan de Global Goals (geen armoede) en de doelstellingen (bestaanszekerheid, werken loont) van onze visie Sociaal Domein Argumenten 1.1 Op basis van recente jurisprudentie moet de verordening gewijzigd worden. De wettelijke grondslag van de individuele inkomenstoeslag is bepaald in artikel 36 van de Participatiewet. De gemeente is alleen vrij in het bepalen van wat zij verstaat onder “langdurig laag inkomen” en de hoogte van de toeslag.

Uit jurisprudentie blijkt dat de gemeente niet de mogelijkheid heeft om bepaalde groepen uit te sluiten van de individuele inkomenstoeslag. Dit betekent dat ‘het voeren van een zelfstandig huishouden’ niet langer als voorwaarde gesteld kan worden en wij verplicht zijn dit te verwijderen. 2

Dit moet daarom gewijzigd worden in de nieuwe verordening. (zie hiervoor de bijlage Was-wordt lijst). 1.2 De gemeente hanteert als laag inkomen een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm. Uit onderzoek blijkt dat bij minimabeleid met een inkomensgrens van 130% dit het meeste effect heeft. Mensen hebben dan meer besteedbaar inkomen en kunnen beter rondkomen en mee doen. En daarnaast hebben zij minder kans op schulden. Bij een hoger percentage is dit effect minder vanwege de afbouw van landelijke toeslagen en gemeentelijke kwijtscheldingsregelingen. Ook blijkt dat voor mensen met een bijstandsuitkering de stap naar werk makkelijker wordt als zij ook werkend met een laag inkomen gebruik kunnen blijven maken van gemeentelijke regelingen. Dit voorkomt een zogenaamde armoedeval. 1.3 Door de verordening in overeenstemming te brengen met de overige minimaregelingen hebben we een uniform en eenduidig minimabeleid. Uit onderzoek blijkt dat inwoners regelingen vaak te ingewikkeld vinden en deze daardoor niet aanvragen. Door voor alle regelingen uit te gaan van dezelfde definities worden deze begrijpelijker en weten mensen eerder of ze wel of niet in aanmerking komen voor een regeling. 1.4 Door de inkomensgrens hoger vast te stellen dan de bijstandsnorm kunnen we ook werkenden met een laag inkomen zonder zicht op inkomensverbetering ondersteunen.

Uit onderzoek blijkt dat het aantal werkenden met een laag inkomen dat moeilijk kan rondkomen groeit. Deze groep is de afgelopen jaren meer in beeld gekomen bij de gemeente door de energiecrisis. Met het wegvallen van de energiemaatregelen heeft deze groep het nog steeds financieel moeilijk, zonder dat zij zicht hebben op inkomensverbetering. Het zijn vaak inwoners die werken in banen met lage lonen. Deze groep heeft een hoog risico op schulden. Met de oude regeling verdienen zij vaak net te veel om in aanmerking te komen voor de individuele inkomenstoeslag die met een inkomensgrens van 100% van de bijstandsnorm eigenlijk alleen voor mensen met een uitkering toegankelijk is. Dit is ook het geval voor inwoners met een Wajong uitkering. Door landelijke wijzigingen in het minimumloon en de bijstandsnorm komen zij niet meer in aanmerking voor de toeslag terwijl hun inkomenspositie niet veranderd is. 2.1 De Verordening Individuele Inkomenstoeslag treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2025. De Verordening is met de gemeente Baarn en Bunschoten en BBS afgestemd. Omdat deze gemeente een ander minimabeleid hebben dan de gemeente Soest heeft dit langere tijd in beslag genomen dan verwacht. Iedere gemeente kiest voor een eigen verordening passend bij het gemeentelijk beleid.

3

Kanttekeningen nvt Kosten, baten, dekking Kosten De individuele inkomenstoeslag is een open einderegeling. Hierdoor is het lastig te voorspellen wat de toename aan kosten gaat zijn. Voor het maken van een schatting zijn we uitgegaan van de overige minimaregelingen met een inkomensgrens van 130%. Hieruit is te verwachten dat er 237 huishoudens zijn die een beroep kunnen doen op de IIT. Uitgaande van een maximaal bereik van 100% van deze huishoudens zijn de structurele meerkosten €141.204. In de praktijk zal dit lager zijn want 100% bereik van de doelgroep is niet realistisch. Uit onderzoek blijkt dat het gemiddelde bereik van minimaregelingen op 40% ligt. Uitgaande van een gemiddeld bereik van 40% van de huishoudens zijn de structurele meerkosten geraamd op € 56.481,60. Baten Via de decentralisatie uitkering is voor de aanpak van armoede, geldzorgen en schulden structureel geld beschikbaar gesteld. Jaarlijks is een bedrag beschikbaar van €71.000. De middelen die zijn toegezegd in de meicirculaire staan op Stelpost Taakmutaties. Dekking Er is structurele dekking vanuit de middelen die in de meicirculaire zijn toegezegd. Deze zijn opgenomen als Stelpost Taakmutatie. Voorgesteld wordt om deze gelden vrij te geven. Voor eventuele kosten die deze dekking overstijgen is er op het budget Armoede en Schulden een bedrag beschikbaar van gemiddeld €30.000 per jaar.

Aanpak Na vaststelling van dit voorstel geven we terugkoppeling aan onze formele en informele netwerkpartners. Deze zijn bij de start van de evaluatie meegenomen in het proces. Met de terugkoppeling aan onze partners houden we ze op de hoogte en betrokken. Ook kunnen zij op deze wijze inwoners informeren of ondersteunen bij het aanvragen hiervan. We gaan we met BBS in gesprek over het aanpassen van de uitvoeringsrichtlijnen en het instrueren van de medewerkers. Communicatie Na vaststelling van de verordening publiceren wij deze in het Gemeenteblad, op www.overheid.nl en via de lokale kanalen. Daarnaast brengen wij Uitvoeringsorganisatie BBS hiervan op de hoogte, zodat zij hun informatie en uitvoering hierop kunnen aanpassen. Ook informeren wij onze formele en informele partners, zodat zij dit ook kunnen meenemen in de ondersteuning die 4

zij bieden aan inwoners (Uitkomsten) advies en inspraak Participatietraject heeft plaatsgevonden, door middel van een bijeenkomst voor formele en informele organisaties. De participatieraad was hier ook bij aanwezig. Wettelijke grondslag en/of kader: De wettelijke grondslag voor het vaststellen van de verordening is vastgelegd in Artikel 147 Lid 1. Gemeentewet. De wettelijke grondslag waarop de verordening is gebaseerd is vastgelegd in artikel 36 van de Participatiewet. Beleidsevaluatie Monitoren van beleid is onderdeel van doorlopende processen. Naast de reguliere contactmomenten tussen beleid en uitvoering, zal monitoring en verantwoording plaats vinden in de P&C cyclus. Referendum nvt Ondertekening Soest, 01-04-2025 Burgemeester en wethouders van Soest, De secretaris, de burgemeester

Leontine Vermond

Rob Metz

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=a6d4eadf-cc4a-4379-a633-761a94aede6b