1. Raadsvoorstel Startnotitie grondstoffenplan 2025-2030
Tekst van het document
Portefeuillehouder: Aukje Treep-van Hoeckel
Zaaknummer: 1073433 Onderwerp: Startnotitie grondstoffenplan 2025-2030
Openbaar Is geheimhouding aan de orde? Nee
Voorgesteld raadsbesluit In te stemmen met de startnotitie grondstoffenplan 20252030 welke de kaders voor het op te stellen grondstoffenplan beschrijft.
Samenvatting De raad krijgt het voorstel de startnotitie grondstoffenplan 2025-2030 vast te stellen. Dit is nodig omdat deze startnotitie de kaders schept voor het op te stellen grondstoffenplan 2025-2030 welke de de grondstoffenaanpak 2021-2023 opvolgt en eerder met een jaar verlengd werd. Het nieuwe Grondstoffenplan dient duidelijkheid te scheppen langs welke weg de gemeente Soest een betaalbaarheid (hoogte afvalstoffenheffing) en haalbaar afval- en grondstoffenbeleid vorm geeft voor haar inwoners en welke mede bijdraagt aan de doelstelling 'Soest afvalvrij in 2050'. Aanleiding De grondstoffenaanpak 2021-2023 (welke met een jaar verlengd is) is inmiddels uitgevoerd en geëvalueerd. Het huidige coalitieakkoord schetst de ambities en richting voor de volgende fase van het grondstoffenbeleid. Dit moet leiden tot een concreet Grondstoffenplan 2025-2030. In de grondstoffenaanpak 2021-2023 werd ingezet op preventie van afval en het verder faciliteren van bronscheiding voor inwoners. Hiervoor zijn diverse maatregelen genomen zoals het mogelijk maken van GFT-scheiding bij hoogbouw. Het uitgevoerde beleid en de daarmee behaalde prestaties is geëvalueerd. De uitkomst van deze evaluatie wordt meegenomen bij het opstellen van het Gemeentelijke Grondstoffenplan 2025 – 2030. De genoemde evaluatie is als bijlage toegevoegd.
Beoogd resultaat De stip op de horizon is een circulair en daarmee afvalvrij Soest in 2050. Het streven is een uitvoerbaar Grondstoffenplan 2025-2030 op te stellen dat bijdraagt aan 'Soest afvalvrij in 2050'. Dit Grondstoffenplan dient duidelijkheid te scheppen langs welke weg Soest dit gaat bereiken. De betaalbaarheid (hoogte afvalstoffenheffing) en de haalbaarheid voor inwoners (draagvlak en service) vormen met de doelstelling 'Soest afvalvrij in 2025' het toetsingskader van het te vormen beleid. De startnotitie grondstoffenplan 2025-2030 schept de kaders voor het opstellen van het grondstoffenplan waarbij het scenario 'nascheiding' onderzocht en getoetst wordt in relatie tot de optie 'intensivering van het huidige beleid' en het 'Diftar-scenario'.
2
Argumenten 1.1. De vaststelling van de startnotitie is nodig om de kaders vast te stellen voor het uit te werken grondstoffenplan. Het coalitieakkoord 2022-2026 geeft aan dat een systeem van nascheiding, mede door de voortgaande technische ontwikkelingen, inmiddels de voorkeur verdient. Tevens is er een kritische houding tegenover diftar, onder meer vanwege het risico van ontwijkgedrag en omdat er goede alternatieven beschikbaar zijn. Het is gewenst om de keuzes in een breder perspectief te plaatsen. De preferente keuze voor nascheiding wordt in een breder perspectief geplaatst door de effecten van de voorkeurskeuze af te zetten tegen de alternatieven. Daartoe worden drie scenario's voor het toekomstige grondstoffenbeleid uitgewerkt: 1. Restafval en PMD scheiden door middel van nascheiding (preferente keuze) 2. Continuering huidige voorzieningen en optimalisatie via flankerend beleid 3. Diftar Deze drie scenario's zullen objectief uitgewerkt worden. De mate waarin deze scenario's tegemoet komen aan de doelen en ambities van de gemeente Soest staan hierin centraal, te weten: • de gemeente Soest streeft naar tevredenheid van haar inwoners met de geboden service en inzamelvoorzieningen. • Op gebied van kosten wil de gemeente Soest dat de kosten van het grondstoffenbeleid beheersbaar blijven en op of onder het benchmarkgemiddelde blijft.
• Met betrekking tot milieu streeft Soest ernaar om een circulaire gemeente te zijn in 2050. 1.2. De kosten voor het verbranden van restafval nemen door fiscale maatregelen de komende jaren sterk toe. De landelijke overheid heft verbrandingsbelasting en een CO2-heffing over iedere ton aangeboden huishoudelijk restafval. De komende jaren neemt de som van deze heffingen toe. Aanvullend beleid om restafval te voorkomen is nodig teneinde de hoogte van de afvalstoffenheffing voor de inwoners van Soest beheersbaar te houden. Kanttekeningen 1.1. Beschikbaarheid benchmarkgegevens van andere vergelijkbare gemeenten Een extern adviesbureau, specialist op gebied van gemeentelijk afval- en grondstoffenbeleid voert de opdracht uit. Dit bureau beschikt over een uitgebreide databank met benchmarkgegevens. Daarnaast kan ze putten uit openbare benchmarkgegevens m.b.t. afvalbeheerkosten versus het gevoerde beleid van vergelijkbare gemeenten. 1.2. Beschikbaarheid van de logistieke parameters van Soest De logistieke parameters voor de uit te werken scenario's moeten herkenbaar zijn en kloppen met de werkelijkheid van Soest. De 3
gemeente Soest participeert in RMN: IPR Normag verkrijgt de logistieke parameters van RMN. De mogelijke risico's of kanttekeningen als hierboven genoemd voor de uitwerking van het grondstoffenplan is nihil. De uit te werken scenario's kunnen gevalideerd worden met benchmarkgegevens en voorzien worden van de juiste logistieke parameters waardoor een getrouw beeld verkregen wordt van de consequenties per scenario voor de gemeente Soest. 1.3. Gesprekken AVU m.b.t. nascheiding conform coalitieakkoord Het coalitieakkoord spreekt van het opstarten van gesprekken met de AVU over de mogelijkheid van nascheiden bij de eindverwerker. De contracten bij de eindverwerker zijn voor het eerst opzegbaar per 31 december 2026 overigens met de optie om deze tweemaal twee jaar te verlengen. Een andere manier van verwerking (nascheiding) resulteert in een andere prijsvorming. Dit is dus op zijn vroegst mogelijk per 1 januari 2027 en deze mogelijkheid zal opgenomen moeten worden in een uit te schrijven aanbesteding. De gemeente Soest participeert in een ambtelijke werkgroep 'aanbesteding restafval' welke voorjaar 2025 start. Kosten, baten, dekking Kosten De evaluatie van de grondstoffenaanpak 2021-2023, het opstellen van de startnotitie en het opstellen van het Grondstoffenplan 2025-2030 is en wordt uitgevoerd door het bureau IPR Normag.
Middels een aanbestedingsprocedure is dit bureau in 2024 geselecteerd. De totale geoffreerde kosten bedragen €58.000,- . Baten N.v.t. Dekking De nog te maken kosten in 2025 worden gedekt uit CDOKE gelden (financiering door het rijk voor de uitvoering van het Klimaatakkoord). Aanpak Na het vaststellen van de startnotitie begint IPR Normag meteen met het verzamelen van de benodigde gegevens. Tevens is er een ambtelijke werkgroep (cluster afval&grondstoffen) die met regelmaat de voortgang bewaakt en bespreekt met IPR Normag: zowel op gebied van data verzamelen als ook meeleest met de inhoudelijke uitwerking.
4
Het streven is dat er eind april een besluitwaardig concept grondstoffenplan voorgelegd wordt hetgeen de bestuurlijke en politieke behandeling en besluitvorming voor de zomer mogelijk maakt. Communicatie Na vaststellen van de startnotitie grondstoffenplan 2025-2030 door de raad wordt dit als raadsbesluit op de gebruikelijke wijze gepubliceerd. Verdere communicatie is in dit stadium niet opportuun. Een specifieke communicatie aanpak vindt plaats na het vaststellen van het grondstoffenplan 2025-2030 zelf. (Uitkomsten) advies en inspraak De grondstoffenaanpak 2021-2023, welke eerder met een jaar verlengd werd, richtte zich op afvalpreventie en het zo gemakkelijk mogelijk maken van afval afscheiden voor inwoners. De uitvoering van deze aanpak is geëvalueerd en besproken tijdens een raadsinformatie avond op 12 december 2024. De uitkomsten hiervan worden meegenomen in het opstellen van de grondstoffenplan 2025-2030. Stakeholders van het toekomstige grondstoffenplan zijn AVU en de RMN. Inzichten van deze organisaties zullen gehoord en meegenomen worden. Het toekomstig grondstoffenplan dient uitvoerbaar te zijn voor deze partijen. Wettelijke grondslag en/of kader: Het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) welke binnenkort plaats zal maken voor het Circulair Materialenplan (CMP). Het CMP is ondersteunend aan de transitie naar een circulaire economie.
Het CMP biedt een uniform kader voor het gebruik van grondstoffen en het omgaan met afval. Beleidsevaluatie Nadat een nieuw grondstoffenplan vastgesteld is, zal dit regelmatig worden geëvalueerd op de onderdelen: inwonerstevredenheid middels een periodieke enquête, kosten inzameling en kosten afvalverwerking en grondstoffenrecycling als ook de bijdrage aan de milieudoelstellingen (meer afval scheiden en minder restafval). Dit wordt jaarlijks in Q2 gerapporteerd aan de raad. Referendum Nee
5
Ondertekening Soest, 18-02-2025 Burgemeester en wethouders van Soest, De secretaris, de burgemeester
Leontine Vermond
Rob Metz
6