CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Raadsvoorstel Nieuwe verordening leerlingenvervoer 2026

Beeldvormende vergadering (Raadzaal) 22 januari 2026, gemeente SoestBij agendapunt: Verordening leerlingenvervoer2.228 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Portefeuillehouder: Anne Sterenberg

Zaaknummer: 1038119 Onderwerp: Nieuwe verordening leerlingenvervoer 2026

Openbaar Is geheimhouding aan de orde? Nee

Voorgesteld raadsbesluit 1. Onder de nieuwe Verordening leerlingenvervoer gemeente Soest 2026 geen eigen bijdrage meer te vragen voor leerlingen die naar het speciaal (basis)onderwijs gaan en hiertoe artikel 25 lid 4 aan te passen; 2. De Verordening leerlingenvervoer gemeente Soest 2026 vast te stellen; 3. De Verordening leerlingenvervoer gemeente Soest 2026 in werking te laten treden de dag na bekendmaking met de gelijktijdige intrekking van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Soest 2015.

Samenvatting Met dit voorstel wordt uw raad gevraagd om een nieuwe Verordening leerlingenvervoer voor onze gemeente vast te stellen. De huidige Verordening leerlingenvervoer gemeente Soest dateert uit 2015. Gemeenten zijn verplicht om een dergelijke verordening te hebben die regelt wanneer en hoe een leerling en diens ouders in aanmerking komen voor ondersteuning om naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school te gaan. De nieuwe verordening speelt in op ontwikkelingen van de afgelopen jaren en legt meer de nadruk op zelfstandig vervoer als dat mogelijk is. De verordening is zoveel als mogelijk afgestemd op de regels die gemeenten in de regio ook hanteren. Dit omdat er één vervoerder rijdt voor een aantal gemeenten in de regio Amersfoort en voor ouders in deze regio zo veel als mogelijk dezelfde regels te laten gelden als het gaat om een vervoersvoorziening. Aanleiding In 2024 hebben de gemeenten Amersfoort, Bunschoten, Leusden, Woudenberg en Soest hun krachten gebundeld en gezamenlijk een aanbesteding voor het leerlingenvervoer uitgevoerd. Het gezamenlijk optrekken heeft financiële en uitvoeringstechnische voordelen. Vanaf het schooljaar 2024/2025 voert één vervoerder het leerlingenvervoer voor genoemde gemeenten uit voor meerdere jaren.

Dit betreft het vervoer voor leerlingen in het speciaal (basis)onderwijs die niet zelfstandig of onder begeleiding naar school kunnen lopen, fietsen of reizen met het openbaar vervoer. In het verlengde van deze regionale samenwerking is het komen tot uniforme verordeningen leerlingenvervoer in deze regio de volgende stap. De huidige verordening leerlingenvervoer van onze gemeente dateert uit 2015. Inmiddels hebben de andere hierboven genoemde gemeenten al een nieuwe verordening leerlingenvervoer vastgesteld. Een verordening leerlingenvervoer bevat regels wanneer en hoe de gemeente helpt bij het reizen van en naar scholen. Het is bedoeld voor leerlingen met een structurele beperking waardoor zij niet zelfstandig naar school kunnen gaan. Of het betreft onderwijs dat aansluit op de levensovertuiging van de leerling. De vorm van ondersteuning sluit zoveel mogelijk aan op de individuele mogelijkheden en eventuele beperkingen van de leerling. Er is alleen aanspraak op een vervoersvoorziening als de afstand tussen de woning en de dichtstbijzijnde toegankelijke school 6 kilometer of meer is tenzij er sprake is van een beperking bij de leerling. Dan komt de kilometergrens te vervallen. Er zijn verschillende vormen van ondersteuning (vervoersvoorziening genoemd).

Het kan gaan om een vergoeding in geld voor de kosten van een fiets, voor eigen vervoer, voor openbaar vervoer (met of zonder begeleider) en taxivervoer. Wanneer een leerling door zijn beperking geen gebruik kan maken van de fiets en het openbaar vervoer (ook niet met begeleiding) niet lukt, dan is er een vergoeding mogelijk voor het vervoer met eigen auto. Als dit allemaal niet kan, dan kan gebruik worden gemaakt van een taxi. De gemeente bepaalt in welke vorm de voorziening wordt verstrekt. Het vervoer dient te allen tijde passend te zijn. Voor een vervoersvoorziening kan een eigen bijdrage gelden. In de verordening zijn 'de spelregels' opgenomen voor het toekennen van een vervoersvoorziening en het in rekening brengen van een eigen bijdrage.

2

Vorig jaar heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een nieuwe modelverordening leerlingenvervoer uitgebracht. Sinds 2015 zijn er ontwikkelingen geweest die de VNG heeft verwerkt in de nieuwe modelverordening leerlingenvervoer. Voor het opstellen van de verordeningen leerlingenvervoer in de regiogemeenten is gebruik gemaakt van deze modelverordening. Daarbij is er verder naar gestreefd om zo veel als mogelijk in de regio dezelfde regels te hebben. De verordening wordt nu in alle regio's nagenoeg hetzelfde op de artikelen over de eigen bijdrage en opstapplaatsen na. De eigen bijdrage betreft de artikelen 25 en 26 van de verordening. Alleen de gemeente Bunschoten houdt vast aan het niet opnemen van de artikelen 25 en 26 en brengen geen eigen bijdrage in rekening. De overige gemeenten hebben deze artikelen wel in hun verordening (zoals ook in lijn is met de modelverordening). Voorgesteld wordt dat wij als gemeente Soest geen eigen bijdrage in rekening brengen voor leerlingen met een beperking of een vervoersvoorziening naar een school voor speciaal basisonderwijs. Onder de huidige verordening wordt deze eigen bijdrage voor deze laatst genoemde groepen nog wél in rekening gebracht. Daarnaast heeft de gemeente Amersfoort het artikel over opstapplaatsen (artikel 12) niet opgenomen in hun verordening.

Dit omdat het college van Amersfoort opstapplaatsen niet als 'voorliggend vervoer' ziet. In Amersfoort wordt een pilot gestart op vrijwillige basis. Een overzicht van de wijzigingen ten opzichte van onze huidige verordening is in bijlage 1 opgenomen. Op dit moment maken circa 350 leerlingen gebruik van een vervoersvoorziening in onze gemeente. Hiervan worden circa 190 leerlingen met een taxi naar en van school vervoerd. Beoogd resultaat Met deze nieuwe verordening krijgen wij weer een actueel kader dat regelt wanneer er aanspraak is op een vervoersvoorziening. Met een voorziening leerlingenvervoer willen wij gezinnen ondersteunen en de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen benutten. Zo zetten wij o.a. in om de zelfstandigheid van kinderen meer te bevorderen. Dit ten einde het meedoen in onze samenleving te bevorderen. Argumenten 1.1 Het bezoeken van het speciaal (basis)onderwijs is vaak geen eigen keuze maar wordt ingegeven door de beperking van een leerling. Voor kinderen in het speciaal onderwijs is vervoer geen keuze maar een noodzakelijke voorwaarde om onderwijs te kunnen volgen. Een eigen bijdrage vormt een (financiële) drempel die de gelijke toegang tot passend onderwijs onder druk zet. Door deze drempel weg te nemen, borgt de gemeente dat alle kinderen veilig en structureel naar school kunnen.

Door lid 4 van artikel 25 uit te breiden wordt dit juridisch geregeld in de verordening. 1.2 Door geen eigen bijdrage meer te hoeven berekenen wordt bespaard op de inzet van ambtelijke capaciteit. Er gaat relatief veel tijd gemoeid met de werkzaamheden om een eigen bijdrage vast te stellen en te innen (o.a. het inkomen vaststellen). Als er geen eigen bijdrage meer in rekening hoeft te worden gebracht, wordt bespaard op de inzet van ambtelijke capaciteit. 3

2.1 Deze verordening draagt bij aan uniforme en eenduidige verordeningen leerlingenvervoer in de regio. Nu het leerlingenvervoer in de regio gezamenlijk is aanbesteed en er één vervoerder in deze regio het vervoer verzorgt, is eenduidigheid belangrijk voor het efficiënt en meer betaalbaar uitvoeren van het vervoer. Met min of meer gelijke verordeningen gelden voor betrokken gemeenten dan dezelfde regels. Ook voor de inwoners in de aangesloten gemeenten geeft dit meer duidelijkheid ten opzichte van de situatie dat naburige gemeenten verschillende regels hanteren. 2.2 Deze verordening speelt in op actuele ontwikkelingen. Sinds 2015 hebben zich diverse ontwikkelingen voorgedaan in het sociaal domein en het passend onderwijs die aanleiding gaven om de verordening te herzien. Zo wordt er bijvoorbeeld meer ingezet op de zelfstandigheid van leerlingen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een nieuwe modelverordening opgesteld waarin o.a. huidige inzichten en aanpassing van regelgeving zijn meegenomen. Onze verordening en de verordeningen van de gemeenten in de regio zijn gebaseerd op deze modelverordening. 2.3 Deze verordening leerlingenvervoer is in lijn met de uitgangspunten van de Visie Sociaal Domein gemeente Soest 2024-2028. De streefdoelen/principes zoals geformuleerd in deze visie zijn geborgd in de Verordening leerlingenvervoer.

Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan dat kinderen die ondersteuning of zorg nodig hebben dat zo dicht en nabij mogelijk krijgen. We vetrekken vanuit zelfredzaamheid en kijken vanuit hier naar de best passende oplossing voor het kind. 2.4 Er is draagvlak bij de diverse stakeholders voor deze nieuwe verordening. De partijen die betrokken zijn geweest bij de totstandkoming hebben aangegeven zich te kunnen vinden in deze nieuwe verordening. De input van de gezamenlijke adviesraden Sociaal domein is bijgevoegd. 2.5 Het vaststellen van een verordening is de bevoegdheid van de gemeenteraad. Op basis van artikel 147 en 149 Gemeentewet is de gemeenteraad bevoegd tot vaststelling en intrekking van verordeningen. 3.1 Door de huidige verordening in te trekken geldt dit beleid niet meer maar het beleid van de nieuwe verordening. Door de oude verordening in te trekken wanneer de nieuwe verordening van kracht is, wordt een juiste aansluiting gerealiseerd. Kanttekeningen 1.1 In de nieuwe verordening ligt de nadruk meer op de zelfstandigheid van kinderen. In sommige gevallen is dit een echte uitdaging. Het inzetten op wat een kind wel kan in plaats van wat niet is soms een cultuuromslag. Soms is dit wennen. Hierbij wordt altijd uitgegaan van de beste passende vervoersvoorziening.

Door in te zetten op goede ondersteuning en communicatie willen wij stappen zetten richting meer zelfstandigheid van kinderen die dit kunnen. 1.2 Het leerlingenvervoer in de regio staat onder druk.

4

Het vinden van goede en voldoende chauffeurs voor het leerlingenvervoer is een hele uitdaging. Daar waar mogelijk zullen wij met kinderen waarvan wij denken dat die dit aankunnen en hun ouders het gesprek aangaan om te kijken of taxivervoer inderdaad het meest passend is of dat er ook (gedeeltelijke) andere oplossingen mogelijk zijn. Kosten, baten, dekking Kosten Er wordt rekening gehouden met minder kosten. Dit omdat er bespaard kan worden op ambtelijke capaciteit omdat er geen eigen bijdrage meer berekend hoeft te worden. Daarnaast kan de inzet op het bevorderen van de zelfstandigheid van de leerling betekenen dat een leerling niet meer met een taxi naar school gaat maar een andere (veelal) goedkopere vervoersvoorziening krijgt toegewezen (bijvoorbeeld een busabonnement of een fietsvergoeding). De inverdieneffecten van beide ontwikkelingen zijn op dit moment lastig te kwantificeren. Baten Op basis van het schooljaar 2024/2025 (circa 20 leerlingen) wordt het bedrag aan minder inkomsten door geen eigen bijdrage meer in rekening te brengen geraamd op € 12.640 per jaar. Dekking Wij verwachten dat het nadelige budgettaire effect van € 12.640 per jaar, mede gelet op verwachte inverdieneffecten, kan worden gedekt binnen het nu in de begroting geraamde bedrag voor leerlingenvervoer van € 1.4 mln.

Aanpak Nadat uw raad de nieuwe Verordening leerlingenvervoer gemeente Soest 2026 heeft vastgesteld zal dit gepubliceerd worden via de hiervoor bekende kanalen. Na publicatie wordt de verordening dan van kracht. Vanaf 1 januari 2026 zal Eemkracht (het samenwerkingsverband tussen de gemeenten Baarn, Bunschoten en Soest) de beoordeling en toekenning van een vervoersvoorziening doen. Via de gemeenschappelijke regeling van Eemkracht wordt voorzien dat deze uitvoering wordt gedelegeerd aan Eemkracht. Samen met de andere deelnemende gemeenten zal dan worden gewerkt aan eenduidige aanvragen, beschikkingen etc. In de verordening is ook geregeld dat er nadere regels omtrent het leerlingenvervoer opgesteld kunnen worden. Met de deelnemende gemeenten zal bezien worden of dit dan van meerwaarde is. Hierbij willen wij wel inzetten op het behoud van lokaal maatwerk.

5

Aanvragen die nog binnenkomen voor het lopende schooljaar 2025/2026 zullen nog op basis van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Soest 2015 worden beoordeeld. Aanvragen voor het nieuwe schooljaar 2026-2027 worden beoordeeld op basis van de nieuwe verordening. Vanaf 1 april 2026 worden deze aanvragen verwacht. Streven is om vanaf deze datum de nieuwe verordening van kracht te laten zijn. Communicatie Na uw besluitvorming zullen betrokkenen zoals ouders, onderwijsinstellingen, de vervoerder etc. geïnformeerd worden. Hiervoor trekken wij zo veel als mogelijk gezamenlijk op met gemeenten in de regio. (Uitkomsten) advies en inspraak Tijdens verschillende bijeenkomsten is er door ouders, onderwijsinstellingen en betrokken beleidsmedewerkers input gegeven om tot deze nieuwe verordening te komen. Daarnaast zijn de ervaringen van de afgelopen jaren meegenomen in het proces om te komen tot deze nieuwe verordening. Ook is het gezamenlijke advies van alle adviesraden van de deelnemende gemeenten meegenomen. Dit advies is bijgevoegd. Ook zijn de adviesraden actief betrokken bij een bijenkomst op 1-11-2024. Vanuit de gemeente Soest was een afvaardiging van de Participatieraad hierbij aanwezig. Uit het gezamenlijk advies dat uitgebracht is blijkt dat de raden kunnen instemmen met de voorliggende verordening.

Het advies van de gezamenlijke adviesraden sociaal domein om artikel 26 betreffende de draagkrachtafhankelijke bijdrage niet toe te passen nemen wij in Soest gedeeltelijk over. In Soest is deze bijdrage niet van toepassing op leerlingen met een beperking. In het geval de school verder is gelegen dan 20 km van de woning willen wij wel een draagkrachtafhankelijke bijdrage handhaven. Dit ter (gedeeltelijke) dekking van de relatief hoge kosten die met dit vervoer gemoeid zijn. Overigens komt een dergelijke bijdrage in de praktijk relatief weinig voor. Wettelijke grondslag en/of kader: Elke gemeente heeft de wettelijke plicht om bij verordening een regeling vast te stellen met betrekking tot het leerlingenvervoer. Dit ingevolge artikel 4 van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), artikel 4 van de Wet op de Expertisecentra (WEC) en artikel 8:29 van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO). Op grond van artikel 108, 147 en 149 van de Gemeentewet is de gemeenteraad bevoegd om deze verordening vast te stellen. Beleidsevaluatie De opvolging en uitvoering van de (nieuwe) verordening leerlingenvervoer wordt gemonitord. Via de gebruikelijke bestuursrapportages die via de Planning & Control cyclus aan uw raad worden aangeboden rapporteren wij over het leerlingenvervoer in onze gemeente.

6

Referendum N.v.t. Ondertekening Soest, 16-12-2025 Burgemeester en wethouders van Soest, De secretaris, de burgemeester

Leontine Vermond

Rob Metz

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=3c5f1495-f034-4032-921b-943900b77500