CConstaterende datSoest
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Raadsvoorstel Energieprogramma 'Energie van Soest' 2024-2030

Oordeelsvormende vergadering (Raadzaal) 7 november 2024, gemeente SoestBij agendapunt: Energieprogramma 2024-20302.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Portefeuillehouder: Aukje Treep-van Hoeckel

Zaaknummer: 739316 Onderwerp: Nieuw energieprogramma 'Energie van Soest' 2024-2030

Openbaar Is geheimhouding aan de orde? Nee

Voorgesteld raadsbesluit 1. In te stemmen met het koersdeel van het nieuwe energieprogramma 'Energie van Soest' 2024-2030 waarin het bestaande Programma Energietransitie 2020-2025 opgaat. 2. Kennis te nemen van de uitvoeringsagenda van het nieuwe energieprogramma 'Energie van Soest' 20242030 3. Eenmalig een miljoen euro uit de algemene reserve beschikbaar te stellen voor het programma tot en met 2030 en dit te betrekken bij de besluitvorming over de meerjarenbegroting 2025 en verder.

Samenvatting Dit energieprogramma 'Energie van Soest' 2024-2030 is het vervolg op het Programma Energietransitie 2020-2025. Deze herziening is nodig omdat de sociale kant van de energietransitie meer aandacht vraagt, duidelijkheid over de rol van de gemeente helpt en netcongestie een urgent en dwingende ontwikkeling is. Het programma is het kader voor de uitvoering van projecten die we samen met onze inwoners, ondernemers en partners uitvoeren. In de afgelopen jaren leerden we vooral dat we flexibel moeten kunnen zijn. Met dit programma kan dat. Aanleiding Onze ambitie is een duurzame, toekomstbestendige gemeente waar het fijn wonen en werken is voor elke inwoner en ondernemer. In 2050 zijn we in Soest energieneutraal en aardgasvrij. Een belangrijke tussenstap in het behalen van deze doelstelling is het jaar 2030, dat is afgesproken in het Klimaatakkoord. Daartoe is dit energieprogramma opgesteld, bestaande uit de Koers en de Uitvoeringsagenda. De energietransitie is een maatschappelijke opgave in een brede context, zoals de afspraken uit het Klimaatakkoord van Parijs en het nationale Klimaatakkoord. Het herzien van het bestaande Energieprogramma 2020-2025 heeft verschillende redenen. De transitie kent zowel een technologische als een menselijke kant. We zien dat we meer aandacht voor de sociale kant moeten hebben.

Ook de urgentie van netcongestie, het EU-versnellingspakket Fit for 55 (minstens 55% CO2-reductie in 2030) en andere overheidsprogramma’s zijn aanleiding geweest voor dit nieuwe programma. Beoogd resultaat Onze stip op de horizon is helder: een CO2-neutraal, circulair en aardgasvrij Soest in 2050 zodat we bijdragen aan een leefbare wereld voor volgende generaties. Daar wordt door allerlei mensen en partijen aan gewerkt. Samen maken we de energie van Soest! Met dit programma hebben inwoners, ondernemers en partners duidelijkheid over onze rol en de route op weg naar energieneutraliteit en aardgasvrij met 2030 als belangrijke tussenstap op weg naar 2050, volgend uit het Klimaatakkoord. Argumenten 1.1 Een nieuw programma is nodig om versnelling in te zetten op de energietransitie. In het voorgaande Programma Energietransitie 2020-2025 is een stevige basis gelegd. Samen met onze partners hebben we

2

mooie stappen gezet. Door een tekort aan mensen en middelen hebben we een achterstand opgelopen voor het behalen van doelen in 2030. Inwoners en ondernemers verwachten steeds meer regie en duidelijkheid. Het is dus nodig om nu een versnelling in te zetten om op gelijke hoogte te komen met de mensen en organisaties om ons heen. Alleen dan kunnen we regie nemen en maatschappelijke kosten en netcongestieproblematiek waar mogelijk beperken. 1.2 Het programma biedt houvast om in de onzekerheid van werken in een transitie toch voorwaarts te blijven gaan. In het programma lichten we de verschillende principes toe die nodig zijn als gemeente in de energietransitie. We kunnen niet precies voorspellen hoe projecten en ontwikkelingen gaan lopen. Toch moeten we wel door. We zien nu al dat netcongestie een grote belemmerende factor is voor het realiseren van allerlei ambities. Het programma geeft ons houvast om toch een heldere koers te varen. 1.3 Het programma geeft duidelijkheid over de rol van de gemeente in de energie- en warmtetransitie. Inwoners, ondernemers en onze partners willen duidelijkheid om zelf verder te kunnen en investeringen te doen. Want als gemeente realiseren we uiteindelijk maar een klein deel van de energietransitie zelf. Het zijn al die andere mensen die besluiten nemen en hun huis of bedrijf gaan verduurzamen. Daarvoor willen ze weten waar ze aan toe zijn.

En wat ze mogen verwachten van de gemeente. Met dit programma geven we die duidelijkheid. 1.4 Het programma omschrijft het kader voor de vier programmalijnen. Het voorgaande Programma Energietransitie 2020-2025 gaf met name zicht op de doelen en de projecten die nodig zijn om de energietransitie vorm te geven. Het nieuwe programma geeft aanvullend nadrukkelijk een kader voor de vier programmalijnen Warmtetransitie, Energiesysteem van de toekomst, Grootschalige opwek en de Eigen organisatie. Daarbij zien we een veel grotere rol weggelegd voor communicatie en participatie. Met deze basis zijn we in staat om met veranderende omstandigheden en nieuwe ontwikkelingen projecten bij te stellen en aan te passen binnen deze kaders. 1.5 Een vastgesteld programma helpt bij het verkrijgen van meer rijksmiddelen Voor sommige regelingen komen we niet in aanmerking zonder een vastgesteld energieprogramma. 2.1 Uitvoeringsagenda geeft zicht op de uitvoering De energie- en warmtetransitie gaat steeds meer over naar uitvoering. In de uitvoeringsagenda wordt inzichtelijk gemaakt waaraan we werken. Gelet op het uitvoerende karakter, wordt deze vastgesteld voor het college. 3.1 Rijksmiddelen zijn ontoereikend De energietransitie is een grote maatschappelijke opgave waarin we als gemeente een belangrijke rol te vervullen hebben. Voor de uitvoering van het programma is een begroting opgesteld.

De rijksmiddelen (de zogeheten CDOKE-gelden) zijn niet toereikend

3

voor de uitvoering. Deze gelden zijn bedoeld voor uitvoering van het Klimaatakkoord maar mogen niet worden ingezet voor materiele kosten. Daarnaast zijn de jaarlijkse kosten die gemeenten moeten maken voor klimaatbeleid bijna 40% hoger dan in 2021 gedacht door nieuwe taken en meer ervaring en inzicht in kostenramingen. 3.2 Stevige keuzes zijn nodig zonder incidentele bijdrage Het nieuwe programma is een samenhangend pakket van elkaar versterkende interventies om onze eigen en landelijke doelen te halen. Een ander manier om om te gaan met de tekorten is nu kiezen voor een versoberde aanpak. Immers, we kunnen niet vanaf 2026 ineens stoppen met interventies die we nu starten. Dit zou niet ten goede komen aan de actiebereidheid en het vertrouwen van inwoners. Voor ondernemers kan het zelfs belemmerend effect hebben op hun economische ontwikkelingen. Onduidelijkheid over onze inzet zorgt daarnaast ook voor terughoudendheid bij de netbeheerder en woningcorporaties waardoor we hun investeringen missen of niet optimaal benutten. Versobering betekent ook dat de kosten later alsnog gemaakt moeten worden en mogelijk zelfs hoger zijn. De opgave wordt immers niet kleiner. Het kan ook betekenen dat we (veel) minder regie kunnen nemen wat ten koste kan gaan van die groepen die ons het meest nodig hebben.

Kanttekeningen 1.1 Omstandigheden kunnen zorgen voor vertraging in het bereiken van onze doelen Vertraging komt in beeld door een enorme diversiteit aan oorzaken. Denk bijvoorbeeld aan netcongestie of weerstand bij inwoners. Toch geen ruimte voor grootschalige opwek. Of onvoldoende uitvoeringscapaciteit of beschikbare grondstoffen. Het Rijk komt onvoldoende over de brug. Het gevolg? Projecten worden niet geïnitieerd of komen tot stilstand. We zijn voor het realiseren van onze doelen dus in grote mate afhankelijk van anderen. We nemen daarom preventieve maatregelen om het risico van vertraging te beperken, door inwoners en marktpartijen te betrekken bij het ontwikkelen van beleid, maatwerk op gebiedsniveau te organiseren,(juridische) afspraken te maken en veel (meer) aandacht te besteden aan activatie, bewustwording en lobby. 3.1 Eenmalige bijdrage uit de algemene reserve stelt uitvoering voor de gehele periode nog niet zeker Als uitgangspunt hanteren we dat rijksmiddelen leidend zijn voor de uitvoering van rijksopgaven. Voor de energietransitie geldt dat ook maar tegelijkertijd zien we dat inwoners en ondernemers initiatief nemen en ons daarbij nodig hebben. En willen we de negatieve impact van netcongestie zoveel mogelijk beperken ten behoeve van woningbouw en onze lokale economie, is het raadzaam waar mogelijk regie te nemen.

De gevraagde bijdrage stelt uitvoering voor de komende twee tot drie jaar zeker zodat we betekenisvolle stappen kunnen zetten. Nu stil blijven staan, betekent achteruitgang. De komende tijd zal ook duidelijker worden wat het Rijk gaat doen in de verdere uitvoering van het Klimaatakkoord. Deze en andere ontwikkelingen kunnen leiden tot bijstellingen in de begroting en het proces van het programma. In 2027 gaan we daarom een evaluatie doen van het programma.

4

Kosten, baten, dekking Kosten Tot en met 2030 bedragen de kosten voor het programma tussen 1,7 en 1,8 miljoen euro per jaar. In deze bedragen zijn niet de uitvoeringskosten en investeringen opgenomen voor aanpak sociale minima, energiebesparing en onrendabele top bij warmteoplossingen. De aanpak sociale minima wordt nu gedekt door rijksregelingen. We weten niet of en zo ja hoe deze voortgezet worden nadat ze aflopen in 2025. Voor energiebesparing weten we dat de rijksmiddelen ontoereikend zijn maar weten we nog niet in welke mate. Ook is het nog te vroeg om realistisch de kosten voor warmteoplossingen in beeld te brengen. Hiervoor zullen voorstellen voor worden uitgewerkt wanneer dat nodig is. Baten Tot en met 2030 ontvangen we jaarlijks ca. 8,5 ton van het rijk, bedoeld voor de uitvoering van het Klimaatakkoord (CDOKE). Volgens de provinciale richtlijnen mogen we deze rijksmiddelen doortrekken tot 2030, ondanks de precieze omvang van deze rijksregeling voor 2026 en daarna nog onbekend is. Vanaf 2026 verwachten we een rijksbijdrage om netcongestie op lokaal niveau aan te pakken. Deze gelden zijn voor 2024 en 2025 beschikbaar gesteld aan de regio om dit op te starten. Daarnaast verwachten we meer (specifieke) regelingen waarvan we gebruik kunnen gaan maken. Tot en met 2030 is er 5,5 miljard beschikbaar voor de uitvoering van het Klimaatakkoord.

Naast het Rijk heeft de provincie Utrecht voor de versnelling van de energietransitie verschillende subsidie- en financieringsregelingen beschikbaar gesteld. Deze benutten we waar mogelijk. Voorbeelden hiervan zijn de USET-subsidies voor Soestduinen en netcongestie. Ook de Dalweg is onderdeel van de pilotprojecten Netcongestie en woningbouw. Naast deze baten zijn er andere subsidies die we inzetten voor uitvoering. Dit zijn specifieke uitkeringen (SpUks) bedoeld voor de uitvoering van projecten zoals Aanpak sociale minima en Lokale Isolatie aanpak (en die daarom geen onderdeel uitmaken van de begroting). Dekking In de begroting is jaarlijks structureel 373.000 euro opgenomen. Daarnaast hebben we vanuit 2023 van ca. 4,5 ton geoormerkt geld meegenomen. Dat betekent een jaarlijks tekort op de begroting van het programma. Daarom vragen we een eenmalige bijdrage van een miljoen euro uit de algemene reserve om de eerste jaren de uitvoering van het programma zeker te stellen en de doelen te kunnen realiseren.

5

In de kadernota sorteren we voor op een opgavegerichte begroting waarin de looptijd van het programma in zijn geheel wordt beschouwd. Middelen blijven daarmee beschikbaar tijdens de looptijd. Dat geeft ons flexibiliteit om mee te bewegen met de brede maatschappelijke opgave. Want in een transitie is het lastig inschatten wat er de komende jaren gaat gebeuren; wat doen inwoners, ondernemers, onze partners en het Rijk? Aanpak De projecten in het programma zijn in nagenoeg alle gevallen al opgestart vanuit het bestaande programma. Na vaststelling van het programma wordt onder meer specifiek werk gemaakt van het meer concreet borgen van de uitvoering van het programma in de organisatie, het samen met partners werken aan passende samenwerkingsafspraken voor de komende jaren en gaan we aan de slag met communicatie en participatie. Het bieden van handelingsperspectief voor inwoners staat daarbij op 1. Na vaststelling worden de richtinggevende doelen van dit programma onderdeel van het Afwegingskader horend bij de Omgevingsvisie. Verder kan nadere uitwerking van de programmalijnen resulteren in nieuwe omgevingsprogramma's. In elk geval is uiterlijk 2026 een omgevingsprogramma warmte voorzien waarin onder andere de ruimtelijke implicaties van de warmtetransitie worden uitgewerkt.

Communicatie Na vaststelling door de raad wordt een publieksvriendelijke versie van het programma actief gedeeld. (Uitkomsten) advies en inspraak Het voorgaande programma en ook dit programma is gebaseerd op samenwerking. Onze belangrijkste partners zijn Soester Energie Coöperatie (SOEN), Energieactief Soest (EAS), Energiedienstencentrum (EDC), Bedrijven Management Organisatie (BMO) en de woningcorporaties Portaal en de Alliantie. Ons programma sluit naadloos aan op hun aanpak en werkwijze. Daarnaast heeft de Adviescommissie Milieu & Ruimte meegekeken en is hun reactie verwerkt in het programma. Verder is de input meegenomen uit de participatieronde van de omgevingsprogramma's in het voorjaar van 2023 en hebben we in het voorjaar van 2024 straatgesprekken met inwoners gevoerd. Wettelijke grondslag en/of kader: Klimaatwet. In de Klimaatwet is vastgelegd dat we in 2030 49% minder broeikasgassen moeten uitstoten en in 2050 95% minder ten opzichte van 1990. Andere broeikasgassen dan CO2 rekenen we daarbij terug naar CO2-equivalenten. Dat is in de wet vastgelegd en ieder kabinet moet zich hier dus aan houden.

6

Beleidsevaluatie Het monitoren van de doelen, eventuele evaluatie van het programma en bijstelling projecten koppelen we aan de reguliere P&Ccyclus. Dat wil zeggen dat jaarlijkse monitoring van CO2-reductie, inhoudelijke voortgang van projecten en reflectie met in- en externe partners op de voortgang worden zodanig gepland dat de gevolgen ervan verwerkt kunnen worden in de jaarstukken en zo nodig in de kadernota en de begroting. Daarnaast wordt in Q2 van ieder jaar een voortgangsrapportage opgesteld waarbij zowel kwalitatief als kwantitatief over de voortgang wordt gerapporteerd aan de raad. Daarnaast gaan we in elk geval halverwege de looptijd van het programma in 2027 een evaluatie doen. Niet alleen op basis van ontwikkelingen en inhoudelijke voortgang maar vooral ook vanwege de beschikbare Rijksmiddelen. Referendum nee Ondertekening Soest, 10-09-2024 Burgemeester en wethouders van Soest, De secretaris, de burgemeester

Leontine Vermond

Rob Metz

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Soest&id=00755e7b-6fe1-4dd3-a62f-947e42ef596e