CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Wijziging Apv en intrekken Drank- en Horecaverordening i.v.m. actualisatie horecabeleid

Ronde Tafel 28 november 2023, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Tussentijdse wijziging Apv en intrekken Drank- en Horecaverordening Smallingerland4.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad

Onderwerp: Tussentijdse wijziging Apv en intrekken Drank- en Horecaverordening Smallingerland i.v.m. actualisatie horecabeleid Beh. ambt:

Hilde Vellema / Durk de Haan

Portefeuille- Burgemeester Jan Rijpstra houder:

Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid

Voorstel 1. Het vaststellen van de onderliggende verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2013. 2. Het vaststellen van de onderliggende verordening tot intrekken van de Drank- en Horecaverordening Smallingerland. Inleiding + beoogde effecten De burgemeester wijzigt het horecabeleid van de gemeente. Dit geeft aanleiding om ook de Algemene plaatselijke verordening Smallingerland (hierna: Apv) aan te passen. Tevens geeft het aanleiding om de Drank- en Horecaverordening Smallingerland in te trekken, waarbij een aantal artikelen uit die verordening worden overgeheveld naar de Apv. Los van de wijzigingen in het kader van de actualisatie van het horecabeleid, worden nog twee andere bepalingen in de Apv gewijzigd, namelijk: - Vanaf 1 januari 2023 valt lachgas onder de Opiumwet. Dit betekent dat het Apvartikel over lachgasgebruik (2:48a) en de handel in lachgas (2:32) overbodig wordt. Een nieuw artikel (2:74a) toegevoegd, zodat op het gebruik van alle middelen die onder de Opiumwet in de publieke ruimte gehandhaafd kan worden. - Artikel 151d Gemeentewet wordt geïmplementeerd. Dit betekent o.a. dat in de Apv het artikel m.b.t. de aanpak van woonoverlast wordt toegevoegd. Het betreft een uiterste maatregel die ingezet kan worden door de burgemeester om te komen tot een tijdelijke sluiting van een woning in geval van ernstige overlast.

Argumenten 1.1 Hieronder volgt de argumentatie voor de bepalingen die worden gewijzigd, dan wel worden toegevoegd in de Apv. - Artikel 2:24 Begripsbepaling In het vierde lid wordt de Drank- en Horecawet (hierna: DHW) vervangen voor de Alcoholwet. De DHW is per 1 juli 2021 vervangen door de Alcoholwet. - Artikel 2:27 Begripsbepalingen In artikel 2:27 wordt het begrip 'horecabedrijf' nader gespecificeerd. Hierdoor vallen o.a. ook afhaal- en bezorgbedrijven onder het begrip 'horecabedrijf'. Dit leidt er toe dat deze bedrijven ook vergunningplichtig worden (o.g.v. artikel 2:28 Apv).

-2De reden voor deze vergunningsplicht voor afhaal- en bezorgbedrijven is dat het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) de gemeente in de Weerbaarheidsscan heeft geadviseerd om deze vergunningsplicht in te voeren in het kader van de aanpak van ondermijning. Een afhaal-/bezorgbedrijf kan namelijk zonder vergunningen zijn bedrijf exploiteren. Dit betekent ook dat als een vergunning voor een horecabedrijf, voor het ter plaatse nuttigen van voedsel, wordt geweigerd, ditzelfde bedrijf zonder vergunningen een afhaal-/bezorgbedrijf kan starten. Nagenoeg hetzelfde concept. Door deze bedrijven vergunningplichtig te maken, kan het bedrijf en ondernemer vooraf getoetst worden aan o.a. de Apv en de wet Bibob. Dit betekent dat een exploitant aan bepaalde eisen moet voldoen, zoals de minimumleeftijd van 21 jaar, het niet onder curatele staan en het niet van slechts levensgedrag zijn. Daarnaast vindt er een Bibob-onderzoek plaats naar de exploitant en zijn zakelijke relaties. Daarnaast worden twee nieuwe begrippen toegevoegd aan de begripsbepalingen, zodat we beter duidelijk maken wat we met deze begrippen bedoelen. Ook wordt in dit artikel de DHW gewijzigd in Alcoholwet. - Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf In het tweede lid van artikel 2:28 worden drie weigerings- en intrekkingsgronden toegevoegd.

In het kader van de te beschermen belangen van openbare orde en veiligheid en volksgezondheid, zijn deze specifieke weigeringsgronden noodzakelijk. Het gaat daarbij om eisen aan de persoon van de exploitant en leidinggevende van het bedrijf. Zij mogen niet van slecht levensgedrag zijn, moeten een minimale leeftijd van 21 jaar hebben en mogen niet onder curatele zijn gesteld. Een ordelijke en veilige exploitatie is immers grotendeels afhankelijk van de exploitant van een horecabedrijf. Deze personen dienen dan ook van goed gedrag te zijn en te voldoen aan een leeftijdseis en aan een aantal zedelijkheids- en moraliteitseisen. Daarbij is aansluiting gezocht bij de eisen die artikel 8 van de huidige Alcoholwet stelt. De burgemeester, danwel het College (ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft) heeft inmiddels de 'Beleidsregels beoordeling term 'slecht levensgedrag' gemeente Smallingerland 2023' vastgesteld. Hierin is vastgelegd welke feiten relevant zijn voor de beoordeling van 'slecht levensgedrag', hoe de feiten worden gewogen en welke feiten qua tijdvak worden meegenomen in de beoordeling. Als de burgemeester van oordeel is dat de aanvrager niet voldoet aan de eisen in het tweede lid, dan moet hij de vergunning weigeren of intrekken. Dit is een gebonden bevoegdheid.

De burgemeester heeft daarbij geen beleidsvrijheid, waardoor er een eenduidige wijze van besluitvorming ontstaat. Op basis van het derde lid, heeft de burgemeester wel beleidsvrijheid en kan hij zelf afwegen of hij van zijn weigerings- of intrekkingsbevoegdheid gebruik maakt. Daarbij gaat het specifiek om de impact op de woon- en leefsituatie rondom het horecabedrijf en de Bibobtoets. Hier ligt een dwingendrechtelijke bepaling minder voor de hand. Het gaat hier namelijk om weigeringsgronden die mogelijk kunnen worden weggenomen door bepaalde voorschriften aan de vergunning te verbinden. Dat is anders bij de gronden in het tweede lid. In de situatie waarbij een leidinggevende bijvoorbeeld jonger is dan 21 jaar, kan er niet alsnog worden voldaan aan de leeftijdseis door specifieke voorschriften op te leggen. Dat feit kan nu eenmaal niet ongedaan worden gemaakt. Het zesde lid wordt gewijzigd door een aantal horecabedrijven toe te voegen. Dit zijn kleinschalige inrichtingen, waar geen alcohol wordt geschonken, en waar de openbare orde niet in het geding is. Daarmee is de bescherming van de openbare orde via een

-3exploitatievergunning voor deze horecabedrijven niet nodig. In het horecabeleid wordt nader gespecificeerd wanneer de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit. Het zevende lid wordt uit dit artikel verwijderd, omdat deze bepaling al in artikel 2:32 is vastgelegd. - Artikel 2:28A Aanvraag exploitatievergunning (nieuw artikel) Artikel 2:28A betreft een geheel nieuw artikel. Hierin is nader vastgelegd wat de indieningseisen zijn voor het aanvragen van een exploitatievergunning. Deze eisen vloeien voort uit de weigeringsgronden zoals vastgelegd in artikel 2:28. De burgemeester moet kunnen toetsen of er geen beletselen zijn voor vergunningverlening. Als de aanvrager niet aan de indieningseisen voldoet kan de burgemeester besluiten om de aanvraag op basis van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet in behandeling te nemen. Aan een inhoudelijke beoordeling wordt dan niet meer toegekomen. - Artikel 2:29 Sluitingstijd Het eerste lid is een nieuwe bepaling ten aanzien van de sluitingstijden voor afhaal- en bezorgbedrijven. Aangezien afhaal- en bezorgbedrijven onder het begrip 'horeca' in de zin van de Apv vallen, worden voor deze bedrijven (net als andere horeca) sluitingstijden opgenomen in het kader van de regulering van de openbare orde en veiligheid.

Voor de volledigheid: in het bestemmingsplan vallen afhaal- en bezorgbedrijven onder het begrip 'detailhandel'. Aangezien een nieuw eerste lid wordt toegevoegd aan dit artikel, verschuift de nummering van de andere bepalingen. In het derde, vierde en achtste lid (nieuwe nummering) wordt 'horecaconcentratiegebied de Kaden' gewijzigd in 'Drachten'. Dit leidt er toe dat alle horecagelegenheden in Drachten dezelfde sluitingstijden hebben. In de huidige Apv is er een verschil in sluitingstijden voor de horeca op de Kaden en de horeca in de rest van Drachten. Als de sluitingstijden niet gelijk worden getrokken, dan mag een restaurant buiten de Kaden tot 03.00 uur geopend zijn, terwijl een restaurant op de Kaden tot 02.00 uur geopend mag zijn. Het negende lid (nieuwe nummering) zorgt een verruiming van de sluitingstijden van de paracommerciële instellingen. Hierdoor wordt tegemoetgekomen aan de wens van de dorpshuizen en Iduna. Daarnaast sluiten deze tijden ook aan op de sluitingstijden voor deze instellingen in de andere drie grote Friese gemeentes. Het elfde lid (nieuwe nummering) zorgt voor een verruiming van de terrastijden in de nacht van vrijdag op zaterdag. Hierin wordt tegemoetgekomen aan de wens van de horecaondernemers. - Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen Het tweede lid in dit artikel komt te vervallen.

Hierin was opgenomen dat de burgemeester tijdelijk een gebied kan aanwijzen waar het verboden is om vanuit een openbare inrichting lachgas te verkopen. Vanaf 1 januari 2023 valt lachgas onder de Opiumwet, waardoor op grond van die wet (onder andere) de verkoop van lachgas is verboden. -

Afdeling 8a Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet (nieuwe afdeling) In de Apv wordt een nieuwe afdeling, zoals hierboven is benoemd, toegevoegd. Een aantal van de bepalingen komen uit de Drank- en Horecaverordening Smallingerland, een aantal andere bepalingen worden nieuw toegevoegd. Op grond van artikel 4 van de Alcoholwet moeten gemeenten regels stellen met betrekking tot paracommerciële rechtspersonen ter voorkoming van oneerlijke mededinging. Uit de

-4Memorie van Toelichting (Kamerstukken II 2008/09, 32 022, nr. 3, p. 10) blijkt dat de regering ervan uitgaat dat de gemeenten de belangrijke maatschappelijke functie van de verschillende paracommerciële instellingen in acht zullen nemen en geen onnodige beperkingen zullen opleggen daar waar de mededinging niet in het geding is en er geen sprake is van onverantwoorde verstrekking van alcohol, met name aan jongeren. N.B. alle artikelen (2:34a t/m 2:34f) die hieronder worden genoemd zijn nieuw in de Apv. Alleen de artikelen die voorheen niet in Drank- en horecaverordening waren opgenomen, en dus een compleet nieuwe bepaling zijn, worden hieronder aangeduid met 'nieuw artikel'. - Artikel 2:34a Begripsbepalingen In dit artikel worden nieuwe begripsbepalingen toegevoegd, zodat we beter duidelijk maken wat we met deze begrippen bedoelen. In het artikel is een verwijzing naar de Alcoholwet opgenomen, omdat begrippen uit de Alcoholwet doorwerken in de Apv. - Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen Op grond van artikel 4 van de Alcoholwet moet een gemeente in ieder geval regels stellen gedurende welke tijden in een paracommerciële instelling alcoholhoudende drank mag worden verstrekt.

In het eerste lid wordt de schenktijden in die zin ingeperkt, omdat een sportclub alleen nog binnen een bepaald tijdsbestek voor en na de activiteit die verband hebben met de statutaire doelen van de rechtspersoon. Uit de input vanuit de sportverenigingen kwam naar voren dat ze geen gebruik maken van de ruime schenktijden die nu zijn opgenomen in Apv. Dat in ogenschouw genomen, in combinatie met het gezondheidsaspect (Sociale Koers: 'Meer mensen hebben een gezonde leefstijl') worden de schenktijden aangepast. In het tweede lid wordt de schenktijd met een uur verlengd. Argumentatie is in lijn met de verruiming van de sluitingstijden voor paracommerciële instellingen (zoals onder artikel 2:29 benoemd): Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de wens van de dorpshuizen. Daarnaast sluiten deze tijden ook aan op de schenktijden voor deze instellingen in de andere drie grote Friese gemeentes. Daarentegen worden het aantal ontheffingsmogelijkheden voor het sluitingsuur (voor activiteiten die binnen de doelstelling van de instelling passen) beperkt (zie Horecabeleid). Er wordt een nieuw vierde lid toegevoegd. In het kader van gezondheid en alcoholpreventie onder jeugd wordt niet toegestaan om bij sportclubs bij jeugdactiviteiten alcohol te schenken. Vanuit gezondheid willen we het alcoholgebruik onder minderjarigen ontmoedigen. Zeker in het kader van 'zien drinken doet drinken'.

Wennen aan de aanwezigheid van alcohol draagt niet bij aan minder drinken op latere leeftijd. Tot slot worden de laatste twee bepalingen uit dit artikel geschrapt. Deze worden (met wijziging) toegevoegd aan het nieuwe artikel 2:34c. - Artikel 2:34c Bijeenkomsten paracommerciële rechtspersonen (nieuw artikel) Op grond van artikel 4 van de Alcoholwet moet een gemeente ook regels stellen met betrekking tot de inrichting te houden (1) bijeenkomsten van persoonlijke aard (bijv. bruiloften en partijen) en (2) bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn (hierna: bijeenkomsten voor derden). Voor de volledigheid: het gaat hierbij om bijeenkomsten waarbij alcoholhoudende drank wordt geschonken. Deze bijeenkomsten mogen wel worden georganiseerd als er alcoholvrije drank wordt geschonken. De Alcoholwet stelt namelijk alleen regels aangaande alcoholverstrekking en stelt geen regels over het organiseren van feestjes.

-5In het eerste lid wordt verduidelijkt dat paracommerciële rechtspersonen geen bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten voor derden mag organiseren. In het Horecabeleid zijn deze bijeenkomsten gedefinieerd. Dorpshuizen vervullen een belangrijke functie op het gebied van sociale interactie tussen dorpsbewoners. Als alcoholhoudende drank wordt verstrekt in deze dorpshuizen, dan ontstaat er oneerlijke mededinging ten opzichte van de reguliere horeca, en met name richting de dorpskroeg. Om deze reden wordt de bijeenkomsten voor paracommerciële rechtspersonen die zich richten op sociale interactie (zoals dorpshuizen, multifunctionele centra) verlaagd naar 12 bijeenkomsten per jaar (derde lid). Daarbij is ook rekening gehouden dat de burgemeester afgelopen jaren niet of nauwelijks in kennis is gesteld over deze bijeenkomsten (zoals bedoeld in het vierde lid), waardoor we er vanuit gaan dat deze bijeenkomsten niet worden georganiseerd. De dorpshuizen waarbij binnen de bebouwde kom geen commercieel horecabedrijf is gevestigd, krijgt de ruimte om deze bijeenkomsten onbeperkt te organiseren. Aangezien er binnen de bebouwde kom geen reëel alternatief is om zo'n bijeenkomst te organiseren, is er geen sprake van oneerlijke mededinging door dergelijke dorpshuizen. Er is dus geen aanleiding om deze dorpshuizen een striktere beperking op te leggen.

Overigens moeten de bijeenkomsten worden georganiseerd binnen de regulier geldende schenk- en sluitingstijden. - Artikel 2:34d Beperking verstrekking sterke drank Deze bepaling is gebaseerd op artikel 25a van de Alcoholwet, waarin wordt aangegeven dat op basis van een gemeentelijke verordening het verstrekken van alcoholhoudende drank in inrichtingen kan worden verboden of worden beperkt. Dit artikel was eerder opgenomen in de Drank- en Horecaverordening Smallingerland. In het kader van gezondheid en alcoholpreventie wordt niet toegestaan om sterke drank te verstrekken in inrichtingen die primair voor andere doeleinden dan voor alcoholgebruik worden bezocht. Daarom is in dit artikel een verbod opgenomen om sterke drank te verstekken in snackbars en cafetaria's, gebouwen die in gebruik zijn bij onderwijs-, jongeren of sportinstellingen of -organisaties. - Artikel 2:34e Leeftijdsgrens toegang in een horecalokaliteit Deze bepaling is gebaseerd op artikel 25b van de Alcoholwet. Op grond van dat artikel kan bij verordening de toegang van jongeren tot horecalokaliteiten en terrassen gereguleerd worden. In het kader van alcoholpreventie onder jongen blijft het artikel behouden in de Apv. De leeftijd in het eerste lid wordt gewijzigd van 16 jaar naar 18 jaar, omdat inmiddels de alcoholleeftijd gewijzigd is naar 18 jaar.

Daarnaast wordt beter gedefinieerd voor welke horecabedrijven de toegangsleeftijd geldt en welke tijdstippen. In het tweede lid wordt verduidelijkt hoe de vaststelling van de leeftijd moet plaatsvinden. - Artikel 2:34f Verbod 'happy hours' (nieuw artikel) Deze bepaling is gebaseerd op artikel 25d van de Alcoholwet dat het mogelijk maakt om bij gemeentelijke verordening, ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de openbare orde, regels te stellen over prijsacties voor alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse in een horecalokaliteit of op een terras. Het geeft de gemeente de mogelijkheid om op te treden tegen ‘happy hours’ waar tijdens bepaalde tijdspanne kortingen op alcoholhoudende drank wordt gegeven. Uit de Memorie van Toelichting (Kamerstukken II 2008/09, 32 022, nr. 3, p. 12) blijkt dat uit onderzoek van de Universiteit van Twente is gebleken dat in ieder geval een meerderheid van de jongeren aangeeft als gevolg van dit soort prijsacties méér te gaan drinken. Deze bepaling wordt dan ook opgenomen ter bescherming van de volksgezondheid.

-6- Artikel 2:48a Verboden lachgasgebruik Sinds 1 januari 2023 staat lachgas op lijst II van de Opiumwet en wordt daarmee gekwalificeerd als softdrug. Op grond van artikel 3 van de Opiumwet is het voor eenieder verboden om stoffen die op lijst II staan, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken, te vervoeren, aanwezig te hebben of te vervaardigen. Artikel 2:48a is eerder in de Apv opgenomen vanwege het uitblijven van een landelijk lachgasverbod en de gedachte dat een specifiek artikel over lachgas in de Apv bijdraagt aan een duurzame en effectieve aanpak van het gebruik van lachgas in de publieke ruimte. Nu lachgas een softdrug is, wordt het verboden gebruik ervan duurzaam gereguleerd door artikel 2:74a. Daarmee wordt artikel 2:48a overbodig. - Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik (nieuw artikel) Op sommige plaatsen in de publieke ruimte ervaren mensen hinder, overlast en gevoelens van onveiligheid doordat op die plaatsen drugs worden gebruikt. Een aantal gemeenten heeft daarom al enkele jaren een bepaling in de Apv opgenomen waarbij openlijk drugsgebruik wordt verboden. De Opiumwet verbiedt het gebruik van hard- en softdrugs niet. Hierdoor is deze Apvbepaling een aanvulling op de Opiumwet en is er geen sprake van duplicatie.

Zij dienen bovendien een ander motief (overlast/openbare orde) dan de Opiumwetgeving (volksgezondheid). - Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet (nieuw artikel) Algemeen Artikel 151d van de Gemeentewet regelt dat de raad bij verordening kan bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. De burgemeester kan op grond hiervan gedragsaanwijzingen geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen en aan verhuurders. Tot 1 januari 2021 was de gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Met de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) op 1 januari 2021 is die beperking vervallen. Om woonoverlast beter tegen te gaan, geldt de zorgplicht voortaan in alle gevallen voor verhuurders van woonruimten. Dat betekent dat verhuurders zorgdragen dat de woningen die zij verhuren geen ernstige en herhaaldelijke hinder veroorzaken.

Als de verhuurder zich niet of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder, kan de burgemeester direct een verhuurder aanspreken en hoeft de burgemeester daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Dit is wenselijk wanneer verschillende huurders van dezelfde verhuurder hinder hebben veroorzaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 125, eerste lid, van de Gemeentewet ter zake van overtreding van het door de raad bij verordening gestelde voorschrift. Ultimum remedium Uit de wet volgt dat dit instrument is bedoeld als een ultimum remedium. Artikel 151d, tweede lid, van de Gemeentewet regelt dat het instrument van de last onder bestuursdwang (voor de goede orde, dat impliceert dat de burgemeester ook een last onder dwangsom kan opleggen) alleen wordt ingezet als er geen andere geschikte manier voorhanden is om de overlast aan te pakken. Bij een besluit om op grond van deze bepaling een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te leggen zal de burgemeester dus moeten

-7motiveren dat er geen andere geschikte instrumenten waren om de woonoverlast tegen te gaan. Alleen al daarom zal er aan zo’n besluit een stevig dossier ten grondslag moeten liggen. Het meest overtuigend zou zijn als uit het dossier blijkt dat andere instrumenten als buurtbemiddeling al zijn geprobeerd zonder het gewenste resultaat. Het ultimum remedium karakter geldt in nog sterkere mate als sprake is van een huisverbod als bedoeld in het derde lid van artikel 151d. Een zo zware maatregel, die een inbreuk betekent op het grondwettelijk beschermde woonrecht, is alleen mogelijk wanneer de ernst van de situatie dat eist en er werkelijk geen andere optie meer open staat. Eerste lid Dit lid is geformuleerd als een zorgplichtbepaling. Een bewoner hoort zich zo te gedragen dat zijn of haar buren daar geen ernstige hinder van ondervinden. Bij ernstige en herhaaldelijke hinder kan ook de verhuurder worden aangesproken. Tweede lid In het tweede lid regelt de raad in welke gevallen de burgemeester in ieder geval toepassing kan geven aan de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom. In het artikel is niet expliciet bepaald dat de burgemeester een last onder dwangsom kan opleggen, omdat dit reeds volgt uit de artikel 5:32 van de Awb juncto artikel 125 van de Gemeentewet.

Welke herstelsanctie het meest geëigend is in een specifieke situatie zal steeds door de burgemeester moeten worden afgewogen. De burgemeester kan in beleidsregels vastleggen hoe hij of zij invulling geeft aan deze bevoegdheid. Een van de genoemde gevallen is “ernstige vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf”. Artikel 7.21 van het Bouwbesluit 2012 regelt de facto hetzelfde, ook met het tegengaan van overlast als motief. Dit artikel zal naar verwachting met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervallen, maar daar zal nog wel de nodige tijd over heen gaan. De last onder bestuursdwang of dwangsom die de burgemeester kan opleggen kan bestaan uit gedragsaanwijzingen waaraan de overtreder zich te houden heeft. - Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder In het tweede lid wordt de DHW vervangen voor de Alcoholwet. 2.1 Het intrekken van de vergunningsplicht voor droge horeca zorgt ervoor dat een aparte Drank- en Horecaverordening nagenoeg overbodig is. Droge horeca zijn bedrijven die alcoholvrije dranken schenken voor het gebruik ter plaatse. Op grond van de Drank- en Horecaverordening Smallingerland zijn deze horecabedrijven een droge horecavergunning benodigd. Met het intrekken van de Drank- en horecaverordening vervalt de vergunningsplicht voor deze bedrijven.

Dit zorgt voor een verlaging van de administratieve lasten voor zowel de ondernemer als de gemeente. Een horecabedrijf moet nog wel een exploitatievergunning in bezit hebben, voordat ze geopend mag zijn. Door het intrekken van de vergunningsplicht voor droge horeca, blijven er slechts een aantal bepalingen over in de Drank- en Horecaverordening. Om het overzicht voor horecabedrijven te bewaren worden de overige artikelen verplaatst naar de Apv, zoals hierboven beschreven. Risico's Bij de artikelen rondom de regulering van paracommerciële rechtspersonen (afdeling 8a van de Apv) is sprake van tegengestelde belangen. Aan de ene kant de commerciële horeca die wil dat de mogelijkheden voor paracommerciële instellingen zoveel mogelijk worden ingeperkt, omdat er sprake is van oneerlijke concurrentie. Aan de andere kant de paracommerciële instellingen die ruime mogelijkheden willen hebben en zo min mogelijk willen worden beperkt, puur omdat ze de boel draaiende willen houden. In die zin kunnen de bepalingen rondom de regulering van paracommerciële rechtspersonen nooit naar ieders zin gemaakt worden. Het is voor het bestuursorgaan een middenweg zien te vinden in deze tegengestelde belangen.

-8-

Wettelijk- of beleidskader Alcoholwet Overwogen scenario's n.v.t. Financiën Door het laten vervallen van de vergunningsplicht voor droge horeca zijn er minder legesinkomsten en komt er capaciteit vrij bij vergunningverlening. De legesinkomsten en capaciteit wordt overigens weggestreept tegen de vergunningsplicht voor afhaal- en bezorgbedrijven. Juridische consequenties Door het intrekken van de Drank- en Horecaverordening Smallingerland vervalt de droge horecavergunningsplicht voor deze bedrijven. Dit betekent dat voor alle droge horeca de reeds verleende droge horecavergunning komt te vervallen. Nieuwe droge horecabedrijven hoeven geen droge horecavergunning aan te vragen. Dit leidt tot minder administratieve lasten voor zowel de ondernemer als de gemeente. Overigens geldt voor de droge horeca nog wel een exploitatievergunningsplicht. De Apv-wijziging heeft tot gevolg dat afhaal- en bezorgbedrijven een exploitatievergunning nodig hebben om hun bedrijf te kunnen exploiteren. Voor reeds bestaande bedrijven geldt een overgangsperiode van één jaar. Binnen deze periode moeten zij een vergunning hebben aangevraagd. Participatie Voor de totstandkoming van het beleid zijn gesprekken gevoerd met interne stakeholders, namelijk vergunningverlening, toezichthouder horeca, handhaving, ruimtelijke ordening en gezondheid.

Ook zijn er gesprekken gevoerd met Politie Oost Fryslân, Iduna en het Sportbedrijf Drachten. Er zijn werksessies voor de commerciële horeca (inclusief Koninklijke Horeca Nederland (hierna: KHN)) en paracommerciële instellingen (afzonderlijk van elkaar) georganiseerd. Voor deze werksessies zijn alle horeca en paracommerciële instellingen uitgenodigd. Bij de sessie voor commerciële horeca waren zeven verschillende horecaondernemers en de KHN aanwezig. Bij de sessie voor paracommerciële instellingen waren tien verschillende instellingen aanwezig (inclusief Stichting Dorpsfederatie). Alle horeca en paracommerciële instellingen (dus ook degenen die niet aanwezig waren bij de sessies) hebben een verslag van de desbetreffende werksessie ontvangen. Iedereen heeft de gelegenheid gekregen om hierop te reageren. Enkel de KHN en één commercieel horecabedrijf heeft gereageerd. Naar aanleiding van de gesprekken, werksessies en de reacties op het verslag is een concept versie van het beleid en de Apv wijziging opgesteld. De interne stakeholders, politie, GGD en VNN konden hierop reageren. Na verwerking van de input, heeft de KHN de mogelijkheid gekregen om op de stukken te reageren. Vervolgens heeft het beleid nog 4 weken ter inzage gelegen voor alle andere belanghebbenden.

Communicatie Als het voorstel wordt aangenomen door de raad worden de volgende stappen ondernomen: - Beide verordeningen, evenals het horecabeleid en de beleidsregels omtrent slecht levensgedrag worden gelijktijdig gepubliceerd in het Gemeenteblad. Een dag na de publicatie treedt alles in werking. - Na publicatie van het horecabeleid, de beleidsregels slecht levensgedrag en de gewijzigde Apv wordt een nieuwsbericht op de gemeentelijke website geplaatst.

-9Hierin wordt o.a. kenbaar gemaakt dat ondernemers, waarvoor het gewijzigde beleid en Apv gevolgen heeft, per brief worden geïnformeerd. o Afhaal- en bezorgbedrijven worden geïnformeerd over de vergunningsplicht. Zij krijgen één jaar de tijd om een aanvraag in te dienen. Bij de bedrijven die na één jaar geen geldige exploitatievergunning hebben, maar wel geopend zijn, kan een handhavingstraject worden opgestart. o Alle droge horecabedrijven ontvangen een brief waarin wordt aangegeven dat hun droge horecavergunning is komen te vervallen. o Alle paracommerciële instellingen worden per brief geïnformeerd over de wijzigingen van het horecabeleid en de Apv. Daarnaast wordt nader toelichting gegeven op de verschillende bijeenkomsten die ze al dan niet mogen organiseren. Uitvoering De uitvoering van de Apv, het horecabeleid en de beleidsregels slecht levensgedrag ligt bij het team VTH. Zij zijn nauw betrokken geweest bij het opstellen van de stukken. Fatale termijn n.v.t. Achtergrondinformatie - Horecabeleid 2023 gemeente Smallingerland - Beleidsregels beoordeling term 'slecht levensgedrag' gemeente Smallingerland 2023 Drachten, 31-10-2023 Burgemeester en wethouders van Smallingerland, Jan Rijpstra

voorzitter.

Siebren van der Berg

secretaris.

Bijlagen: 1. Wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2013 en intrekkingsverordening Drank- en Horecaverordening Smallingerland 2. Overzicht wijzigingen Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2013 (was-wordt tabel)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13458680/1