Raadsvoorstel - Paraplubestemmingsplan kleine windturbines in Smallingerland
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
Onderwerp: Paraplubestemmingsplan kleine windturbines in Smallingerland Behandelend ambtenaar:
Dennis Hoogenkamp
Portefeuillehouder:
Robin Hartogh Heys van der Lier
Beleidsterrein:
Ruimtelijke Ordening
Voorstel 1. Paraplubestemmingsplan "Kleine windturbines in Smallingerland" vast te stellen onder toekenning van nummer NL.IMRO.0090.PP2023GSL007-0401. 2. Op grond van artikel 6.12 in samenhang met artikel 6.2.1 van de Wet ruimtelijke ordening geen exploitatieplan vast te stellen voor het paraplubestemmingsplan "Kleine windturbines in Smallingerland". 3. De zienswijzenota vast te stellen en de indieners hiervan schriftelijk op de hoogte te brengen. Inleiding + beoogde effecten De gemeente Smallingerland wil bij voorkeur zo weinig mogelijk energie gebruiken. De energie die wordt gebruikt, wordt bij voorkeur duurzaam opgewekt waardoor verdere klimaatverandering door CO2-uitstoot wordt voorkomen. Om aan de energievraag in de toekomst te kunnen voldoen, hebben wij gekeken naar de inzet van duurzame energiebronnen. De meest bekende zijn zon en wind. Wij vinden het belangrijk om het gebruik van duurzame energiebronnen te stimuleren. Sinds kort voorziet de provinciale Verordening Romte Fryslân in de mogelijkheid om in een ruimtelijk plan onder voorwaarden kleine windturbines bij agrarische bouwpercelen toe te staan. Van deze beleidsruimte willen wij gebruik maken. Om kleine windturbines te mogen plaatsen is een omgevingsvergunning voor het bouwen nodig. Deze kan slechts worden verleend wanneer het geldende bestemmingsplan daarvoor de ruimte biedt.
De huidige bestemmingsplannen bieden die ruimte niet. De gemeente Smallingerland wil op grond van de voornoemde beleidswijziging een gemeente-dekkende planologische regeling opstellen met daarin een gelijkluidende regeling voor kleine windturbines bij agrarische bouwpercelen. Voorliggend paraplubestemmingsplan voorziet daarin. Argumenten 1.1 Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening Een zogeheten paraplubestemmingsplan is erop gericht om meerdere bestemmingsplannen gelijktijdig op één of meerdere thema's of onderdelen te wijzigen, zodat ze voorzien zijn van een goede regeling. Aangezien de regeling overkoepelend van kracht is voor een aantal bestemmingsplannen, wordt het geduid als een paraplubestemmingsplan. Voorliggend paraplubestemmingsplan biedt een extra regeling
-2-
voor kleine windturbines bij agrarische bedrijven en herziet de bestaande bestemmingsplannen op dit onderdeel. Het paraplubestemmingsplan voorziet in een regeling om onder voorwaarden kleine windturbines op of aangrenzend aan een agrarisch bouwperceel te realiseren. Onder hoofdstuk 3 van de toelichting wordt verder ingegaan op de randvoorwaarden om mee te kunnen werken aan dit plan. 1.2 Plan sluit aan op de doelen uit de gemeentelijke omgevingsvisie De gemeente wil zo min mogelijk energie gebruiken. De energie die wordt gebruikt wordt zoveel mogelijk duurzaam opgewekt waardoor verdere klimaatverandering door CO2 uitstoot wordt voorkomen. Er wordt gewerkt aan energiebesparing, opwekking van duurzame energie en duurzame mobiliteit. De gemeente wil dit doen door het gebruik van fossiele brandstoffen af te bouwen. Om aan de energievraag in de toekomst te voldoen, wordt gekeken naar nieuwe energiebronnen. De meest bekende energiebronnen zijn zon en wind. Het voorliggende paraplubestemmingsplan maakt het mogelijk om onder voorwaarden kleine windturbines op agrarische bouwpercelen te realiseren. Dit draagt bij aan het opwekken van duurzame energie en het afbouwen van het gebruik van fossiele brandstoffen. Naar aanleiding van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het planvoornemen in overeenstemming is met de gemeentelijke omgevingsvisie.
1.3 Plan sluit aan op de provinciale verordening "Romte" Voor dit bestemmingsplan is hoofdzakelijk de Wijziging Verordening Romte Fryslân 2014 (windturbines) van belang. Deze wijziging maakt het mogelijk om kleine windturbines te realiseren conform de volgende voorwaarden: 1. maximaal drie windturbines op of direct grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf; 2. de windturbines mogen een maximale ashoogte van 15 meter hebben; 3. het op te stellen vermogen is gericht op de energiebehoefte van het agrarisch bedrijf; 4. de turbines moeten zorgvuldig worden ingepast binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, waarbij de mogelijkheden om te voorzien in de energiebehoefte van het agrarische bedrijf door middel van zonnepanelen op de gebouwen zijn verkend; Ten aanzien van punt 1 dient opgemerkt te worden dat er in dit bestemmingsplan maximaal twee windturbines op of direct grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarische bedrijf mogelijk worden gemaakt. Het voorgaande is geborgd in de (beleids)regels van dit bestemmingsplan. Dit heeft te maken met het feit dat bij drie of meer windturbines, het plan als een windturbinepark wordt gezien en er een MERprocedure dient te worden gevolgd. Gezien de gestelde randvoorwaarden is er niet de verwachting dat er meer dan twee windturbines per agrarisch bedrijf gerealiseerd kunnen worden.
De andere voorwaarden zijn overgenomen in het bestemmingsplan en worden bij vergunningaanvraag van een windturbines getoetst. 1.4 Er heeft vooroverleg plaatsgevonden met ketenpartners Artikel 3.1.1 van het Bro verplicht om bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te voeren met het Rijk, de provincie en het waterschap. Facultatief kan overleg worden gevoerd met andere maatschappelijke organisaties. Dit overleg is vormvrij en de betreffende instanties kunnen ook aangeven wanneer overleg niet nodig is. Het paraplubestemmingsplan is aan de overlegpartners toegezonden. De overlegreacties van de Provincie Fryslan, Wetterskip Fryslan, Brandweer Fryslan, TenneT en de Gasunie zijn verwerkt in de toelichting op het plan en hebben geleid tot een aanvulling op de algemene afwijkingsregels van dit plan. 2.1 Geen exploitatieplan vaststellen Dit bestemmingsplan bevat geen aangewezen bouwplan (artikel 6.12 in samenhang met artikel 6.2.1 van de Wro). Het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet aan de orde.
-3-
3.1 De ontvangen zienswijzen leiden niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan Het ontwerp bestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn er 3 zienswijzen ontvangen. Middels bijgevoegde reactienota worden de zienswijzen beantwoord. De ingekomen reacties leiden niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
Risico's Artikel 6.1 van de Wro bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders een belanghebbende die als gevolg van een bepaling van een bestemmingsplan (of een ander ruimtelijk besluit) schade lijdt, in de vorm van inkomensderving of waardevermindering van een onroerende zaak, op zijn verzoek een tegemoetkoming in de schade kan toekennen. Daarbij geldt dat de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en dat een tegemoetkoming op een andere wijze niet is verzekerd. Binnen het normale maatschappelijke risico vallende schade blijft voor rekening van de aanvrager. Daarnaast wordt ook een waardevermindering van maximaal twee procent, ontstaan door een verandering in het planologisch regime binnen het normale maatschappelijke risico gerekend. Bij het toepassen van deze binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, wordt een planschadeovereenkomst gesloten met de betreffende aanvrager. Hiermee komen eventuele planschadekosten voor rekening van de aanvrager.
Wettelijk of beleidskader De Wet ruimtelijke ordening (Wro, artikel 3.8) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb, afdeling 3.4) zijn van toepassing op de voorbereiding van een bestemmingsplan. Voorliggend paraplubestemmingsplan biedt een extra regeling voor het thema kleine windturbines bij agrarische bedrijven en herziet de bestaande bestemmingsplannen op dit onderdeel. Het paraplubestemmingsplan voorziet in een regeling om onder voorwaarden kleine windturbines op of aangrenzend aan een agrarisch bouwperceel te realiseren. Overwogen scenario's n.v.t. Financiën Dit plan heeft uitsluitend als doel om het beleidskader voor kleinschalige windturbines te vertalen naar de bestemmingsplannen waarop dit paraplubestemmingsplan van toepassing is verklaard. De kosten voor het opstellen van dit plan komen voor rekening van de gemeente. Het oprichten van kleinschalige windturbines is alleen toegestaan na het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bestemmingsregels. De kosten voor de gemeente betreffen het beoordelen van deze aanvragen. Deze kosten worden door middel van leges gedekt. De economische uitvoerbaarheid ligt in de handen van initiatiefnemers. Juridische consequenties Participatie Het ontwerpbestemmingsplan is voor een periode van zes weken ter inzage gelegd.
Met het ter visie leggen van het ontwerpplan stelt de gemeente een ieder in de gelegenheid om kennis te kunnen nemen van, alsmede te reageren op de inhoud van het planvoornemen.
-4-
Van de gelegenheid om een zienswijze in te dienen is drie keer gebruik gemaakt. De ingekomen zienswijzen zijn voornamelijk gericht op de mogelijkheid tot uitbreiding van de regeling, zodat deze ook voorziet in de mogelijkheid tot het plaatsen van een kleine windturbine bij particuliere erven in het buitengebied en voor energie coöperaties. De zienswijzen zijn voorzien van een beantwoording in bijgevoegde zienswijzenota. De ingekomen reacties leiden niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Communicatie Het bestemmingsplan wordt na vaststelling door de gemeenteraad voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Uitvoering Na vaststelling wordt het bestemmingsplan opnieuw ter inzage gelegd voor een periode van zes weken. Tijdens deze termijn kunnen belanghebbenden een beroepsschrift indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze beroepsmogelijkheid bestaat ook voor de indieners van de zienswijzen. Uiteindelijk treedt het bestemmingsplan in werking na afloop van de beroepstermijn, tenzij binnen de beroepstermijn in samenhang met het beroepsschrift ook een verzoek om voorlopige voorziening bij de Afdeling bestuursrechtspraak is ingediend Fatale termijn Achtergrondinformatie Op korte termijn wordt er een wijziging van de omgevingsverordening van de Provincie in procedure verwacht.
Dit betreft vermoedelijk de uitbreiding van de regeling voor agrarische hulpbedrijven en recreatieve voorzieningen. Op dit moment heeft het bestuursakkoord van de Provincie nog niet geleid tot een aanpassing van de omgevingsverordening. Het college houdt deze ontwikkelingen met veel interesse in de gaten.
Drachten, 26-3-2024 Burgemeester en wethouders van Smallingerland, Jan Rijpstra
voorzitter.
Siebren van der Berg
secretaris.
Bijlagen: 1. Paraplubestemmingsplan "Kleine windturbines in Smallingerland" 2. Nota beantwoording zienswijzen BP Kleine windturbines in Smallingerland