Raadsvoorstel - Instellen van een ondernemersfonds
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad Onderwerp:
Instellen van een ondernemersfonds
Behandeld ambtenaar: Portefeuillehouder:
Evert Visser Wethouder Robin Hartogh Heys van de Lier
Voorstel 1. Een ondernemersfonds in te stellen per 1 januari 2026 voor een (proef)periode van vijf jaar; 2. Hiervoor het OZB tarief voor niet-woningen te verhogen met € 75,- per jaar per € 100.000,- WOZ waarde; 3. De opbrengst van deze OZB verhoging beschikbaar te stellen aan de op te richten Stichting Ondernemersfonds Smallingerland als subsidie na aftrek van de inningskosten; 4. In te stemmen met de doelstellingen en governance in hoofdlijnen, zoals opgenomen in het haalbaarheidsonderzoek van najaar 2024, als gemeentelijke input voor de nog op te stellen uitvoeringsovereenkomst/convenant; 5. De werking van het fonds in het laatste jaar van de proefperiode te evalueren, op basis waarvan besloten wordt of het fonds wordt voortgezet; 6. Bij de (gewijzigde) vaststelling van de belastingverordeningen in december de Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Smallingerland 2025 per 1 januari 2026 in te trekken. 7. De financiële effecten van dit besluit, inclusief de gemeentelijke bijdrage en het vervallen van de reclamebelasting, in de eerste bestuursrapportage 2026 te verwerken. Inleiding en beoogde effecten Voorgeschiedenis Vaak neemt een ondernemersvereniging een eerste stap voor een ondernemersfonds, dat is hier ook gebeurd. De gemeenteraad beslist vervolgens of het fonds er komt en hoe het gevoed wordt.
De Ondernemersvereniging Drachten en Winkeliersvereniging Ha&Ie hebben de gemeente op 8 juni 2023 verzocht de haalbaarheid van een ondernemersfonds te onderzoeken (bijlage 1). Ze beargumenteren dat het een krachtig middel is om de slagkracht van de georganiseerde ondernemers te versterken. Met een breed fonds worden ondernemers, maar ook scholen, sportverenigingen, gezondheidsinstellingen, culturele instellingen etc. in staat gesteld gezamenlijk te investeren in onze lokale omgeving. De huidige situatie, waarin alleen het centrum een subsidie heeft via de reclamebelasting, stelt de ondernemers onvoldoende in staat om gewenste activiteiten en voorzieningen te realiseren. Daardoor komen de ambities van de ondernemers onder druk te staan. Wat is een ondernemersfonds Een ondernemersfonds is een gezamenlijke portemonnee van ondernemers, vastgoedeigenaren en non-profit organisaties (zorg, cultuur, onderwijs, sport) in de gemeente. Ook al heet het een ondernemersfonds, het draait niet alleen om ondernemers. Ten behoeve van de leesbaarheid wordt vanaf hier de term ‘ondernemers’ of ‘betrokken partijen’ gebruikt wanneer al deze organisaties bedoeld worden.
-2-
Met het fonds wordt structureel extra financiële ruimte gecreëerd voor activiteiten en initiatieven die anders moeizamer tot stand komen (omdat er minder geld is). Een overkoepelende organisatie stimuleert bovendien samenwerking, professionaliseert de werkwijze en waarborgt een duurzame en integrale programmering. Het kan op die manier bijdragen aan een sterke basis voor het economisch (vestigings-)klimaat in de gemeente, dat inwoners en bezoekers blijvend weet te boeien. De ondernemers bepalen zelf, georganiseerd in een verenigingsverband, waaraan zij het geld besteden. Voorbeelden hiervan en een verdere toelichting staat in bijlage 4. Argumenten 1. Het instellen van een ondernemersfonds per 1 januari 2026 voor een proefperiode van vijf jaar Met het instellen van een gemeentebreed ondernemersfonds wordt samenwerking tussen ondernemers, vastgoedeigenaren en maatschappelijke organisaties versterkt. Het fonds maakt gezamenlijke investeringen mogelijk in de lokale economie en leefomgeving, zoals evenementen, versterking van bedrijventerreinen en initiatieven voor een aantrekkelijk centrum. De proefperiode van vijf jaar biedt ruimte om ervaring op te doen, draagvlak te vergroten en de werking te evalueren voordat een structureel besluit wordt genomen. 2.
Verhoging van het OZB-tarief voor niet-woningen met € 75 per € 100.000 WOZwaarde De OZB-verhoging vormt een transparante en structurele financieringsbron voor het fonds. Zowel gebruikers als eigenaren van niet-woningen dragen bij, waarmee de lasten evenwichtig worden verdeeld. De verhoging is beperkt en zorgt voor een voorspelbare financiële basis voor lokale initiatieven, zonder noemenswaardige druk op de totale lokale lastendruk. 3. De opbrengst beschikbaar stellen aan het Ondernemersfonds onder aftrek van inningskosten Door de opbrengst 1-op-1 ter beschikking te stellen aan het fonds wordt geborgd dat de middelen volledig ten goede komen aan lokale economische en maatschappelijke projecten. Dit vergroot het vertrouwen en eigenaarschap bij de betrokken partijen en waarborgt transparantie in de financiële afhandeling. 4. Instemmen met de doelstellingen en governance in hoofdlijnen De doelstellingen en governance zijn op hoofdlijnen vastgelegd in het haalbaarheidsonderzoek van najaar 2024. Hiermee wordt richting gegeven aan de inrichting van het fonds, de besluitvorming en de verantwoording van middelen. De uitvoeringsovereenkomst (convenant) tussen gemeente en stichting borgt een evenwichtige samenwerking, transparantie en heldere spelregels. 5.
Evaluatie in het laatste jaar van de proefperiode Een eindevaluatie na vijf jaar maakt inzichtelijk of het fonds effectief bijdraagt aan de versterking van de lokale economie en samenwerking. De resultaten vormen de basis voor een besluit over eventuele structurele voortzetting of aanpassing van het fonds. Hiermee wordt invulling gegeven aan de lerende en verantwoordelijke werkwijze die bij een proefperiode past.
-36. Intrekken van de Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting per 1 januari 2026 Met de invoering van het ondernemersfonds is de reclamebelasting niet langer nodig. Door de verordening in te trekken wordt dubbele heffing voorkomen en de lokale belastingstructuur vereenvoudigd. Dit sluit aan bij de wens van ondernemers om te komen tot één transparante en herkenbare financieringssystematiek 7. De financiële effecten van dit besluit, inclusief de gemeentelijke bijdrage en het vervallen van de reclamebelasting, in de eerste bestuursrapportage 2026 te verwerken. Aangezien het wijzigen van de begroting een bevoegdheid van de raad is, verankert dit beslispunt de procedurele verplichting om de noodzakelijke begrotingswijziging via de eerste bestuursrapportage 2026 aan de raad ter goedkeuring voor te leggen. Dit verzekert dat de nieuwe en gewijzigde inkomsten en uitgaven ook formeel in de begroting 2026 en meerjarenbegroting terechtkomt. Financiering Het voorstel is dat dit ondernemersfonds gevuld wordt via een verhoging van de onroerend zaakbelasting (OZB) voor alle niet-woningen met € 75,- per jaar per € 100.000,- WOZ waarde (als percentage van de WOZ waarde) Alle ondernemers betalen daarmee verplicht mee aan het fonds en wordt ook freeriderschap voorkomen. Op die manier kan de gemeente een eventueel fonds jaarlijks een bedrag uitkeren van ruim € 750.000,-.
Doordat financiering via de OZB loopt en de partijen zelf beslissen waar het geld aan besteed wordt, is het letterlijk een fonds vóór en dóór de betrokken partijen. Onafhankelijke stichting Als een fonds wordt ingesteld, richten de ondernemers een onafhankelijke stichting op om het fonds te beheren en te borgen dat alle partijen ervan profiteren. Via een systeem van trekkingsrechten naar gebied en sector komt het geld weer terug bij de gebieden/sectoren die het hebben opgebracht (zie de indeling hieronder en bijlage 4). Die gebieden/sectoren zijn vervolgens volledig vrij in het kiezen van hun eigen bestedingen, mits de besluiten maar democratisch en transparant genomen worden. Om de positie van de dorpen binnen de gemeente te waarborgen is het streven dat jaarlijks één derde van het budget van het buitengebied ten goede komt aan initiatieven in de dorpen.
-4-
-5Stand van zaken Het haalbaarheidsonderzoek waar de initiatiefnemers om verzocht hebben is inmiddels uitgevoerd. In het onderzoek is de werking van een ondernemersfonds toegelicht en is het draagvlak onderzocht. U bent als raad op 10 september 2024 geïnformeerd over de resultaten. U gaf toen aan meer informatie nodig te hebben, waarna op 14 januari jl. een informatiebijeenkomst georganiseerd is waarin onder andere de gemeente Heerenveen een toelichting gaf over hun ervaring met een ondernemersfonds. Het fonds wordt in Heerenveen nog niet optimaal benut. Leerpunten zijn: 1. draagvlak en organisatiegraad zijn van groot belang; 2. de verdeling van het geld moet duidelijk zijn. U gaf als raad aan nog terughoudend te zijn met het nemen van een definitief besluit over het ondernemersfonds, zolang de governance-structuur niet verder uitgewerkt is. Standpunt college Alles overwegende, acht het college de actieve betrokkenheid van invloedrijke partijen, in het licht van de meerwaarde van het fonds voor de gemeente, van groter belang dan de risico’s. De governance is al in hoofdlijnen uitgewerkt. In bijlage 4 is een overzicht opgenomen van de uitgangspunten voor de verdere uitwerking van het fonds op hoofdlijnen. Er zijn onder andere afspraken gemaakt over de indeling in gebieden en de verdeling van het geld.
Deze zijn afgestemd op de wensen van de betrokkenen, zoals die naar voren kwamen tijdens het haalbaarheidsonderzoek. In het onderzoek is bovendien geconcludeerd: “Maar wanneer een fonds eenmaal effectief is, begint zich een grote ´middengroep´ te manifesteren van ondernemers die best willen meebetalen en meewerken, zolang er maar een helder kader is (..). De verwachting is reëel dat dat ook in Smallingerland zal gebeuren.” (Haalbaarheidsonderzoek ondernemersfonds, Stadskracht, 2024). Met andere woorden: met de komst van een fonds ontstaat in de praktijk veelal meer structuur en betrokkenheid, wat de organisatiegraad en het draagvlak versterkt. Het college heeft het verzoek van de raad om de governance eerst verder uit te werken besproken met de initiatiefnemers. Volgens de initiatiefnemers bieden de bestaande hoofdlijnen voldoende houvast om het fonds vorm te geven (zie bijlage 3: brief van de initiatiefnemers). Zij hebben er vertrouwen in dat op basis hiervan een stevige governance kan worden ingericht, met breed draagvlak onder betrokken partijen. Proefperiode ondernemersfonds voor vijf jaar Het college stelt daarom voor om een ondernemersfonds tijdelijk in te stellen voor een proefperiode van vijf jaar, zodat de governance op hoofdlijnen in deze periode werkende weg verder uitgewerkt kan worden en indien nodig geoptimaliseerd (zie § risico’s en nadelen voor voorbeelden).
In de proefperiode wordt concreet ondervonden of het draagvlak daadwerkelijk verbetert en vergroot, of de onderlinge samenwerking en organisatiegraad verbetert en of er (meer en) betere projecten ontwikkeld worden. Het gaat in beginsel om een periode van vijf jaar. Het daadwerkelijk instellen van een ondernemersfonds biedt de ondernemers de gelegenheid om de governance verder vorm te geven, het draagvlak te vergroten en de uitvoering te professionaliseren. De proefperiode geeft de gemeente de kans om de aanvullende informatie (en vertrouwen) te vergaren die nodig is om een gefundeerd definitief besluit te kunnen nemen. Pas na een evaluatie wordt u gevraagd te besluiten of het fonds voor langere tijd wordt ingesteld of niet.
-6Het college ziet er uiteraard op toe dat er in de proefperiode voldoende aandacht gaat naar de wensen en bedenkingen van de raad en de betrokkenen. Zo is het belangrijk dat de stichting de komende jaren de bedrijven en instellingen actief ondersteunt bij het verbeteren van de samenwerking en de organisatiegraad. Tijdens de proefperiode wordt u jaarlijks geïnformeerd over de voortgang en de besteding van middelen. Daarbij wordt expliciet aandacht besteed aan de risico’s. Argumenten 1. Het is een initiatief van ondernemers (voor en door ondernemers) We verliezen de betrokkenheid van initiatiefnemers en het huidige momentum niet. 2. Het sluit inhoudelijk goed aan bij de Actieagenda Economie Zie: wettelijk of beleidskader. 3. Het biedt de ondernemers structureel extra geld en versterkt de slagkracht Het kunnen aanwenden van een eigen budget vergroot niet alleen de slagkracht, maar ook de motivatie. Bovendien professionaliseert de werkwijze met het inrichten van een fonds en het geeft voldoende zekerheid om een duurzame en integrale programmering te maken. Initiatieven kunnen daardoor sneller tot uitvoering gebracht worden. 4. Iedereen doet mee, geen freeriders Met een verhoging van het OZB tarief kan geen enkele partij zich aan een bijdrage onttrekken en komt er meer geld beschikbaar omdat iedereen mee betaalt.
Dat betekent dat er geen sprake meer is van ‘freeriders’; partijen die niet meedoen aan collectieve projecten, maar wel profiteren. 5. Meer regie en zelfstandigheid van en voor de ondernemers De afhankelijke situatie van de gemeente wordt doorbroken. Juist de partijen die er direct baat bij hebben, hebben volledige zeggenschap hebben over de projecten. De beschikbaarheid van een eigen budget versterkt de gelijkwaardige samenwerking bij projecten met de gemeente, sterker dan voorheen. Dit leidt tot betere initiatieven. 6. Het stimuleert (nieuwe) samenwerking, verbindingen en innovatie Een ondernemersfonds stimuleert de verbinding en samenwerking tussen ongelijksoortige organisaties. Een breed gezamenlijk fonds motiveert partijen tot het leggen van nieuwe verbindingen tussen bedrijven en instellingen. Dit is nodig om vernieuwing en versterking tot stand te brengen. Denk aan leerwerkplekken, energiebesparende projecten, kunst in de openbare ruimte, het begeleiden van starters. 7. Het draagt bij aan de verbetering van het investeringsklimaat en de openbare ruimte Het voorstel voor een ondernemersfonds is mede tot stand gekomen vanuit de wens van de initiatiefnemers om gezamenlijk meer te investeren in wat Smallingerland te bieden heeft, vanuit de overtuiging dat dit ten goede komt aan alle ondernemers in de gemeente.
Daarom wordt 15% van de fondsinkomsten gereserveerd voor gemeente brede middelen. De gemeente heeft een eigen taak in de openbare ruimte. Er worden zekerheden ingebouwd zodat gemeentelijke taken niet worden afgebouwd of ondergebracht bij het ondernemersfonds. 8. Efficiëntie en transparantie subsidieverlening Omdat er onvoldoende middelen zijn, benaderen ondernemers(verenigingen) op dit moment de gemeente ad hoc voor financiële steun. Met een ondernemersfonds is de subsidiestroom helder en is een programmering van initiatieven en projecten. Daardoor is er minder ambtelijke capaciteit nodig om individuele aanvragen van ondernemers te beoordelen. Dat maakt het proces op de lange termijn overzichtelijker en effectiever, voor alle partijen.
-7Risico's en nadelen U heeft als raad aangegeven onder andere bedenkingen te hebben bij : − het draagvlak, de besteding en het effect van de lage organisatiegraad − het vergroten van de belastingdruk in relatie tot de doeltreffendheid. Het college heeft zowel oog voor de kansen van een ondernemersfonds als de risico’s. Tijdens de proefperiode ziet het college erop toe dat de stichting voldoende aandacht heeft voor de risico’s en bijstuurt waar nodig. Dit is precies waarom er gekozen is voor een proefperiode met eindevaluatie en tussentijdse voortgangsrapportages. Het blijft echter een experiment. 1. Organisatiegraad is de achilleshiel De organisatiegraad is een belangrijke succesfactor voor een ondernemersfonds. Het succes is afhankelijk van personen, en vrijwilligers (voorzitters, bestuursleden) zijn moeilijk te vinden. Bestaande andere fondsen, zoals het Sportakkoord, krijgen mede daardoor nauwelijks aanvragen. De beperkte organisatiegraad is ook nu een kwetsbaar punt. Hierdoor ligt het initiatief voor verbeteringen vaak bij de gemeente, die niet altijd over een georganiseerd aanspreekpunt of stevige partners beschikt. Hoewel dit een structurele uitdaging is, kan het instellen van een fonds juist een impuls geven aan het versterken van deze lokale organisatiekracht. De professionalisering kan ook positief zijn voor (het benutten van) bestaande fondsen.
De implementatie van het fonds gaat gepaard met gerichte ondersteuning voor het versterken van het organiserend vermogen. In de beginfase wordt hier een kwartiermaker voor ingezet. Daarna ligt de verantwoordelijkheid bij de stichting om dit blijvend te volgen en te faciliteren. 2. Een deel van de gebieden en sectoren verwacht niet of nauwelijks te profiteren Sommige partijen zijn er op voorhand van overtuigd dat de lusten en lasten niet evenredig zijn. De meest kritische geluiden komen vanuit de dorpen en de agrarische sector. Het is straks de verantwoordelijkheid van de stichting om te borgen dat alle partijen, ook de dorpen en de agrariërs, goed betrokken worden bij de programmering en profiteren van het fonds. Voor de dorpen is afgesproken om een derde van de opbrengsten in het trekkingsgebied ‘buitengebied’ te reserveren voor projecten in de dorpen (in het haalbaarheidsrapport werd dit nog ‘restgroep’ genoemd). Hoewel de agrarische sector twijfelt over de meerwaarde, zijn er via ondernemersfondsen in andere gemeenten mooie voorbeelden te over: open boerderijdagen, voorlichting op scholen, verkleinen kloof boer - burger, inzicht in de voedselketen, biodiversiteit bevorderen op boerenerven, gezamenlijk advies over verduurzaming stallen et cetera. Juridisch gezien zijn er geen mogelijkheden voor een uitzonderingspositie of restitutie.
De gemeente Súdwest-Fryslân heeft geprobeerd de landbouwsector vrij te stellen van de tariefsverhoging, wat door de rechter teruggedraaid is. Bij andere ondernemersfondsen is de agrarische sector niet als aparte sector benoemd, maar worden de dorpen en de agrariërs gecombineerd in postcodegebieden. Mocht het niet lukken projecten te ontwikkelen, dan kan de stichting dit voorbeeld volgens en de gebiedsindeling bijstellen.
3. Verhoging van de belastingdruk
-8-
Hoewel een belastingverhoging doorgaans op weerstand stuit bij belanghebbenden, ligt dat in dit geval anders: deze verhoging vloeit voor uit de wens van een aantal initiatiefnemers om een fonds in te stellen. De opbrengst komt volledig ten goede aan de belanghebbenden en ze bepalen zelf waaraan ze het besteden. Het OZB tarief voor niet-woningen ligt in Smallingerland in 2025 rond het Nederlands gemiddelde: € 631,- per € 100.000,- WOZ waarde. Dit tarief is relatief laag voor een middelgrote gemeente met verhoudingsgewijs veel voorzieningen en onderwijsinstellingen. Het voorstel is om de opslag van € 75,- evenredig te verdelen over de gebruiker en de eigenaar. Dat betekent dat € 37,50 wordt betaald door de eigenaar en € 37,50 door de gebruiker. In bijlage 4 zijn een aantal rekenvoorbeelden opgenomen. Slechts bij een kleine groep grotere bedrijven is de afdracht aan het fonds omvangrijk (bv. Philips en het ziekenhuis). Tijdens het haalbaarheidsonderzoek is niet zozeer de hoogte van het bedrag als probleem benoemd. Wat primair naar voren kwam is de wens om de Alliantie, waar zij deel van uitmaken, eigen trekkingsrecht te geven. Op die manier wordt aangesloten bij een goed functionerend samenwerkingsverband en zijn geen nieuwe overlegstructuren nodig. Voor zowel grote als kleine bedrijven geldt dat elke lastenverzwaring er één is, hoe beperkt ook.
Er moet iets tegenover staan: het fonds moet worden ervaren als een versterking van hun (bedrijfs)omgeving (‘value for money’). 4. Veroorzaakt een ondernemersfonds niet veel meer administratieve lasten en verplichtingen? Voor de ondernemers wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande structuren, waar deze ontbreken is het fonds naar verwachting juist een middel om het organisatievermogen te vergroten. Voor de gemeente is een van de belangrijke argumenten om hier aan mee te werken juist de beoogde efficiëntie en transparantie van subsidiestromen. We gaan ervan uit dat er voldoende kennis en menskracht binnen de gemeente voor ingezet kan worden binnen de bestaande formatie. Initieel heeft de gemeente uiteraard wat extra werk om het fonds in te stellen (zie § uitvoering). De verwachting is dat de initiële inspanning wordt gecompenseerd door de toekomstige efficiëntie. 5. Ligt het initiatief niet teveel bij de gemeente in plaats van de initiatiefnemers? De gemeente heeft een verzoek van de initiatiefnemers gefaciliteerd door het laten uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek. Daarmee is duidelijk geworden hoe een ondernemersfonds in Smallingerland het beste zou kunnen worden ingericht (zie bijlage 4). In het verdere vervolg ligt het initiatief bij de op te richten stichting en bedrijven/ instellingen zelf.
Zoals u kunt lezen in de brief van de initiatiefnemers (bijlage 3) zijn zij daartoe bereid én zijn zij erop voorbereid. In de paragraaf uitvoering is afgebakend tot welke rollen de gemeente zich beperkt ten aanzien van het fonds.
6. Middelen en doelstellingen lopen door elkaar
-9-
De gemeente heeft een eigen taak in de openbare ruimte. Tijdens het haalbaarheidsonderzoek is geconcludeerd dat het non-substitutiebeginsel een belangrijke spelregel is: er dienen zekerheden te worden ingebouwd dat gemeentelijke taken niet worden afgebouwd of ondergebracht bij het ondernemersfonds. Het minimale gemeentelijke onderhoudsniveau is in de Nota Openbare Ruimte per gebied vastgelegd en maakt duidelijk wat mag worden verwacht van de gemeente. Daarmee is er een waarborg dat het fonds wordt ingezet waar het voor bedoeld is. Wettelijk of beleidskader Het instellen van een ondernemersfonds sluit aan bij de doelstellingen en activiteiten uit de Actieagenda Economie 2023–2026 van onze gemeente. Samengevat gaat om het om: -
Ondernemerschap en innovatie breed MKB Werklocaties (inclusief centrum) Vrijetijdseconomie Positionering en profilering Smallingerland
Er zijn geen wettelijke voorschriften voor ondernemersfondsen, het is zelfbestuur van ondernemers. Het is wel van belang goede spelregels met elkaar af te spreken (zie bijlage 4 met achtergrondinformatie en hoofdstukken 2 en 4 van het haalbaarheidsonderzoek). Overwogen scenario's 1. Pas een besluit nemen ná het uitwerken van (een deel van) de governance van het ondernemersfonds U had bedenkingen over: − de organisatiegraad, − het draagvlak, en − of alle partijen wel profiteren. Daardoor gaf u aan nog terughoudend te zijn zolang de governance-structuur niet verder uitgewerkt is en gaf u aan inzicht te willen in hoe het fonds benut wordt. De governance verder uitwerken − De governance is in het haalbaarheidsonderzoek al in grote lijnen uitgewerkt. Zoals eerder vermeld, geven de initiatiefnemers aan dat de bestaande hoofdlijnen voldoende houvast bieden om het fonds verder vorm te geven. Ze hebben er vertrouwen in dat er een stevige structuur neergezet kan worden met draagvlak onder de betrokkenen. − Het eerst verder uitwerken van (een deel van) de governance van het fonds, zoals u voorstelde, levert niet veel meer informatie over de punten waarover u uw zorgen geuit heeft (organisatiegraad, draagvlak en of alle partijen voldoende profiteren).
− De governance vooraf wèl verder uitwerken, wekt aan de andere kant wel valse verwachtingen: het is lastig om - als al het werk gedaan is - alsnog de stekker eruit te trekken. De benodigde inzet van bedrijven en instellingen voor de verdere uitwerking is lastig te realiseren, omdat het instellen van het fonds nog onzeker is. Als de partijen zich ervoor inzetten, is deze inspanning mogelijk voor niets. De besteding − De besteding is aan de belanghebbenden zelf en ten principale vrij, áls de besteding maar ten goede komt aan collectieve belangen en op democratische wijze tot stand komt (stichting/ verenigingen). Door als raad echter vooraf de doelstellingen en uitgangspunten van het fonds op hoofdlijnen vast te stellen (zie bijlage 4) en dit als opdracht mee te geven aan het college als basis voor de uitvoeringsovereenkomst, is de inzet vanuit de gemeente zo goed mogelijk geborgd.
- 10 −
Over de verdeling van het geld over de sectoren/ gebieden zijn al afspraken gemaakt (zie bijlage 4). Mochten partijen onvoldoende organisatievermogen hebben om te profiteren, heeft en voelt de stichting de verantwoordelijkheid om hen daarin te faciliteren.
Draagvlak en organisatiegraad − Via het haalbaarheidsonderzoek kon niet hard gemaakt worden dat het fonds breed gesteund wordt. Stadskracht stelt daarover het volgende in het haalbaarheidsrapport: Het is echter redelijk dat de politiek de stem van de reeds georganiseerden honoreert. Het is in het land gebruikelijk om enig gezag toe te kennen aan de bedrijven die de verantwoordelijkheid voor hun omgeving al nemen. Het zijn allemaal vrijwilligers, die tijd, energie en geld investeren om samenhang en kwaliteit toe te voegen aan hun omgeving. − En, zoals eerder aangegeven, zien we in de praktijk dat het organisatievermogen en het draagvlak juist door het instellen van een fonds verbetert. Mocht een en ander tóch tegenvallen, kunt u daar uw consequenties aan verbinden naar aanleiding van de eindevaluatie tijdens het laatste jaar van de proefperiode. 2. Inzetten op Bedrijven Investeringszones (BIZ) in plaats van een ondernemersfonds Een Bedrijven Investeringszones (BIZ) kan worden ingesteld voor een afgebakend gebied, voor alle niet-woningen. Ook dit wordt gevoed via een opslag op de OZB. Een BIZ lijkt daarmee aantrekkelijk, omdat het niet gemeente breed wordt ingesteld en alleen gebieden/ sectoren die er expliciet voor kiezen extra belast worden.
De initiatiefnemers pleiten echter voor een ondernemersfonds in plaats van een BIZ, omdat een BIZ alleen kan worden ingesteld als een ruime meerderheid dit wenst. De procedure die nodig is voor het instellen van een BIZ is nog niet haalbaar gebleken: 50% van de betrokkenen moet stemmen en 2/3 daarvan moet vóór zijn. Uit de opkomst tijdens het haalbaarheidsonderzoek kan afgelezen worden dat die 50% op dit moment niet haalbaar is. Deze procedure geldt niet voor een ondernemersfonds. De raad kan hier zonder specifieke procedure toe besluiten. Feitelijk vragen de initiatiefnemers de gemeente om haar taak op te pakken door hier als overheid een besluit over te nemen op basis van het maatschappelijk belang van een fonds. Mocht na vijf jaar blijken dat het ondernemersfonds gemeente breed onvoldoende effectief is, is het mogelijk om in de gebieden waar inmiddels een gezamenlijke agenda opgesteld is en er voldoende draagvlak ontstaan is, een ‘doorstart’ te maken via een BIZ-model. 3. Niets veranderen aan de huidige situatie − − − −
Voordeel van het handhaven van de huidige situatie is dat er geen tariefsverhoging doorgevoerd wordt. Het brengt voor de gemeente het nadeel met zich mee dat ondernemers dan op ad-hoc basis blijven aankloppen voor subsidie. De raad zou ook kunnen redeneren dat er al genoeg gebeurt om de samenwerking te bevorderen. In de huidige situatie heeft de gemeente de volgende georganiseerde gesprekpartners en de gemeente zal daar - zonder fonds - mee blijven overleggen over uiteenlopende ideeën en ambities: − Innovatie Cluster Drachten (ICD) − Ha&Ie (Centrum Ondernemers) − Ondernemersvereniging Drachten (OVD) − Open Drachten − BeVe Tussendiepen − Haven Sociëteit − Stichting Vastgoed Eigenaren Centrum
- 11 -
−
− Alliantie Op dit moment heeft het Centrum een fonds dat wordt gevoed via reclamebelasting. Andere gebieden hebben dat niet. Dat betekent dat er op dit moment vaak sprake is van ‘freeriders’; partijen die niet meedoen aan collectieve projecten, maar wel profiteren (een bijdrage of deelname aan een project is nu vrijblijvend). Met een verhoging van het OZB tarief kan geen enkele partij zich aan een bijdrage onttrekken en komt er meer geld beschikbaar omdat iedereen mee betaalt.
Financiën Rol gemeente De gemeente vervult drie rollen ten aanzien van het fonds: − subsidieverstrekker (faciliterend en controlerend) − adviseur van de stichting (onder andere verbindingen leggen met andere projecten) − samenwerkende partij/ co-financier van projecten. Als vastgoedeigenaar zou de gemeente zelf actief mee kunnen praten in een deelgebied. Om dubbele petten te voorkomen is het voorstel dat de gemeente zich beperkt zich tot de hiervoor genoemde rollen. Financiële vertaling Het voorstel tot het instellen van een ondernemersfonds heeft financiële consequenties voor de gemeentelijke begroting. De inkomsten voor het fonds, die worden gegenereerd door de OZB-opslag, vervangen de huidige inkomsten uit de vervallende reclamebelasting, waarmee ook de uitkering aan het huidige centrumfonds komt te vervallen. De gemeente zelf zal ook als eigenaar en gebruiker van vastgoed jaarlijks ruim € 160.000 aan het fonds gaan bijdragen, welk bedrag nog in de gemeentelijke begroting gereserveerd moet worden en ten laste komt van het begrotingsresultaat. Aangezien de begroting 2026 inmiddels op route is en besluitvorming in de raad later plaatsvindt, kunnen deze financiële gevolgen niet meer in de primitieve begroting worden verwerkt.
Daarom wordt voorgesteld om, bij positieve instemming van uw raad, de volledige financiële gevolgen te verwerken in de Eerste Bestuursrapportage van 2026. De verwachting is dat het instellen en begeleiden van het fonds binnen de bestaande formatie kan worden opgelost. Juridische consequenties In de basis zijn er geen juridische consequenties. Participatie Het is om te beginnen een initiatief van onderop. Het initiatief komt van De Ondernemersvereniging Drachten en Winkeliersvereniging Ha&Ie en wordt ondersteund door onder andere de havenondernemers. Deze verenigingen hebben zelf bij hun leden gepolst of er draagvlak is voor hun voorstel een ondernemersfonds in te stellen en hebben hun leden meermaals geïnformeerd over het onderwerp. Tijdens het haalbaarheidsonderzoek zijn in april 2024 10 bijeenkomsten georganiseerd, per beoogd trekkingsgebied. Omdat de deelname bij de bijeenkomsten beperkt was hebben de initiatiefnemers nog een artikel in de Leeuwarder Courant geplaatst om mensen te attenderen op de komst van het ondernemersfonds. Het onderwerp leeft nog niet goed binnen de gemeente. Het proces om het draagvlak te meten is wèl een proces geweest waarin nuances zichtbaar geworden zijn. De bijeenkomsten en schriftelijke reacties hebben duidelijk gemaakt waar kansen, zorgen, voorwaarden en prioriteiten liggen. Deze zijn zoveel mogelijk mee gewogen in het voorstel.
- 12 De verdere implementatie wordt grotendeels door de initiatiefnemers opgepakt. Het eerste jaar huurt de stichting een kwartiermaker in, onder andere om gebieden en sectoren te helpen zich te organiseren. Communicatie De raad wordt jaarlijks geïnformeerd over de voortgang en de bestedingen. De benoemde risico’s krijgen daarbij expliciet de aandacht. In het laatste jaar van de proefperiode vindt een eindevaluatie plaats, deze zal de basis zijn voor het besluit dat u over ongeveer 5 jaar voorgelegd krijgt: of het fonds definitief wordt ingesteld of niet. Uitvoering Wanneer besloten wordt het fonds in te stellen zal in grote lijnen het volgende gebeuren: Organisatie en uitvoering − Opstellen plan van aanpak voor de implementatie (initiatiefnemers) − Oprichten van de stichting die het fonds gaat beheren (initiatiefnemers) − Benoemen van bestuursleden (initiatiefnemers) − Aanstellen van een kwartiermaker, die de centrale regie heeft op de implementatie (door de stichting) − Uitvoeringsovereenkomst/ convenant opstellen (gemeente en stichting) − Subsidieverordening vaststellen (gemeente) − Vaststellen verdeelsleutel (trekkingsrechten) en bestedingsprocedures (stichting) T.b.v. de evaluatie − Uitvoeren van een nulmeting ten behoeve van de evaluatie (gemeente en stichting) T.b.v.
de risico’s − Ondersteuning van sectoren ter verbetering van bijvoorbeeld de organisatiegraad, de onderlinge kruisbestuiving en de ideevorming (door stichting/ kwartiermaker) Na het instellen van het fonds: uitvoering en monitoring − Heffen van de bijdragen en uitkeren van de subsidie (gemeente) − Toezicht op naleving van de afspraken in de uitvoeringsovereenkomst (gemeente) − Evaluatie van het fonds tijdens het laatste (vijfde) jaar, gefinancierd door de gemeente en het fonds (gemeente en stichting huren hier een onafhankelijke partij voor in) Fatale termijn N.v.t. Drachten, 28 oktober 2025 Burgemeester en wethouders van Smallingerland, Fred Veenstra
voorzitter.
Siebren van der Berg
secretaris.
Bijlagen: 1. 2. 3. 4.
Brief initiatiefnemers (verzoek om haalbaarheidsonderzoek); Haalbaarheidsonderzoek ondernemersfonds, najaar 2024, Stadskracht; Brief initiatiefnemers (commitment); Achtergrondinformatie: doelstellingen en governance op hoofdlijnen.
- 13 -