Raadsvoorstel - Aanpassing financiële verordening en nota reserves en voorzieningen
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad
Onderwerp: Aanpassing financieel beleid - financiële verordening en nota reserves en voorzieningen Behandelend ambtenaar:
Bjorn Gossen
Portefeuillehouder:
Sipke Hoekstra
Beleidsterrein:
Financiën, Fysiek domein
Voorstel 1. Het wijzigingsbesluit financiële verordening vast te stellen; 2. Het wijzigingsbesluit nota reserves en voorzieningen vast te stellen. Inleiding + beoogde effecten Het doel van deze voorgestelde besluiten is dat ons financieel beleid zoals opgenomen in de Financiële verordening en de nota reserves, voorzieningen en risicobeleid weer aansluit op eerdere besluitvorming in de gemeenteraad en op het Besluit begroting en verantwoording. Met dit voorstel om ons financieel beleid aan te passen en gebruik te maken van de ruimte die het BBV biedt maken we het mogelijk om met eigen, incidentele middelen die we sparen in een bestemmingsreserve kapitaallasten de lasten van investeringen te dekken. In de Ruimtelijke Investeringsagenda (RIA) die bij de Kadernota 2025-2028 is opgenomen heeft het college aangegeven dat het mogelijk nodig is om het financieel beleid aan te passen, onder meer om gebruik te maken van de mogelijkheden die het Besluit begroting en verantwoording (BBV) ons biedt om investeringen te realiseren en te dekken. In die RIA was ook aangegeven (p.6): "Vooruitlopend daarop ontvangt u rond de zomer al concrete investeringsvoorstellen in het centrum waarbij we voorstellen de kapitaallasten te dekken uit de door u gereserveerde middelen.
Dat is anders dan ons huidig beleid, maar wel binnen de kaders van het Besluit begroting en verantwoording." Deze twee voorstellen, Uitwerking gebiedsprogramma en quick wins centrum en Herinrichting en voorbereidingskrediet Raadhuisplein, zijn op respectievelijk 17 september 2024 en 1 oktober 2024 vastgesteld in de raad. Volgend op de bespreking van die voorstellen in de raad komt het college nu met voorstellen om het financieel beleid nog dit jaar aan te passen zodat genoemde besluiten van dit jaar expliciet passen binnen het financieel beleid. Om die reden werkt de aanpassing ook terug naar het hele boekjaar 2024. Volgend jaar komt het college met aanvullende voorstellen inzake het financieel beleid. Dat ziet onder meer op het bijstellen van afschrijvingstermijnen en het werken met restwaarde.
-2-
Argumenten 1. Argumentatie bij wijzigingsbesluit financiële verordening a. Door de nu nog opgenomen bepaling te schrappen is de financiële verordening weer in lijn met het BBV en voorkomen we onjuiste besluitvorming bij investeringen. In artikel 13 lid 5 sub b is de mogelijkheid opgenomen om investeringen met meerjarig maatschappelijk nut boven de verkrijgingsprijs van € 100.000 niet te activeren, maar ineens ten laste van de exploitatie te brengen. Dat betekent dat ze niet in meerdere jaren worden afgeschreven, maar in één keer als last in een jaarrekening staan. Dit is in strijd met het BBV artikel 59 dat stelt dat alle activa worden geactiveerd. De enige uitzondering hierop in het BBV zijn kunstvoorwerpen met cultureel-historische waarde. Genoemde bepaling in onze Financiële verordening is dus nietig. Door deze nu ook te schrappen voorkomen we onjuiste besluitvorming gebaseerd op deze bepaling in onze verordening.
b. Door rentetoerekening mogelijk te maken wordt het mogelijk om de volledige kapitaallasten te dekken uit een bestemmingsreserve kapitaallasten. De voorwaarde om niet alleen afschrijvingslasten, maar ook rentelasten van één (of meerdere) investeringen te dekken uit een bestemmingsreserve kapitaallasten is dat aan deze bestemmingsreserve ook rente wordt toegerekend. Op grond van de huidige artikel 14 lid 1 van onze Financiële verordening is dat niet toegestaan. Door deze bepaling aan te passen specifiek voor bestemmingsreserves kapitaallasten wordt dit wel mogelijk en maken we gebruik van de ruimte die het BBV hierin biedt.
c. Nu wordt niet besloten dat we rente gaan toerekenen aan bestemmingsreserves kapitaallasten, dit voorstel maakt het slechts mogelijk. Met het toerekenen van rente aan een bestemmingsreserve kapitaallasten stijgt deze reserve in waarde. Daar is dus dekking voor nodig. Of we rente willen gaan toerekenen aan bestemmingsreserves besluiten we niet nu. Dit nemen we mee bij de Ruimtelijke investeringsagenda 2025 e.v. en de Kadernota 2026-2029. Nu maken we dit qua beleid slechts mogelijk. Daarbij geven we aan dat we rentetoerekening alleen doen onder de voorwaarde dat de raad hier expliciet toe besluit.
2. Argumentatie bij wijzigingsbesluit nota reserves en voorzieningen a. Genoemd voorstel voldoet aan de bepalingen van het BBV en de financiële verordening; Op grond van artikel 42 en 43 BBV zijn er bestemmingsreserves en bepaalt de raad welke bestemming een reserve krijgt. Op grond van artikel 14 Financiële verordening zijn er nadere regels gesteld in de nota reserves en voorzieningen.
b. Een bestemmingsreserve kapitaallasten is een structurele dekkingsbron voor kapitaallasten mits aan de voorwaarden wordt voldaan; Onttrekkingen aan een bestemmingsreserve kapitaallasten mogen als structureel worden aangemerkt, mits aan de voorwaarden voor deze bestemmingsreserve is voldaan. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de notitie vaste activa van de commissie BBV. In het onderdeel Financiën van dit raadsvoorstel lichten we ze toe.
c. Deze wijziging sluit aan op de geest van de huidige nota reserves en voorzieningen; Eén van de doelen van de nota reserves en voorzieningen is dat structurele lasten niet met incidentele middelen worden gedekt. Vooropgesteld: de Gemeentewet schrijft dit al voor met de gestelde voorwaarden waar een begroting aan moet voldoen (structureel en reëel sluitend). Echter, de huidige nota reserves en voorzieningen sluit een potentiële structurele dekkingsbron (een bestemmingsreserve kapitaallasten) uit omdat de nota alle reserves over één kam scheert.
-3-
d. Deze wijziging sluit aan op eerdere besluitvorming door de raad over middelen voor het centrum; In de besluitvorming over de middelen voor het centrum (w.o. bij vaststellen Kadernota 20242027 in juli 2023) is telkens gesproken over het 'sparen' voor investeringen. Hiermee is beoogd om middelen apart te zetten zodat de afschrijvingslasten van die investeringen deels of geheel gedekt kunnen worden uit een bestemmingsreserve.
e. Door deze aanpassingen kunnen we incidentele voordelen of gereserveerde middelen gebruiken om investeringen mogelijk te maken die we anders niet of moeilijk kunnen dekken. Om de kosten van investeringen (rente en afschrijving) te kunnen dekken, is ruimte in de jaarlijkse begroting nodig. Met de teruglopende middelen van het Rijk zien we dat dit steeds lastiger wordt. Gelijktijdig zien we ook dat wij bij de jaarrekening regelmatig een positief saldo hebben. Dat is in basis eenmalig geld. Maar door die middelen apart te zetten in een reserve en te gebruiken ter dekking van kapitaallasten kunnen ze als structurele middelen ingezet worden. Hierdoor is het ook in financieel lastiger tijden mogelijk te blijven investeren.
Risico's Met het dekken van kapitaallasten van investeringen uit een bestemmingsreserve kapitaallasten ontstaat een extra methodiek in de administratie wat bewerkelijker is. Dit nadeel weegt echter niet op tegen het voordeel om investeringen gedekt uit gespaarde middelen mogelijk te maken. Wettelijk of beleidskader Gemeentewet titel IV (de financiën van de gemeente), uitgewerkt in het Besluit Begroting en Verantwoording. Het BBV is inzake deze onderwerpen (investeren, activeren, waarderen en afschrijven) verduidelijkt in de notitie materiele vaste activa van de commissie BBV. Inzake investeren met eigen middelen via een bestemmingsreserve kapitaallasten is onderstaande tekst opgenomen in die notitie:
-4-
Bovenstaande tekst vormt daarmee een kader voor het werken met bestemmingsreserves kapitaallasten. Overwogen alternatieven Er zijn niet meer alternatieven. Investeren leidt tot structurele lasten en die je kun je dekken in de reguliere begroting of via bestemmingsreserve(s) kapitaallasten. Meer alternatieven zijn er niet. Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties. Wel is het belangrijk goed te snappen hoe de alternatieve vormen van dekken van kapitaallasten werken. • Bij de reguliere wijze van het dekken van investeringen zorgen we ervoor dat we in onze lopende begroting structurele dekking vinden voor structurele lasten van afschrijvingen en rente. Met de tijd dalen die lasten richting 0 omdat de boekwaarde steeds kleiner wordt totdat de investering volledig is afgeschreven. • Om de afschrijvingslasten van een investering volledig te dekken uit een bestemmingsreserve kapitaallasten moet in de bestemmingsreserve het volledige investeringsbedrag beschikbaar zijn. Per jaar wordt dan het afschrijvingsbedrag onttrokken aan de reserve en toegevoegd aan de begroting als dekking voor die afschrijvingslast. Is niet het volledige investeringsbedrag beschikbaar, dan gebeurt dit naar rato. Als er ook rente toegerekend wordt aan de bestemmingsreserve stijgt deze elk jaar in waarde.
Daarmee is het mogelijk om ook het rentebedrag aan de reserve te onttrekken waarmee er dekking ontstaat voor de totale kapitaallasten. In de auditcommissie vindt hier nog een nadere toelichting op plaats. Met dit voorstel om ons financieel beleid aan te passen en gebruik te maken van de ruimte die het BBV biedt maken we het mogelijk om met eigen, incidentele middelen die we sparen in een bestemmingsreserve kapitaallasten de lasten van investeringen te dekken. In het verloopoverzicht reserves bij begroting en jaarrekening wordt de stand en ontwikkeling van een (nog in te stellen) bestemmingsreserve kapitaallasten toegelicht. Ook wordt daarbij de koppeling met de onderliggende activa waarvoor de bestemmingsreserve de middelen bevat gemaakt. Volgend op deze behandeling en besluitvorming inzake financieel beleid, de behandeling van de investeringsvoorstellen in het centrum van dit jaar en de verdere investeringsvoornemens zoals op te nemen in de Ruimtelijke investeringsagenda komen we bij de kadernota 2026-2029 met voorstellen rondom het instellen en monitoren van een bestemmingsreserve kapitaallasten en het al dan niet toerekenen van rente daaraan. Juridische consequenties De gewijzigde financiële verordening en nota reserves en voorzieningen treden in werking nadat zij gepubliceerd zijn.
Daarbij geldt terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2024 en daarmee geldt deze wijziging nog voor het huidige boekjaar. Zo zorgen we ervoor dat de besluiten van dit boekjaar aansluiten op de financiële spelregels.
-5-
Participatie Het betreft beleidswijzigingen met interne strekking. Participatie is niet aan de orde. Communicatie Er is geen specifieke communicatie nodig over of naar aanleiding van dit besluit. Uitvoering Dit raadsvoorstel wordt geagendeerd voor de vergadering van de Auditcommissie op 20 november. Vervolg uitvoering na besluitvorming vindt plaats in het kader van het opstellen van de Ruimtelijke investeringsagenda en de Kadernota 2026-2029. Fatale termijn Besluitvorming is nodig voorafgaand aan besluitvorming in de kadernota. Achtergrondinformatie De verwijzingen naar de huidige versies van de nota's zijn opgenomen in de bijlage Waswordt lijst aanpassingen financieel beleid. Daarnaast kunnen onderstaande twee notities aanvullende achtergrond bieden: • Hoofdstuk vier, paragraaf 1 uit de notitie materiele vaste activa van de commissie BBV schetst de voorwaarden voor het werken met een bestemmingsreserve kapitaallasten. Deze notitie is via deze link van de commissie BBV te vinden. • De provincies in rol als toezichthouder op de gemeentefinanciën hebben bovenstaande informatie uit het BBV ook verwerkt in hun Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020). In paragraaf 7.3 is de bestemmingsreserve kapitaallasten opgenomen. Het GTK 2020 is te downloaden via deze websitelink van de provincie Fryslân.
Drachten, 12-11-2024 Burgemeester en wethouders van Smallingerland, Jan Rijpstra
voorzitter.
Siebren van der Berg
secretaris.
Bijlagen: 1. Wijzigingsbesluit Financiële verordening en Nota reserves en voorzieningen 2. Was-wordt lijst aanpassing financieel beleid