Raadsbesluit - Wijziging Verordening havengelden gemeente Smallingerland 2025
Tekst van het document
RAADSBESLUIT
Onderwerp: Wijziging Verordening havengelden gemeente Smallingerland 2025
De raad van de gemeente Smallingerland,
Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 5-11-2024; gelezen Gemeentewet en de Financiële Verordening;
Besluit: vast te stellen de: Verordening van de raad van de gemeente Smallingerland houdende bepalingen over havengelden (Verordening havengelden gemeente Smallingerland 2025) Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders; b. bruine vloot: een vaartuig dat m.b.v. zeilen wordt voortgestuwd en dat is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van mensen; c. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur; d. duwbak: een binnenschip dat gebouwd en bestemd is om door een ander schip te worden opgeduwd en derhalve tijdens de vaart, anders dan bij het koppelen en losmaken, geen bemanning nodig heeft; e. gemeentelijk vaarwater: het in eigendom aan de gemeente toebehorende of bij haar in onderhoud of beheer zijnde openbaar vaarwater; f. Green Award: een keurmerk voor schepen die extra geïnvesteerd hebben in de kwaliteit van het schip, de bemanning en de bedrijfsvoering; g. haven: wateren die in het beheer zijn van de gemeente en die voor de scheepvaart openstaan, alsmede alle daartoe behorende kaden, kunstwerken, meergelegenheden, trappen, scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven en los- en laadplaatsen; h.
kade: de voor de openbare dienst bestemde plaats ingericht voor het aanleggen of aangelegd houden van vaartuigen en/of voor het opslaan van goederen ter lading en/ of gelost uit voerof vaartuigen; i. kalenderjaar: een aaneengesloten periode van twaalf maanden, die begint op 1 januari en eindigt op 31 december; j. laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte laadvermogen, zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief;
-2-
k. l. m. n.
o. p. q. r.
lichterschip: een vaartuig dat een gedeelte van de lading van een groter schip vervoert, omdat dit schip, in afgeladen toestand, anders niet de los- en laadplaats kan bereiken; meetbrief: het document als bedoeld in artikel 12c van de Binnenschepenwet; pleziervaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding; schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton, een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting; TEU: Twenty feet Equivalent Units is een maataanduiding voor containers (In het metrieke stelsel uitgedrukt is een TEU 6,10 meter lang, 2,44 m breed en 2,59 m hoog); ton: een massa van 1.000 kilogram; week: een aaneengesloten periode van zeven dagen, beginnende op de dag waarin het gebruik een aanvang neemt; woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, dag- of nachtverblijf van een of meer personen.
Artikel 1.2 Belastbaar feit Overeenkomstig hetgeen in de volgende artikelen is bepaald, worden rechten geheven onder de naam van: a. havengeld, voor het met vaartuigen gebruik maken van één van de gemeentelijke havens; b. liggeld, voor het gebruiken van een door burgemeester en wethouders op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek, aangewezen ligplaats in één van de gemeentelijke havens; c. kadegeld, voor het tijdelijk gebruik maken van een voor de openbare dienst bestemde kade of wal van één van de gemeentelijke havens met materieel om goederen uit vaartuigen te lossen of in vaartuigen te laden; d. opslaggeld, voor het gebruik van een voor de openbare dienst bestemde kade of wal van één van de gemeentelijke havens in verband met de tijdelijke opslag van goederen, materialen of andere voorwerpen, waaronder onder meer begrepen mobiele kranen, laadtrechters, jakobsladders en transportbanden. Artikel 1.3 Belastingplicht De in artikel 1.2 genoemde rechten worden geheven als volgt: a. havengeld van de kapitein, de gezagvoerder, de schipper, de reder, de eigenaar of de bevrachter van het vaartuig dat gebruik maakt van de gemeentelijke haven; b. liggeld van de kapitein, de gezagvoerder, de schipper, de reder, de eigenaar of de bevrachter van het vaartuig dat een vaste ligplaats is aangewezen in de gemeentelijke haven; c.
kadegeld van degene die van een voor de openbare dienst bestemde kade of wal van de gemeentelijke haven gebruik maakt om goederen te ontvangen of te verzenden; d. opslaggeld van degene die op een voor de openbare dienst bestemde kade of wal goederen, materialen of andere voorwerpen tijdelijk opslaat.
-3-
Hoofdstuk 2 Tariefstructuur Artikel 2.1 Tarieftoepassing 1. Voor de toepassing van de tarieven wordt een gedeelte van een dag, van een week, een m² of een ton als een volle eenheid gerekend. Artikel 2.2 Wijze van berekening 1. Het haven-, lig-, kade-, en opslaggeld wordt geheven, zodra het gebruik van het gemeentelijk vaarwater, van kaden en loswallen of enig in artikel 1.2 genoemd gemeentewerk aanvangt. 2. Het havengeld wordt, met uitzondering van het bepaalde in artikel 2.3, eerste lid, onder b, e, f en g geheven naar het laadvermogen van het vaartuig. 3. Het laadvermogen van het vaartuig wordt uitgedrukt in het aantal tonnen, zoals dat blijkt uit een bij het vaartuig behorende geldige meetbrief. 4. Als de geldende meetbrief niet aanwezig is, of bij weigering om deze te tonen, of als deze niet de vereiste gegevens vermeldt, wordt het maximale laadvermogen van het schip ambtshalve vastgesteld. 5. De maatstaf voor de berekening van liggelden is de scheepslengte uitdrukt in aantal strekkende meters. 6. De maatstaf voor de berekening van de kadegelden is het aantal vierkante meters gebruikt kadeoppervlakte. 7. Ter bepaling van de gebruikte kadeoppervlakte wordt de ruimte tussen het materieel mede geacht te zijn gebruikt. 8. De maatstaf voor de berekening van de opslaggelden is het aantal vierkante meters ingenomen grondoppervlakte. 9.
Ter bepaling van de door de opgeslagen goederen ingenomen grondoppervlakte wordt de ruimte tussen de goederen mede geacht door die goederen te zijn ingenomen. 10. Als de voorwerpen en/of goederen hoger worden opgestapeld of hoger zijn dan 3 meter, wordt voor de toepassing van deze verordening het in artikel 2.2, zesde lid bedoelde aantal vierkante meters verdubbeld. 11. Als het haven-, lig-, kade-, en opslaggeld is betaald volgens het tarief per keer, en het gebruik van de haven of de kade voortduurt na afloop van de termijn waarvoor het haven-, lig-, kade-, en opslaggeld is betaald, wordt opnieuw haven-, lig-, kade-, en opslaggeld geheven volgens het tarief per keer. Artikel 2.3 Tarieven 1. Het havengeld bedraagt: a. voor schepen die in de gemeente goederen laden of lossen: per ton laadvermogen per keer: € 0,15 excl. BTW; b. voor schepen die in de gemeente goederen laden en/of lossen in containers: per teu per keer: € 1,17 excl. BTW; c. voor duwbakken die gebruik maken van de gemeentelijke haven: per ton laadvermogen per 14 dagen: € 0,12 excl. BTW; d. voor dekschuiten en pontons die gebruik maken van de gemeentelijke haven: i. per ton laadvermogen per 14 dagen: € 0,12 excl. BTW; of ii. per ton laadvermogen per kalenderjaar: € 1,14 excl. BTW;
-4-
e. voor beroepsvaartuigen die in de gemeente passagiers in nemen of aan wal zetten: i. voor schepen met een lengte in strekkende meter tot en met 80 meter per keer: € 1,55 excl. BTW per strekkende meter, alsmede per reservering van een ligplaats een bedrag van € 11,08 excl. BTW; ii. voor schepen met een lengte in strekkende meter langer dan 80 meter per keer: € 2,38 excl. BTW per strekkende meter, alsmede per reservering van een aanlegplaats een bedrag van € 11,08 excl. BTW; f. voor beroepsvaartuigen welke zijn uitgerust voor het verrichten van sleepdiensten: per week of gedeelte daarvan: € 16,63 excl. BTW; g. voor beroepsvaartuigen welke niet onder de groepen a, b of c vallen en langer dan 24 uur gebruik maken van gemeentelijk vaarwater of enig ander in artikel 1 van de verordening genoemd gemeentewerk: per strekkende meter scheepslengte of gedeelte daarvan: € 2,39 excl. BTW per keer, met een maximum van 48 uur. 2. Betaling van het havengeld, genoemd onder lid 1, onder a, b en c geeft recht op gebruik van de haven voor uitvoeren van een laad- of losactiviteit voor de periode van 48 uur. a. voor duwbakken geldt een afwijkende periode voor het uitvoeren van een laad- of losactiviteit van 14 dagen; b. voor pontons en dekschuiten geldt een afwijkende periode van het gebruik van de haven van 14 dagen of respectievelijk 1 kalenderjaar. 3. Het liggeld bedraagt: a.
voor beroepsvaartuigen welke gebruik maken van gemeentelijk vaarwater of enig ander in artikel 1 van de verordening genoemd gemeentewerk: per strekkende meter scheepslengte of een gedeelte daarvan: € 0,83 excl. BTW per 48 uur, met een maximum van 14 dagen; b. eerste 24 uur is vrijgesteld van betaling van liggeld, tenzij het gebruiken van een ligplaats volgt op een activiteit waarvoor havengeld verschuldigd is; c. voor de bruine vloot welke gebruik maken van gemeentelijk vaarwater of enig ander in artikel 1 van de verordening genoemd gemeentewerk in de periode tussen 1 november tot en met 1 april ten behoeve van winterstalling: per strekkende meter scheepslengte of een gedeelte daarvan: € 9,43 excl. BTW per 6 maanden; d. voor het met ligplaatsvergunning als bedoeld in artikel 2.3 van de Havenbeheersverordening innemen van vaste ligplaatsen € 30,16 per strekkende meter scheepslengte per jaar. 4. Het kade- en opslaggeld bedraagt per m2 in gebruik genomen kade-oppervlakte of gedeelte hiervan per dag: - € 0,23 excl. BTW; 5. Voor schepen in het bezit van een Green Award certificaat, wordt gerekend met een korting op de tarieven zoals genoemd onder lid 1. Deze korting wordt als volgt toegepast: a. schepen in het bezit van een bronzen Green Award certificaat krijgen 5% korting op bovengenoemde tarieven; b.
schepen in het bezit van een zilveren Green Award certificaat krijgen 10% korting op bovengenoemde tarieven; c. schepen in het bezit van een gouden Green Award certificaat krijgen 15% korting op bovengenoemde tarieven, en; d. schepen in het bezit van een platinum Green Award certificaat krijgen 20% korting op bovengenoemde tarieven. Artikel 2.4 Vrijstellingen 1. Geen haven-, lig-, kade-, en opslaggeld wordt geheven van: a. vaartuigen, in directe dienst van de gemeente;
-5-
b. c. d. e. f. g.
h.
rijksvaartuigen, uitsluitend bestemd voor de openbare dienst; hospitaalschepen, of vaartuigen die als zodanig dienstdoen; vaartuigen, gebruikt voor de reddingsbrigade; vaartuigen, gebruikt voor het uitbaggeren van de havens en de vaargeul; vaartuigen, waarvan de schipper aantoont, dat wegens ernstige familieomstandigheden van de haven of de kade gebruik wordt gemaakt, mits niet wordt geladen en/of gelost; vaartuigen, die ten gevolge van ijsgang of weersgesteldheden of de lage waterstand zijn gedwongen langer dan zeven achtereenvolgende dagen in de haven of aan de kade te verblijven, mits niet wordt geladen en/of gelost, met dien verstande, dat over de eerste zeven achtereenvolgende dagen normaal havengeld wordt geheven volgens het geldende tarief; lichterschepen, als vaartuigen bij laag water of als gevolg van averij verplicht zijn hun lading door middel van deze schepen te lossen.
Hoofdstuk 3 Heffing Artikel 3.1 Wijze van heffing 1. De rechten in artikel 2.3 met uitzondering van de rechten zoals bedoeld in het vierde lid, worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke nota. 2. De rechten in artikel 2.3, vierde lid, worden geheven bij wege van aanslag. Artikel 3.2 Termijnen van betaling 1. De rechten als genoemd in artikel 3.1, eerste lid, moeten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de gedagtekende schriftelijke nota. 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen die worden opgelegd in het belastingjaar waarop zij betrekking hebben, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 3. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen die worden opgelegd na het belastingjaar waarop zij betrekking hebben, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 3.3 Kwijtschelding Bij de invordering van haven-, lig-, kade- en opslaggelden wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 3.4 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van haven- en opslaggelden.
-6-
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 4.1 Intrekking oude regeling De Verordening haven- en opslaggelden gemeente Smallingerland 2024, zoals vastgesteld bij besluit van 21 november 2023, wordt ingetrokken met ingang van 31 december 2024, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 4.2 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025. Artikel 4.3 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening havengelden gemeente Smallingerland 2025. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Smallingerland, gehouden op: 17 december 2024
De voorzitter,
de griffier,
-7-
Bijlage 1: Tarieventabel 2025 behorende bij de Verordening havengelden gemeente Smallingerland 2025)
Havengeld Schepen die goederen laden en/of lossen (m.u.v. goederen in containers) Duwbakken die goederen laden en/of lossen Schepen die containers laden en/of lossen Pontons en dekschuiten Beroepsvaartuigen die passagiers in nemen of aan wal zetten, voor vaartuigen met een lengte tot 81 meter. Beroepsvaartuigen die passagiers in nemen of aan wal zetten, voor vaartuigen met een lengte van 81 meter of meer Beroepsvaartuigen die passagiers in nemen of aan wal zetten Beroepsvaartuigen uitgerust voor sleepdiensten Overige beroepsvaartuigen (conform artikel 2.3 lid e) Liggeld Beroepsvaartuigen Winterstalling bruine vloot (1 november – 1 april) Met ligplaatsvergunning Kadegeld Gebruiker zoals bedoeld in art. 1.3 lid c Opslaggeld Gebruiker zoals bedoeld in art. 1.3 lid d
Heffingsmaatstaf
Per
Tarief
Laadvermogen in ton
48 uur
€ 0,15
Laadvermogen in ton Overgeslagen teu Laadvermogen in ton Scheepslengte in m1
14 dagen 48 uur Kalenderjaar 14 dagen 48 uur
€ 0,12 € 1,17 € 1,14 € 0,12 € 1,55
Scheepslengte in m1
48 uur
€ 2,38
Per keer
Reservering
€ 11,08
Per keer Scheepslengte in m1
Week 48 uur
€ 16,63 € 2,39
Scheepslengte in m1 Scheepslengte in m1 Scheepslengte in m1
48 uur periode per jaar
€ 0,83 € 9,43 € 30,16
m2 gebruikte kadeoppervlakte
per dag
€ 0,23
m2 ingenomen grondoppervlakte
per dag
€ 0,23
Schepen in het bezit van een bronzen Green Award certificaat krijgen 5% korting op bovengenoemde tarieven; schepen in het bezit van een zilveren Green Award certificaat krijgen 10% korting op bovengenoemde tarieven; schepen in het bezit van een gouden Green Award certificaat krijgen 15% korting op bovengenoemde tarieven, en; schepen in het bezit van een platinum Green Award certificaat krijgen 20% korting op bovengenoemde tarieven.