Bijlage Beantwoording technische vragen Begroting 2022, 27-10-2021
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen begroting 2022 - 2025 Door de fracties van de ELP, het CDA en Groen Links zijn vragen ingediend over de begroting 2022 en over de meerjarenraming. De beantwoording is ook op deze wijze opgedeeld. Ook de beantwoording van de PvdA gesteld op de technische sessie met de gemeenteraad is opgenomen. De ELP heeft ook de vragen opgenomen, die de fractie bij de behandeling van het eindrapport de Kern van de Taak heeft gesteld, maar nog niet allemaal zijn beantwoord. CDA heeft naderhand nog 4 aanvullende vragen gesteld naar aanleiding van eerder gedane toezeggingen. Ook deze zijn meegenomen in deze beantwoording.
I Begroting 2022 Voor de beantwoording zijn de vragen geplaatst onder het onderdeel van de begroting waar de vraag betrekking op hebben.
1.
Begroting
Vraag 1 (ELP) Bij de subsidieverlening aan instellingen mag, gezien mogelijk door hen aangegane verplichtingen aan derden, niet in de eerste jaarschijf al 10% worden gekort? Indien juist, wat is de wettelijke tijdsduur om wel op 10% subsidiekorting te komen, zo de gemeenteraad daartoe zou wensen te besluiten? Beantwoording: In geval van structurele subsidies moet een vermindering van de subsidie op zorgvuldige wijze gebeuren, in overleg met de betrokken instelling (hoorplicht). Er is geen wettelijke tijdsduur voor de korting op een structurele subsidie. Het hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad van State draait het erom dat de ontvanger in staat wordt gesteld maatregelen te treffen om de gevolgen van de aanstaande beëindiging van de subsidierelatie op te vangen. Hierbij moet u denken aan minimaal een jaar. Een generieke korting van 10% in combinatie met het niet meer indexeren van de subsidies vanaf 2020 kan ertoe leiden dat de instellingen de kwaliteit van hun bedrijfsvoering en dienstverlening niet meer op peil kunnen houden. Dit kan betekenen dat een langere overgangsperiode in acht moet worden genomen. Daarbij vereist de zorgvuldigheid dat het bestuur aangeeft welke activiteiten niet meer uitgevoerd hoeven te worden. Vraag 2 (ELP) Op Pagina 64 staat Externe inhuur van derden is 4%.
Frictie en inhuur deskundigheid van derden zijn niet meegenomen/gespecificeerd. a. Welk bedrag in € vertegenwoordigt de inhuur voor Frictie? b. Kunt u in een overzicht weergeven waar deskundigheid voor is ingehuurd, inclusief die deskundigheid toegerekend en verdisconteerd in projectkosten?
1
Antwoord: Abusievelijk is in de begroting het overzicht "Verplichte beleidsindicatoren" uit de jaarstukken 2020 overgenomen. Het overzicht dat in de begroting 2022 is opgenomen is dan ook niet actueel. Hieronder het actuele overzicht is hieronder opgenomen. Sinds 2020 hanteren we de systematiek dat de teams binnen de organisatie de kosten van fricties moeten opvangen binnen het eigen salarisbudget (bijvoorbeeld vanuit vacatureruimte). Er is dus geen apart budget meer voor inhuur vanwege fricties. Wel staat er nog een bedrag van € 115.900,-- wat jaarlijks in het frictiefonds werd gestort. Dit bedrag staat nog in de begroting om knelpunten in de nieuwe systematiek op te vangen. Bijvoorbeeld bij bovenmatig veel fricties binnen een team.
Verplichte beleidsindicatoren (www.waarstaatjegemeente.nl) Indicator
Periode Waarde
Formatie
2022
Bezetting
2022
Apparaatskosten
2022 €
Eenheid Beschrijving Bron FTE per 457 fte / 55.952 8,17 1.000 Eigen gegevens inwoners inwoners FTE per 437 fte / 55.952 7,81 1.000 Eigen gegevens inwoners inwoners
783,27
De uitgaven aan overhead, salarislasten en Kosten per inhuur derden zijn Eigen begroting inwoner als uitgangspunt genomen voor de apparaatskosten
Externe inhuur
2022
Kosten als Er is alleen % van totale gerekend met de loonsom + inhuur van derden, 2,4% Totale Frictie en inhuur Eigen begroting kosten van deskundigheid inhuur zijn niet externen meegenomen
Overhead
2022
8,8%
% van totale lasten
Eigen begroting
2
De volgende bedragen staan in 2022 begroot op de kostensoort inhuur deskundigheid: inhuur expertise/deskundigheid
Bedrag
Toelichting
raad/raadscommissies
4.430
rekenkamerfunctie
29.240
personele voorz.: algemeen
17.180 juridische ondersteuning
fysiek wijkbeheer: algemeen
36.540 asbestinventarisatie
onderh/bediening overzetveren
11.070
rmc regionale maatregelen VSV en JIKP
76.410
monumentenzorg/cultuurhistorie
20.200
asielzoekerscentrum drachten
6.210 Voor Tolken
inspecties kinderopvang en peuterwerk
104.100
wmo: uitvoeringskosten wmo (saza)
100.150 Juristen en WMO evaluatie
gebiedsteams fysiek exploitatie
Dit is de gehele begroting van Carins. Dit betreft dus niet inhuur van 7.109.240 expertise. We zijn er mee bezig om dit beter weg te zetten in de kostensoorten.
Voorzieningen en Zorg GGZ
88.000
preventieve gezondheidszorg
129.070 project gezond in de stad
preventieve gezondheidszorg
19.260 impuls kansrijke stad
ontwikkeling bestemmingsplannen
18.290
wabo: vergunningen/toezicht leges Totaal
70.040 Hus en Hiem
7.839.430
Vraag 3 (CDA) We willen graag reëel begroten. Er staan wel meer premature aannames in deze conceptbegroting zou deze begroting daarop alsnog gescand kunnen worden? Beantwoording: Dit betreft naar onze mening geen technische vraag. Dat er sprake zou zijn van premature aannames is geen feitelijke vaststelling, maar betreft een beoordeling door uw fractie. Als concreet aangeeft waar naar uw mening sprake is van een premature aanname is het aan ons college om daar bestuurlijk op te reageren. In zijn algemeenheid de conceptbegroting scannen op basis van uw vraag is dan ook niet aan de orde. Vraag 4 (CDA) De raad is nog in afwachting van een voorstel hoe om te gaan met doorgeschoven middelen. Antwoord Het college komt op korte termijn met een brief of voorstel hierover. Vraag 5 (CDA) De raad is in afwachting van een voorstel voor het afbouwen van de schuldposities in het kader van het Indammen van het renterisico voor de toekomst. Om te starten met de leningen niet op rekening-courant. Antwoord We zijn bezig met de voorbereiding van een nota reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen. Het door u aangevoerde punt komt daarin aan de orde.
3
2.
Programma's
DIENSTVERLENING Vraag 6 (ELP) Pagina 12 Klantcontact en interactie. De Newsroom houdt steeds meer en beter bij wat er leeft in de samenleving geeft u aan. a. wie zijn vertegenwoordigd in het burger- en het ondernemerspanel? Antwoord Als het burger- en ondernemerspanel operationeel is zal er een wervingscampagne opgezet worden om mensen enthousiast te maken om zich aan te melden voor een dergelijk platform. Mensen kunnen dan gelijk aan 'Peil.nl' en het '1 Vandaag panel' hun menig geven over allerhande zaken. b.
wat moeten wij ons voorstellen bij monitoring van sociale media?
Antwoord Wij monitoren nieuws en de social mediakanalen, maar ook de vragen die via telefoon of bij de balie worden gesteld. Zo kunnen wij inspelen op signalen vanuit de buitenwereld. Periodiek kijken we ook naar het gedrag van bezoekers van onze website. Hierop passen wij de structuur en de volgorde van de toptaken aan. Daardoor is het makkelijk voor de inwoner om zijn zaken te regelen. We stellen onszelf en de organisatie steeds de vraag welke vraag heeft de klant en welk organisatiedoel hangt hiermee samen? c.
Wat zijn concrete voorbeelden die hebben geleid tot verbetering van communicatie en dienstverlening?
Antwoord Een voorbeeld met impact op de korte termijn: Als er een actie is, zoals nu met de Groene bon, dan zitten wij samen met het KC en de projectleider aan tafel om te kijken hoe we het voor de klant zo gemakkelijk mogelijk kunnen maken. Bij deze specifieke actie bleek achteraf dat de voorwaarden niet duidelijk zijn. Het KC merkt dit dan als eerste. Ze krijgen tientallen telefoontjes per dag met ongeveer dezelfde vragen. We schakelen telkens met de projectleider, de ondersteuner en de betrokken communicatieadviseur om de vragen goed en snel te kunnen beantwoorden. Daarop plaatsen we bijvoorbeeld een nieuwsbericht op de website en een bericht op Facebook. Ook leveren wij de tekst aan voor de bevestigingsmail waarin alle vragen die aan de telefoon gesteld worden, zijn verwerkt. Een voorbeeld op de meer lange termijn met veel impact: De melding openbare ruimte is een toptaak op onze website. Dat zijn veelal meldingen over te hoog gras, onkruid of overhangende takken. Inwoners moesten via een ingewikkeld formulier op de website een melding doen en vervolgens lang wachten tot hun melding werd opgepakt. Daarover gingen ze tussentijds bellen en kregen medewerkers van het KC te maken met veel boze inwoners. Aan de hand van een klantreis hebben we de content op de website verbeterd en het formulier eenvoudiger gemaakt.
Het resultaat is nu dat het voor een inwoner makkelijker is om een melding te doen. De melding komt nu direct binnen bij Omgevingsbeheer Wijken. Het team kan de melding vaak direct oplossen. De klantreis is hierdoor behoorlijk ingekort omdat er minder contactmomenten nodig zijn om de melding af te handelen. Het team Omgevingsbeheer geregeld is ontlast en kan nu andere meldingen oppakken. De hoeveelheid telefoontjes van boze inwoners is ook afgenomen.
4
d.
professionaliseren is goed voornemen, maar staat haaks op het slecht bereikbaar zijn van het KCC: op welke termijn (exacte uiterlijke datum) zijn deze problemen verholpen?
Antwoord: Iedere dag zijn wij bezig met het verbeteren van de bereikbaarheid. Zowel van het KCC als van de collega's in de backoffice. De mindere bereikbaarheid van het KCC heeft twee oorzaken. Ten eerste kampen we met deze telefooncentrale met veelvuldige storingen en uitval waardoor we soms kortere of langere tijd niet bereikbaar zijn. Als we dan eenmaal weer bereikbaar zijn dan hopen de telefoontjes zich op waardoor de wachttijden oplopen. Hoewel we dan maximale capaciteit inzetten blijkt dat niet altijd voldoende. Ten tweede wordt de gemiddelde gesprekstijd langer omdat we steeds meer vragen aan de voorkant gaan beantwoorden. De gemiddelde gesprekstijd is daardoor opgelopen van 30 seconden in 2019 naar 3 min nu. Waardoor er meer capaciteit nodig is en die is er niet altijd. Binnenkort gaan we starten met een transitie om ook formatie uit de teams mee te laten komen met de taken die het KCC overneemt. Dit kan de capaciteitsproblemen oplossen. Vraag 7 (ELP) We werken toe naar beantwoording van 80% van alle vragen door het KCC. Op welk percentage zitten we nu? Antwoord We zitten nu op ongeveer 45-50%. Mede dankzij het programma dienstverlening hebben we stevig kunnen inzetten op het naar voren (naar het KCC) brengen van steeds meer enkelvoudige vragen. In 2022 moet dit een verder gevolg krijgen.
Eind 2022 willen we op 75% beantwoording van enkelvoudige vragen aan de voorkant zitten. Vraag 8 (PvdA) Vraag van de PvdA tijdens technische bijeenkomst met de raad over de vele klachten die hij hoort over de telefonische bereikbaarheid. Herkennen we dat, wat is oorzaak, wat is oplossing en wanneer? Antwoord Dit herkennen we. De vraag bij dit soort signalen blijft of het de bereikbaarheid van het algemene nummer betreft of de bereikbaarheid van de vakspecialisten. Helaas kunnen we dit nog niet meten. In 2022 zullen er 2 sporen ingezet worden om dit structureel te verbeteren. Ten eerste de nieuwe telefooncentrale. De huidige centrale vertoont erg veel storingen en uitval. Hierdoor zijn we regelmatig een tijdje niet of slecht bereikbaar. Ten tweede gaan we, als onderdeel van het programma dienstverlening, een uitgebreid meetinstrumentarium opzetten (o.a. burger- en ondernemerspanel) waardoor we goed kunnen meten of en hoe wij te bereiken zijn. Dat gaat ons helpen om de dienstverlening gericht te verbeteren. Vraag 9 (CDA) Klopt de aanname dat ‘dienstverlening’ met de laatste bijdrage van 750.000 euro in 2022 afgerond wordt? Hebben we hiermede in totaliteit 5,2 miljoen euro besteed? Is het hiermede dan ook afgerond en zijn er meetbare resultaten bekend van deze grote investering? Zo nee, wanneer is de evaluatie? Op pag.
18 .11 wordt nog organisatieontwikkeling genoemd, wij nemen aan dat dat ook onder dezelfde investering valt? Antwoord: Het klopt, dat het project met de laatste bijdrage financieel is afgerond. Er is echter in totaliteit geen € 5,2 mln. besteed. Met uw raad is de afspraak gemaakt om de gelden die in het betreffende jaar niet zijn gebruikt, terug te laten vloeien in de algemene middelen.
5
We hebben het volgende uitgegeven: 2019: Begroot: 1 miljoen: uitgegeven: € 679.098,27; terug naar algemene middelen: € 320.901,73; 2020: Begroot: 2 miljoen: uitgegeven: € 1.412.245,43; terug naar alg. middelen: € 587.754,47 2021: Het vrijgegeven bedrag van € 1,25 miljoen (was 2 miljoen maar na herschikking teruggebracht naar 1,25 miljoen) zal volledig worden besteed omdat er via Talentvol InBeweging vol wordt ingezet op de organisatieontwikkeling. Het programma dienstverlening zoals destijds opgezet zal medio 2022 worden afgerond, maar het verbeteren van de dienstverlening is een continu proces waar we mee door zullen blijven gaan. Bij voorkeur op basis van wat er in de buitenwereld leeft. Eind 2022 zal er een evaluatie van het programma plaatsvinden. Tussentijds wordt uw raad geïnformeerd over de voortgang via de rapportage grote projecten. Punt 11 op pagina 18 betreft de investering in formatie, zowel kwantitatief als kwalitatief. In de Kadernota zijn we daarop ingegaan. In de stukken die we u hebben gestuurd voor de discussie over de meerjarenraming hebben we dit concreet gemaakt. Graag verwijzen we daarnaar. Vraag 10 (CDA) Pag. 17; BAB-banen, wij mogen toch aannemen dat wij ons als gemeente houden aan deze minimale 2% afspraak? Of doen we dat niet? Antwoord: Team O&C Smallingerland wil graag dat meer mensen met een arbeidsbeperking deelnemen aan het arbeidsproces.
In 2019 zijn er daarom naast de huidige plaats twee extra doorstroomplekken binnen de organisatie gecreëerd voor mensen met een arbeidsbeperking. Daarnaast gaat er bij onze aanbestedingen werkzaamheden naar Caparis. Het werk bij Caparis wordt uitgevoerd door verschillende doelgroepen, waaronder mensen met een arbeidsbeperking. Op deze wijze realiseren wij banen voor de doelgroep. Wanneer we kijken naar de aan ons verbonden bedrijven en instellingen dan komen we boven de twee procent uit. Als we alleen kijken naar onze eigen gemeentelijke organisatie dan komen we uit op plusminus 0.75% De wetgeving op dit vlak gaat veranderen. De verplichte quotumregeling uit de Participatiewet wordt per 1 januari 2022 gedeactiveerd. Er is daarmee geen vooraf bepaalde aantal plaatsen welke wij jaarlijks als gemeente zouden moeten invullen. Er komt nu een nieuwe, versimpelde Quotumwet. Dit werkt als volgt: mochten (markt- en overheids)werkgevers als collectief onvoldoende banen realiseren voor mensen uit de doelgroep, dan wordt een bonus-malus regeling geactiveerd. Elke werkgever betaalt dan een inclusiviteitsheffing. Werkgevers die genoeg banen hebben gerealiseerd krijgen vervolgens een individuele bonus, zodat zij netto geen heffing betalen. Werkgevers die geen banen voor mensen met een arbeidsbeperking realiseren, ontvangen geen bonus maar betalen wel de inclusiviteitsopslag.
Werkgevers die meer dan het afgesproken aantal banen realiseren, ontvangen juist meer bonus dan ze aan opslag afdragen en gaan er netto op vooruit. Vraag 11 (CDA) Pag. 17: digitalisering dossiers meerdere malen heeft de raad aangegeven dat zij slechts de noodzakelijke wettelijke verplichting wil laten uitvoeren dan lijkt het ons tijd om deze wens niet meer op te nemen, waarom blijft dit aldoor vermeld? Antwoord: Op genoemde pagina staan geen wensen maar risico's genoemd. Het niet of slechts ten dele digitaal beschikbaar hebben van dossiers is een risico c.q. een omstandigheid welke op dit moment al extra kosten met zich meebrengt. De inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat dit versterken en vormt daarmee een financieel risico waarvan we ons bewust dienen te zijn. In de begroting worden over dit onderwerp verder geen voorstellen gedaan. Conform de 6
wens van de raad zal over dit onderwerp op korte termijn een afzonderlijk voorstel worden gedaan waarin nut en noodzaak middels een business case worden onderbouwd. Vraag 12 (CDA) Het ziekteverzuim blijft hoog zeker ook in vergelijking met andere gemeenten, wat is het plan van aanpak om dit terug te dringen? Antwoord: Het verzuimpercentage is t/m maart 2021 gestegen. Sindsdien is het dalend, maar nog steeds te hoog. Het zit vooral in de zeer lange verzuimduur. Uit analyse van langdurig ziekteverzuim (meer dan 6 weken) blijkt het volgende: - bij 38% is de oorzaak van het verzuim puur medisch; - bij 20% speelt een suboptimale match met de functie een belangrijke rol; - bij ruim de helft is een combinatie van factoren de oorzaak van het verzuim. We hebben een actieplan voor het terugdringen van het verzuim waarmee we stappen zetten met de arbodienst, de teammanagers en de medewerkers gericht op het terugdringen van het ziekteverzuim, loopbaanontwikkeling en duurzame inzet van de medewerkers. Ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid.
SOCIAAL DOMEIN Vraag 13 (ELP) A) Kwijtschelding zelfstandigen OZB is dit (wettelijk) mogelijk B) is hierover al eerder een besluit genomen in de raad? Antwoord: Kwijtschelding van OZB (en eventuele andere gemeentelijke belastingen) aan zelfstandigen (zijnde natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen) is wettelijk toegestaan. Het gaat dan uitsluitend over de privébelastingen. In de Kwijtscheldingsregeling is kwijtschelding van OZB uitgesloten. Indien de kwijtscheldingsregeling ook open wordt gesteld voor de onroerendezaakbelasting, kunnen alle eigenaren (van woningen en niet woningen), en niet uitsluitend zelfstandigen, in aanmerking komen. Bij de jaarlijkse vaststelling van de gemeentelijke belastingverordeningen wordt ook de Kwijtscheldingsregeling vastgesteld. In artikel 4 is opgenomen dat "Natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen kunnen niet in aanmerking komen voor kwijtschelding dan alleen op grond van artikel 26.3.1 van de Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Gemeente Smallingerland". Artikel 26.3.1 handelt over kwijtschelding bij schuldsanering. Achtergrond van deze uitsluiting is het feit dat het inkomen en vermogen van de zelfstandige getoetst moet worden aan de normen (100% bijstandsnorm en een vermogenstoets) voor kwijtschelding.
Het vaststellen of een schatting maken van het inkomen en vermogen van een zelfstandige is alleen mogelijk met een buitengewone administratieve last voor de gemeente en betrokkene. Vraag 14 (PvdA) Tijdens de technische sessie van de begrotingsbehandeling heeft de fractie de vraag gesteld of het kwijtschelden van schulden aan zelfstandigen die geraakt zijn door de toeslagenaffaire wel of niet mogelijk is. Antwoord De afgelopen weken hebben de Minister van SoZaWe en de VNG voor het kader aan te sluiten bij de regeling die de staatssecretaris van Financiën zal treffen voor het betalen van 7
private schulden. Op grond van deze regeling komen de achterstallige betalingen voor kwijtschelding in aanmerking. Dit geldt alleen voor ondernemingsvormen met persoonlijke aansprakelijkheid, zoals eenmanszaken, commanditaire vennootschappen, maatschappen en vennootschappen onder firma. Deze lijn wordt ook aangehouden voor gedupeerden die zich tot de gemeente hebben gericht voor en Bbz- of Tozo-lening bedrijfskapitaal. Dit betekent dat achterstallige betalingen worden kwijtgescholden en de hoofdsommen in principe niet. Nu het kader is uitgewerkt en gemeenten hierover zijn geïnformeerd, kunnen gemeenten ook starten met het kwijtschelden van deze achterstallige betalingen. Aangezien ons college al het besluit heeft genomen om te anticiperen op de nieuwe wet en dit besluit al gepubliceerd is, zullen wij ook gaan starten met het kwijtschelden van achterstallige betalingen op deze leningen. Vraag 15 (CDA) Pag. 26; het lijkt prematuur om aan te geven dat we de nota “cultuur is (g)een eiland” gaan uitvoeren de raad heeft hier nog geen oordeel over kunnen hebben en er ligt zelfs geen voorstel. Antwoord: De concept nota wordt binnenkort aan uw raad gepresenteerd. Uitvoering is uiteraard afhankelijk van de verdere behandeling door uw raad. Vraag 16 (CDA) Is het opnemen van o.a. de investering voor de St.
Lukas niet wat optimistisch opgenomen in de jaarschijf? Doorgeschoven middelen als onderwerp is nog niet afdoende besproken in de raad maar de raad heeft meerdere malen geconcludeerd dit realistischer gepland moet worden omdat de totaal post veel te hoog is. Wordt daar wel voldoende rekening mee gehouden? Antwoord: De planning voor de St. Lukas is een reële planning, opgesteld vanuit onderwijshuisvesting. Op basis daarvan is de aanvraag voor het krediet gedaan. Vraag 17 (CDA) Pag. 65; Graag uitleg bij tabel m.b.t. wijkatlas. Het bedrag wordt 3x genoemd, 1x € 50.000 en 2x € 38.000. Antwoord: Dit is een aanpassing van het opstellen van de wijkatlas van 1 maal per 2 jaar naar 1 maal per 4 jaar. In de herschikking was dit structureel verwerkt. Per saldo is nu de gewenste herschikking administratief goed in de begroting verwerkt. Vraag 18 (ELP) Hoe verhouden zich de kosten (inclusief kapitaalslasten) van het renoveren van het museum met uitbreiding en de energiekosten tot een eventuele nieuwbouw elders of tot samenvoeging met bijvoorbeeld de Bibliotheek of het Doesburghuis? Antwoord: Er is globaal gerekend aan passende en toekomstbestendige huisvesting voor het Museum. Zowel de investeringskosten als ook de exploitatiekosten (inclusief kapitaalslasten) van een nieuwbouwvariant zullen hoger zijn dan de kosten van renovatie en uitbreiding.
Dit is globaal onderzocht zonder dat we daarbij voor de nieuwbouwvariant een specifieke locatie op het oog hadden. Nader onderzoek is nodig om de exacte afmetingen, de technische randvoorwaarden en vervolgens de investeringskosten en exploitatiekosten te kunnen bepalen. Samenvoegen met het Van Doesburg Rinsema Huis (VDRH) of de bibliotheek is geen optie in de huidige situatie. Het VDRH is een museumwoning; qua grootte en inrichting 8
van de woning past Museum Dr8888 daar niet in of bij. Zelfs alleen de receptie van net museum past al niet in het VDRH. Dit ook nog los van de museale eisen die aan de huisvesting van een museum worden gesteld. De bibliotheek heeft ruimte te kort in het eigen pand. Zonder ingrijpende uitbreiding/aanpassing past Museum Dr8888 daar qua ruimte niet in, eveneens nog los van de museale eisen die aan de huisvesting van een museum worden gesteld. Vraag 19 (ELP) Wat zijn de oorspronkelijk overeengekomen kerntaken en KPI’s van de onderscheidende grote subsidiepartners (> 1 miljoen euro) en wat wordt nu uitgevoerd? Welke consequenties heeft een korting met 10% op de subsidie en in welk tijdsbestek zou zoiets geeffectueerd kunnen worden? Antwoord: De gesubsidieerde instellingen hebben van 2020-2023 te maken met het niet indexeren van de subsidies. Daarmee is een fors bedrag gemoeid. Dit trekt een zware wissel op de bedrijfsvoering van de instellingen, zeker in combinatie met de toename van maatschappelijke vraagstukken, toename van de complexiteit daarvan en het beroep dat wij als gemeente op de instellingen doen. Niet alleen gericht op het aanbieden van activiteiten en faciliteiten, maar ook in de samenwerking en afstemming met ons en andere maatschappelijke partners.
Bij eerdere herschikkingsrondes is aangegeven dat de kaasschaafmethode geen soelaas meer biedt; het vlees is van de botten. Verdere bezuinigingen zetten de bedrijfsvoering te veel onder druk en gaan leiden tot verlies van kwaliteit. De kans is reëel dat instellingen door de bodem zakken. Het gaat om structurele subsidies, grootste deel voor personele lasten en maatschappelijk vastgoed. Afbouw van subsidies moet in overleg en vergt een aantal jaren. Voor sommige taken die belegd zijn bij gesubsidieerde instellingen ontvangen wij een doeluitkering van het rijk of zijn wij co-financier. De uit te voeren activiteiten en projecten en prestatieafspraken zijn opgenomen in de uitvoeringovereenkomsten en activiteitenplannen die grondslag liggen aan de subsidieverlening. Kerntaken en KPI's zijn geen termen die wij daarbij gebruiken. Over de uitvoering vindt periodiek overleg plaats en indien nodig wordt er bijgestuurd. Vraag 20 (CDA) Het technisch beschrijven van de procedure om de subsidievoorwaarden aan te passen richting de grote subsidieontvangers (met als doel de opgebouwde reserves te verkleinen). Antwoord In de Beleidsregels subsidies welzijn, cultuur en sport Smallingerland 2017 is bepaald, dat de instelling, die een structurele gemeentelijke subsidie ontvangt een egalisatiereserve vormt. Deze reserve is bedoeld voor het opvangen van eventuele nadelige exploitatieresultaten.
Bepaald is dat de hoogte van de egalisatiereserve maximaal 15% van de omzet in het betreffende boekjaar mag zijn. Daarnaast mag de instelling met instemming voorzieningen vormen, mits wij daar vooraf mee hebben ingestemd. Noodzakelijke voorzieningen op grond van relevante wet- en regelgeving uitgezonderd. Voor het wijzigen van deze bepalingen is een wijziging van de Beleidsregels noodzakelijk. Dit is de bevoegdheid van het college. Dus geldt de procedure voor collegebesluiten, gevolgd door publicatie van de gewijzigde Beleidsregels. Om de wijzigingen voor te bereiden is overleg met de betrokken instellingen noodzakelijk.
9
Vraag 21 (ELP) Sportverenigingen zijn belangrijk voor de gezondheid en welbevinden van onze inwoners. Wat is het totaalbedrag betaalde OZB door deze verenigingen? Kan op enigerlei wijze de OZB-heffing teruggegeven worden als door clubs (onderhouds-)werkzaamheden aan het gemeentelijke sportcomplex worden uitgevoerd? Antwoord: Bij de privatisering van de sportaccommodaties heeft de raad indertijd de sportvelden vrijgesteld van ozb. Deze vrijstellingsbepaling is opgenomen in de verordening ozb. Voor de opstallen zijn de verenigingen in totaal € 58.000 aan OZB verschuldigd. Verdere kwijtschelding van OZB is niet mogelijk. Wel is er de optie van subsidiëren van maatschappelijke functies voor (een deel van) de OZB. Dit kan echter niet alleen beperkt worden tot veldsportverenigingen vanuit het gelijkheidsbeginsel. De optie van subsidiëren is eerder onderzocht; vanwege de complexiteit van een subsidieregeling en de hoogte van het bedrag is dit niet tot uitvoering gekomen. Onderhoud in eigen beheer van verenigingen is geen wenselijke optie. Onderhoud (zeker van kunstgrasvelden) vraagt deskundige voorbereiding en uitvoering. Continuïteit is belangrijk voor het behoud van kwaliteit en het kunnen voldoen aan de eisen van de sportbonden.
De ervaring bij ons en bij andere gemeenten die dit wel gedaan hebben, is dat alle sportvoorzieningen (buiten en binnen) waarvan het onderhoud in eigen beheer van sportverenigingen heeft plaatsgevonden bij de gemeente terugkomen omdat het qua financiën en organisatiekracht niet meer lukt. In die omstandigheden is er steevast sprake van achterstallig onderhoud, met meerkosten tot gevolg. Vraag 22 (ELP) Welke ervaring is er met de projecten KOEK, JOGG en Ouderen sterker maken opgedaan bij verbetering van de gezondheid van deze diverse groepen? Wat zijn de jaarlijkse kosten voor de gemeente en wat zijn de meetbare effecten in gezondheid? Antwoord: KOEK (klimmen op eigen kracht) is een bepaalde methodiek. Voor de implementatie daarvoor is destijds een startsubsidie verstrekt. De methodiek wordt, indien relevant, ingezet door de MOS. Omdat het een werkwijze is wordt het niet specifiek gesubsidieerd. Voor JOGG geldt dat het om rijksmiddelen gaat. De inzet van JOGG (jongeren op gezond gewicht) is in 2018 onderzocht. Het resultaat is positief. Het overgewicht in JOGG-wijken was ten opzichte van de rest van de gemeente gedaald. JOGG wordt betaald uit rijksmiddelen. Het project Ouderen sterker maken is bij ons niet bekend. Vraag 23 (ELP) Het sociaal domein is terecht hoog geprioriteerd. Wij zijn een sociale gemeente en willen dat graag blijven.
Carins heeft een prominente rol en raakt daarin ingewerkt. Wij vragen van het college ervoor te zorgen dat de juiste zorg voor de juiste prijs wordt geleverd en aan ons aan te geven op welke wijze en binnen welke termijn inkomsten en uitgaven voor het sociaal domein naar verwachting weer in evenwicht zijn? Wij vragen ook waar het college verder mogelijkheden ziet om op de kosten, - uitdrukkelijk niet op de zorgverlening - te besparen en welke bedragen mogen we dan aan denken? Antwoord: Binnen het sociaal domein is een aantal opties om besparingen te realiseren onderzocht. Deze zijn meegegeven aan de raad in de 2 rondes herschikkingen die de revue hebben gepasseerd. Met de voorstellen die hierin zijn gedaan, zijn de mogelijkheden die vanuit de inhoud van het SD gezien zijn, aan u als raad voorgelegd. Uiteraard zijn er meer mogelijkheden om te bezuinigen, maar dan worden de gevolgen direct merkbaar voor onze inwoners. 10
Binnen het SD proberen we op verschillende manieren het kostenbewustzijn in te passen in onze reguliere werkzaamheden. Dit gaat van het bewust maken en houden van het kostenaspect bij de consulenten van Carins en in de uitvoering binnen de gemeentelijke organisatie, het optimaliseren van onze werkprocessen om het werk zo efficiënt mogelijk te organiseren en dus zoveel mogelijk budget te kunnen besteden aan onze inwoners als tot het controleren van de facturen van onze grote en kleine kosten posten om te checken of de prestatie daadwerkelijk geleverd is. Regulier onderdeel van het werk binnen het SD (maar natuurlijk ook breder in onze organisatie) is het steeds weer nagaan of iets beter kan en de kosten omlaag kunnen. FYSIEK DOMEIN Vraag 24 (CDA) Op pag. 38 staat dat de uitbreiding van toe te voegen woningen 1000 bedraagt, wij zouden daar graag aan toegevoegd willen zien dat dat exclusief de zogenaamde inbreidingsplannen is. Inbreiding telt niet mee in het afgesproken contingent met de provincie en biedt wel mogelijkheden die nog niet voldoende benut lijken te worden. Wij willen deze bewustwording graag vergroten, misschien dat dat zo lukt? Antwoord: Onder verwijzing naar bijlage B van de door de gemeenteraad vastgestelde Woonvisie 2020 - 2025 bedraagt het programma (inclusief overprogrammering van 250 woningen) 1.100 woningen.
Inbreiding telt wel mee, maar wordt gecorrigeerd voor de bij inbreiding te slopen woningen. Vraag 25 CDA) Wat is de stand van zaken van ‘Doarpen yn ’t Grien’ wat kan op dat gebied nog (zonder grote problemen) doorgeschoven, uitgesteld of afgesteld worden? Antwoord: Doarp yn 't grien – Drachtstercompagnie wordt dit jaar afgerond. In 2020 hebben de dorpen De Wilgen en Opeinde op uitnodiging van de gemeente Smallingerland samen met Landschapsbeheer Friesland projectvoorstellen ingediend bij de gemeente en provincie. Voor beide projecten heeft de gemeente Smallingerland een financiële bijdrage aan de dorpsgemeenschappen toegezegd (2x €50.000). Ook de provincie Fryslân heeft vanuit het Iepen Mienskipsfuns voor deze projecten subsidie verleend. De dorpsgemeenschappen zijn inmiddels met een eigen groencommissie actief met het uitwerken van de maatregelen die ze de komende jaren willen gaan uitvoeren. Gelet op de stand van zaken kunnen deze projecten niet meer worden doorgeschoven, uitgesteld of afgesteld. Er zijn voor 2022 geen nieuwe aanvragen ingekomen. Vraag 26 (ELP) Aan de orde is geweest de afschrijvingstermijn van de rioleringen met 5 jaar te verlengen, dus 55 i.p.v. 50 jaar. Dit blijkt niet doorgevoerd, maar kunt u wel aangeven hoe dat per jaarschijf uit zal kunnen werken op de begroting? Antwoord: Rioleringen worden al gedurende een reeks van jaren in 55 jaar afgeschreven.
Daarnaast wordt er uitgegaan van een technische levensduur van 62 jaar. Dit is ook zo opgenomen in het vGRP, dat door uw raad is vastgesteld op 25 mei jl. Een wijziging in deze beide uitgangspunten heeft overigens alleen effecten op de heffingen voor het vGRP, en niet op de gemeentelijke begroting.
11
Vraag 27 (CDA) Voorstel waarin onderzocht zou worden of eventueel overstappen naar Omrin interessant zou kunnen zijn.Fkpi Antwoord U ontvangt hier deze week een brief over van ons college. Vraag 28 (ELP) Wat is de financiële opbrengst als de afschrijvingstermijn van al het rijdend materieel van de gemeente met 1 jaar wordt verlengd? Antwoord: Op deze vraag is niet eenvoudig een eenduidig antwoord te geven. Van het rijdend materieel is de afschrijvingstermijn gerelateerd aan de verwachte technische levensduur. Momenteel is dat bij de meeste voertuigen bepaald op 10 jaar. In het 10e jaar wordt sowieso gekeken naar de technische staat en of de vervanging uitgesteld kan worden. Door nu de afschrijvingstermijn met een jaar te verlengen, wordt ook automatisch de technische levensduur met een jaar verlengd. Dit houdt in dat de voertuigen een jaar langer door moeten rijden dan eerder was ingeschat. Hiermee loop je risico's van resterende boekwaarden als dit technisch niet mogelijk is en normaliter zijn de onderhoudskosten de laatste jaren het hoogst. Daarnaast wordt een deel van het (duurdere) rijdend materieel vervangen vanuit de exploitatie van heffingen (afvalstoffen/GRP). Lagere lasten leveren hier geen financieel voordeel op voor de algemene middelen.
Om toch een beeld te geven, puur op de afschrijvingstermijn: Bij 10 jaar is de jaarlijkse afschrijving 10% van aankoopprijs en bij 11 jaar 9%. Bij een voertuig van € 50.000 scheelt dat dan € 500 per jaar. Vraag 29 (ELP) Wat zijn de financiële voordelen om gedurende 1 jaar een investeringsstop in te voeren in vervanging en aanschaf nieuwe middelen? Antwoord: Dit kan leiden tot een eenmalig financieel voordeel op de kapitaallasten van de investeringen. Bij een aantal investering, zoals bij rioleringen, is dit niet mogelijk of levert dit geen voordeel voor de algemene middelen op. Vraag 30 (ELP) Bij de begroting van 2019 is een motie aangenomen om de pont De Grietman te vervangen (door een aluminiumpont), geschikt voor een bemensing zonder vaarbewijs. Hierdoor kan dit veer net als de rest in de pontjesroute op vrijwilligers varen en daarmee kunnen ook de tarieven in lijn blijven met de andere pontjes. a. Wat is de reden dat deze motie na twee jaar nog niet is uitgevoerd? b. In het geval de uitvoering nog niet is voorbereid, bent u wel bereid om die motie uit te voeren? Antwoord: De Grietman is een paar jaar geleden gereviseerd en er is nu geen noodzaak de pont extra snel te vervangen vanwege vermeende hoge onderhoudskosten. Vastgesteld wordt dat de capaciteit van de huidige pont in de "coronatijd" lange wachtrijen heeft voorkomen en recreanten vlot heen en weer konden.
Het tarief van € 1,50 wordt door nog twee pontjes in de route "8 van Grou" gehanteerd. In het kader van Waterfront Drachten (als onderdeel van Oostelijke Poort Friese Meren) werken we aan het realiseren van een nieuwe duurzame pontverbinding bij Drachten. Hierbij wordt ook de mogelijkheid voor de inzet van vrijwilligers betrokken. Over de stand van zaken 12
t.a.v. het project Waterfront Drachten en de realisatie van de Fietspontverbinding bent u onlangs tijdens een informatiebijeenkomst in oktober geïnformeerd. Vraag 31 (ELP) Pagina 47/58 Kade industriehaven Drachten. Hoe verhoudt zich de opmerking op pagina 58 ‘naast faciliteren zetten we als gemeente zelf in op het op orde houden van de randvoorwaarden’ tot de opmerkingen op pag. 47 ‘het blijkt dat de kaden aan onderhoud en vervanging toe zijn, er is besloten nader onderzoek te doen: a. Is er voor de kaden geen structureel onderhoudsplan? b. Zijn er geen reserveringen gedaan om in onderhoud te voorzien? Antwoord: a. Het dagelijks onderhoud van de kades is meegenomen in Beheer Kapitaalgoederen, onderdeel Kunstwerken. b. Kosten voor groot onderhoud en vervanging van de kades zijn bij de Kadernotitie Beheer Kapitaalgoederen (IBOR) buiten beschouwing gelaten en als risico benoemd. Hierbij is aangegeven dat uit nader onderzoek moet blijken wat daadwerkelijk nodig is voor vervanging en hoeveel budget noodzakelijk is. De eerste onderzoeken zijn uitgevoerd, zodat nu renovatieplannen worden gemaakt. De uitkomsten daarvan worden meegenomen in de geactualiseerde IBOR. Hierbij is echter de uitkomst van het wel of niet upgraden van de vaarweg Drachten, naar CEMT-klasse V, van belang voor de keuze van de renovatiemaatregel. Vraag 32 (CDA) Pag.
50; GRP en wegwerkzaamheden werden altijd al gecombineerd wat is de oorzaak van deze extra plus op de werkzaamheden qua budget? Antwoord: Bij vervanging van het riool werd voorheen de bestrating direct meegenomen, als deze binnen enkele jaren ook aan vervanging toe was. De kosten konden dan gedeeld worden tussen het GRP en het budget voor wegen. Voor de kadernotitie Beheer Kapitaalgoederen is in 2018 berekend dat er in de eerste jaren geen wegen hoefden te worden vervangen op basis van een technische levensduurberekening. Daarbij is echter voorbijgegaan aan het feit dat de werkzaamheden voor GRP en wegen veelal tegelijkertijd worden uitgevoerd. Door alsnog middelen voor vervanging van wegen beschikbaar te stellen, kunnen de werkzaamheden weer gelijktijdig worden uitgevoerd en de kosten gedeeld. Vraag 33 (CDA) Pag. 51 - Sloop zwembad De Welle kan dat niet in de grondexploitatie verwerkt worden? Antwoord: Op 16 mei 2017 is in een raadsvoorstel de sloop van het huidige zwembad benoemd. In het voorstel is een bedrag van € 488.000 eenmalig gevraagd om in de begroting op te nemen. Dat is ook gebeurd. In datzelfde voorstel is ook aangegeven dat er geen rekening is gehouden met opbrengsten voor deze locatie en dat voor de herontwikkeling van de vrijkomende locatie een grondexploitatie wordt opgesteld.
De sloopkosten en mogelijke saneringskosten van de huidige Welle zijn fors en passen niet binnen een op te stellen grondexploitatie. De kosten voor het bouwrijp maken (niet zijnde de sloopkosten) wordt opgenomen in de grondexploitatie.
13
ECONOMIE Vraag 34 (CDA) Wanneer staan alle afgesproken bijpraatsessies grote projecten in de planning? Dit jaar zijn ze toch nog niet allemaal geweest? Antwoord: Onlangs hebben wij u de eerste raadsrapportage grote projecten gestuurd. Vanaf 2022 ontvangt u de rapportage tweemaal per jaar, de eerste in de maand april en de tweede in de maand oktober. Conform het bij de vaststelling van de Leidraad grote projecten aangenomen amendement van het CDA en andere partijen, zijn wij graag bereid om dit verslag in een bijpraatsessie met de raad te bespreken. Overeenkomstig de huidige werkwijze kan daarnaast incidenteel op ons of uw verzoek een voorlichting worden georganiseerd over een specifiek project. Vraag 35 (CDA) Pag. 58; Wanneer een project qua budget hoger of lager uitvalt, verwacht de raad tijdig aanvullende besluitvorming, dat is toch de lopende afspraak qua werkwijze, dat gebeurt helaas niet altijd. Wij gaan ervan uit dat dit de zoals beloofd beter opgevolgd gaat worden, daar mogen wij toch op rekenen? Antwoord: Met onze brief van 29 april 2020 (kenmerk 77877) zijn we ingegaan op het financieel beheer en bevoegdheden. Wij handelen in lijn met hetgeen in de brief is aangegeven. In de brief wordt ook ingegaan op de overheveling van budgetten en de vernieuwing van de P&Ccyclus.
Over de overheveling van budgetten ontvangt u binnenkort een voorstel, terwijl de modernisering van de P&C-cyclus inmiddels is ingezet. Vraag 36 (ELP) Pagina 60 Vaarweg Drachten. De verdeling van de toegezegde bijdrage van 15 miljoen van Smallingerland en de havenondernemers is 10 miljoen gemeente en 5 miljoen ondernemers. Bij de presentatie werd destijds vermeld, dat de verhouding 9 miljoen en 6 miljoen was. Waar zit het eventuele verschil c.q. de omissie in genoemde verdeling tussen partijen? Antwoord: Het is ons niet bekend waar de verdeling zoals de ELP die noemt vandaan komt. We hebben altijd gesproken over een verdeling 10 miljoen bij te dragen door de gemeente en 5 miljoen door de haven-gebonden ondernemers. Vraag 37 (CDA) Pag. 60; Stadshart Drachten; mooi initiatief maar wat is de einddatum c.q. datum gereed product? Antwoord: Voor 16 november 2021 om 17.15 uur staat een presentatie voor de raad over dit onderwerp gepland. Daarin zullen we ook het proces en de planning bespreken. Vraag 38 (ELP) Waterberging staat als laag geprioriteerde kerntaak in het eindrapport. Wij vragen ons af met het oog op klimaatverandering - of die lage prioritering het risico op overlast met zich meebrengt in de waterafvoer bij hevige regenbuien? Wat zijn de financiële kaders, zijn die ook voor de toekomst toereikend en is eventuele aanvullende financiering mogelijk zonder lastenverzwaring?
14
Antwoord: In bijlage 2 bij de "kerntaken en zoekrichtingen gemeenteraad" zijn we hier ook op ingegaan en hebben we het volgende aangegeven: "Wat ons betreft heeft waterberging juist een hoge gemeentelijke prioriteit. Sterker nog: Binnen de Waterwet zijn de onderstaande gemeentelijke zorgtaken op het gebied van water ondergebracht namelijk: a. Afvalwater; b. Hemelwater; c. Grondwater; Sinds de invoering van de Waterwet waarbij het GRP is uitgebreid met de zorg voor het hemel‐ en het grondwater is er sprake van de verbrede rioolheffing (vGRP). Die zorgt ervoor dat ook kosten die voortvloeien uit de aanleg en het beheer van voorzieningen voor hemelwater en grondwater uit de rioolheffing betaald worden. In 2018 is het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) toegevoegd aan het Nationale Deltaprogramma. Dit DPRA heeft als doel: een klimaatbestendige en water robuuste inrichting van Nederland; Dit betekent dat vanaf 2020 bij iedere ruimtelijke ingreep rekening moet worden gehouden met weersextremen. In 2050 moet de aanpassing van de stedelijke omgeving op deze weersextremen volledig gerealiseerd zijn. Deze lasten komen volledig ten laste van het vGRP. Het is nog niet duidelijk welke investeringen er in onze gemeente moeten plaatsvinden om aan de gestelde eisen in het DPRA te voldoen. Hiervoor zijn diverse onderzoeken nodig.
Zodra hier meer zicht op is en duidelijk is hoe hoog de investeringen de komende jaren zullen uitvallen, komen we hierop terug. Zie ook o.a. pagina 23 van het in 2021 vastgestelde: Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Smallingerland 2022-2025." Vraag 39 (ELP) Smallingerland wil een goed flora- en faunabeheer voeren met een daarop afgestemd maaibeleid, dat niet ten koste mag gaan van veiligheid, woon- en speelplezier en gastvrijheid. Wij verzoeken het college daarom met financieel onderbouwde voorstellen te komen voor een maaibeleid dat aan deze kaders voldoet en welke keuzes daarin mogelijk zijn, eventueel met meerkosten en hoe die gedekt kunnen worden zonder lastenverzwaring? Antwoord: In bijlage 2 bij de "kerntaken en zoekrichtingen gemeenteraad" zijn we hier ook op ingegaan en hebben we het volgende aangegeven: "De gemeente moet de openbare ruimte zo beheren dat deze veilig is. Dat geldt ook voor het maaien van gazons. Mocht het maaibeleid leiden tot onveilige situaties bij verkeerskruisingen dan wordt dit aangepast. Daarvoor gebruiken we ook de ervaringen van het afgelopen jaar. Het is mogelijk om ook andere gazons weer wekelijks te maaien, maar dat betekend wel dat er op andere plekken, die nu wekelijkse gemaaide worden, nog maar 2x per jaar (extensief) wordt gemaaid.
Hierdoor blijft het totaal aan oppervlakte extensief maaien gelijk, waardoor de herschikking van €115.000 voor minder maaien in stand blijft. Het alternatief is om in totaal minder extensief te maaien, maar dat zal meer geld kosten. Binnen de bestaande beleid van sober en doelmatig voor het groenonderhoud is daarvoor geen financiële ruimte. Er zal dan extra budget beschikbaar moeten worden gesteld. Vooreerst adviseren wij alleen onveilige verkeerssituaties aan te passen en dit te compenseren op ander plekken die nu wekelijks worden gemaakt."
15
3. Paragrafen Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Vraag 40 (CDA) Pag. 78; Hoe reëel zijn de genoemde bedragen van € 100.000 vermeld bij de risico’s als dit slechts een bedrag is om een bedrag te noemen dan zegt een p.m.-post o.i. evenveel. De wethouder gaf aan dat het een wens c.q. opdracht van de raad is maar als deze invulexercitie ons niks dichter bij de werkelijkheid brengt dan is deze werkverschaffing toch nutteloos? Antwoord: We zijn bezig met de voorbereiding van een nota reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen. Het door u aangevoerde punt komt daarin dus aan de orde. Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Vraag 41 (CDA) Pag. 84; Niet indexeren prijsstijgingen; dit was als bezuiniging bedoeld en daarom bevreemd het ons te lezen dat deze prijsstijgingen via de Corap alsnog gewoon uitgegeven zijn, dat is toch niet zoals bedoeld of afgesproken? Antwoord: Uw veronderstelling klopt niet. De herschikking van het niet indexeren van de materiële kosten is gerealiseerd. Onder de paragraaf Risico's wordt echter aangegeven dat daarom in principe niet meer kan worden voldaan aan de Kadernotitie Beheer Kapitaalgoederen (IBOR). Het niet indexeren van materiële kosten komt bij de actualisatie van kadernotitie Beheer Kapitaalgoederen aan de orde, waarbij het budget met de inflatiecorrectie gerepareerd moet worden. Er is ook nog sprake van een tweede effect nl.
de prijsstijgingen van materialen van de laatste tijd. Deze kosten worden geactiveerd en meegenomen in de meerjarenbegroting (Kadernota 2023). Paragraaf lokale heffingen Vraag 42 (CDA) Pag.81; T.o.v. het landelijk gemiddelde blijft Smallingerland aan de hoge kant qua woonlasten en t.o.v. Friesland zeker, wat is hiervan de oorzaak en hoe deze scheefgroei recht te trekken? Antwoord: De hoogte van de woonlasten is het gevolg in het verleden gemaakte keuzes. De woonlasten in Smallingerland zijn in 2021 € 824, en dat is 1,6% hoger dan de landelijke woonlasten (gemiddeld € 811). Ten opzichte van vorig jaar is het verschil afgenomen met globaal 3%. De verwachting is dat het verschil de komende jaren verder zal afnemen omdat de rioolheffing voor eigenaren in onze gemeente een aantal jaren op hetzelfde bedrag blijft staan, terwijl andere gemeentes deze waarschijnlijk zullen ophogen met een inflatiecorrectie.
16
Paragraaf financiering Vraag 43 (ELP) Wat heeft 1% rentestijging bij leningen voor effect op de exploitatie? Antwoord: Bij de berekening van de kapitaallasten voor nieuwe investering wordt rekening gehouden met 1% rente. Gezien de huidige rentestand verwachten we dat dit realistisch is. Indien de rente met 1 procent stijgt zal hiervoor ruimte moeten worden gezocht in de begroting. Vraag 44 (CDA) Pag. 86; de interne rentevoet geeft aanleiding tot grote zorgen, onderaan deze pagina staat de algemene uitleg over kasgeld en de maximale 3 kwartalen, wat is de stand van zaken daaromtrent? Antwoord: We maken momenteel gebruik van kasgeld, wat gebruikelijk is. We houden dit in de gaten en wanneer nodig wordt overgegaan naar lange financiering. Dit staat nog voor 2021 in de planning. Paragraaf bedrijfsvoering Vraag 45 (ELP) Pagina 89. Verbetering bedrijfsvoering o.a. modernisering P&C-cyclus ofwel P&C Expertise: Waaruit mag blijken dat dit nu wel is te realiseren, daar waar deze initiatieven in 2018 geen draagvlak hadden binnen de organisatie? Antwoord: Wij hebben alle vertrouwen in de realisering van de modernisering van de P&C-cyclus en de andere verbeteracties waar de organisatie aan werkt en die in de begroting zijn benoemd. We zien ook de betrokkenheid en de inzet van de organisatie om hierin een slag te maken.
Dat onze bedrijfsvoering verbeterd moet worden, werd onlangs bevestigd door de accountant in het verslag van bevindingen van de jaarrekeningcontrole. Wij hebben uw raad naar aanleiding van een motie toegezegd om voor 1 december as met een plan van aanpak te komen waarin we aangeven hoe de interne beheersing verbeterd kan worden, wat de planning is van de verbeteracties en welke financiële middelen nodig zijn. De in de begroting benoemde acties zullen daar onderdeel van uitmaken. Met u onderstrepen wij de urgentie om tot verbetering te komen. Vraag 46 (CDA) Pag. 89; ‘rechtmatigheid’ wordt een verantwoordelijkheid van het college, de accountant gaat dit los laten, hoe betrouwbaar is deze verantwoording te noemen als het niet meer extern getoetst gaat worden. Zeker gezien het recente verslag van bevindingen van de accountant stemt dit toch tot grote bezorgdheid? Hoe kunnen we dat oplossen? Antwoord: Door aanpassing van de Financiële Verhoudingswet, de Gemeentewet en andere lagere regelgeving moet het college zelf een rechtmatigheidsverantwoording opstellen, die opgenomen zal worden in de jaarrekening. Echter gaat de accountant dit onderwerp niet loslaten, alleen anders benaderen. De accountant zal de getrouwheid van de collegeverantwoording toetsen wat betekent dat zij na gaan op welke wijze het college tot haar uitkomst is gekomen en of die uitkomst betrouwbaar is.
De accountant neemt zijn oordeel hieromtrent mee in zijn totale oordeel over de jaarrekening.
17
Vraag 47 (ELP) Pagina 90. Communicatieve organisatie; We ontwikkelen een communicatie-toolbox. a. Is dit een herhaling van b.v. schuivende panelen, Eastermar e.d. waar destijds geconcludeerd werd, dat het frontoffice een warm bad was, maar alles erna een ijskoude douche? b. Bevestigt u hiermee feitelijk dat alle eerdere goed bedoelde trajecten zijn mislukt en er in 2022 wordt begonnen aan een nieuwe ronde, nieuwe kansen? c. Met welk prijskaartje? d. Wordt gezien alle eerdere opgestarte trajecten en de wisseling van het college in de nabije periode de kans op een succesvol trajectverloop niet erg klein? Antwoord: Werken aan een communicatieve organisatie is een continu proces en is niet gekoppeld aan een bestuursperiode. Betrouwbaar, persoonlijk en open communiceren staat centraal. De inzet daarvoor stopt niet na een bepaald project. De ontwikkelingen op het gebied van communicatie staan immers ook niet stil. De communicatieadviseurs letten bij alle communicatieve uitingen of deze voldoen aan de genoemde criteria. Daarnaast ontwikkelt communicatie een toolbox. Hiervoor zijn geen extra middelen nodig. Het gaat om het ontwikkelen van handige formats, templates waarmee communicatie de organisatie coacht en faciliteert in het gebruik van communicatieve middelen en in communicatievaardigheden. Vraag 48 (CDA) Pag.
91; Huisvesting – heel graag voorstel aanbieden voor verkiezingen, gaat dat lukken? Antwoord: Deze week wordt de gemeenteraad in een brief geïnformeerd over de huisvesting van Carins en de ambtelijke organisatie. 4.
Bijlagen
Bijlage H Subsidiestaat Vraag 49 (ELP) Pagina 111. Met de subsidieontvangers is afgesproken dat de indexering t/m 2023 op 0% is gezet. Waarom is de subsidie in lijn met 0% in 2021 en 2022 bij een aantal gelijk, maar bij een paar andere niet en is daar wel een verhoging voor 2022 ten opzichte van 2021 opgenomen? Enkele subsidies zijn gestegen in het overzicht van bijlage H hoe komt dat? Antwoord: De verhogingen die in het overzicht te zien zijn komen voort uit huurverhoging van de gemeentelijke gebouwen en deze worden door de gemeente weer gesubsidieerd. Het betreft dus geen verhoging van de subsidie in de exploitatie.
18
II Vragen over voorstellen meerjarenbegroting 2022 – 2025 Vraag 1 (Groen Links) In de toelichting voorstellen meerjarenbegroting lezen we op pagina 2 bij implementatie gedragscode soortbescherming dat het gaat om 21.000 euro structureel en 60.000 euro incidenteel in scenario 3. Wat ons opvalt is dat het incidentele bedrag van 60.000 euro in het invulschema onder scenario 2 valt en de structurele kosten onder scenario 3 vallen. We zouden daarom graag een nadere specificering van de kosten en de daarbij behorende taken willen ontvangen. Wat is de reden waarom de incidentele kosten wel en de structurele kosten niet onder scenario 2 in het invulschema vallen? Antwoord: De huidige gedragscode is in 2016 geactualiseerd. Deze is nog gebaseerd op de Flora- en faunawet. Inmiddels is de nationale natuurwetgeving in Nederland gewijzigd en vastgelegd in de Wet natuurbescherming (2017). Dit is dus een wettelijke taak, waar de gemeente Smallingerland aan moet voldoen. De Gedragscode soortbescherming van Vereniging Stadswerk voldoet aan de Wet natuurbescherming en is voorbereid op de aankomende Omgevingswet die deze per 1 januari 2022 zal vervangen. De gedragscode is bedoeld voor alle Nederlandse gemeenten. In deze gedragscode worden aanvullende voorwaarden geformuleerd om de gedragscode het gewenste specifiek lokale karakter van een gemeente te geven.
Voor de gemeente Smallingerland dient dit specifiek te worden gemaakt om gebruik te kunnen blijven maken van ontheffingsplicht die de gedragscode biedt. Zo moet er een gemeente brede inventarisatie worden uitgevoerd om de beschermde planten diersoorten op basis van de Wet natuurbescherming binnen de gemeente in beeld te brengen. Deze soortgegevens dienen actueel gehouden te worden. De geldigheidstermijn is afhankelijk van het inventarisatieprotocol maar ook van de kwetsbaarheid van de soort. Hiervoor geldt een inventarisatiefrequentie voor van respectievelijk drie en vijf jaar. Deze gegevens worden betrokken bij werkprotocollen (plan van aanpak) om negatieve effecten op (lokale) populaties van beschermde dieren en planten te voorkomen of te beperken. Daarvoor wordt er met deze gedragscode een degelijke procedure doorlopen vanaf de voorbereiding tot en met de realisatie en wordt biodiversiteit aantoonbaar behouden. Bij het op stellen van de werkprotocollen voor ontwikkelingen, (her)inrichtingen, (bestendig) beheer of onderhoud binnen de gemeente kunnen aanvullende ecologische onderzoeken noodzakelijk. Deze financiële impact is op voorhand lastig in te schatten. Hiervoor is een structurele stelpost voor opgenomen. Echter dit is een inschatting. N.a.v. voorgaande betreffen het de volgende kostenposten:
Eenmalig 2022: gemeente brede inventarisatie van de beschermde soorten: € 60.000,-
Eenmalig 2025: actualisatie beschermde soorten na 3 jaar: € 20.000,-
Structurele kosten: abonnement nationale databank Flora- en fauna (€ 6.000,-) en jaarlijkse nadere onderzoeken (€ 15.000,-)
In het invulschema is dit per abuis onder 2 gezet in plaats van onder 3. Ondanks dat dit een wettelijke taak is, is dit als laag geprioriteerd.
19
Vraag 2 (Groen Links) In de toelichting voorstellen meerjarenbegroting lezen we op pagina 3 bij aanpak overlast door groen en fauna het volgende: "Met dit aanvullende budget en de huidige budgetten te bundelen geeft flexibiliteit in de oplossing naar onze burgers en op termijn een kostenbesparing doordat de oorzaak beter aangepakt kan worden". - Wat is de te verwachten kostenbesparing en in hoeverre kan daarmee de structurele investering gedekt worden? Antwoord: Door deze budgetten te bundelen kunnen we de klachten flexibeler en structureel bestrijden. Dit levert op termijn een kostenbesparing op. De hoogte van de besparing is op voorhand lastig in te schatten. Vraag 3 (Groen Links) In de toelichting voorstellen meerjarenbegroting lezen we op pagina 15 bij extra toeristenbelasting dat de toeristenbelasting in beginsel een algemene belasting is. - Wat is de reden waarom in het invulschema deze extra toeristenbelasting pas in 2023 en niet al in 2022 wordt verhoogd? Antwoord: De toeristenbelasting zoals vorig jaar door de raad is vastgesteld wordt per 2022 ingesteld. Daarvan komt de hele opbrengst ten goede van de toeristische sector. Deze aanvullende toeristenbelasting stellen we voor in 2023 te laten ingaan, vanwege de voorbereidingstijd en omdat we de middelen in 2022 nog niet nodig hebben.
Vraag 4 (Groen Links) In de toelichting kerntaken lage prioriteit en reactie op zoekrichtingen gemeenteraad lezen we op pagina 7 bij huisvesting Carins dat de plannen om Carins in een aparte vleugel bij het gemeentehuis te vestigen, zijn bevroren omdat de gemeenteraad geen geld beschikbaar heeft gesteld voor de verbouwing van het totale gemeentehuis. - Welke (structurele) kosten zijn er gemoeid bij de tijdelijke huisvesting van Carins? - Maakt de gemeente daardoor extra kosten, zo ja wat is dan het verschil? Antwoord: Deze week wordt de gemeenteraad in een brief geïnformeerd over de huisvesting van Carins en de ambtelijke organisatie.
Drachten, 27 oktober 2021
20