CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5.1 Ontwerp Begroting 2025 en MJR Marrekrite 2026-2028

Het Debat 21 mei 2024, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Marrekrite Concept Jaarstukken 2023 & Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026-202812.533 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerpbegroting 2025 Meerjarenraming 2026-2028

Inhoud

1

Begroting 2025................................................................................................................................ 4 1.1

2

1.1.1

Deelnemersbijdragen ...................................................................................................... 4

1.1.2

Vervangingsinvesteringen................................................................................................ 5

1.1.3

Liquiditeit ......................................................................................................................... 7

1.1.4

Begrotingsresultaat ......................................................................................................... 7

1.2

Samenstelling bestuur en organisatie ..................................................................................... 8

1.3

Leeswijzer ................................................................................................................................ 8

Beleidsbegroting ............................................................................................................................. 9 2.1

Programmaplan ....................................................................................................................... 9

2.1.1

Beleidskader .................................................................................................................... 9

2.1.2

Programma’s.................................................................................................................... 9

2.2

Programma Bedrijfsvoering ................................................................................................... 10

2.2.1

Wat willen we bereiken en wat gaan we doen? ............................................................ 10

2.2.2

Huisvesting .................................................................................................................... 10

2.2.3

Personeel ....................................................................................................................... 10

2.2.4

Wat mag het kosten? ..................................................................................................... 10

2.3

Programma Waterrecreatie ................................................................................................... 11

2.3.1

Wat willen we bereiken en wat willen we gaan doen? ................................................. 11

2.3.2

Wat gaat het kosten? ..................................................................................................... 12

2.4

Programma Landrecreatie ..................................................................................................... 13

2.4.1

Wat willen we bereiken en wat willen we gaan doen? ................................................. 13

2.4.2

Wat gaat het kosten? ..................................................................................................... 14

2.5

Programma Baggeren ............................................................................................................ 15

2.5.1

Wat willen we bereiken en wat willen we gaan doen? ................................................. 15

2.5.2

Wat gaat het kosten? ..................................................................................................... 15

2.6

Programma Ontwikkelingen .................................................................................................. 16

2.6.1

Wat willen we bereiken en wat willen we gaan doen? ................................................. 16

2.6.2

Wat gaat het kosten? ..................................................................................................... 16

2.7

3

Inleiding ................................................................................................................................... 4

Programma Wimpels, donateurs en vrijwilligers................................................................... 17

2.7.1

Wat willen we bereiken en wat willen we gaan doen? ................................................. 17

2.7.2

Wat gaat het kosten? ..................................................................................................... 18

Paragrafen ..................................................................................................................................... 19 3.1.1

Lokale heffingen ............................................................................................................ 19

3.1.2

Weerstandsvermogen en risicomanagement ................................................................ 19

3.1.3

Financiering ................................................................................................................... 21

2

4

3.1.4

Onderhoud Kapitaalgoederen ....................................................................................... 21

3.1.5

Verbonden partijen ....................................................................................................... 22

3.1.6

Bedrijfsvoering ............................................................................................................... 23

3.1.7

Grondbeleid ................................................................................................................... 23

Financiële begroting ..................................................................................................................... 24 4.1

Overzicht van baten en lasten ............................................................................................... 24

4.1.1 4.2

5

Toelichting op het overzicht van baten en lasten .......................................................... 25

Uiteenzetting financiële positie ............................................................................................. 26

4.2.1

Geprognosticeerde balans............................................................................................. 26

4.2.2

Stand en verloop van reserves/eigen vermogen ........................................................... 26

4.2.3

Meerjarenraming 2025-2027 ........................................................................................ 27

4.2.4

Ontwikkeling financiële positie ..................................................................................... 28

Bijlagen ......................................................................................................................................... 29 5.1

Overzicht deelnemersbijdragen ............................................................................................ 29

5.2

Overzicht incidentele baten en lasten ................................................................................... 31

5.3

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen ................................................................................ 32

3

1

Begroting 2025

1.1

Inleiding

Recreatieschap Marrekrite biedt hierbij haar Begroting 2025 & Meerjarenraming 2026-2028 aan. Deze begroting voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en bestaat uit een beleidsbegroting en een financiële begroting. Het vaststellen van de begroting is een verantwoordelijkheid van het algemeen bestuur (AB). Uiterlijk 15 april dienen de deelnemers de conceptbegroting (financiële kaders) te ontvangen. Naar aanleiding hiervan kunnen zij zienswijzen kenbaar maken. Marrekrite beoogt de Begroting 2025 & Meerjarenraming 2026-2028 op 29 juni 2024 door het algemeen bestuur vast te laten stelen. 1.1.1

Deelnemersbijdragen

Indexeren en deelnemersbijdragen De (meerjaren)begroting is gebaseerd op de in juni 2023 vastgestelde regeling deelnemersbijdragen 2023-2027 (met een indexatie van 3% jaarlijks). Om een sluitende meerjarenbegroting te kunnen presenteren, hebben we wederom alle onderdelen van de begroting uitgebreid tegen het licht gehouden en de budgetten getoetst aan de werkelijke en noodzakelijke ontwikkelingen, zoals de stijging van de salarislasten en andere gestegen kosten. Dergelijke posten zorgen voor druk op het meerjarensaldo, zodat we de begroting en het meerjarenperspectief – binnen de huidige afsprakenpas weer structureel sluitend kunnen krijgen vanaf het jaar 2028. Hierin zijn de CAO-loonstijgingen tot en met 1 januari 2023 meegenomen. In dit verband is het goed om te memoreren dat we in 2023 grote wijzigingen qua personeel hebben gerelateerd aan onze omvang - wat in de bedrijfsvoering de nodige uitdagingen met zich meebrengt. Incidentele frictiekosten zijn aan de orde omdat we tijdig personeel moeten aantrekken om een goede werkoverdracht te bevorderen. We verwachten de bezetting in de loop van 2024 weer stabiel op orde te hebben, zodanig dat we ook goed voorbereid zijn op de toekomstige ontwikkelingen in ons werkveld. Een deel van de loonkosten rekenen we tot en met 2026 vooraf toe aan de investeringen.

Baggerbudget In 2020 heeft het algemeen bestuur ons Plan van aanpak Baggeren vastgesteld. Daarbij hebben we aangegeven dat we toewerken naar een gedifferentieerde aanpak inzake het op diepte houden van onze ligplaatsen, teneinde het voor de deelnemers betaalbaar te houden. Aangezien de onderwaterwereld van het baggeren voor ons in belangrijke mate terra incognita is - en dat voorlopig ook nog blijft - hebben we met het bestuur afgesproken dat het baggerplan wordt geactualiseerd aan de hand van de kennis die al werkend wordt opgedaan. We doen jaarlijks metingen van waterdieptes en de veranderingen daarin in de tijd. Dat betekent dat onze prognoses, ook over benodigde budgetten, met het verstrijken van de jaren steeds nauwkeuriger worden. Ondertussen is er een hele nieuwe dimensie bijgekomen. De gevolgen van PFAS worden ook voor ons steeds zichtbaarder en zorgen voor een zorgwekkende kostenontwikkeling, met name als gevolg van verplicht transport naar specifieke stortlocaties. Als deze trend zich blijft voortzetten zou dit een aanmerkelijke stijging van de toekomstige baggerkosten kunnen betekenen. We zijn ons op dit moment op maatregelen aan het bezinnen om hier passende oplossingen voor te vinden. Voorlopig stellen wij voor om het budget de komende jaren op € 0,2 miljoen te zetten en de reserve op het huidige niveau te handhaven.

De onderhoudstermijn stijgt daarmee van 24 naar 30 jaar.

4

Investering in maatschappelijk nut Conform het BBV worden alle investeringen per 2018 geactiveerd. In onze Financiële Verordening en de Nota Activeren, Waarderen & Afschrijven is afgesproken dat investeringen kleiner dan € 25.000 niet worden geactiveerd. Dit kan niet met terugwerkende kracht gebeuren voor de bestaande situatie, dus geldt dit alleen voor nieuwe investeringen. Doorschuif BTW De doorschuif-BTW verantwoorden wij als kosten en opbrengsten binnen de exploitatie. Marrekrite financiert deze doorschuif-BTW niet langer voor: dit zorgt voor een betere liquiditeitspositie.

1.1.2 Vervangingsinvesteringen Marrekrite gaat onverminderd door met de door haar ingezette grote vervangingsopgave. Deze is meerjarig in de investeringsplanning weggezet en duurt zeker nog tot en met 2025. In 2024 zullen we de resterende opgave onder de loep nemen en berekenen wat er nog gebeuren moet en hoe we dat het beste in de tijd kunnen spreiden. Evident is dat we met stijgende prijzen bij een gelijkblijvend budget de afgelopen jaren minder meters konden wegzetten, dan vooraf gedacht. Anderzijds behalen we via onze aanbestedingen soms interessante meevallers. Desondanks is het reëel om ervan uit te gaan dat we ook in de jaren 2026, en mogelijk ook 2027 en 2028 nog voor een aantal vervangingen zullen komen te staan. Spreiding van de betreffende projecten in de tijd lijkt echter goed mogelijk. Op dit moment hebben we geen aanwijzingen dat er voorzieningen in heel slechte staat zijn. Wat eerder al duidelijk is geworden is dat – zodra de nu nog resterende vervangingen afgerond zijn – de hierop volgende grotere vervangingsopgave pas weer vanaf 2045 aan de orde is. Het gaat daarbij om de eerste generatie steigers, die jaren terug in kunststof is vervangen. Die zijn als eerste weer aan de beurt om straks te worden vervangen, tussentijdse incidenten daargelaten.

Overigens gaat het hierbij om schattingen van de vervangingsdata, want het een en ander is uiteraard mede afhankelijk van de staat van het gebruikte materiaal tegen die tijd. Wij bouwen onze steigers inmiddels al vele jaren van gerecycled kunststof (KLP, Lankhorst Sneek). Aangezien het om een relatief nieuw product gaat, is het nog niet precies te zeggen wat er in de toekomst mee gaat gebeuren. Wel kunnen we veilig stellen dat KLP als materiaal zeker 40 jaar meegaat, ook 60 jaar is goed denkbaar. Het materiaal ius dus zeer veelbelovend. Enig voorbehoud moet nog wel worden betracht ten aanzien van de constructie. De vraag is hoe die er na enkele decennia uitziet. Vroeger, toen er nog hout werd toegepast, lag de verhouding tussen materiaal en constructie anders. Houten steigers waren vaak al verrot voordat de constructie het begaf. Als onze kunststofsteigers zich qua constructie ook goed blijken te houden is het goed denkbaar dat de volgende grootschalige vervangingsopgave per 2045 nog helemaal niet nodig is, omdat zowel het materiaal als de constructie nog goed zijn. Voorlopig lijkt het daar sterk op. Behalve steigers, beheren we ook een groot aantal damwanden, die we bouwen in een combinatie van beton en KLP. Voor dit type voorzieningen houden we een levensduur van 50 jaar aan, opnieuw kijkend naar wat we over het materiaal en over de constructie weten.

Met beton als materiaal is een levensduur van 50 jaar makkelijk haalbaar. Maar hoe zit het met de constructie? Hoe zit het bijvoorbeeld met de verankering? Zeer waarschijnlijk is dat straks de zwakke schakel. Daarom voeren we de ankers al enige jaren extra zwaar uit. Desondanks blijft het voorlopig nog wel de vraag hoe lang deze het houden. We kiezen in het geval van onze damwanden daarom voor de veilige weg met een prognose van 50 jaar. Het zou ons niet verbazen als degenen die ons werk straks van ons overnemen een paar stevige meevallers hebben, omdat zij de vervangingsdata kunnen opschuiven.

5

Marrekrite wil een frontspeler zijn als het gaat om duurzaamheid, niet in woorden, maar in concrete keuzes en maatregelen. De optie om tropisch hardhout te gebruiken is voor ons al jaren principieel niet meer aan de orde. Maar duurzaamheid is niet meer alleen een kwestie van de juiste materialen gebruiken en in gesloten cirkels werken. Wat de meeste zoden aan de dijk zet, is om de levensduur zo lang mogelijk op te rekken. “Reduce, re-use en repair” staan in de duurzaamheidscycli nog altijd vóór het begrip “recycle”, dat helaas nog altijd de meeste aandacht krijgt. Recyclen is leuk, maar het kan slimmer. “Wat als we niets doen?” dat moet altijd de eerste vraag zijn, want in nieuwbouw schuilt de grootste milieu-impact. Volgens sommige experts vraagt dat bijvoorbeeld tot wel 75% van alle benodigde energie in de levenscyclus. Alleen al daarom is het de vraag hoe duurzaam een nieuwe (elektrische) auto is. Hoe minder – en dus hoe later in de tijd - we hoeven te vervangen, hoe beter, overigens ook bezien vanuit kostenperspectief. Daarom dient nieuwbouw altijd zeer doordacht te gebeuren, te meer omdat we materiaal uit de aarde gebruiken dat niet oneindig voorradig is. Hoewel er veel valt af te dingen op de milieuvriendelijkheid van beton als materiaal, vindt Marrekrite het gebruik ervan op en om het water gerechtvaardigd.

Iedereen die onderhoud pleegt, weet dat water en zuurstof samen de motor de motor zijn van verval. De productie van beton is weinig milieuvriendelijk, maar doordat het minimaal driemaal langer meegaat dan hout, is helder dat beton de betere keuze is, de andere kosten gemoeid met driemaal herbouw daargelaten. Met de investeringen die voor de komende jaren in de planning staan, blijft Marrekrite duurzaam investeren in haar recreatieve voorzieningen en zo ook in de (Friese) economie. De kapitaallasten die met deze vervangingsinvesteringen gemoeid zijn, bekostigen we volledig uit de deelnemersbijdragen. Gezien de enorme prijsstijgingen sinds 2021 moet het jaarlijkse investeringsplafond minimaal op het niveau van 2023 (€ 1,5 miljoen) worden gehandhaafd. Dat is onvermijdelijk om stevig te kunnen blijven inzetten op de hoognodige vervangingen. Zoals bovenstaand al werd opgemerkt, sluiten we niet uit dat we in 2026 (e.v.) ook nog investeringen zullen moeten doen om de totale (grote) vervangingsopgave te kunnen voltooien. Dit is met name het gevolg van de prijsstijgingen. In 2024 zal hiervoor een prognose worden opgesteld, zodat de meerjarenraming hierop eventueel kan worden aangepast. Investeringsbegroting 2025 Afschrijvingstermijn 900.000 50 jaar 600.000 40 jaar 10 jaar 40.000 40/50 jaar 60.000 nnb jaar 1.600.000

Damwanden Steigers Marboeien Uren Overig Investeringskrediet 2024

Kapitaallasten MVA maatschappelijk MVA economisch Rente-omslag TOTAAL

JR2023

2024 -196.937 -26.230 -112.903 -336.070

2025 -233.716 -32.043 -166.531 -432.290

2026 2027 2028 2029 2030 2031 -269.716 -269.297 -270.123 -270.123 -273.123 -273.123 -32.020 -30.040 -18.331 -14.386 -9.821 -8.909 -188.129 -187.608 -180.686 -173.742 -166.808 -159.875 -489.865 -486.945 -469.140 -458.251 -449.752 -441.907

Personeelskosten Loonkosten incl WG

2023 -712.000

2024 -699.000

2025 -713.000

2026 2027 2028 2029 2030 2031 -727.000 -741.000 -755.000 -769.000 -783.000 -797.000

Overigens speelt voor de toekomst bij de vervangingsinvesteringen ook de revisie van de routenetwerken op land. Die zijn van andere omvang dan de vervangingsinvesteringen op het water.

6

1.1.3

Liquiditeit

Met het huidige investeringsniveau konden we eerder al zien dat het niet langer houdbaar is voor Marrekrite om de investeringen met eigen vermogen te bekostigen. Konden we in 2021 nog volstaan met een kortlopende lening van € 1,0 miljoen, in 2022 hebben we via de gemeente Súdwest-Fryslân een langlopende lening aangetrokken van € 4,0 miljoen tegen 1,825% rente. Op deze wijze hebben we onze liquiditeitsbehoefte op dat moment veiliggesteld. We zullen in de loop van 2024 en vermoedelijk in 2025 en 2026 nogmaals een vreemd vermogen moeten aantrekken om het restant van onze vervangingsoperatie te financieren: hiermee is in deze begroting rekening gehouden. Deze behoefte wordt versterkt door de prijsstijgingen als gevolg van de stijgende inflatie. Wat daarbij ook goed moet worden bedacht, is dat het besluit tot afbouw van ons eigen vermogen - dat “in betere tijden” werd genomen - in de nieuwe financiële werkelijkheid zorgt voor extra druk op onze liquiditeit. We zullen de ontwikkelingen op korte voet moeten volgen, zodat we het bestuur tijdig een voorstel kunnen doen voor het aantrekken van aanvullende leningen. Binnen dit investeringsbudget kijken we jaarlijks eerst waar de prioriteit qua benodigde vervangingen het hoogst is. Die locaties pakken we als eerste aan. Deze praktische werkwijze voldoet al jaren uitstekend.

Mocht de opgave toch groter blijken dan het budget toestaat, dan zouden we bepaalde voorzieningen tijdelijk af kunnen sluiten en de vervanging ervan kunnen uitstellen. De afgelopen 10 jaar is dit overigens nog nooit nodig geweest, ook niet in de jaren dat we flinke achterstanden hadden. Dat is een geruststellende gedachte. We hebben de zaak goed in de hand. 1.1.4

Begrotingsresultaat

TOTAAL MARREKRITE Baten Lasten

JR2023

Saldo (voor bestemming) Onttrekking uit reserves Toevoegingen aan reserves Saldo (na bestemming)

TOTAAL MARREKRITE Structurele baten Incidentele baten Saldo baten Structurele lasten Incidentele lasten Saldo lasten TOTAAL MARREKRITE Saldo structurele baten en lasten Saldo incidentele baten en lasten

JR2023

2024 2.303.056 -2.543.477

2025 2.384.310 -2.671.490

2026 2.145.954 -2.245.770

2027 2.198.033 -2.234.894

2028 2.251.674 -2.241.227

-240.421 250.000 9.579

-287.180 250.000 -37.180

-99.816 50.000 -49.816

-36.862 -36.862

10.446 10.446

2024

2025 2.344.310 290.000 2.634.310

2026 2.125.954 70.000 2.195.954

2027 2.198.033 2.198.033

2028 2.251.674 2.251.674

-2.410.408 -261.082 -2.671.490

-2.195.770 -50.000 -2.245.770

-2.234.894 -2.234.894

-2.241.227 -2.241.227

-66.098 28.918 -37.180

-69.816 20.000 -49.816

-36.862 -36.862

10.446 10.446

We lichten het geprognosticeerde begrotingsresultaat in hoofdstuk 2 per programma toe.

7

1.2

Samenstelling bestuur en organisatie

Het algemeen bestuur (AB) bestaat, tussentijdse mutaties daargelaten, op 1 januari 2025 uit de volgende leden:

deelnemers

Algemeen Bestuur bestuursleden

Provincie Fryslân (voorzitter) Gemeente Achtkarspelen Gemeente Dantumadiel Gemeente De Fryske Marren Gemeente Harlingen Gemeente Heerenveen Gemeente Leeuwarden Gemeente Noardeast-Fryslân Gemeente Opsterland Gemeente Smallingerland Gemeente Súdwest-Fryslân Gemeente Tytsjerksteradiel Gemeente Waadhoeke Gemeente Weststellingwerf

De heer Douwstra De heer Spoelstra De heer Kempenaar De heer Van Iddekinge De heer Schoute Mevrouw Rinkes De heer Reitsma Mevrouw Slijver De heer Jonkman De heer Hoekstra De heer Rietman Mevrouw Willemsma Mevrouw Van der Meer De heer Hoen

Het dagelijks bestuur (DB) bestaat op 1 januari 2025 uit de volgende leden:

deelnemers

Dagelijks Bestuur bestuursleden

Provincie Fryslân (voorzitter) Gemeente De Fryske Marren Gemeente Leeuwarden Gemeente Noardeast-Fryslân Gemeente Opsterland Gemeente Súdwest-Fryslân

1.3

De heer Douwstra De heer Van Iddekinge De heer Reitsma Mevrouw Slijver De heer Jonkman De heer Rietman

Leeswijzer

De opbouw van de begroting wordt in belangrijke mate voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en ziet er als volgt uit:   

In Hoofdstuk 2 treft u de beleidsbegroting aan, bestaande uit de plannen voor het jaar 2025, onderverdeeld naar de programma’s Bedrijfsvoering, Waterrecreatie, Landrecreatie, Baggeren, Ontwikkelingen en tot slot het programma Wimpels, Donaties & Vrijwilligers. Hoofdstuk 3 bestaat uit de paragrafen waar we ingaan op de bedrijfsvoering, de financiering, het weerstandstandsvermogen en het onderhoud van onze kapitaalgoederen. In de Financiële Begroting (Hoofdstuk 4) schetsen wij een beeld van onze financiële positie en geven wij met onze meerjarige investeringsplanning een financiële doorkijk naar de jaren 2026 – 2028. Hier vindt u ook de verplicht voorgeschreven bijlagen uit het BBV.

8

2

Beleidsbegroting

2.1

Programmaplan

2.1.1 Beleidskader Recreatieschap Marrekrite onderhoudt en beheert ongeveer 33 kilometer aan vrije ligplaatsen in het Friese buitengebied, zorgt voor het afvoeren van recreatieafval en voor het onderhouden van het groen bij de ligplaatsen (maaien en snoeien). Ook het op diepte houden van de ligplaatsen is vanouds een taak. Op zeer bescheiden schaal onderhoudt het schap ook boeien en bakens in recreatievaarten. Op het domein landrecreatie is Marrekrite vooral actief met het onderhoud aan de fiets- en de wandelknooppuntnetwerken, maar ook met de toeristische opstappunten (TOP’s). Ook het in kaart brengen en actueel houden van alle routes in Fryslân behoort tot het werk van het schap. Daarnaast verricht Marrekrite namens - en voor - de deelnemers (provincie Fryslân en gemeenten) nog tal van andere taken, die we in dit verband niet alle benoemen. Doel van dit alles is een uniforme, toeristisch- recreatieve basisinfrastructuur op water en land te bewerkstelligen. Daartoe wordt, behalve met de deelnemende Friese gemeenten en de provincie Fryslân nauw samengewerkt met partijen als Merk Fryslân, Wetterskip, It Fryske Gea (IFG), Staatsbosbeheer (SBB) en vele anderen. 2.1.2 Programma’s De begroting van Recreatieschap Marrekrite bestaat uit zes programma’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Bedrijfsvoering Waterrecreatie Landrecreatie Baggeren Ontwikkelingen Wimpels, Donaties & Vrijwilligers

9

2.2

Programma Bedrijfsvoering

Het achterliggende doel van het programma ‘Bedrijfsvoering’ is, dat de primaire processen binnen de organisatie effectief verlopen en dat er goed wordt samengewerkt met – en namens - deelnemers en bestuur. De kosten die betrekking hebben op de bedrijfsvoering zijn onder andere: personeelskosten, secretariaatskosten, kantoorkosten en communicatie. Maar ook zaken als de aan- en verkoop van grond, de waterschapslasten en ruilverkavelingsrente worden verantwoord onder dit programma. We rekenen de loon- en salariskosten van onze medewerkers toe aan de programma’s en aan de investeringen waar deze betrekking op hebben. Dit doen we middels een integraal uurtarief. Dit tarief bevat ook de niet direct toe te rekenen loon- en salariskosten van de ondersteunende functies, de zogenaamde overhead. Het overheadpercentage is - ten behoeve van een juiste vervaardigingsprijs van onze producten en dienstverlening - voor 2025 geactualiseerd en berekend op 28,21%. 2.2.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we doen? Wij werken eraan de interne organisatie op orde te houden, zodat wij onze taken naar behoren kunnen uitvoeren, de deelnemers en het bestuur kunnen adviseren en hun belangen zo goed mogelijk kunnen behartigen. 2.2.2 Huisvesting Marrekrite is per april 2022 naar het voormalige provinciale steunpunt in Uitwellingerga verhuisd.

Deze locatie is bij uitstek geschikt onze organisatie omdat we hier eindelijk de functies kantoor, werkplaats en haven bij elkaar hebben gebracht. Dit biedt ons op veel vlakken voordeel boven de situatie waarin we de afgelopen jaren werkten. Aangezien wij voor het gebruik van deze voorzieningen met de provincie een langlopende overeenkomst zijn overeengekomen, zijn op dit punt geen bijzondere zaken te verwachten. 2.2.3 Personeel In de bovenstaande tabel zijn de overheadkosten de meest bepalende factor. Het betreft de kosten die geen directe relatie hebben met de dienstverlening van Marrekrite en die we niet op grond van de integrale kostprijs kunnen toerekenen aan onze producten. Door het proces van “insourcing” van taken zien we de personeelslasten van Marrekrite iets groeien. Daar staat tegenover dat we de inhuur van derden en het uitbesteden van werk steeds verder kunnen beperken. Marrekrite werkt in 2025 met een formatie 8,67 fte en heeft hiervoor naar verwachting 11 personen in dienst. Van de formele formatie van 8,67 fte rekenen we 2,44 fte tot de overhead. Het overige personeel rekenen we toe aan de programma’s Waterrecreatie en Landrecreatie. De gemiddelde parttime-factor bedraagt 87%. Waar specifieke kennis noodzakelijk is en dit doeltreffend en doelmatig is, kopen we dit in. Voor 2025 gaat het hierbij (voorzienbaar) om noodzakelijke financiële ondersteuning.

Ook is inhuur op het vlak van weg- en waterbouw noodzakelijk. Daarnaast huren we in de uitvoering van het maaiwerk ook mensen van buiten in, in eerste instantie vanuit SW. 2.2.4

Wat mag het kosten?

Bedrijfsvoering Baten Lasten Saldo (voor bestemming) Onttrekking uit reserves Toevoegingen aan reserves Saldo (na bestemming)

JR2023

2024 2.086.898 -1.022.590

2025 2.157.668 -1.166.781

2026 1.918.812 -697.134

2027 1.970.377 -669.721

2028 2.023.488 -666.992

1.064.308 250.000 1.314.308

990.887 250.000 1.240.887

1.221.678 50.000 1.271.678

1.300.656 1.300.656

1.356.495 1.356.495

10

2.3

Programma Waterrecreatie

Onder het programma Waterrecreatie vallen alle taken die betrekking hebben op het vernieuwen en het vervangen, alsmede het beheer en onderhoud, van de infrastructuur op en om het water. De taken variëren van (regie op) nieuwe investeringen en vervangingsinvesteringen, het uitvoeren van dagelijks onderhoud, recreatieafvalinzameling, groenbeheer tot werken aan een uniformere brug- en sluisbediening. 2.3.1

Wat willen we bereiken en wat willen we gaan doen?

Dagelijks Onderhoud De kosten die voortkomen uit kleinere reparaties, die wij in eigen beheer uitvoeren of uitbesteden aan derden, rekenen we tot de kosten op de post dagelijks onderhoud (DO). Door de grootschalige vervangingsinvesteringen van de afgelopen jaren en door ook de komende tijd duurzame steigers en damwanden te blijven bouwen, kunnen wij het dagelijks onderhoud uitvoeren met een relatief beperkt budget, alsmede een minimale bezetting qua personeel en materieel. Opmerkelijk is wel dat dat we laatste jaren opeens met een serie branden aan voorzieningen zijn geconfronteerd. Voorheen kenden we dit fenomeen eigenlijk niet. De benodigde reparaties rekenen we in principe toe aan de post “dagelijks onderhoud”. Duidelijk is dat zaken als branden een flinke invloed hebben op het benodigde budget, terwijl deze kosten tegelijk niet te begroten zijn. Vervangingsinvesteringen Per 2018 activeren wij de investeringen in de vervanging van aanlegvoorzieningen (investeringen met maatschappelijk nut). De voortgang in de uitvoering van de investeringsopgave wordt verantwoord in de voortgangsrapportage (herfst) en in de jaarstukken (voorjaar).

Voor de volledigheid geven wij in het onderstaande een samenvatting van een aantal belangrijke beleidskeuzes van waaruit de jaarlijkse vervangingsopgave al vele jaren wordt gedestilleerd: a) Zoveel mogelijk werken vanuit kennis en data met betrekking tot het gebruik van voorzieningen (tellingen, provinciale monitoringscijfers, observaties) en trends in de watersport, zodat er een goed beeld ontstaat van de benodigde capaciteit. b) Ligplaatsen waar mogelijk aansluiten op fiets- en wandelstructuren. c) Nieuwe plekken realiseren en elders meters inleveren (waar dat verantwoord is), om zo te werken aan een optimalere spreiding over Fryslân, zonder te groeien. d) Zoveel mogelijk locaties behouden, maar wel afslanken op locaties met erg grote capaciteit. e) Waar mogelijk het eigendom van percelen afstoten en focussen op recreatief medegebruik. f) Duurzaam materiaalgebruik: hout vervangen door kunststof (KLP) en beton. g) Locaties damwanden in principe alle behouden. Vervangen door beton-kunststof exemplaren. h) Steigers waar mogelijk vervangen door damwanden (in overleg met terreinbeheerders en rekening houdend met natuurdoelen). Groenbeheer Al jaren kijken we met grote interesse naar wat zich in de SW afspeelt. Dat het werven van assistenten op onze maaiboten (uit de SW) steeds moeilijker wordt, tekent zich al geruime tijd af.

In 2023 heeft dit er al toe geleid dat we delen van ons werk bij derden moesten neerleggen, waardoor we met stevige tarieven te maken kregen, fors meer dan we gewend waren. We zitten dus in een overgangsfase van het werken met SW-ers naar werken met de reguliere markt. In de loop van 2024 zal dit zich verder uitkristalliseren, wat mogelijk op een later moment tot een bijstelling van de begroting aanleiding kan geven. Dit op het moment dat we er opnieuw niet in slagen om personeel vanuit de SW aan te trekken.

11

Recreatieafval Marrekrite wordt alom geprezen voor een zeer belangrijke en unieke vorm van dienstverlening, namelijk het werk met de milieuboot, onze vuilniswagen op het water. Met 120 containers op zo’n 60 plekken in de provincie, halen wij gedurende het seizoen ongeveer 175 ton recreatieafval op. Dit is vanouds een tijdrovende klus, die veel vraagt van mensen en materieel. De laatste jaren zijn er forse slagen gemaakt om dit werk efficiënter te laten verlopen, zoals in het Jaarverslag 2022 te lezen is. Tegelijk is er de laatste tijd veel geïnvesteerd in de boot, maar met de aangescherpte regels en strengere inspecties is ook duidelijk dat we nog niet klaar zijn. In 2024/2025 zal helderder worden hoe de toekomst er wat dat betreft uit komt te zien. Ook zal er, nu steeds meer containers aan vervanging toe zijn, gekeken moeten worden naar de wijze van inzamelen. Misschien moeten we wel een doorstart gaan maken met een ander type container. Dat vraagt automatisch ook aanpassingen aan de kraan. Ook moet er nagedacht worden over het wellicht scheiden van glas. Nu gaat alle afval in één grote container en vindt na-scheiding bij Omrin plaats. Helder is dat wij niet eenzijdig kunnen opereren. Veranderingen in het inzamelen hebben een direct gevolg voor de verwerking bij Omrin. Zodra deze zaken zich duidelijker aftekenen zal er ook meer zicht komen op de financiële gevolgen.

Adviescommissies en werkgroepen In 2016 is - op verzoek van de deelnemers - de werkgroep “Harmonisatie Brug- & Sluisbediening” van start gegaan. In deze werkgroep zijn de deelnemers afgevaardigd die in hun gebied veel met bruggen en sluizen te maken hebben. Marrekrite organiseert minimaal tweemaal per jaar een vergadering en treedt daarbij op als voorzitter. Hoewel de uiteindelijke opdracht van de werkgroep is te werken aan een zo klantvriendelijk en homogeen mogelijk bedieningsregime van de bruggen en sluizen in de provincie, wordt deze vooral gebruikt als platform om allerlei lopende zaken met elkaar af te stemmen. Daarom vergaderen we in ieder geval een keer vóór de start van het nieuwe seizoen en één keer als het seizoen voorbij is. In 2016 is ook een tweede werkgroep onder voorzitterschap van Marrekrite van start gegaan, “Camperen, Kamperen & Handhaving”. In deze werkgroep hebben R&T-ambtenaren zitting, die de regio’s vertegenwoordigen. Zij denken en werken mee aan voorstellen, die eraan bijdragen dat we zaken rondom de betreffende domeinen (camperen, kamperen, handhaven) goed en vooral uniform voor onze gehele provincie kunnen regelen. Sinds enige tijd wordt er vrijwel uitsluitend gewerkt aan de opgave “camperen”. Voortgang op de domeinen “kamperen” en “handhaving” is zeer gewenst, maar helaas door krapte in capaciteit geen prioriteit.

Dat wil niet zeggen dat hier geen grote uitdagingen liggen. Vooral het thema “handhaving” is ons al jaren een stevige doorn in het oog. Op “langliggers” mag Marrekrite bijvoorbeeld niet handhaven, terwijl de watersport ons hier wel op aanspreekt. De betreffende boten liggen immers op onze plekken. Wij hebben de vurige wens dat we op dit vlak met onze deelnemers stappen kunnen zetten. Als we niets doen, wordt het probleem alsmaar groter (het zogenaamde “broken windows fenomeen”) en Marrekrite blijft in haar maag zitten met een probleem dat we niet mogen oplossen omdat we geen bevoegdheden hebben. Dat is frustrerend. 2.3.2

Wat gaat het kosten?

Waterrecreatie Baten Lasten Saldo (voor bestemming) Onttrekking uit reserves Toevoegingen aan reserves Saldo (na bestemming)

JR2023

2024 16.158 -886.867

2025 16.643 -823.289

2026 17.142 -860.327

2027 17.656 -866.899

2028 18.186 -866.915

-870.709 -870.709

-806.646 -806.646

-843.185 -843.185

-849.243 -849.243

-848.729 -848.729

12

2.4

Programma Landrecreatie

Binnen het programma Landrecreatie gaat het om: het beheer en onderhoud van de fiets- en wandelknooppuntnetwerken, overige routestructuren, toeristische overstappunten (TOP’s), het initiëren en faciliteren van nieuwe ontwikkelingen ten aanzien van de infrastructuur voor de landrecreatie, alsmede het coördineren van nieuwe en bestaande netwerken in Fryslân. 2.4.1

Wat willen we bereiken en wat willen we gaan doen?

Fiets- en wandelknooppuntnetwerken We voeren het onderhoud aan beide knooppuntnetwerken (fietsen en wandelen) elk jaar uit via één uitgebreide inspectie- en schoonmaakronde. Incidentele meldingen, waaronder schades, verhelpen we jaarrond. Daarnaast voeren we jaarlijks ook trajectwijzigingen door, bijvoorbeeld vanwege infrastructurele werken, wensen van derden, kwaliteitsverbetering in verband met de aansluiting op ligplaatsen en TOP’s, e.d. Waar mogelijk brengen we de kosten daarvan in rekening bij het project dat de aanleiding is voor de wijziging, dan wel, bij de opdrachtgever van de wijziging. Is het niet mogelijk de kosten elders in rekening te brengen, dan is er in ons eigen budget beperkt ruimte om een enkele noodzakelijke trajectwijzigingen door te kunnen voeren. De bovenstaande aanpak is niet alleen efficiënt gebleken, mede hierdoor zijn wij als Fryslân in de kwaliteitsmonitor van het Landelijk Fietsplatform al jaren één van de beste fietsregio’s. We streven ernaar deze toppositie te behouden. De (onderhouds)kosten voor het beheer van, en onderhoud aan, de netwerken vallen onder de algemene bijdrageregeling. Waar incidenteel grotere investeringen noodzakelijk zijn (met name trajectwijzigingen), maken we hierover vooraf extra afspraken met de deelnemers. Er is tot eind 2024 een lopend onderhoudscontract met een aannemer.

Voor de periode vanaf 2025 zal het onderhoud aan de netwerken en TOP’s in 2024 opnieuw worden aanbesteed. Zowel het fiets- als wandelnetwerk zijn in de periode 2018/2019 gereviseerd. De bebording van het fietsnetwerk is volledig vervangen en het wandelnetwerk is verder afgerond (provinciedekkend) en waar nodig is daar groot onderhoud gepleegd. Ook bij deze netwerken zien we dat, door het gebruik van gerecycled kunststof voor de dragers, deze een lange levensduur hebben. Een groot deel staat al sinds de realisatie van de netwerken (waarvan de eerste reeds in 2003) in het veld. Bij de revisie is destijds dan ook geconcentreerd op de bebording zelf. Voor de bebording gaan we uit van een levensduur van ca. 10 jaar, maar ook hier zien we dat in de praktijk vaak een langere levensduur mogelijk is. Daarnaast worden borden, indien ze erg slecht zijn, ook al tijdens het dagelijks onderhoud vervangen. Voor de komende jaren voorzien wij dan ook nog geen groot onderhoud voor het fiets- en wandelnetwerk. Toeristische overstappunten (TOP’s) We zien al jaren dat het TOP-project veel tijd en inzet van onze mensen vraagt. Wij doen het werk voor de deelnemers feitelijk “gratis”. Er staan namelijk geen extra middelen tegenover onze eigen ureninzet, ondanks het feit dat het om een tijdelijk project gaat. Als de beoogde TOP’s (ca.

40 stuks) straks eenmaal in veld staan, breekt de fase van puur beheer en onderhoud aan. Die taak ligt ook bij Marrekrite en is voor ons logisch en pragmatisch in te vlechten in ons takenpakket. De beheer- en onderhoudskosten van de al gerealiseerde TOP’s zijn reeds onderdeel van de algemene bijdrageregeling. Dit is echter gebaseerd op 10 TOP’s (het aantal dat rond 2022, de start van de nieuwe bijdrageregeling, gerealiseerd was). De komende jaren zullen, door de toename van het aantal TOP’s, de beheer- en onderhoudskosten stijgen.

13

Voor de TOP’s worden jaarlijks twee inspectierondes uitgevoerd. Incidentele meldingen worden jaarrond verholpen. Om wat meer snelheid in de realisatie van nieuwe TOP’s te brengen, is in 2022 in overleg met het bestuur extra mankracht binnengehaald, maar omdat er tegelijkertijd mensen de organisatie verlieten, schoten we hier per saldo weinig mee op. In 2025 zullen we het opnieuw van onze vaste bemanning moeten hebben, aangezien het contract met de huidige, extra kracht half 2024 afloopt. Dat brengt als risico met zich mee dat het nog langer duurt voor alle gewenste TOP’s gerealiseerd zijn. Het duurt soms maanden voor een TOP er ook echt staat. Er is nóg een factor die maakt dat het TOPproject, hoe belangrijk het ook is, niet de gewenste versnelling krijgt. Marrekrite heeft in de realisatie een regierol, terwijl wij niet de mogelijkheid hebben om zaken bij de betrokken partijen af te dwingen. We zijn een voorzitter zonder hamer. Zo zien we dat zaken onnodig lang duren, omdat aan andere zaken meer prioriteit wordt gegeven. We zitten soms lang in de wachtkamer en dat vertaalt zich in lange doorlooptijden. Dit leidt tot ambtelijk-bestuurlijke spagaten waar wij ons niet altijd gemakkelijk bij voelen. Het enige dat wij kunnen doen is werken aan diverse TOP’s tegelijk. Als we moeten wachten in het ene deelproject, kunnen we misschien weer door in het andere. 2.4.2

Wat gaat het kosten?

Landrecreatie Baten Lasten Saldo (voor bestemming) Onttrekking uit reserves Toevoegingen aan reserves Saldo (na bestemming)

JR2023

2024 -343.000

2025 -435.420

2026 -441.908

2027 -451.467

2028 -460.096

-343.000 -343.000

-435.420 -435.420

-441.908 -441.908

-451.467 -451.467

-460.096 -460.096

14

2.5

Programma Baggeren

Op het domein baggeren is het lastig gebleken de snelheid te maken die we wensen. De laatste jaren lukte het ons niet om de begrote budgetten ook daadwerkelijk aan te wenden. Per saldo is er dus weinig gebeurd, in de zin van uitvoerend werk bij de voorzieningen. Dit komt door een combinatie van factoren, waarbij technisch-procedurele zaken (PFAS, onderzoeken, vergunningen) in relatie tot een beperkte capaciteit (mankracht) de belangrijkste zijn. Ondertussen zijn de prijzen enorm gestegen, waardoor helder is dat we – als we eenmaal aan het werk zijn – duidelijk minder kunnen doen dan eerder werd gedacht. Beperkte mankracht, complexe regelgeving en ingewikkelde kwesties rondom PFAS, en dergelijke, zijn niet de enige zaken die vertragend werken. In de realisatie van onze ambities blijven we ook mede afhankelijk van de inzet van andere waterbeheerders (provincie, gemeenten, waterschap). Duidelijk is dat zelfstandig baggeren relatief duur is, zeker voor een kleine partij als Marrekrite. Het zou goed zijn als de overheden in Fryslân nauwer gaan samenwerken, iets waar Marrekrite al jaren voor pleit. Feitelijk is de huidige situatie vergelijkbaar met hetgeen in de Begroting 2024 werd geschetst. We hebben een bestemmingsreserve Baggeren (BB) opgebouwd, die we – zolang we niet definitief zicht hebben op de meerjarige baggerverplichtingen - behandelden als ware het een voorziening.

Tot het moment dat we beter weten waar we het over hebben, hebben we de exploitatielasten voor deze baggeropgave met een jaarbudget van € 250.000 structureel in onze begroting verwerkt. We hebben met ons Plan van Aanpak Baggeren, waarmee het algemeen bestuur eind 2020 heeft ingestemd, een eerste aanzet gegeven voor het prioritair baggeren van onze meest populaire ligplaatsen (“top 12”) en kiezen voor het overige voor maatwerk en aansluiting bij de verwachtingen van de watersport. In het Baggerplan uit 2020 is tevens duidelijk aangegeven, dat structureel aan de baggeropgave werken voor Marrekrite een nieuw fenomeen is. We kennen de situatie onder water niet zo goed als die erboven. Dat betekent dat we werkenderwijs de komende jaren kennis zullen opdoen, waarmee onze meerjarige prognoses de komende tijd steeds betrouwbaarder zullen worden. Wat er werkelijk op langere termijn structureel nodig is aan middelen, weten we daarom pas over een aantal jaren: we moeten eerst weten wat de gemiddelde aanslibbing op de belangrijkste plekken is. 2.5.1

Wat willen we bereiken en wat willen we gaan doen?

“Het op diepte brengen/houden van ligplaatsen” is het bestedingsdoel voor de bijdragen van de deelnemers in het kader van het programma Baggeren. In de praktijk betekent dit grofweg het baggeren tot 4 meter vóór de aanlegplaats en over de hele lengte van die aanlegplaats. Om een start te maken met projectmatig baggeren, hebben we gesteld dat onze Top 12 ligplaatsen (de meest bezochte locaties) prioriteit hebben. De 80/20-regel leert immers dat als onze inzet zich op de juiste 20% richt, we hiermee 80% van de klachten/problemen kunnen voorkomen. 2.5.2

Wat gaat het kosten?

Baggeren Baten Lasten Saldo (voor bestemming) Onttrekking uit reserves Toevoegingen aan reserves Saldo (na bestemming)

JR2023

2024 -250.000

2025 -200.000

2026 -200.000

2027 -200.000

2028 -200.000

-250.000 -250.000

-200.000 -200.000

-200.000 -200.000

-200.000 -200.000

-200.000 -200.000

15

2.6

Programma Ontwikkelingen

Binnen het programma Ontwikkelingen kunnen nieuwe (incidentele) ontwikkelingen in gang worden gezet rondom voorzieningen van Marrekrite en/of de infrastructuur voor de water- en landrecreatie. Voorstellen voor projecten als deze worden, na goedkeuring van het bestuur, uit dit programma betaald. Op deze wijze kan Marrekrite haar ambitie op het vlak van innoveren en verduurzamen handen en voeten geven en bijdragen aan het aantrekkelijker maken van Fryslân als dé provincie voor water- en landrecreatie. Dit ligt in lijn met ons statutaire doel: het verbeteren van het leefklimaat van de inwoners (recreanten) en de bevordering van het toerisme. 2.6.1 Wat willen we bereiken en wat willen we gaan doen? We hanteren jaarlijkse budgetten voor “ontwikkelingen/innovaties” op de domeinen water en land. Omdat het veelal gaat om het inspringen op zaken die zich relatief onverwacht voordoen, is het begroten hiervan lastig. Desondanks hebben we sinds 2023 hiervoor extra (structurele) middelen opgenomen in de begroting. Het bestuur kan in voorkomende gevallen ook besluiten om voor zaken als deze geld in te zetten uit de Bestemmingsreserve Innovatie en Ontwikkeling Recreatie (BIOR). 2.6.2

Wat gaat het kosten?

Ontwikkelingen Baten Lasten Saldo (voor bestemming) Onttrekking uit reserves Toevoegingen aan reserves Saldo (na bestemming)

JR2023

2024 -20.000

2025 -20.000

2026 -20.000

2027 -20.000

2028 -20.000

-20.000 -20.000

-20.000 -20.000

-20.000 -20.000

-20.000 -20.000

-20.000 -20.000

16

2.7

Programma Wimpels, donateurs en vrijwilligers

Binnen dit programma komen alle inkomsten en uitgaven samen, die te maken hebben met de wimpelverkopen, de vrijwilligerszaken en met de donateurs die de Marrekrite ondersteunen. 2.7.1

Wat willen we bereiken en wat willen we gaan doen?

Wimpels Watersporters dragen bij aan het in stand houden van onze aanlegvoorzieningen door het vrijwillig kopen van de bekende Marrekrite-wimpel. Per 2024 hebben we, voor het eerst in jaren, een verhoging van de prijzen doorgevoerd. Van alle 3 typen wimpels is de prijs met € 5 verhoogd. Per 2024 kost de “kleine” (standaard) wimpel € 20, de middelgrote € 25 en de grote wimpel € 30. In 2023 is geëxperimenteerd met een variant op de wimpel in de vorm van een sticker. Wij noemen dit het vignet. Ook in 2024 zal hiermee worden geëxperimenteerd. Tot nu toe lopen de vignetten nog niet erg hard, maar het is nog te vroeg om conclusies te trekken. Op aanraden van onze vrijwilligers kiezen wij ervoor om voor het vignet dezelfde prijs aan te houden als voor de kleine wimpel. Dit om onderlinge verdringing te voorkomen. Vrijwilligers We hebben een stabiele, positieve groep vrijwilligers (circa 25 mensen) die ons op goede wijze aanvult in onze werk, met name op de gebieden wimpelverkoop en toezichthouden. Hoewel we af en toe nog een nieuwe vrijwilliger mogen verwelkomen, zien we het aantal actieve vrijwilligers per saldo elk jaar iets teruglopen, bijvoorbeeld als gevolg van leeftijd of gezondheid. Het is duidelijk dat wij de komende tijd rekening moet houden met een verdere afname van het aantal actieve vrijwilligers.

Dit is geen nieuw feit en daarom anticiperen wij hier al jaren op, onder meer door onze webshop verder te professionaliseren en ons meer te richten op online verkoop. Wat de inspecties betreft, ook hier worden we steeds onafhankelijker van de inzet van vrijwilligers. Door goede keuzes te maken qua toepassing van materiaal en qua bouw en constructie, krijgen we het onderhoud aan onze voorzieningen steeds beter onder controle. De oude houten steigers en damwanden die we voorheen beheerden, vroegen veel meer aandacht en zorg dan de huidige, duurzaam gebouwde versies. Wij merken de effecten hiervan op allerlei fronten in de organisatie, zowel qua inzet van personeel als in de kosten van reparaties. De taak van de vrijwilligers wordt hiermee steeds lichter, iets dat mooi in lijn loopt met het feit dat de betreffende mensen steeds ouder worden. Donateurs Marrekrite streeft ernaar dat zoveel mogelijk watersporters donateur worden. Dit maakt een deel van de wimpelverkoop voor ons voorspelbaar en beter stuurbaar. Daarbij, donateurs betalen net iets meer, dan mensen die de wimpel “gewoon” kopen en geven daar bovenop vaak ook nog een vrijwillige extra bijdrage. Het potentieel aan nieuwe donateurs is groot. De meeste mensen zijn namelijk zeer trouw in het kopen van de wimpel. Velen zijn door hun trouwe herhaalaankoop in feite al een soort donateur, alleen nog niet in formele zin.

Via een “echt” donateurschap bekrachtigen we hun trouw en borgen de relatie. Dat is voor alle partijen goed en daarom stimuleren wij mensen actief om donateur te worden. Dit lukt prima. In een paar jaar tijd zijn we van 500 naar circa 900 donateurs gegaan. Hoewel Marrekrite voor het overgrote deel van de wimpelverkoop nog op oude, vertrouwde verkooppunten en op watersportverenigingen steunt, zullen we ongetwijfeld de komende jaren zien dat de online verkoop via onze webshop blijft groeien. Dit zal een effect hebben op ons secretariaat, de plek waar de gehele wimpelorganisatie wordt aangestuurd. Hoe meer wimpels we online verkopen, hoe meer inpak- en verzendwerk er bij ons op kantoor is.

17

Overigens gaat het daarbij wel om pieken in de belasting, we hebben het er een korte periode heel druk mee. Helaas is dat net de periode waarin het ook erg druk is met het opmaken van de jaarstukken, de controles van de accountants, en dergelijke. Ook dat is goed voelbaar op het secretariaat, aangezien ook de hele boekhouding hier wordt gedaan. Het secretariaat (officemanagement) is het hart van onze compacte organisatie. Als er iets fout gaat, is het hier het eerst en het best voelbaar. Met de veranderingen die eraan komen, zullen we dus toe gaan naar een grotere formatie. Een andere optie is om de verzending van de wimpels volledig buiten de organisatie te plaatsen, bijvoorbeeld in samenwerking met de SW. Hiermee geven we echter een heel gevoelig domein uit handen. We hebben nu erg weinig klachten en dat willen we graag zo houden. 2.7.2

Wat gaat het kosten?

Wimpels, donateurs en vrijwilligers Baten Lasten Saldo (voor bestemming) Onttrekking uit reserves Toevoegingen aan reserves Saldo (na bestemming)

JR2023

2024 200.000 -21.020

2025 210.000 -26.000

2026 210.000 -26.400

2027 210.000 -26.808

2028 210.000 -27.224

178.980 178.980

184.000 184.000

183.600 183.600

183.192 183.192

182.776 182.776

18

3

Paragrafen

3.1.1 Lokale heffingen Hoewel een verplichte paragraaf op grond van het BBV, kent Recreatieschap Marrekrite geen Lokale Heffingen. 3.1.2 Weerstandsvermogen en risicomanagement Het weerstandsvermogen is het vermogen om de financiële risico’s van de GR Marrekrite te kunnen opvangen, zonder dat dit directe gevolgen heeft voor de lopende bedrijfsvoering. Om te kunnen bepalen of het weerstandsvermogen van Marrekrite per 31 december 2025 toereikend is, beoordelen we welke risico’s het schap loopt en wat de mogelijke (financiële) impact van deze risico’s is. Begin A Algemene Reserve (AR)

JR2023 Resultaat

Eind

begroting 2024 Begin Resultaat

Eind

begroting 2025 Begin Resultaat

Eind

3.720.719

-250.000

3.470.719

3.470.719

-250.000

3.220.719

B Bestemmingsreserve Baggeren (BB)

300.000

-

300.000

300.000

-

300.000

Bestemmingsreserve Innovatie en C Ontwikkeling Recreatie (BIOR)

164.138

-

164.138

164.138

-

164.138

SUBTOTAAL MUTATIES RESERVES

4.184.857

-250.000

3.934.857

3.934.857

-250.000

3.684.857

RESULTAAT NA MUTATIES RESERVES

9.579

-37.180

Algemene Reserve De algemene reserve dient ter dekking van de onvoorziene uitgaven. Het grootste risico voor Marrekrite is dat we - als gevolg van ziekte, vertrek of uitval - extra of duurder personeel moeten aantrekken om de continuïteit van de bedrijfsvoering te kunnen blijven garanderen. In dergelijke gevallen moeten we teruggevallen op interim-personeel of op uitzendkrachten die, in directe kosten gerekend, duurder zijn dan eigen mensen. De kans dat dit risico zich voordoet is reëel. Daarom houden we voorzichtigheidshalve voor dit risico een bedrag aan ter grootte van 50% van de jaarlijkse personeelskosten. In 2025 bedragen de begrote personeelskosten circa € 700.000, wat in een benodigde weerstandscapaciteit resulteert van € 350.000. De algemene reserve zit daar ruimschoots boven. Per begroting 2022 tot en met 2026 doen we jaarlijks een vermogensuitkering, naar rato van de deelnemersbijdrage. Deze uitkering hebben we per 2023 in de begroting verwerkt met daartegenover een onttrekking aan de algemene reserve, uit te betalen vóór 31 december van het begrotingsjaar. In principe wordt er geen nieuw vermogen meer opgebouwd. Eventuele tekorten onttrekken we aan het eigen vermogen. In deze begroting handhaven we de begrote uitbetaling van het vermogen tot en met 2026. Daarna evalueren we en kijken in welke mate verdere afbouw van vermogen op verantwoorde wijze kan plaatsvinden.

Dat is ook meteen een passend moment om opnieuw naar de bijdrageregeling te kijken. Eventuele materiële risico’s in de vaste organisatiekosten schatten we als zeer beperkt in, omdat hier in belangrijke mate sprake is van flexibiliteit, dan wel van dekking via verplichte verzekeringen. Nu Marrekrite gevestigd is in het voormalige provinciale steunpunt in Uitwellingerga, is ook duidelijk dat hier voor ons nauwelijks risico’s uit voortvloeien. Er is sprake van een langlopend huurcontract en de zorg voor het pand ligt bij de provincie.

19

Bestemmingsreserves De bestemmingsreserve Baggeren bedraagt € 300.000. Deze reserve dient als “achtervang” achter de exploitatielasten van de onderhoudsopgave Baggeren als ware het een voorziening. De bestemmingsreserve Ontwikkeling (BIOR) bedraagt € 164.000 en is ingesteld om nieuwe (incidentele) ontwikkelingen op het gebied van waterrecreatie of landrecreatie mogelijk te maken op het moment dat de aanwezige exploitatiemiddelen onvoldoende zijn. De bestemmingsreserve dient niet ter dekking van structurele exploitatielasten die uit deze initiatieven voort kunnen vloeien. Aanwezige stille reserves Naast bovenstaande reserves beschikt Marrekrite ook over meerdere water- en grondkavels. In het verre verleden zijn deze veelal “om niet” verkregen en niet op de balans gewaardeerd. Het BBV staat herwaardering van deze bezittingen niet toe. De omvang van de stille reserves op dergelijke kavels is op de balansdatum niet bepaald. Als gevolg van allerlei heroverwegingen kan het bestuur besluiten om kavels te verkopen aan boeren, natuurorganisaties of andere belangstellenden. Op dat moment dient er getaxeerd te worden. Financiële kengetallen Meerjarenbegroting 2025-2028 Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Jaarrekening 2023

2024 320% 320% 51% 13% nvt nvt

2025 306% 306% 33% 8% nvt nvt

Meerjarenbegroting 2026 2027 335% 325% 335% 325% 32% 33% -1% -2% nvt nvt nvt nvt

2028 299% 299% 33% 0% nvt nvt

Netto schuldquote Een positieve schuldquote geeft aan dat per saldo sprake is van een tekort aan (liquide) middelen. Na vele decennia hebben we per 2022 afscheid van het regime om onze werkzaamheden uit eigen middelen te dekken, omdat Marrekrite bij een gelijkblijvend investeringsniveau geen andere optie heeft dan lang vreemd vermogen aan te trekken. De hiermee gemoeide rentelasten zijn ingepast in de begroting. We verwachten in 2024, 2025 en 2026 nogmaals een langlopende lening te moeten aantrekken. De verwachte rentelasten zijn ingeprijsd in de begroting. Solvabiliteitsratio Naarmate het solvabiliteitspercentage hoger is, is een onderneming (of gemeenschappelijke regeling) beter in staat om aan de verplichtingen op lange termijn te voldoen. De solvabiliteit van Marrekrite is, mede ook gelet op de beperkte organisatieomvang, goed te noemen en blijft ook naar de toekomst toe ruim voldoende. Wel is er duidelijk sprake van een dalende solvabiliteitspositie als gevolg van de toename van vreemd vermogen en de afbouw van eigen vermogen. Na 2026 zal de solvabiliteitsratio naar verwachting weer (licht) gaan stijgen. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoeveel vrije ruimte er structureel binnen de begroting aanwezig is. Een hoog percentage geeft aan dat de organisatie beschikt over een positief resultaat op haar structurele activiteiten.

We hebben in de komende vierjarige periode een beperkte structurele ruimte in onze begroting, in vergelijking tot eerdere jaren. Deze beperktere ruimte geeft ons evenwel voldoende flexibiliteit om de werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden, te kunnen uitvoeren. Het begrote overschot op de exploitatie bij resultaatsbestemming vloeit in principe terug naar de deelnemers. Daar zal strikt op worden gestuurd.

20

3.1.3 Financiering Tot nu toe kende Marrekrite geen paragraaf Financiering. Nu we te maken hebben met (lang) vreemd vermogen nemen we hier de verplichte tabellen op ten behoeve van het bepalen van de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Marrekrite blijft ten aanzien van beide normen ruimschoots binnen de toepasselijke maxima. Berekening renterisiconorm JR2023 Grondslag: omvang oorspronkelijke begroting Renterisiconorm (20% van grondslag) Renteherzieningen Aflossingen Renterisicobedrag In % begroting Ruimte (+) / overschrijding (-)

20%

2024 2.543.477 508.695 133.333 133.333 5,24% 375.362

2025 2.671.490 534.298 216.667 216.667 8,11% 317.631

2026 2.245.770 449.154 266.667 266.667 11,87% 182.487

2027 2.234.894 446.979 283.333 283.333 12,68% 163.646

2028 2.241.227 448.245 283.333 283.333 12,64% 164.912

2024 20.000 26.066 -6.066 208.565 214.631 2.543.477 208.565

2025 -271.527 271.527 219.062 -52.464 2.671.490 219.062

2026 200.999 -200.999 184.153 385.152 2.245.770 184.153

2027 163.186 -163.186 183.261 346.448 2.234.894 183.261

2028 226.154 -226.154 183.781 409.934 2.241.227 183.781

Berekening kasgeldlimiet Vlottende korte schuld Vlottende Middelen Netto vlottende schuld Kasgeldlimiet Ruimte onder de kasgeldlimiet Begrotingstotaal Kasgeldlimiet

A B C=A-B D D-C 8,20%

We hebben de benodigde langlopende lening om het liquiditeitstekort tot en met 2026 op te lossen indertijd becijferd op € 8,0 miljoen: inmiddels verwachten we € 8,5 miljoen nodig hebben. We trekken dit bedrag in tranches aan als lineair aflosbare lening: in 2022 hebben we een bedrag van € 4,0 miljoen aangetrokken. Vanaf 2024 trekken we –vermoedelijk in drie tranches- nog eens € 4,5 miljoen aan. Na 2026 breekt er een periode aan waarin er in de bestaande infrastructuur beperkter hoeft te worden geïnvesteerd, aangezien het grootste deel van de 33 km aan aanlegcapaciteit dan duurzaam is vervangen. Pas na 2045 verwachten we - op basis van de afschrijvingstermijnen - weer de eerste grootschalige vervangingsinvesteringen te moeten uitvoeren. We sluiten echter niet uit dat de levensduur van onze aanlegvoorzieningen veel langer zal blijken te zijn, maar werken vooralsnog het liefst vanuit het voorzichtigheidsbeginsel. Daarom schrijven we steigers in 40 jaar af en damwanden in 50 jaar. Zoals u kunt zien zal het nodig zijn om in 2024 reeds maatregelen te treffen ten behoeve van aanvullende financiering en zullen we naar verwachting in 2024 een tweede langlopende lening moeten aantrekken. Gezien de huidige rentestand willen we deze zo scherp mogelijk aantrekken. We houden het bestuur op de hoogte van de ontwikkelingen en de financiële consequenties. 3.1.4

Onderhoud Kapitaalgoederen

Aanlegvoorzieningen Wanneer al onze aanlegplaatsen in Fryslân achter elkaar zouden worden gelegd, blijkt dat we ongeveer 33 km aan voorzieningen in beheer hebben op de mooiste plekken in het buitengebied van de provincie. Daarnaast hebben we sinds eind 2020 in totaal 100 MarBoeien op het water liggen. Containers Onze circa 120 containers voor recreatie-afval blijven ‘s winters in het veld staan. Ze worden jaarlijks gecontroleerd en - indien nodig - gerepareerd door de schipper van de milieuboot. Zo borgen we de kwaliteit en verlengen we de levensduur. De meeste containers zijn inmiddels afgeschreven. Als repareren niet langer mogelijk of rendabel is, schaffen we (zo goed als) nieuwe exemplaren aan.

21

Werkschip (MK1) Onze eerste werkboot is halverwege 2013 aanschaft en wordt gedurende 15 jaar afgeschreven (tot 2028). Het schip ligt tegenwoordig “voor de deur” in Uitwellingerga. Het meeste onderhoud aan onze schepen en kleinere aanpassingen doen we zelf. Ingrijpende klussen worden op werven uitgevoerd, waarbij wij meestal zelf ook in uitvoerende zin betrokken blijven. Milieuboot (MK2) De milieuboot (containerboot) is eind 2013 aanschaft om het recreatie-afval met ingang van 2014 in eigen beheer te kunnen inzamelen. Vóór die tijd werd deze taak vanuit Boarnsterhim uitgevoerd. De verwerking van het afval is en blijft een taak van Omrin. De schipper doet het dagelijks onderhoud aan het schip zelf, waar nodig bijgestaan door onze andere technische collega’s. Duwponton De werkponton is 6 x 4 meter groot en kan worden ingezet om klein onderhoudswerk te doen. Borden netwerken en TOP’s De informatiepanelen en borden van de knooppuntnetwerken blijven formeel in eigendom van de gemeenten. Ook de vervangingskosten worden door de gemeenten betaald. In totaal is in Fryslân (exclusief gemeente Ooststellingwerf) ruim 2800 km fietspad van knooppuntbebording voorzien (855 knooppunten). Op het gebied van wandelen geldt dat ruim 3800 km aan paden is voorzien van 2060 knooppunten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14057967/1