CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 -Bijsluiter in tabelvorm

Het Debat 19 april 2022, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Gebiedsontwikkeling Hegewarren6.540 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gebiedsontwikkeling Hegewarren Bijsluiter inrichtingsvarianten Open en Natuurlijk en Polderaquarel

Provincie Fryslân Veenweideprogramma Projectleider: Sonja Busch 21-01-2022

Inhoud Inhoud ..........................................................................................................2 Leeswijzer .....................................................................................................3 1. Aanleiding en context ...............................................................................4 1a. Aanleiding ...........................................................................................4 1b. Problematiek in de Hegewarren ........................................................5 1c. Aanpak ................................................................................................5 1d. Doelen en ambities.............................................................................6 1e.

Algemene lessen en conclusies ........................................................10 Bijsluiter Polderaquarel ..............................................................................12 Het alternatief ........................................................................................12 Bijsluiter Open en Natuurlijk ......................................................................12 Twee varianten .......................................................................................12 Korte typering.........................................................................................13 Fasering ..................................................................................................13 Doelbereik en beschouwing van de haalbaarheid .................................14 Randvoorwaarde 1: Verhoogde Peilen ..............................................14 Randvoorwaarde 2: Inpassing Vaarweg .............................................15 Randvoorwaarde 3: Leren voor de brede veenweideaanpak ............15 Doelbereik ..............................................................................................16 Robuuste keuze voor de toekomst? .......................................................18 Nadelen ..................................................................................................18 Financiële

Aspecten................................................................................19 Voorlopige doorrekening ...................................................................19 Financiële strategie ................................................................................20 Risico’s en aanbevelingen voor vervolgfase ...........................................21

2

Leeswijzer Provinciale Staten hebben op 27 november 2019 besloten om opdracht te geven voor het verkennen van een nieuwe inrichting van de Hegewarren. Provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en de gemeente Smallingerland zijn gezamenlijk opdrachtgever van deze gebiedsontwikkeling. De kern van de opdracht was het zoeken naar ‘de maatschappelijk meest optimale inrichting van het gebied’. Dit is in een via een zogeheten co-creatie proces onderzocht, waarin de omgeving een sterke rol heeft gespeeld bij het bedenken van oplossingen voor het gebied. De resultaten liggen nu voor ter besluitvorming. Er zijn twee voorkeursalternatieven opgeleverd, genaamd ‘Polderaquarel’ en ‘Open en natuurlijk’. Deze tonen aan dat er iets te kiezen valt: ze vertegenwoordigen uiteenlopende kwaliteiten en kansen voor de Hegewarren. In deze bijsluiter zijn de twee alternatieven vergeleken ten behoeve van de besluitvorming binnen alle drie de betrokken overheden. Alle basisinformatie over de twee voorkeursalternatieven, lessen uit andere alternatieven die ontwikkeld zijn (maar niet als voorkeur zijn aangeboden) zijn te vinden in het eindrapport Co-creatie Hegewarren en het daarbij behorende bijlagenrapport (tevens bijgevoegd).

Het eerste deel van de bijsluiter schetst de context van het proces (aanleiding, mee gegeven doelstellingen e.d.) het proces, in het tweede deel van de bijsluiter zijn de twee alternatieven naast elkaar gepresenteerd.

3

1. Aanleiding en context 1a. Aanleiding

• • •

De Hegewarren is een Veenpolder, grenzend aan het Nationaal Park De Alde Feanen. Afgelopen jaren is gebleken dat er een duurzame toekomst voor dit gebied moet worden gevonden met fors hogere grondwaterstanden. De huidige situatie is niet toekomstbestendig. Er is sprake van bodemdaling en uitstoot van CO2 door veenoxidatie, bovendien leidt de huidige invulling van het gebied tot negatieve effecten op het aangrenzende Natura2000 gebied De Alde Feanen. Het natuurgebied is gevoelig voor de uitstoot van stikstof en verdroging. Daarnaast zijn de kosten voor (water-)beheer om de polder in stand te houden relatief hoog.

24 juni 2021 namen de statenleden, AB leden en raadsleden kennis van de conceptresultaten die het co-creatieproces tot dan toe hadden opgeleverd. Op 7 oktober 2021 bood het co-creatieteam de resultaten aan de stuurgroep aan De besluitvorming over de toekomstige inrichting vindt plaats in april 2022. Op 5 april in het Algemeen bestuur van het Wetterskip Fryslân, 21 april in de Gemeenteraad van Smallingerland en op 22 april in de Provinciale staten van Fryslân

Het co-creatie proces was bedoeld om samen haalbare alternatieven te bedenken. Dit is geslaagd, want er liggen twee haalbare alternatieven voor, waarvan één in de planfase verder uitgewerkt kan worden om vast te stellen of het een realistisch plan voor het gebied is.

Dit zijn de belangrijkste (politieke) momenten uit de afgelopen tijd: •

•

•

•

•

•

Eind 2019 kregen we de opdracht van PS om samen met Wetterskip Fryslân en de gemeente Smallingerland te onderzoeken wat de beste inrichting voor de toekomst van de Hegewarren is. We hebben dat in samenwerking met de omgeving in een co-creatieproces gedaan. Conform dat besluit onderzochten we ook of het mogelijk is een betere route voor de beroepsvaarweg van en naar Drachten te realiseren dan de huidige route door De Alde Feanen (veiliger) en geschikt voor grotere schepen (klasse Va). Het provinciale Bestuursakkoord stelt dat er alleen over een vaarweg Drachten gesproken kan worden als er synergie is aangetoond met de gebiedsontwikkeling Hegewarren. Binnen het Veenweideprogramma 2021-2030 is de Hegewarren aangewezen als een ontwikkelgebied, net als Aldeboarn – De Deelen. Voor deze gebieden zijn Rijksmiddelen beschikbaar gesteld. Op 25 november 2020 heeft PS besloten € 15 miljoen van de € 22 miljoen aan Fryslân toegekende Impulsgelden van het Rijk toe te kennen aan de Hegewarren Op basis daarvan zijn gesprekken gestart met de (melkveehouderij)bedrijven in het gebied over verplaatsing

4

1b. Problematiek in de Hegewarren De Hegewarren ligt in het Friese veenweidegebied. Het is een gebied van ongeveer 400 hectare, ingepolderd in de jaren ‘70. De poldergronden zijn nu grotendeels in gebruik door melkveehouders, met vooral aan de randen enig recreatief gebruik. Inmiddels is conform PS besluit van 25 november 2020 begonnen met de aankoop van (melkvee-)bedrijven in de polder.

Veenweide De bodem van de Hegewarren bestaat uit een veenpakket van gemiddeld twee meter dik. Doordat de grondwaterstanden vaak kunstmatig laag gehouden worden, droogt het veen uit en oxideert het. Hierdoor daalt de bodem. Sinds de inpoldering is de Hegewarren ruim een halve meter gezakt. Bovendien komt er CO2 vrij bij de oxidatie van het veen, wat onwenselijk is in het kader van de klimaatdoelstellingen. Als al het veen oxideert, bevindt het maaiveld zich op circa 2,5m onder boezemniveau (3- 3,5m onder de kade). Jaarlijks stoot het gebied bijna 16.000 ton CO2 uit (uitgaande van een uitstoot van ruim 40 ton CO2/ha/ jaar, conform getallen van de WUR, 2017).

Waterbeheer Ook heeft de bodemdaling gevolgen voor het waterbeheer; het is bijvoorbeeld steeds moeilijker polderkades goed te onderhouden. De kades en andere infrastructuur moeten periodiek versterkt worden. De kosten voor het in stand houden van de polder zijn daardoor hoog.

Effecten op natuur Voor de Hegewarren geldt bovendien dat de steeds lagere grondwaterstanden ervoor zorgen dat omliggende natuurgebieden verdrogen. Daar komt bovenop dat het Natura 2000-gebied De Alde Feanen gevoelig is voor de uitstoot van stikstof vanuit de Hegewarren.

Toekomstperspectief Het huidige waterbeheer en landgebruik biedt daarmee geen duurzaam toekomstperspectief. Vandaar dat u in 2019 bij de vaststelling van de startnotitie de opdracht hebt gegeven om een gebiedsontwikkelingsproces te starten in het

kader van de Veenweideopgave, gekoppeld aan een aantal andere doelstellingen. Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân hebben in 2021 het veenweideprogramma vastgesteld. Hegewarren is aangewezen als één van de ontwikkelgebieden in dit programma.

1c. Aanpak Co-creatieproces Het fors verhogen van de grondwaterpeilen, heeft ingrijpende gevolgen voor de mensen die in en om de Hegewarren wonen en de grond gebruiken. Daarom hebben we juist hén gevraagd om na te denken over een goede invulling van het gebied. Deze manier van werken sluit ook goed aan op de ambities van de provincie op het gebied van bestuurlijke vernieuwing, zoals vastgelegd in de Discussienotitie democratische vernieuwing (Fernijing yn Fryslân: in bestjoer dat past by dizze tiid Discussienotitie democratische vernieuwing provincie Fryslân april 2020.pdf (fryslan.frl)). Met name ambitie 2 ‘Gebiedsgericht en integraal werken’ en ambitie 3 ‘Werken als 1 overheid’ staan centraal. Dit sluit voor Wetterskip Fryslân aan bij de doelen benoemd in het coalitieakkoord “Gewenst peil”. Het algemeen bestuur is meegenomen in de invulling van de ambitie: “we werken omgevingsgericht en zoveel mogelijk samen met anderen”. Een team van 17 betrokkenen in en rond de Hegewarren heeft in opdracht van Provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en Gemeente Smallingerland verschillende alternatieven voor de toekomst van de Hegewarren ontwikkeld.

Van november 2020 tot oktober 2021 heeft dit co-creatieteam, met ondersteuning van Open Kaart, de landschapsarchitecten van H+N+S en diverse specialisten van Royal HaskoningDHV, getekend, gerekend, verkend en geleerd hoe de toekomst van de Hegewarren er uit zou kunnen zien. Als resultaat heeft het co-creatieteam op 7 oktober 2021 twee voorkeursalternatieven aangeboden aan Douwe Hoogland (gedeputeerde Provincie Fryslân), Jan van Weperen (Dagelijks Bestuur Wetterskip Fryslân) en Robin Hartogh Heys van de Lier (wethouder Gemeente Smallingerland).

5

1d. Doelen en ambities Randvoorwaarden en doelstellingen De opdrachtgevers waren geen onderdeel van het co-creatieteam, maar hebben bij de start van het co-creatieproces randvoorwaarden en doelstellingen meegeven aan het co-creatieteam. De drie betrokken overheden hebben ieder verschillende rollen, taken en verantwoordelijkheden. Niet voor iedere overheidslaag zijn alle doelstellingen even belangrijk. De randvoorwaarden zijn meegegeven als minimale vereisten. De overheden hebben aangegeven de doelstellingen belangrijk te vinden maar hebben vooraf geen specifieke weging aan de doelstellingen meegegeven.

Randvoorwaarden 1. De grondwaterstanden (peilen) moeten omhoog Het verhogen van de grondwaterstanden is noodzakelijk om bodemdaling en CO2 uitstoot door veenoxidatie. We hanteren een minimale verhoging van de grondwaterstand van 40 cm onder het maaiveld. Dit is het gemiddelde peil waar in het Uitvoeringsprogramma Veenweide 2021-2030 vanuit wordt gegaan. Beide alternatieven voldoen aan de randvoorwaarde dat de grondwaterstand omhoog moet naar 40 cm onder maaiveld, het ene alternatief vertegenwoordigt daarin een minimale variant met peilen tussen 20 en 40 cm onder maaiveld in het eindbeeld, de andere de maximale, met veel open water en moerasland. De CO2 reductie is berekend op basis van de peilverhogingen, met de kennis van nu. Er is een bandbreedte gegeven, omdat er twee methodes toegepast zijn. De berekeningsmethoden worden regelmatig bijgesteld n.a.v. lopend onderzoek, waardoor de absolute reductie moeilijk hard te voorspellen is. De verhouding ten opzichte van de huidige situatie en de alternatieven onderling blijft naar verwachting ongeveer

2. In tenminste één ontwerpvariant wordt een eventuele vaarweg naar Drachten in kaart gebracht. Over de vaarweg is in de politiek het volgende vastgesteld: “De Vaarweg Drachten maakt onderdeel uit van het gebiedsproces Hegewarren. Een verbetering van de vaarweg Drachten kan pas aan de orde komen wanneer in dat gebiedsproces duidelijke synergie met andere kansen voor het gebied blijkt. (Bestuursakkoord 2019). Daarmee is niet besloten dat een alternatief tracé voor de vaarweg gerealiseerd wordt. Dit is alleen mogelijk als in het planproces daadwerkelijk aangetoond wordt dat het haalbaar is om de vaarweg goed in te passen in de omgeving (Grou, de Burd, Hegewarren, de Veenhoop), met oog voor de bezwaren over veiligheid, bereikbaarheid en invloed op natuur en landschap.” (Startnotitie Hegewarren, November 2019). Het co-creatieproces heeft inmiddels uitgewezen dat voor 1 van de 2 voorkeursalternatieven een vaarweg inpasbaar is, dat is in een variant op Open en Natuurlijk. Een besluit over de vaarweg wordt later ter besluitvorming voorgelegd op basis van een brede afweging, naar verwachting in september 2022. 3. Andere veenweidegebieden moeten kunnen leren van de Hegewarren (‘kennisvliegwieleffect’) Het is de bedoeling om de ervaring en kennis die wordt opgedaan in de Hegewarren te benutten voor de aanpak van andere veenweidegebieden.

Het ontwerpproces van elke alternatief heeft ons al veel geleerd over de mogelijke oplossingen in het veenweidegebied en welke kennisleemten er nog zijn voor het vervolg. De verwachting is dat de daadwerkelijke transitie van het gebied dit ook doet. Hoe er actief geleerd kan worden door te monitoren en te experimenteren in het plangebied, wordt concreet gemaakt worden in het ‘overgangsbeheer’. Naar verwachting is dit geen vastomlijnd programma. Er kan ingespeeld worden op nieuwe kennisvragen die in de tijd ontstaan. Het overgangsbeheer wordt verder uitgewerkt in de planfase, de uitgangspunten vindt u in de daarvoor bestemde bijlage.

6

Doelstellingen In de doelstellingen klinken de bestuurlijke ambities en wensen door. Hiermee werd houvast gegeven welke oplossingen op draagvlak kunnen rekenen bij de bestuurders. De doelstellingen zijn geen harde vereisten; de haalbaarheid ervan moest uit het proces blijken. Aan de voorkant is geen weging meegegeven in de doelstellingen. Vooraf is wel meegegeven dat een oplossingsrichting waarbij meerdere doelstellingen worden behaald, een grotere kans op succes heeft. Meegegeven doelstellingen waren: • Het minimaliseren van de bodemdaling • Het terugdringen van de CO2 -uitstoot • Het verminderen van het uitdrogende effect van de Hegewarren op De Alde Feanen • Het terugdringen van kosten voor instandhouding van het watersysteem in de polder • Het bijdragen aan klimaatadaptatie met een robuust(er) watersysteem • Het versterken van de recreatiestructuur • Het verbeteren van de veiligheid op het water (binnenvaart en recreatievaart) • Het verminderen van de stikstofuitstoot in het gebied • Het bijdragen aan doelstellingen m.b.t. duurzame energie (RES) • Het bijdragen aan brede welvaart • Het bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit • Het realiseren van een financieel ‘vliegwiel’, waarbij een deel van het geïnvesteerde budget in de Hegewarren terugvloeit naar de veenweideaanpak om te kunnen investeren in andere veenweidegebieden

klimaatadaptatie, vermindering van stikstof depositie en het verminderen van verdroging in De Alde Feanen belangrijke thema's zijn, evenals de reductie van de kosten voor waterbeheer en de financiële haalbaarheid. Om een compleet beeld te kunnen geven van de problematiek is vervolgens nader onderzoek gedaan naar: de fasering van de alternatieven (en specifiek de impact van vernatting op landschapen grond), de kansen en beperkingen voor weidevogels, de waarde van het (behoud van het) blauwgraslandperceel binnen de polder en de haalbaarheid van bedrijfsmodellen met natte teelten. Ten aanzien van de eventuele in passing van de beroepsvaarweg van en naar Drachten is gevraagd te verkennen of het wel mogelijk is om de vaarweg Natura 2000-gebied te laten doorkruisen en is aandacht gevraagd voor het garanderen van de veiligheid op het water, met name bij knooppunt le-sicht. De laatste punten liggen nu niet voor, maar komen aan de orde rond de besluitvorming over de vaarweg Drachten in september 2022.

Delen conceptresultaten en omgekeerde zienswijze Tussentijds heeft het co-creatieteam in een consultatieronde feedback gevraagd aan de brede omgeving, bestuur en politiek (een omgekeerde zienswijze). We hebben vanuit u meegekregen wat u nadrukkelijk wilde weten om een keuze te kunnen maken. In het daarop volgende gesprek met het co-creatieteam hebben de betrokken bestuurders aangegeven dat de klimaatdoelstellingen CO2-reductie,

7

Afweegkader Op basis van de randvoorwaarden en doelstellingen van de opdrachtgever en de wensen van het co-creatieteam is het volgende afweegkader opgesteld:

Alle aspecten in het afweegkader zijn, in samenwerking met diverse specialisten, van inhoud en duiding voorzien door het co-creatieteam. Het afweegkader bevat niet alleen kwantitatief meetbare criteria, maar ook kwalitatieve criteria. Voor de aspecten waar de score berekend is, is zowel met ‘schuifjes’ als met kleuren aangegeven hoe ze zich verhouden tot de huidige situatie. Groene aspecten scoren beter dan oranje aspecten, rode aspecten scoren het minst goed. Dit is gedaan om de leesbaarheid te vergroten, de kleuren zijn niet exact gekoppeld aan waarden. De aspecten die alleen kwalitatief beschreven zijn, zijn grijs.

8

Hieronder is te zien hoe de doelstellingen zich verhouden tot de ambities en taken van de verschillende overheden. Die doelstellingen zijn omkaderd per organisatie:

Wetterskip Fryslân

Provincie Fryslân

De mate waarin een alternatief voldoet aan de randvoorwaarden en de doelstellingen vertelt ons iets over de haalbaarheid en de wenselijkheid van de alternatieven. Ieder gebied is anders en er is geen sturing mee gegeven door op voorhand aan te geven welke doelen het zwaarst gewogen worden. Nu de alternatieven voorliggen, leren we echter dat de alternatieven in op een aantal wezenlijke punten verschillen als we naar de uitvoering en de verdere toekomst kijken.

Gemeente Smallingerland

We zien dat Open en Natuurlijk de meeste doelstellingen weet te verenigen, maar omdat er een grotere transitie plaatsvindt, zijn er nog meer onzekerheden (benoemd bij de risico's). Polderaquarel scoort minder gunstig op de doelstellingen, maar heeft als belangrijke waarden het behoud van het open polderlandschap, het blauwgrasland en cultuurhistorische elementen. Daarom vindt het co-creatieteam dit alternatief het overwegen waard. Het verenigt kwaliteiten die niet in Open en natuurlijk terug te vinden zijn.

1e. Algemene lessen en conclusies Wat hebben we geleerd en welke voortschrijdende inzichten hebben we? We hebben veel geleerd door in te zoomen op het gebied en de gebiedseigenschappen en daarover in gesprek te gaan met direct betrokkenen en deskundigen. We hebben ook verwachtingen bij moeten stellen. Een relatief groot deel van de aan Friesland toegekende Impulsgelden (€ 15 van de € 22 miljoen) is binnen de provincie toegewezen aan een relatief klein gebied binnen het veenweidegebied. Toen dit gebeurde werd verondersteld dat het haalbaar zou zijn om via de gebiedsexploitatie te zijner tijd een deel van dat geld terug te laten vloeien naar andere gebieden binnen het Veenweideprogramma, met andere woorden: een financieel ‘vliegwiel’ te realiseren, Dit is als een van de doelstellingen meegegeven. In de praktijk blijkt dat weerbarstiger, omdat de schaal van het gebied niet onbeperkt renderende functies kan dragen zonder teveel af te doen aan de kwaliteiten van het gebied. Het is overigens niet onmogelijk dat er alsnog een financieel vliegwiel gerealiseerd kan worden via het aantrekken van aanvullende externe fondsen. Ook veronderstelden we dat de kosten voor het waterbeheer in alle gevallen bij een peilverhoging fors omlaag zouden gaan.

Door ons niet alleen op kentallen uit het verleden te baseren, maar beter te kijken naar de manier waarop op dit moment kades worden onderhouden, bleek dat dit niet in alle gevallen zo is en dat de kosten vooral verminderen wanneer kades verwijderd kunnen worden. Alleen peilverhogingen leveren geen besparingen op. Een actualiteit is dat stikstofdoelstellingen in het nieuwe regeerakkoord aangescherpt zijn. Dit zou kunnen betekenen dat er direct rond Natura-2000 gebieden mogelijk strengere maatregelen komen t.a.v. agrarisch gebruik. Ook zien we in nationale en Europese context een tendens naar verdergaand beleid op het gebied van CO2-reductie en klimaatadaptatie. Binnen het Friese veenweideprogramma is ook meer dan voorheen aandacht voor de doelstellingen voor 2050 en hoe de huidige inspanningen zich daartoe verhouden. Voor de lange termijn (2050) richt het programma zich op een

veenweidegebied waarin veenafbraak, bodemdaling en CO2-uitstoot nagenoeg zijn gestopt. De doelstelling voor 2050 is niet als randvoorwaarde meegegeven in dit proces; het minimum was een grondwaterstand van 40 cm onder maaiveld (conform Veenweideprogramma 2021-2030). Wanneer in bepaalde gebieden de doelstellingen voor 2050 echter niet gehaald kunnen worden, betekent dit dat er in andere gebieden binnen het veeweidegebied t.z.t. meer CO2 gereduceerd moet worden om de doelstelling voor het gehele veenweidegebied te behalen.

Financiële Haalbaarheid Bij de doorrekening is in deze fase een globale businesscase opgesteld waarin verkennend is onderzocht hoe de investeringen en inkomsten in de tijd staan. De cijfers zijn voldoende om de haalbaarheid van de varianten in te schatten, maar niet om harde afspraken op te baseren over risico’s en kosten. Daarvoor is verdere uitwerking in de planfase nodig. Voor de berekening van de financiële haalbaarheid is aangesloten bij de manier waarop overheden een grondexploitatie voeren, waarbij gedurende een periode opbrengsten gegenereerd worden, als dekking voor de investeringen. Voor het voorkeursalternatief Open en Natuurlijk laat de businesscase zien dat er een tekort is van circa € 1,8 miljoen en voor Polderaquarel een tekort van circa € 1,6 miljoen. Op basis van de huidige inzichten verwachten we dat het mogelijk is om het financiële tekort te kunnen overbruggen via aanvullende maatschappelijke fondsen en/of ontwerp optimalisaties (met behoud van doelstellingen). Gezien de impact van het toevoegen van meer renderende functies op het gebied, de relatief beperkte opbrengsten en het hoge risicoprofiel van deze opties (bijv.

door uitvoering en restricties binnen het overheidsbeleid) wordt het toevoegen van een extra renderende functie in de vorm van zonneweiden niet sec onderzocht voor het creëren van een positief saldo op de grondexploitatie, maar alleen als het niet mogelijk is om de gebiedsontwikkeling te realiseren via aanvullende maatschappelijke fondsen en/of ontwerp optimalisaties.

10

Dit sluit ook aan bij de aanbevelingen van het co-creatieteam. Zij geven aan dat wanneer er geen aanvullende middelen beschikbaar komen en ontwerpoptimalisaties geen uitkomst bieden. Zonne-energie, mits tijdelijk en goed ingepast, zou acceptabel kunnen zijn. Er is geen sprake van breed draagvlak hiervoor. Mochten voorgaande opties niet leiden tot een sluitende begroting, is een laatste mogelijkheid het beschikbaar stellen van aanvullende financiering door de deelnemende partijen of ervoor te kiezen het ontwerp passend te maken binnen het budget (‘taakstellend budget’). Als dit het geval is vraagt dit een nieuwe politieke afweging.

11

Bijsluiter Polderaquarel

Bijsluiter Open en Natuurlijk

Het alternatief

Het alternatief

In het alternatief Polderaquarel wordt stapsgewijs toegewerkt naar een polder met bloem- en kruidenrijke graslanden. In ongeveer 10-20 jaar zal het waterpeil stapsgewijs worden opgezet om de vereiste verhoging van de grondwaterstand te bereiken. Het laagste deel van de polder wordt moerasnatuur. Een deel van de polder kan gebruikt worden voor extensieve landbouw. De waardering voor dit alternatief is gebaseerd op de rust, de ruimte, de stilte, het extensief agrarische (natuur)beheer en de meeste kans voor weidevogels.

In dit alternatief heeft water de hoofdrol. De peilen zijn zo hoog mogelijk en de maatschappelijke doelstellingen zijn zoveel mogelijk gemaximaliseerd. De Hegewarren wordt grotendeels getransformeerd tot moerasnatuur en open water. Het waterpeil wordt verhoogd naar boezempeil, zo zijn er vrijwel geen polderkades meer nodig. Het waterrijke landschap wordt ingezet om de natuur en verschillende vormen van recreatie te versterken. Nieuwe recreatieve vaarverbindingen tussen de Kromme Ee en de Grutte Krite maken dit alternatief ook op regionale schaal interessant. De waardering voor dit alternatief is gebaseerd op de rust, de ruimte, de recreatieve plus en er is oog voor het feit dat veel maatschappelijke doelen worden behaald.

Twee varianten Er zijn twee varianten ontwikkeld, een met enkel lokaal grondverzet en een met meer recreatief vaarwater. We gaan uit van de variant met lokaal grondverzet (met 80 ha recreatief vaarwater), omdat deze financieel gezien het meest haalbaar geacht wordt. Dat laat onverlet dat er in de planfase onderzocht kan worden welke mogelijkheden er zijn om indien gewenst meer recreatief vaarwater te realiseren.

12

Korte typering

• • • • •

Grondwaterstanden uiteindelijk 20 tot 40 cm onder maaiveld (eerste periode 50 cm i.vm ‘uitmijnen’) Huidige polderkade van 12 km blijft in stand 135 ha extensief beheerd nat grasland en 110 ha voor extensieve melkveehouderij (1 à 2 bedrijven) 95 ha nieuw moerasland Circa 10 woningen naast de bestaande woningen

Fasering Wanneer de huidige boeren die hier niet willen blijven een nieuwe plek hebben gevonden en de gronden van de Hegewarren beschikbaar zijn voor een nieuwe inrichting, kan men direct aan de slag met de realisatie van het geschetste eindbeeld in dit alternatief. De stijging van de waterpeilen kan bij de natuurlijke graslanden en het landbouwgebied het beste geleidelijk over een langere periode (circa 10 tot 20 jaar) plaatsvinden. Dit maakt ‘uitmijnen’ (geleidelijke afvoer van voedingsstoffen) mogelijk en overmatige ontwikkeling van pitrus wordt hierdoor voorkomen. Ter plaatse van het toekomstige moerasland kan het waterpeil sneller worden opgezet.

Korte typering

• • • • • •

Water, natuur en recreatie Grotendeels boezemland, met nog 3 km kade bij Sytebuorren Westelijk (Sytebuorren) 35 ha extensief beheerd nat (bloemrijk) grasland, 20-40 cm-mv Centraal: 220 ha moerasland en 80 ha open vaarwater Oostelijk (achter hotel Ie-sicht): een opgehoogd eiland (zonder kade) Circa 50 recreatiewoningen (eiland) en 60 recreatiearken (moerasland)

Fasering Voorlopig gaan we er vanuit dat de toegang tot de gaswinlocatie midden in de polder via de bestaande weg gehandhaafd moet worden tot 2040 (einde concessie). Daardoor kan de ontwikkeling van dit alternatief niet in één keer plaatsvinden. Ondertussen kunnen binnen de polder uiteraard wel stappen gezet worden richting het eindbeeld. Zo kan in Sytebuorren stapsgewijs de stijging van het waterpeil worden ingezet en in het diepste deel van de polder kan moerasontwikkeling starten. Het gebied kan daarnaast ingezet worden voor (veenweide) experimenten met hogere peilen. Denk aan kennis over bodemdaling, CO2 uitstoot, gewasopbrengsten, natte teelten en nieuwe verdienmodellen (aansluitend op de Veenweideprogrammalijn “it nije buorkjen”) of wellicht voor een combinatie van natte gebieden met zonneweiden.

13

Doelbereik en beschouwing van de haalbaarheid

Doelbereik en beschouwing van de haalbaarheid

Randvoorwaarde 1: Verhoogde Peilen

Randvoorwaarde 1: Verhoogde Peilen

De grondwaterstanden worden in de verschillende deelgebieden stapsgewijs verhoogd naar 40 of 20 cm onder maaiveld.

Er wordt in het grootste deel van het gebied ruim voldaan aan de vraag om tenminste een grondwaterstand van 40 cm onder maaiveld te bereiken. Het primaire doel van deze peilverhoging is het verminderen van de CO2 uitstoot.

Ten opzichte van de huidige situatie vindt een vermindering van CO2 uitstoot plaats van 58-68% CO2 equivalenten. Dit is ongeveer 20% minder dan het alternatief Open en Natuurlijk.

Open en Natuurlijk levert ten opzichte van de huidige situatie een vermindering op van 77-86%. Dit is ongeveer 20% meer dan het alternatief Polderaquarel. Deze percentages zijn gebaseerd op berekeningen waarbij in dit alternatief het veen onder water vergraven en verwerkt wordt. Het risico van een eventueel grotere CO2 uitstoot door onderwater vergraven en verwerken wordt onderzocht in de planfase.

14

Randvoorwaarde 2: Inpassing Vaarweg

Randvoorwaarde 2: Inpassing Vaarweg

Dat in tenminste één van de inrichtingsvarianten voor de Hegewarren een vaarweg inpasbaar is was een randvoorwaarde. In dit alternatief is een vaarweg niet inpasbaar.

Dat in tenminste één van de inrichtingsvarianten voor de Hegewarren een vaarweg inpasbaar is was een randvoorwaarde. Er is een variant van Open en Natuurlijk waar meer gegraven wordt om ruimer vaarwater voor recreatie te creëren. Binnen deze variant is het ontwerpend onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheid van een beroepsvaarweg, omdat deze daar het beste is in te passen gecombineerd met open water. Wezenlijke constatering is dat een vaarweg altijd consequenties voor het gebied zal hebben.

Randvoorwaarde 3: Leren voor de brede veenweideaanpak Binnen dit alternatief kan geleerd worden hoe de stapsgewijze vernatting naar bloemrijk grasland en extensief beheer het beste kan worden uitgevoerd. Het biedt de mogelijkheid onderzoek te doen naar bijvoorbeeld nieuwe bedrijfsmodellen voor de landbouw, met grondwaterstanden rond 40 cm onder maaiveld. Voordeel is dat dit voor het grootste deel van de polder het beoogde eindbeeld is. Dat maakt het wellicht makkelijker om beheerders te vinden die deze experimenten aan willen gaan dan in het andere alternatief, waar hen geen perspectief geboden wordt om op de lange termijn te blijven. Nadeel is dat binnen Polderaquarel in een relatief beperkt deel van het gebied experimenten uitgevoerd kunnen worden met fors hogere peilen, omdat het eindbeeld bloemrijk grasland niet bereikt kan worden als de peilen eerst hoger geweest zijn.

Randvoorwaarde 3: Leren voor de brede veenweideaanpak Binnen dit alternatief is, door de nodige fasering in de tijd, relatief veel ruimte en tijd voor onderzoek in het kader van het Veenweideprogramma. Omdat het eindbeeld hier grotendeels water en moerasnatuur is, is hier in een groot deel van het gebied ook onderzoek mogelijk met forse peilverhogingen en peilfluctuaties, zonder dat dit het gebied aantast voor de latere functie. Dit alternatief biedt uiteraard ook ruimte om te experimenteren met grondwaterstanden rond 40 cm onder maaiveld. Dat is echter voor het grootste deel van de polder niet het beoogde eindbeeld. Nadeel is dat de ontwikkelde graslanden later weer verdwijnen. In alle gevallen is echter een uitmijntraject nodig, waar dit soort stapsgewijze vernatting richting bloemrijk grasland ook een bijdrage aan levert.

15

Doelbereik

Doelbereik

Voor de aspecten waar de score berekend is, is zowel met ‘schuifjes’ als met kleuren aangegeven hoe ze zich verhouden tot de huidige situatie. Groene aspecten scoren beter dan oranje aspecten, rode aspecten scoren het minst goed. Dit is gedaan om de leesbaarheid te vergroten, de kleuren zijn niet exact gekoppeld aan waarden. De aspecten die alleen kwalitatief beschreven zijn, zijn grijs.

16

In het alternatief Polderaquarel blijft de identiteit van het gebied het best behouden. Denk daarbij aan waaronder het behoud van het open polderlandschap, het lokale blauwgrasland en cultuurhistorische elementen (de verkavelingsstructuur en oude huskopkes). Binnen Polderaquarel is ruimte voor een aantal extensieve boeren en dit alternatief biedt daarmee, conform de Veenweidevisie, perspectief voor de functie landbouw. De peilverhoging en reductie van de bodemdaling sluit aan bij de doelen van het Veenweideprogramma 2021-2030. In Polderaquarel wordt echter in mindere mate voldaan aan de lange termijn doelstelling voor 2050 dan in Open en Natuurlijk. Dat het doel van 2050 in Polderaquarel minder dicht benaderd wordt dan in Open en Natuurlijk, betekent wel dat er in andere gebieden binnen het veeweidegebied t.z.t. meer CO2 gereduceerd moet worden om de doelstelling voor het veenweidegebied te behalen. De bestaande- en gewaardeerde - ervaring van rust en ruimte zal zoveel mogelijk in stand gehouden worden doordat er relatief weinig verandert; langs de weg worden circa tien extra woningen gezien. Polderaquarel biedt relatief gezien de meeste kansen voor weidevogels. Daar moet wel de kanttekening bij geplaatst worden dat het gebied een beperkte potentie heeft als succesvol weidevogelgebied, door de ligging naast een moerasgebied, en de daar aanwezige predatoren.

We hadden al in beeld dat het niet hét weidevogelgebied van Fryslan is, nader onderzoek door ecologisch bureau Altenburg en Wymenga heeft dit bevestigd en nader onderbouwd. De waardering van dit model vanuit de doelstelling weidevogels ligt daardoor wat genuanceerder dan eerder.

Het alternatief Open en Natuurlijk heeft ten opzichte van de huidige situatie het hoogste doelbereik ten aanzien van het gros van de doelstellingen (CO2, bodemdaling, klimaatadaptatie, stikstof en effect op verdroging van De Alde Feanen). Het is het enige alternatief met een forse reductie van de kosten voor waterbeheer van €115.000 naar € 30.000 per jaar. Dit is een jaarlijkse reductie, die door het verdwijnen van het grootste deel van de kaden blijvend van aard is. Dit kan echter niet zomaar als inkomst van de businesscase beschouwd worden en is daarom niet meegenomen in die doorrekening. Dit alternatief biedt veel kansen voor zowel verblijfs- als waterrecreatie. Dit is een toegevoegde waarde binnen de regio en het recreatieve concept Oostelijke Poort Friese Meren (door extra vaarroutes en het versterken van de Veenhoop als recreatief knooppunt). In de zonering van de recreatiewoningen en –arken (aan de zuidzijde) is aansluiting gezocht bij de Veenhoop en niet bij De Alde Feanen, omdat de recreatiedruk daar al te hoog is en het gebied juist ontlast moet worden. Deze functie biedt een nieuw verdienmodel voor de Hegewarrren. Dit is van belang voor zowel het toekomstige beheer als de dekking van een deel van de investeringen door de verkoop van recreatiewoningen en -arken.

Het alternatief biedt ook iets meer ruimte om te experimenten met fors hogere peilen (zie de toelichting bij randvoorwaarde 3)

17

Robuuste keuze voor de toekomst?

Robuuste keuze voor de toekomst?

Voor dit alternatief wordt het risico gezien dat het niet robuust is in het licht van (mogelijke) toekomstige opgaven. Daardoor bestaat het risico dat het gebied opnieuw te maken krijgt met (aangescherpte) opgaven en (opnieuw) een herinrichtingsopgave.

We zien een tendens naar aangescherpt klimaat en stikstofbeleid. Dit alternatief wordt in de zin van het voorgaande daarom niet alleen als het meest klimaatadaptief beoordeeld in de zin van minder regionale kades om te beheren en veel boezemwater, maar ook in het licht van (mogelijke) toekomstige opgaven. Als we kijken naar de lange termijn (50 jaar) is Open en Natuurlijk ook een robuustere keuze dan Polderaquarel en sluit beter aan bij de doelstellingen van het veenweideprogramma voor 2050 (de uitstoot van CO2 moet in 2050 nagenoeg geheel teruggedrongen zijn).

Aan de andere kant geldt dat dit alternatief een robuustere financiële onderbouwing heeft. De risico’s op tegenvallers in de uitvoering zijn minder groot omdat de herinrichting minder fors is en daarmee financieel minder afhankelijk van aanvullende inkomsten.

Nadelen •

•

De kosten voor waterbeheer gaan niet omlaag. Naast de veenweidedoelstelling is dit voor het Wetterskip een onderscheidende doelstelling. Hoewel een deel van het co-creatieteam dit alternatief erg waardeert, ziet een deel van de deelnemers ook gemiste kansen, bijvoorbeeld voor recreatie.

Nadelen •

•

Veel van de bestaande kwaliteiten verdwijnen in dit alternatief. Zo verdwijnt het bestaande veenweidelandschap met de huidige verkaveling en de oude huisterpen (archeologische waarden), en in het basis alternatie verdwijnt ook het lokale blauwgrasland. Het gebied verdwijnt ook grotendeels als weidevogelkansengebied (voor het type grutto). Het gebied heeft echter een beperkte potentie als succesvol weidvogelgebied. Dit komt door de ligging naast een moerasgebied, en de daar aanwezige predatoren.

18

Financiële Aspecten

Financiële Aspecten

Voorlopige doorrekening

Voorlopige doorrekening

Het landschap transformeert in dit alternatief niet ingrijpend. Het grootste deel van de kosten bestaat uit het aankopen van de gronden en panden. De inkomsten bestaan voornamelijk uit pachtinkomsten voor de gronden en de verkoop van nieuwe woningen aan beide zijden van de weg.

Het landschap transformeert ingrijpend, waardoor veel graaf- en ophoogwerk nodig is in infrastructurele werken (o.a. een nieuw fietspad en 2 bruggen). Daar tegenover staan de hogere opbrengsten, die vooral gegenereerd worden door fondsen en via de recreatieve ontwikkelingen (verkoop van gronden en 60 recreatiearken en 50 recreatiewoningen).

•

•

• • •

Dit alternatief kost tussen nu en 2040 € 33,37 miljoen en levert € 33,23 miljoen op (nominale kosten, met ‘geld van nu’, berekend over een periode van 19 jaar). Netto (nominaal) is dat afgrond € -100.000 Wanneer je de factor tijd meeneemt en dit nettobedrag corrigeert komt dit neer op € -1,6 miljoen. De maximale benodigde voorfinanciering in de tijd is € 15,7 miljoen (in 2025) In miljoen € Investering Opbrengst fondsen, verkoop/ pacht van gronden en panden, extra (recreatie)woningen, waterberging Resultaat (reëel; dus incl factor tijd) Voorfinanciering maximaal

33,37 33,23

-1,6 15,7 (2025)

• • •

Dit alternatief kost tussen nu en 2045 € 45,6 miljoen en levert € 46,9 miljoen op (nominale kosten, met ‘geld van nu’, berekend over een periode van 24 jaar). Netto (nominaal) is dat afgrond € 1,3 miljoen. Wanneer je de factor tijd meeneemt en dit nettobedrag corrigeert komt dit neer op € -1,8 miljoen. De maximale benodigde voorfinanciering in de tijd is € 14,5 miljoen (in 2025). In miljoen € Investering Opbrengst fondsen, verkoop/ pacht van gronden en panden, extra (recreatie)woningen, waterberging Resultaat (reëel; dus incl factor tijd) Voorfinanciering maximaal

45,6 46,9

-1,8 14,5 (2025)

De andere optie is de variant van Open en Natuurlijk met meer (diep) recreatief vaarwater (met circa 160 ha bevaarbaar water), komt uit op een tekort van € 11,9 miljoen. Dit komt doordat er meer graafwerkzaamheden nodig zijn om het extra recreatiewater te realiseren en de grond niet allemaal in het gebied verwerkt kan worden, maar afgevoerd moet worden.

19

Financiële strategie

Financiële strategie

De financiële doorrekening laat een tekort van € 1,6 miljoen zien. De financiële strategie is erop gericht dit tekort te overbruggen middels aanvullende fondsen en/of ontwerpoptimalisaties. Wanneer dit niet haalbaar blijkt zal onderzocht worden of zonneweiden gerealiseerd kunnen worden.

De financiële doorrekening laat een tekort van € 1,8 miljoen zien. De financiële strategie is erop gericht dit tekort te overbruggen middels aanvullende fondsen en/of ontwerpoptimalisaties. Wanneer dit niet haalbaar blijkt zal onderzocht worden of zonneweiden gerealiseerd kunnen worden.

De mogelijkheid om aanvullende fondsen te werven is naar verwachting wat beperkter dan bij Open en Natuurlijk, omdat er minder doelstellingen behaald worden. Daardoor moet mogelijk eerder gekeken worden naar de optie om meer renderende functies toe te voegen.

Voor ‘Open en Natuurlijk’ zijn goede kansen voor fondsen. Er zijn diverse fondsen in beeld. Denk daarbij aan (additionele) middelen voor het terugdringen van de uitstoot van stikstof of subsidies voor de extensivering van landbouw.

In dit alternatief zou eventuele zonne-energie het best ingepast kunnen worden op plekken waar het eindbeeld natter is dan bloemrijk grasland, dus in het nu laagste deel van de polder, dat moerasnatuur wordt. Het toevoegen van zonneweiden wordt alleen onderzocht wanneer blijkt dat aanvullende fondsen en/of ontwerpoptimalisaties het tekort op de businesscase niet dichten.

Er zijn ook relatief veel mogelijkheden om tijdelijk zonne-energie zorgvuldig in te passen in het landschap omdat een groter deel van het gebied op termijn fors vernat wordt. Dit vanuit de gedachte dat de combinatie van zonnepanelen met bloemrijk grasland minder ideaal is voor de ondergrond en dit het best gecombineerd kan worden met gebieden die (later) omgevormd worden tot moerasland of water. Het toevoegen van zonneweiden wordt alleen onderzocht wanneer blijkt dat aanvullende fondsen en/of ontwerpoptimalisaties het tekort op de businesscase niet dichten.

Het realiseren van meer (recreatie) woningen past niet bij de achterliggende gedachte van dit model, met een focus op natuurlijk agrarisch beheer en behoud van rust en ruimte. Bovendien past het niet zondermeer binnen het beleid.

Ook voor ‘Open en Natuurlijk’ geldt dat meer (recreatie) woningen dan de aantallen die in het basisalternatief opgenomen zijn qua draagvlak en beleid lastig in te passen zijn in het gebied.

20

Risico’s en aanbevelingen voor vervolgfase

Risico’s en aanbevelingen voor vervolgfase

•

•

•

•

•

•

Voor beide alternatieven geldt dat nieuwe woningen klimaatrobuust (voldoende hoog of drijvend) gebouwd moeten worden. Voor beide alternatieven geldt dat de ligging pal naast het N-2000 gebied De Alde Feanen betekent dat de herontwikkeling van het gebied op een zorgvuldige manier moeten gebeuren, zodat er geen negatieve invloed op het gebied (verstoring) plaatsvindt. Het perceel blauwgrasland binnen de Hegewarren kan negatief beïnvloed worden door de verhoogde peilen in de omgeving. In de vervolgstap zal hier aandacht voor moeten zijn. Kijkend naar o.a. de provinciale verordening ‘Romte Fryslân 2014'’ kunnen woningen gebouwd worden als vervanging van de bestaande bebouwing. Wanneer veel meer woningen gebouwd zouden (moeten) worden, dan is dit niet zondermeer makkelijk te realiseren in het buitengebied. Wanneer voor dit alternatief gekozen wordt, met ruimte voor nog enkele boeren, terwijl alle boeren in dit gebied de kans krijgen om verplaatst te worden, zou dit in andere gebieden het gevoel kunnen geven dat die ruimte er ook voor hen is. Verschillen kunnen goed uitgelegd worden door de unieke situatie in dit gebied en de unieke (langdurige) voorgeschiedenis. Bovendien is het een vooroplopend project binnen het Veenweideprogramma, waarin andere keuzes gemaakt kunnen worden dan elders.

•

•

•

•

•

Voor beide alternatieven geldt dat nieuwe woningen klimaatrobuust (voldoende hoog of drijvend) gebouwd moeten worden. Voor beide alternatieven geldt dat de ligging pal naast het N-2000 gebied De Alde Feanen betekent dat de herontwikkeling van het gebied op een zorgvuldige manier moeten gebeuren, zodat er geen negatieve invloed op het gebied (verstoring) plaatsvindt. Het perceel blauwgrasland binnen de Hegewarren zal in dit ontwerp in principe verdwijnen. Er is onderzocht of het mogelijk is dit zeldzame grasland met een uitzonderlijke kwaliteit te behouden. Conclusie is dat dit moeilijk te voorspellen is, mogelijk kan het met aanvullende inspanningen en een eigen kade en peilbeheer. Iedere verandering is echter riskant. Dit geldt ook voor minder ingrijpende veranderingen, zoals verhoogde peilen in de omgeving. In de vervolgstap wordt onderzocht of het mogelijk is het perceel te behouden. Er zijn zorgen over mogelijke verstoring van natuur en de bestaande rust, doordat het gebied veel meer dan nu een recreatieve invulling krijgt. In de uitwerking zal steeds aandacht moeten zijn voor een zonering (zowel ten opzichte van De Alde Feanen als verschillen tussen met rustige en drukkere zones) en gepaste aantallen. De financiering is deels gestoeld op de gedachte dat er recreatiewoningen en -arken gerealiseerd worden.

Mits aangetoond kan worden dat er vraag naar is, is dit binnen het provinciaal en gemeentelijk beleid mogelijk te maken. De invloed daarvan op het N-2000 gebied en het Nationaal Park (waar reeds sprake is van te hoge recreatieve druk) zal uiteraard een belangrijk aandachtspunt (en risico) vormen bij de uitvoering. De berekende opbrengsten zijn met de kennis van nu, nader onderzoek moet het realisme hiervan aantonen. Voor eventuele zonneweiden geldt dat dit niet zondermeer gemakkelijk kan. Aandachtspunten zijn de tijdelijkheid, de ruimtelijke inpassing en de netwerk-capaciteit. Mogelijk is er ruimte binnen de provinciale verordening te vinden, maar het is ook beleidsmatig niet zondermeer mogelijk.

21

•

Bij de berekeningen van de CO2 moeten bij dit alternatief enkele kanttekeningen geplaatst worden. In dat licht zullen we in de planfase een volledige CO2 balans voor het hele gebied opstellen en de daadwerkelijke CO2 uitstoot monitoren. o Het vergraven van het veen brengt het risico met zich mee dat er extra uitstoot wordt veroorzaakt. Daar is in de berekeningen geen rekening mee gehouden. o Er is ruimte voor optimalisatie in relatie tot de opname van CO2 door gewassen. Dit is nu maar deels mee berekend.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11380830/1