Bijlage 3 - Zienswijze Smallingerland ontwerp VP 2021-2030, 17-12-2020
Tekst van het document
Drachten Smallingerland Aan
College van Gedeputeerde Staten Provincie Fryslan Postbus 20120 8900 HM LEEUWARDEN
Drachten, 17 december 2020
Ons kenmerk 99183
VERZONDEN 17 DEC. 2020
Uw kenmerk
Behandeld door Mariet Tefi-Dontje 0512-581 234
Onderwerp Ontwerp-Veenweidenprogramma 2021 -2030
Geacht college, Begin november heeft u het ontwerp-Veenweideprogramma 2021-2030 ter inzage gelegd. Als gemeenten geven wij hierbij graag onze gezamenlijke zienswijze op de inhoud van het programma en de wijze van samenwerken die wij voor ogen hebben. Samenwerking is in het belang van de inwoners en de leefomgeving Net als u zien wij de bodemdaling in het veenweidegebied en de bijbehorende problematiek als een grote opgave voor de toekomst. Het is niet voor niets dat de problematiek van de veenweide is opgenomen in onder andere het Klimaatakkoord, de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het Interbestuurlijk Programma (IBP). In het belang van de inwoners en ondernemers in deze gebieden willen we daarom ook samenwerken en de gedachte van één overheid zoveel mogelijk vormgegeven. De Vereniging van Nederlandse gemeenten heeft daarom ook haar handtekening gezet onder het Klimaatakkoord en het IBP We zien de meerwaarde van een gezamenlijk programma Wij - de veenweidengemeenten - denken dat een gezamenlijk programma en een gezamenlijke organisatie kunnen bijdragen aan de slagkracht en een minder versnipperde werkwijze in de veenweidegebieden. Gemeentelijke doelstellingen op het gebied van landbouw, landschap, energietransitie, recreatie en toerisme, C02- en stikstofreductie en bodemdaling kunnen hierdoor integraal onderdeel worden van de ontwikkeling van het veenweidegebied.
Concrete invulling moet vooral worden gedaan in de gebiedsprocessen, maar een gezamenlijk programma geeft een stevig signaal naar andere overheden, met een duidelijke richting voor de komende 10 jaar. Onze regio kan hierdoor een sterkere positie innemen om aanspraak te maken op middelen vanuit het Rijk, Europese Fondsen en mogelijke andere partners. Het programma is dan het vertrekpunt voor een gezamenlijke lobby.
Correspondentie-adres: Postbus 10.000 9200 HA Drachten
Gauke Boelensstraat 2 9203 RM Drachten Telefoon (0512) 58 12 34
E-mail gemeente@smallingerland.nl Internet www.smallingerland.nl
GEMEENTE SMALLINGERLAND Ons kenmerk 99183
Datum 17 december 2020
Bladnr. 2
Een gelijkwaardige positie voor gemeenten (en gemeenteraden) is noodzakelijk Hoewel we de voordelen van een gezamenlijk programma zien, vragen we nadrukkelijk aandacht voor de mate van gelijkwaardigheid van de verschillende samenwerkingspartners. Het opstellen van het Veenweideprogramma is onderdeel van het collegeprogramma van de Provincie en het Wetterskip. Beide besturen hebben aan de voorkant richting gegeven aan het programma, door een richtinggevend besluit te nemen naar aanleiding Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA). Deze inbedding ontbreekt (nog) bij de colleges en de raden van de veenweidegemeenten. Het onderwerp veenweide is in de meeste collegeprogramma’s niet opgenomen en onze Raden hebben in het voortraject geen inbreng kunnen leveren. Willen we in de toekomst samenwerken als gelijkwaardige partners, dan is het noodzakelijk dat vanuit de Raden medezeggenschap ontstaat rond het programma. Dit is ook de reden waarom we het programma op dit moment ter kennisgeving aannemen en deze zienswijze indienen. We benutten de zienswijzeperiode om het gesprek aan te gaan. Zet in op een bredere (integrale) gebiedstransitie De doelstellingen en programmalijnen in het programma zijn erg gericht op de landbouw- en watertransitie. Wij denken dat de opgave in de veenweidegebieden breder is en dat er meer kansen liggen.
De landbouw blijft een belangrijke economische drager in het gebied en is belangrijk voor het beheer van de weidegronden. Toch zal de gebiedsopgave breder moeten worden bekeken om te komen tot een duurzaam perspectief voor de veenweidegebieden waarbij aansluiting bij (de mogelijkheden van) het natuurlijke systeem een belangrijk uitgangspunt is. Wanneer we de grote opgaven zoals klimaatadaptatie, energietransitie en biodiversiteit voor ogen hebben, dan denken we dat er op de lange termijn meer verandering nodig is in het gebied. Onder meer als onderdeel van de transitie naar een meer natuurinclusieve en circulaire landbouw. Onze blik moet daarbij niet alleen gericht zijn op 2030, maar zeker ook op langere termijn (2050), waarbij de gevolgen van klimaatverandering sterker zichtbaar worden en we een sterke C02-reductie als doel hebben. Met een verdere “planhorizon” voor ogen, zullen daardoor ook andere maatregelen voor de hand liggen, zoals verdergaande vernatting van deelgebieden. We kunnen niet alleen investeren in “vasthouden van het bestaande”, maar moeten juist ook kijken naar nieuwe functies en nieuwe economische dragers voor het gebied.
In het Manifest voor Transitie van het Inspiratieteam Toekomst Veenweide staat hierover; "Een toekomstbestendige Feangreide gaat onmiskenbaar samen met extensivering van de landbouw en tegelijkertijd toevoeging van aanvullende verdienfuncties". Meer specifiek krijgt dit de aandacht bij de punten 5, 6 en 7 van het manifest. Wat ons betreft is de transitie dus breder dan alleen de aanpassing van de landbouw en het waterbeheer. Wij zouden graag zien dat ruimte voor nieuwe economische dragers een expliciete doelstelling in het veenweideprogramma wordt. Onderstaand geven we een aantal voorbeelden; De energietransitie zou een belangrijke nieuwe drager voor de ontwikkeling van het gebied kunnen zijn. Juist op plekken waar landbouwgrond afgewaardeerd wordt, vormen mogelijkheden voor duurzame energie een belangrijke en logische koppelkans. In het proces van de Regionale Energiestrategie (RES) is hier ook over gesproken. Uiteraard moeten deze nieuwe energiedragers goed worden ingepast in het landschep. Meer planologische (experimenteer)ruimte in het Provinciaal beleid is dan ook noodzakelijk. Wij verzoeken daarom ook om dit op te nemen in het veenweideprogramma en de Verordening Romte op dit punt aan te passen (straks Omgevingsverordening).
GEMEENTE SMALLINGERLAND Ons kenmerk 99183
Datum 17 december 2020
Bladnr. 3
Nieuwe, nattere veenweidelandschappen zijn aantrekkelijk voor nieuwe concepten op het gebied van recreatie en toerisme. Tevens kunnen zij bijdragen aan versterking van de biodiversiteit en het verbinden van de natuurgebieden met landbouwgronden tot een ecologisch samenhangend veenlandschap. Wij pleiten ervoor om dit onderwerp explicieter op te nemen in het veenweideprogramma. Daarmee kan dit gebied, gelegen tussen de grotere steden en kernen van Fryslan, bijdragen aan een slimme groei van recreatie en toerisme; Met de druk op de woningmarkt in de steden en het “inburgeren” van thuiswerken, zou landelijk wonen een nieuwe impuls kunnen krijgen. Een rustige setting en een hoge landschapskwaliteit worden dan woonwensen die voor meer mensen bereikbaar worden. Zeker wanneer een snellere treinverbinding met de Randstad realiteit wordt. Een deel van de beschikbare middelen kan ook specifiek worden ingezet voor het stimuleren voor deze aanvullende economische dragers. We zien graag dat dit wordt meegenomen in het hoofdstuk over instrumenten. Werken met een fasering en met ijkmomenten We zien de voordelen van het inbouwen van meerdere ijkmomenten binnen de aanpak 2021-2030. Afstemming, nieuwe inzichten op basis van onderzoek, beschikbare middelen en draagvlak zullen het te realiseren tempo mede bepalen.
We zien hier ook de relatie met de fasering die in het Nationale Veenplan is opgenomen, waardoor binnen die systematiek verdere beslismomenten, ook in financiële zin, aan de orde gaan komen. Blijf werken aan een breed draagvlak Het is niet eenvoudig om alle belangen in het gebied te verenigen. Landbouw, natuur, overheden en woningeigenaren hebben nu eenmaal verschillende belangen en wensen. Dat hierdoor compromissen moeten worden gesloten, begrijpen we. Als gemeenten pleiten we voor een zorgvuldige belangenafweging en betrokkenheid van alle stakeholders. Dat betekent ons inziens dat niet alleen de landbouw-, natuur- en milieuorganisaties aan tafel moeten zitten, maar dat er ook actief afstemming moet worden gezocht met woningeigenaren en recreatieondernemers. Hetzij door een vertegenwoordiging in het BOF of als een vaste klankbordgroep hiernaast. We onderschrijven de insteek met betrekking tot de funderingsproblematiek We onderschrijven de aandacht voor eigenaren van woningen met funderingsproblemen. Zij worden rechtstreeks en indringend geconfronteerd met de problemen van de veenbodemdaling. We zijn het eens met de insteek van het programma dat de woningeigenaar primair verantwoordelijk is voor de bouwkundige staat van de eigen woning. Toch willen we als overheid niet wegkijken van deze problemen en daar waar mogelijk ondersteunen.
Op dit moment weten we nog te weinig van de aard en omvang van de problematiek. We onderschrijven daarom het voornemen om funderingsonderzoek te subsidiëren en in 2022 opnieuw te bekijken wat wenselijk en noodzakelijk is. Vervolg We verwachten dat er tijdens de inzageperiode nog de nodige zienswijzen binnen komen. Dit kan leiden tot aanpassingen ten opzichte van het ontwerpprogramma. Deze zienswijzen zien wij graag tegemoet en wij bieden aan mee te denken over de verwerking daarvan.
GEMEENTE SMALLINGERLAND Ons kenmerk 99183
Datum 17 december 2020
Bladnr. 4
In het voorjaar van 2021 wegen wij af of het vaststellen van een gezamenlijk Veenweideprogramma voor de hand ligt. Ook wanneer wij er uiteindelijk niet voor kiezen om het Veenweideprogramma vast te stellen, blijven wij met u samenwerken aan deze grote maatschappelijke opgave. We zullen dan onderzoeken op welke wijze dit vorm kan krijgen en welke organisatiestructuur daar het beste bij past.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders, secretaris
burgemeester
7 Jelmer Mulder
Jan Rijpstra
_