CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Reactie Hûs en Hiem Objectgerichte criteria Modulaire woningbouw

Ronde Tafel 2 februari 2021, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Objectgerichte welstandscriteria '09 modulaire woningbouw947 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Burgemeester en wethouders van Smallingerland, T.a.v. H. Bruynzeel, Postbus 10.000, 9200 HA Drachten Betreft:

Verzoek reactie op objectgerichte welstandscriteria modulaire woningbouw op basis van bruikbaarheid

Leeuwarden, 28 september 2020

Geacht College, Onder dankzegging voor het ons toezenden van de concept-objectcriteria ‘Objectcriteria modulaire woningbouw’ willen wij graag nog de volgende opmerkingen plaatsen ten aanzien van de toepassing van de voorgestelde richtlijnen en de leesbaarheid/bruikbaarheid van het toetsingsdocument. Allereerst zouden wij één belangrijke aanbeveling aan college en gemeenteraad willen meegeven. De adviescommissie ruimtelijke kwaliteit van hûs en hiem stelt voor dat het niet toegestaan is om dit type bebouwing te plaatsen in de directe omgeving van een Rijksmonument of Gemeentelijk Monument én in een gebied, dat is aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht. Het verrichten van activiteiten of de aanwezigheid van een dergelijk (bouw)werk in de omgeving van een beschermd monument kan bijvoorbeeld het aanzicht en de waardering van dat monument negatief beïnvloeden. Aangezien de gemeente aantasting van de omgeving van in het omgevingsplan beschermde monumenten dient te voorkomen, wordt voorgesteld om deze instructieregel op te nemen in het Omgevingsplan van de gemeente Smallingerland. Algemeen: - In de inleiding op de Objectgerichte criteria in de Welstandsnota op pag. 465 wordt aangegeven dat objectgerichte criteria aanvullend zijn op specifieke gebiedsgerichte criteria. Ons is echter nog niet geheel duidelijk of dat bij deze set van objectgerichte criteria ook aan de orde is.

Wanneer zijn deze criteria precies van toepassing en zijn deze aanvullend op de gebiedsgerichte criteria of ‘overschrijven’ deze de criteria voor het betreffende gebied? Met andere woorden: mag men overal modulaire woningbouw plaatsen, mits aan deze criteria wordt voldaan? Of dient er eerst worden bekeken of er op een bepaalde plek modulair mag worden gebouwd, en zo ja, gelden dan deze criteria in plaats van (of aanvullend op) de gebiedsgerichte criteria die voor de andere bebouwing gelden? - In de objectbeschrijving wordt genoemd dat de welstandscriteria ondersteunend zijn in de stedenbouwkundige afweging, waarbij de exploitatieduur en de bouwmethodiek bepalend zullen zijn. Wordt deze afweging voorafgaand aan een beoordeling door de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit gemaakt of wordt de adviescommissie betrokken in dit proces? - Verder wordt onder het kopje ‘Beleid, waardebepaling en ontwikkeling’ gesproken over twee niveaus van beoordeling, op basis van de mate van tijdelijkheid. Het document bevat echter maar één set van richtlijnen. Aangegeven wordt dat de exploitatieperiode een belangrijke rol speelt. Ook onder het kopje Welstandsniveau wordt dit genoemd: “hoe langer de exploitatieperiode, hoe strikter de criteria dienen te worden toegepast.” Een Pag. 1 van 3

nadere aanduiding hiervan kan de bruikbaarheid ten goede komen: hoe lang is iets tijdelijk en na welke periode dienen de criteria strikter te worden toegepast? Criteria aangaande de plaatsing: - In de tabel met criteria wordt onder Plaatsing genoemd: “Buitenruimte op verdiepingen aan de voorgevelzijde binnen de voorgevel en als samenhangend onderdeel van de voorgevel vormgeven. Een eenvoudige herhaling van uitkragende balkons is niet gewenst.” Hoewel deze zinsnede iets zegt over de positie van eventuele balkons, zou deze zin wellicht eerder (of ook) bij de Aanzichten genoemd kunnen worden. Daarnaast wekt deze zin mogelijk de indruk dat het een verplichting is om buitenruimtes op de verdiepingen te creëren. Indien dit niet het geval is, wordt aangeraden deze tekst te verduidelijken (‘In geval van eventuele buitenruimtes op de verdiepingen aan de voorgevelzijde…’). - Onder plaatsing staat daarnaast deze zin: “Op maaiveldniveau zijn terrassen aan de voorgevelzijde onder voorwaarden, zie ‘Diversen’, mogelijk.” Hier wordt een verwijzing gemaakt naar het onderwerp Diversen, echter staat onder het kopje ‘Diversen’ enkel wat genoemd over eventuele reclameuitingen. Voorwaarden aangaande terrassen ontbreken hier.

Criteria aangaande de hoofdvorm: - In de tabel met criteria wordt onder Hoofdvorm vermeld: “Indien sprake is van meerdere hoofdvormen, is sprake van een samenhangend geheel.” Wordt hier bedoeld ‘indien sprake is van meerdere hoofdvolumes die in massacontour van elkaar verschillen’? Geadviseerd wordt de criteria op dit punt te verduidelijken. Criteria aangaande de aanzichten: - In de tabel met criteria wordt onder Aanzichten vermeld: “De bebouwing is met representatieve voorgevels op de openbare ruimte/weg gericht. Deze gevels zijn niet gesloten, hebben geen technische uitstraling en kennen een evenwichtige compositie.” Hoe wordt hierbij omgegaan met eventuele hoekkavels? Gezien de goede zichtbaarheid vanuit de openbare ruimte, is een geheel gesloten gevelwand doorgaans niet wenselijk bij hoekkavels. Dienen deze ook in dit geval een bepaalde tweezijdige gerichtheid en openingen te hebben? - “Overige gevels mogen gesloten zijn en/of een eenvoudige vormgeving kennen en een meer functionele, technische uitstraling hebben.” Dit zou kunnen betekenen dat dit bij hoekkavels een 'rommelige' en gesloten zijde aan de straat tot gevolg heeft. - Bij de Plaatsing wordt gemeld dat ‘buitenruimtes op verdiepingen binnen de voorgevel” dienen te liggen.

Bij de Aanzichten wordt genoemd: “In voorgevels zijn balkons alleen toegestaan indien deze een ruimtelijke/esthetische meerwaarde voor het ontwerp vormen.” Geadviseerd wordt ook hier aan te geven dat dit inpandige balkons dienen te zijn. Criteria aangaande de opmaak: - Onder Opmaak wordt gesproken over ‘representatieve materialen’. Wat wordt hieronder verstaan? Welke materialen vallen hier zoal onder? - Daarnaast wordt genoemd dat het ‘materiaal- en materiaalgebruik vrij is.” Over kleur wordt niet gesproken. Wordt hier wellicht kleur- en materiaalgebruik bedoeld? Hoe staat dit in verhouding tot de vermelding over ‘representatieve materialen’? Wordt afstemming in kleur en materiaal op de overheersende kleuren en materialen in de omgeving van belang geacht? En zijn felle kleuren eventueel toegestaan? Geadviseerd wordt de criteria op dit punt verder te verduidelijken.

Pag. 2 van 3

Conclusie: Bovenstaande samenvattend acht de commissie ruimtelijke kwaliteit na het verwerken van de hiervoor genoemde punten de nieuwe objectgerichte criteria voor modulaire woningbouw voldoende werkbaar. Hopend u hiermee voldoende van advies te hebben voorzien. Namens de commissie, i.a.

ir. M.A. Visser, voorzitter

Pag. 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9664675/1