CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Voorstel PC Experience tbv Kadernota 27mei21

Het Debat 29 juni 2021, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Kadernota 2022-202511.300 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wat wilden we daar dit jaar voor doen en is dat gelukt? Zo ja, goed. Zo nee, waarom niet (oorzaak en gevolg)? Wat zijn daarvan de gevolgen? 3. Wat mocht het dit jaar kosten, waar betaalden we het van en is dat gelukt binnen de beschikbare (investerings- en exploitatie) budgetten? Zo ja, goed. Zo nee, waarom niet (oorzaak en gevolg) en wat zijn daarvan de gevolgen? 4. Wat zou het opleveren dit jaar en is het gelukt? Zo ja, goed. Zo nee, waarom niet (oorzaak en gevolg) en wat zijn daarvan de gevolgen? Het toepassen van deze (hulp)vragen maakt korte, zakelijke, leesbare en begrijpelijk toelichtingen mogelijk.

21

4.4. De P&C producten zijn “BBV-proof”.

In het richtinggevend voorstel (3.7.) hebben we hierover geschreven: Een open deur: De opbouw en inrichting van de begroting moet voldoen aan de actuele regelgeving van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Toelichting & voorstellen: De P&C-cyclus en de P&C-producten moeten voldoen aan de actuele regelgeving die in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor gemeenten is vastgelegd. Zowel in 2019 (grondexploitaties) als in 2020 (Materiele vaste activa) zijn er kaderstellende notities van de commissie BBV gepubliceerd waaraan ook moet worden voldaan. Het is van belang dat de P&C-producten aan de BBV-eisen voldoen en daaraan ook voortdurend worden getoetst.

5. Uitwerking overige aandachtspunten modernisering P&C-cyclus 5.1. Betrekken buitenwereld bij opbouw nieuwe begroting.

In het richtinggevend voorstel (4.3.) hebben we hierover geschreven: In 1e instantie is het belangrijk dat vanuit de gemeenteraad een uitspraak wordt gedaan over welke programma’s we vanaf 2022 willen gaan presenteren in de begroting. Dat is een raakvlak met de “buitenwereld”. Voor 2022 kan vooruitlopend op de gemeenteraadsverkiezingen worden nagedacht over hoe inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties uit Smallingerland een zinvolle rol kunnen spelen bij het uitwerken van de bestuurlijke agenda door mee te denken over te bereiken maatschappelijke effecten en concrete activiteiten. Ook kan worden nagedacht over de betrokkenheid van deze doelgroepen gedurende die nieuwe raadsperiode. Toelichting & voorstellen: Een politiek/bestuurlijke ambitie in Smallingerland is om inwoners, maatschappelijke belangengroepen en ondernemers meer bij het gemeentelijk beleid te betrekken. Een goed en natuurlijk moment daarvoor is na de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 als er bijvoorbeeld een voorlopige politiek/bestuurlijke agenda is. Deze agenda zal praktisch de begrotingsjaren 2023-2026 betreffen, omdat het eerste moment waarop de bestuurlijke ambities in de P&C-cyclus kunnen worden opgenomen de Kadernota 2023 (in het voorjaar 2022!) is.

Er kan door gemeenteraad en college worden overwogen om over de bestuurlijke agenda in gesprek te gaan met inwoners, belangengroepen en ondernemers en ze mee te laten denken/schrijven om zowel de te bereiken maatschappelijke effecten als de concreet te nemen maatregelen samen uit te werken. Dit kan bijvoorbeeld in apart te organiseren fysieke bijeenkomsten. Zowel raadsfracties als collegeleden kunnen zich presenteren als verbinder van de samenleving. Dit kan in 2022 verder worden uitgewerkt.

22

6. Uitwerking spelregels modernisering P&C-cyclus 6.1. Begroting doorlopend beleid met indexering nieuwe begroting 2022 t.o.v. lopende begroting 2021 + constante prijzen vanaf 2023.

Toelichting & voorstellen: De ramingen 2021 van het doorlopend beleid worden als basis genomen voor de begroting 2022. Deze worden voor precies dezelfde bedragen als in 2021 opgenomen in de begroting 2022. Dit heet begroten tegen constante (ongewijzigde) prijzen. Dit geeft de raad goed inzicht waar eventueel sprake is van wijzigingen in bedragen en er zal moeten worden toegelicht waarom die bedragen in 2022, 2023, 2024, 2025 eventueel afwijken van 2021. Hierbij worden bepaalde prijsgevoelige ramingen op basis van een vaste landelijke indexering in de begroting wel aangepast. De gemeente ontvangt hiervoor compensatie in de Algemene Uitkering, waardoor het effect op het saldo van de begroting beperkt is. Wel gaan die ramingen afwijken van de bedragen uit 2021. Voor 2022 kan worden voorgesteld om de prijsgevoelige ramingen met een percentage te verhogen op basis van een door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vastgestelde norm (bijvoorbeeld prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie) of een door het Centraal Planbureau (CPB) berekende norm en de ramingen vanaf 2023 (dus in de meerjarenbegroting bij de begroting 2022) tegen constante (vaste) prijzen op te nemen.

6.2. Wijzigingen in de lopende begroting worden tijdig gemeld.

Toelichting & voorstellen: Wijzigingen in beleid in de lopende begroting (exploitatie, investeringen, grootonderhoud) zijn OF gebaseerd op een aanpassing van de Bestuurlijke agenda OF zijn veroorzaakt door onverwachte gebeurtenissen (en zijn onvoorzien, onontkoombaar en onuitstelbaar). Deze wijzigingen worden gemeld en toegelicht in een Bestuursrapportage waar de raad besluiten over neemt. Een door de gemeenteraad geaccepteerde wijziging wordt qua financiële gevolgen verwerkt in een begrotingswijziging. Deze wordt door de raad vastgesteld als het gaat om verschuivingen tussen programma’s.

6.3. Wijzigingen in de lopende begroting die aan de raad zijn gemeld in een Bestuursrapportage worden opgenomen in de eerstvolgende begroting en met hun meerjarige effecten opgenomen in de Kadernota.

Toelichting & voorstellen: In de Bestuursrapportages worden alleen de financiële wijzigingen van het lopende begrotingsjaar 23

verwerkt. De eventuele meerjarige effecten daarvan worden in de eerstvolgende begroting op een rij gezet en in de daarop volgende Kadernota. Op die manier houdt de raad goed zicht op de aansluiting tussen begroting, wijzigingen uit de bestuursrapportages en de doorwerking van die wijzigingen in de daaropvolgende jaren.

6.4. Nieuwe investeringen en exploitatiebudgetten (incl. projecten) zijn gebaseerd op aanpassingen van de Bestuurlijke agenda en worden uitsluitend na een expliciet collegebesluit opgenomen in de Kadernota waarbij ook de prioriteit wordt bepaald en het jaar van gewenste realisatie. Hier wordt expliciet over besloten en in de begroting opgenomen.

Toelichting & voorstellen: Dit sluit aan op de bestaande werkwijze, maar het is wel goed om hier duidelijke afspraken over vast te leggen. Het stellen van (bestuurlijke) prioriteiten is hierin nieuw en hoort bij de bestuurlijke verantwoordelijkheid van raad en college zeker ook gezien de schaarser wordende middelen (capaciteit en geld).

6.5. Onderdeel van de Kadernota is een meerjarig plan waarin zijn opgenomen: - nieuwe en vervangingsinvesteringen - nieuwe activiteiten met zowel incidentele als structurele (exploitatie)lasten.

Toelichting & voorstellen: Dit komt overeen met de bestaande werkwijze en is van belang voor de raad om in een oogopslag een overzicht te hebben van de investeringen met hun financiële consequenties (kapitaallasten en exploitatielasten) en activiteiten die eenmalig, in enkele jaren of structureel extra kosten in de exploitatie tot gevolg hebben.

6.6. Voor nieuwe, in de Kadernota opgenomen, investeringen wordt een investeringsbegroting gemaakt en worden de kapitaallasten en overige meerjarige exploitatiekosten en -opbrengsten berekend (indicatief). Tevens wordt aangegeven hoe per saldo nieuwe lasten worden gedekt.

Toelichting & voorstellen: Dit komt grofweg overeen met de bestaande werkwijze, maar het is goed om dit expliciet vast te stellen. Het is wel van belang om afspraken te maken over het moment waarop de kapitaallasten en 24

overige bijkomende exploitatielasten van een investering daadwerkelijk in de begroting gaan worden opgenomen. Hierover kunnen de volgende praktische afspraken worden gemaakt. 1. Voor een in een begrotingsjaar geraamde en in dat jaar opgeleverde en gerealiseerde investering worden de kapitaallasten op 1 januari van het volgende begrotingsjaar in de begroting opgenomen. 2. Voor een investering die in 2 of 3 jaar wordt gerealiseerd en opgeleverd start de afschrijving per 1 januari van het begrotingsjaar volgend op het jaar waarin de investering is opgeleverd. De kapitaallasten worden dus op 1 januari na het jaar van oplevering volledig in de begroting opgenomen.

6.7. Nieuwe structurele en incidentele kosten worden gedekt uit structurele en incidentele besparingen op bestaande activiteiten, uit nieuwe inkomsten of uit een combinatie van beide.

Toelichting & voorstellen: De gemeente Smallingerland is na een periode van ruim beschikbare middelen nu in een periode terecht gekomen waarin de middelen schaars zijn. De gemeentelijke broekriem moet worden aangehaald. De budgetverantwoordelijkheid en de kaderstellende rol van de raad vraagt dan ook om “strenge” kaders om (eventueel) nieuwe activiteiten op te kunnen pakken. Als kader kan de volgende eenvoudige regel worden gehanteerd: Nieuwe kosten worden volledig betaald uit het schrappen of verminderen van bestaande kosten (uiteraard voor dezelfde bedragen zodat er per saldo € 0 aan extra kosten overblijft), het creëren van nieuwe of hogere inkomsten of een combinatie van beiden. Hierbij geldt dat incidentele extra kosten worden gedekt uit incidentele besparingen en/of incidentele hogere inkomsten en dat structurele extra kosten worden gedekt uit structurele besparingen en/of structurele verhoging van inkomsten. Er loopt momenteel een kerntakendiscussie in Smallingerland. Hoewel niet het doel van de kerntakendiscussie, ontstaan er mogelijk wel aanknopingspunten voor besparingen.

6.8. Budgetverschuivingen tussen programma's worden verwerkt in een door de raad vast te stellen (algemene) begrotingswijziging.

Toelichting & voorstellen: Het budgetrecht ligt bij de gemeenteraad. De raad stelt op programmaniveau de budgetten beschikbaar aan het college. Het college stelt ze vervolgens beschikbaar aan de organisatie. Financiële verschuivingen tussen verschillende programma’s veroorzaken wijzigingen in de door de raad beschikbaar gestelde programmagelden. Het is dan ook de raad die met dergelijke verschuivingen dient in te stemmen door een (algemene) begrotingswijziging daarvoor vast te stellen.

25

6.9. Budgetverschuivingen binnen programma's worden verwerkt in een door het college vast te stellen (administratieve) begrotingswijziging.

Toelichting & voorstellen: Het budgetrecht ligt bij de gemeenteraad. De raad stelt op programmaniveau de budgetten beschikbaar aan het college. Het college stelt ze vervolgens beschikbaar aan de organisatie. Grote financiële verschuivingen binnen programma’s veroorzaken in beginsel geen wijzigingen in de door de raad beschikbaar gestelde programmagelden. Het is dan ook in dit geval het college dat met dergelijke verschuivingen kan instemmen door een (algemene administratieve) begrotingswijziging daarvoor vast te stellen. Tijdens de consultatie van de auditcommissie op 30 maart 2021 is gesproken over de indeling in programma’s. Deze zouden volgens de richtinggevende voorstellen gaan van 9 (nu) naar 3, waardoor de raad op een hoger niveau zou gaan sturen. Dit werd als een (te) grote stap ervaren. Om aan dat gevoel van de auditcommissie tegemoet te komen wordt nu voorgesteld om te werken met 4 programma’s, waarbij in de grote programma’s Fysiek Domein en Sociaal Domein een onderverdeling wordt gemaakt naar een viertal ambities (Sociaal Domein) en 4 opgaven (Fysiek Domein). Als deze onderverdeling van de programma’s Fysiek Domein en Sociaal Domein consequent in alle P&Cproducten zichtbaar blijft, kan de raad wel afwijkingen signaleren en daar een toelichting op vragen. De raad autoriseert de programma’s dus op het totale programma en niet het niveau van de ambities of opgaven.

6.10. De ontwikkeling van de salariskosten wordt bepaald op vastgestelde of verwachte cao-afspraken. De te begroten ontwikkeling wordt vastgesteld in de Kadernota.

Toelichting & voorstellen: Met regelmaat worden nieuwe landelijke cao-afspraken gemaakt voor wat betreft de ambtenarensalarissen. Deze afspraken zijn veelal onvoorzien (afhankelijk van onderhandelingen), onontkoombaar (het moet) en onuitstelbaar (de datum waarop cao-wijzigingen ingaan liggen vast). De actuele cao is per 1 januari 2021 afgelopen en er lopen op dit moment dus nieuwe onderhandelingen voor een cao per 1 januari 2021. In de Kadernota zal dus moeten worden afgewogen of we de begroting 2022 gaan opstellen met de huidige cao-salarissen of dat we al rekening gaan houden met een cao-verhoging waarvan de bandbreedte op dit moment ligt tussen +0,5% (voorstel werkgevers) en +2,75% (voorstel/eis bonden) en diverse variaties in eenmalige beloningen. Voor andere grote afwijkingen, denk aan pensioenmaatregelen, geldt dezelfde gedragslijn.

26

6.11. Procedureafspraken over beschikbaar stellen van geld.

Toelichting & voorstellen: Om onduidelijke besluitvorming over het beschikbaar stellen van met name nieuwe incidentele of structurele budgetten of investeringen te voorkomen is duidelijkheid aan de “voorkant” zeer gewenst. Dit kan door het maken van procesafspraken tussen raad en college. Voorstel is om de volgende procesafspraken te maken: 1. Procedure A: het geld wordt direct bij het vaststellen van de begroting beschikbaar gesteld. 2. Procedure B: het geld wordt direct na vaststellen van de begroting beschikbaar gesteld, maar mag pas na een concreet besluit van het college over de besteding, worden besteed; 3. Procedure C: het geld wordt pas na een specifiek/apart raadsvoorstel en –besluit beschikbaar gesteld voor besteding. Zowel bij de Kadernota (waarin alle nieuwe vragen/wensen zijn verzameld) als bij de begroting worden deze procedures vermeld bij elk van de nieuwe budget- en investeringsaanvragen.

6.12. Effecten mei- en septembercirculaire worden niet in Kadernota c.q. begroting opgenomen, maar worden als aanvullend apart voorstel bij Kadernota en begroting toegevoegd.

Toelichting & voorstellen: De zogenaamde meicirculaire waarin de ontwikkeling van de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds wordt toegelicht verschijnt meestal pas de laatste dag van mei of zelfs pas begin juni. Dan is de Kadernota al gereed. Een goede beoordeling van de financiële gevolgen uit de circulaire voor Smallingerland kost tijd. In de praktijk kan het resultaat van de meicirculaire gewoon niet worden ingepast in de planning van de Kadernota. Het voorstel is daarom dan ook om de financiële gevolgen niet in de Kadernota op te nemen, maar op een later moment als apart voorstel toe te voegen aan de documenten bij de Kadernota. Dit betekent dat de financiële synchronisatie tussen Kadernota en meicirculaire plaatsvindt in het afzonderlijke voorstel over de effecten van de meicirculaire. Uiteindelijk komt de informatie wel bij elkaar in de raadsvergadering waarin de Kadernota wordt behandeld. Ditzelfde geldt voor de septembercirculaire, die meestal pas op de laatste dag van september verschijnt. Dan is de begroting al (in concept) gereed. Ook hier is het voorstel om de financiële gevolgen niet in de begroting op te nemen, maar op een later moment als apart voorstel toe te voegen aan de documenten bij de begroting.

Dit betekent dat de financiële synchronisatie tussen begroting en septembercirculaire plaatsvindt in het afzonderlijke voorstel over de effecten van de septembercirculaire. Uiteindelijk komt de informatie wel bij elkaar in de raadsvergadering waarin de begroting wordt behandeld. Overigens bestaat dit synchronisatievraagstuk tussen de gemeentelijke P&C-cyclus en de circulaires van de Rijksoverheid al minstens 40 jaar.

27

6.13. Elk programma heeft een bestuurlijke eigenaar (collegelid) en een ambtelijk eigenaar (directielid).

Toelichting & voorstellen: De eigenaren van het programma worden direct bij de begintekst van het programma vermeld.

6.14. Een taakveld valt uitsluitend onder een programma.

Toelichting & voorstellen: Dit heeft tot gevolg dat er in totaal in de begroting, naast de algemene opbouw van de toelichtingen bij de programma’s zoals bij punt 3.3. is beschreven, indien nodig en relevant ruim vijftig (beknopte) toelichtingen (aantal taakvelden) worden gemaakt, waarbij er geen willekeurige toevoegingen meer plaatsvinden. Aan de hand van de vier W's worden aansluiting tussen taakvelden, ontwikkelingen en toelichting verbeterd.

6.15. Elk taakveld heeft een bestuurlijk eigenaar (collegelid) en een ambtelijk eigenaar (teammanager= budgethouder).

Toelichting & voorstellen: Dit geeft per taakveld duidelijkheid over de bestuurlijke en ambtelijke verantwoordelijkheid. Het wel of niet vermelden van de namen van teammanagers is een punt van overweging. Het wel vermelden geeft inzicht in het eigenaarschap.

6.16. Een vastgestelde begroting wordt uitgevoerd in het betreffende jaar; het overhevelen van restant-exploitatiebudgetten naar volgend jaar is eerder uitzondering dan regel.

Toelichting & voorstellen: Met het vaststellen van de begroting geeft de gemeenteraad het college de verantwoordelijkheid om de begroting voor dat jaar uit te voeren. In de utopische wereld betekent dat dat er in de jaarrekening een begrotingssaldo van € 0 overblijft en dat alle uitgaven en inkomsten volgens de ramingen hebben plaatsgevonden. De werkelijkheid kent vele afhankelijkheden en onzekerheden waardoor er vrijwel altijd wel sprake is van (beperkte) budgetoverheveling. Deze dienen zeer goed onderbouwd te worden: Wat is de oorzaak? Wat is het gevolg? Wat is er gedurende het jaar gedaan om deze overheveling te voorkomen? Wat gaat er fout als deze 28

overheveling niet plaatsvindt? Overhevelingsvoorstellen dienen uiterlijk op 31 december van het lopende begrotingsjaar aan de raad ter vaststelling worden aangeboden. Als de raad als spelregel stelt dat er in beginsel geen budgetoverhevelingen worden geaccepteerd, legt dat een extra verantwoordelijkheid bij college en organisatie om de begroting volledig te realiseren en de raad tijdens het jaar adequaat te informeren over belemmeringen, obstakels. Voor langlopende meerjarige ambities die zijn vertaald in beleidsvisies, uitvoeringsprogramma’s en projecten waaraan investeringen en/of een meerjarige begroting is gekoppeld worden afzonderlijke afspraken gemaakt over hoe met financiële afwijkingen wordt omgegaan. Grotendeels wordt hierin voorzien bij 6.17 hierna.

6.17. Investerings- en projectbudgetten worden gerealiseerd in het jaar waarin ze beschikbaar zijn gesteld. Langere doorlooptijden voor investeringen (tot circa drie jaar) en projecten (waaronder grondexploitaties (grexen) met een maximale doorlooptijd van tien jaar) zijn mogelijk en worden opgenomen in de Financiële verordening.

Toelichting & voorstellen: In de begroting geraamde investeringen kunnen of eenvoudig in een jaar worden gerealiseerd (aanschaf auto’s, en dergelijke) of lopen twee, drie jaar, of zelfs nog langer. Deze laatste gevallen hebben meestal betrekking op de uitvoering van beleidsvisies en bijbehorende uitvoeringsprogramma’s en projecten en betreffen vaak complexe activiteiten, bijvoorbeeld herinrichting van woonwijken waar tegelijk riolering, wegen en groen worden aangepakt, waarmee eventueel grote bedragen zijn gemoeid en waarvoor een (landelijke of Europese) aanbestedingsplicht kan gelden. Deze moeten zeer goed worden voorbereid, zijn gebonden aan wettelijke doorlooptijden en procedures voordat de werkzaamheden kunnen starten. In dergelijke gevallen is een totale doorlooptijd van besluitvorming over de investeringen tot en met de oplevering van de werkzaamheden van twee, drie jaar of langer meer regel dan uitzondering. Grondexploitaties hebben aparte financiële spelregels en hebben een maximale looptijd van tien jaar. Projecten zijn doorgaans organisatorisch complex en kennen een grote diversiteit aan activiteiten waardoor vaak aan een project een investering is gekoppeld.

Bij projecten kan wel onderscheid worden gemaakt in bijvoorbeeld grote projecten (waaraan grote bedragen van enkele honderdduizenden tot enkele miljoenen zijn gekoppeld), projecten op basis van de leidraad projecten (klein, middel en groot) en overige projecten die meer het karakter hebben van eenmalige extra activiteiten en door middel van projectmatig werken worden uitgevoerd. Afwegingen en uitwerking hiervan zal in de Financiële verordening van Smallingerland moeten plaatsvinden in de loop van 2022, na de gemeenteraadsverkiezingen en collegevorming. Dan kan de nieuwe Financiële verordening als basis voor de nieuwe P&C-cyclus 2023-2026 en P&C-producten worden gebruikt.

29

6.18. Projectbudgetten (investeringen) hebben een bestuurlijk eigenaar (collegelid) en een ambtelijk eigenaar (projectleider). Na realisatie van een project worden de exploitatiebudgetten overgedragen aan het (de) betreffende team(s).

Toelichting & voorstellen: Dit zijn ontwikkelingen die een investering tot gevolg hebben. De investering heeft structurele financiële gevolgen (kapitaallasten en overige exploitatiekosten) die met structureel geld gedekt moeten worden. Een verdere uitwerking van toetsbare criteria waaraan activiteiten worden getoetst om te bepalen of er sprake is van een project zal nog plaatsvinden.

6.19. Incidentele activiteitenbudgetten (kleine “projecten”, kleine projectmatige activiteiten met vaak een exploitatiebudgetten) hebben een bestuurlijk eigenaar (collegelid) en een ambtelijk eigenaar (projectleider). Deze activiteiten worden ondergebracht bij het team waar het functioneel het beste aansluit op de reguliere werkzaamheden.

Toelichting & voorstellen: Dit zijn eenmalige activiteiten/ontwikkelingen/kleine projectmatige werkzaamheden die incidentele kosten tot gevolg hebben en die met incidenteel geld worden gedekt. Een verdere uitwerking van toetsbare criteria waaraan activiteiten worden getoetst om te bepalen of er sprake is van een project vind nog plaats.

6.20. Reguliere (jaarlijks terugkerende) onderhoudskosten worden geraamd in de exploitatie.

Toelichting & voorstellen: In de notitie Materiele vaste activa (gepubliceerd januari 2020) van de commissie BBV is niet alleen beschreven hoe met investeringen moet worden omgegaan, maar is ook beschreven hoe met het jaarlijks en grootonderhoud moet worden omgegaan. Jaarlijkse onderhoudskosten worden geraamd in meerjarige beheer- en onderhoudsplannen. Deze kosten worden in de betreffende begroting geraamd en sluiten dus volledig aan op de bedragen in de beheer- en onderhoudsplannen.

30

6.21. Groot-onderhoudskosten zijn gebaseerd op een actueel beheerplan en worden geraamd OF in de exploitatie OF in een te vormen specifieke voorziening.

Toelichting & voorstellen: In de notitie Materiele vaste activa (gepubliceerd januari 2020) van de commissie BBV is niet alleen beschreven hoe met investeringen moet worden omgegaan, maar is ook beschreven hoe met het jaarlijks en grootonderhoud moet worden omgegaan. Niet-jaarlijkse onderhoudskosten (groot onderhoud) worden geraamd in meerjarige beheer- en onderhoudsplannen. Deze kosten worden of geraamd in het jaar waarin het groot-onderhoud gaat worden uitgevoerd of er wordt jaarlijks gespaard in een voorziening en waaruit in het jaar waarin het grootonderhoud gaat worden uitgevoerd het groot-onderhoud direct wordt betaald. De afweging over het maken van voorzieningen in plaats van reserves (bestaande praktijk) vindt plaats: a. bij de nota reserves en voorzieningen: dit is het algemene gemeentelijke kader voor o.a. het instellen of opheffen van reserves en voorzieningen en b. bij de eerstvolgende herziening van de Kadernotitie Beheer Kapitaalgoederen, waarin specifiek wordt gekeken naar voorzieningen voor groot-onderhoud.

6.22. In amendementen en moties die extra kosten tot gevolg hebben wordt ook de dekking van die extra kosten aangegeven vanuit de budgetverantwoordelijkheid van de gemeenteraad.

Toelichting & voorstellen: De gemeenteraad heeft het budgetrecht in de gemeente. Dat brengt ook een grote verantwoordelijkheid van de gemeenteraad met zich mee als het gaat om politiek/bestuurlijke wensen die extra geld kosten. De raad heeft hierin in de huidige tijd en moderne rolinvulling een voorbeeldfunctie. Van de raad mag worden verwacht dat de raad in amendementen en moties waarin extra of nieuwe maatregelen worden gevraagd ook de verantwoordelijkheid wordt genomen om aan te geven waar de dekking vandaan moet komen c.q. andere prioriteiten aangeeft in de uitvoering van bestaande, begrote activiteiten om geld vrij te kunnen maken. Het past dan ook bij de rol van de griffie als adviseur van de gemeenteraad om hierover afspraken met de gemeenteraad c.q. het presidium te maken: als een amendement dat of motie die extra kosten met zich meebrengt zonder dat dekking is aangegeven worden de indieners uitdrukkelijk uitgenodigd om alsnog de dekking aan te geven. Hierbij is van belang dat taakstellingen niet zijn toegestaan vanuit provinciaal toezicht.

31

7. Voorstellen 7.1. Voorstel aan college 1. Instemmen met de voorstellen en deze voorleggen aan de gemeenteraad als afzonderlijk hoofdstuk in de Kadernota. 2. De raad voorstellen in de stemmen met de voorstellen voor de Modernisering van de P&C-cyclus in Smallingerland.

7.2 Voorstel aan de raad 1. Kennisnemen van de uitwerking en voorstellen voor de modernisering van de P&C-cyclus in Smallingerland. 2. Instemmen met de uitwerking en voorstellen van uitgangspunten zoals beschreven in de punten 3.1. tot en met 3.10. 3. Instemmen met de uitwerking en voorstellen van randvoorwaarden zoals beschreven in de punten 4.1. tot en met 4.4. 4. Instemmen met de uitwerking en voorstellen van spelregels zoals beschreven in de punten 6.1. tot en met 6.22.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10283939/1