Bijlage 2 - Raadsvoorstel Aanwijziging categorieen verklaring van geen bedenkingen 15-09-2015
Tekst van het document
Ontwikkeling
Aan de gemeenteraad
Onderwerp:
AANWIJZING CATEGORIEËN VERKLARING VAN GEEN BEDENKINGEN (VVGB)
Beh. ambt: Tel/kamer:
E. de Haan 0512 - 581 302/ flex Ontwikkeling
Volgnr.: 6
Datum Het Besluit: 15-09-2015
Voorstel 1. Als categorieën van gevallen als bedoeld in artikel 6.5, derde lid van het Besluit omgevingsrecht worden aangewezen: Categorie 1: Projecten in de bebouwde kom, waarbij de grens wordt bepaald door het bestemmingsplan Buitengebied 2013. Categorie 2: Projecten buiten de bebouwde kom, mits deze passen in de Nota van uitgangspunten bestemmingsplan "Buitengebied", vastgesteld op 1 november 2013 door de gemeenteraad. 2. Delegeer de bij bovenstaande procedure behorende bevoegdheid tot het vaststellen van een exploitatieplan als bedoeld in art. 6.12 Wro aan het College. 3. Evalueer deze werkwijze na 1 jaar. Beleidsterrein Ruimtelijke ordening. Inleiding De gemeenteraad heeft bij besluit van 5 oktober 2010 bepaald, dat een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist voor het toepassen van artikel 2.12, eerste lid, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Dit artikel betreft de bevoegdheid voor het college om op basis van een goede ruimtelijke onderbouwing af te wijken van het bestemmingsplan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft in een tussenuitspraak m.b.t. de verbouw en uitbreiding van de bebouwing op het perceel Torenstraat 14 bepaald, dat dit besluit in strijd is met artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht (Bor).
De Afdeling stelt dat, gelet op de tekst van artikel 6.5 lid 3 Bor, de gemeenteraad categorieën van gevallen moet aanwijzen waarbij een verklaring niet is vereist. Een besluit dat een verklaring van geen bedenkingen nooit is vereist, kan niet worden aangemerkt als een aanwijzing van een categorie van gevallen. Om dit te repareren, stellen we daarom in dit raadsvoorstel voor om alsnog categorieën aan te wijzen. Dit voorstel betreft een vervolg op het raadsvoorstel dat 7 oktober 2014 in de gemeenteraad is behandeld en als bijlage is toegevoegd. Procedure Passend in categorieën 1 en 2: Wanneer de VVGB niet is vereist (dus als de aanvraag past in bovengenoemde categorieën), zien wij de procedure als volgt. 1. Aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend. 2. De aanvraag wordt getoetst aan het bestemmingsplan. 3. Indien de aanvraag strijdig is met het bestemmingsplan en een uitgebreide Wabo-procedure kan worden gevoerd bepaalt het College of zij de omgevingsvergunningprocedure wil starten.
Volgnr. 6
-2
Zo ja, dan bepaalt het College of zij de aanvraag ter inzage wil leggen voor inspraak (eventuele reacties worden voorzien van een antwoord); Zo nee, dan wordt de aanvraag geweigerd. 4. Afhankelijk van de gevoeligheid en/of grootte van het project bepaalt het College of zij de gemeenteraad om haar opinie wil vragen over het project. 5. Indien het College daarna (of direct, wanneer er geen inspraak wordt toegepast en/of de raad niet om haar opinie wordt gevraagd) de formele procedure wenst voort te zetten, dan bereidt het College een ontwerp omgevingsvergunning en een ontwerp Verklaring van geen bedenkingen voor. De aanvraag, het eventuele inspraakresultaat, de ontwerp omgevingsvergunning en ruimtelijke onderbouwing worden met bijbehorende stukken ter inzage gelegd voor 6 weken. Gedurende deze termijn kunnen zienswijzen worden ingediend. 6. Indien het College nog steeds medewerking wil verlenen, wordt de omgevingsvergunning verleend. 7. Na verlening van de omgevingsvergunning geldt een beroepstermijn van 6 weken (rechtbank in eerste aanleg, hoger beroep bij de Afdeling). Deze procedure is dezelfde als bij de vorige werkwijze. Niet passend in categorieën: Wanneer er een VVGB van de gemeenteraad is vereist (dus als de aanvraag niet past in bovengenoemde categorieën), zien wij de procedure als volgt: Aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend 1.
De aanvraag wordt getoetst aan het bestemmingsplan. 2. Indien de aanvraag strijdig is met het bestemmingsplan en een uitgebreide Waboprocedure kan worden gevoerd bepaalt het College of zij wil starten met de omgevingsvergunningprocedure. Zo ja, dan bepaalt het College of zij de aanvraag ter inzage wil leggen voor inspraak (eventuele reacties worden voorzien van een antwoord); Zo nee, dan wordt de aanvraag geweigerd. 3. Afhankelijk van de gevoeligheid en/of grootte van het project bepaalt het College of zij de gemeenteraad om haar opinie wil vragen over het project. Daarnaast kan ook direct aan de gemeenteraad worden gevraagd of zij een VVGB wil afgeven. Indien er vervolgens (bij stap 4) geen zienswijzen tegen de (ontwerp) VVGB worden ingediend, kan de tussenkomt van de gemeenteraad bij onderstaande stap 5 worden overgeslagen. 4. Het College beslist daarna (of direct, wanneer er geen inspraak wordt toegepast en de raad niet om haar opinie/VVGB wordt gevraagd) of de formele procedure wordt voortgezet. Zo ja, dan worden de aanvraag, het eventuele inspraakresultaat, de ontwerp omgevingsvergunning, ontwerp Verklaring van geen bedenkingen en ruimtelijke onderbouwing met bijbehorende stukken ter inzage gelegd voor 6 weken. Gedurende deze termijn kunnen zienswijzen worden ingediend. 5.
Indien het College nog steeds medewerking wil verlenen, wordt de gemeenteraad om een VVGB gevraagd. De gemeenteraad neemt de ingediende zienswijzen t.b.v. de VVGB mee in haar overweging. Indien de gemeenteraad de Verklaring van geen bedenkingen afgeeft, kan het College de omgevingsvergunning verlenen Zo niet, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd. 6. Na verlening van de omgevingsvergunning geldt een beroepstermijn van 6 weken (rechtbank in eerste aanleg, hoger beroep bij de Afdeling). Deze procedure wijkt af van de procedure bij de vorige werkwijze. Wanneer het College inschat dat een project niet gevoelig en/of dusdanig grootschalig is dat deze aan de gemeenteraad moet worden voorgelegd, dan wordt de gemeenteraad aan het eind van de procedure (bij stap 5) om een VVGB gevraagd.
Volgnr. 6
-3Aanleiding Argument voor het aanwijzen van categorieën van gevallen is procedurele versnelling. Door categorieën aan te wijzen, kunnen omgevingsvergunningen sneller worden verleend. Dit levert tijdswinst op voor de aanvrager, bespaart kosten en leidt tot een effectieve/efficiënte inzet van ambtelijke/bestuurlijke capaciteit. In het geval alle individuele aanvragen in de gemeenteraad worden behandeld, leidt dit, in het geval wanneer er geen zienswijzen worden ingediend, tot een procedurele vertraging van maximaal 12 weken. In het geval er wel zienswijzen worden ingediend is dit maximaal 8 weken. Hierbij is geen rekening gehouden met de zomervakantie, (waarin de gemeenteraad niet vergadert en waarbij wij met de raad de afspraak hebben gemaakt om stukken in principe alleen ter inzage te leggen, als minimaal de helft van de periode buiten de zomervakantie valt (behoudens uitzonderingen)). In onderstaand schema is het tijdspad voor de verschillende varianten weergegeven: Geen zienswijzen Geen VVGB nodig Weken Stap 4-6 Voorbereiding + collegebesluit 6 Zienswijzentermijn 2 Verlenen vergunning
Geen zienswijzen Wel VVGB nodig Weken Stap 4-6 Voorbereiding + collegebesluit 6 Zienswijzentermijn 4-6 Voorbereiden stukken voor raad + collegebesluit 0-2 Voorbereidingscommissie 2 2 2
Max. 14 weken
Ronde Tafel Debat + Besluit Verlenen of weigeren vergunning Max. 26 weken
Wel zienswijzen Geen VVGB nodig Weken Stap 4-6 Voorbereiding + collegebesluit 6 Zienswijzentermijn 4-6 Voorbereiding + collegebesluit 2 Verlenen vergunning
Wel zienswijzen Wel VVGB nodig Weken Stap 4-6 Voorbereiding + collegebesluit 6 Zienswijzentermijn 4-6 Voorbereiden stukken voor raad + collegebesluit 0-2 Voorbereidingscommissie 2 2 2
Max. 20 weken
Ronde Tafel Debat + Besluit Verlenen of weigeren vergunning Max. 28 weken
Inspraak In bovenstaand schema is geen rekening gehouden met eventuele inspraak. Het College maakt een inschatting van de gevoeligheid en/of de grootte van het project waarvoor omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Afhankelijk daarvan besluit het College of de aanvraag ter inzage wordt gelegd voor inspraak, ongeacht of er wel of geen VVGB is vereist. Wanneer (informele) inspraak wordt toegevoegd aan bovenstaande procedures, dan worden er 8-14 weken extra aan de doorlooptijd van de procedure toegevoegd: - 4-6 weken - voorbereiding + collegebesluit - 2 weken – inspraaktermijn - 4- 6 weken - beantwoording inspraakreacties door college Idealiter wordt de inspraak voorafgaand (in overleg met de aanvrager) aan de formele procedure voor de omgevingsvergunning georganiseerd. Dit lukt echter niet altijd. Wanneer er inspraak wordt georganiseerd beantwoordt het college eventuele reacties. Opinie gemeenteraad O.a. afhankelijk van de inspraakreacties besluit het College of het project opiniërend aan de gemeenteraad wordt voorgelegd, ongeacht of er wel of niet een VVGB is vereist. Wanneer een project aan de raad wordt voorgelegd, kost dit 6 weken extra t.b.v. de raadscyclus + de extra tijd voor het voorbereiden van stukken. Dwangsom Bij de uitgebreide Wabo-procedure moet binnen 26 weken worden besloten over de aanvraag (met een verlengingsmogelijkheid van 6 extra weken).
Bij overschrijding kunnen aanvragers (na ingebrekestelling) aanspraak maken op een dwangsom. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 20,-- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 30,- per dag en de overige dagen € 40,-- per dag, voor ten hoogste 42 dagen (art. 4:17 Awb). Te zien is dat één van bovenstaande varianten de maximale termijn al overschrijdt, zonder dat hieraan inspraak is toegevoegd. Hierbij is rekening gehouden met 1 RondeTafelvergadering.
Volgnr. 6
-4Argumenten/beoogde effecten Door ons nu te beperken tot twee categorieën van gevallen, waarbij tevens grote en/of gevoelige projecten nog steeds in de inspraak worden gebracht, blijven we zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke werkwijze. Het onderscheid tussen binnen en buiten de bebouwde kom sluit aan bij de algemeen gehanteerde categorisering van gevallen zoals deze onder de (oude) WRO werd gehanteerd. Daarbij is de begrenzing objectief bepaald. In de vorige werkwijze werd bij grote en/of gevoelige projecten naar de mening van de gemeenteraad gevraagd, zodat het college van burgemeester en wethouders het standpunt van de gemeenteraad bij de (finale) besluitvorming kon betrekken. Dit sloot aan bij de meer curatieve rol die de gemeenteraad bij de Wabo heeft gekregen. De jaarlijkse evaluatie gaf geen aanleiding de werkwijze aan te passen. De reden, dat er nu categorieën worden geformuleerd, is enkel en alleen het feit dat het formuleren van 1 algemene categorie niet is toegestaan. Toetsingskader Artikel 6.5 lid 3 Bor bepaalt, dat de gemeenteraad categorieën gevallen kan aanwijzen waarin een VVGB niet is vereist. Noch uit dit artikel, noch uit de bijbehorende memorie van toelichting blijkt dat bij de aanwijzing van categorieën sprake moet zijn van een ruimtelijk toetsingskader.
De Afdeling bevestigt dit door te stellen dat artikel 6.5 lid 3 Bor geen vereisten bevat voor de aanwijzing, en dat deze evenmin een beperking inhoudt voor de categorieën die opgenomen kunnen worden in de aanwijzing. Hieruit maken wij op dat het opnemen van een categorie met een ruimtelijke begrenzing (projecten binnen de bebouwde kom), maar zonder ruimtelijk toetsingskader aanvaardbaar is. Voor projecten buiten de bebouwde kom is aansluiting gezocht bij de Nota van uitgangspunten van het bestemmingsplan Buitengebied. Deze nota betreft een actueel ruimtelijk beleidskader, waarin de hoofdlijnen van het gewenste ruimtelijk beleid voor het Buitengebied door de gemeenteraad (unaniem) zijn vastgesteld. Toetsing van ruimtelijke verzoeken aan deze nota is in de praktijk goed werkbaar en geeft de aanvrager op voorhand goed inzicht in de afbakening tussen gemeenteraad en college. Dit schept helderheid en rechtszekerheid. In de vorige werkwijze werd bij grote en/of gevoelige projecten naar de mening van de gemeenteraadgevraagd, zodat het College het standpunt van de gemeenteraad bij de finale besluitvorming kon betrekken. De voorgestelde werkwijze sluit hier op aan. Toetsing aan gemeentelijk beleid blijft en rechtszekerheid wordt niet aangetast Met deze aanwijzing van categorieën van gevallen verandert er voor de burger inhoudelijk niets.
Er vindt nog steeds een afweging door het college plaats of we het willen en of het past in gemeentelijke programma's, prioritering en beleid. De rechtszekerheid van onze burgers verandert evenmin: voor hen staat nog steeds dezelfde rechtsgang en rechtsbescherming open. Beoordeling projecten Wanneer er een ruimtelijk verzoek (project) wordt ingediend, wordt per geval beoordeeld of hieraan medewerking kan worden verleend. Hierbij wordt het verzoek beoordeeld op aspecten zoals; - (ruimtelijk) beleid, - stedenbouwkundige en landschappelijke inpasbaarheid, - parkeernormen en ontsluiting, - ecologie - archeologie - water - milieunormen (geluid, geur, luchtkwaliteit, bodem) - of er sprake is van onevenredige hinder ten opzichte van buren, Na beoordeling van bovenstaande besluit het College of kan worden gestart met de procedure voor een omgevingsvergunning.
Volgnr. 6
-5Evaluatie U was gewend om elk half jaar een overzicht te ontvangen van plannen, waarbij het College gebruik had gemaakt van de algemene VVGB. Daarnaast werd de werkwijze jaarlijks geëvalueerd. Voorgesteld wordt om de werkwijze nog steeds jaarlijks te evalueren. Drachten, 19 augustus 2015 Burgemeester en wethouders van Smallingerland, Tjeerd van Bekkum
voorzitter.
Egbert Bos
secretaris.
Ter inzage liggende stukken: 1. Raadsvoorstel "Afgeven verklaring van geen bedenkingen" d.d. 7 oktober 2014. 2. Kaart grenzen Bestemmingsplan Buitengebied 2013.
Volgnr. 6