Bijlage 2 - Bijlage bij toelichting bestemmingsplan 'Drachten - Scholenlocatie Noorderhogeweg
Tekst van het document
Sociale veiligheid
De Leisurestrooklocatie is een langgerekte, grootschalige en op zich zelf staande locatie, afgeschermd door infrastructuur en groenranden. Met een goed ontwerp zal de nodige sociale veiligheid op het terrein aan leerlingen, ouders/verzorgers en het personeel van het scholencomplex kunnen worden geboden. Er dient voor te worden gewaakt dat gelet op die grootschaligheid geen verloren ruimtes worden gerealiseerd waar niet of onvoldoende toezicht op kan worden gehouden. Er is verder geen woonomgeving in de directe nabijheid gesitueerd waardoor relaties met de lokale bevolking ter plaatse zullen ontbreken, evenals een zekere mate van sociale controle. Omdat nog met het planontwerp kan worden bijgestuurd wordt dit aspect voor de Leisurestrooklocatie uiteindelijk als voldoende aangemerkt. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie voldoende.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
34
Z5.
Ligging ten opzichte van bestaand stedelijk gebied
Op basis van figuur 4 kan worden opgemaakt dat de Leisurestrooklocatie in het landelijk gebied ligt, in aansluiting op het bestaand stedelijk gebied. Niet alleen de gebieden die op de kaart behorende bij de provinciale verordening zijn aangeduid is bestaand stedelijk gebied, maar ook gebieden van bestemmingsplannen die voorzien in uitbreiding van stedelijk gebied met nieuwe stedelijke functies zijn onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Omdat in aansluiting op bestaand stedelijk gebied nog ontwikkelingen aan de orde kunnen zijn, hoeft de Leisurestrooklocatie niet te worden afgeschreven, temeer in het geldende bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen om tot een ‘leisure’-ontwikkeling te kunnen komen (vandaar ook de naamgeving van de locatie). De locatie ligt voorts binnen de contouren van de hoofdinfrastructuur, aansluitend op een beoogd groengebied ten dienste van de woonwijk, en vormt de entree van Drachten. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie voldoende. Z6.
Relatie met beschermde waarden
ECOLOGIE Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op uitvoerbaarheid, onder meer in relatie tot de natuurwetgeving. Zo dient te worden onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000), alsook in het kader van houtopstanden. Om hierin inzicht te krijgen wordt in eerste instantie een ecologische quickscan (bijlage 11) uitgevoerd. Bij dit onderzoek is een inschatting gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer van het project aanwezige beschermde natuurwaarden en de effecten van de voorgenomen plannen op deze waarden. Het planvoornemen kan zonder bezwaren doorgang vinden binnen de kaders van de vigerende natuurwetgeving, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a.
Broedvogels: Werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart-15 juli). Als dit niet mogelijke is moet voor de aanvang van de werkzaamheden een broedvogelcheck uitgevoerd worden.
b.
Jaarrond beschermde boomnesten: Nader onderzoek.
c.
Waterspitsmuis: Nader onderzoek.
d.
Vleermuizen: Er moet een functionaliteitsbeoordeling foerageergebied plaatsvinden.
e.
Grote modderkruiper: Werkzaamheden of andere invloeden (toekomstige afvoer woningbouw, waterhuishouding, veranderd peilbeheer bv.) aan de sloten binnen de plangebieden voorkomen. Is dit niet mogelijk dan moet er nader onderzoek plaatsvinden.
f.
Licht beschermde en vrijgestelde soorten: Naleven van de zorgplicht.
Ecologie vormt vooralsnog geen belemmering voor de uitvoering van de plannen. ARCHEOLOGIE Wat betreft mogelijke archeologische waarden op de Leisurestrooklocatie geldt op grond van de provinciale archeologische advieskaart (FAMKE) voor de onderzoeksperiode steentijd-bronstijd (figuur 17) dat archeologisch onderzoek alleen bij grote ingrepen noodzakelijk is. Bij zeer omvangrijke
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
35
ingrepen (van meer dan 2,5 ha) dient ook archeologie betrokken te worden. Dit duidt op een zeer lage archeologische verwachtingswaarde. Wat betreft de periode ijzertijd-middeleeuwen (figuur18) geldt het advies voor het verrichten van karterend onderzoek 3. Dit houdt in dat bij ruimtelijke ingrepen waarbij gronden worden geroerd onderzoek dient plaats te vinden wanneer een oppervlakte van 2
5.000 m wordt overschreden. Dit onderzoeksregime geeft een lage archeologische verwachtingswaarde aan. Op de Leisurestrooklocatie zijn geen archeologische monumenten bekend.
1 2
Figuur 17. Ligging archeologische waarden wat betreft de periode steentijd-bronstijd, 1= Leisurestrooklocatie, 2 = Locatie Vrijburgh (bron: Provinsje Fryslân, 24-6-2019)
1 2
Figuur 18. Ligging archeologische waarden wat betreft de periode ijzertijd-middeleeuwen, 1= Leisurestrooklocatie, 2 = Locatie Vrijburgh (bron: Provinsje Fryslân, 24-6-2019)
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
36
CULTUURHISTORIE Navolgende figuur toont de cultuurhistorische elementen, structuren en patronen in het gebied van onder meer de Leisurestrooklocatie.
1 2
Figuur 19. Ligging cultuurhistorische waarden, 1= Leisurestrooklocatie, 2 = Locatie Vrijburgh (bron: Provinsje Fryslân, 24-6-2019)
Het lijnelement dat door de Leisurestrooklocatie loopt betreft een voetpad richting Rottevalle die langs de huidige singelstructuur in het landschap was opgenomen (gebaseerd op informatie van het project Oude paden en Nieuwe Wegen). Van dit pad lijkt weinig tot niets meer te zijn overgebleven. Bij behoud van de singels, ontstaat ter plaatse de kans om dit pad in oude luister te herstellen. De locatie is hiervoor groot genoeg. WATERHUISHOUDING 2
De leggerkaart (nieuw, in ontwerp 2019) van Wetterskip Fryslân toont voor de Leisurestrooklocatie een ligging aan een hoofdwatergang en aan een schouwwatergang. Dergelijke watergangen hebben een functie voor de goede aan-, af- en doorvoer van water. Voor beide watergangen geldt een beheer- en onderhoudsplicht. Ter bescherming moet voor hoofdwatergangen ook een obstakelvrije zone van 5 meter worden aangehouden langs het waterstaatswerk. Voor schouwwatergangen is die verplichting er op grond van de Keur van Wetterskip Fryslân niet. Onder de Noorderhogeweg door is voorts sprake van een duiker. De waterloop kan eveneens worden behouden en is gewenst uit oogpunt van het behoud van afstand van het scholencomplex tot de Noorderhogeweg en uit landschappelijk oogpunt. Watercompensatie is niet nodig omdat de aanwezige waterloop recentelijk is verbreed en overgedimensioneerd is.
2
Er bestaat geen verschil met de huidige leggerkaart uit 2015 voor de Leisurestrook-locatie.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
37
1
2 Figuur 20. Waterhuishoudkundige belangen, 1= Leisurestrooklocatie, 2 = Locatie Vrijburgh (bron: Wetterskip Fryslân, 24-6-2019)
SAMENVATTEND Gelet op vorenstaande zal archeologisch onderzoek op de Leisurestrooklocatie ten aanzien van de onderzoeksperiode ijzertijd-middeleeuwen noodzakelijk zijn bij ruimtelijke ingrepen wanneer een 2
oppervlakte van meer dan 5.000 m wordt overschreden. Daarnaast dient met de aangrenzende hoofdwatergang rekening te worden gehouden. Een voordeel is dat deze bij aanleg van de wijk Vrijburgh overgedimensioneerd is, waardoor al in de noodzakelijke waterberging bij het benutten van de Leisurestrooklocatie is voorzien. Hoewel vermoedelijk verdwenen, is sprake van een cultuurhistorisch lijnelement door het plangebied. Dit element kan echter goed worden geïntegreerd/teruggebracht in de planvorming. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie goed.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
38
Z7.
Koppelkansen
De Leisurestrooklocatie ligt in een groene omgeving. Nabij is een woongebied en een bedrijfsgebied en enkele meer solitair gesitueerde functies. Aan de noordkant is sprake van een verkeers- en verblijfsgebied (carpoolplaats) die moet worden uitgebreid. Hier kunnen kansen liggen in de combinatie met inventieve aanpassingen ten behoeve van de ontsluiting van het scholencomplex. Terzijde van de carpoolplaats wordt een kunstwerk als landmark gerealiseerd. De strook tussen Vrijburgh en de locatie zal een groene invulling behouden/krijgen. De nadere inrichting als groengebied kan zowel betekenis gaan hebben voor de aangrenzende woonbuurt als voor het scholencomplex. Er liggen kansen om tot een meer groenblauwe, parkachtige inrichting te komen die goed is voor mens en milieu en inspeelt op klimaatadaptatie. Ook kunnen er wellicht meer kansen uit oogpunt van duurzaamheid (vormen van opwekking hernieuwbare energie, biodiversiteit, voedselproductie) worden benut. Bewegen en gezondheid voor leerlingen en wijkbewoners is met een groenblauwe inrichting eveneens een koppelkans. Dit alles is afhankelijk van de definitieve inrichting van de locatie. Omdat er een omliggend te realiseren woongebied is, zijn er wel koppelingen denkbaar met dit gebied. Het parkeren voor personeel vindt met name overdag plaats, de bewoners van de nieuwe aangrenzende wijk parkeren vooral in de avond en nacht.
Eventueel kan een groen blauw uitloopgebied of pleinruimte dubbel worden gebruikt evenals de nieuw te realiseren sporthal. De verwachting is dat een gebouw tussen de Noorderhogeweg en de woonwijk Vrijburgh enigszins geluidwerend zal werken voor de woningen aan de westrand van de wijk Vrijburgh. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie zeer goed. Z8.
Globale uitvoerbaarheid financieel en qua tijd
De Leisurestrooklocatie is in eigendom van de gemeente. Er zijn derhalve geen financiële middelen nodig of het doorlopen van een verwervingsproces (tijd) om het terrein vrij te spelen. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie goed.
5.2
Locatie Vrijburgh
5.2.1 Toetsing aan harde criteria H1.
Ontsluiting voor wegverkeer (halen en brengen) en parkeren
Ook voor de locatie Vrijburgh is wat betreft het verkeersthema een memo (bijlage 6) opgesteld omtrent de afwikkeling van het verkeer en ontsluiting van het scholencomplex. Dit memo is eveneens opgenomen als bijlage bij deze notitie en is een belangrijke bron van informatie voor de beoordeling van het harde criterium ‘Ontsluiting voor wegverkeer (halen en brengen) en parkeren, evenals de
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
39
overige beide zachte criteria met betrekking tot verkeer genoemd onder Z1 (Bereikbaarheid langzaam verkeer) en Z2 (Verkeersveiligheid). VERKEERSAFWIKKELING Relevant voor de locatie Vrijburgh is het Duizendblad die middels een rotonde op de Folgeralaan aantakt. Via de Folgeralaan vindt de gebiedsontsluiting plaats. Zowel de Folgeralaan als het Duizendblad is uitgevoerd in de vorm van een 2x1-strooks weg met dien verstande dat op de Folgeralaan een maximumsnelheid van 50 km/uur geldt en ter plaatse van het Duizendblad 30 km/uur. Uit prognoses op basis van het gemeentelijk verkeersmodel blijken er (exclusief komst van een school) ter plaatse van de Folgeralaan en het Duizendblad in 2030 ongeveer 2.700 mvt/etmaal respectievelijk 215 mvt/etmaal te rijden. Op de wegen rond de school treden geen afwikkelingsproblemen op, wanneer de school begint of uitgaat, aangezien de wegen rond de school (Folgeralaan en Duizendblad) op dit moment en in de toekomst niet heel druk bereden zullen worden. Ondanks het feit dat zich getalsmatig geen problemen voordoen, wordt de weg als druk ervaren. Dit heeft ook te maken met de inrichting van de weg op dit moment. De rotondes Folgeralaan - Duizendblad - Waterlelie en Folgeralaan - Folgeren - Kletsterlaan zijn nader onderzocht. Een zogeheten verzadigingsgraad van een rotonde van 0,80 of meer leidt tot vertragingen.
Uit berekening met de Meerstrooksrotondeverkenner blijkt dat het extra gemotoriseerd verkeer van en naar school niet tot afwikkelingsproblemen leidt op de rotonde Folgeralaan - Duizendblad Waterlelie. Het verkeersonderzoek laat zien dat in de meest drukke situatie in 2030 bij realisatie van een woonwijk en schoolverkeer per twintig minuten een verzadigingsgraad van 0,63 meter optreedt. Dit betekent dat alle te verwerken personenauto’s en taxibusjes binnen 20 minuten komen en gaan en dat er dan nog geen problemen zijn met de verkeersafwikkeling over de rotonde. Er blijft dus voldoende restcapaciteit bestaan. Het verkeersonderzoek voor de rotonde Folgeralaan - Folgeren - Kletsterlaan laat zien dat er de verzadigingsgraad in 2030 1,01 is. In dit cijfer is rekening gehouden met de uitbreiding van de woonwijk Vrijburgh en de komst van de school. Er is uitgegaan van een worst-case scenario waarbij alle verkeer via de Folgeralaan zal gaan. Deze hoeveelheid verkeer levert in de ochtendspits doorstromingsproblemen op. Met andere woorden, de rotonde heeft een te beperkte capaciteit. Ter voorkoming van afwikkelingsproblemen in de ochtendspits dient een extra rijstrook op de rotonde aangelegd te worden. De fysieke ruimte is hiervoor echter niet aanwezig en is ook ongewenst. Op deze rotonde zit een fietsoversteek.
In Drachten is de keus gemaakt (vanwege veiligheid) om geen fietsoversteken aan te leggen bij dubbelstrooksrotondes.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
40
SLUIPVERKEER Vanuit de omgeving Fennepark is aangegeven dat er in de huidige situatie sprake is van veel sluipverkeer in verband met de drukte op de nabijgelegen wegen. De bewoners verwachten een nadere toename aan sluipverkeer op het moment dat de school op de locatie Vrijburgh wordt gerealiseerd. Over het aspect sluipverkeer kunnen kwantitatief geen conclusies worden getrokken aangezien er geen gegevens beschikbaar zijn. Kwalitatief kan er gesteld worden dat de komst van het cluster S(B)O door de verkeersbewegingen die dit cluster met zich meebrengt het probleem van het sluipverkeer kan versterken. Aan dit onderwerp wordt vanuit de gemeente Smallingerland, los van het locatieonderzoek, apart aandacht besteed. PARKEEROPLOSSING Ruimte om een parkeeroplossing op de locatie Vrijburgh te vinden, is voldoende aanwezig. Daarnaast zou ook hier in het planontwerp dubbelgebruik van halen en brengen of kortparkeren met een pleinfunctie kunnen worden gerealiseerd. Afwenteling door langparkeerders (zoals personeel) op de omliggende, reeds gerealiseerde dan nog te realiseren, woonbuurten is gezien de ligging op relatief korte afstand van woningen niet ondenkbaar wanneer niet in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Daarom dient het parkeerprogramma scherp te worden bewaakt, zodat dergelijke excessen bij planvorming al kunnen worden voorkomen.
Overigens kan dit ook een vorm van complementair gebruik zijn waarbij de dag-, avond- en nachtsituatie wordt beschouwd en in een parkeerbalans meegenomen. De achterliggende woongebieden dienen goeddeels nog te worden gerealiseerd. Een eventuele komst van de school vindt vermoedelijk eerder plaats dan de afronding van die woongebieden. CONCLUSIE De locatie scoort voldoende/slecht op het aspect verkeer en goed op het aspect parkeren. Omdat de verkeersafwikkeling een essentieel aspect is en de oplossing door middel van een extra rijstrook op de rotonde (bijna) onmogelijk is te realiseren wordt de score voor verkeersafwikkeling gehanteerd. H2.
Inpasbaarheid in geldende milieuwet- en regelgeving
A. EXTERNE VEILIGHEIDSASPECTEN In artikel 8 van het Bevt staat dat wanneer een bestemmingsplan binnen een afstand van 200 meter van een transportroute is gelegen, het groepsrisico (GR) dient te worden verantwoord. In casu ligt de locatie binnen 200 meter vanaf de A31/N31 en is deze weg relevant in verband met transport van gevaarlijke stoffen. In vrijwel alle gevallen wordt het GR bepaald door GF3-stoffen (LPG). Om de risico's inzichtelijk te maken is onderzoek uitgevoerd en is advies gevraagd aan de FUMO (bijlage 3) en Brandweer Fryslân (bijlage 7). Samengevat blijkt het volgende. Het plaatsgebonden risico vormt geen knelpunt. Geconcludeerd kan worden dat het groepsrisico toeneemt maar dat het GR de oriëntatiewaarde niet overschrijdt. De normen uit de wetgeving die van toepassing is vormen geen belemmering voor de nieuwe ontwikkeling.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
41
3
Uit het advies van Brandweer Fryslân blijkt evenwel dat de landelijke norm voor de opkomsttijd van 8 minuten op deze locatie niet haalbaar is. Volgens Dekkingsplan 2.0 van Brandweer Fryslân geldt een norm van 12 minuten als opkomsttijd. In de praktijk zal de brandweer binnen circa 11 minuten ter plaatse zijn. Omdat het een speciaal onderwijsfunctie betreft, geldt over het algemeen dat veel personen (de schoolgaande kinderen) niet goed zelfredzaam zijn. Brandweer Fryslân adviseert daarom een goede BHV-organisatie, die ook zicht heeft op scenario’s buiten het eigen gebouw. Daarnaast wordt geadviseerd om vluchtwegen en verzamelplaatsen van de risicobron af (dus van de weg af) te situeren. Met inachtneming van het advies van de brandweer zal het aspect externe veiligheid geen wettelijke problemen opleveren. CONCLUSIE Op het aspect externe veiligheid scoort de locatie voldoende. B. GELUIDHINDER (WEGVERKEERSLAWAAI) Omdat er sprake is van een voor de Wet geluidhinder (Wgh) geluidsgevoelig gebouw, is het van belang om de ligging van de belangrijke grenswaardecontouren te bepalen. Op 16 juli 2019 heeft de FUMO (bijlage 5) deze contouren berekend. Op figuur 21 is de ligging weergegeven van de Lden 48 en 58 dB geluidscontour inclusief de aftrek artikel 110g Wgh op 4,5 meter waarneemhoogte als gevolg van het verkeer op de rijksweg N31.
Hierbij wordt opgemerkt dat voor de verkeersgegevens op deze weg is uitgegaan van de landelijk data behorende bij het vastgestelde geluidproductieplafond (geluidregister weg).
3
Opkomsttijd is de totale tijd die nodig is voordat de brandweer "op de stoep" staat en is opgebouwd uit verwerkingstijd, uitruktijd en aanrijtijd. Verwerkingstijd is de tijd die op de meldkamer nodig is om de melder van het incident te bevragen en vervolgens de juiste personen te alarmeren. Uitruktijd is de tijd die vrijwilligers nodig hebben na het gaan van de pieper tot ze de kazerne uitrijden. Aanrijtijd is de tijd die er gereden wordt vanaf de kazerne tot de plek van de brand/het incident.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
42
Figuur 21. 48 en 58 dB geluidscontour rijksweg N31
Op figuur 22 is de ligging weergegeven van de Lden 48 en 63 dB geluidscontour ten gevolge van wegverkeer op de Folgeralaan. Voor de Folgeralaan is uitgegaan van de verkeersgegevens in het toekomstig maatgevende jaar 2030. Alle genoemde grenswaarden zijn inclusief de aftrek artikel 110g van de Wgh. Deze aftrek bedraagt 2 dB in geval van wegen waar de snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km of meer bedraagt en 5 dB indien de snelheid lager is dan 70 km/uur. In het geval van de voor het plan maatgevende de N31 bedraagt deze aftrek 2 dB. In het geval van de Folgeralaan en de weg Nijtap bedraagt de aftrek 5 dB.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
43
Figuur 22. 48 en 63 dB geluidscontour Folgeralaan
Uit de studie naar geluidhinder afkomstig van wegverkeerslawaai op de Vrijburgh-locatie blijkt dat vanwege de N31 en de Folgeralaan, afhankelijk van hoe de school op de locatie geprojecteerd wordt, voor een deel van de eventuele planlocatie niet kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van geluid en dat hier een procedure hogere waarde nodig zal zijn. De locatie is wat betreft geluidhinder dus onder voorwaarden te ontwikkelen. CONCLUSIE Voor geluidhinder scoort de locatie voldoende. C. LUCHTKWALITEIT Het milieuthema luchtkwaliteit vormt ook wat betreft de locatie Vrijburgh geen belemmering. CONCLUSIE Voor luchtkwaliteit scoort de locatie goed. D. MILIEUHYGIËNISCHE BODEMKWALITEIT Voor de locatie Vrijburgh blijkt uit de bodeminformatiekaart dat het potentiële plangebied hoofdzakelijk wordt aangemerkt als terrein voor (nog) te verrichten saneringsactiviteit. De saneringsactiviteiten hebben plaatsgevonden. De Vrijburghlocatie is voldoende onderzocht en daar waar nodig gesaneerd. Uit oogpunt van milieuhygiënische bodemkwaliteit mag worden aangenomen dat de locatie ook van een voldoende bodemkwaliteitsklasse is om een scholencomplex te kunnen vestigen,
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
44
nu deze geschikt is bevonden als locatie voor het wonen. Het bodemaspect is geen bezwaar voor de uitvoerbaarheid op deze locatie. CONCLUSIE Voor bodemkwaliteit scoort de locatie goed.
Figuur 23. Fragment van bodeminformatiekaart (bron: bodemloket.nl)
E. BEDRIJVEN- EN MILIEUHINDER In de directe omgeving van de locatie zijn diverse functies gesitueerd. Aan de noordoostkant (aan de overzijde van de Wâldwei) is naast agrarisch gebied (zonder agrarisch bedrijf) sprake van wonen en bedrijvigheid (tot en met milieucategorie 2). Aan de andere zijden is er enkel sprake van wonen. De agrarische functie en de woonfunctie hebben vanuit bedrijven- en milieuhinder geen invloed op de locatie. De bedrijfsbestemming is op een afstand van 160 meter gesitueerd van de locatie. Voor een bedrijf van milieucategorie 2 moet een grootste richtafstand worden gehanteerd van 30 meter. De richtafstand wordt niet overschreden. Naast de richtafstanden en (mogelijke) invloed van omliggende functies op de locatie moet ook gekeken worden naar de richtafstand van de te realiseren schoolfunctie als hinderveroorzakende functie op de omgeving. In de VNG-brochure is bepaald dat voor een school een minimale richtafstand van 30 meter moet worden gehanteerd vanwege het geluidaspect. Gelet op de omvang van de locatie en de afstanden tot de bestaande gevoelige functies (in dit geval wonen) is het mogelijk om een school te realiseren zonder dat de aan te houden richtafstanden worden overschreden.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
45
De dichtstbijzijnde maat tussen de rand van het terrein (bestemming Wonen) en de gevels van de woningen bedraagt circa 25 meter. Dat betekent dat de schoolfunctie minimaal 5 meter uit de rand van het terrein gesitueerd moet worden. Aan de Folgeralaan is een dubbele bomenrij gesitueerd die (zie ook zachte criteria 3) behouden blijft bij een eventuele ontwikkeling van een scholencomplex. Deze aanwezige bomenrij is breder dan de opgenomen bestemming ‘Groen’ in het huidige bestemmingsplan. Rekening houdend met het behoud van deze bomenrij bedraagt de afstand tussen het projectgebied en de dichtstbijzijnde woning minimaal 34 meter. Omdat er geen richtafstanden worden overschreden, is het plan uit het oogpunt van bedrijven- en milieuhinder inpasbaar. CONCLUSIE Op het gebied van milieuhinder scoort de locatie goed. 5.2.2 Toetsing aan zachte criteria Z1.
Bereikbaarheid langzaam verkeer
Langs de Folgeralaan is voorzien in een vrijliggend fietspad en voetpad. Deze voorzieningen bieden goede mogelijkheden voor fietsers en voetgangers om de locatie veilig te bereiken. Het Duizendblad kent deze voorzieningen echter niet. Auto’s en langzaam verkeer maken gebruik van dezelfde rijbaan. Het verdient aanbeveling om, mede gelet op het feit dat het woningbouwprogramma planologisch maximaal 380 woningen omvat, langs de oostzijde van het Duizendblad een fiets- en voetpad aan te leggen op een zodanige wijze dat het gemotoriseerd verkeer van en naar het scholencomplex niet wordt gekruist. Ter hoogte van het plangebied liggen aan de Folgeralaan bushaltes. Dit betekent een goede bereikbaarheid van de locatie met de bus. Wel verdient het aanbeveling een voetpad aan te leggen naar de noordelijke bushalte. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie goed. Z2.
Verkeersveiligheid
Als aansluiting van het Duizendblad op de Folgeralaan is in de bestaande situatie voorzien in een rotonde. Een rotonde geldt als snelheidsbeperkende maatregel uit oogpunt van verkeersveiligheid. Het gaat hier om een enkelstrooksrotonde met een diameter van ongeveer 30 m. De rijbaanbreedte van de rotonde bedraagt, inclusief rabatstrook van 1,50 m, ongeveer 7,50 m. Fietsers en voetgangers van en naar het Duizendblad kunnen gebruikmaken van de aanwezige oversteek aan de oostzijde van de rotonde. Het verdient bij realisatie van een scholencomplex op de locatie Vrijburgh aanbeveling om langs het Duizendblad een fiets- en voetpad aan te leggen op een zodanige wijze dat het gemotoriseerd verkeer van en naar het scholencomplex niet wordt gekruist.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
46
De locatie Vrijburgh heeft genoeg ruimte om tot gewenste verkeersveilige oplossingen te komen. Omdat ook hier mogelijkheden voor handen zijn om veilige routes in de omgeving en op het terrein te creëren kan de verkeersveiligheid eveneens als goed worden betiteld. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie goed. Z3.
Stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing
De locatie Vrijburgh ligt aan de Folgeralaan; een lange en oude structuurlijn in het landschap waar voorheen een spoor langs heeft gelegen. De weg vormt een verbinding tussen Drachten en het ten noordoosten daarvan gelegen buitengebied. Ter plekke van de kruising met de N31 is een tunnel aanwezig. Het onderliggende landschap is dat van het noordelijke woudengebied, met de kenmerkende opstrekkende kavels en perceelsrandbeplantingen in de vorm van houtsingels. De Folgeralaan heeft in de omgeving van de locatie enerzijds de bebouwing behorende tot het oude buurtschap Folgeren en anderzijds (aan de oostzijde) de relatief nieuwe bebouwing van het Fennepark in één tot twee bouwlagen met kap. De locatie wordt aan de noordoostzijde begrensd door de N31 en geluidswal, aan de noordwestkant en zuidoostkant staat een relatief stevige singelbeplanting. Op het perceel zelf ligt een veel ijlere beplanting in de dwarsrichting. Binnen het toekomstige woongebied Vrijburgh Fase 2 zijn nog redelijk wat singels aanwezig, al is de beplantingsstructuur in de historische situatie intensiever geweest. LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE INPASSINGSMOGELIJKHEDEN De onderwijsvoorziening is zowel qua footprint als qua bouwvolume goed inpasbaar op de locatie.
De locatie geeft mogelijkheden om met behoud van de belangrijkste singels de benodigde footprint, ontsluiting, plein- en parkeervoorzieningen en waterberging te realiseren. De ruimte op de locatie kan als toereikend worden beschouwd maar heeft geen overmaat. Meervoudig ruimtegebruik is gewenst om tot een onderwijsvoorziening te komen waarbij ook aan de groenblauwe structuur een zekere robuustheid kan worden gegeven. Dat is wenselijk voor de onderwijsfunctie maar ook voor de inpassing in een gebied waarin de landschappelijke structuur op dit moment nog redelijke goed herkenbaar is. Er zijn bijvoorbeeld mogelijkheden voor combinaties van pleinfuncties en haal- en brengvoorzieningen, of voor parkeerlocaties voor personeel die tevens dienst doen voor het bezoekersparkeren in het aangrenzende te realiseren woongebied. De bouwhoogte van de gebouwen van 8,5 meter voor de schoolfunctie en 11 meter voor het beoogde gymlokaal zijn hier inpasbaar. In het naastgelegen woongebied kan bebouwing tot twee bouwlagen worden gerealiseerd met eveneens een maximum bouwhoogte van 11 meter. Het is gewenst om de beplanting aan de zijde van de Folgeralaan te behouden en om te zorgen dat er aan deze zijde een zekere geleding van de bouwmassa ontstaat zodat een goede aansluiting ontstaat op de omgeving waarin dubbele bebouwing en vrijstaande woonbebouwing domineert.
Een representatieve uitstraling van de onderwijsvoorziening richting de rotonde is eveneens gewenst.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
47
CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie goed. Z4.
Sociale veiligheid
De locatie Vrijburgh betreft een overzichtelijk, rechthoekig gebied, afgeschermd door diverse weginfrastructuur (Wâldwei, Duizendblad en Folgeralaan) begeleid met groenranden. Een goed ontwerp op locatie zal de nodige sociale veiligheid op het terrein aan leerlingen, ouders/verzorgers en het personeel van het scholencomplex kunnen bieden. Direct tegenover de locatie is aan de Folgeralaan sprake van een nieuwe woonbuurt. Op termijn kunnen (op grond van het geldende bestemmingsplan) de ten noorden van locatie Vrijburgh gelegen gronden eveneens voor woningbouw worden aangewend. Dit houdt in dat de locatie op relatief korte afstand zal grenzen aan een woonomgeving. Idealiter wordt daar waar mensen zijn ook naar elkaar om gezien. Dit maakt dat er sprake kan zijn van een zekere mate van sociale veiligheid. Gelet hierop en de mogelijkheden van de locatie is een goede beoordeling op zijn plaats. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie goed. Z5.
Ligging ten opzichte van bestaand stedelijk gebied
Uit figuur 4 kan de ligging van de locatie Vrijburgh ten opzichte van het bestaand stedelijk gebied worden opgemaakt. De locatie wordt op grond van de Provinciale Verordening Romte Fryslân aangemerkt als liggend in bestaand stedelijk gebied, aan de rand van het landelijk gebied (beginnend bij de Wâldwei). Op basis van de afwegingscriteria kan de ligging van deze locatie als goed (want niet geheel omringd door bestaand stedelijk gebied) worden aangemerkt. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie goed. Z6.
Relatie met beschermde waarden
ECOLOGIE Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op uitvoerbaarheid, onder meer in relatie tot de natuurwetgeving. Zo dient te worden onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000), alsook in het kader van houtopstanden. Om hierin inzicht te krijgen wordt in eerste instantie een ecologische quickscan (bijlage 11) uitgevoerd. Bij dit onderzoek is een inschatting gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer van het project aanwezige beschermde natuurwaarden en de effecten van de voorgenomen plannen op deze waarden. Het planvoornemen kan zonder bezwaren doorgang vinden binnen de kaders van de vigerende natuurwetgeving, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a.
Broedvogels: Werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart-15 juli). Als dit niet mogelijke is moet voor de aanvang van de werkzaamheden een broedvogelcheck uitgevoerd worden.
b.
Jaarrond beschermde boomnesten: Nader onderzoek.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
48
c.
Waterspitsmuis: Nader onderzoek.
d.
Vleermuizen: Boomholtencheck zuidoostelijk plangebied. Wanneer boomholten worden aangetroffen of wanneer een boomholtencheck niet wenselijk is, dan is nader onderzoek nodig. Tevens moet een functionaliteitsbeoordeling foerageergebied plaatsvinden.
e.
Grote modderkruiper: Werkzaamheden of andere invloeden (toekomstige afvoer woningbouw, waterhuishouding, veranderd peilbeheer bv.) aan de sloten binnen de plangebieden voorkomen. Is dit niet mogelijk dan moet er nader onderzoek plaatsvinden.
f.
Licht beschermde en vrijgestelde soorten: Naleven van de zorgplicht.
Ecologie vormt vooralsnog geen belemmering voor de uitvoering van de plannen. ARCHEOLOGIE De figuren 17 en 18 tonen de ligging van de locatie Vrijburgh ten opzichte van archeologische waarden. Voor de locatie Vrijburgh geldt eenzelfde advies voor zowel de onderzoeksperioden steentijdbronstijd en ijzertijd-middeleeuwen als voor de Leisurestrooklocatie, te weten ‘geen onderzoek noodzakelijk’ en ‘karterend onderzoek 3’. Gelet op vorenstaande zal archeologisch onderzoek ten aanzien van de onderzoeksperiode ijzertijd-middeleeuwen noodzakelijk zijn bij ruimtelijke ingrepen wanneer 2
een oppervlakte van meer dan 5.000 m wordt overschreden. Er zijn geen archeologische monumenten bekend. CULTUURHISTORIE Figuur 19 toont de ligging van cultuurhistorische elementen, structuren en patronen op de locatie Vrijburgh en omgeving. Hieruit blijkt dat de locatie Vrijburgh aan de noordzijde wordt begrensd door een oude vaarweg dan wel afwateringssloot, genaamd Oude Wittehaagsterwijk, en aan de zuidzijde door het tracé van een spoor-/tramweg aan de Folgeralaan. Inrichting van de locatie Vrijburgh heeft geen effect op deze cultuurhistorische lijnen. WATERHUISHOUDING 4
In figuur 20 is de leggerkaart (nieuw, in ontwerp 2019) van Wetterskip Fryslân getoond waaruit kan worden opgemaakt dat de locatie Vrijburgh aan twee zijden op een schouwwatergang aansluit, waarvan de westelijke van een overlaat is voorzien. Dit levert echter geen belemmerende randvoorwaarden. Het plan zal wel moeten voorzien in voldoende waterberging. SAMENVATTEND Gelet op vorenstaande zal archeologisch onderzoek op de locatie Vrijburgh ten aanzien van de onderzoeksperiode ijzertijd-middeleeuwen moeten plaatsvinden. Er is verder geen sprake van de aanwezigheid van beschermde waarden die belemmerend werken bij een keuze voor deze locatie CONCLUSIE Op het aspect ‘relatie met beschermde waarden’ scoort de locatie goed.
4
Er bestaat geen verschil met de huidige leggerkaart uit 2015 voor de Leisurestrook-locatie.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
49
Z7.
Koppelkansen
Gelet op de bestemde situatie ter plaatse van locatie Vrijburgh en omgeving is overwegend sprake van een groene woonomgeving. In het gebied tussen de Folgeralaan en de Folgeren is voorts sprake van een sportcomplex, overwegend ten behoeve van de Drachtster tennisclub. Naast deze voorziening zijn in de omgeving niet veel koppelkansen met bestaande functies. Dubbel ruimtegebruik van parkeervoorzieningen zou nog wel een uit te werken mogelijkheid kunnen zijn als daar behoefte aan is (bijvoorbeeld bij toernooien buiten schooltijden om). Omdat de locatie aan de krappe kant is, zullen koppelkansen verder beperkt blijven. Omdat er een omliggend te realiseren woongebied is, zijn er wel koppelingen denkbaar met dit gebied. Het parkeren voor personeel vindt met name overdag plaats, de bewoners van de nieuwe aangrenzende wijk parkeren vooral in de avond en nacht. Eventueel kan een groen blauw uitloopgebied of pleinruimte dubbel worden gebruikt evenals de nieuw te realiseren sportvoorziening. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie goed. Z8.
Globale uitvoerbaarheid financieel en qua tijd
De locatie Vrijburgh is in eigendom van de gemeente. Er zijn derhalve geen financiële middelen nodig of het doorlopen van een proces (tijd) om het terrein vrij te spelen. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie goed.
5.3
Locatie Wetterwille
5.3.1 Toetsing aan harde criteria H1.
Ontsluiting voor wegverkeer (halen en brengen) en parkeren
VERKEERSAFWIKKELING De locatie Wetterwille is in de huidige situatie niet direct ontsloten via de naastgelegen gebiedsontsluitingsweg (Het Noord) maar wordt ontsloten via de erftoegangswegen (30 km/uur) De Meer, De Frisia en de Wetterwille. Deze wegen zijn ingericht met diverse verkeersremmende maatregelen zoals drempels en versmallingen. De afstand tussen de locatie en de gebiedsontsluitingsweg bedraagt over thans beschikbare straten ongeveer 1,5 km. Gelet hierop worden forse afwikkelingsproblemen verwacht voor de (woon)omgeving wanneer de school begint of uitgaat. De bestaande erftoegangswegen zijn niet geschikt voor het afwikkelen van het aantal verwachte verkeersbewegingen. Een alternatief is om het bestaande fietspad tussen de Wetterwille en Het Noord aan te passen tot een erfontsluitingsweg zodat er een indirecte kortere ontsluiting ontstaat op de gebiedsontsluitingsweg. Deze aanpassing heeft tot gevolg dat een bestaande woonstraat fors wordt belast omdat alle verkeersbewegingen op korte afstand van circa 8 woningen plaatsvinden.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
50
Daarnaast moet een rondrijd ‘circuit’ worden gerealiseerd op de locatie en is er een grote kans dat er tijdens het halen en brengen opstoppingen ontstaan op De Wetterwille temeer daar het een straat is zonder gescheiden pad voor het fietsen en er ook geen ruimte is om een fietsstrook of -pad te realiseren. PARKEEROPLOSSING Gelet op de oppervlakte van de locatie (bruto circa 2,08 ha) en de gewenste omvang van 2,5 tot 3 ha is er niet veel ruimte om een parkeeroplossing op de locatie te vinden. In het planontwerp zou dubbelgebruik van halen en brengen of kortparkeren met een pleinfunctie kunnen worden onderzocht. Er komt echter dermate veel verkeer, dat gevreesd moet worden voor het parkeren buiten de planlocatie. Als busjes of personenauto’s moeten wachten om in en uit te rijden richting de locatie, zullen ze geneigd zijn dan maar in de woonstraat te parkeren. Qua risico’s voor afwenteling van het parkeren op de woonbuurt scoort de locatie ongunstig. CONCLUSIE Op de aspecten verkeer en parkeren scoort de locatie slecht. H2.
Inpasbaarheid in geldende milieuwet- en regelgeving
A. EXTERNE VEILIGHEIDSASPECTEN Voor de locatie is van belang dat het gebied binnen het invloedsgebied van bijna 2,7 km van afvalverwerker Renewi ligt. Renewi valt onder het Besluit risico’s zware ongevallen (BRZO) en daarmee onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en is het bevoegd gezag in beginsel verplicht een verantwoording van het groepsrisico (GR) op te stellen. Voor Renewi zijn de risico’s berekend en uit die berekening blijkt dat het GR laag is. Hoewel de locatie, ten opzichte van de huidige situatie, een toename van het aantal personen laat zien, zal deze toename niet in het GR tot uitdrukking komen. Dit heeft te maken met de grote afstand van Renewi ten opzichte van de locatie. Het is niet noodzakelijk het GR vanwege de nieuwe ontwikkelingslocatie verder te verantwoorden. Geconcludeerd kan worden dat het GR van het BRZO-bedrijf geen belemmering vormt. Voor het overige zijn er in de omgeving van Wetterwille geen risicobronnen gelegen. Het aspect externe veiligheid is voor deze locatie niet aan de orde. CONCLUSIE Op dit aspect scoort de locatie goed. B. GELUIDHINDER (WEGVERKEERSLAWAAI) De locatie is gelegen in een woongebied en alle wegen in de directe nabijheid van de locatie bedragen 30 km/uur wegen. Het aspect geluidhinder staat de realisatie van een scholencomplex op deze locatie niet in de weg.
CONCLUSIE Op dit aspect scoort de locatie goed.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
51
C. LUCHTKWALITEIT Het milieuthema luchtkwaliteit vormt ook wat betreft de locatie Wetterwille geen belemmering. CONCLUSIE Op luchtkwaliteit scoort de locatie goed. D. MILIEUHYGIËNISCHE BODEMKWALITEIT Voor de locatie Wetterwille blijkt uit de bodeminformatiekaart dat voor het potentiële plangebied deels geen gegevens (wit) beschikbaar zijn, dat er in het verleden een verkennend bodemonderzoek heeft plaatsgevonden (blauw gearceerd) en dat er sprake is geweest van een demping (paars gearceerd). Uit het bodemloket blijken geen saneringsactiviteiten. Uit oogpunt van milieuhygiënische bodemkwaliteit kan op voorhand worden aangenomen dat de locatie van een voldoende bodemkwaliteitsklasse is om een scholencomplex te kunnen vestigen dan wel verder geschikt te maken is. CONCLUSIE Op dit aspect scoort de locatie voldoende.
Figuur 24. Fragment van bodeminformatiekaart (bron: bodemloket.nl)
E. BEDRIJVEN- EN MILIEUHINDER In de directe omgeving van de locatie zijn, op twee kleine bedrijven (tot en met milieucategorie 2) na, allemaal woningen gesitueerd. Er kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een rustig woongebied. Voor een bedrijf van milieucategorie 2 moet daarom een richtafstand worden gehanteerd van 30 meter. Voor één bedrijf wordt de richtafstand niet overschreden. Het andere bedrijf zit binnen een afstand van 30 meter maar in de bestaande situatie zijn er ook woonfuncties op een kortere afstand van 30 meter gesitueerd.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
52
Naast de richtafstanden en (mogelijke) invloed van omliggende functies op de locatie moet ook gekeken worden naar de richtafstand van de te realiseren schoolfunctie als hinderveroorzakende functie op de omgeving. In de VNG-brochure is bepaald dat voor een school een minimale richtafstand van 30 meter moet worden gehanteerd vanwege het geluidaspect. Gelet op de omvang van de locatie en de afstanden tot de bestaande gevoelige functies (in dit geval wonen) heeft dit in beginsel gevolgen voor de locatie. Op basis van de richtlijnen wordt het netto gebied waar de school met bijbehorende functies gerealiseerd moet worden kleiner. In de bestaande situatie is er al sprake van een school waarbij een deel van de omliggende woonbestemmingen op een kortere afstand dan 30 meter is gelegen maar dat bij nieuwe ontwikkelingen moet getoetst worden aan de thans geldende wet- en regelgeving. In theorie is het mogelijk een school te realiseren zonder dat er richtafstanden worden overschreden. Uit een massastudie zou moeten blijken of de footprint van de gebouwen nog passend is op deze locatie. Uitgaande van de richtafstanden heeft dit tot gevolg dat de locatie kleiner wordt dan de minimale ondergrens van 2 ha. Met de minimale ondergrens van 2 ha zullen er gekunstelde en dure maatregelen nodig zijn zoals ondergronds parkeren.
Het plan is uit het oogpunt van bedrijven- en milieuhinder niet inpasbaar. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie slecht. 5.3.2 Toetsing aan zachte criteria Z1.
Bereikbaarheid langzaam verkeer
In de huidige situatie is de locatie met langzaam verkeer goed bereikbaar. De locatie is via de bestaande erftoegangswegen als ook via de gebiedsontsluitingsweg Het Noord goed bereikbaar. Vanaf het Noord is er een nagenoeg directe fietsaansluiting met de locatie. Gebiedsontsluitingsweg Het Noord heeft aan weerszijden een vrij liggend fietspad. Op de erftoegangswegen maken langzaam en autoverkeer beide gebruik van de wegen. Deze zijn hier qua snelheid (30 km/h) en inrichting ook op afgestemd. Op korte afstand aan Het Noord is een bushalte gesitueerd. Ter hoogte van het fietspad naar het plangebied van Het Noord is een bushalte gesitueerd. Dit betekent ook een goede bereikbaarheid van de locatie met de bus. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie zeer goed. Z2.
Verkeersveiligheid
Het autoverkeer ontsluit via De Wetterwille en De Orion op De Meer. In oostelijke richting ontsluit De Meer via een bestaande rotonde op de gebiedsontsluitingsweg Het Noord. In westelijke richting ontsluit De Meer op de gebiedsontsluitingsweg Noorderhogeweg met een T-splitsing. Vanaf deze gebiedsontsluitingswegen wordt het langzaam verkeer pas gescheiden van het autoverkeer. Voor langzaamverkeer is er ook een zelfstandig fietspad dat aansluit op Het Noord. Voor voetgangers zijn er voetpaden.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
53
Het is, gelet op de bestaande structuren, niet mogelijk om een fiets- en voetpad aan te leggen op een zodanige wijze dat het gemotoriseerd verkeer van en naar het scholencomplex niet wordt gekruist. De locatie en omgeving hebben geen ruimte om tot andere (gewenste) verkeersveilige oplossingen te komen. Mede ten gevolge van de beperkte ruimte op en in de omgeving van de locatie en de verwachte “foutparkeerders” ontstaan, mogelijke onoverzichtelijke, en daardoor onveilige situaties. Wel zal gezien de omgeving sprake zijn van voornamelijk lage verkeerssnelheden. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie voldoende. Z3.
Stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing
LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE INPASSINGSMOGELIJKHEDEN Gelet op de omvang van de locatie wordt het een puzzel om het totale programma stedenbouwkundig goed in te passen. In de omgeving staat vooral bebouwing in één bouwlaag met kap. De inpassing van een gebouw met een bouwhoogte van 8,5 meter en een sportvoorziening met een bouwhoogte van maximaal 11 meter is mogelijk, maar dan moet wel voldoende afstand kunnen worden aangehouden. Ook vraagt het programma om landschappelijke inpassing. Bijvoorbeeld voor de aanzienlijke parkeervoorziening die nodig is. Gelet op de beperkte omvang van de kavel en de noodzaak van een interne rondrijmogelijkheid blijft er naar verwachting te weinig ruimte over voor een goede inpassing. Ook de benodigde watercompensatie zal moeilijk te realiseren zijn. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie slecht. Z4.
Sociale veiligheid
De locatie betreft een overzichtelijk midden in een woonwijk gelegen plek begeleid met groenranden. Een goed ontwerp op locatie zal de nodige sociale veiligheid op het terrein aan leerlingen, ouders/verzorgers en het personeel van het scholencomplex kunnen bieden. Dit houdt in dat de locatie op korte afstand grenst aan een woonomgeving. Idealiter wordt daar waar mensen zijn ook naar elkaar om gezien. Dit maakt dat er sprake kan zijn van een zekere mate van sociale veiligheid. Gelet hierop en de mogelijkheden van de locatie is een goede beoordeling op zijn plaats. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie zeer goed. Z5.
Ligging ten opzichte van bestaand stedelijk gebied
De locatie wordt op grond van de Provinciale Verordening Romte Fryslân aangemerkt als liggend in bestaand stedelijk gebied. Op basis van de afwegingscriteria kan de ligging van deze locatie als zeer goed worden aangemerkt. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie zeer goed.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
54
Z6.
Relatie met beschermde waarden
ECOLOGIE Beschermde natuurwaarden, zoals Natura 2000-gebied, NNN-gebied (Natuur Netwerk Nederland), beheergebied buiten NNN of ecologische verbindingszones komen ook op de locatie niet voor. Wat betreft soortenbescherming geldt dat er enige beplanting aanwezig is. Onderzoek moet uitwijzen wat de eventuele aanwezige natuurwaarden zijn. De boombeplantingen kunnen bij planuitwerking behouden blijven. De inpassing daarvan zal de ruimtelijke opgave van het relatief zware programma echter nog complexer maken. ARCHEOLOGIE Wat betreft mogelijke archeologische waarden op de locatie Wetterwille geldt op grond van de provinciale archeologische advieskaart (FAMKE) voor de onderzoeksperiode steentijd-bronstijd (figuur 25) dat archeologisch onderzoek alleen bij grote ingrepen noodzakelijk is. Bij zeer omvangrijke ingrepen (van meer dan 2,5 ha) dient ook archeologie betrokken te worden. Dit duidt op een zeer lage archeologische verwachtingswaarde. Wat betreft de periode ijzertijd-middeleeuwen (figuur 26) geldt het advies voor het verrichten van karterend onderzoek 3. Dit houdt in dat bij ruimtelijke ingrepen waarbij gronden worden geroerd onderzoek dient plaats te vinden wanneer een oppervlakte van 2
5.000 m wordt overschreden. Op de locatie zijn geen archeologische monumenten bekend.
Figuur 25. Ligging archeologische waarden wat betreft de periode steentijd-bronstijd (bron: Provinsje Fryslân)
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
55
Figuur 26. Ligging archeologische waarden wat betreft de periode ijzertijd-middeleeuwen (bron: Provinsje Fryslân)
CULTUURHISTORIE Figuur 27 toont de ligging van cultuurhistorische elementen, structuren en patronen op de locatie en omgeving. Hieruit blijkt dat er geen waardevolle cultuurhistorische elementen op de locatie aanwezig zijn.
Figuur 27. Ligging cultuurhistorische waarden (bron: Provinsje Fryslân)
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
56
WATERHUISHOUDING Navolgend figuur toont de leggerkaart van Wetterskip Fryslân waaruit kan worden opgemaakt dat aan de west, noordwest en noordzijde van de locatie een hoofdwatergang is gelegen met diverse duikers. Het is wenselijk om een dergelijke watergang te behouden. De watergang levert samen met de oevers van het water tevens een goede ruimtelijke inpassing aan de noord en westzijde van de locatie. De aanwezigheid van de hoofdwatergang, juist buiten het plangebied, kan van invloed zijn op het plangebied in de zin van bereikbaarheid van de oevers, en eisen voor wat betreft de ontsluiting als deze de waterloop kruist. Een en ander is afhankelijk van het te realiseren plan maar vormt op zichzelf geen belemmering.
Figuur 28. Waterhuishoudkundige belangen (bron: Wetterskip Fryslân)
CONCLUSIE Gelet op vorenstaande zal archeologisch onderzoek op de locatie Wetterwille ten aanzien van de onderzoeksperiode ijzertijd-middeleeuwen moeten plaatsvinden. Er is verder geen sprake van de aanwezigheid van beschermde waarden. Op het aspect beschermde waarden scoort de locatie goed. Z7.
Koppelkansen
Omdat er heel weinig ruimte op de locatie beschikbaar is, liggen er weinig tot geen koppelkansen. Er is een mogelijkheid om de parkeerruimte dubbel te gebruiken als er sprake blijkt te zijn van een tekort in de buurt. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie voldoende.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
57
Z8.
Globale uitvoerbaarheid financieel en qua tijd
De locatie is niet in eigendom van de gemeente maar betreft wel de locatie van een van de scholen. Als de school op deze locatie gebouwd wordt zal er ook tijdelijke huisvesting (en financiële middelen) nodig zijn voor de huidige school die er nu zit. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie goed.
5.4
Locatie Landerijen
5.4.1 Toetsing aan harde criteria H1.
Ontsluiting voor wegverkeer (halen en brengen) en parkeren
VERKEERSAFWIKKELING De locatie de Landerijen is niet direct ontsloten via een gebiedsontsluitingsweg maar wordt ontsloten door een erftoegangsweg. Deze erftoegangsweg De Landerijen sluit aan op de gebiedsontsluitingsweg Overstesingel. Direct aan de erftoegangsweg de Landerijen zijn woningen gesitueerd en worden er in de nabije toekomst nog meer woningen gerealiseerd. Omdat er sprake is van een langgerekte locatie en er een groot programma gerealiseerd moet worden zal het moeilijk worden om een rondrijdcircuit op de locatie te realiseren. Daarnaast zal de schoollocatie op meerdere plekken vanaf de Landerijen ontsloten moeten worden. Er worden forse afwikkelingsproblemen verwacht voor de (woon) omgeving wanneer de school begint of uitgaat. De bestaande weg is te smal waardoor er opstoppingen ontstaan op de Landerijen. De woonstraat wordt te fors belast en de bestaande woningen krijgen met een hoge verkeersintensiteit te maken tijdens de breng- en haalperiodes. De bestaande erftoegangsweg is niet geschikt voor het afwikkelen van het aantal verwachte verkeersbewegingen. Een vrijliggend voet- en fietspad ontbreekt. De ruimte om hierin te kunnen voorzien zou van de locatie afgaan en de locatie is al erg smal. Een alternatief is om een directe ontsluiting te realiseren op de Zuiderhogeweg (gebiedsontsluitingsweg).
Dit alternatief heeft tot gevolg dat er een opening gecreëerd moet worden in de aanwezige en noodzakelijke geluidswal. Een opening in de geluidswal heeft negatieve invloed op de geluidsbelasting op de locatie zowel voor de bestaande en geprojecteerde woningen als voor de school (zie H2 onder B). PARKEEROPLOSSING Gelet op de omvang van de locatie is er voldoende ruimte aanwezig om een parkeeroplossing op de locatie De Landerijen te vinden. Daarnaast zou in het planontwerp dubbelgebruik van halen en brengen of kortparkeren met een pleinfunctie kunnen worden gerealiseerd. Overigens kan ook een vorm van complementair gebruik worden geïntroduceerd, waarbij de dag-, avond- en nachtsituatie wordt beschouwd en in een parkeerbalans meegenomen. Het complementaire gebruik kan vooral betekenen dat de parkeerplaatsen voor de school door de buurt worden gebruikt.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
58
CONCLUSIE Op het aspect verkeer scoort de locatie slecht en op het aspect parkeren scoort de locatie voldoende. H2.
Inpasbaarheid in geldende milieuwet- en regelgeving
A. EXTERNE VEILIGHEIDSASPECTEN De locatie valt deels in het invloedsgebied (200 meter) van de Rijksweg A7. Het invloedsgebied is te herkennen aan de doorgetrokken blauwe lijn. Ook valt de locatie in het invloedsgebied van 200 meter van de Zuiderhogeweg. Deze contour is niet te zien, omdat de Zuiderhogeweg geen basisnetroute is. Er dient echter wel rekening gehouden te worden met de Zuiderhogeweg in verband met transport van gevaarlijke stoffen over deze weg. Daarnaast valt de locatie voor een groot deel in de 1% letaliteitszone en voor een klein deel in de 100% letaliteitszone van een hogedruk aardgastransportleiding van Gasunie. Binnen de 100% letaliteitszone zullen alle aanwezige personen komen te overlijden ingeval van een incident. Daarbij maakt het niet uit of men zich binnen- of buitenshuis bevindt. De 1% letaliteitszone is dat deel van het invloedsgebied waarin de letaliteit afneemt van 100% (de rand van de 100% letaliteitszone) tot 1% (de rand van het invloedsgebied). In dit gebied wordt aangenomen dat personen binnenshuis voldoende bescherming hebben van de gebouwen waarin zij zich bevinden. De slachtoffers vallen daarom met name buitenshuis. De hogedruk aardgastransportleiding is te herkennen aan de onderbroken rode lijn in onderstaand overzicht. De 1% letaliteitszone is te herkennen aan de buitenste doorgetrokken blauwe lijn.
De 100% letaliteitszone is te herkennen aan de onderbroken blauwe lijn. Niet zelfredzame personen binnen een invloedsgebied van een risicobron zijn vanuit hulpverleningsperspectief onwenselijk.
Figuur 29. Risicobronnen
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
59
Om de risico's inzichtelijk te maken is onderzoek uitgevoerd en is advies gevraagd aan de FUMO (bijlage 9) en Brandweer Fryslân (bijlage 4). Samengevat blijkt het volgende. Het plaatsgebonden risico vormt op geen van de aspecten een knelpunt. De ontwikkeling heeft nagenoeg geen gevolgen voor de hoogte van het GR van de buisleiding. Voor de Zuiderhogeweg kan geconcludeerd worden dat het groepsrisico toeneemt maar dat het GR de oriëntatiewaarde niet overschrijdt. Voor de A7 kan geconcludeerd worden dat het GR in de huidige en nieuwe situatie gelijk is en dat de oriëntatiewaarde in beide situaties net niet overschreden wordt. CONCLUSIE Op het aspect externe veiligheid scoort de locatie slecht. B. GELUIDHINDER (WEGVERKEERSLAWAAI) Omdat er sprake is van een voor de Wet geluidhinder (Wgh) geluidsgevoelig gebouw, is het van belang om de ligging van de belangrijke grenswaardecontouren te bepalen. Op 20 september 2019 heeft de FUMO (bijlage 10) deze contouren berekend. Op figuur 30 is de ligging weergegeven van de Lden 48 en 58 dB geluidscontour inclusief de aftrek artikel 110g Wgh op 4,5 meter waarneemhoogte als gevolg van alleen het verkeer op de rijksweg A-7. Hierbij wordt opgemerkt dat voor de verkeersgegevens op deze weg is uitgegaan van de landelijk data behorende bij het vastgestelde geluidproductieplafond (geluidregister weg).
Op figuur 31 is de ligging weergegeven van de Lden 48 en 63 dB geluidscontour inclusief de aftrek artikel 110g Wgh, eveneens op een waarneemhoogte van 4,5 meter als gevolg van de gemeentelijke Zuiderhogeweg. Voor deze weg is uitgegaan van de verkeersgegevens in het toekomstig maatgevende jaar 2030. Alle genoemde grenswaarden zijn inclusief de aftrek artikel 110g van de Wgh. Deze aftrek bedraagt 2 dB in geval van wegen waar de snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km of meer bedraagt en 5 dB indien de snelheid lager is dan 70 km/uur. Uit de studie naar geluidhinder afkomstig van wegverkeerslawaai op de A7 en de Zuiderhogeweg blijkt dat voor de volledige locatie niet kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van geluid en dat hier een procedure hogere waarde nodig zal zijn. De locatie is wat betreft geluidhinder dus onder voorwaarden te ontwikkelen. CONCLUSIE Op geluidhinder scoort de locatie voldoende.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
60
Figuur 30. Geluidscontouren vanaf de A7 (bron: FUMO JD/FUMO-0034697/2019/3419)
Figuur 31. Geluidscontouren Zuiderhogeweg (bron: FUMO JD/FUMO-0034697/2019/3419)
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
61
C. LUCHTKWALITEIT Het milieuthema luchtkwaliteit vormt ook wat betreft de locatie De Landerijen geen belemmering. CONCLUSIE Op luchtkwaliteit scoort de locatie goed. D. MILIEUHYGIËNISCHE BODEMKWALITEIT Voor de locatie De Landerijen blijkt uit de bodeminformatiekaart dat er op het potentiële plangebied een nader onderzoek moet worden uitgevoerd om de omvang en ernst van een vastgestelde verontreiniging te bepalen. Uit oogpunt van milieu hygiënische bodemkwaliteit kan met deze kennis op voorhand niet worden gesteld dat de locatie van een voldoende geschikte bodemkwaliteitsklasse is om een scholencomplex te kunnen vestigen. Overigens kan met de nodige saneringsactiviteit (grondverzet en afvoer en aanvoer) uiteindelijk wel een geschikte kwaliteit worden gerealiseerd. Het bodemaspect vormt een aandachtspunt bij uitvoering van het planvoornemen op deze locatie. CONCLUSIE Op bodemkwaliteit scoort de locatie voldoende.
Figuur 32. Fragment van bodeminformatiekaart (bron: bodemloket.nl)
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
62
E. BEDRIJVEN- EN MILIEUHINDER In de directe omgeving van de locatie zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan diverse functies toegestaan. Onderstaand worden de functies opgesomd en ook de te hanteren richtafstand uit de VNG-brochure: -
Ten noorden een maatschappelijke functie (10 meter).
-
Ten zuidwesten wonen (0 meter).
-
Ten westen wonen – werken tot en met categorie 2 (30 meter).
De locatie moet worden aangemerkt als een rustige woonbuurt. De afstand moet gemeten worden vanaf de bestemmingsgrens die de bedrijfsactiviteit mogelijk maakt. De aan te houden richtafstand van 30 meter voor categorie 2 bedrijven heeft tot gevolg dat het grootste deel van de locatie vanaf de westzijde niet bruikbaar is. Naast de richtafstanden en (mogelijke) invloed van omliggende functies op de locatie moet ook gekeken worden naar de richtafstand van de te realiseren schoolfunctie als hinderveroorzakende functie op de omgeving. In de VNG-brochure is bepaald dat voor een school een minimale richtafstand van 30 meter moet worden gehanteerd vanwege het geluidaspect. Deze afstand moet worden gemeten vanaf de bestemmingsgrens van de school tot op de gevel van de woning. Als de afstand van 30 meter wordt gehanteerd zal dit de planlocatie met enkele meters versmallen. Gelet op de omvang en breedte van de locatie, de te hanteren richtafstanden van zowel omliggende functies als de te realiseren school is het zeer de vraag of er een scholencomplex gerealiseerd kan worden zonder dat de aan te houden richtafstanden worden overschreden. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie slecht. 5.4.2 Toetsing aan zachte criteria Z1.
Bereikbaarheid langzaam verkeer
De straat de Landerijen is vanaf de Overstesingel goed bereikbaar. De Overstesingel is aan beide zijden voorzien van een vrij liggend fietspad en aan één zijde is eveneens een voetpad aanwezig. Deze voorzieningen bieden goede mogelijkheden voor fietsers en voetgangers om de straat De Landerijen te bereiken. De Landerijen zelf echter bestaat uit een smalle straat van circa 5 meter breed zonder gescheiden fiets- en voetpad. Het gemotoriseerd en langzaam verkeer komen elkaar tegen op deze straat. Het verdient aanbeveling om, mede gelet op het aantal voertuigbewegingen, langs De Landerijen een fiets- en voetpad aan te leggen op een zodanige wijze dat het gemotoriseerd verkeer en het langzaam verkeer gescheiden zijn. Uit een eerste verkenning blijkt dat er ruimte is om tot gewenste verkeersveilige oplossingen te komen al dit de planlocatie enigszins versmallen. Omdat ook hier mogelijkheden voor handen zijn om veilige routes in de omgeving en op het terrein te creëren kan de bereikbaarheid als goed worden betiteld.
Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019
63
CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie goed. Z2.
Verkeersveiligheid
Als aansluiting van De Landerijen op de Overstesingel en vice versa is in de bestaande situatie voorzien in een in- en uitritconstructie die doorsneden wordt door een fietspad. Fietsers en voetgangers aan de overzijde van de Overstesingel kunnen gebruikmaken van deze oversteek.