CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Bijlage bij toelichting bestemmingsplan 'Drachten - Scholenlocatie Noorderhogeweg

Ronde Tafel 5 april 2022, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Drachten - Scholenlocatie Noorderhogeweg' – S(B)O25.175 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogeweg

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogew eg

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Locatieonderzoek

4

Bijlage 2

Archeologisch vooronderzoek

282

Bijlage 3

Ecologische quickscan

315

Bijlage 4

Ecologie - nader onderzoek eerste fase

344

Bijlage 5

Ecologie - Nader onderzoek tweede fase

349

Bijlage 6

Aeriusberekening

378

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek

397

Bijlage 8

Advies bodem

453

Bijlage 9

Advies externe veiligheid

455

Bijlage 10

Advies brandweer Fryslân

476

Bijlage 11

Onderzoek luchtkwaliteit

485

Bijlage 12

Watertoets

527

Bijlage 13

Verkeerskundig onderzoek

535

Bijlage 14

Verkeersafwikkeling

553

Bijlage 15

Overlegreactie brandweer Fryslân

560

2

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogew eg

Bijlagen bij de toelichting

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

3

Drachten - Scholenlocatie Noorderhogew eg

Bijlage 1 Locatieonderzoek

4

NL.IMRO.0090.BP2020BNO005-0401

Lo ca ti e on d er z oe k sc h o len c om p le x Clu s ter Sp ec i aa l (B a s is ) On d er w i js

Lo ca ti e on d er z oe k sc h o len c om p le x Clu s ter Sp ec i aa l (B a s is ) On d er w i js

Inhoud

Rapport met bijlagen

13 november 2019 Projectnummer 232.00.68.02.00

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Doel van het onderzoek

6

1.3

Aanpak onderzoek en leeswijzer

6

1.4

Omgevingsgesprekken

7

Onderbouwing van omvang

8

2.1

Footprint gebouw

8

2.2

Maximum aantal bouwlagen

8

2.3

Terreininrichting

8

Criteria en afweging

10

3.1

Ten geleide

10

3.2

Beoordelingsmethodiek

10

3.3

Harde criteria

10

3.4

Zachte criteria

12

Analyse

16

4.1

Projectafbakening

16

4.2

Te beschouwen locaties

16

Beoordeling locaties

18

5.1

Leisurestrooklocatie

18

5.1.1

Toetsing aan harde criteria

18

5.1.2

Toetsing aan zachte criteria

33

5.2

5.3

5.4

5.5

Locatie Vrijburgh

39

5.2.1

Toetsing aan harde criteria

39

5.2.2

Toetsing aan zachte criteria

46

Locatie Wetterwille

50

5.3.1

Toetsing aan harde criteria

50

5.3.2

Toetsing aan zachte criteria

53

Locatie Landerijen

58

5.4.1

Toetsing aan harde criteria

58

5.4.2

Toetsing aan zachte criteria

63

Locatie Noorderhogeweg

70

5.5.1

Toetsing aan harde criteria

70

5.5.2

Toetsing aan zachte criteria

76

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

6

Voorkeurslocatie

82

6.1

Resultaten

82

6.2

Vervolg

83

Bijlagen 1.

Locaties

2.

Memo - Afwikkeling verkeer en ontsluiting scholencomplex - Leisurelocatie

3.

Advies -Externe veiligheid locaties Vrijburgh en Leisure

4.

Advies - Brandweer locaties Leisure en Landerijen

5.

Memo - Geluid locaties Vrijburgh en Leisure

6.

Memo - Afwikkeling verkeer en ontsluiting scholencomplex - Vrijburghlocatie

7.

Advies - Brandweer locatie Vrijburgh

8.

Advies - Bodem locatie Leisure

9.

Advies - Externe Veiligheid locatie de Landerijen

10.

Advies - Geluid locatie de Landerijen

11.

Quickscan Wet natuurbescherming locaties Vrijburgh en Leisure

12.

Verslag van de bewonersavond

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

Samenvatting Voor het te realiseren scholencomplex cluster Speciaal (Basis) Onderwijs (S(B)O) is een quickscan uitgevoerd waarbij de locatie Vrijburgh als meest geschikt naar voren kwam. Omdat deze locatie ter discussie werd gesteld is een stap terug gezet en zijn de twee beste locaties (de Leisurestrooklocatie en Vrijburghlocatie) als volwaardige alternatieven tegen elkaar afgewogen. Tevens is het gehele onderzoek naar alle overwogen locaties verscherpt. De uitgevoerde quickscan is nagelopen op volledigheid en er is onderzocht of de overige locaties op goede gronden zijn afgevallen. Het advies van bewoners en omwonenden is hierbij meegenomen. Het doel van dit onderzoek is het vinden van een goede plek voor cluster S(B)O op basis van zorgvuldig onderzoek. Om antwoord te kunnen geven op de onderzoeksvraag zijn de volgende stappen gezet. Er heeft een check op het programma (aantal leerlingen, verkeer, parkeren, water, groen, footprint, bouwhoogte) plaatsgevonden. De locaties zijn beoordeeld op harde (primaire) en zachte (secundaire) criteria. Harde, primaire criteria zijn allesbepalend voor het welslagen van de locatie. De zachte, secundaire criteria zijn dat niet of in mindere mate. In het onderzoek “scoren” de locaties op de harde en zachte criteria met een score van 1 tot 5 (zeer slecht tot zeer goed).

Als er bij harde criteria sprake is van een slecht of zeer slecht, is dit een zwaarwegend aspect en valt de locatie in principe af. Alleen indien er een hele goede onderbouwing is te geven waarmee het aspect kan worden ondervangen, kan daarvan worden afgeweken. De afweging op zachte criteria dient voor nadere nuancering, om de locaties op meer aspecten met elkaar te vergelijken. Van de acht locaties zijn er drie afgevallen omdat zij, gezien het programma, te klein waren. Er zijn vijf locaties nader beoordeeld en er zijn scores toegekend aan de hand van de gestelde criteria. Om tot een totaalbeeld te komen zijn alle scores voor respectievelijk de harde en de zachte criteria opgeteld en in een tabel weergegeven. Dit resulteert in onderstaande weergave van de scores.

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

Primaire criteria § 5.1

§ 5.2

§ 5.3

§ 5.4

§ 5.5

Leisurestrook-

Vrijburgh

Wetterwille

Landerijen

Noorder-

locatie

hogeweg

H1. Ontsluiting voor wegverkeer en parkeren

3,5 [V/G]

3,25 [V/S en G]

2 [S]

2,5 [S/V]

4 [G]

H2. Inpasbaarheid in geldende milieuwet- en

3,6 [G]

3,6 [G]

3,4 [V]

2,8 [V]

3,2 [V]

A. Externe veiligheidsaspecten

3 [V]

3 [V]

4 [G]

2 [S]

2 [S]

B. Geluidhinder (wegverkeerslawaai)

3 [V]

3 [V]

4 [G]

3 [V]

3 [V]

C. Luchtkwaliteit

4 [G]

4 [G]

4 [G]

4 [G]

4 [G]

D. Milieuhygiënische bodemkwaliteit

4 [G]

4 [G]

3 [V]

3 [V]

4 [G]

E. Bedrijven- en milieuhinder

4 [G]

4 [G]

2 [S]

2 [S]

3 [V]

Subgemiddelde H1 en H2

3,6 [G]

3,4 [V]

2,7 [V] *

2,7 [V] *

3,6 [G] *

regelgeving (gemiddelde A t/m E) Voldoet locatie aan:

Subgemiddelde met een * houdt in dat op een of meerdere onderdelen slecht wordt gescoord Secundaire criteria Z1. Bereikbaarheid langzaam verkeer

4 [G]

4 [G]

4 [G]

4 [G]

3 [V]

Z2. Verkeersveiligheid

4 [G]

4 [G]

3 [V]

4 [G]

4 [G]

Z3. Stedenbouwkundige en/of landschappelijke

5 [ZG]

4 [G]

2 [S]

4 [G]

2 [S]

Z4. Sociale veiligheid

3 [V]

4 [G]

5 [ZG]

4 [G]

2 [S]

Z5. Ligging ten opzichte van bestaand stedelijk

3 [V]

4 [G]

5 [ZG]

5 [ZG]

3 [V]

Z6. Relatie met beschermde waarden

4 [G]

4 [G]

4 [G]

4 [G]

3 [V]

Z7. Koppelkansen

5 [ZG]

4 [G]

3 [V]

4 [G]

2 [S]

Z8. Globale uitvoerbaarheid financieel en qua tijd

4 [G]

4 [G]

4 [G]

2 [S]

4 [G]

Subgemiddelde Z1 tot en met Z8

4 [G]

4 [G]

3,8 [G]

3,9 [G]

2,9 [V]

inpassing

gebied

1 = Zeer slecht (ZS), 2 = Slecht (S), 3 = Voldoende (V), 4 = Goed (G), 5 = Zeer Goed (ZG)

Uit het onderzoek komen de volgende conclusies: -

Bij zowel de Leisurestrooklocatie als de Vrijburghlocatie is de afwikkeling van het verkeer een punt. Bij de Leisurestrooklocatie is meer ruimte om tot aanvaardbare afwikkeling van het verkeer te kunnen komen. Daarnaast is bij de Vrijburghlocatie, door toevoeging van een veel verkeeraantrekkende functie, kans op versterking van het bestaande probleem van sluipverkeer in de aangrenzende wijk. De Leisurestrooklocatie scoort per saldo beter dan de Vrijburghlocatie.

-

Het locatieonderzoek is nagelopen; onze bevindingen zijn dat er terechte conclusies zijn getrokken, onderzochte en toegevoegde locaties zijn terecht afgevallen en scoren niet beter dan de Leisurestrooklocatie.

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

1

Inleiding 1.1

Aanleiding

Ten behoeve van scholencomplex cluster Speciaal (Basis) Onderwijs, hierna te noemen cluster S(B)O, is een quickscan verricht waarbij de locatie Vrijburgh als meest geschikt naar voren kwam. Bij de eerste stappen om tot uitwerking van deze locatie te komen, bleken er bij omwonenden zeer zware bezwaren te zijn tegen de komst van deze functie op de locatie Vrijburgh. De verrichte quickscan en de onderliggende verkeerskundige onderzoeken, werden door de bezwaarmakers ter discussie gesteld. Overleg tussen het gemeentebestuur en de betrokkenen heeft er toe geleid dat een stap terug werd gezet. Afgesproken is dat de twee beste locaties (de Leisurestrooklocatie en Vrijburghlocatie) als volwaardige alternatieven tegen elkaar afgewogen worden. Tevens is het gehele onderzoek naar de overwogen locaties verscherpt. Volledigheidshalve is ook de locatie Sjalom aan het onderzoek toegevoegd gezien het feit dat deze locatie binnenstedelijk is gesitueerd en een aantal malen als optie naar voren is gebracht. Voor wat betreft het Programma van Eisen (met name de noodzakelijke footprint van de gebouwen) en voor wat betreft de afwegingscriteria is gewerkt met harde en zachte criteria. Voorliggende notitie vormt het nieuwe locatieonderzoek.

1.2

Doel van het onderzoek

De doelstelling van dit onderzoek is om tijdig de juiste plek te vinden en deze ook goed te onderbouwen. Er geldt een basisprogramma voor het scholencomplex met de volgende aantallen personen: -

750 leerlingen;

-

180 personeelsleden die tegelijkertijd aanwezig zijn.

1.3

Aanpak onderzoek en leeswijzer

De leeswijzer van deze notitie valt samen met de aanpak van het locatieonderzoek. Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 ingegaan op de onderbouwing van de omvang van het project. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van de toe te passen criteria voor het locatieonderzoek en de gehanteerde beoordelingsmethodiek. De projectafbakening en de te bebouwen locaties is uiteengezet in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 betreft de beoordeling van de te bebouwen locaties. Als laatste zijn in hoofdstuk 6 de resultaten weergegeven.

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

6

1.4

Omgevingsgesprekken

Het locatieonderzoek is tot stand gekomen middels een proces waarbij belanghebbenden steeds in de gelegenheid zijn gesteld om de voortgang te volgen en inbreng te leveren. Er is een klankbordgroep ingesteld met twee vertegenwoordigers van belangenorganisatie Buurtfront Vrijburgh Drachten, van Plaatselijk Belang Folgeren en van Wijkraad Vrijburgh. Er is meerdere malen overleg geweest met deze klankbordgroep. Daarnaast is op 18 september 2019 een open avond georganiseerd waarvoor alle om- en inwonenden waren uitgenodigd. Op deze avond werd een presentatie gegeven van het onderzoek en konden bewoners aan verschillende tafels vragen stellen, ideeën naar voren brengen en kanttekeningen plaatsen. In bijlage 12 is een verslag opgenomen van deze bijeenkomst.

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

7

2

Onderbouwing van omvang 2.1

Footprint gebouw

Op basis van de te huisvesten voorzieningen is voor de footprint van de nieuwe gebouwen uitgegaan van de volgende verdeling:

Figuur 1. Footprint 2

De footprint van de gebouwen betreft een totaal oppervlak op de begane grond (BG) van 7.850 m .

2.2

Maximum aantal bouwlagen

Voor basisonderwijsvoorzieningen bestaat sowieso een voorkeur voor gebruik van de begane grond boven het gebruik van verdiepingen. In het algemeen worden de kleuters en lagere groepen gehuisvest op de begane grond. Bij speciaal onderwijs is de voorkeur voor de begane grond nog veel meer uitgesproken. Voor de leerlingen is een overzichtelijke omgeving belangrijk. Tevens is een deel van de leerlingen lichamelijk beperkt en aangewezen op een lift als onderwijs wordt gegeven op verdiepingen. Aan het begin en eind van de dag wordt een groot aantal leerlingen afgezet en opgehaald. Dit gebeurt hoofdzakelijk met busjes waarin leerlingen zitten die naar verschillende klassen en verschillende scholen moeten. Een deel van de leerlingen moet daarbij begeleid worden. Liftgebruik zal sowieso onder begeleiding plaatsvinden. Bij een gebouw in twee lagen is dat logistiek nog redelijk te organiseren. Experts binnen het speciaal onderwijs zijn het erover eens dat in een gebouw met meer dan twee bouwlagen geen werkbare onderwijsomgeving kan worden geboden.

2.3

Terreininrichting

Wat betreft de terreininrichting wordt van de volgende oppervlaktes uitgegaan: -

2

minimaal 2.250 m pleinruimte (dit is het wettelijke minimum), de gewenste omvang is 2

3.500 m ;

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

8

2

-

minimaal 10.000 m parkeren;

-

minimaal 10% compensatie van het te verharden oppervlakte realiseren als waterberging. 2

2

2

Dit is 7.850 m footprint + 2.250 / 3.500 m plein + 10.000 m parkeren = 20.100 / 21.350 = 2

2

2.010 m tot 2.135 m waterberging; -

2

minimaal 2.450 m inpassing groen. 2

Totaal 16.710 / 18.085 m aan verharding, water, groen. 2

2

Totaal all-in (plein, parkeren, water, groen en footprint gebouw) 24.560 m tot 25.935 m . Gelet op vorenstaande is daarom voor de onderzochte locaties een minimumeis opgenomen van 2 ha en een gewenste omvang van 2,5 ha tot 3 ha.

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

9

3

Criteria en afweging 3.1

Ten geleide

Navolgend hoofdstuk geeft een overzicht van de toe te passen criteria voor het opnieuw te verrichten locatieonderzoek betreffende cluster S(B)O. Deze criteria kunnen worden verdeeld in hard en zacht, oftewel primair en secundair. Een hard, primair criterium is allesbepalend voor het welslagen van de locatie. De zachte, secundaire criteria zijn dat juist niet of minder en kunnen in veel gevallen zodanig worden bijgesteld dat een locatie wel geschikt voor de beoogde onderwijsvoorziening kan worden gemaakt. Voor de diverse criteria is vooraf – en voor zover nu te overzien - een globaal kader gesteld waarbinnen de beoordeling kan plaatsvinden. In navolgende is allereerst op de te hanteren beoordelingsmethodiek ingegaan.

3.2

Beoordelingsmethodiek

De beoordelingsmethodiek bestaat uit het kwantificeren van elk hard en zacht criterium met een score van 1 tot 5 waarbij de scores het volgende inhouden: 1.

zeer slecht;

2.

slecht;

3.

voldoende;

4.

goed;

5.

zeer goed.

In het voorliggende locatieonderzoek “scoren” de locaties op de harde en zachte criteria. Om een totaalbeeld te krijgen worden de scores opgeteld. Vanzelfsprekend geeft dit uitsluitend een indicatie omdat de criteria niet gelijkwaardig zijn. Als er bij harde criteria sprake is van een slecht of zeer slecht, is dit een zwaarwegend aspect en valt de locatie in principe af. Alleen indien er een hele goede onderbouwing is te geven waarmee het aspect kan worden ondervangen, kan daarvan worden afgeweken. De afweging op zachte criteria dient voor nadere nuancering, om de locaties op meer aspecten met elkaar te vergelijken. Bij de verschillende criteria is zowel gekeken naar het effect van het scholencomplex op de omgeving als op omgevingseigenschappen die een positief of negatief effect hebben op de functie van het scholencomplex zelf.

3.3

Harde criteria

H1.

Ontsluiting voor wegverkeer (halen en brengen) en parkeren

De gebiedsontsluiting van de locatie is voor het planvoornemen uitermate relevant om de verwachte toestroom van wegverkeer te faciliteren. Wanneer de locatie voldoende dan wel (zeer) goed wordt bevonden op dit aspect, blijft de locatie in beeld voor verder locatieonderzoek. Een locatie krijgt in ieder geval een dergelijke beoordeling wanneer: -

de omringende weginfrastructuur het verkeer kan verwerken;

-

er voldoende verkeersdoorstroming blijft bestaan na ontwikkeling van de planlocatie;

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

10

-

de verkeersafwikkeling geen onaanvaardbare belemmeringen voor de omgeving oplevert;

-

parkeeroplossingen inpasbaar zijn en het halen en brengen op eigen terrein op afdoende wijze kan worden ingericht, waarbij geen afwenteling op omliggende woonbuurten plaatsvindt;

-

de locatie is gelegen aan een van de gebiedsontsluitingswegen.

Figuur 2. Wegencategorisering in de bebouwde kom van Drachten

VERKEERSAFWIKKELING Het aantrekken van motorvoertuigbewegingen (verkeersgeneratie) van het scholencomplex wordt bepaald door: -

leerlingen die met de taxibus worden gebracht en gehaald;

-

leerlingen die door eigen (gemotoriseerd) vervoer worden gebracht en gehaald;

-

personeel met eigen (gemotoriseerd) vervoer.

In de verkeersmemo’s is uitgegaan van de volgende aantallen leerlingen en vervoerswijzen waarop ze naar school komen en gaan in de huidige en toekomstige situatie:

Figuur 3. Vervoersbewegingen

Daarnaast wordt er van uit gegaan dat van het personeel 180 mensen per auto komen (360 ritten per etmaal). Gelet op onder meer de bezettingsgraad van de busjes en het aantal verkeersbewegingen van gemotoriseerd verkeer op een dag (’s ochtends brengen en vertrekken en ’s middags weer ophalen en

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

11

vertrekken) leidt vorenstaande er toe dat rekening moet worden gehouden met 1.172 ritten per etmaal bij realisatie van het scholencomplex. Tijdens de ochtendspits die samenvalt met de reguliere ochtendspits worden in totaal 586 ritten door het scholencomplex gegenereerd. PARKEEROPLOSSING Op basis van de hiervoor omschreven verkeersgeneratie is berekend dat voor de taxibusjes ongeveer 120 parkeerplaatsen en voor de verzorger(s)/ouder(s) ongeveer 80 parkeerplaatsen nodig zijn. Voor het personeel wordt uitgegaan van 180 parkeerplaatsen. De totale parkeerbehoefte bedraagt daar2

mee ongeveer 380 parkeerplaatsen en uitgaande van een oppervlak van 25 m per plek een ruimtebehoefte van ongeveer, en naar boven afgerond 1 ha. H2.

Inpasbaarheid in geldende milieuwet- en regelgeving

Toetsing en afweging in het kader van: -

Externe veiligheidsaspecten.

-

Geluidhinder (wegverkeerslawaai).

-

Luchtkwaliteit.

-

Milieu hygiënische bodemkwaliteit.

-

Bedrijven- en milieuhinder.

Deze milieupunten komen eveneens bij het voeren van de ruimtelijke procedure aan de orde en zijn bepalend voor de haalbaarheid van een plan. Wanneer niet aan gestelde wettelijke normen kan worden voldaan, dan wel dat geen maatregelenkunnen worden getroffen om aan die normen te kunnen voldoen, zal het planvoornemen niet uitvoerbaar zijn. Een slechte tot zeer slechte score zal dan ook direct leiden tot het afvallen van de locatie. In het onderzoek is niet ingegaan op het aspect stikstof en de daarbij behorende AERIUS berekening omdat de locaties op ongeveer dezelfde afstand zijn gelegen van de dichtstbijzijnde stikstof gevoelige Natura2000 gebieden en voor de invoergegevens voor de bouw voor elke locatie gebruik zal worden gemaakt van dezelfde gegevens. De uitkomst van een AERIUS berekening zal voor elke locatie hetzelfde zijn. Stikstof is daarmee geen onderscheidend criteria voor de diverse locaties.

3.4

Zachte criteria

Z1.

Bereikbaarheid langzaam verkeer

Een groot deel van de schoolgaande kinderen zal de locatie middels wegverkeer bezoeken omdat zij beperkt mobiel zijn. Dit gegeven is dan ook een hard criterium. Ook belangrijk, maar in minder allesbepalende mate, is de OV-bereikbaarheid van een locatie en de mogelijkheden om er ook per fiets te kunnen komen. Dit zal in veel gevallen vooral het relevante vervoersmiddel voor het personeel zijn. Wat betreft dit zachte criterium worden de bestaande verbindingen van het openbaar vervoer (busroutes) bekeken en wordt de beschikbaarheid van een fietsnetwerk rondom de locaties beschouwd.

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

12

Z2.

Verkeersveiligheid

Hoewel verkeersveiligheid een zeer belangrijk punt is, is dit aspect bij de zachte criteria opgenomen. Dit komt omdat het harde criterium 1 (ontsluiting voor wegverkeer, halen en brengen) een belangrijke basis is voor de verkeersveiligheid. Dit filtert de “slechte” locaties uit. Vanwege de diversiteit aan mogelijkheden om op inrichtingsniveau een verkeersveilige oplossing te bereiken bij de locaties die voldoende of (zeer) goed scoren op het harde criterium verkeersafwikkeling, is verkeersveiligheid benoemd als zacht criterium. De onderzoekslocaties worden bestudeerd op de mogelijkheid van veilige oversteekplaatsen (met name voorkomen van kruisingen langzaam verkeer en haal en brengverkeer of veilig inrichten daarvan), of de locaties grenzen aan (vrijliggende) fiets- en/of voetpaden en of er veilige routes te realiseren zijn vanaf bushaltes en dergelijke. Z3.

Stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing

De beoogd te realiseren bouwmassa van de school is heeft twee bouwlagen. De inpassing in de landschappelijke en/of stedenbouwkundige structuur zal op een tweetal schaalniveaus worden beoordeeld, te weten: -

Het landschappelijke niveau en wijkniveau, waarbij de plek in de landschappelijke en stedenbouwkundige (hoofd)structuur (mede vanuit een historisch perspectief) wordt betrokken en wordt bekeken in hoeverre de bouwmassa en bijbehorende terreinen op een kwalitatieve manier is in te passen of zelfs bijdraagt aan de landschappelijke/stedenbouwkundige structuur. Het gaat hier bijvoorbeeld over de oorspronkelijke singelstructuur en de stedenbouwkundige hoofdopzet van Drachten.

-

Het buurtniveau, waarbij de relatie met de directe omgeving wordt gelegd wat betreft eventueel bestaande bebouwingsstructuren dan wel ligging in of aan bestaande groen- en waterstructuren.

Z4.

Sociale veiligheid

De sociale veiligheid betreft voor de vestigingslocatie van een school allereerst het kunnen bieden van een veilige, vertrouwde en overzichtelijke onderwijsomgeving. Daarbij wordt verder ook een zekere sociale veiligheid in het omringende gebied in beschouwing genomen. Het is namelijk onwenselijk om plekken te realiseren waar geen tot weinig toezicht is of kan worden gehouden waardoor hinder in de omgeving kan ontstaan. Uitgangspunt is niet om een sterke relatie met een woonomgeving aan te gaan. Wel is het gewenst dat vanuit normaal burgerschap naar elkaar wordt omgekeken. Voor de leerlingen is minimaal een voldoende maar liever een goed tot zeer goede beoordeling aan de orde. De locatie dient ruim te zijn opgezet en mogelijkheden te bieden voor toezicht vanuit de gebouwen op eventuele pleinen. Voor het personeel zal een gebouw met meer dan 700 leerlingen en 180 personeelsleden – waarbij sprake is van een reguliere werkomgeving - niet gauw onveilig voelen. Voor de sociale veiligheid van de omwonenden is het belangrijk dat er geen zwervende groepen kinderen zonder begeleiding keet gaan trappen en via achterpaden naar en door de woongebieden trekken. Dat risico is sowieso niet groot omdat het (basis)onderwijs en speciaal onderwijs met veel begeleiding betreft. Kinderen worden grotendeels gehaald en gebracht, en het uitwaaieren van kin-

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

13

deren gebeurt meer bij middelbare scholieren. Er is gekeken in hoeverre er buiten schooltijden een plek voor hangjongeren vanuit de omgeving ontstaat. Dit zullen niet de schoolgaande kinderen van deze school zelf zijn want deze worden onder begeleiding gehaald en gebracht. In gevallen waarbij er belemmeringen optreden, zal veelal met afspraken tussen de buurt en de schoolorganisatie een oplossing kunnen worden gevonden. Z5.

Ligging ten opzichte van bestaand stedelijk gebied

De provinciale Verordening Romte Fryslân 2014 (geactualiseerd 2018) stelt concrete regels die ervoor moeten zorgen dat provinciale ruimtelijke belangen (uit het streekplan, maar ook daarna opgestelde structuurvisies) doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. In de verordening is onderscheid gemaakt tussen bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied. Voor bestaand stedelijk gebied geldt een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening dan in het landelijk gebied. Grenzend aan bestaand stedelijk gebied kunnen in bepaalde gevallen ook verstedelijkingsopgaven in het landelijk gebied plaatsvinden. Gelet op de verordening wordt een ligging in bestaand stedelijk gebied als zeer goed aangemerkt en vervolgens hoe verder van het bestaand stedelijk gebied af slecht tot zeer slecht. Een ligging grenzend aan bestaand stedelijk gebied wordt nog als voldoende beoordeeld omdat met ontheffing van de verordening mogelijkheden voor verstedelijking bestaan.

Figuur 4. Begrenzing bestaand stedelijk gebied Drachten

Z6.

Relatie met beschermde waarden

Een toetsing vindt plaats van de planologische inpasbaarheid ten opzichte van huidige natuurwaarden (ecologie), het voorkomen van archeologische en cultuurhistorische waarden (erfgoed) en de afstemming op waterhuishoudkundige belangen (water). In gevallen waarbij er belemmeringen

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

14

optreden, zal veelal met maatregelen in het ontwerp dan wel de uitvoering een oplossing kunnen worden gevonden. Z7.

Koppelkansen

Er vindt een beoordeling plaats op de functionele mogelijkheden in de omgeving die er liggen ten aanzien van meervoudig ruimtegebruik. Het is sterk afhankelijk van de omgeving in hoeverre er kansen kunnen liggen. In beginsel wordt dan ook van een nulsituatie (= 3. Voldoende) uitgegaan. Een algemene koppelkans voor elke locatie is het gebruik van de sportvoorzieningen door clubs. Z8.

Globale uitvoerbaarheid financieel en qua tijd

Er vindt een beoordeling plaats op basis van eigendomssituatie. Indien de locatie in eigendom is van de gemeente of één van de deelnemende scholen wordt de uitvoerbaarheid als goed beoordeeld. Indien de locatie in eigendom is van derden en onbebouwd is wordt dit als voldoende beoordeeld. Als de locatie in eigendom van derden is en bebouwd wordt dit aspect als slecht beoordeeld.

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

15

4

Analyse 4.1

Projectafbakening

Scope van het onderzoek voor de selectie van de locaties betreffen de volgende randvoorwaarden: -

Ligt in of aan Drachten, binnen de A7 en N31. Een onderwijsvoorziening van deze omvang moet liggen bij een grote plaats op een centrale plek in het voedingsgebied van de voorziening. Tevens is de locatie de vervanging van in Drachten gelegen scholen. Ook dat is een belangrijke reden om de onderwijsvoorziening in of aan Drachten te realiseren.

-

Aansluitend op woongebied(en) in verband met sociale veiligheid en betrokkenheid bij de (inclusieve) samenleving. Zie ook criteria.

-

Betreft een onbebouwde locatie of is vrij van bebouwing te maken omdat de bestaande functie verdwijnt. Zie ook criteria.

-

Is minimaal 2 ha, gewenste omvang is 2,5 ha tot 3 ha. Zie ook criteria en footprint.

-

Ligt aan één van de gebiedsontsluitingswegen. Zie ook criteria.

-

Er komen geen grote (onoverkomelijke) milieubelemmeringen op de locatie voor. Zie ook criteria.

Tevens zijn alle eerder in het project betrokken locaties ook in het voorliggende rapport opgenomen.

4.2

Te beschouwen locaties

Op basis van vorengenoemde randvoorwaarden in de projectafbakening zijn de volgende, in figuur 5 getoonde, locaties in beeld: 1.

de Leisurestrooklocatie (oppervlak circa 3,30 ha) langs de Noorderhogeweg, die de noordelijke ontsluiting van Drachten via de Wâldwei/N31 vormt, en ten zuiden van de bestaande carpoolplaats en ten noorden van de weg Nijtap ligt;

2.

de locatie Vrijburgh (oppervlak circa 2,91 ha) aan de Folgeralaan tussen het Duizendblad aan de zuidwestkant en de Wâldwei/N31 aan de noordoostkant;

3.

de locatie Wetterwille (oppervlak circa 2,08 ha) aan de Wetterwille ten oosten van Het Noord en ten noorden van De Meer;

4.

de locatie Landerijen (oppervlak circa 3,07 ha), aan De Landerijen. Ten oosten van de Zuiderhogeweg en ten noorden van Afrit 29 Drachten Centrum;

5.

de locatie De Lanen (oppervlak circa 1,63 ha);

6.

de locatie Sportlaan (oppervlak circa 1,99 ha);

7.

de locatie Noorderhogeweg (oppervlak circa 2,45 ha);

8.

de locatie Sjalom (oppervlak circa 1,24 ha) op de Kennedylaan 6 en aan De Warren, in het zuiden van Drachten langs de Martin Luther Kingsingel (parallel aan de Rijksweg A7).

De exacte begrenzing en oppervlakte per locatie is opgenomen in bijlage 1.

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

16

1. Leisure 2. Vrijburgh 7. Noorderhogeweg 3. Wetterwille

8. Sjalom 6. Sportlaan 4. Landerijen 5. De Lanen Figuur 5. Beschouwde locaties

Aan de hand van de in hoofdstuk 3 benoemde criteria wordt de Leisurestrooklocatie als eerste herbeoordeeld. Tevens wordt, vanuit het verscherpte afwegingskader gekeken naar de locatie Vrijburgh. De locaties De Lanen, Sportlaan en Sjalom vallen per direct af aangezien met de opgemeten oppervlaktes niet aan de minimale omvang van 2,0 ha wordt voldaan. Als vermeld is de gewenste omvang 2,5 tot 3,0 ha. De locatie Wetterwille wordt vanwege deze oppervlaktewens op voorhand niet als meest kansrijke locatie voor de ontwikkeling van het beoogde programma gezien (footprint gebouwen + terreininrichting). Wel gaat de locatie door naar de verdere beoordeling aan harde criteria, evenals de locaties Landerijen en Noorderhogeweg.

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

17

5

Beoordeling locaties 5.1

Leisurestrooklocatie

5.1.1 Toetsing aan harde criteria H1.

Ontsluiting voor wegverkeer (halen en brengen) en parkeren

Ten behoeve van het verkeersthema is voor de Leisurestrooklocatie een memo (bijlage 2) opgesteld omtrent de afwikkeling van het verkeer en ontsluiting van het scholencomplex. Dit memo is opgenomen in de bijlagen bij deze notitie en vormt een belangrijke bron van informatie voor de beoordeling van het harde criterium ‘Ontsluiting voor wegverkeer (halen en brengen) en parkeren, evenals de overige beide zachte criteria met betrekking tot verkeer genoemd onder Z1 (Bereikbaarheid langzaam verkeer) en Z2 (Verkeersveiligheid). VERKEERSAFWIKKELING Relevant voor de Leisurestrooklocatie zijn de Noorderhogeweg en Nijtap. De Noorderhogeweg is ter plekke een 2x2-strooks weg met een maximumsnelheid van 80 km/uur. De Nijtap is vormgegeven als een 2x1-strooksweg met een maximumsnelheid van 50 km/uur. De (verwachte) verkeersintensiteiten op de Noorderhogeweg en Nijtap blijken hoog. Uit tellingen van de Noorderhogeweg uit 2015 blijkt dat er ongeveer 20.000 mvt/etmaal te rijden. Het gemeentelijk verkeersmodel gaat uit van een stijging tot 27.000 mvt/etmaal in 2030 (excl. school). Tellingen van Nijtap in 2015 laten circa 7.200 mvt/etmaal zien, met een stijging naar 9.300 mvt/etmaal in 2030. In het verkeersmodel van de gemeente Smallingerland is het verkeer van en naar de carpoolplaats niet opgenomen. Daarom zijn in 2019 tellingen verricht op de toegangsweg naar de carpoollocatie.

Uit deze tellingen blijkt dat tijdens de ochtendspits ongeveer 81 auto’s gebruikmaken van deze toegangsweg. Uit het verkeersmemo blijkt een voorkeursvariant middels een combinatie van een uitrit op de Noorderhogeweg met een toerit via de carpoolplaats naar de Noorderhogeweg (zie figuur 6).

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

18

Figuur 6. Voorkeur ontsluiting

Door Goudappel Coffeng is de voorkeursvariant met een toegang via de Noorderhogeweg en een uitrit via de Carpoolplaats nader beschouwd. In de analyse zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: -

De huidige rotonde is geanalyseerd voor de ochtendspits, 1 uurs.

-

Intensiteiten zijn conform bijlage 8 behorende bij bijlage 2 van dit locatieonderzoek.

-

Op de Noorderhogeweg is uitgegaan van een nieuwe rotonde voor het ingaande verkeer naar het scholencomplex, vertrekkende voertuigen rijden via de carpoollocatie.

-

Intensiteiten van het scholencomplex zijn conform bijlage 2 van bijlage 2, de verkeersgeneratie van het vertrekkende verkeer is volledig toegedeeld in 20 minuten.

Uit de analyse van het gebruikte dynamisch microscopisch verkeersmodel VISSIM blijkt dat de huidige vormgeving het verkeersaanbod niet kan verwerken. De huidige vormgeving heeft grote moeite om het verkeer vanaf de carpoollocatie/scholencomplex en de noordelijke N369 te verwerken. De wachtrijen op de N369 blijven tot het moment dat het schoolverkeer vanaf de carpoollocatie komt binnen acceptabele grenzen, zie figuur 7. Vanaf 8 uur komt in 20 minuten tijd het schoolverkeer vanaf de carpoollocatie, dit zorgt dat verkeer vanaf de N369 de rotonde niet kan oprijden, zie figuur 8 ter illustratie.

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

19

Figuur 7. De wachtrijen op de N369 blijven tot het moment dat het schoolverkeer vanaf de carpoollocatie komt binnen acceptabele grenzen

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

20

Figuur 8. Schoolverkeer kan de rotonde niet oprijden

De gemiddelde verliestijd voor verkeer vanaf de carpool en N369 wordt voor enkele richtingen te hoog en voldoen hiermee niet meer aan de grenswaarden (figuur 9). In onderstaande figuur 10 zijn per richting de gemiddelde verliestijden opgenomen.

Figuur 9. Grenswaarden gemiddelde verliestijden op voorrangskruispunten en rotondes

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

21

Figuur 10. Verliestijden per richting

De huidige rotonde heeft zonder het school gerelateerde verkeer voldoende capaciteit om het verkeersaanbod te kunnen verwerken. Doordat het verkeer vanaf het scholencomplex in 20 minuten de rotonde op wil rijden krijgt de N369 te weinig ruimte om de rotonde op te rijden met lange wachtrijen en wachttijd tot gevolg. De voorkeursvariant is niet geschikt om het verkeer te kunnen verwerken. PARKEEROPLOSSING Ruimte om een parkeeroplossing op de Leisurestrooklocatie te vinden, is in ruim voldoende mate aanwezig. Afwenteling op de omliggende woonbuurt is niet aan de orde aangezien de locatie een eigenstandige plek betreft en woonbuurten op afstand zijn gesitueerd. CONCLUSIE Op het harde criterium verkeersafwikkeling scoort de locatie slecht en op het criterium parkeren scoort de locatie goed. H2.

Inpasbaarheid in geldende milieuwet- en regelgeving

A. EXTERNE VEILIGHEIDSASPECTEN Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij die activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle (bedrijfs)activiteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen kunnen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, waterwegen) en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron enerzijds en de personen of objecten die risico lopen anderzijds (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak afstanden in acht

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

22

worden genomen. Ook ruimtelijke ontwikkelingen die ingrijpen in de personendichtheid kunnen onderzoek vergen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon (onafgebroken aanwezig en onbeschermd) op een bepaalde plaats overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Het groepsrisico betreft de cumulatieve kans per jaar van een groep hierop. In navolgende figuur is voor geheel Drachten de zogenoemde risicokaart van het Interprovinciaal Overleg (IPO) opgenomen. Op deze kaart is informatie opgenomen die met risico’s te maken heeft; zowel risicobronnen worden getoond als wel kwetsbare objecten (niet zichtbaar in dit kaartfragment) die aandacht verdienen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor dit locatieonderzoek is nagegaan welke aandachtspunten (in dit geval risicobronnen) er zijn op het vlak van de externe veiligheid.

1

2

7 3

8 6 5 4 Figuur 11. Kaartfragment risicokaart voor alledaags gebruik (bron: IPO, 01-07-2019), met nummering van beschouwde locaties die corresponderen met figuur 5

Inrichtingen waar risicovolle activiteiten plaatsvinden Voor de Leisurestrooklocatie is van belang dat het gebied op ongeveer 2.600 meter van afvalverwerker Renewi ligt. Renewi heeft een invloedsgebied van bijna 2,7 kilometer. Het invloedsgebied ligt daarmee voor een klein gedeelte over de locatie. Onder de toekomstige Omgevingswet (2021) wordt niet meer gesproken over invloedsgebied maar over Aandachtsgebied en wordt het invloedsgebied afgekapt op 1.500 meter. We gaan uit van de nu geldende regels. Renewi valt onder het Besluit risico’s

zware

ongevallen

(BRZO)

en

daarmee

onder

de

werkingssfeer

van

het

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In die gevallen is het bevoegd gezag in beginsel verplicht

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

23

een verantwoording van het groepsrisico (GR) op te stellen. Voor Renewi zijn de risico’s berekend en uit die berekening blijkt dat het GR laag is. Hoewel de locatie, ten opzichte van de huidige situatie, een toename van het aantal personen laat zien, zal deze toename niet in het GR tot uitdrukking komen. Dit heeft te maken met de grote afstand van Renewi ten opzichte van de locatie. Het is niet noodzakelijk het GR vanwege de nieuwe ontwikkelingslocatie verder te verantwoorden. Geconcludeerd kan worden dat het GR van het BRZO-bedrijf geen belemmering vormt. Transport van gevaarlijke stoffen over wegen Aan de noordzijde van de ontwikkelingslocaties ligt de Rijksweg A31/N31. Aan de westzijde van de meest westelijk gelegen ontwikkelingslocatie wordt de locatie begrensd door de Noorderhogeweg N369. Over deze weg vindt lokaal transport van gevaarlijke stoffen plaats. Toetsingskader bij beoordeling van risico’s van vervoer van gevaarlijke stoffen bij ruimtelijke ordeningsbesluiten is het basisnet. Het basisnet is per 1 april 2015 van kracht. Voor het wettelijk vastleggen van de regels voor de ruimtelijke ordening rondom het basisnet is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (hierna: Bevt). Verder is de Regeling basisnet (hierna: Rbn) opgesteld. In de Rbn staat waar risicoplafonds liggen langs transportroutes en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkelingen.

In artikel 8 van het Bevt staat dat wanneer een bestemmingsplan binnen een afstand van 200 meter van een transportroute is gelegen, het GR dient te worden verantwoord. In casu ligt de locatie binnen 200 meter vanaf de A31/N31 en binnen 200 meter van de N369 en zijn deze wegen relevant in verband met transport van gevaarlijke stoffen. In vrijwel alle gevallen wordt het GR bepaald door GF3stoffen (LPG). Om de risico's inzichtelijk te maken is onderzoek uitgevoerd en is advies gevraagd aan de FUMO (bijlage 3) en Brandweer Fryslân (bijlage 4). Samengevat blijkt het volgende. Het plaatsgebonden risico vormt geen knelpunt. Geconcludeerd kan worden dat het groepsrisico toeneemt maar dat het GR de oriëntatiewaarde niet overschrijdt. De normen uit de wetgeving die van toepassing zijn vormen geen belemmering voor de nieuwe ontwikkeling. 1

Uit het advies van Brandweer Fryslân blijkt evenwel dat de landelijke norm voor de opkomsttijd van 8 minuten op deze locatie niet haalbaar is. Volgens Dekkingsplan 2.0 van Brandweer Fryslân geldt een norm van 12 minuten als opkomsttijd. In de praktijk zal de brandweer binnen circa 11 minuten ter plaatse zijn. Omdat het een speciaal onderwijsfunctie betreft, geldt over het algemeen dat veel personen (de schoolgaande kinderen) niet goed zelfredzaam zijn. Brandweer Fryslân adviseert daarom een goede BHV-organisatie, die ook zicht heeft op scenario’s buiten het eigen gebouw. Daarnaast 1

Opkomsttijd is de totale tijd die nodig is voordat de brandweer "op de stoep" staat en is opgebouwd uit verwerkingstijd, uitruktijd en aanrijtijd. Verwerkingstijd is de tijd die op de meldkamer nodig is om de melder van het incident te bevragen en vervolgens de juiste personen te alarmeren. Uitruktijd is de tijd die vrijwilligers nodig hebben na het gaan van de pieper tot ze de kazerne uitrijden. Aanrijtijd is de tijd die er gereden wordt vanaf de kazerne tot de plek van de brand/het incident.

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

24

wordt geadviseerd om vluchtwegen en verzamelplaatsen van de risicobron af (dus van de weg af) te situeren. Voor de locatie geldt dat er in de huidige situatie geen brandkranen aanwezig zijn die kunnen worden gebruikt. Bij de nadere uitwerking van de plannen moeten voldoende bluswatervoorzieningen worden gerealiseerd. In het advies geeft de brandweer aan hoe omgegaan moet worden met bluswatervoorzieningen. Met inachtneming van het advies van de brandweer zal het aspect externe veiligheid geen wettelijke problemen opleveren. CONCLUSIE Op het aspect externe veiligheid scoort de locatie voldoende. B. GELUIDHINDER (WEGVERKEERSLAWAAI) De Wet geluidhinder (Wgh) is er op gericht om de geluidhinder vanwege onder andere spoorweglawaai, industrielawaai en wegverkeerslawaai in nieuwe situaties te voorkomen en te beperken. De Wgh bepaalt dat de 'geluidsbelasting' op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm die als voorkeursgrenswaarde wordt aangeduid. Wanneer binnen een geluidzone langs (spoor)wegen of rondom een geluidgezoneerd industrieterrein nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals woningen, worden gerealiseerd, moet door middel van akoestisch onderzoek worden vastgesteld of aan de grenswaarden uit de Wgh wordt voldaan.

Omdat er sprake is van een voor de Wet geluidhinder (Wgh) geluidsgevoelig gebouw, is het van belang om de ligging van de belangrijke grenswaardecontouren te bepalen. Op 16 juli 2019 heeft de FUMO (bijlage 5) deze contouren berekend. Wettelijk kader wegverkeer school (onderwijsgebouw) Een zoneplichtige weg heeft aan weerszijden conform artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) een wettelijke zonebreedte. Deze is zodanig bepaald dat er gelet op artikel 82 van de Wgh buiten de zone in het algemeen geen geluidsniveaus voorkomen van meer dan de voorkeurswaarde van 48 dB. De wegen waarvoor een 30 km-regime geldt zijn conform artikel 74 van de Wgh zonevrij. Voor een zoneplichtige binnenstedelijke weg met één of twee rijstroken geldt een zonebreedte van 200 m. Voor een buitenstedelijke weg met één of twee rijstroken geldt een zonebreedte van 250 m. Een weg met drie of vier rijstroken heeft een zonebreedte van 400 meter en voor een weg bestaande uit vijf of meer rijstroken geldt 600 m. De voorkeursgrenswaarde van een nieuw te bouwen school (onderwijsgebouw) binnen de zone van wegen is Lden 48 dB. Burgemeester en wethouders kunnen ingevolge artikel 85 van de Wgh en artikel 3.2 van het Besluit Geluidhinder (Bgh) een hogere waarde vaststellen. Hierbij gelden de volgende waarden: -

Buitenstedelijk gebied; maximaal 58 dB.

-

Stedelijk gebied; maximaal 63 dB.

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

25

Geluidscontouren 1,5 / 4,5 meter + maaiveld Voor de berekening van de geluidscontouren zijn rekenmodellen gemaakt. Hierin is de ligging van bestaande wegen, hoogtelijnen, geluidschermen en geluidswallen opgenomen. Direct langs de weg gelegen bebouwing is niet gemodelleerd. De berekende geluidscontouren zijn de zogenaamde “poldercontouren”. Bij deze berekende geluidscontour is het afschermende of reflecterende effect van direct langs de weg gelegen bebouwing en woonwijken niet in de ligging van de geluidscontour verdisconteerd. De afscherming van geluidswallen of schermen is daarentegen wel meegerekend. Voor de berekening van de geluidscontouren is uitgegaan van een waarneemhoogte van 1,5 en 4,5 + maaiveld. Daarbij is uitgegaan van een plaatselijk maaiveld van 1,60 meter + NAP. Omdat het een school (onderwijsgebouw) betreft waar alleen overdag wordt lesgegeven, zijn de contouren bepaald op basis van de geluidbelasting Lden met alleen de dagperiode (artikel 1.6 Bgh). Locatie Op figuur 12 is de ligging weergegeven van de Lden 48 en 58 dB geluidscontour inclusief de aftrek artikel 110g Wgh op 4,5 meter waarneemhoogte als gevolg van het verkeer op de rijksweg N31. Hierbij wordt opgemerkt dat voor de verkeersgegevens op deze weg is uitgegaan van de landelijk data behorende bij het vastgestelde geluidproductieplafond (geluidregister weg).

Op figuur 13 is de ligging weergegeven van de Lden 48 en 63 dB geluidscontour inclusief de aftrek artikel 110g Wgh, eveneens op een waarneemhoogte van 4,5 meter als gevolg van de gemeentelijke Noorderhogeweg. Voor de Noorderhogeweg is uitgegaan van de verkeersgegevens in het toekomstig maatgevende jaar 2030. Alle genoemde grenswaarden zijn inclusief de aftrek artikel 110g van de Wgh. Deze aftrek bedraagt 2 dB in geval van wegen waar de snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km of meer bedraagt en 5 dB indien de snelheid lager is dan 70 km/uur. In het geval van de voor het plan maatgevende wegen Noorderhogeweg en de N31 bedraagt deze aftrek 2 dB. De Leisurestrooklocatie ligt langs diverse zoneplichtige wegen in buitenstedelijk gebied. Een maximale ontheffingswaarde van 58 dB is in beginsel van toepassing, maar de locatie kan bij wijziging van de komgrenzen op grond van de Wegenverkeerswet als stedelijk gebied worden aangewezen. Gelet op de ligging ten opzichte van bestaand stedelijk gebied (Z5) en de eerder gedachte verstedelijkingsopgave ter plaatse (Leisure) valt hier wel wat voor te zeggen. Vanuit de gemeente Smallingerland is aangegeven dat onderhavige locatie bij een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied komt te liggen. In onderstaande beoordeling is dan ook uitgegaan van de maximaal te verlenen hogere waarde van 63 dB.

Uit de studie naar geluidhinder afkomstig van wegverkeerslawaai op de Leisurestrooklocatie blijkt dat vanwege de Wâldwei en de Noorderhogeweg op de gehele eventuele planlocatie niet kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van geluid en dat hier een procedure hogere waarde nodig zal zijn. De locatie is wat betreft geluidhinder dus onder voorwaarden te ontwikkelen. Het advies is om het scholencomplex niet direct aan de Noorderhogeweg te realiseren, maar op “het tweede ka-

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

26

vel” ten opzichte van de weg. Ook is het raadzaam om de gymzaal aan de zijde van de Wâldwei te plaatsen. Op die manier wordt een hoge geluidbelasting voorkomen. CONCLUSIE Op het aspect geluid scoort de locatie voldoende.

Figuur 12. 48 en 58 dB geluidscontour rijksweg N31

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

27

Figuur 13. 48 en 63 dB geluidscontour Noorderhogeweg

C. LUCHTKWALITEIT Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven op grond van de Wet milieubeheer (Wm) niet te worden getoetst aan de geldende grenswaarden. Een grens 3

van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m NO2 of PM10) wordt als nibm beschouwd. Van een dergelijke verslechtering van de luchtkwaliteit is sprake wanneer een ruimtelijk plan tot een toename van meer dan 1.369 auto's (bij 100% autoverkeer), dan wel 132 vrachtwagens (bij 100% vrachtverkeer) per dag leidt (grenswaarden 2019). Kenniscentrum InfoMil vermeldt op hun website dat als de luchtkwaliteit aan de PM 10-normen voldoet, dit ook geldt voor de PM2,5-normen. Op grond hiervan is toetsing aan de grenswaarden voor PM 2,5 niet nodig, als aan de PM10 normen wordt voldaan. Onafhankelijk van de locatie dient in de toekomstige situatie rekening te worden gehouden met 1.172 ritten per etmaal (autoverkeer/busjes) bij realisatie van het scholencomplex. Luchtkwaliteit vormt wat betreft planrealisatie op geen enkele locatie een belemmering. In Fryslân is bovendien in de basis de luchtkwaliteit goed.

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

28

Figuur 14. NIBM-tool voor scholencomplex (bron: InfoMil, per 28-03-2019)

Een school valt in het kader van de luchtkwaliteit onder het Besluit gevoelige bestemmingen. Dit besluit richt zich op de bescherming van mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijnstof en stikstofdioxide. Hieronder vallen ook kinderen. Het Besluit stelt onderzoekszones in waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is. Bij rijkswegen is die zone 300 meter en bij provinciale wegen 50 meter. In dit locatieonderzoek heeft het Besluit gevoelige bestemmingen betrekking op Leisurestrook, Vrijburgh, Noorderhogeweg en de Landerijen. Hoewel mag worden verwacht dat er geen overschrijdingen van de grenswaarde voorkomen (GCNkaarten laten zien dat in het noorden van het land ruim kan worden voldaan aan de grenswaarden) zal in een later stadium wel een berekening moeten worden gedaan om dat ook aan te tonen. Criterium van het besluit is dat het totaal aantal mensen dat hoort bij een gevoelige bestemming niet mag toenemen als de grenswaarde voor beide stoffen (dreigen te) worden overschreden. Als dat zo is, mag de school zich niet vestigen. Een normoverschrijding ligt in het noorden van het land niet voor de hand, waardoor er voor de school geen bouwverbod binnen de geldende zone aan de orde zijn. Echter de gemeente moet voor die situatie de locatie in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel kunnen motiveren. Hierbij kan de GGD advies geven.

Het gaat dan niet meer om de feitelijke concentraties, maar de mate van blootstelling van toekomstige gebruikers van de locatie. CONCLUSIE Op het aspect luchtkwaliteit scoort de locatie goed. D. MILIEUHYGIËNISCHE BODEMKWALITEIT Het nationale bodembeleid is geregeld in de Wet bodembescherming (Wbb). Het doel van de Wbb is om te voorkomen dat nieuwe gevallen van bodemverontreinigingen ontstaan. Voor bestaande bodemverontreinigingen is aangegeven in welke situaties (omvang en ernst van verontreiniging) en op welke termijn sanering moet plaatsvinden. Hierbij dient de bodemkwaliteit ten minste geschikt te worden gemaakt voor de functie die erop voorzien is, waarbij verspreiding van verontreiniging zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit.

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

29

Figuur 15. Fragment van bodeminformatiekaart (bron: bodemloket.nl)

Op de bodeminformatiekaart van Rijkswaterstaat is zoveel mogelijk informatie verzameld over de kwaliteit van de bodem in Nederland. Dit zogeheten bodemloket biedt informatie over bodemonderzoeken en -saneringen die in het verleden zijn uitgevoerd. Ook is er informatie opgenomen over bedrijven of terreinen waar ‘verdachte’ werkzaamheden hebben plaatsgevonden die mogelijk bodemverontreiniging hebben veroorzaakt en waar mogelijk bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. Op de locatie is in het verleden ten behoeve van de woningbouwplannen voor Vrijburgh een bodemonderzoek uitgevoerd. Uit dit rapport blijkt dat er op 1 plek verhoogde gehalten zijn aangetroffen. Dit betreft de locatie (gele cirkel) op figuur 16. Uit onderzoek door de gemeente Smallingerland blijkt dat er geen vervolgacties hebben plaatsgevonden omdat deze locatie destijds buiten het bestemmingsplan is gehouden en onzeker was wat de toekomstige functie zou worden. Ter hoogte van deze boring moet een sanering plaatsvinden (bijlage 8).

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

30

Figuur 16. Locatie aangetroffen verhoogde gehalten

Er is sprake van een lichte sanering. De locatie is gelegen op een plek waar, bij een eventuele ontwikkeling, waarschijnlijk parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. Gelet op de beperkte omvang, de beperkte kosten van de sanering en het gegeven dat er door rangschikking van functies mogelijk geen sanering plaats hoeft te vinden, is de conclusie dat bodemkwaliteit geen belemmering vormt. CONCLUSIE Op het bodemaspect scoort de locatie goed. E. BEDRIJVEN- EN MILIEUHINDER Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, als uitgangspunt van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is het waarborgen van voldoende afstand tussen hinderveroorzakende functies zoals bedrijven en voorzieningen, en hindergevoelige functies zoals woningen, noodzakelijk. Bij de ruimtelijkfunctionele afstemming hiervan kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten in gebieden met functiescheiding (omgevingstype 1: rustige woonwijk dan wel rustig buitengebied). De grootst aangegeven afstand is bepalend.

Als aan de gestelde richtafstanden wordt voldaan, is op die punten sprake van een goede ruimtelijke ordening. De genoemde maten zijn evenwel richtinggevend en met een goede motivering kan en

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

31

mag hiervan worden afgeweken. De richtafstanden zijn overigens niet alleen gekoppeld aan de milieucategorie van een te beoordelen bedrijf/voorziening maar ook aan de karakterisering van de omgeving. Zo kan in geval van een gemengd gebied (omgevingstype 2), waar sprake is van functiemenging in plaats van functiescheiding, bijvoorbeeld worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Hiertoe kan de minimale richtafstand met één afstandsstap worden verkleind. Het geldend bestemmingsplan vormt het juridisch-planologisch kader van functies, bebouwing en werkzaamheden die in de verschillende op de verbeelding aangegeven bestemmingen zijn toegelaten. Een studie hiernaar vormt een goede toetsing van het aspect bedrijven- en milieuhinder. In de directe omgeving van de locatie zijn diverse functies gesitueerd. Vanuit het noorden met de klok mee komen de volgende functies voor, met tussen haakjes de richtafstand volgens de VNG-brochure vanaf de omliggende functie naar het beoogde scholencomplex: -

een carpoolplaats (30 m);

-

woongebied (0 m);

-

bedrijvigheid van milieucategorieën 1 en 2 (30 m);

-

een bedrijventerrein van milieucategorie 3.2 (100 m), waarbij het eerste deel van de bestemming geen bouwvlak heeft maar een waterpartij betreft, in verband met een woning (0 m) die direct aan het bedrijventerrein grenst;

-

een melkveehouderijbedrijf (100 m);

-

een horecagelegenheid (10 m);

-

een crematorium (100 m) met in de huidige situatie hindergevoelige functies (wonen) op kortere afstand.

Gelet op de locatie, de ligging aan de entree van Drachten en de diverse functies rondom de locatie kan gesteld worden dat er geen sprake is van een rustig woongebied maar van functiemenging en er gewerkt kan worden met een verkleinde richtafstand. Hiertoe kan de minimale richtafstand met één afstandsstap worden verkleind. Een richtafstand van 100 meter wordt 50 meter, 30 meter wordt 10 meter en 10 meter wordt 0 meter. Aangenomen wordt namelijk dat een dergelijke omgeving al een hogere milieubelasting kent. Op de carpoolplaats na zijn alle functies op een grotere afstand gelegen dan de VNG-brochure voorschrijft in het geval van een gemengd gebied. De richtafstand voor een carpoolplaats in een gemengd gebied bedraagt derhalve 10 meter. Gelet op de omvang van de locatie kan het te realiseren programma gerealiseerd worden zonder dat richtafstanden worden overschreden. Naast de richtafstanden en (mogelijke) invloed van omliggende functies op de locatie moet ook gekeken worden naar de richtafstand van de te realiseren schoolfunctie als hinderveroorzakende functie op de omgeving. In de VNG-brochure is bepaald dat voor een school een grootste richtafstand van 30 meter moet worden gehanteerd vanwege het geluidaspect. In een gemengd gebied bedraagt deze afstand 10 meter. Er bevinden zich geen hindergevoelige functies binnen deze afstand van 10 meter.

De dichtstbijzijnde woning (oostzijde) Noorderhogeweg is op circa 77 van het projectgebied gelegen. De woningbouw aan de westzijde is op minimaal 125 meter gelegen. Gelet op de omvang van de

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

32

locatie en de afstanden tot de bestaande gevoelige functies (in dit geval wonen) is het mogelijk een school te realiseren zonder dat richtafstanden worden overschreden. Omdat het programma te realiseren is zonder dat er richtafstanden worden overschreden, is het plan uit het oogpunt van bedrijven- en milieuhinder inpasbaar. CONCLUSIE Op het aspect bedrijven- en milieuhinder scoort de locatie goed. 5.1.2 Toetsing aan zachte criteria Z1.

Bereikbaarheid langzaam verkeer

Voor fietsers, voetgangers en buspassagiers is er een goede mogelijkheid om de locatie te bereiken. De bus stopt bij de bushalte op de carpoolplek. Daarnaast is de locatie te voet en per fiets te bereiken vanuit woonwijk Vrijburgh via de carpoolplek. Tot slot is de locatie te bereiken via de ontsluiting op de Nijtap. Deze ontsluitingen staan los van de ontsluitingsmogelijkheden voor het gemotoriseerd verkeer. Er is goede mogelijkheid om een directe langzaamverkeersverbinding te maken tussen de woonwijk Vrijburgh en de Leisurestrooklocatie. Deze kan door het beoogde parkgebied leiden dat tussen de woonwijk en de locatie ligt. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie goed. Z2.

Verkeersveiligheid

Uit vorenstaand criterium ten aanzien van de bereikbaarheid van langzaam verkeer is er voor fietsers en voetgangers een goede mogelijkheid om de Leisurestrooklocatie te bereiken, los van de routes voor gemotoriseerd verkeer. Langs de Nijtap ontbreekt voor een gedeelte het voetpad. Het gaat om het stuk tussen Duizendblad en Jade. Indien er op deze locatie scholieren te voet naar school zullen gaan, verdient het aanbeveling om het ontbrekende stuk voetpad aan te leggen. Deze mogelijkheden zijn aanwezig. Voorts omvat de locatie genoeg ruimte om tot gewenste verkeersveilige oplossingen te komen. Omdat redelijkerwijs mogelijkheden voor handen zijn om veilige routes in de omgeving en op het terrein te creëren kan de verkeersveiligheid als goed worden betiteld. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie goed. Z3.

Stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing

De Leisurestrooklocatie ligt aan één van de belangrijke toegangswegen naar Drachten. De Noorderhogeweg is een robuuste randweg met op de verschillende aantakkingspunten van wegen rotondes. Het onderliggende landschap is dat van het noordelijke woudengebied, met de kenmerkende opstrekkende kavels en perceelsrandbeplantingen in de vorm van houtsingels. Komende vanaf de N31

Locatieonderzoek scholencomplex Cluster Speciaal (Basis) Onderwijs - 13 november 2019

33

bestaat eerst zicht op de carpoolplek aan deze provinciale weg, op kavels en perceelsrandbeplantingen zoals hiervoor omschreven, waarna het beeld wordt bepaald door bedrijvigheid van het Brainpark. In dit bedrijfspark geldt een minimale bouwhoogte van 7 meter. Ten oosten van de Leisurestrooklocatie ligt een perceel van ongeveer 100 meter breed dat een groene functie zal houden, ten oosten daarvan is de woonbuurt Vrijburgh fase 1 gerealiseerd met woonbebouwing in één tot twee bouwlagen met kap. De Leisurestrooklocatie is in gebruik als weiland en heeft een agrarische bestemming. Er is in het geldende bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid naar bepaalde vormen van bedrijvigheid zoals een congrescentrum, een hotel, een kerk, volumineuze detailhandel of leisure-activiteiten. LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE INPASSINGSMOGELIJKHEDEN De onderwijsvoorziening is zowel qua footprint als qua bouwvolume zeer goed inpasbaar op de locatie. De locatie geeft ruime mogelijkheden om met behoud van het karakter van het singellandschap de benodigde footprint, ontsluiting, plein- en parkeervoorzieningen te realiseren. Aandachtspunt is het ontwerp binnen de typerende kenmerken van het gebied; waterlopen/greppels/houtsingels in de opstrek van de verkaveling. Er hoeft geen extra waterberging te worden gerealiseerd.

De bestaande waterloop heeft deze functie en is in de huidige situatie over gedimensioneerd. De bouwhoogte van de gebouwen van 8,5 meter voor de schoolfunctie en 11 meter voor het beoogde gymlokaal zijn hier prima inpasbaar. Een zekere allure van de bebouwing is bij een dergelijke entree van Drachten gewenst. De onderwijsvoorziening kan deze allure bieden, niet alleen vanwege de beoogde bouwhoogte maar ook vanwege de aard van de functie. Het is een onderwijsvoorziening die de regio bedient en het is een functie met representatief karakter. CONCLUSIE Op dit punt scoort de locatie zeer goed. Z4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11243357/1