CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Advies BOF veenweideprogramma 2021-2030

Het Debat 12 oktober 2021, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Vaststellen Veenweideprogramma 2021-20301.244 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept-Advies BOF veenweideprogramma 2021-2030 11 maart 2021

Inleiding Het Friese veenweidegebied is een aantrekkelijk en vitaal gebied om te wonen, werken en te verblijven. Dat de bodem in dit gebied daalt door de oxidatie van het veen is al langer een gegeven. De gevolgen van deze bodemdaling worden steeds nijpender en vragen om een aanpak. Met de Veenweidevisie van 2015 is de basis gelegd voor de aanpak van de problematiek van de bodemdaling. Het Veenweideprogramma 2021-2030 bouwt hierop voort en legt nieuwe accenten. In dit advies van het Bestjoerlik Oerlis Feangreide (BOF) wordt aan de besturen van provincie en Wetterskip Fryslân geadviseerd over het voorliggende veenweideprogramma 2021-2030 ‘Foarút mei de Fryske Feangreiden’. Het BOF heeft kennisgenomen van de zienswijzen die door verschillende partijen en individuele indieners zijn ingebracht en van de verwerking hiervan in de inspraakreactienota en is gekomen tot dit advies. Een programma als het veenweideprogramma is complex, met heel veel verschillende spelers en nog meer verschillende belangen. We lopen in Fryslân voorop als het gaat om de aanpak van veenweideproblematiek, met alle voordelen en nadelen die bij zo’n koploperpositie horen. We zijn er trots op dat we samen een integraal veenweideprogramma kunnen voorleggen aan Provinciale Staten en Algemeen Bestuur. De vertegenwoordiging van landbouw, natuur en milieu en recreatie en toerisme onderschrijven dit advies.

De zeven veenweidegemeenten hebben aangeven op voorhand niet met het advies in te kunnen stemmen en hebben het voorbehoud gemaakt dat zij het veenweideprogramma, na vaststelling in PS en AB, voor instemming zullen voorleggen aan de gemeenteraden.

Overwegingen 1. Er is een urgentie om in het veenweidegebied aan de slag te gaan. Door ontwaterig van het veen treedt veenoxidatie op en dat heeft bodemdaling tot gevolg waardoor o.a. schade aan funderingen en infrastructuur ontstaat en extra verdroging van natuurgebieden. Daarnaast heeft veenoxidatie CO2-uitstoot tot gevolg waardoor het klimaat opwarmt. 2. In het Klimaatakkoord is afgesproken voor veenweidegebieden een reductie van 1 Mton CO2eq te behalen in 2030. Dit jaar worden afspraken gemaakt over de verdeling van deze reductie over gebieden / provincies. Er is nog geen landelijk vastgestelde monitorings- en berekeningssystematiek voor het bepalen van de uitstoot van broeikasgassen uit veenweide. Dit leidt tot de nodige discussie over de wijze van bepaling van de te bereiken vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. De basis van de berekening op dit moment wordt gevormd door reductiecijfers gebaseerd op onderzoek van de Wageningen University en Research (WUR), die bewerkt zijn voor de MKBA en het ontwerp-veenweideprogramma. Afhankelijk van de wijze van berekening wordt er meer of minder CO2 reductie berekend per bodemtype.

3. Er zijn nog veel onzekerheden over de uitstoot van broeikasgassen uit de verschillende veenbodemtypen en over de effectiviteit van maatregelen. Onderzoek van het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweide moet hier de komende tijd meer kennis over verschaffen. 4. De landbouwpartijen hebben om die redenen gepleit voor het buiten de opgaven laten van de bodemtypen moerige gronden (0-40 cm veen), dunne veengronden (40-80 cm veen) en veengronden met een dik kleidek (meer dan 40 cm klei). 5. Er is een review door Deltares op de Grondwaterstudie gedaan, maar de uitkomsten van deze review zijn niet tijdig beschikbaar om de implicaties daarvan mee te kunnen nemen in dit advies. 6. De natuurvertegenwoordiging heeft extra aandacht gevraagd voor de belangen van natuur, biodiversiteit en landschap. 7. Er is en komt steeds meer inzicht in de mogelijke implicaties van de funderingsproblematiek. Door de zeven veenweidegemeenten en in een aantal zienswijzen is hier meer aandacht voor gevraagd.

Het BOF adviseert: 1. In te stemmen met het veenweideprogramma 2021-2030 met daarin de volgende belangrijkste aanpassingen ten opzichte van het ontwerp-veenweideprogramma 2021-2030 zoals dat in inspraak is gebracht: a. De opgave om een doelstelling van 0,4 megaton CO2eq reductie te realiseren wordt beperkt tot de veengebieden met een dik veenpakket (dikker dan 80 cm) met of zonder kleidek van maximaal 40 cm. b. Bij het ijkmoment in 2022 wordt een besluit genomen in hoeverre in de andere bodemtypen (moerige gronden, dun veen en veen met dik kleidek) alsnog een opgave nodig is voor het behalen van CO2eq-reductie. Dit besluit wordt dan genomen op basis van de dan vastgestelde verdeling van de landelijke opgave over de verschillende veenweidegebieden in Nederland en op basis van de dan vastgestelde monitorings- en berekeningssystematiek. Ook is er dan mogelijk meer bekend over de effectiviteit van maatregelen. Zowel de verdeling als de monitorings- en berekeningssystematiek wordt vastgesteld door de landelijke regietafel veenweide. Partijen in het BOF committeren zich hieraan en stellen dit niet meer ter discussie. c. Het belang van bodem- en grondgebruik is uitgewerkt in een aparte programmalijn Bodem en grondgebruik.

Bodemmaatregelen kunnen bijdragen aan het verminderen van de CO2 uitstoot, het verbeteren van de draagkracht, het vergroten van het watervasthoudend vermogen en het bevorderen van de biodiversiteit. d. Op diverse plekken in het programma is de aandacht voor de funderingsproblematiek benadrukt. Het instellen van een funderingstafel is in het Veenweideprogramma opgenomen. Onder instrumenten is benoemd dat er flankerend beleid wordt ontwikkeld. Vooruitlopend op het definitieve besluit in 2022, wordt op korte termijn een tijdelijk besluit genomen over schrijnende gevallen. e. In programmalijn 3, Leefomgeving, natuur en biodiversiteit is opgenomen dat voor elk kansrijk- en ontwikkelgebied een ecosysteem- en landschapsanalyse wordt gemaakt. Deze analyses vormen belangrijke bouwstenen voor de gebiedsprocessen. Hiervoor wordt samen met de FMF op korte termijn een gebiedsanalyse waarbij de kansen voor koppeling met weidevogelaanpak

f.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

In H. 6, Instrumenten zijn de belangrijkste uitgangspunten voor het flankerend beleid voor de agrarische sector opgenomen. Op basis van deze uitgangspunten wordt dit beleid de komende tijd verder uitgewerkt, besproken in het BOF en ter besluitvorming voorgelegd bij provincie en waterschap. g. In H. 8, Organisatie is de rol en positie van het BOF nader beschreven. Daarnaast zijn een aantal onderwerpen die een plek krijgen in een nog op te stellen samenwerkingsdocument tussen de betrokken partijen en in een samenwerkingsovereenkomst (SOK) tussen de publieke partijen. De processen in de ontwikkelgebieden voort te zetten. Ten aanzien van Grouster Leechlân, waar de bodem voor een groot deel bestaat uit een veenpakket met een dik kleidek, wordt de komende tijd bekeken wat dit betekent voor dit proces. Bij dit overleg zijn de publieke bestuurders van het BOF, de gemeente Leeuwarden en vertegenwoordigers van de landbouw betrokken. De acties die genoemd zijn onder het thema Gebouwen en infrastructuur in te zetten voor het hele veenweidegebied, ook voor de bodemtypen moerige gronden, dunne veengronden en veengronden met een dik kleidek. De doelstelling om te komen tot een klimaatbestendig watersysteem en het realiseren van een ecologische balans in het Veenweidegebied op lange termijn, bij de herijking in 2022 nadrukkelijk te betrekken.

Op korte termijn (samen met de partijen van it Grien Oerlis) een gebiedsanalyse te maken waarbij de kansen voor koppeling met de weidevogelaanpak, herstelmogelijkheden voor kwelafhankelijke natuur en stikstofaanpak rond Natura 2000 gebieden in beeld worden gebracht. Deze analyse te betrekken bij de herijking in 2022. Als er breed gedragen initiatieven van onderop komen uit de gebieden met bodemtypen met moerige gronden, dunne veengronden en veengronden met een dik kleidek, of wanneer er koppelkansen voorbij komen vanuit andere opgaven zoals Natuer mei de Mienskip, stikstofaanpak, Aanvalsplan Grutto en deze kunnen een bijdrage leveren aan de doelstellingen van het veenweideprogramma, dan worden deze op kansrijkheid beoordeeld en zo mogelijk gefaciliteerd. De uitkomsten van de review op de Grondwaterstudie te betrekken bij de besluitvorming over de herijking in 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10603836/1