Bijlage 1b1 - Bp Oudega - Waterfront - Bijlage bij de regels
Tekst van het document
Oudega - Waterfront
Oudega - Waterfront
Inhoudsopgave
Bijlage bij de regels
3
Bijlage 1
Masterplan
4
Bijlage 2
Uitgebreide Natuurtoets
6
Bijlage 3
Staat van bedrijfsactiviteiten
38
2
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Oudega - Waterfront
Bijlage bij de regels
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
3
Oudega - Waterfront
Bijlage 1 M asterplan
4
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
21
23
3
4
5
6
i kswe
25
219
19a
Fabry
1
39
7
8
8
1
9
10
11
12
6
7 4
27
37
21a
Fabrykswei
A
35
1
5
3
A 22
5
Langdeel
31
8
11
9
7
2
24 20
12
14
16
18
20
6
8
16
10
eel Langd
14 13
4-6
De Wear 18
6
4
2
10
8
10
12
26
1
i swe
25 16
9
5
3
1
10
21
30
5
6
1
8
Roundeel
3 9
10
16
11 12
14
3a
13-1
10
Eastersânn
17
16
4
11
12
9
31
11
Roundeel
7
6
1
9
18
2
Op 'e
7
Roundeel
18
5
26
10
1
8
Roundeel
25
Roundeel
3
56
Op 'e Wâl
l Op 'e Wâ
52
30
60
58
54
50
2
D
62
28
27
66
23
64
11
24
21
19
17
24
11
23
68
25
22
1
4
27
20
9
Wâl
20
21
C
70
16
ide
D
29
14
Jachtwe
11
72
15
13
5
ing
15
3
B
19
4 2
14
14
7
C
17
2
r yk
12
deel Roun
3
Slotsingel
17
15
28
13
15
Fab
B
Langdeel
29
3a
9
7
3
1
30a
2
13
20
2
18
16
14
12
E
32
10
8
Dwarssingel
6
4
10
E
2
7 23
21
5
17
15
13
11
9
7
5
3
1
9
3
10
F
F 1
4
4
13 5
G
G
Gealânswei
4
6
H
H Ca. 1.000 m²
3
ing
rsânn
Easte
13
J
J
7
2
Goudtsjepoel
Ca. Ca.
K
240
300
m²
K
m²
23PP
8
12
L
L
M
M It Soal
16
2
P
0
10
20
30
nning Eastersâ
N
N
P
40m
LEGENDA Bestaande bomen Grasdoorlatende verharding
Riet
Q Nieuwe bomen Sortiment conform beplantingsplan
Parkeerplaats
Zandstrand
Hagen/lage heesters/struiken Bloemrijk gras- en kruidenmengsel, extensief beheerd
Water, boezempeil
Wandel-/struinpad
Water, polderpeil
Steigers/vlonderpad
R
1
Gras, intensief beheerd
Verharding - roodbruin
Ligplaats/boothuis 3,5 x 8 m
Grastalud
Verharding -antraciet
Zichtlijnen
2
3
4
5
1. 2. 3. 4.
Schoorsteen TOP-zuil Ondergrondse container Vuilwaterpunt (0,72 x 0,9 x 1,25 m) 5. Brug 6. Steiger met visplekken 7. Drijvende, verplaatsbare vlonder. Tevens aanlegpunt grote roeiboten 8. Fietspont 9. Kanosteiger 10. Ligplekken voor boodschappen 11. Terras Wellingbar 12. Verbrede sloot met schouwstrook van 3 m 13. Optioneel langsparkeren op grasbetonstenen
Code
Omschrijving
Datum
Getekend door
Gecontroleerd door
Datum uitgifte
Formaat
Schaal
JS
04-02-2020
A1
1:1.000
Projectnummer
Documentnummer
Documenttype
Blad
Fase
232.00.25.00.00
232.00.25.00.00/001
Tekening
01
VO
Project
OUDEGA AAN HET WATER
Onderdeel
INRICHTINGSSCHETS MASTERPLANGEBIED - VARIANT 1
Opdrachtgever
Gemeente Smallingerland & Provincie Fryslân BügelHajema Adviseurs bv Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden 058 215 25 15
7
8
9
10
11
Q
Gecontroleerd
WD
Ruimte voor de leefomgeving
6
Getekend
R
Vestigingen te Amersfoort, Assen en Leeuwarden www.bugelhajema.nl
12
Oudega - Waterfront
Bijlage 2 Uitgebreide Natuurtoets
6
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
Ui tg eb re id e N atu u r t o et s O u d e ga a an h et W at er
D EF IN I TI EF
Ui tg eb re id e N atu u r t o et s O u d e ga a an h et W at er
D EF IN I TI EF
Inhoud
Rapport + bijlagen
15 september 2020 Projectnummer 232.00.71.01.00
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Inleiding
3
1.1
Aanleiding
3
1.2
Eerdere ecologische onderzoeken
3
1.3
Doel
4
1.4
Opzet van het rapport
4
Plangebied en plannen
5
2.1
Ligging
5
2.2
Het plan
7
Soortenbescherming
8
3.1
Planten
9
3.2
Vogels
10
3.3
Zoogdieren - vleermuizen
11
3.4
Grondgebonden zoogdieren
12
3.5
Amfibieën
13
3.6
Overige soortengroepen (reptielen, vissen en ongewervelden)
14
Effecten op beschermde natuurgebieden
16
4.1
Natura 2000-gebieden
16
4.1.1
Inventarisatie
16
4.1.2
Toetsing
17
4.2
5
6
Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid
19
4.2.1
Inventarisatie
19
4.2.2
Toetsing
20
Conclusie en consequenties
21
5.1
Beschermde soorten
21
5.2
Beschermde gebieden
21
5.3
Advies voor versterking van natuurwaarden
22
Veldbezoek en bronnen
Bijlagen
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
23
1
Inleiding 1.1
Aanleiding
De gemeente Smallingerland heeft plannen om waterrecreatie in en rond Oudega te bevorderen in combinatie met natuurontwikkeling. Voor de ontwikkeling zijn twee bestemmingsplannen in voorbereiding: het plangebied Oudega aan het Water dat voorziet in diverse aanpassingen aan de haven, de nabij gelegen bebouwing, en aangrenzend een klein water- en recreatiegebied, en het plan Oudega waterontwikkeling De Gealanden dat voorziet in de aanleg van een nieuw meer met natuurelementen tussen het dorp Oudega en de Mûntsegroppe. In dit kader is het noodzakelijk om een onderzoek naar de effecten op de beschermde natuurwaarden uit te voeren.
1.2
Eerdere ecologische onderzoeken
Gedurende de planvorming zijn al verschillende ecologische onderzoeken uitgevoerd, waarvan de meeste betrekking hebben op het totaal van de bovengenoemde twee plannen. Een belangrijk basisdocument is de Ecologische quickscan Oudega aan het water (Altenburg en Wymenga 2016). Deze studie heeft alleen betrekking op het plangebied buiten de bebouwde kom en buiten de haven. Als vervolg hierop is in 2017 nader onderzoek naar een aantal beschermde soorten uitgevoerd, inclusief het effect op het foerageergebied voor ganzen (Altenburg & Wymenga, 2018). Voor het plangebied binnen de bebouwde kom heeft onderzoek plaatsgevonden naar voormalige zuivelfabriek It Miensker en de voormalige kunstmestloods aan Op ‘e Wâl 7. Voor It Miensker, gelegen in de noordpunt van het plangebied, is in verband met de vastgestelde verblijfplaatsen van vleermuizen een activiteitenplan opgesteld en ontheffing aangevraagd en verleend (Bureau FaunaX, 2020 en Gemeente Smallingerland, 2020). Voor de verbouwing van de kunstmestloods heeft ecologisch onderzoek plaatsgevonden en is op 14 juli 2020 een omgevingsvergunning verleend. Tevens zijn enkele onderzoeken uitgevoerd om eventuele effecten van de twee plannen samen op het Natura 2000-gebied Alde Feanen te kunnen vaststellen of uit te sluiten: -
geohydrologische effecten ( Willems, 2017);
-
effect van een toename van watertoerisme op de Natura 2000-gebied Aldefeanen (BügelHajema 2020a).
-
een AERIUS-berekening om eventuele effecten van stikstofdepositie als gevolg van het plan op Natura 2000-gebieden vast te stellen (BügelHajema, 2020b).
Sinds de uitvoering van sommige van deze onderzoeken is de begrenzing van het plangebied gewijzigd, is de natuurwetgeving op sommige aspecten gewijzigd en zijn sommige gebruikte veldgegeven verouderd. Daarom is een bundeling van deze onderzoeken en - waar nodig - actualisatie uitgevoerd.
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
3
1.3
Doel
Het voorliggende onderzoek heeft als hoofddoel na te gaan of het plan Oudega aan het Water uitvoerbaar is in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Het natuuronderzoek beschrijft de ecologische beoordeling van het voornemen. De effecten op natuurwaarden worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van soortenbescherming en gebiedsbescherming. De soortenbescherming is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en de gebiedsbescherming in de Wet natuurbescherming (Natura 2000-gebieden) en de Verordening Romte Fryslân 2014 (geconsolideerd 2018), ten aanzien van NNN en overige beschermde natuur. Het nevendoel is bijdragen aan de nadere uitwerking van het plan om negatieve effecten op natuurwaarden te voorkomen, en kansen voor versterking van natuurwaarden te benutten. Het voorliggende rapport beschrijft de resultaten van dit onderzoek voor het plan Oudega aan het Water. Voor het plan Oudega - waterontwikkeling De Gealanden is een afzonderlijk rapport opgesteld.
1.4
Opzet van het rapport
Het rapport bestaat uit de volgende onderdelen: -
Hoofdstuk 2: beschrijving van het plangebied en de voorgenomen plannen
-
Hoofdstuk 3: beschrijving van de effecten op beschermde soorten flora en fauna
-
Hoofdstuk 4: beschrijving van de effecten op beschermde natuurgebieden
-
Hoofdstuk 5: conclusies en consequenties ten aanzien van beschermde natuurwaarden; advies voor versterking natuurwaarden
-
Hoofdstuk 6: beschrijving van het veldbezoek en de bronnen.
Informatie De beschrijving van de relevante te beschermen natuurwaarden is gebaseerd op: -
bovengenoemd ecologisch onderzoek in het gebied;
-
bestaande
bronnen
zoals
databanken,
verspreidingsatlassen,
waarnemingsoverzichten,
rapporten en websites; -
verkennend veldbezoek waarbij vooral is gekeken naar kritische en/of beschermde soorten, zowel wat betreft hun aanwezigheid als potenties.
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
4
2
Plangebied en plannen 2.1
Ligging
Het plangebied ligt op enkele kilometers ten westen van Drachten, in het zuiden van het dorp Oudega en aangrenzend buitengebied (figuren 1 en 4), ingeklemd tussen de Gealânswei (westzijde) en de Eastersânning (oostzijde). Het noordelijk deel is bebouwde kom met woningen en enkele bedrijven, het middendeel de haven en het zuiddeel bestaat in de huidige situatie uit agrarische percelen. In het noordelijke deel is bebouwing aanwezig van diverse bedrijfsgebouwen en woningen, met daartussen tuinen en wegen met stroken openbaar groen (gras, plantsoen en laanbomen). De haven heeft beschoeide oevers en houten steigers naar extra aanlegplaatsen. Vanuit de haven naar het zuiden loopt het Alddjip door het plangebied, een 20 m brede watergang die de verbinding is van de haven met andere vaarwateren. Ten zuiden van de haven bevinden zich enkele percelen grasland met rondom smalle sloten. Het Alddjip is een circa 20 m brede watergang met daarlangs opgaande rietbegroeiing. De belangrijkste houtige begroeiing in het plangebied is een smalle bosstrook langs de oostzijde van de haven. Verder staan verspreid in de bebouwde kom bomen in de tuinen en langs de wegen. Buiten de bebouwde kom staan vrijwel alleen bomen langs de randen van het plangebied: langs de Gealânswei en de Eastersânning, en aan de zuidrand juist buiten het plangebied bevindt zich een doorlopende houtsingel.
Figuur 4 in paragraaf 4.2 geeft een overzicht van de ligging van het plangebied. De onderstaande figuur 1 geeft de details van de begrenzing en voorgenomen bestemming.
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
5
Figuur 1. Verbeelding van het plangebied (ligging en voorgenomen bestemming (bron kaartbeeld: IMRO))
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
6
Figuur 2. Impressie van het plangebied op 15 juli 2020, van boven naar onder: noordelijk deel met bebouwing, middendeel met jachthaven en aangrenzend bosje, zuidelijk deel agrarisch gebied met op de achtergrond het Alddjip
2.2
Het plan
Het plan voorziet in het realiseren van nieuwe woonruimte, een horecavoorziening en een gemende bestemming in het noordelijke deel (zie ook figuur 1). Daarbij is verbouw en sloop voorzien van voormalige zuivelfabriek It Miensker en de voormalige kunstmestloods. De overige bebouwing blijft behouden. Er wordt een ontwerp gemaakt voor de openbare ruimte dat kan leiden tot aanpassingen in de groenstructuur. Er zijn geen grote veranderingen in de bestrating en beplanting voorzien. De haven wordt qua oppervlakte niet uitgebreid, wel worden nieuwe steigers aangelegd en wordt het aantal passantenplaatsen uitgebreid. Ten zuiden van de haven wordt het Alddjip verbreed tot een kleine plas. De gronden daaromheen krijgen een recreatiebestemming waarbij aanleg van recreatiewoningen aan het water en recreatieve voorzieningen mogelijk wordt. Hiertoe wordt vegetatie verwijderd en grond vergraven, en een deel van de watergangen gedempt. Hier wordt geen bebouwing of houtige beplanting verwijderd. Mogelijk leidt het plan, in samenhang met het plan De Gealanden tot een toename van vaarrecreatie. Hiernaar is een apart onderzoek gedaan door BügelHajema (2020a), als bijlage 4 toegevoegd. Volgens dit onderzoek ligt op basis van de schattingen van het bestaande aantal vaarbewegingen van 50.000 87.500 per jaar de maximale toename van het aantal vaarbewegingen tussen circa 0,9 tot 1,6%.
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
7
3
Soortenbescherming Wet- en regelgeving Relevante wetgeving op het gebied van de soortenbescherming is uitgewerkt in de Wet natuurbescherming (Wnb). De bescherming van flora- en faunasoorten is in de Wnb opgedeeld in twee beschermingscategorieën: -
-
Strikt beschermde soorten: -
soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1);
-
soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5).
Overige beschermde soorten: -
nationaal beschermde soorten (artikel 3.10).
Beschermingsregime Voor beide categorieën geldt dat het verboden is opzettelijk exemplaren te doden, vangen of plukken, en voortplantingsverblijfplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te vernielen of te beschadigen. Een belangrijk verschil tussen beide beschermingsregimes is dat voor de strikt beschermde soorten ook het opzettelijk verontrusten verboden is, terwijl dit voor de overige beschermde soorten niet het geval is. Voor vogels geldt daarnaast dat het opzettelijk storen niet verboden is in geval de storing niet van wezenlijk invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Echter, voor vogels die staan in bijlage II van de Conventie van Bern geldt deze uitzondering niet. Daarnaast is er een lijst met jaarrond beschermde broedvogelnesten. Dat houdt in dat voor de op deze lijst genoemde vogelsoorten de nestplaats ook buiten het broedseizoen beschermd is. Het beschermingsregime van de overige (nationaal) beschermde soorten is voor elke soort gelijk. Wel kunnen provincies bij ruimtelijke ontwikkelingen vrijstelling van de verbodsbepalingen in artikel 3.10 verlenen voor deze soorten. Deze zogenaamde vrijstellingslijsten zijn opgenomen in de provinciale verordeningen en komen tussen de provincies grotendeels overeen. Voor de provincie Fryslân betreft dit 25 soorten (zie bijlage 3).
Veldbezoek Het plangebied is op 15 juli 2020 bezocht om een indruk te krijgen van de terreinomstandigheden van het plangebied, de omgeving en de voorkomende flora en fauna. Wat betreft de bebouwing zijn de locaties voormalige zuivelfabriek It Miensker en de voormalige kunstmestloods al voldoende ecologisch onderzocht (FaunaX 2018 en 2019), en de overige bebouwing blijft behouden. Beschrijving van de resultaten De beschrijving van de natuurwaarden is gebaseerd op eerdere ecologische onderzoeken, met een update door raadpleging van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en een veldbezoek. Waar nodig wordt extra informatie over soorten aangehaald op basis van bronnen- en veldonderzoek, bekende ecologische principes en expert judgement. Voor de effecten van de ontwikkeling van de perce-
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
8
len van de voormalige zuivelfabriek It Miensker, en de voormalige kunstmestloods is gebruikgemaakt van de specifieke deelonderzoeken die hiervoor al hebben plaatsgevonden. Op 3 september 2020 is het uitvoerportaal van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd en een uittreksel van de NDFF aangemaakt voor in en rond het plangebied voorkomende beschermd soorten (0 - 1 km). Dit uittreksel (© NDFF 3 september 2020 08:43:49) is opgenomen als bijlage 1 in dit rapport. De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Gegevens uit de geraadpleegde bronnen worden bij het bespreken van de verschillende soortengroepen alleen genoemd indien ze een meerwaarde voor het onderzoek hebben.
3.1
Planten
Inventarisatie In het noordelijke en middendeel van het plangebied is nauwelijks natuurlijke vegetatie aanwezig. De tuinen, groenstroken langs de wegen en de havenranden zijn intensief beheerd. Het enige meer natuurlijke element is het bosje aan de oostoever van de haven, dat bestaat uit voornamelijk tot 18 m hoge schietwilgen, waarvan twee aan de noordrand geknot zijn. Verder is in het bosje zwarte els en es aanwezig, en veel ondergroei met struiken zoals gewone vlier en braam. Het zuidelijke deel van het plangebied is in gebruik voor agrarische productie, voornamelijk grasland en een enkel perceel maïs. Het grasland wordt intensief gebruikt en wordt gedomineerd door grassen zoals Engels raaigras, veldbeemdgras en grote vossenstaart. Verspreid staan wat kruiden zoals vogelmuur en paardenbloem. Langs de smalle slootkanten staan verspreid wat kruiden zoals kruipende boterbloem en veldzuring en plaatselijk wat riet. Ten tijde van het veldbezoek stond er weinig water in de meeste sloten. Langs de slootkanten langs de Eastersânning is wat begroeiing met opgaande grasachtigen aanwezig, met soorten zoals riet en grote egelskop. In plaatselijke verbredingen van het water grenzend aan het bosje bij de haven groeien ook soorten als pijlkruid en witte waterlelie. De soortensamenstelling van graslanden en watergangen duidt op voedselrijke tot zeer voedselrijke omstandigheden.
Langs het Alddjip zijn de oevers beschoeid waardoor er geen vanuit het water oplopende oeverbegroeiing is. Ten tijde van het veldbezoek waren grote delen van de waterkant kort gemaaid. In en rond het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen tijdens het veldbezoek in 2020 en tijdens de in 2016 en 2018 uitgevoerde ecologische onderzoeken (Heijden, 2016 en 2018). Er zijn ook geen beschermde plantensoorten bekend volgens de NDFF. Toetsing Op basis van het veldbezoek en de geraadpleegde bronnen is een voldoende beeld van de soortengroep vaatplanten ontstaan. Er zijn geen wettelijk beschermde soorten aangetroffen en deze zijn ook niet te verwachten gelet op de inrichting en de voedselrijkdom. Negatieve effecten ten aanzien van wettelijk beschermde plantensoorten kunnen worden uitgesloten.
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
9
3.2
Vogels
Inventarisatie In de omgeving is het voorkomen bekend van verschillende vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten (NDFF). Dit betreft soorten die in gebouwen of bomen broeden, zoals huismus, gierzwaluw en verschillende soorten roofvogels en uilen. Volgens de rapporten over de locaties voormalige zuivelfabriek It Miensker en de voormalige kunstmestloods (Bureau FaunaX 2018 en 2019a) komen hier geen vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten voor. In de haven zijn geen nesten of nestplaatsen aangetroffen in bomen of gebouwtjes die geschikt zijn voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. In het zuidelijk deel van het plangebied ontbreekt bebouwing. In de schaars aanwezige bomen zijn geen nesten aangetroffen die geschikt zijn voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. Het plangebied is wel geschikt als foerageergebied voor enkele van deze soorten, zoals buizerd en sperwer. Wel kunnen in het plangebied algemene soorten van stedelijk groen, tuinen en oevers voorkomen en tot broeden komen, zoals kauw, merel, koolmees en meerkoet. De oevers van het Alddjip zijn weinig geschikt voor rietvogels zoals rietzanger en kleine karekiet, omdat deze grotendeels al in de zomer tot op de waterkant worden gemaaid. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen weidevogels waargenomen.
Het in het plangebied gelegen buitengebied is weinig geschikt voor weidevogels door de ligging nabij de bebouwde kom en de houtige beplantingen rond de randen. Een enkel exemplaar van soorten zoals scholekster of graspieper kan hier tot broeden komen. De nesten van bovengenoemde algemene vogelsoorten zijn uitsluitend tijdens de broedtijd beschermd. Toetsing Op basis van het veldbezoek en de geraadpleegde bronnen is een voldoende beeld van de soortengroep vogels ontstaan. Er zijn buiten de te behouden bebouwing geen geschikte nesten of broedplaatsen van soorten met jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Het plangebied, met name het zuidelijke deel, zal van karakter veranderen als foerageergebied voor soorten als buizerd en sperwer, maar niet verloren gaan. Het plangebied zal hooguit een klein deel van het foerageergebied van individuen van deze soorten uitmaken. Daarnaast is in het aangrenzend landelijk gebied veel foerageergebied van hoge kwaliteit beschikbaar. Negatieve effecten ten aanzien van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten kunnen worden uitgesloten. Met betrekking tot algemene broedvogelsoorten kan ervan uitgegaan worden dat geen verbodsbepalingen worden overtreden als buiten het broedseizoen wordt gewerkt of als de werkzaamheden voor het broedseizoen worden opgestart en continu worden doorgevoerd.
Voor het broedseizoen wordt in het kader van de Wnb geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt evenwel dat het broedseizoen van ongeveer 15 maart tot 15 juli loopt.
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
10
3.3
Zoogdieren - vleermuizen
Inventarisatie Uit de gegevens van NDFF blijkt dat in en rond het plangebied verschillende soorten vleermuizen bekend zijn, zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. In de voormalige zuivelfabriek It Miensker zijn in 2019 twee verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en één van gewone grootoorvleermuis aangetroffen (Bureau FaunaX, 2019b). De voormalige kunstmestloods is niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen (Bureau FaunaX, 2019a). De overige gebouwen en beplanting op de erven in het plangebied zijn niet volledig onderzocht op geschiktheid voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Wel is in 2019 vlak buiten het plangebied, in de woning aan Fabrykswei 9, een kraamverblijf van de gewone dwergvleermuis aangetroffen (Bureau FaunaX, 2019b). In de in het plangebied aanwezige bomen bij de haven en langs wegen zijn geen naar boven toe doorlopende holtes, spleten en loszittende schors aangetroffen die kunnen leiden tot potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. Het plangebied vormt mogelijk foerageergebied voor vleermuizen. Het noordelijk deel heeft een lage kwaliteit als foerageergebied vanwege het overwegend stenige karakter en de aanwezige verlichting.
In het middengedeelte (haven) en zuidelijke gedeelte (buitengebied) zijn de bosrand bij de haven, de oevers van het Alddjip, de wegen met laanbomen en de houtsingel langs de zuidrand van hoge kwaliteit als foerageergebied voor soorten zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. De agrarische percelen zelf vormen door de inrichting en het grotendeels intensieve gebruik geen hoogwaardig foerageergebied. De haven en het Alddjip zijn daarnaast geschikt als foerageergebied voor de aan water gebonden soorten water- en meervleermuis, die eveneens uit de omgeving bekend zijn. Het Alddjip, de wegen met laanbomen (Gealânswei aan de westrand en de Eastersânning aan de oostrand), en de houtsingel langs de zuidrand van het plangebied maken deel uit van een doorgaande lijnvormige structuur die mogelijk fungeert als essentiële (onmisbare) vliegroute voor vleermuizen; het Alddjip is daarbij ook geschikt is als vliegroute voor water- en meervleermuis. Toetsing Voor het gebouw op de locatie It Miensker treden negatieve effecten ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen op; hiervoor zijn al mitigerende maatregelen uitgewerkt in een activiteitenplan en is ontheffing van de Wnb aangevraagd en verleend.
Buiten deze locatie worden ten gevolge van de ontwikkeling geen (potentiële) verblijfplaatsen van vleermuizen aangetast en treden wat dit betreft geen negatieve effecten op. Het noordelijke en middendeel van het plangebied veranderen als gevolg van het voornemen in kwaliteit als foerageergebied, maar gaan niet als zodanig verloren. De elementen met hoge kwaliteit foerageergebied voor vleermuizen blijven behouden. In het zuidelijke deel kan de kwaliteit naar verwachting zelfs toenemen doordat meer oeverzone ontstaat en aansluitend op het bosje bij de haven de houtige beplanting wordt uitgebreid. Negatieve effecten op vleermuizen door verlies van foerageergebied zijn niet te verwachten. Doordat de lijnvormige structuren van watergangen (haven en Alddjip), de wegen met laanbomen (Gealânswei aan westrand en de Eastersânning aan de oostrand), en de houtsingel langs de zuidrand
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
11
net buiten het plangebied blijven behouden, is geen negatief effect ten aanzien van vliegroutes van vleermuizen te verwachten. Om negatieve effecten op foerageergebied en potentiele vliegroutes uit te sluiten is het wel noodzakelijk dat verstoring door (extra) verlichting tijdens zowel de aanlegfase als de gebruiksfase van de ontwikkelingen wordt voorkomen. Verlichting van wateren die als vliegroute dienen, is zeer verstorend voor de in de omgeving voorkomende meer- en watervleermuis. De houtige structuren zijn van belang voor andere soorten zoals gewone dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis. Ook ten gevolge van het plan voor de verbouwing van de kunstmestloods is verstoring van de mogelijke vliegroute door de haven naar het Alddjip door lichtbronnen benoemd als mogelijk negatief effect (FaunaX, 2019a). Hier is geadviseerd te zorgen dat geen licht uitstraalt naar de haven bij de bouw- en gebruiksfase van de voormalige kunstmestloods. Negatieve effecten op foerageergebied en potentiële vliegroutes kunnen worden uitgesloten door voorwaarden ten aanzien van vleermuisvriendelijke verlichting op te nemen in het bestemmingsplan.
Dit is van belang voor die locaties waar nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien: de haven en het recreatiegebied direct ten zuiden hiervan, alsmede de straat Op ’e Wâl en de randen van de haven die de locatie It Miensker kunnen verbinden met en deze lijnvormige structuren. Daarnaast is het advies op andere locaties die van belang zijn voor vleermuizen maar niet veranderen ten gevolge van het plan, verstoring door verlichting te beperken en de inrichting vleermuisvriendelijk te maken. Dit betreft het Alddjip, de wegen met laanbomen (Gealânswei aan westrand en de Eastersânning aan de oostrand), en de houtsingel langs de zuidrand net buiten het plangebied. Dit is mogelijk door bijvoorbeeld het toepassen van aangepaste armaturen die uitstraling naar de omgeving beperken, toepassing van amberkleurig licht en aanplant van laanbomen. Samengevat treden ten aanzien van vleermuizen geen negatieve effecten op voorwaarde dat het activiteitenplan voor It Miensker wordt uitgevoerd en dat dat verstoring door verlichting langs foerageergebied en potentiële vliegroutes van vleermuizen wordt voorkomen.
3.4
Grondgebonden zoogdieren
Inventarisatie Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat in de omgeving het voorkomen van de beschermde grondgebonden zoogdiersoorten bekend is. Dit betreft de niet-vrijgestelde soorten otter en waterspitsmuis. Deze soorten hebben wateren en oevers met uitgebreide begroeiing van ruigtes en riet als leefgebied. Altenburg en Wymenga (Heijden, 2016) geven aan dat met name de oevers van de Mûntsegroppe geschikt zijn als leefgebied voor waterspitsmuis en otter. Dat geldt ook voor de in de wijdere omgeving voorkomende noordse woelmuis. In nader onderzoek in een groter onderzoeksgebied (Heijden, 2018) is van deze soorten uitsluitend waterspitsmuis aangetroffen. Dit betrof enkele sloten nabij de Mûntsegroppe in het zuidelijk deel van het onderzoeksgebied, op meer dan 1 km afstand van het onderhavige plangebied. De oevers van het Alddjip binnen het plangebied zijn beschoeid en ruige oeverbegroeiing ontbreekt. Mogelijk is het slootje langs de oostrand van het bosje bij de haven geschikt als leefgebied
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
12
voor waterspitsmuis. Het betreft echter leefgebied van matige kwaliteit en het ligt geïsoleerd van ander (beter) leefgebied. In het Natura 2000-gebied Alde Feanen is otter in 2011 geherintroduceerd en heeft zich vandaaruit ook verbreid over meer gebieden. Via Mûntsegroppe kunnen otters ook in het Alddjip komen, echter het noordelijk deel dat in het plangebied ligt is weinig geschikt als leefgebied doordat er weinig oeverbegroeiing aanwezig is en verstoring is door bewoning en activiteiten in en rond de haven. De haven zelf is met steile beschoeide oevers geheel niet geschikt als leefgebied voor otter. Daarnaast is het plangebied op basis van de aanwezige habitats en bekende verspreiding deels geschikt als leefgebied voor een aantal algemenere soorten, zoals de uit de omgeving bekende haas, vos, veldmuis en bunzing (NDFF). Voor deze algemene soorten geldt in de provincie Fryslân een vrijstelling van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Toetsing Het plangebied is niet geschikt als verblijfplaats voor otter en niet geschikt als permanent leefgebied. Otter is slechts incidenteel te verwachten in het plangebied vanwege de lage kwaliteit van de oevers en de verstorend invloed van wonen en vaarrecreatie. Het plangebied verandert van karakter maar zal in kwaliteit niet achteruit gaan voor otter.
De kwaliteit kan zelfs verbeteren, omdat er een extra water wordt aangelegd in verbinding met het Alddjip en de oeverlengte langer wordt. Een negatief effect op otter is niet te verwachten. Voor waterspitsmuis is potentieel leefgebied van matige kwaliteit aanwezig langs de oostrand van het bosje bij de haven, deze sloot blijft behouden. Net als voor otter kan mogelijk nieuw leefgebied ontstaan bij aanleg van natuurvriendelijke oevers bij het nieuw te graven water. Ten aanzien van andere niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten zijn geen negatieve effecten te verwachten. Als gevolg van de werkzaamheden kunnen tenslotte verblijfplaatsen van enkele algemene beschermde zoogdieren worden verstoord en/of vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de provincie Fryslân onder de vrijstellingsregeling van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.
3.5
Amfibieën
Inventarisatie Niet-vrijgestelde amfibieënsoorten zijn niet bekend in het plangebied en in de naaste omgeving (0 – 1 km, NDFF). Volgens Heijden (2016) komt de beschermde niet-vrijgestelde heikikker voor op een aantal locaties in de Alde Feanen. Deze soort komt voor in natte veenweiden, verlandingszones van grotere wateren en in (elzen)broekbossen. Het intensieve beheer en het lage waterpeil maken het agrarische gebied binnen het plangebied ongeschikt voor de soort, deze is hier niet te verwachten.
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
13
Wel zijn in het plangebied enkele algemene soorten te verwachten zoals bruine kikker, bastaardkikker en kleine watersalamander. Voor deze soorten geldt in de provincie Fryslân een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. De watergangen vormen voor deze soorten geschikt voortplantingswater. De oevers en het bosje bij de haven zijn tevens geschikt als landbiotoop; de agrarische percelen zijn geschikt, maar van lage kwaliteit. Toetsing Beschermde niet-vrijgestelde amfibieënsoorten zijn niet bekend in het plangebied en niet te verwachten. Negatieve effecten op deze soorten kunnen worden uitgesloten. Als gevolg van de werkzaamheden kunnen verblijfplaatsen van enkele algemene beschermde amfibieën worden verstoord en/of vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de provincie Fryslân onder de vrijstellingsregeling van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.
3.6
Overige soortengroepen (reptielen, vissen en ongewervelden)
Inventarisatie Recente waarnemingen van reptielen zijn niet bekend uit het plangebied en naaste omgeving (0 - 1 km, NDFF). Geschikt leefgebied voor reptielen is niet aanwezig in het plangebied. Uit de omgeving is wel grote modderkruiper bekend. In 2018 is onderzoek naar vissen gedaan in een groter onderzoeksgebied waar het onderhavige plangebied deel van uitmaakt (Heijden, 2018). Op 24 relatief kansrijke plaatsen in het onderzoeksgebied is de vissenpopulatie onderzocht, dit betreft watergangen met uitgebreidere water- en oevervegetatie. Op geen van deze locaties is grote modderkruiper is aangetroffen, ook niet op de twee die op korte afstand (100 tot 200 m) van het plangebied liggen. De watergangen in het plangebied zijn qua kwaliteit minder geschikt dan de onderzochte locaties omdat ze in intensiever gebruikt agrarisch gebied liggen, met intensiever slootonderhoud. In hetzelfde onderzoek zijn ook twee soorten beschermde ongewervelden opgenomen, namelijk de platte schijfhoren en de gestreepte waterroofkever. Deze soorten zijn niet aangetroffen. Tot slot is in de omgeving ook groene glazenmaker bekend (NDFF). Deze libellensoort heeft als leefgebied wateren met een begroeiing van krabbenscheer. Tijdens het veldbezoek is in het plangebied geen krabbenscheer aangetroffen; de aanwezige sloten zijn ook te smal zijn, en het Alddjip te diep en te druk bevaren voor deze plantensoort.
In het onderzoek van Altenburg en Wymenga (Heijden, 2018) in een groot onderzoeksgebied is krabbenscheer uitsluitend aangetroffen in enkele sloten op circa 1,5 km afstand van het plangebied. Voor andere beschermde soorten uit de overige soortengroepen is in het intensief agrarisch gebruikte deel van het plangebied geen geschikt leefgebied aanwezig.
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
14
Toetsing Op basis van het veldbezoek en gebruikte bronnen is een voldoende beeld van de overige soorten van de soortgroepen reptielen, vissen en ongewervelden ontstaan. Beschermde soorten vissen, reptielen en ongewervelden zijn niet bekend in het plangebied en niet te verwachten. Het plan leidt niet tot negatieve effecten voor beschermde soorten reptielen, vissen en ongewervelden.
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
15
4
Effecten op beschermde natuurgebieden 4.1
Natura 2000-gebieden
In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. 4.1.1 Inventarisatie Het plangebied is geen onderdeel van een in het kader van de Wnb beschermd gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Alde Feanen en ligt op circa 1,7 km ten westen en zuidwesten van het plangebied (figuur 3). Tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied ligt agrarisch gebied.
Figuur 3. Ligging van het plangebied (rode lijn plan Oudega aan het Water, oranje lijn plan Gealanden), ten opzichte van Natura 2000-gebied Alde Feanen (groen) (bron: www.natura2000.nl)
De Oude Venen (Alde Feanen) (ministerie van LNV, 2020a) is een deels vergraven en ontgonnen laagveengebied. Het is één van de weinige overgebleven restanten van een omvangrijk complex van laagveenmoerassen en petgatenlandschappen. Het gebied is deels kleinschalig (petgaten en legakkers) en deels grootschalig (plassen) verveend. De huidige situatie is vooral het resultaat van het na de vervening opgetreden verlandingsproces. Landschappelijk wordt het gebied gekenmerkt door moerasvegetaties, omgeven door zomerpolders en boezemlanden en doorsneden door tal van watergangen. Het
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
16
gebied bestaat uit open water, rietlanden, laagveenverlandingsmoeras, moerasbos en schrale graslanden op restveen. De petgaten, die vaak verscholen liggen tussen riet en moerasbossen, verkeren in diverse stadia van verlanding. In deze petgaten komt dikwijls drijftilvorming voor. Op andere plaatsen is de verlanding wat verder voortgeschreden in de richting van een trilveen of blauwgrasland. In de meeste petgaten is na beëindiging van het rietmaaibeheer een elzenbroekbos tot ontwikkeling gekomen. Het Natura 2000-gebied beslaat circa 2.100 ha. Het heeft instandhoudingsdoelen voor verschillende habitattypen, habitatsoorten, broedvogels en niet-broedvogels (zie tabel 1 in bijlage 4). 4.1.2 Toetsing Voor een overzicht van mogelijke verstoringsfactoren op Natura 2000-gebied Alde Feanen als gevolg van de activiteit is de Effectenindicator (Ministerie LNV, 2020b) geraadpleegd. De effectenindicator is een hulpmiddel bij de toetsing op grond van de Wnb en geeft informatie over de gevoeligheid van soorten en habitattypen voor de meest voorkomende storende factoren, gebaseerd op absolute getallen voor biotische randvoorwaarden en kennis van ruimtelijke randvoorwaarden. De resultaten zijn per gebied te raadplegen. Effecten worden beschreven aan de hand van 19 storingsfactoren.
Voor het Natura 2000-gebied Alde Feanen zijn 11 van deze storingsfactoren relevant, zoals blijkt uit de effectindicator opgenomen in bijlage 2. Mogelijke effecten van deze storingsfactoren op basis van de planontwikkeling worden hieronder in beeld gebracht. Doordat de geplande ontwikkeling buiten het Natura 2000-gebied plaatsvindt, heeft deze geen invloed op de factoren oppervlakteverlies (storingsfactor 1), versnippering (2) of mechanische effecten (17). Het plangebied ligt in een ander peilvak dan het Natura 2000-gebied en ligt tevens op 1,7 km afstand. Negatieve effecten op de waterhuishouding zijn daarom niet te verwachten. Voor de plangebieden Oudega aan het Water en De Gealanden samen is een hydrologisch onderzoek door Tauw uitgevoerd (Willems, 2017). De conclusie van dit onderzoek is dat er geen negatieve effecten ten aanzien van hydrologie van het Natura 2000-gebied optreden. Als gevolg van het plan De Gealanden is juist een positief effect te verwachten doordat vernatting zal optreden. Derhalve tredengeen negatieve effecten op gerelateerd aan hydrologische storingsfactoren zoals verdroging (8) en vernatting (9). Optische verstoring naar het Natura 2000-gebied (storingsfactor 16) door aanwezigheid van mensen of machines treedt niet op door de afstand tot het Natura 2000-gebied.
Vanwege de afstand tot het Natura 200-gebied is verstoring door licht, geluid en trilling niet aan de orde (storingsfactoren 14, 13 en 15). Tijdens zowel aanleg- als gebruiksfase vindt komen geen verontreinigende stoffen vrij anders dan stikstof (wat separaat behandeld wordt). De milieuwetgeving waarborgt dat hierdoor, zeker over een afstand van 1,7 km, geen negatieve effecten op het Natura 2000-gebied optreden (storingsfactor 7). Ten aanzien van effecten van recreatie en stikstofdepositie zijn aanvullende onderzoeken uitgevoerd voor de plangebieden Oudega aan het Water en de Gealanden samen. Deze zijn als bijlage 4 en 5 aan deze natuurtoets toegevoegd en worden hieronder kort besproken.
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
17
Effecten van recreatie Volgens het onderzoek naar effecten van recreatie (BügelHajema, 2020a) zijn circa 800 extra vaarbewegingen per jaar, dat is maximaal 1,6% extra ten opzichte van de huidige situatie, te verwachten in de Alde Feanen als gevolg van de realisatie van het totaalplan. Deze vaartochten vinden voor het overgrote deel in de periode mei - september plaats en voor het overgrote deel langs een beperkt aantal grotere vaarroutes die door het gebied lopen. De toename van waterrecreatie vindt grotendeels plaats op andere locaties dan waar zich habitats en soorten met instandhoudingsdoelen bevinden, en op andere tijdstippen dan wanneer gevoelige soorten (met name niet-broedvogels) zich hier ophouden. Daarbij is waarschijnlijk het vaargedrag meer bepalend voor de verstoring dan het aantal vaarbewegingen. Negatieve effecten op instandhoudingsdoelen worden niet verwacht. Daarnaast is de verwachting dat de autonome ontwikkeling in de waterrecreatie leidt tot een afname van het aantal vaartochten in 2050 met 25%, heel globaal 1% per jaar. De kans is groot dat een eventuele toename van recreatiedruk ten gevolge van het plan in een periode van enkele jaren gecompenseerd wordt door de afname ten gevolge van de autonome ontwikkeling.
Mogelijke uitzondering betreft de zwarte-sternenkolonie vlak naast de vaarroute van de Nije Mûntsegroppe, en ook vlakbij bij de eventueel te ontwikkelen nevenvaarroute Alde Mûntsegroppe. Deze kolonie bevindt zicht weliswaar buiten het Natura 2000-gebied, maar de kolonie maakt wel deel uit van de populatie in en rond de Alde Feanen en zal ook foerageren in het Natura 2000-gebied. Voor deze soort geldt een instandhoudingsdoelstelling, terwijl de staat van instandhouding ongunstig is. De Mûntsegroppe vormt de belangrijkste vaarverbinding van Oudega naar andere Friese vaarwateren. Hier kan extra golfslag door te snel varen leiden tot verlies van nesten. Mogelijk kan hier een negatief effect optreden ten aanzien van een soort met instandhoudingsdoel. Maar dit effect is sterk afhankelijk van de afstand van de vaarroute tot de kolonie en eventuele aanvullende beschermingsmaatregelen. Ook de recreatie op land in het Natura 2000-gebied Alde Feanen zal ten gevolge van het plan naar verwachting maximaal met 1,6% toenemen. Recreatie vanaf land vindt plaats vanaf nu al beschikbare aanlegplaatsen in het natuurgebied en langs bestaande wegen en paden, die nu al gelegen zijn op locaties waar natuur minder gevoelig is voor recreatie. Negatieve effecten op instandhoudingsdoelen worden niet verwacht.
Samengevat is er als gevolg van het plan sprake van een zeer geringe toename van water- en landrecreatie in de Alde Feanen, maar zal dit niet leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied, behalve mogelijk op zwarte stern indien extra verstoring van de kolonie naast de vaarroute van de Nije Mûntsegroppe (buiten het plangebied) optreedt. Dit effect zal nader getoetst moeten worden als het plan voor deze locatie meer is uitgewerkt. Effecten van stikstofdepositie Vanwege de kleine afstand tot het Natura 2000-gebied Alde Feanen is een stijging van de stikstofdepositie, met name in de aanlegfase, niet uitgesloten. Daarom is AERIUS-berekening uitgevoerd. Het plan leidt in de aanleg- en gebruiksfase niet tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden die in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn beschermd. Voor dit onderdeel van het project is dan ook geen vergunning van de Wnb nodig.
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
18
4.2
Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, in beleidsdocumenten van de provincie Fryslân vaak Ecologische Hoofdstructuur - EHS - genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor provincie Fryslân uitgewerkt in het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 (geconsolideerd 2018). Natuur buiten het NNN Vanuit het Streekplan Fryslân 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014 wordt buiten de NNNgebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van bestaande natuurgebieden en natuurwaarden in agrarisch gebied. Hiervoor zijn kleine natuurgebieden aangewezen als ‘natuur buiten het NNN’. Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op natuurgebieden buiten de ecologische hoofdstructuur moet voorzien in een passende bestemming met gebruiksregels gericht op behoud, herstel of ontwikkeling van natuurwaarden. Tevens zijn op grond van de Verordening Romte Fryslân 2014 grotere agrarische gebieden aangewezen als weidevogelkansgebieden of weidevogelparels.
De verordening voorziet in een regeling waarmee voldoende openheid en rust van die weidevogelgebieden wordt gehandhaafd, met dien verstande dat de agrarische productiefunctie inclusief de ontwikkelingsmogelijkheden van bestaande agrarische bedrijven zijn toegestaan. 4.2.1 Inventarisatie De ligging ten opzicht van provinciaal beschermde natuurgebieden is aangegeven in figuur 4. Het hiervoor besproken Natura 2000-gebied Alde Feanen is tevens begrensd als NNN en vormt het grootste natuurgebied in de omgeving, op circa 1,7 km
van het plangebied. Hiermee verbonden zijn de
Mûntsegroppe, eveneens NNN, en weidevogelkansgebied in en bij de Gealanden, op circa 1 km van het plangebied. Dan zijn er diverse kleinere terreinen aangewezen als ‘Natuur buiten het NNN’, waarvan er een grenst aan de zuidoostpunt van het plangebied, ervan gescheiden door een weg. Dit betreft kleine houtige elementen.
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
19
Figuur 4. Ligging van het plangebied (rode lijn plan Oudega aan het Water, oranje lijn plan Gealanden), ten opzichte van provinciaal beschermde natuurgebieden; NNN donkergroen, natuur buiten NNN lichtgroen, weidevogelkansgebied blauwgroen (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
4.2.2 Toetsing Gezien de ligging van het plangebied en de aard van de ontwikkeling kunnen negatieve effecten op het NNN en weidevogelgebieden worden uitgesloten. Het plangebied grenst vrijwel aan een ‘Natuurgebied buiten NNN’ maar is hiervan gescheiden door een weg. Gezien de aard van dit natuurgebied (houtig element in agrarisch gebied) en de aard van de ontwikkeling kunnen ook hier negatieve effecten worden uitgesloten.
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
20
5
Conclusie en consequenties 5.1
Beschermde soorten
Op basis van het veldbezoek en de geraadpleegde bronnen is een voldoende beeld van beschermde soorten dieren en planten ontstaan. Voor het gebouw op de locatie It Miensker treden negatieve effecten ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen op; hiervoor zijn al mitigerende maatregelen uitgewerkt in een activiteitenplan en is ontheffing Wnb aangevraagd en verleend. Negatieve effecten op foerageergebied en potentiële vliegroutes kunnen worden uitgesloten door voorwaarden ten aanzien van vleermuisvriendelijke verlichting op te nemen in het bestemmingsplan. Dit is van belang voor die locaties waar nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien: de haven en het recreatiegebied direct ten zuiden hiervan, alsmede de straat Op ’e Wâl en de randen van de haven die de locatie It Miensker kunnen verbinden met en deze lijnvormige structuren. Negatieve effecten ten aanzien van andere diergroepen en planten kunnen worden uitgesloten. Indien het plan wijzigt waarbij sloop of verbouwing van gebouwen (anders dan de voormalige zuivelfabriek It Miensker en de voormalige kunstmestloods) toch onderdeel worden van het plan, zal nader onderzoek naar aan- of afwezigheid van mogelijke nest- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen en vleermuizen noodzakelijk zijn om te bepalen of negatieve effecten optreden en een ontheffing Wnb noodzakelijk is.
Daarnaast moeten het broedseizoen van vogels en de zorgplicht van de Wnb voor zoogdieren en amfibieën die vallen onder de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Fryslân in acht worden genomen bij de aanlegwerkzaamheden.
5.2
Beschermde gebieden
Wnb beschermde gebieden Op basis van de stikstofberekening kan worden bepaald of een vergunning van de Wnb nodig is voor de uitvoering van het plan. Als gevolg van het plan is sprake van een zeer geringe toename van water- en landrecreatie in de Alde Feanen, maar zal dit niet leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied, behalve mogelijk op zwarte stern indien extra verstoring van de kolonie naast de vaarroute van de Nije Mûntsegroppe (buiten het plangebied) optreedt. Dit effect zal nader getoetst moeten worden als het plan voor deze locatie meer is uitgewerkt. Ten aanzien van andere aspecten is voldoende beeld ontstaan van effecten op Wnb beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden) en treden geen significant negatieve effecten op.
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
21
Beschermde gebieden in het kader van provinciaal ruimtelijk beleid Er is voldoende beeld ontstaan van effecten op in het kader van provinciaal ruimtelijk beleid beschermde natuurgebieden. De ontwikkeling is op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de Verordening Romte Fryslân.
5.3
Advies voor versterking van natuurwaarden
Tijdens het opstellen van dit rapport komen twee aandachtspunten voor natuurwaarden naar voren: 1. Vliegroutes en foerageergebieden voor vleermuizen beschermen en verbeteren De zorg voor vliegroutes en foerageergebieden voor vleermuizen is belangrijk en kansrijk, in verband met verblijfplaatsen in en nabij het noordelijk deel van het plangebied (gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis) en het vóórkomen van meer- en watervleermuis in de omgeving. In paragraaf 5.1 is al aangegeven dat het wenselijk is om regels op te nemen in het bestemmingsplan om verstoring van foerageergebied en potentiële vliegroutes van vleermuizen door verlichting te voorkomen. Daarnaast kunnen foerageergebied en vliegroutes ook actief verbeterd worden door los van het bestemmingsplan de verlichting en de beplanting vleermuisvriendelijker te maken. Dit is zinvol en kansrijk voor de genoemde potentiële vliegroutes (haven en Alddjip, en de wegen met laanbomen (Gealânswei aan westrand en de Eastersânning aan de oostrand)). Vleermuisvriendelijker inrichting is mogelijk door bijvoorbeeld de verlichting te beperken, de uitstraling naar de omgeving te voorkomen met aangepaste armaturen en/of toepassing van amberkleurige alsmede de aanplant van laanbomen. 2.
Ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers Wat verder ten zuiden van het dorp Oudega zijn veel oevers met hogere natuurwaarde, maar binnen het plangebied zijn de meeste oevers beschoeid, hebben steile kanten en zijn veel minder begroeid. Dit is begrijpelijk gezien de havenfunctie. Maar nu er nieuw water wordt aangelegd voor extensieve recreatie, zijn er ook kansen om delen hiervan in te richten met natuurvriendelijke oevers. Hiervan kunnen algemene soorten zoals rietzanger en fuut profiteren, maar mogelijk ook voor deze omgeving typerende soorten zoals otter en waterspitsmuis. Er zijn kansen om de natuur naar Oudega toe te halen in combinatie met recreatie. 3. Aanvulling met kleine natuurelementen Waardevolle kleine natuurelementen in het nieuwe recreatieterrein ten zuiden van de haven zijn bijvoorbeeld takkenrillen, houtstapels voor kleine marters, nestkasten voor torenvalk, een zandhoop of bijenhotel voor wilde bijen.
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
22
6
Veldbezoek en bronnen Veldbezoek Het plangebied en de omgeving zijn op 15 juli 2020 door de heer ir. H. Kloen (ecoloog van BügelHajema Adviseurs bv) bezocht om een indruk te krijgen van het terrein en het voorkomen van planten- en diersoorten. Het veldbezoek werd uitgevoerd tijdens zwaarbewolkt, droog weer, met een zwakke wind bij een temperatuur van circa 18 °C. Bronnen -
BügelHajema, 2020. Effect van recreatie als gevolg van 'Oudega aan het Water' op de natuurwaarde van het Natura 2000-gebied Alde Feanen. Rapport 21 april 2020.
-
Bureau FaunaX, 2018. Toetsing Wet natuurbescherming (Wnb). Herontwikkeling ‘It Miensker’ te Oudega (Smallingerland). Rapport 18094, Bureau FaunaX, Gorredijk.
-
Bureau FaunaX, 2019a. Natuurtoets Wet natuurbescherming werkzaamheden loods aan de Op ‘e Wal te Oudega. Bureau FaunaX, Gorredijk.
-
Bureau FaunaX, 2019b. Toetsing Wet natuurbescherming (Wnb). Nader onderzoek vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen sloop zuivelfabriek te Oudega. Rapport 18144, Bureau FaunaX, Gorredijk.
-
Bureau FaunaX, 2020. Activiteitenplan behorende bij ontheffingsaanvraag soortenbescherming Wnb Gemeente Smallingerland. Herontwikkeling ‘It Miensker’ te Oudega
-
Gemeente Smallingerland, 2020. Afschrift brief 10april2020 - Ontheffing Wnb herontwikkeling It Miensker te Oudega zaaknr. 205617.
-
Heijden, E. van der, 2016. Ecologische quickscan Oudega aan het water. Een voorstudie naar ecologische effecten en volledigheid van aanwezige natuurgegevens. A&W-rapport 2248. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden
-
Heijden, E. van der, 2018 Resultaten aanvullend veldonderzoek in verband met de aanleg van het meer van Oudega. A&W-rapport 2404 Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden
-
Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit, 2020a. Natura 2000, website geraadpleegd op 9 september 2020, zie https://www.natura2000.nl/gebieden
-
Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit, 2020b. Effectenindicator, geraadpleegd op 25 mei 2020, https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1.
-
NDFF (zie bijlage 1 in dit rapport)
-
Willems, G., 2017. Geohydrologische effecten van het plan Oudega aan het water. Tauw, Deventer
Natuurtoets Oudega aan het Water - 15 september 2020
23
Bijlagen 1.
Opgave van NDFF voor het plangebied
2.
Effectindicator voor natura 2000-gebied Alde Feanen
3.
Soortenvrijstellinglijst provincie Fryslân
4.
Effect van recreatie als gevolg van 'Oudega aan het Water' op de natuurwaarde van het Natura 2000-gebied Alde Feanen. BügelHajema rapport 21 april 2020.
5.
BügelHajema, 2020b. Toelichting op de Aeriusberekening (export van AERIUS-calculator) separaat bijgevoegd
Bijlage 1. Opgave van NDFF voor het plangebied Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - levering uit de NDFF. Disclaimer - De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.
Bijlage 2. Effectindicator voor natura 2000-gebied Alde Feanen
Bijlage 3. Soortenvrijstellinglijst provincie Fryslân In de onderstaande tabel zijn de soorten weergegeven waarvoor in de provincie Fryslân vrijstelling geldt van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid uit de Wnb. Bron: Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017. ZOOGDIEREN Aardmuis
Microtus agrestis
Bosmuis
Apademus sylvaticus
Dwergmuis
Micromys minutus
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
Veldmuis
Microtus arvalis
Woelrat
Arvicola terrestris
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
Gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
Huisspitsmuis
Crocidura russula
Tweekleurige bosspitsmuis
Sorex coronatus
Bunzing
Mustela putorius
Wezel
Mustela nivalis
Steenmarter
Martes foina
Hermelijn
Mustela erminea
Haas
Lepus europeus
Konijn
Oryctolagus cuniculus
Ree
Capreolus capreolus
Vos
Vulpes Vulpes
Egel
Erinaceus europaeus
Mol
Talpa europea
AMFIBIEËN Bruine kikker
Rana temporaria
Middelste groene kikker (bastaardkikker)
Pelophylax klepton esculentus (Rana esculenta)
Gewone pad
Bufo bufo
Kleine watersalamander
Triturus vulgaris
Meerkikker
Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda)
Bijlage 4. Effect van recreatie als gevolg van 'Oudega aan het Water' op de natuurwaarde van het Natura 2000-gebied Alde Feanen. BügelHajema rapport 21 april 2020
Colofon Rapport BügelHajema Adviseurs Fotografie BügelHajema Adviseurs Projectnummer 232.00.71.01.00
BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden T 058 215 25 15 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort
Oudega - Waterfront
Bijlage 3 Staat van bedrijfsactiviteiten
38
NL.IMRO.0090.BP2020DPN013-0401
B i j l a g e S t a a t
1 :
v a n
v i t e i t e n
b e d r i j f s a c t i c a t e g o r i e
1
e n
2
B i jl ag e 1 : S t aat v an b ed r ijv en
CATEGORIE
AFSTAND
GEVAAR
GROOTSTE
GELUID
-
AFSTANDEN IN METERS
30
10
30
2
C
10
30
2
C
0
30
2
30
10
30
2
10
30
0
30
2
0
0
10
0
10
1
STOF
-
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI2008 nummer
SBI1993
30
10
30
10
30
10
0
30
10
10
10
Uitgeverijen (kantoren) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING 01
01
-
T.B.V. DE LANDBOUW - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500
014
016
4
m²
15
10, 11
-
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
1581
1071
0
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:
1581
1071
1
1593 t/m
1102 t/m
Vervaardiging van wijn, cider
1595
1104
e.d.
18
14
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT
182
141
- v.c. < 7500 kg meel/week, bij
-
gebruik van charge-ovens
Vervaardiging van kleding en toebehoren (excl. van leer) HOUTINDUSTRIE EN
20
16
205
162902
-
VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN
22
58
221
581
-
2222.6 18129
MEDIA
10
0
30
0
30
2
2223
1814
A
Grafische afwerking
0
0
10
0
10
1
2223
1814
B
Binderijen
30
0
30
0
30
2
2224
1813
Grafische reproduktie en zetten
30
0
10
10
30
2225
1814
Overige grafische aktiviteiten
30
0
30
10
30
182
Reproduktiebedrijven opgenomen media
0
0
10
0
10
1
24
20
-
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN
2442
2120
0
produktenfabrieken:
2442
2120
2
- verbandmiddelenfabrieken
10
10
30
10
30
2
10
10
30
10
30
2
223
2 D
2
Farmaceutische
VERVAARDIGING VAN GLAS, 26
23
-
AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN
262, 263
232, 234
0
Aardewerkfabrieken:
262,
232,
263
234
- vermogen elektrische ovens 1
totaal < 40 kW
232.00.01.39.00 - Bestemmingsplan Buitengebied 2013
131
CATEGORIE
AFSTAND
GEVAAR
GROOTSTE
GELUID
-
AFSTANDEN IN METERS
STOF
-
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI2008 nummer
SBI1993
30
10
30
10
30
2
30
10
30
10
30
2
30
0
30
0
30
2
0
10
10
0
10
1
VERVAARDIGING VAN 30
26, 28, 33
30
26, 28, 33
-
KANTOORMACHINES EN COMPUTERS Kantoormachines- en
A
computerfabrieken incl. reparatie VERVAARDIGING VAN OVER.
31
26, 27, 33
316
293
-
ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Elektrotechnische industrie n.e.g. VERVAARDIGING VAN MEDISCHE
26, 32, 33
33
EN OPTISCHE APPARATEN EN -
INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en
26, 32, 33
33
optische apparaten en A
instrumenten e.d. incl. reparatie VERVAARDIGING VAN MEUBELS
36
31
-
EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.
361
9524
2
Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden
362
321
e.d.
30
10
10
10
30
2
363
322
Muziekinstrumentenfabrieken
30
10
30
10
30
2
45
41, 42, 43
0
10
30
10
30
2
10
0
30
10
30
2
Autobeklederijen
0
0
10
10
10
1
Autowasserijen
10
0
30
0
30
2
0
0
30
10
30
2
30
0
30
10
30
2
-
41, 42, 45
43
BOUWNIJVERHEID - aannemersbedrijven met
3
werkplaats: b.o.< 1000 m² HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN;
50
45, 47
501,
451,
502,
452,
Handel in auto's en motorfietsen,
504
454
reparatie- en servicebedrijven
5020.4 45204
-
B
5020.5 45205
BENZINESERVICESTATIONS
Handel in auto- en 503, 504
453
motorfietsonderdelen en accessoires
505
473
0
Benzineservisestations:
505
473
3
- zonder LPG GROOTHANDEL EN
51
46
511
461
Handelsbemiddeling (kantoren)
0
0
10
0
10
1
5122
4622
Grth in bloemen en planten
10
10
30
0
30
2
5134
4634
Grth in dranken
0
0
30
0
30
2
5135
4635
Grth in tabaksprodukten
10
0
30
0
30
2
4636
Grth in suiker, chocolade en suikerwerk
10
10
30
0
30
2
30
10
30
0
30
2
5136 5137
HANDELSBEMIDDELING
Grth in koffie, thee, cacao en 4637
132
-
specerijen
232.00.01.39.00 - Bestemmingsplan Buitengebied 2013
GEVAAR
CATEGORIE
GELUID
10
30
10
30
2
consumentenartikelen
10
10
30
10
30
2
Grth in overige intermediaire goederen
10
10
30
10
30
2
0
0
30
0
30
2
0
0
10
10
10
1
Post- en koeriersdiensten
0
0
30
C
0
30
2
Telecommunicatiebedrijven
0
0
10
C
0
10
1
0
0
10
0
10
1
10
0
30
10
30
2
10
10
30
10
30
0
0
10
0
10
1
30
10
30
30
30
2
0
0
10
0
10
1
dienstverlening: kantoren
0
0
10
Foto- en filmontwikkelcentrales
10
0
30
0
0
10
4638,
Grth in overige voedings- en
5139
4639
genotmiddelen
464,
Grth in overige
46733 4676
5156
AFSTAND
STOF
10
5138,
514
AFSTANDEN IN METERS GROOTSTE
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI2008 nummer
SBI1993
Overige grth (bedrijfsmeubels, 519
emballage, vakbenodigdheden e.d.
466, 469
DETAILHANDEL EN REPARATIE 52
47
527
952
64
53
641
531, 532
642
61
-
T.B.V. PARTICULIEREN Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
-
A
POST EN TELECOMMUNICATIE
Verhuur van en handel in 70
41, 68
A
onroerend goed VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN,
71
77
711
7711
-
MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor roerende
714 72
772
goederen n.e.g.
62
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE
-
D
2
Computerservice- en 72
62
A
informatietechnologie-bureau's e.d.
73
72
-
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK
731
721
Natuurwetenschappelijk speuren ontwikkelingswerk
R
Maatschappij- en 732
geesteswetenschappelijk onderzoek
722 63, 69tm71, 73, 74,
OVERIGE ZAKELIJKE
77, 78, 74
80tm82
-
DIENSTVERLENING
63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 74
80tm82
Overige zakelijke A
7481.3 74203
C
0
10
10
30
D
1 2
0
10
1
Veilingen voor huisraad, kunst 7484.4 82992
e.d.
37, 38, 90
39
-
MILIEUDIENSTVERLENING
232.00.01.39.00 - Bestemmingsplan Buitengebied 2013
133
30
30
R
30
2
Chemische wasserijen en ververijen
30
0
30
30
R
30
2
Wasverzendinrichtingen
0
0
30
0
30
2
Afvalverwerkingsbedrijven:
9002.2 382
A7
- verwerking fotochemisch en galvano-afval
93
-
OVERIGE DIENSTVERLENING
9301.3 96013
134
A
CATEGORIE
10
A0
9301.2 96012
AFSTAND
GEVAAR
10
9002.2 382
96
GROOTSTE
GELUID
-
AFSTANDEN IN METERS
STOF
-
OMSCHRIJVING
GEUR
SBI2008 nummer
SBI1993
232.00.01.39.00 - Bestemmingsplan Buitengebied 2013