Bijlage 1b - ROB Westerbuorren tussen 38 en 54 Boornbergum bijlagen
Tekst van het document
RaXiUYdK9DuR (11 november 2024)
Links Rechts NOₓ 12,4 kg/j Type scherm - - NO₂ 1,6 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,6 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
50,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 8,0 kg/j Type scherm - - NO₂ 1,0 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,4 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
In file
50,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
2,5 kg/j 0,4 kg/j
Koude starts
25,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal NOₓ NH₃
2,5 kg/j 0,4 kg/j
Koude starts
25,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
6/7
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.0.1_20241009_75e59949f9 Database versie 2024_75e59949f9_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RaXiUYdK9DuR (11 november 2024)
7/7
18-12-2023 Verslag van de bezoeken aan de omwonenden aan de Westerbuorren die naast of tegenover de 2 percelen weiland wonen waar de planontwikkeling is gepland.
Naaste buren: Westerbuorren nr. 38. Geven aan het jammer te vinden dat hun uitzicht naar het westen over het weiland wordt beperkt, maar zijn blij met de groenstrook naast de sloot aangrenzend aan hun grond die zo een bu er vormt tussen hun huis en de eerste kavel. Ook zijn ze blij dat de ontsluitingsweg nu aan de westkant van het plan is geprojecteerd.
Westerbuorren nr. 54. Huurt sinds kort deze woning met stal en weiland, en is op de hoogte van de plannen op de naastgelegen percelen. Ze heeft aangegeven daar geen bezwaar tegen te hebben.
Buren aan de overkant: Westerbuorren nr. 33. Vinden het jammer dat het uitzicht over de weilanden gedeeltelijk komt te vervallen maar zijn blij met de groenstrook naast de sloot zodat er een doorkijk ontstaat.
Westerbuorren nr. 35. Woont daar al heel lang in het prachtige monumentale woudhuisje. Ze zal haar uitzicht ook gedeeltelijk gaan missen waar ze erg genoot van de wisselende jaargetijden en de paarden, hazen en reeën. Ze vindt het mooi dat het toegangspad wordt verplaats naar de westkant en dat de sloten met de boomwallen blijven bestaan.
Westerbuorren nr. 39. Heeft geen bezwaar tegen het plan en is blij dat het gewijzigd is van 5 naar 4 kavels. Ook is hij blij met de wijziging van de toegangsweg. Zijn grote wens is dat er ruimte in de bouwplannen wordt gegeven om variatie in de afstand tot de weg te kunnen realiseren.
Westerbuorren nr. 41. Zij vindt dat dit een prachtige locatie is voor nieuwbouw en begrijpt dat je dit niet moet tegenhouden. Ze maakt zich wel zorgen over het pad. Ze zou wel veel last van de lichten van het
verkeer kunnen krijgen als dit in de toekomst een ontsluitingsweg van een nieuwe woonwijk zou worden.
Westerbuorren nr. 45. Ze blij met de toegangsweg scheef tegenover hun, waardoor de doorkijk naar de weilanden in stand blijft en geven aan geen bezwaar te hebben tegen het plan.
Daarnaast zijn de plannen ook besproken met de bewoners van de Westerbuorren nr. 31 en nr. 56.
Algemeen: De omwonenden wisten dat er in het verleden ook plannen voor dit gebied zijn geweest zodat men zich niet overvallen voelde met deze nieuwe ontwikkeling. Je zou kunnen zeggen dat iedereen het jammer vindt dat het uitzicht op de weilanden wordt beperkt maar dat er veel begrip is voor het gepresenteerd nieuwe plan van 4 i.p.v. 5 woningen, en het behoud van de sloten met boomwallen en de ontsluitingsweg aan de westkant. Een algemene wens is dat er speelser moet worden omgegaan met de afstand van de huizen t.o.v. de weg zodat er meer diversiteit gaat komen, helemaal in stijl met de bestaande bebouwing. De rooilijn zou niet bindend moeten zijn want dan ontstaat er echt een beeld van een blokje nieuwbouwwoningen tussen een oude, bestaande en gevarieerde lintbebouwing.
08-04-2024 Aanvulling op het participatieverslag. Hieronder zijn de opmerkingen van enkele omwonenden op het eerste participatieverslag van 1812-2023 één op één opgenomen.
Aanvulling: Boornbergum, 30-3-2024 Reactie en aanvulling op participatieverslag van nr. 38 Het verslag suggereert dat we blij zijn geworden van de aanpassingen op de eerste impressie zoals de groenstrook, ontsluitingsweg en bouwvlak van de eerste woning naast nr. 38. Natuurlijk is deze tweede versie minder belastend voor onze omgeving maar ons uitzicht, vrijheid en natuurbeleving worden ons voor altijd ontnomen door deze geplande bebouwing. Tevens hebben wij nog aangegeven dat het eerste bouwvlak van het huis en eventuele bijgebouwen naast nr. 38, conform de laatste situatieschets vastgelegd zou moeten worden in het omgevingsplan/bestemmingsplan. Dit om te voorkomen dat er bij een toekomstige bouwvergunningsaanvraag discussie ontstaat over de minimale afstand tot onze erfgrens.
Naar aanleiding van de brief van de gemeente hierbij een reactie op het participatieverslag. Helaas verdwijnt mijn uitzicht bijna helemaal. Dat ik veel begrip heb voor de bouwplannen is niet het juiste beeld. Het worden vooral grote huizen waar kapitaalkrachtige mensen komen te wonen in een overwegend oude buurt. Met vriendelijke groet, Westerbuorren 35 Boornbergum Mail verzonden door buurman
d.d. 30 maart 2024 Naar aanleiding van de ongedateerde brief welke wij begin maart 2024 hebben ontvangen willen we hierbij kort reageren. In de brief staat een verslag met een algemeen deel en een specifiek deel van ons met betrekking tot de huidige participatie in relatie tot de bouwplannen aan de Westerbuorren te Boornbergum. 1. Algemeen deel: In het verleden waren er wel bouwplannen maar de gemeente heeft gekozen voor de uitbreidingsplannen rond Nijewei/De Trisken. De plannen op het gebied Middelgeast aan de Westerbuorren zijn door de gemeente destijds geschrapt. Met de aankondiging van een vijftal grote woningen vlak aan de weg en voor ons huis waren wij “wel” overvallen. Dat de plannen later iets zijn aangepast heeft wel iets minder impact maar hebben nog een behoorlijk effect. De tekstpassage “blokje nieuwbouw” suggereert een kleine impact, maar 4 grote woningen geeft wel een bepalend beeld in het open weiland. 2. Specifiek deel WB 33: Het woord “jammer” is wel heel zacht uitgedrukt. Wij verliezen ons uitzicht en dat krijgen we nooit terug. Dat vinden we heel erg en wij zijn er niet blij mee. Met vriendelijke groet, Westerbuorren 33 Boornbergum
dd:03-04-2024 In het door naar ons verstuurde participatie verslag, missen we dat wij hebben aan gegeven dat i.v.m. ons toekomstige uitzicht, het bouwvlak van het eerste huis, zover mogelijk naar het westen moet. Ook moeten eventuele bijgebouwen, en boswallen, dit uitzicht niet gaan verstoren. Wij blijven gewoon tegenstanders van deze bebouwing. Vriendelijke groet, Westerbuorren 31
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl
april ’23
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
Projectnummer:
23-M10710
Opdrachtgever:
Baarsma Beheer
Datum:
25-04-2023
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
datum
25 april 2023
projectnummer
23-M10710
in opdracht van
Baarsma Beheer B.V. De Middelgeast 12 9212 PA
uitgevoerd door
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V..
april ’23
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12
3.1 Uitvoering van het veldonderzoek ............................................................................................. 13 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ............................................................................................ 14 4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 16 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 16
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 17
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 18
4.3.1
Grond en grondwater ......................................................................................................... 18
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 21
6
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 25
7
COLOFON ...................................................................................................................................... 26
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
april ’23
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van Baarsma Beheer B.V. is in maart/april 2023 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op de locatie aan de Westerbuorren tussen de nrs. 38-54 te Boornbergum (gemeente Smallingerland). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt geplande nieuwbouw op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
april ’23
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
april ’23
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek
Eigendomssituatie
B 0
C
D
✓
✓
✓
✓
Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
F
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
G
A 0
✓ ✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
april ’23
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van geplande herbouw op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Smallingerland (via email d.d. 24-03-2023); • informatie van Bodemloket.nl; • informatie van de bodematlas van de Provincie Friesland; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onbebouwde deel plangebied) Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
april ’23
Westerbuorren Boornbergum Smallingerland Zie bijlage 1 X = 198,811 Y= 566,357 Gemeente Boornbergum sectie F nrs. 2017 (ged.) en 2111 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 6.880 m2 De onderzoekslocatie betreft een deel van het kadastrale perceel gemeente Boornbergum sectie F nr. 2111 (ged.) en nr. 2017 (ged.) gelegen aan de Westerbuorren tussen nr. 38 en 54. De onderzoekslocatie betreft een deel van een weiland. De onderzoekslocatie is onbebouwd en onverhard. Tussen en om de percelen F nrs. 2017 en 2111 loop een sloot. Ook rondom de onderzoekslocatie lopen sloten. De slootbodem/waterbodem en de het slib in de sloten/greppels is in dit onderzoek niet onderzocht. De opdrachtgever is voornemens om op de onderzoekslocatie vijf nieuwe woningen te bouwen. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Op de onderzoekslocatie is onbebouwd. De onderzoekslocatie is onverhard. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “lage trefkans”. De nieuwbouw van vijf woningen.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Op basis van de topografische kaarten vanaf ca. 1850 tot heden is op de onderzoekslocatie niet eerder bebouwing te herkennen.
Geen.
De onderzoekslocatie betreft een deel van een weiland.
Geen.
Toekomstig
De opdrachtgever is voornemens om op de onderzoekslocatie vijf nieuwe woningen te bouwen. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten van voor 1850 is in basis van de omgeving van de locatie reeds enige bebouwing te topografische herkennen. kaarten, Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid / Topotijdreis) gewijzigd. Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich woningen in landelijk gebied. Zuidzijde: de Westerbuorren Westzijde: naastgelegen woning Noordzijde: weiland Oostzijde: naastgelegen woning
april ’23
Geen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De onderzoekslocatie betreft een deel van het kadastrale perceel gemeente Boornbergum sectie F nr. 2111 (ged.) en nr. 2017 (ged.) gelegen aan de Westerbuorren tussen nr. 38 en 54. De onderzoekslocatie betreft een deel van een weiland. De onderzoekslocatie is onbebouwd en onverhard. Tussen en om de percelen F nrs. 2017 en 2111 loop een sloot. Ook rondom de onderzoekslocatie lopen sloten. De slootbodem/waterbodem en de het slib in de sloten/greppels is in dit onderzoek niet onderzocht. De opdrachtgever is voornemens om op de onderzoekslocatie vijf nieuwe woningen te bouwen. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Voor zover na te gaan is de onderzoekslocatie in het verleden sinds 1850 niet bebouwd geweest.
Bouwvergunning
Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. De locatie is onbebouwd.
Milieuvergunning
Niet bekend
Handelsregister
De onderzoekslocatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie (binnen het te bebouwen deel). Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. De onderzoekslocatie is onbebouwd. De daken van de omliggende bebouwing zijn wel verdacht voor de aanwezigheid van asbest (zie figuur 1).
Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
figuur 1: asbestdakenkaart provincie Friesland Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. april ’23
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
vervolg tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Ophogingen/dempingen/stortingen
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
Calamiteiten
Verdachte activiteiten < 25 m
Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel. Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht.
De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich enkele woningen en agrarische percelen. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
april ’23
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
Omgeving <25 m
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
april ’23
►Niet bekend
► Wegbermen gemeente Smallingerland
► Niet bekend.
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. -1-/+1 m NAP.
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Boornbergum, perceel sectie F nr. 2111 en nr. 2017 Niet nagegaan.
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
april ’23
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie in het verleden voor zover na te gaan niet eerder bebouwd is geweest. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 6.880 m2)
mogelijke verontreiniging grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
april ’23
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001)
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. R.F. Dob (in opleiding)
23-03-2023
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) locatie-inspectie
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
03-04-2023
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering geen bijzonderheden
23-03-2023
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
12
ca.0.5
4 t/m 16
3
ca.2.0
2 t/m 4
1
ca.2.5
1
Onderzoekslocatie (ca. 6.880 m2) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich een blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
april ’23
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2 Resultaten van het veldonderzoek bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-2.5
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand zand
zwak siltig, zwak humeus zwak siltig
bruin geel/beige
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1
1.5-2.5
0.78
5
6.3
EGV geleidingsvermogen µS/cm 270
troebelheid (NTU) 25
In het genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt, zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waardes voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen.
april ’23
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
april ’23
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 13 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonster, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 13: analyseschema Monstercode grond
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
MM1
1+4+5+11 t/m 16
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM2
2+3+6 t/m 10
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM3
1+4
1.0-2.0
NEN-grond(*)+AS3000
MM4
2+3
0.5-2.0
NEN-grond(*)+AS3000
1
1.5-2.5#
grondwater 1 (peilbuis)
-
NEN-grondwater(**) +AS3000
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan # = op het certifcaat is een onjuist filtertraject aangeven
april ’23
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0.5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
april ’23
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na de tabellen worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. 4.3.1
Grond en grondwater
In de tabellen 14 en 15 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M10710-Westerbuorren tussen 35-54, Boornbergum
Certificaat
13841056
Toetsing
12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 25-04-2023 - 15:06
Parameters
Toetsing
13841056-001
13841056-002
13841056-003
13841056-004
MM1MM1, 01: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 12: 0-50, 11: 0-50, 13:MM2MM2, 0-50, 14:02: 0-50, 0-50, 15:03: 0-50, 0-40, 16:06: 0-500-50, 08: 0-50, 09: 0-40, 10:MM3MM3, 0-50, 07:01: 0-40 100-150, 01: 150-200, 04: 100-150, 04: 150-200 MM4MM4, 02: 50-100, 02: 100-150, 02: 150-200, 03: 50-100, 03: 100-150, 03: 150-200
Analyse
Eenheid
AW
T
I
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Voldoet aan Achtergrondwaarde
SR
monster voorbehandeling
Ja
droge stof
BT
BC
BI
SR
BT
BC
BI
Ja
SR
BT
Grond (AS3000)
BC
Voldoet aan Achtergrondwaarde BI
Ja
SR
BT
%
86.7
gew icht artefacten g
<1
aard van de artefacten -
Geen
organische stof%(gloeiverlies)
2.7
2.7
3.7
3.7
0.7
0.7
0.4
0.4
2.3
2.3
<2
<2
<2
<2
<2
<2
86.7
81.5
81.5
80.6
<1
80.6
79.7
<1
Geen
BC
BI
Ja 79.7
<1
Geen
Geen
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
METALEN +
barium
mg/kg
920
<20
52.3
--
<20
54.2
--
<20
54.2
--
<20
54.2
--
cadmium
mg/kg
0.6
6.8
13
<0.2
0.232
<=AW
0
<0.2
0.224
<=AW
0
<0.2
0.241
<=AW
0
<0.2
0.241
<=AW
0
kobalt
mg/kg
15
102
190
<1.5
3.57
<=AW
0
<1.5
3.69
<=AW
0
<1.5
3.69
<=AW
0
<1.5
3.69
<=AW
0
koper
mg/kg
40
115
190
7.3
14.6
<=AW
0
5.3
10.4
<=AW
0
<5
7.24
<=AW
0
<5
7.24
<=AW
0
kw ik°
mg/kg
0.15
18
36
0.05
0.0711
<=AW
0
0.06
0.085
<=AW
0
<0.05
0.0503
<=AW
0
<0.05
0.0503
<=AW
0
lood
mg/kg
50
290
530
18
27.8
<=AW
0
23
35.1
<=AW
0
<10
11
<=AW
0
<10
11
<=AW
0
molybdeen
mg/kg
1.5
96
190
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
nikkel
mg/kg
35
68
100
<3
5.98
<=AW
0
<3
6.12
<=AW
0
<3
6.12
<=AW
0
<3
6.12
<=AW
0
zink
mg/kg
140
430
720
<20
32.2
<=AW
0
<20
31.8
<=AW
0
<20
33.2
<=AW
0
<20
33.2
<=AW
0
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen
mg/kg
<0.01
0.007
<0.01
0.007
<0.01
0.007
<0.01
0.007
21
40
0.131
0.131
<=AW
0
0.184
0.184
<=AW
0
0.07
0.07
<=AW
0
0.07
0.07
<=AW
0
20
510
1000
4.9
18.1
<=AW
-
4.9
13.2
<=AW
-
4.9
24.5
<=AW
-
4.9
24.5
<=AW
-
190
2595
5000
<20
51.9
<=AW
0
<20
37.8
<=AW
0
<20
70
<=AW
0
<20
70
<=AW
0
pak-totaal (10 van mg/kg VROM) (0.71.5 factor)
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 ug/kg factor)
MINERALE OLIE totaal olie C10 -mg/kg C40
Ve rk laring k olom m e n SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
AW
Achtergrondwaarde (door SGS b eheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS b eheerd)
BI
SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
WO
Wonen
IN
Industrie
>I
Groter dan interventiewaarde
>IND
Groter dan industrie
Kle ur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
>= Achtergrond waarde
april ’23
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
tabel 15: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M 10710-We s te rbuorre n tus s e n 38-54 Boornbe rgum
Certif icaat
13845886
Toetsing
13-Be oorde ling k w alite it van grondw ate r volge ns Wbb
Toetsversie
Toe ts ve rs ie 2.0.0, toe ts k ade r WBB, SIKB ve rs ie 13.3.0, toe ts ings datum : 25-04-2023 - 15:08
Parameters
Toetsing
13845886-001 Pb1Pb1, 01-1: 0-1 Grondw ater (AS3000) Voldoe t aan Stre e fw aarde
Analys e
Ee nhe id
S
T
I
SR
BT
BC
BI
barium
ug/l
50
338
625
<20
14
<=S
-
cadmium
ug/l
0.4
3.2
6
<0.2
0.14
<=S
-
kobalt
ug/l
20
60
100
<2
1.4
<=S
-
koper
ug/l
15
45
75
6.2
6.2
<=S
-
kw ik
ug/l
0.05
0.18
0.3
<0.05
0.035
<=S
-
lood
ug/l
15
45
75
<2
1.4
<=S
-
molybdeen
ug/l
5
152
300
<2
1.4
<=S
-
nikkel
ug/l
15
45
75
<3
2.1
<=S
-
zink
ug/l
65
432
800
<10
7
<=S
-
M ETALEN
VLUCHTIGE AROM ATEN benzeen
ug/l
0.2
15
30
<0.2
0.14
<=S
-
tolueen
ug/l
7
504
1000
<0.2
0.14
<=S
-
ethylbenzeen ug/l
4
77
150
<0.2
0.14
<=S
-
xylenen (0.7 f actor) ug/l
0.2
35
70
0.21
0.21
<=S
-
styreen
ug/l
6
153
300
<0.2
0.14
<=S
-
naf taleen
ug/l
0.01
35
70
<0.02
0.014
<=S
-
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan ug/l
7
454
900
<0.2
0.14
<=S
-
1,2-dichloorethaan ug/l
7
204
400
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichlooretheen ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
trans-1,2-dichlooretheen ug/l som (cis,trans)ug/l 1,2- dichloorethenen 0.01 (0.7 f actor) 10
20
0.14
0.14
<=S
-
dichloormethaan ug/l
1000
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
1,2-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
1,3-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
0.01
500
som dichloorpropanen ug/l (0.7 f actor) 0.8
40
80
0.42
0.42
<=S
-
tetrachlooretheen ug/l
0.01
20
40
<0.1
0.07
<=S
-
tetrachloormethaan ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,1-trichloorethaan ug/l
0.01
150
300
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,2-trichloorethaan ug/l
0.01
65
130
<0.1
0.07
<=S
-
trichlooretheenug/l
24
262
500
<0.2
0.14
<=S
-
chlorof orm
ug/l
6
203
400
<0.2
0.14
<=S
-
vinylchloride
ug/l
0.01
2.5
5
<0.2
0.14
<=S
-
630
<0.2
0.14
---
600
<50
35
<=S
tribroommethaan ug/l
M INERALE OLIE totaal olie C10 -ug/l C40
50
325
-
Ve rk laring k olom m e n SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
AW
Achtergrondwaarde (door SGS b eheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS b eheerd)
BI
SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
WO
Wonen
IN
Industrie
>I
Groter dan interventiewaarde
>IND
Groter dan industrie
Kle ur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
>= Achtergrond waarde
april ’23
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
interpretatie onderzoeksresultaten grond en grondwater In tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 16: samenvatting toetsresultaten Mengmonster grond
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
-
-
Achtergrondwaarde*
0.0-0.5 -
-
-
Achtergrondwaarde*
1.0-2.0 -
-
-
Achtergrondwaarde*
0.5-2.0 -
-
-
Achtergrondwaarde*
1.5-2.5 -
-
-
n.v.t.
Boringen
Diepte Zintuiglijk >AW 0.0-0.5 -
MM3
1+4+5+ 11 t/m 16 2+3+ 6 t/m 10 1+4
MM4
2+3
Pb1
1
>AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
MM1 MM2
>T
grondwater -
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonsters MM3 en MM4 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 1 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen. Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde. april ’23
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen / bijmengingen of asbestverdachte materialen waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 17. tabel 17: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster grond
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
-
-
Achtergrondwaarde*
0.0-0.5 -
-
-
Achtergrondwaarde*
1.0-2.0 -
-
-
Achtergrondwaarde*
2+3
0.5-2.0 -
-
-
Achtergrondwaarde*
Pb1
1
1.5-2.5 -
-
-
n.v.t.
>AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
Boringen
Diepte Zintuiglijk >AW 0.0-0.5 -
MM3
1+4+5+ 11 t/m 16 2+3+ 6 t/m 10 1+4
MM4
MM1 MM2
>T
grondwater -
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonsters MM3 en MM4 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 1 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde.
april ’23
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. In tabel 18 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 18: toetsing hypothese Locatie
Hypothese
Correct?
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?
Nader onderzoek?
Westerbuorren tussen 38 en 54 percelen F 2111 en F 2017 te Boornbergum
onverdacht
ja, er zijn geen verhoogde gehalten aangetoond
nee, onderzoeksinspanning voldoende
nee, er zijn geen matig tot sterk verhoogde gehalten in de bodem gemeten.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn in de onderzochte grond- en grondwatermonsters geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de toetsingswaarden aangetoond. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.
Afwijkingen t.o.v. normen en protocollen Er hebben bij de uitvoering van werkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen 2001, 2002 en/of overige geldende analysemethoden.
april ’23
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Westerbuorren tussen nrs. 38-54 te Boornbergum
Aanbevelingen 1●) Door het plangebied loopt een bestaande sloot. Ook rondom de onderzoekslocatie lopen sloten. De slootbodems (waterbodem) en sliblagen t.p.v. de sloten vallen buiten de scope van dit verkennend bodemonderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd. In het kader van dit onderzoek is geen waterbodemonderzoek volgens NEN-5720 en protocol 2003 uitgevoerd. Geadviseerd wordt om met het bevoegd af te stemmen of waterbodemonderzoek t.p.v. de sloten (bv. voordat deze worden gedempt) al dan niet noodzakelijk is. 2●) Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit.
Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a. partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”.
Wanneer grond binnen het plangebied wordt ontgraven dient voorkomen te worden dat grond met een verschillende/afwijkende milieuhygiënische kwaliteit met elkaar wordt vermengd. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
april ’23