CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1b Begroting 2023-2026 inclusief erratum

Het Besluit 1 november 2022, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Begroting 2023-202638.865 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Ook worden investeringen in maatschappelijk nut geactiveerd die niet verkoopbaar zijn, zodat de reserves niet een liquiditeitswaarde weergeven. De vraag of de gemeente de schuld met zijn inkomen kan betalen, is daarom belangrijker. Op dit moment lukt dit nog wel, mocht de marktrente blijven stijgen dan kan dit in de toekomst mogelijk tot problemen leiden. Bouwgrondexploitaties De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Bij een negatief percentage is er sprake van hogere geprognotiseerde opbrengsten dan kosten. Het risico op de grondexploitaties lijkt daarmee verwaarloosbaar. 65

Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. In de jaren 2023-2025 zien we een positief cijfer. In 2026 is het saldo 0%. Dat betekent dat er op dit moment geen structurele begrotingsruimte is. Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. In 2022 zit de gemeente Smallingerland net boven het landelijk gemiddelde, gemeten voor meerpersoonshuishoudens met een woning. Wat de ontwikkelingen van andere gemeenten in de komende jaren zal zijn is nog onbekend. We verwachten dat we rond het landelijk gemiddelde zullen blijven uitkomen.

66

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In de openbare ruimte bedoelen wij met kapitaalgoederen: de wegen, wandel- en fietspaden, groen, bomen, speelvoorzieningen, riolering, water, straatmeubilair, verlichting, bruggen, enz. Kortom alles wat we in de openbare ruimte zien.

De kwaliteit van de kapitaalgoederen is van directe invloed op onze inwoners. Een mooie, schone, groene en veilige openbare ruimte zorgt voor leefbaarheid, beleving, het aanzien en de uitstraling van onze gemeente. Het in stand houden van de kapitaalgoederen verdelen wij onder in de volgende onderdelen: - onderhoud (het op niveau houden voor dagelijks gebruik) - beheer (het op niveau houden zodat de te verwachten levensduur wordt gehaald) - vervanging (na einde levensduur) Maar er zijn ook een aantal risico's. Die staan ook in deze paragraaf. Beleid en kaders De raad heeft in 2022 de kadernotitie ‘Beheer kapitaalgoederen’ vastgesteld met bijbehorend kwaliteitsniveau en financiële paragraaf. Om een zo laag mogelijke claim te doen op de financiële middelen is bij het beheer het niveau ‘sober en doelmatig’ het uitgangspunt. Voor de prachtige en kleurrijke vaste planten op rotondes en in plantbakken in het centrum van Drachten is een uitzondering gemaakt, omdat we vinden dat dit de visitekaartjes van onze gemeente zijn. In het algemeen geldt dat alle in de gemeente aanwezige voorzieningen duurzaam in stand worden gehouden op basis van sober en doelmatig, tenzij in de desbetreffende hoofdstukken anders wordt aangegeven.

Sober en doelmatig betekent dat de voorzieningen voldoen aan de minimale eisen van veiligheid, functionaliteit en op een zodanige wijze worden onderhouden zodat er geen kapitaalvernietiging optreedt. Kapitaalvernietiging treedt op, als door bijvoorbeeld slecht onderhoud een voorziening voortijdig moet worden vervangen. Hierdoor zullen de totale kosten hoger worden en kan de veiligheid niet meer worden gegarandeerd en is de gemeente aansprakelijk voor letsel en schade bij ongelukken door bijvoorbeeld te hoog liggende trottoirstegels, dode takken in bomen of verrotte steigerplanken. Een duurzame instandhouding is een wettelijk verplichting vanuit het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten).

67

Beheer/beleidsplan

Kapitaalgoed

Vastgesteld door de raad

Actualisatie

Vertaald in begroting

Achterstallig onderhoud

Kadernotitie "Beheer Kapitaalgoederen" Wegen Riolering Water Groen Gebouwen Civiele Kunstwerken

2022 2022 2022 2022 2022 2022

2026 2026 2026 2026 2026 2026

nee nee nee nee nee nee

Openbare verlichting Speelvoorzieningen

2022 2022

2026 2026

ja ja ja ja ja Niet volledig* ja ja

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Riolering Water

2021 2021

2026 2026

ja ja

nee nee

Beleidsplan Openbare Verlichting Openbare verlichting

2020

2025

ja

nee

nee nee

*De kosten voor grootonderhoud en vervanging van de kades van Industriehaven zijn niet opgenomen in de huidige begroting. De gemeentelijke kapitaalgoederen worden beheerd volgens het principe van asset-management: "Wat is de beste oplossing op deze plek?". Waarbij prestaties, risico's en kosten in balans zijn en de openbare ruimte op de meest duurzame wijze onderhouden en instant gehouden wordt. Repareren indexatie onderhoudsbudgetten Normaal worden de budgetten in de begroting jaarlijks aangepast aan de inflatie en aan de caoontwikkelingen. In het kader van de herschikkingen 2020-2023 is besloten om de indexering voor onderhoudsbudgetten voor een periode van 4 jaar niet toe te passen. De uitvoeringsbudgetten voor onderhoud van kapitaalgoederen werden door dit raadsbesluit uit 2019 niet jaarlijks geïndexeerd. In de nieuwe notitie "Beheer kapitaalgoederen 2023-2026" en daarmee ook de genoemde bedragen in deze begroting zijn zo goed als mogelijk ingeschat op prijspeil 1-1-2023, gebaseerd op een normale gemiddeld prijsstijging voor de rest van 2022. Als de prijsstijgingen meer dan gemiddeld doorstijgen zal een reparatie nodig zijn. Dit wordt bestempeld als een risico.

Uitvoering beheer en vervanging gemeentelijke kapitaalgoederen Bij vaststelling van de nieuwe notitie "Beheer kapitaalgoederen 2023-2026" wordt het onderhoud, beheer en vervanging volgens dit beleidskader en bijbehorende budgetten in 2023 uitgevoerd. Vertraging en uitstel van projecten Naast de flinke prijsstijgingen is het überhaupt de vraag of alle projecten wel volgens planning kunnen worden uitgevoerd omdat steeds meer materialen niet beschikbaar zij of een langere leveringstermijn hebben en dat er geen voldoende personeel beschikbaar is. Dit kan betekenen dat een deel van de uitvoering van investeringsprojecten langer doorlopen.

68

Risico's Kades industriehaven Drachten Mogelijk wordt de vaarweg naar Drachten geüpgraded. De huidige vaarklasse wordt dan verhoogd van IV naar Va. Dit vraagstuk staat al geruime tijd ter discussie. Wanneer het besluit van upgrading door de Provincie wordt genomen zal dat inhouden dat de vaarweg wordt verdiept. Hierdoor is het nodig dat alle kunstwerken geschikt moeten worden/zijn voor de nieuwe vaarklasse. Dat heeft tot gevolg dat de industriehaven van Drachten moet worden verdiept en nieuwe kades met langere damwanden moeten worden gezet. Inmiddels is duidelijk dat er op korte termijn geen nieuwe vaarweg wordt gerealiseerd. Dat wil niet zeggen dat er geen ontwikkelingen zijn op het Industrieterrein De Haven. De gemeente gaat in 2023 onderzoek doen naar de ontwikkeling van dit gebied en daarbij worden ook de huidige kades onderzocht. Er komt een advies over het onderhoud en vervanging (op termijn) van de kademuren. In de advisering over dit onderwerp is een onderzoeks-, advisering en voorbereidingsbudget van € 300.000 nodig. Grootschalig onderhoud Vanwege de voorgenoemde mogelijke upgrading is het grootonderhoud tot nu toe uitgesteld. Maar veel langer uitstel van dit grootonderhoud is niet mogelijk. Hierbij een overzicht van de kosten die nodig zijn voor groot onderhoud en vervangingen (rapport Meerjaren Onderhoudsplan kades Industriehaven Drachten, 2019.

Uitgevoerd door Royal Haskoning DHV,) Onderhoud kades industriehaven Drachten Betonreparatie Vervangen Gordingen Versterken Damwand Overige Totaal

€ 420.000 € 1.500.000 € 70.000 € 10.000 € 2.000.000

Opmerking: In de haven is bodemerosie langs kades een risico, deze wordt veroorzaakt door schroefbewegingen van vrachtschepen. De haven is recentelijk gebaggerd en gaten zijn gedicht, hierdoor is het risico eerst weggenomen. Jaarlijks wordt de bodemhoogte gemonitord, mochten er risicovolle gaten komen dan zal er herstel nodig zijn. Eventuele extra kosten zijn niet meegenomen. Brug in de wijk de Sanding Deze (fiets) brug is binnenkort aan grootonderhoud toe. Er ligt een notitie waarmee wordt uitgelegd wat de mogelijkheden zijn om de brug aan te passen aan de huidige normen. Wat de beste optie is moet nog bepaald worden en ter besluitvorming worden voorgelegd. Eventuele extra kosten zijn niet in deze notitie meegenomen. Tunnels Lekkage in de tunnels Nijtap en Kletsterlaan wordt momenteel onderzocht. Het is nog niet bekend wat de kosten zullen zijn. Oeverbeheer GS van de Provincie Fryslân hebben de opdracht gegeven om het oeverbeheer toe te wijzen langs vaarwegen in Friesland. Dit is nog niet afgerond. De kans is aanwezig dat we meer areaal krijgen. Een mogelijkheid is het instellen van een provinciaal breed oeverfonds. De hoogte hiervan en de gemeentelijke bijdrage is tot nu niet definitief uitgewerkt. In 2023/2024 zal hierover meer duidelijkheid komen.

69

Overeenkomst OSW (Overdracht Stedelijk Water) met Wetterskip Voor het onderhoud van watergangen krijgen we een vergoeding van het Wetterskip. Het Wetterskip wil de vijverregeling wijzigen. Welke gevolgen dit heeft is niet bekend op dit moment. Afspraken met Wetterskip over waterdiepte zijn ook nog niet afgerond(ook onderdeel van de overeenkomst OSW). Het risico is dat het toekomstige onderhoudsprofiel (de diepte waar op gebaggerd wordt) van het Wetterskip per 2026 niet overeenkomt met het huidige onderhoudsprofiel. Nu is er altijd gebaggerd tot de vaste bodem wat ook nodig is voor de doorstroming. Wanneer het Wetterskip zich houdt aan de waterdiepte dan is de vraag wie de kosten voor het dieper baggeren voor de doorstroming op zich neemt. Welke gevolgen dit heeft voor hekkelen is op dit moment ook niet bekend Onderhoud schouwwater is geen structureel beheer Het baggeren van schouwwater in het buitengebied hebben we niet in beheer. Wanneer zich problemen voordoen dan worden we hiervoor aangeschreven door het Wetterskip. Vooraf weten we niet wanneer en hoeveel. In het verleden waren de kosten ongeveer € 100.000 / per 4 jaar. Als dit aan de orde is zullen deze kosten worden meegenomen in de desbetreffende Bestuursrapportages. Baggerslib meer vervuild Voor stortkosten is een gemiddelde gerekend (vervuild en schone bagger).

De bagger van de laatst gebaggerde wateren en vaarwegen was tot nu voor een groot deel erg vervuild waardoor de afvoerkosten aanmerkelijk hoger zijn. Tot nu toe hebben we de gemiddelden nog niet aangepast naar deze vervuilingsgraad omdat dit op dit moment niet goed te bepalen is. Aandachtspunten DeltaPlan Ruimtelijke Adaptatie; meer ruimte voor water en groen Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Het deltaplan versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de beperking van gevolgen bij overstromingen, door maatregelen in de ruimtelijke inrichting. Het doel is om in 2050 Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te hebben ingericht. Dit betekent dat we bij het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte nu al rekening moeten houden met deze gestelde eisen. Bij kapitaalgoederen beheer zal dit een rol gaan spelen bij de vervanging en grootonderhoud van het riool en wegen in combinatie met openbaar groen. Dat zal leiden tot een ander inrichting van de openbare ruimte waarbij naast de budgetten voor vervanging aanvullende budgetten voor herinrichting nodig zijn. Energie transitie Nederland ondergaat een energie transitie. Deze transitie zal ook een ruimtebeslag geven in de openbare ruimte.

Ook dit is daarmee een onderwerp dat mee moet worden genomen in het beheer en vervanging van de openbare ruimte. Een integrale wijkgerichte aanpak is daarbij logisch. Dat zal leiden tot een ander inrichting van de openbare ruimte waarbij naast de budgetten voor vervanging aanvullende budgetten voor herinrichting nodig zijn. Overdracht Vaarweg naar Oudega De vaarweg naar Oudega wordt in beheer overgedragen naar de Provincie. De kosten hiervoor zijn onderdeel van het project Oudega aan het water en niet opgenomen in deze begroting. Overdracht Vaarweg Polderhoofdkanaal De vaarweg Polderhoofdkanaal wordt in beheer overgedragen naar de Provincie / Wetterskip. De kosten hiervoor zijn niet opgenomen in deze begroting. Afhankelijk van afspraken over baggerdiepte kunnen de kosten worden berekend. Hiervoor is nog geen overeenkomst.

Exoten De provincie Fryslân werkt momenteel aan het opstellen van exotenbeleid. De verwachting is dat eind 2022 dit beleid in Provinciale Staten van Fryslân wordt besproken. Zodra het beleid voor invasieve exoten in Fryslân door Provinciale Staten is vastgesteld weten wij meer wat dit kan betekenen (o.a. financiële gevolgen) voor de gemeente Smallingerland. Wij zullen de gevolgen uitwerken en de keuzes voordragen aan het college. Dit betekent overigens niet dat de gemeente momenteel geen invasieve exoten bestrijdt/beheerst. Momenteel bestrijden/beheersen wij invasieve exoten in het kader van het gemeentelijk waterbeheer. Daarnaast worden invasieve exoten op kleine schaal bestrijdt/beheerst in het openbare groen. De totale bestrijding-/beheerskosten bedragen op dit moment ongeveer € 100.000. Deze kosten worden betaald vanuit de bestaande beheerbudgetten 70

voor de openbare ruimte. De verwachting is dat de huidige beheerbudgetten niet toereikend zijn om de gevolgen van het provinciale exotenbeleid uit te kunnen voeren. Drogere zomers Met uitzondering van zomer van 2021 zijn de laatste paar zomers erg droog. De verwachting is dat deze trend doorzet. Met name bomen kunnen daar last van krijgen, omdat het grondwater lager staat dan voorheen. In welke mate zich dat gaat voordoen is op dit moment nog steeds onzeker, met name voor de langere termijn. Het lijkt er wel op dat de natuur zich tot nu toe telkens weet te herstellen. Om te voorkomen dat nieuw aangeplante beplanting direct verdroogt, geven we meer water. De kosten voor het water geven nemen daardoor jaarlijks wel wat toe. Elektrakasten en Watertappunten Het areaal aan Elektrakasten en Watertappunten is een voorlopige tussenstand. Het kan zijn dat er nog meer objecten zijn die onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen. Dit geldt ook voor alle specifiek afspraken en doorberekening naar de gebruikers. Buurtbudget en uitbreiding speeltoestellen Vanuit buutbudget worden de laatste jaren steeds meer speeltoestellen geplaatst. Buurtbudget is een eenmalig budget. Er is geen budget voor extra onderhoud aan deze toestellen. Eens per 4 jaar wordt dit gecorrigeerd in deze notitie kapitaalgoederen beheer.

71

Paragraaf Financiering De wettelijke bepalingen over de financieringsfunctie zijn opgenomen in de wet FIDO (wet Financiering Decentrale Overheden) en de daaraan gelieerde uitvoeringsregelingen. In onze financiële verordening staan de kaders beschreven waarbinnen het college geldstromen, vermogenswaarden, posities en risico's kan en moet beheren. De commissie BBV heeft een afzonderlijke rentenotitie opgesteld waarin de uitgangspunten voor de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting opgenomen zijn. Renteontwikkeling Op grond van een herrekening voor de begroting hanteren we voor 2023 een interne rentevoet van afgerond 0,8%. Niet afgerond komt het rentepercentage uit op 0,76%. Op rekeningbasis mag de werkelijke rente maximaal 25% afwijken van de begroting. We verwachten met deze rentevoet binnen deze bandbreedte te blijven in het komende begrotingsjaar. Het saldo van de te betalen rente en de toegerekende rente wordt verantwoord op het taakveld treasury. In onderstaand overzicht is het renteresultaat toegelicht: a.

Externe rente over korte en lange financiering

b.

De externe rentebaten

1.678 0

Totaal door te rekenen externe rente c.

1.678

Doorberekende rente grondexploitaties

30

Rente 'projectfinanciering' (o.a. doorgeleende gelden aan woningbouwverenigingen)

-20 10

Saldo door te rekenen externe rente

1.688

d1.

Rente over eigen vermogen (reserves)

0

d2.

Rente over voorzieningen

0

Totaal toe te rekenen rente aan taakvelden + overhead e.

Werkelijk toegerekende rente aan taakvelden + overhead

f.

1.688

Renteresultaat op taakveld treasury (voordelig)

1.724 36

Renterisico In de Wet Financiering Decentrale Overheden staat vermeld dat gemeenten zich moeten houden aan de renterisiconorm. Het doel van de renterisiconorm is om ervoor te zorgen dat het renterisico bij herfinanciering beheerst wordt. De jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Dit laatste is voor de gemeente Smallingerland € 208,1 miljoen in 2023. De renterisiconorm voor 2023 is daardoor € 41,6 miljoen. We blijven met een aflossingsverplichting van € 19,6 miljoen in 2023 ruim onder deze norm. In de komende jaren zal externe financiering aangetrokken moeten worden voor herfinanciering van bestaande leningen en voor de geplande investeringen. De aflossing van leningen, doorgeleend aan de Woningbouwverenigingen, bedraagt voor 2023 € 0,8 miljoen. De restant boekwaarde van deze doorgeleende middelen bedraagt € 0,4 miljoen per 31 december 2023. De woningbouwverenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor de herfinanciering.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan tot welk bedrag een gemeente mag financieren met kort geld. Deze limiet bedraagt voor ons 8,5% van het begrotingstotaal. Dit komt voor 2023 neer op € 17,7 miljoen. Tot dit bedrag kunnen we 'rood' staan bij de Bank Nederlandse Gemeenten of kortlopende kasgeldleningen aantrekken. Komen we hierboven, dan kunnen we maximaal 3 aaneengesloten kwartalen het 72

meerdere financieren door extra kortlopende kasgeldleningen. Na deze periode moet de korte financiering worden omgezet in een financiering met een looptijd van meer dan een jaar. Financieringsbehoefte en schuldpositie Door de geplande investeringen in bijvoorbeeld nieuwbouw van het zwembad, onderwijshuisvesting, riolering en herfinanciering van afgeloste leningen zullen we de komende beleidsperiode extra financiering moeten aantrekken. Op basis van een meerjarige liquiditeitsprognose in combinatie met de actuele uitvoeringsplanningen voor de geplande investeringen, zoeken we een passende financieringsvorm en een passend financieringsmoment. Deze nieuwe financiering moet met de huidige ontwikkelingen op de geld en kapitaalmarkt met een stijgende rente, waarschijnlijk wel tegen hogere rentetarieven worden aangetrokken dan de afgelopen jaren. Hierdoor zal de rente die wij betalen op onze leningenportefeuille geleidelijk gaan toenemen de komende jaren. Wet Houdbaarheid Overheid Financiën (wet Hof) Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Hiervoor is de Wet Houdbare Overheid Financiën (wet HOF) ingevoerd.

Deze wet is bedoeld voor de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstotaal op rijksniveau en maakt de decentrale overheden hier medeverantwoordelijk voor. De EMU-systematiek gaat uit van het kasstelsel en werkt dus op een andere manier dan het baten- en lastenstelsel dat de gemeenten hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de kapitaallasten van de investeringen. Investeringen tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo, maar de kapitaallasten niet. Ondanks een sluitende begroting hebben wij daardoor toch een negatief EMU-saldo. Het EMU-saldo voor 2023 komt uit op negatief € 23,5 miljoen. Het betekent dat in EMU-termen de uitgaven groter zijn dan de inkomsten. Dit wordt veroorzaakt door de geplande investeringen. Ook in 2024 verwachten we een tekort als gevolg van de investeringen in onder meer het zwembad, sporthal de Drait, rioleringsprojecten en onderwijs. Het Rijk en decentrale overheden hebben in mei 2018 een macro EMU-norm van -0,4% van het bbp per jaar afgesproken voor de periode van 2019 tot en met 2022 in 2022 is besloten dit percentage ook in 2023 toe te passen. Het aandeel van de gemeenten hierin is -0,27%.

Om de afzonderlijke provincies en gemeenten tijdig een beeld te geven wat dit voor hen betekent heeft het Ministerie van BZK in lijn met de Wet Hof, individuele EMU-referentiewaarden gepubliceerd. De referentiewaarde voor de gemeente Smallingerland bedraagt -€ 8.007.000. In 2023 en 2024 overschrijden wij deze norm. Een individuele EMU-referentiewaarde betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. Het aandeel in het EMU-tekort betreft een inspanningsverplichting, er staat momenteel geen sanctie op een eventuele overschrijding van het toegestane EMU-tekort. bedragen x €1.000

Ontwikkeling EMU-saldo 2023

2024

2025

2026

Begrotingsresultaat voor mutaties reserves

1.324

2.935

8.946

-76

Afschrijvingen

8.190

10.154

12.845

11.645

Mutatie voorzieningen

0

0

0

0

-42.028

-28.026

-9.752

-8.755

1.060

242

-6

861

-31.454

-14.695

12.033

3.675

EMU-referentiewaarde

-8.000

-8.000

-8.000

-8.000

Overschrijding / onderschrijding

-23.454

-6.695

20.033

11.675

Investeringen Mutatie voorraden grondexploitatie EMU-saldo

Schatkistbankieren Het kabinet verplicht de gemeenten hun kasoverschotten, boven een drempelbedrag, onder te brengen bij de rijksoverheid. Door consolidatie van de onderlinge schuldverhoudingen tussen de rijksen decentrale overheden zou de EMU-schuld van de collectieve sector dalen. Gemeenten mogen hun overtollige financiën tot een bepaald bedrag buiten de schatkist van het Rijk aanhouden. In 2021 heeft het rijk de drempelbedragen aangepast om de administratieve lasten voor de decentrale overheden bij 73

het schatkistbankieren te beperken. Voor gemeenten met een begrotingstotaal kleiner of gelijk aan € 500 miljoen is het drempelbedrag 2,0% van het begrotingstotaal, met een drempelbedrag van minimaal € 1 miljoen. Voor onze gemeente is de drempel € 4,2 miljoen. De gemeente maakt via de BNG gebruik van het zogenaamde 'zero balancing' principe, dat betekent dat eventuele kasoverschotten automatisch worden afgeroomd naar de schatkist. Bij tekorten geldt dat deze automatisch ten laste van onze rekening bij de schatkist worden gebracht. Op deze manier voldoen wij altijd aan de voorschriften voor het schatkistbankieren.

74

Paragraaf Bedrijfsvoering Deze paragraaf geeft inzicht in de bedrijfsvoering van de gemeente Smallingerland. Algemene toelichting In Smallingerland staat de mens voorop. We handelen en denken bij de uitvoering van onze taken vanuit het perspectief van inwoners en ondernemers. Het college vindt het belangrijk dat de ambtelijke organisatie hier op een goede manier invulling aan kan geven. Dat betekent dat de gemeentelijke organisatie daarin een doorontwikkeling blijft doormaken en dat de bedrijfsvoering van de organisatie ondersteunend is in het waarmaken van de ambities. Tegelijkertijd staan deze ambities wel onder druk, we hebben te maken met verzuim, een krappe arbeidsmarkt en steeds meer taken worden bij gemeenten belegd. Wat willen we bereiken? Wij werken toe naar een gemeente waar mensen voorop staan. Onze medewerkers ‘maken’ de organisatie, zij spelen in op de verschillende vragen die leven en zij maken daarbij de juiste afwegingen vanuit hun deskundigheid en talent. We werken samen op basis van openheid, transparantie en inlevingsvermogen, zowel intern als extern. We gaan samen aan de slag en benutten daarbij alle mogelijkheden om bij te dragen. We zorgen voor duidelijke doelen die we met elkaar vastleggen en bewaken. Iedereen weet wat bijgedragen kan worden en toont daarbij eigenaarschap.

Hierdoor zijn we wendbaar, zetten we onze talenten en vakmanschap in daar waar nodig én zijn we effectief in het behalen van resultaat met de gewenste impact op de samenleving. Wat gaan we daar voor doen? Om door te ontwikkelen naar een gemeente waar mensen voorop staan, hebben we gedrevenheid nodig binnen de organisatie. Maar zeker ook autonomie, informatie en faciliteiten en is het belangrijk om te blijven investeren in de kwaliteit van onze medewerkers. Onze omgeving ontwikkelt zich en dit heeft effect op onze taken en rollen. De huidige informatiesamenleving, maar ook de steeds sterk wisselende opgaven, vragen om flexibiliteit. We zetten daarom breed in op de organisatieontwikkeling. We zorgen dat hoe wij onze omgeving benaderen én hoe wij onze processen inrichten op elkaar aansluiten. Het één staat niet los van het ander. Met het Uitvoeringsprogramma dat we in 2022 vaststellen en de daarin opgenomen keuzes en prioriteiten, wordt in 2023 uitgevoerd. Hierna wordt thematisch aangegeven welke stappen we daarin gaan zetten in 2023 om onze organisatie verder te ontwikkelen. Verbetering bedrijfsvoering We zetten al diverse stappen in het verbeteren van onze bedrijfsvoering, maar het is nog niet op het gewenste niveau.

We willen in 2023 verder inzetten op het helderder formuleren en meten van onze resultaten en daarbij expliciet aandacht geven aan rollen, taken en verantwoordelijkheden en zorgen dat we in samenhang werken aan onze opgaven. We pakken dat programmatisch aan in het programma 'Klaar voor de Toekomst'. We werken aan eigenaarschap, samenwerking, waarmaken en werken vanuit de bedoeling. Zo werken we aan effectievere sturing en beheersing en werken we rechtmatig en doelmatig en (indirect) met de gewenste impact voor onze inwoners en ondernemers in Smallingerland. Specifiek zetten we in op: -

-

-

-

75

Wurkwizer: We werken bij alles wat we doen vanuit persoonlijk, samen, doen. We weten van elkaar hoe we werken, hoe onze processen zijn ingeregeld en hoe we samenwerken. We kijken continu naar actualiteit van onze processen en werkwijzen en zetten actief in op het versterken van onderlinge samenwerking. P&C-cyclus: We hebben hierin al stappen gezet en zetten in op verdere doorontwikkeling. We zetten de bevoegdheden en verantwoordelijkheden goed neer, waarbij de systemen ondersteunend worden ingeregeld en budgetten makkelijk inzichtelijk en toegankelijk zijn. Zo werken we aan de verbetering van de financiële sturing en beheersing, zowel voor de raad als voor het college en het management in de organisatie. Rechtmatigheidsverantwoording: Over 2023 moet de gemeente zelf de verantwoording afleggen in de jaarrekening over de financiële rechtmatigheid van het gevoerde bestuur. De accountant beperkt zich dan tot een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening. Inkoopbeleid en inkooporganisatie: In 2022 is al deels uitvoering gegeven aan het verbeterplan dat is opgesteld om de rechtmatigheid van aanbestedingen en de inkooporganisatie te verbeteren.

Ook de komende jaren zetten we daar verder op in, door opleiding en training van (nieuwe) medewerkers, helder en actueel beleid en betere tussentijdse sturing en verantwoording, met als doel een professionele inkooporganisatie en een goedgekeurde rechtmatigheidsverklaring over 2023.

-

-

-

-

Informatievoorziening en IT systemen. Applicaties en IT systemen kunnen effectief bijdragen aan het verbeteren van de bedrijfsvoering. Door de behoeften in de teams te vertalen en daarbij integrale en toekomstgerichte keuzes te maken, wordt de bedrijfsvoering versterkt. Procesmanagement: in 2023 zetten we in op de verdere doorontwikkeling van organisatie brede processen door benutten van eigenaarschap en inzet van data om processen slimmer te organiseren. Ook wordt er een leidraad procesmanagement ontwikkeld en geïmplementeerd, opdat procesgericht werken bijdraagt aan duidelijkheid over eigenaarschap en informatieoverdracht in organisatie brede processen. Datagedreven werken: we leven steeds meer in een datagedreven samenleving wat minstens effect heeft op de manier waarop we onze taken uitvoeren. We sturen actief op basis van data en delen onze kennis en expertise om bij te dragen aan maatschappelijke opgaven. We continueren de kwaliteit van gemeentelijke basis- en kernregistraties en geven in 2023 vervolg aan een leidraad datagedreven werken met als doel duidelijkheid geven over rollen, taken en datakwaliteit. De komende jaren dient extra geld uitgetrokken te worden om datagedreven werken en sturen organisatie breed te verbeteren, aansluitend op een datavisie en datastrategie.

We professionaliseren onze organisatie verder door meer lijn en sturing aan te brengen in onze personeelsbegroting. Door, net als in veel andere gemeenten, te gaan begroten op maximale loonschaal ontstaat enerzijds meer voorspelbaarheid en stabiliteit in de gemeentebegroting en anderzijds meer sturingsflexibiliteit op management niveau, waarmee frictie soepeler opgevangen kan worden én effectiever omgegaan kan worden met de beschikbare middelen.

Zaakgericht werken en transparante overheidsinformatie In 2023 geven we vervolg aan de herijking van het zaakgerichte werken vanuit leidraad Recordmanagement en informatiearchief met onder andere beschrijving van rollen, taken en verantwoordelijkheden. We implementeren verbeteringen in de processen dienstverlening en bedrijfsvoering waar dat kan. Ook werken we aan verdere implementatie van wetgeving, waaronder wet Open Overheid en wet Elektronische publicaties. Met als doel, dat zaakgericht werken vanuit wettelijke kaders en richtlijnen Recordmanagement bijdraagt aan goede dienstverlening door juiste informatieoverdracht tussen processen en zorgt voor wettelijke archivering en transparante overheidsinformatie. Strategische Personeelsplanning Om te komen tot een optimale bezetting van medewerkers gaan we aan de slag met Strategische personeelsplanning (SPP). SPP is een middel dat helpt de personele uitdagingen, de huidige bezetting, de benodigde kennis en kunde nu en in de toekomst in kaart te brengen. Met dit instrument kunnen we proactief inspelen en voorbereid zijn op toekomstige ontwikkelingen. Met behulp van SPP wordt inzichtelijk welke actie wij op korte, middellange en lange termijn dienen te nemen om onze doelstellingen uit te kunnen voeren, een onderdeel daarvan is de beloningssystematiek.

In het voorjaar van 2023 worden de uitkomsten van het SPP meegenomen bij de Kadernota en de Begroting 2024. Wettelijke eisen aan WOZ taxatie Er is incidenteel budget nodig over 2022 en 2023 voor een WOZ taxateur voor het project kwaliteitsverbetering WOZ. Hiermee kunnen we blijvend voldoen aan de eisen van permanente marktanalyse en jaarlijkse controle van 20% van het databestand, waarop de Waarderingskamer toeziet. Aantrekkelijk werkgeverschap, mede door opleidingsmogelijkheden De arbeidsmarkt is erg krap. Medewerkers zijn persoonlijke groei en ontwikkeling steeds belangrijker gaan vinden bij het zoeken naar een baan. We zetten daarom sterker in op opleiding en training én doorgroeimogelijkheden binnen onze organisatie. Om medewerkers aan te trekken, maar zeker ook om te behouden. Daarnaast merken we dat het in de huidige arbeidsmarkt een uitdaging is om ervaren medewerkers te vinden. Steeds vaker trekken we (soms gewenst, soms genoodzaakt) medewerkers aan die nog niet volledig matchen met het gevraagde profiel. Dit maakt dat onze interne opleidingsvraag intensiever wordt. Aanvullend zien we dat investeren in opleidingen een positief effect heeft. Het zorgt voor actuele kennis met nieuwe inzichten en maakt medewerkers duurzaam inzetbaar. Wij investeren niet alleen in medewerkers maar ook in het management.

Zo zetten we de komende jaren in op leiderschapsontwikkeling voor managers en directie. Gezien de huidige arbeidsmarktpositie is om onze ambities waar te kunnen maken een verhoging van het opleidingsbudget noodzakelijk. 76

Invulling maatschappelijke rol als werkgever Wij hebben als gemeentelijke organisatie de ambitie uitgesproken om meer mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. De gemeente heeft als werkgever namelijk zowel een voorbeeldfunctie als een maatschappelijke rol bij het plaatsen van arbeidsbeperkten. We hebben in 2019 als gemeentelijke organisatie daarom twee doorstroomplekken binnen de organisatie gecreëerd voor mensen met een arbeidsbeperking. De ervaringen zijn positief. We willen nu een volgende stappen zetten en meer mensen met een arbeidsbeperking in dienst nemen. In 2023 stellen we middelen vrij om een drietal nieuwe plaatsen te creëren. Leidinggeven Zoals we uitgaan van de kracht van de samenleving, respecteren we de kracht van onze medewerkers en geven we ze vertrouwen. Er ligt daarmee een belangrijke rol bij de leidinggevenden als het gaat om het teweegbrengen van de organisatie brede verandering. Daarom zetten we in op een leiderschapsprogramma om actief invulling te geven aan de leiderschapsvisie, met daarin ook de doelstelling dat er eigenaarschap bereikt wordt middels de manier van leidinggeven en dat de manier van leidinggeven ondersteunend is aan het waarmaken van onze ambities.

Programmatisch en projectmatig werken Zoals opgenomen in de Leidraad 'grote projecten' van 20 oktober 2020 zal het college jaarlijks, in de begroting, een voorstel doen voor projecten die in het aankomende jaar als 'groot project' worden aangeduid. Deze benoemde projecten zullen op wezenlijke momenten de raad van informatie voorzien. Informatievoorziening op de wezenlijke momenten per groot project sluit beter aan bij de wens vanuit de raad om project-specifiek én actueel geïnformeerd te worden. De verbeterde informatie voorziening betekent ook meer sturing en beheersing van de risico's. We zetten de komende jaren de gewenste stappen gaan zetten in het verder uitwerken en toepassen van deze werkwijzen. De volgende vijf projecten zijn aangemerkt als 'grote projecten': - Topaccommodatie De Welle. - Nieuwbouw S(B)O. - Oudega aan het water. - Uitbreiding woonwagenstandplaatsen. - Verbouw Gemeentehuis Bovenstaande projecten zullen zodanig meegenomen worden in het proces informatievoorziening over de rapportage Grote projecten. Communicatieve organisatie We werken ook aan een communicatieve organisatie. Betrouwbaar, persoonlijk en open communiceren staat hierin centraal. We ontwikkelen een communicatietoolbox om medewerkers hierin te ondersteunen.

Ook in 2023 wordt de ambtelijke organisatie getraind in het schrijven van beleidsstukken, hetgeen moet resulteren in structureel heldere en transparante voorstellen. Hybride werken Na de ervaringen in de coronapandemie, waar thuiswerken een versneld uitgangspunt werd, hebben we positieve ervaringen opgedaan met ‘hybride werken’. Hybride werken mag geen afbreuk doen aan de dienstverlening, en aan samenwerking met collega’s en derden. Het uitgangspunt hierbij blijft dan ook dat de dienstverlening centraal staat en dat de bedrijfsvoering niet wordt belemmerd. Hybride werken is een samenhangend pakket aan maatregelen, en ze raken verschillende onderdelen van de bedrijfsvoering, waaronder werkafspraken, een gezonde werkplek en ICT. Verbouw Gemeentehuis Eind 2021 heeft de raad besloten om de benodigde middelen voor huisvesting beschikbaar te stellen. Op basis hiervan heeft de verbouw van het gemeentehuis een herstart gekregen. Het project heeft raakvlakken met de programma's Goed, Klaar voor de Toekomst en Duurzaamheid. De belangen van de zowel de externe als de interne klant en de diverse duurzaamheidsaspecten zullen binnen het project worden geborgd. Ten eerste maken we ons aan de hand van de nieuwe visie klaar voor de toekomst, in dit geval door een aantrekkelijke en moderne werkomgeving te creëren. Ten tweede zijn de technische installaties aan vervanging toe.

Door nu in te spelen op de ontwikkelingen op het gebied van energie en duurzaamheid maken we de technische installaties toekomstbestendig. En ten derde wordt Carins gepositioneerd binnen het gemeentehuis, om zo de onderlinge samenwerking verder te verbeteren én ervoor te zorgen dat al onze dienstverlening goed vindbaar is voor onze 77

inwoners. De combinatie van deze drie onderdelen, (financieel) realisme en creativiteit maakt deze herstart mogelijk. Wat mag het kosten? In onderstaande tabel staan de kosten die gerelateerd zijn aan de bedrijfsvoering. Deze kosten landen in de begroting onder de onderdelen Overhead en Algemene dekkingsmiddelen. Over een aantal van deze middelen is al in een eerder jaar over besloten maar komen tot uiting in 2023. Onderwerp Investeringen in basis op orde financiële functie (incidenteel) Banenafspraak banen (structureel) Opleidingsbudget (structureel) Toename proceskosten WOZ (structureel) Professionalisering organisatie (structureel) Kwaliteitsverbetering WOZ taxatie (incidenteel) Kabinetszaken (incidenteel) Formatie communicatieve organisatie (incidenteel) Ontwikkeling HR instrumentarium en SPP (incidenteel) Investeren in medewerkers (incidenteel) Professionalisering inkoop (incidenteel) Programmamanager Klaar voor de toekomst (incidenteel) WOZ tijdige afhandeling bezwaarschriften (incidenteel)

78

2023 € 500.000 € 52.000 € 200.000 € 20.000 € 850.000 € 80.000 € 50.000 € 80.000 € 80.000 € 40.000 € 225.000 € 90.000 € 45.000

Paragraaf Grondbeleid De paragraaf Grondbeleid gaat in op het te voeren grondbeleid en de te verwachten resultaten. De inhoud van deze paragraaf is in lijn met het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en bevat: • • •

De visie op het grondbeleid en manier waarop het wordt uitgevoerd Een actuele prognose van de geraamde winstneming en resultaten van de grondexploitaties; Risico’s in relatie tot het weerstandsvermogen.

Grondbeleid visie en uitvoering Grondbeleid is een van de instrumenten om ambities en beleid van de gemeente met betrekking tot ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving te bevorderen zoals vastgelegd in de Visie Wonen, Omgevingsvisie en de Ontwikkelingsstrategie (vrijkomende gebouwen, braakliggende gronden en particuliere locaties). Per locatie/gebiedsontwikkeling wegen we telkens af welk grondbeleid en instrumentarium we toepassen om gebiedsontwikkelingen te regisseren en ruimtelijke en maatschappelijke doelen te bereiken. Dit uitgangspunt staat beschreven in de Nota Grond - en Vastgoedbeleid van augustus 2021. Voor alle keuzes geldt dat de gemeente de risico's zo veel mogelijk beperkt en beheerst. Vanuit het vastgoedbeleid komt de komende jaren een aantal locaties, met een boekwaarde van ruim € 12 miljoen, beschikbaar voor herontwikkeling. Het vastgoedbeleid is opgenomen onder de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Actuele prognose van de grondexploitaties Voor de Begroting 2023 geldt de Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG) als uitgangspunt. Hieronder staan de belangrijkste gegevens kort samengevat. Parameters Bij het opstellen van grondexploitaties vervullen de financiële parameters een belangrijke rol. De parameters gaan gepaard met de nodige onzekerheden. Hiermee wordt in de tijd zoveel mogelijk rekening gehouden.

Sinds de jaarrekening 2022 worden de volgende parameters gebruikt in de doorrekening van de grondexploitaties: Parameters Rekenrente Kostenstijgingen v.a. 2022 Opbrengststijgingen 2022:

% 0,54 tot 2% (gedifferentieerd) 3% 3% 0 - 2,5% 0% 0% 2%

Woningbouw bedrijventerrein woningbouw bedrijventerrein

Opbrengststijging na 2022: Disconteringsvoet

Rekenrente De toerekening van rente aan grondexploitaties vindt plaats overeenkomstig de door de raad vastgestelde rentenotitie. Dit is dus een vast gegeven. Op grond van de nieuwe BBV richtlijn is de rente bepaald. Per 1-1-2022 is het rentepercentage voor de grondexploitaties vastgesteld op 0,54%, jaarlijks oplopend met 0,25% oplopend rentepercentage tot maximaal 2% voor de periode vanaf 2023 tot het einde van de grondexploitatie. Aan het eind van het jaar maken we een nieuwe berekening van het rentepercentage dat wordt verwerkt in de grondexploitaties voor de jaarrekening 2022. Kosten- en opbrengststijging Het te hanteren percentage voor kosten- en opbrengststijgingen wordt voornamelijk door externe factoren bepaald. Gekeken is naar de prijsindexen van GWW en naar de prijs van arbeid. De indexen schommelen sterk, waarbij de schommelingen in beide indexen niet synchroon lopen. Om ervoor te zorgen dat de schommelingen in de kosten- en opbrengststijgingen niet te groot zullen zijn gaan we uit van de gemiddelde index over 3 jaar. Index

2020

2021

2022 (Q2)

gemiddelde

Prijs van arbeid

1,60

2,60

2,1

2,1

GWW

0,56

5,39

11,43

5,8

Na de jaarrekening 2021 hebben we de een verhoging van de grondprijzen voor woningbouw en bedrijventerreinen doorgevoerd, in overeenstemming met het landelijk verwachtingspatroon. De 79

stijging van de grondprijzen gaat niet gelijk op met de stijging van de vrij op naam prijzen van de woningbouw. Deels wordt dat veroorzaakt doordat ook de bouwkosten het afgelopen jaar boven elke verwachting uitgestegen zijn. Disconteringsvoet De disconteringsvoet is het rekenpercentage dat gebruikt wordt om toekomstige kasstromen contant te maken, om zo de waarde aan het eind van het begrotingsjaar te bepalen. De commissie BBV schrijft In de notitie Grondexploitatie dat de disconteringsvoet voor alle gemeenten gelijk is gesteld aan het maximaal meerjarig streefpercentage van de Europese Centrale Bank voor de inflatie binnen de Eurozone. In 2023 bedraagt deze 2% Bouwgrond in exploitatie Verkoopprognose bouwgrond Verkoopverwachting bouwkavels aantal Projecten

2022

De Peinder Mieden

3

Middelgeast

11

Ontw.strat.

7

Vrijburgh

1

Woonwagens

12

2023

2024

2025

Totaal 3 11

22

25

54 1

3

2 15

Eindtotaal 34 25 25 1 85 Bovenstaande tabel geeft het de verkoopverwachting van bouwgrond voor woningbouw in aantallen. De aantallen betreffen de verkoopverwachting van de bouwkavels opgenomen in de gronden welke in exploitatie zijn. Deze aantallen zullen de komende jaren worden aangevuld met grondexploitaties welke in voorbereiding zijn. Verkoopverwachting bouwkavels in ha. 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal

Azeven Noord

5,0

1,7

2,5

5,8

1,7

1,6

18,2

eiland+zicht

0,0

0,8

MG hoofdas

0,6

0,4

1,0

1,1

MG overig

3,3

0,4

1,5

3,5

8,7

we/wo

0,1

0,1

0,1

0,4

Zicht N381

0,9

Insteekhaven

1,2

2,1

2,7

6,0

kavel bt nat

1,2

2,1

2,7

6,0

Kantorenpark

0,1

0,1

0,5

0,6

kantoor

0,1

0,1

0,5

0,6

Nijtap

1,4

2,1

3,5

gemengd

0,1

0,3

0,4

PDV

1,3

1,2

2,5

zicht

0,0

0,7

0,7

1,1

1,8 1,7

4,8

1,6

2,5

Eindtotaal 7,5 6,0 5,7 5,8 1,7 1,6 28,4 Noot: in voorgaand overzicht zijn de verkoopverwachtingen van Azeven Noord opgenomen. In de resultaatbepaling zal deze niet worden meegenomen omdat Azeven Noord onderdeel uitmaakt van de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenpark Drachten.

80

Resultaat In onderstaande tabel is te zien hoe de winstverwachting is opgebouwd in de opeenvolgende rapportages. Resultaat complex op eindwaarde Bedrag x € 1 miljoen Industrieterrein de Haven Middelgeast Bedrijvenpark NHW/Nijtap 1) Drachtstervaart West Vrijburgh Maartenswouden De Peinder Mieden Woonwagenlocaties Diversen complexen wonen Totaal

BP 2022

JV 2021 1,8 1,1 0,6 0 0,3 1 0 0,1 4,9

BP 2023 1,6 1,3 0 0 0,4 0 0 -0,6 0,2 2,9

1,8 1,0 0 0 0,1 0 0 -0,6 1,1 3,4

In 2022 is een deel van de Ontwikkelstrategie in exploitatie genomen. In bovenstaande tabel is het deelresultaat opgenomen van de ontwikkeling van een deel van de locaties. Dit resultaat blijft echter gereserveerd binnen de Ontwikkelstrategie. Tussentijdse winstneming Winstneming uit onderhanden complexen

Bedrag/bandbreedte

Jaarrekening 2020 Jaarrekening 2021 Prognose jaarrekening 2022 Prognose jaarrekening 2023

€ 1,2 mln. € 0,6 mln. € 0 – 0,5 mln. € 0 – 0,5 mln.

De BBV-regelgeving schrijf voor jaarlijks de winst te bepalen volgende de Percentage of Completion methode (POC). Bij de MPG wordt jaarlijks een berekening uitgevoerd binnen de lopende complexen om te bepalen of er sprake is van (tussentijdse) winstname. Het afsluiten van lopende en het openen van nieuwe grondexploitaties zullen invloed hebben op de toekomstige (verwachte) jaarresultaten. Verliesvoorziening Voor grondexploitaties met een negatief planresultaat treffen we, in overeenstemming met de BBV regels, een voorziening: de voorziening verwachte tekorten grondexploitaties. We dekken in 2023 daarmee het verwachte tekort af van de grondexploitatie voor de nieuwe woonwagenlocaties. Gronden (nog) niet in exploitatie In totaal is ruim 200 ha. grond opgenomen onder de materiële vaste activa met een waarde van € 7,5 miljoen. De hoeveelheid grond met een stellig voornemen (ca. 25 hectare) tot het in exploitatie nemen heeft een totale boekwaarde van € 1,2 mln. De voorbereidingskosten hiervan zijn verantwoord onder de immateriële vaste activa. Het overige strategisch grondbezit heeft een totale oppervlakte van ca. 200 hectare en een totale boekwaarde van € 6,4 miljoen. Kosten en opbrengsten voor de overige strategische gronden worden in de exploitatie verantwoord.

Risico's en relatie tot het weerstandsvermogen Eventuele risico’s verbonden aan grondexploitatie zijn onderdeel van de totale risicopositie en worden gedekt uit de in 2022 ingestelde reserve grondexploitaties en vervolgens, als het saldo van de reserve onvoldoende is, uit de totale weerstandscapaciteit van onze gemeente. Het totale risico bepalen we door te kijken naar de boekwaarde van de gronden niet in exploitatie ten opzichte van de marktwaarde en voor de gronden in exploitatie de boekwaarde ontwikkeling in de planperiode. De ontwikkeling van de boekwaarden, het verwacht resultaat en het risico zijn opgenomen in de volgende tabel.

81

Bedragen x € 1 miljoen Boekwaarde voorraad gronden Begin planperiode Eind planperiode Agrarische waarde (223 ha.) Maximaal verschil boekwaarde en agrarische waarde (is risico)

BP 2022

JV 2021

BP 2023

7,4 7,4 10,1 0

7,4 7,2 11,5 0

6,4 6,4 11,1 0

Boekwaarde grond in exploitatie Begin planperiode Eind planperiode Maximale boekwaarde

-4,0 -1,8 -1,8

-3,4 -1,3 -1,3

-2,1 -1,9 -1,9

Verwacht resultaat

4,9

2,9

3,4

Maximaal risico

0

0

0

Dekking reserve grondexploitatie Dekking tlv overig weerstandsvermogen Particuliere initiatieven Hiervan is sprake als een ander dan de gemeente de ontwikkeling doet. De gemeente treedt dan faciliterend op. De ontwikkelende partij zal dan veelal een vergoeding betalen voor de kosten die de gemeente maakt, hetzij vooraf via een overeenkomst of afgedwongen via het kostenverhaal. Er zijn jaarlijks diverse van dit soort initiatieven met min of meer een kosten-baten neutraal verloop voor de gemeente. Ontwikkelingen Omgevingswet De invoering van de omgevingswet is al meerdere keren uitgesteld. De vermoedelijke ingangsdatum is nu 1-1-2023. De invoering van deze wet zal gevolgen hebben voor o.a. de huidige regels (Grondexploitatiewet) van het kostenverhaal. Veranderingen zijn met name te verwachten op het verhaal van kosten van bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkelingen. De gevolgen van de invoering van de omgevingswet worden meegenomen in de reguliere plannings- en control cyclus zodra er meer bekend is over de inhoud en termijn van invoering.

82

Paragraaf Verbonden partijen Inleiding In deze paragraaf wordt informatie gegeven over de partijen waar de gemeente bestuurlijke en financiële banden mee onderhoudt. Instellingen waarmee alleen een subsidierelatie is aangegaan vallen buiten de definitie van ‘verbonden partij’. Die bespreken we hier dus niet. Een ‘verbonden partij’ is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Van een ‘bestuurlijk belang’ is sprake wanneer de gemeente zeggenschap heeft door een vertegenwoordiging in het bestuur of door stemrecht. Het ‘financiële belang’ gaat over het bedrag dat de gemeente aan de verbonden partij ter beschikking heeft gesteld en dat zij kwijt is in geval van een faillissement van de verbonden partij, respectievelijk het bedrag waarvoor de gemeente aansprakelijk kan worden gesteld als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. De reden dat de gemeente uitvoerende taken of beleidstaken ondergebracht heeft bij een verbonden partij is om de kwetsbaarheid te verkleinen, de kwaliteit te verhogen en om kosten te besparen. In een aantal gevallen is deelname aan een verbonden partij wettelijk verplicht. Bij de programma's staat per verbonden partij benoemd hoe deze organisatie een bijdrage levert aan het behalen van de beleidsdoelen.

Visie en beleidsvoornemens Onze gemeente heeft geen Kadernota over verbonden partijen. Wij voeren een terughoudend beleid op dit gebied. Bij eventuele nieuwe verbonden partijen worden afhankelijk van de situatie per keer de voor- en nadelen in kaart gebracht. Die leggen we dan aan de raad voor. Lijst verbonden partijen Hieronder staan alle verbonden partijen, gegroepeerd naar rechtsvorm. Afhankelijk van de bepalingen in de (oprichtings)documenten, kan de raad een zienswijze geven over de begroting en/of jaarrekening van die verbonden partij. De verbonden partijen Gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Fryslân Exploitatie maatschappij Drachten Recreatieschap Marrekrite Sociale werkvoorziening Fryslân Openbaar lichaam afvalverwijdering Friesland Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing Hûs en Hiem Vennootschappen en coöperaties Carins B.V. Caparis N.V. Afvalsturing Friesland Omrin Huisvuilcentrale HVC Bank Nederlandse gemeenten (BNG) Stichtingen en verenigingen Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) Vereniging Friese Gemeenten Stichting Vliegveld Drachten Data Fryslân Overig Sociaal domein Fryslân

Programma Dienstverlening Fysiek domein Fysiek domein Sociaal domein Fysiek domein Dienstverlening Dienstverlening Programma Sociaal domein Sociaal domein Fysiek domein Fysiek domein Dienstverlening Programma Dienstverlening Dienstverlening Fysiek Dienstverlening Programma Sociaal domein

Begroting Zienswijze Zienswijze Zienswijze Zienswijze Zienswijze Zienswijze Zienswijze Begroting Zienswijze

Rekening Zienswijze Zienswijze Zienswijze Zienswijze Zienswijze Zienswijze Zienswijze Rekening Zienswijze

Begroting

Rekening

Begroting

Rekening

In deze begroting is in een tabel meer informatie per verbonden partij opgenomen. Zo wordt bijvoorbeeld het ‘eigen vermogen’ en ‘vreemd vermogen’ weergegeven en er staat wat de begrote bijdrage van gemeente Smallingerland in 2022 is aan die organisatie. Verbonden partijen toegelicht In deze paragraaf geven we een tekstuele toelichting op de verbonden partijen, als de raad een zienswijze kan geven of als er sprake is van een bijzondere ontwikkeling.

83

Veiligheidsregio Fryslân Veiligheidsregio Fryslân (VRF) is een van de 25 veiligheidsregio's in Nederland. De Veiligheidsregio's zijn in het leven geroepen om de burgers beter te beschermen tegen de risico's van een ramp of crisis, in de breedste zin van het woord. Voor 2012 was rampen-en crisisbeheersing een aparte taak van iedere gemeente in Nederland afzonderlijk. Door die taak onder regionale bestuurlijke regie te plaatsen is de slagkracht en efficiency vergroot. Het regionaal organiseren van de rampen- en crisisbeheersing komt het multidisciplinair werken en de professionaliteit ten goede. De VRF werkt in opdracht van de Friese gemeenten. De burgemeesters vormen het algemeen bestuur. Het budget komt voor een gedeelte van de Friese gemeenten en voor een deel van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. De gemeenteraden van de Friese gemeenten beslissen over de financiële bijdragen aan de VRF. Onderdelen van de VRF is de afdeling crisisbeheersing. Deze draagt zorg voor een multidisciplinaire samenwerking bij ramp of crisis. Verder zijn ook de GGD en de brandweer bestuurlijk ondergebracht bij de VRF. Eigen vermogen 1-1-2021 31-12-2021 6.076 9.753

Vreemd vermogen 1-1-2021 31-12-2021 60.471 71.859

Bedragen x € 1.000 Resultaat 2021 Bijdrage 2023 2.985 6.038

Gemeenschappelijke regeling Bedrijvenpark Drachten Azeven In de gemeenschappelijke regeling Bedrijvenpark Drachten Azeven exploiteren de gemeenten Smallingerland en Opsterland gezamenlijk het bedrijventerrein. Alle beschikbare bouwkavels zijn in de verkoop. Jaarlijks worden de verkoopverwachtingen vastgesteld en zo nodig bijgesteld. Er is veel belangstelling echter niet altijd leidt dit tot verkopen van bouwkavels. Ten aanzien van de investeringen wordt een behoudend beleid gevoerd. Pas wanneer er voldoende kavelverkopen zijn om investeringen ter rechtvaardigen worden deze uitgevoerd. Op deze manier wordt eraan gewerkt om de boekwaarde (€ 1,6 miljoen eind 2021) af te laten lopen. Om te kunnen blijven voldoen aan de vraag naar bedrijventerreinen wordt gewerkt aan een uitbreiding van ca. 10ha. Eigen vermogen 1-1-2021 31-12-2021 5.532 4.727

Vreemd vermogen 1-1-2021 31-12-2021 9.862 9.031

Resultaat 2021 551

Bedragen x € 1.000 Bijdrage 2023 0

Marrekrite ‘De Marrekrite’ bestaat sinds 1957 en is een samenwerkingsorgaan (GR) van de provincie Fryslân en bijna alle Fryske ‘vaste wal’ gemeenten. Marrekrite heeft als doel de recreatief-toeristische basisinfrastructuur in Fryslân zo goed mogelijk te laten functioneren, nadrukkelijk rekening houdend met de belangen van natuur en landschap. Zij richt zich met haar diensten zowel op de eigen inwoners (recreanten) als op bezoekende toeristen van buiten de provincie. Sinds de oprichting is het realiseren en onderhouden van aanlegvoorzieningen in het buitengebied de hoofdactiviteit. In 2012 is die taakstelling verbreed met activiteiten op ‘land’, waaronder het beheer en onderhoud van de provinciale fiets- en wandelknooppuntnetwerken. Deze en andere taken worden uitgevoerd door een compact team van 10 medewerkers, die deels op kantoor werken en die deels de buitendienst bemannen (7.5 fte). Daarnaast kan De Marrekrite vanouds terugvallen op een flink aantal trouwe vrijwilligers. Volgens onafhankelijke kwaliteitsmetingen behoort Fryslân met de door De Marrekrite beheerde recreatieve basisinfrastructuur al vele jaren tot de top in Nederland. Om haar taken naar behoren uit te kunnen voeren, werkt De Marrekrite nauw samen met tal van organisaties, zoals provinciale en gemeentelijke diensten, waterschappen, natuurorganisaties en ondernemers.

In het bestuur worden bestuurders afgevaardigd die de portefeuille ‘Recreatie en toerisme’ (R&T) in hun pakket hebben. De R&T-gedeputeerde van de provincie Fryslân is voorzitter van zowel het dagelijks bestuur (DB), als het algemeen bestuur (AB). In het DB hebben, naast deze gedeputeerde, 5 wethouders zitting vanuit de deelnemende gemeenten. In het AB zijn alle deelnemers vertegenwoordigd. Dat zijn er 14. Collectiviteit is het uitgangspunt. Alle deelnemers hebben één stem, ongeacht hun grootte of bijdrage. Het DB vergadert viermaal per jaar, het AB twee keer. Eigen vermogen 1-1-2021 31-12-2021 5.163 4.795

Vreemd vermogen 1-1-2021 31-12-2021 886 1.996

Resultaat 2021 131

Bedragen x € 1.000 Bijdrage 2023 68

Caparis/Sociale werkvoorziening Fryslân De ‘Gemeenschappelijke Regeling Sociale Werkvoorziening Fryslân' (GR Sw Fryslân) is een samenwerkingsverband van de gemeenten Achtkarspelen, Heerenveen, Leeuwarden, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytsjerksteradiel en Weststellingwerf. De GR Sw Fryslân heeft tot doel de wet Sociale werkvoorziening (Wsw) en daaruit voortvloeiende voorschriften uit te voeren voor de acht aangesloten gemeenten. De uitvoering van de Wsw heeft het bestuur van de GR 84

opgedragen aan Caparis NV. Het bestuur van de GR wordt gevormd door leden van de colleges van B&W van de aangesloten gemeenten. Het bestuur voert de regie op de uitvoering van de Wsw. Door de wijziging in de eigendomssituatie van Caparis NV en de daaruit voortvloeiende dienstverleningsovereenkomsten is het beleidsaspect buiten de GR komen te liggen. De overlegvorm van de GR is hiertoe beperkt tot de momenten van financiële besluitvorming over de bedrijfshuishouding van de GR. Daartoe vergadert de GR gemiddeld drie keer per jaar, waarbij ook de algemeen directeur van Caparis NV aanwezig is als adviseur van het bestuur. Caparis Eigen vermogen 1-1-2021 31-12-2021 8.496 8.724

Vreemd vermogen 1-1-2021 31-12-2021 26.850 23.613

SW Fryslân Eigen vermogen 1-1-2021 31-12-2021 0 0

Vreemd vermogen 1-1-2021 31-12-2021 7.172 6.386

Resultaat 2021 228

Resultaat 2021

Bedragen x € 1.000 Bijdrage 2023 11.675

Bedragen x € 1.000 Bijdrage 2023 0 2

Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) Gemeenten en provincie zijn verplicht een deel van de uitvoeringstaken voor milieu onder te brengen bij een regionale uitvoeringsdienst. In de provincie Fryslân is daarvoor de ‘Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing’ (FUMO) opgericht. Volgens de huidige versie van het invoeringsbesluit Omgevingswet gaan er met het invoeren van de Omgevingswet ongeveer 580 bedrijven en taken extra over van de gemeente naar de FUMO. Er komen er ook een paar terug. Er is provincie breed afgesproken om de bedrijven en de dossiers compleet en zonder achterstanden over te dragen, ook wel ‘warm’ genoemd. Het 'warm' overdragen van de taken vraagt tijdelijk extra inzet. Het gaat hierbij om het omzetten van de bedrijven in de nieuwe systematiek van de Omgevingswet, het fysiek en administratief controleren van de bedrijven en bedrijfsdossiers, digitale dossiers uit de verschillende systemen samenvoegen, papieren dossiers digitaliseren en de gegevens uploaden in de systemen van de FUMO. De verschuiving van bedrijven en (wettelijke) taken heeft voor ons en de FUMO ook structurele personele en financiële gevolgen. Wij zijn bezig om de gevolgen in kaart brengen.

De kans is aanwezig dat wij met het overdragen van de taken op een aantal deskundigheidsgebieden onder de kritieke grens van de kwaliteitscriteria uitkomen en meer dan de wettelijk verplichte taken moeten overdragen aan de FUMO. Eigen vermogen 1-1-2021 31-12-2021 1.626 1.422

Vreemd vermogen 1-1-2021 31-12-2021 5.572 5.280

Resultaat 2021 121

Bedragen x € 1.000 Bijdrage 2023 576

Hûs en Hiem ‘Hûs en Hiem’ is een samenwerkingsverband van Friese gemeenten. De rechtsvorm is een Gemeenschappelijke Regeling (GR). Hûs en Hiem geeft op verzoek van de gemeenten onafhankelijk en deskundig advies over ruimtelijke kwaliteit, welstand en monumentenbeleid. Het bestuur van de GR wordt gevormd door de wethouders van de deelnemende gemeenten. Uit hun midden kiest het Algemeen Bestuur één wethouder als voorzitter. Naast het Algemeen Bestuur kent de organisatie van Hûs en Hiem een Dagelijks Bestuur, dat leidinggeeft aan het bureau van de organisatie. Het budget van Hûs en Hiem wordt gefinancierd door de deelnemende gemeenten. Jaarlijks wordt de jaarrekening van het afgelopen jaar en de begroting van het komende jaar voorgelegd aan de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft het recht een zienswijze op deze begroting in te dienen. Hûs en Hiem gaat ervan uit dat zij na de invoering van de Omgevingswet aangewezen wordt door de deelnemende gemeenten als gemeentelijke adviescommissie. De raad zal in het kader van de Omgevingsvisie ook keuzes maken hoe zij met het welstandsbeleid en de advisering wil omgaan. Dat betekent ook dat we moeten bepalen welke diensten de gemeente zal afnemen. Voor 2023 zal de gemeente nog gebruik maken van de diensten van Hûs en Hiem. Wel dient de raad voor de periode erna keuze er over te maken. Die keuzes zijn nog niet gemaakt.

Eigen vermogen 1-1-2021 31-12-2021 350 454

85

Vreemd vermogen 1-1-2021 31-12-2021 81 136

Resultaat 2021

Bedragen x € 1.000 Bijdrage 2023 8 107

Carins B.V. Gemeente Smallingerland is sinds 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdwet, Participatiewet en de wet Gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Eind 2018 is Carins opgericht om voor de gemeente Smallingerland de toegang tot de ondersteuning binnen deze wet- en regelgeving uit te voeren. De statuten van Carins omschrijven de betrokkenheid van de gemeenteraad. In drie overeenkomsten is in 2021 de opdracht aan Carins, de te leveren prestaties in deze opdracht en de samenwerking met de gemeente vastgelegd. En ondertekend door beide partijen. De gemeente Smallingerland is de enige aandeelhouder van Carins, vertegenwoordigd door de wethouder met financiën in de portefeuille. De wethouder met het sociaal domein in de portefeuille is betrokken op inhoud van lokaal beleid en de wetgeving waarbinnen Carins opereert. Eigen vermogen 1-1-2021 31-12-2021 0 0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11985378/2