Bijlage 10 - Zienswijzennota Omgevingsvergunning Zonnepark Opeinde
Tekst van het document
Zienswijzennota Omgevingsvergunning Zonnepark Opeinde Het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland heeft besloten mee te werken aan de aanleg van een zonnepark aan de Legauke in Opeinde. Medewerking wordt verleend met toepassing van artikel 2.12 lid 1 onder a, onder 3⁰ van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De gemeenteraad van Smallingerland heeft op 6 april 2021 besloten een ontwerpverklaring van geen bedenkingen (VVGB) af te geven over de realisatie van dit zonnepark. Voorwaarde hierbij is dat er sprake moet zijn van 50% lokaal eigenaarschap en dat de ontmanteling geborgd is. De ontwerp omgevingsvergunning, ontwerp VVGB en bijbehorende stukken hebben met ingang van 20 mei 2021 voor zes weken ter inzage gelegen. Er zijn gedurende deze termijn drie zienswijzen ingediend. In deze zienswijzennota worden deze zienswijzen beantwoord. De zienswijzen die als bijlage bij deze nota gaan zijn geanonimiseerd.
Zienswijze 1 De Vogelwacht Vooropgesteld de vogelwacht is niet tegen een duurzame energiewinning, maar dan niet op deze plaats. Er bevinden zich hier diverse belangrijke en beschermde diersoorten waaronder dassen, reeën, steenmarters, weidevogels, roofvogels, watervogels en zangvogels. Tevens bevindt zich in de directe omgeving een grote kolonie oeverzwaluwen. Spiegeling en reflectie van het zonnepark zal voor verstoring zorgen. Het landschap en de natuur zal worden aangetast door verlies aan biotoop en aantasting van het coulissenlandschap. Deskundigen van de vogelwacht hebben voor het plangebied met directe omgeving een volgende globale inventarisatie gemaakt: Roofvogels : havik, buizerd, boomvalk, sperwer, ooievaar Bijzondere broedvogel: ijsvogel Watervogels : fuut, meerkoet, waterhoen, diverse rietvogels Op naastgelegen zanddepot: grote kolonie oeverzwaluwen, visdiefje, kleine plevier Zangvogels : roodborsttapuit, fitis, tjiftjaf, koolmees, pimpelmees, roodborst Weidevogels : kievit, tureluur, scholekster , fazant, kleine plevier Streng beschermde zoogdieren : das, otter, waterspitsmuis U zult begrijpen dat de aanleg van het zonnepark grote gevolgen zal hebben voor de hier aanwezige natuur en daarom indruist tegen de uitgangspunten van de natuurbeschermingswet.
Om de gevolgen van de aanleg van het zonnepark voor de ecologie in beeld te brengen is in opdracht van de initiatiefnemer een ecologisch onderzoek uitgevoerd. De bedoeling hiervan is om de invloed van het park aan te geven voor de locatie en zijn directe omgeving. De gegevens die hiervoor zijn gebruikt komen van slechts 1 veldonderzoek in november aangevuld met gegevens van bestaande databanken. Volgens de vogelwacht geven deze gegevens geen goed beeld van de aanwezige flora en fauna, temeer omdat de directe omgeving niet bij het onderzoek is betrokken. In de directe omgeving zij n.l. een aantal waardevolle bospercelen gelegen, veel wateroppervlak met een zanddepot, het Opeinder kanaal als natte verbindingszone tussen De Leijen en de Oude Venen, allemaal met hun eigen flora en fauna. Veel van de volgens de vogelwacht aanwezige soorten komen niet voor in het onderzoeksrapport flora en fauna. Ook is er bij het onderzoek geen overleg 1
geweest met de vogelwacht. Wij zijn het dan ook volstrekt oneens met de eindconclusie van het rapport dat de aanleg van het zonnepark Beantwoording gemeente: Door Econsultancy is een deugdelijk ecologisch rapport opgesteld. Dit onderzoek bestaat uit een veldbezoek en er is aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie. Daarnaast zijn over gebiedsbescherming gegevens van de provincie Fryslân opgevraagd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. In de NDFF zijn meer dan 100 databanken gebundeld. De NDFF wordt dagelijks aangevuld met recente waarnemingen. Alle waarnemingen worden gevalideerd voordat ze worden opgeslagen, daarmee voldoen ze aan de strenge kwaliteitseisen die de NDFF stelt. Het is gebruikelijk dat bij een ruimtelijke ontwikkeling in eerste instantie een QuickScan wordt uitgevoerd en wanneer daar aanleiding voor is, uitgebreider onderzoek wordt uitgevoerd. Vanuit het veldonderzoek en het raadplegen van de NDFF mag geconcludeerd worden dat verder onderzoek niet nodig is. Econsultancy is niet verplicht informatie op te vragen bij de plaatselijke vogelwacht.
Verwacht mag worden dat informatie die te halen valt bij de vogelwacht beschikbaar is via de gegevens bij NDFF. Hier is sprake van wanneer de vogelwacht waarnemingen meldt op de daarvoor bestemde site zoals waarnemingen.nl of Sovon. De gegevens die bij NDFF bekend zijn komen onder andere van deze sites. Het plangebied werd voorheen gebruikt voor het telen van mais en gras. De gronden werden intensief gebruikt en bemest. Er komen nu diverse aanvullende maatregelen zoals een torenvalkkast, takkenrillen, extra beplanting aan alle zijden en in midden van het zonnepark. Daarnaast komen er vier rietzones van vijf meter naast de te verbreden sloten, specifiek voor vogels. Verder komt er over een oppervlakte van meer dan 1 hectare een kruiden/bloemenrijk grasland. Conclusie uit onderzoek Conclusie uit het onderzoek is dat, wanneer graaf-, snoei- en/of kapwerkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd, er geen sprake zal zijn van overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. In dit artikel staat dat het verboden is nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen. Voor de aanleg van het zonnepark geldt te allen tijde een zorgplicht. Daarbij is in de ontwerp omgevingsvergunning de voorwaarde opgenomen dat voor met de bouw van het zonnepark wordt begonnen er een broedvogelinspectie moet worden uitgevoerd.
In de omgevingsvergunning zal worden opgenomen conform het ecologisch onderzoek dat graaf-, snoei- en/of kapwerkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd. Dit om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Mede op grond van bovenstaande geeft de zienswijze van de vogelwacht geen reden om te twijfelen aan de deugdelijkheid van het rapport van Econsultancy. Daar komt bij dat de opmerkingen van de vogelwacht niet onderbouwd zijn met een deugdelijk tegenrapport. Overige punten door de vogelwacht ingediend: Los van de hierboven genoemde ecologische schade vinden we dat: de omvang van het park niet in overeenstemming is met de z.g. kleine kernen (max. 5 ha) het provinciaal beleid volgens de ‘zonneladder’ niet goed is toegepast er nog voldoende andere locaties waren (daken grote gebouwen, industrieterreinen, 2
overhoeken verkeersaansluitingen, gemeentelijk gebied De Kletten) de vrije zone tussen park en Opeinder kanaal te gebruiken als natte verbindingszone te smal is, moet minimaal 15 m. zijn
Beantwoording gemeente: Artikel 9.4.1. van de Verordening Romte bepaalt het volgende: In afwijking van het eerste lid is het bepaalde in artikel 9.5.1 (zonneladder) niet van toepassing op plannen waarvoor vóór 3 juni 2020 een zorgvuldig proces, bij voorkeur met de Methodiek Sinnetafel, heeft plaatsgevonden, samen met de lokale gemeenschap en waarbij de lokale gemeenschap voor minimaal 50% mede-eigenaar wordt van de opstelling voor zonne-energie. In een brief van 25 mei 2021 is door Gedeputeerde Staten meegedeeld dat zij van mening zijn dat voor de realisatie van het zonnepark Opeinde een zorgvuldig proces is doorlopen. Dit zorgvuldige proces heeft plaatsgevonden voor 3 juni 2020. Daarnaast is er een overeenkomst met Fûns Skjinne Fryske Enerzjie (FSFE), Doarpsbelang Opeinde en Kronos Solar over de invulling van het 50% medeeigenaarschap. Daarmee is het bepaalde genoemd in artikel 9.5.1 van de Verordening Romte niet van toepassing op het beoogde zonnepark aan de Legauke in Opeinde. Geconcludeerd is dan ook dat voor het 'Zonnepark Opeinde' de zonneladder niet van toepassing is. Wat betreft het aantal hectare en de locatiekeuze: In het geval van zonnepark Opeinde is er een directe connectie met de kern Drachten, industriegebied De Haven en op ca. een kilometer de kern Opeinde. Het zonnepark heeft daarmee op drie niveaus verbinding tot lokale kernen.
Voor deze kernen wordt op dit moment nog geen grootschalige duurzame energie opgewekt. Daarmee is de noodzaak tot duurzame energie nabij deze kernen groot. Gezien het stedelijk karakter van de kern Drachten en het industriegebied De Haven, gecombineerd met de dorpskern Opeinde op 1 km afstand, is uitgegaan van 15 ha. Het plangebied met een grootte van ca.12 ha ligt hier ruim onder. Om te voldoen aan de klimaatdoelstellingen ontkomen we er niet aan dat ook landbouwgrond gebruikt moet worden voor de opwek van zonne-energie. Binnen de gemeente Smallingerland zal ook gekeken worden of daken van bijvoorbeeld bedrijfsgebouwen voor zonne-energie te gebruiken zijn. Zo is er bijvoorbeeld ook een omgevingsvergunning verleend voor zonnepanelen op het dak van de woningboulevard aan de Martin Luther Kingsingel. De natte verbindingszone van 15 meter: Over de natte verbindingszone is in de werkateliers uitgebreid gesproken. Naar aanleiding van opmerkingen van de Vogelwacht destijds, is hierover al eerder contact geweest met de provincie Fryslân. Dit was omdat er mogelijk, vanwege ecologische maatregelen, een minimaal aantal meter vanaf het kanaal zou moeten worden aangehouden. Dit bleek niet het geval te zijn. De uitkomst van dit overleg met de provincie is ook met het werkatelier gedeeld.
Op dit moment is op de inrichtingstekening een afstand tussen het kanaal en het eerste zonnepaneel aangehouden van 12 meter. Dit kan geen natte zone zijn of worden, omdat de eerste vijf meter een verplichte onderhoudsstrook van het kanaal is. Tot slot zijn er bepaalde keuzes gemaakt. Het zonnepark is ruim 1 hectare kleiner geworden, doordat de focus van het werkatelier uitging naar het verkleinen van het zonnepark van de zuidzijde van het park o.a. ten behoeve van de bewoner daar.
3
Zienswijze 2 Histoaryske Feriening De Pein (HFDP) In de statuten van onze vereniging staat als doel: te waken over het materieel en immaterieel erfgoed. Het zuidelijke plangedeelte van het zonneveld heeft in het bestemmingsplan buitengebied 2013 van de gemeente Smallingerland de dubbelbestemming : archeologisch en cultuurhistorisch waardevol gebied met hoge verwachtingen (laat-paleolithicum/vroeg neolithicum). Bij deze verwachting is archeologisch onderzoek noodzakelijk indien de ingrepen groter zijn dan 50 m² en 30 cm diepte. HFDP vindt op grond van bovenstaande dat in het gehele plangebied een archeologisch verkennend booronderzoek dient plaats te vinden, mede naar aanleiding van het in opdracht van Kronos opgestelde rapport van bureau Laagland, waarin vermeld staat dat vuursteenplaatsen overal in het plangebied worden verwacht. ( blz. 22 archeologisch bureauonderzoek Laagland archeologie Rapport 360). Volgens bureau Laagland (advies 3.3) is niet bekend in welke mate de bodem van het plangebied nog intact is. Intussen heeft er een verkennend booronderzoek plaatsgevonden in het gedeelte dat buiten het gebied van de zonnepanelen valt, maar daar waar sloten gegraven worden !! In het gebied waar de zonnepanelen geplaatst worden , met de coördinaten 199.28 / 570.46, zijn op - en rondom de zichtbare verhoging in het landschap op een oppervlakte van 60 X 80 mtr.
meer dan 500 artefacten gevonden uit het mesolithicum (vroeg/midden). Hieraan kan worden toegevoegd dat op zeer korte afstand buiten het plangebied inmiddels diverse werktuigen uit het laat paleolithicum (Hamburgcultuur) zijn gevonden. Op 13-01-2021 is hiervan , i.v. m. nader onderzoek en registratie, melding gedaan bij de archeoloog xx. Een drietal is bezig met een inventariserend onderzoek van laat-paleolithisch ( oppervlakte ) vindplaatsen in Nederland. HFDP is van mening dat het gehele plangebied , op grond van alléén een bureauonderzoek met een klein hoekje verkennend booronderzoek, niet vrijgegeven kan worden. De daadwerkelijke bodemgesteldheid en de diepte van de bodemverstoring moet middels boringen in het gehele plangebied worden vastgesteld. Pas dan kan een redelijke inschatting gegeven worden wat er verstoord gaat worden tijdens de geplande bodemingrepen. Kronos wil op het archeologisch gebied eventueel betonblokken plaatsen i.p.v. palen van 1.5 m tot 1.8 m te slaan, maar men weet niet zonder booronderzoek de archeologische waarde te bepalen. Met die duizenden palen in de grond op een diepte van 1.5 tot 1.8 m maak je gatenkaas van archeologisch- en cultuurhistorisch erfgoed. Beantwoording gemeente: Aan de zuidkant van het plangebied voor het zonnepark Opeinde geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch/cultuurhistorisch waardevol gebied 1'.
Om die reden is, zoals dat is voorgeschreven, een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het gaat hier in eerste instantie om een bureau onderzoek. Wanneer daar aanleiding voor is kan een veldonderzoek in de vorm van verschillende boringen worden uitgevoerd. Voor de overige gronden is ingevolge de kaart Famke van de provincie Fryslân en het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' geen onderzoek noodzakelijk. De historische vereniging schrijft dat er meer dan 500 artefacten1 gevonden zijn uit het mesolithicum (vroeg/midden (steentijd)) en dat er op zeer korte afstand buiten het plangebied inmiddels diverse werktuigen uit het laat paleolithicum (Hamburgcultuur) zijn gevonden. Uit onderzoek dat door bureau Laagland is uitgevoerd volgt dat ongeveer 630 meter ten noorden van het plangebied een waarneming is geregistreerd. Het gaat hier om een vondst van 10 stuks bewerkt vuursteen, toegeschreven aan een kampement ergens uit de periode laat-paleolithicum – vroege bronstijd. Uit 1 Een artefact (Latijn: arte factum, kunstmatig gemaakt) is ieder verplaatsbaar object in de archeologie dat door
de mens is vervaardigd, bewerkt en/of gebruikt.
4
de FAMKE is bekend dat in en nabij het zuidelijke deel van het plangebied vuursteenvondsten zijn aangetroffen. Deze zijn echter niet geregistreerd in Archis3 of opgenomen in de inventarisatie van de amateurcollectie Hagens2. Het bureau mag onderzoek dan ook baseren op gegevens die via officiële kanalen bekend is. Uit dit onderzoek is de volgende conclusie getrokken: Op dit moment is niet bekend in welke mate de bodem van het plangebied nog intact is. Archeologische resten in dit gebied bestaan overwegend uit vuursteenvondsten die aan of dicht onder het maaiveld liggen. Deze vondsten zijn kwetsbaar voor bodemingrepen. De betreffende bodemingrepen zijn echter zeer gering: het aanbrengen van een paalfundering brengt geen of nauwelijks schade toe aan een vuursteenvindplaats. Het graven van kabelsleuven en de ontgravingen voor de verdeelstations omvat wat meer grondwerk, maar ook hierbij is de ontgraving beperkt en kleinschaliger dan de ploegactiviteiten waar het terrein nu aan blootstaat. Het bureau Laagland merkt hierbij nog op: De omvang van dergelijke palen is zo dusdanig klein, dat een eventuele vindplaats hierdoor nauwelijks wordt aangetast. Ditzelfde geldt voor (smalle) kabelsleuven. Dat zijn lineaire trajecten van circa 30 cm breed.
Wanneer die door een eventueel aanwezige vindplaats worden aangelegd, vindt weliswaar aantasting van die vindplaats plaats, maar als geheel is die verstoring gering en wordt daarmee acceptabel geacht. Voor het zonnepark geldt dat er geen elektriciteitshuisjes binnen de archeologische zone worden gerealiseerd. Ook worden hier geen kabelgeulen getrokken, maar kabelgoten tot 30 cm. Verder komen er geen omvormerhuisjes, maar kleine decentrale omvormers achter de panelen. Conclusie uit onderzoek Conclusie en advies uit het archeologisch onderzoek is om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor wat betreft het aspect archeologie, met dien verstande dat de verdeelstations buiten het gebied met een dubbelbestemming Waarde-Archeologie 1 worden gerealiseerd. Indien de funderingswijze plaatsvindt op een wijze die met grondverzet gepaard gaat (bijvoorbeeld het funderen van de panelen op betonnen platen), dan wordt geadviseerd archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te voeren. Toch aanvullend archeologisch onderzoek op advies van de Provincie Fryslân Met de provincie Fryslân is overeengekomen toch een aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren in de vorm van boringen. De reden hiervoor is het volgende: Het inrichtingsplan voor het zonnepark beoogd het aanbrengen van riet(land) en boomsingels.
Dit betreft diep wortelende beplanting die van invloed is op de bodem en daarmee ook op de archeologische waarden ter plaatse. Dit heeft tot gevolg dat alsnog archeologisch onderzoek dient plaats te vinden. Om de voortgang van het project te bespoedigen, acht de provincie het in dit specifieke geval niet noodzakelijk om het archeologisch onderzoek af te wachten alvorens de ontwerp omgevingsvergunning ter inzage wordt gelegd. Dit onder de toezegging dat het benodigde onderzoek wordt uitgevoerd en rekening wordt gehouden met de uitkomsten van het onderzoek. In de ontwerp omgevingsvergunning is dan ook de voorwaardelijke verplichting opgenomen om nog voor de verlening van de definitieve omgevingsvergunning een aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren. Dit is opgenomen onder het kopje 'Activiteit aanleggen'. 2 Het gaat hier om een inventarisatie van vuursteenartefacten uit de provincie Fryslân
5
Dit aanvullende onderzoek heeft inmiddels plaatsgevonden. Er is een booronderzoek uitgevoerd daar waar in de zuidelijke ecologische zone grondverzet plaatsvindt en onder meer de rietzones komen. Het resultaat uit dit onderzoek is dat er geen vondsten zijn gedaan. Ten overvloede geldt voor het gehele plangebied de voorwaarde, die ook is opgenomen onder het kopje 'Activiteit aanleggen' in de omgevingsvergunning: Op grond van artikel 5.2 van het Besluit omgevingsrecht en artikel 5.10 van de Erfgoedwet geldt dat wanneer tijdens de bouw van het park archeologische vondsten worden gedaan, de bouw wordt stilgelegd en deze direct worden gemeld bij de Rijksdienst voor Cultureel erfgoed. Er geldt dan een verplichting: a. tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. tot het verrichten van een opgraving als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, of c. de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de juiste kwalificaties. Conclusie: Er is en wordt naar ons oordeel voldoende gedaan om mogelijke archeologische resten veilig te stellen. Tenslotte wordt door HFDP een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel. Bij Rottevalle, naast de N369 ter hoogte van de Ds.
Visscherweg is door archeologisch bureau Raap een inventariserend booronderzoek verricht. Op de Famkekaart heeft dit gebied dezelfde waarde als het gebied waar nu het zonneveld gepland is. Waarom wordt hier verschillend beleid toegepast? Beantwoording gemeente: Zoals uit bovenstaande blijkt is er aanvullend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit is gedaan op advies van de provincie. Uit bureau en veldonderzoek is voldoende aannemelijk gemaakt dat verder onderzoek niet nodig is. Zienswijze 3 Door deze maak ik, belanghebbende, bezwaar tegen het voornemen een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een zonnepark aan de Legauke te Opeinde op perceel ODG00 F 1361, F 1362 en F 1363. Belanghebbende heeft een agrarisch bedrijf met percelen grond gelegen aan de bovengenoemde zonnepark- percelen F 1361 en F 1362. De percelen liggen vanaf het Opeinder Kanaal tot aan de weg De Hornen en zijn als volgt genummerd; F 1274, F 1276, F 1277, F 1278 , F 1279 en F 1282.3. Belanghebbende heeft alle stukken doorgelezen (152 blz.) en de planontwerpkaart nr. KS-2019-00-15 bestudeerd en geconstateerd dat zowel in de door Kronos aangeleverde beschrijving als ook de planontwerpkaart met legenda niet correct zijn ten aanzien van de aangevraagde vergunning. Blz. 26 2.4.2 Specifieke voorwaarden gemeente zonneparken.
In aanloop naar de komst van een vastgesteld kader heeft Kronos Solar reeds een principeverzoek ingediend. Het college van de gemeente Smallingerland heeft hierop onder voorwaarden toestemming verleend. Uitgangspunten waarop onder voorwaarden medewerking verleend kan worden aan de komst van zonnepark Opeinde zijn de volgende: 1 Er wordt procesparticipatie aangeboden aan de omwonenden; 2 Er wordt mogelijkheid geboden voor de aanleg van een fietspad in het noorden van het plangebied; 3 Er wordt met omwonenden een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarbij tenminste: 6
a. het zicht op het zonnepark vanaf het water en de openbare weg minimaal is b. het karakteristieke singellandschap behouden blijft en waar mogelijk versterkt 4 Er worden geen boomsingels gekapt 5 Zonnevelden mogen natuurwaarden niet schaden Blz. 27 MIJN Toetsing van de ontwikkeling! 1 Procesparticipatie; Op de 1ste info-avond van Kronos geweest, mailadres opgegeven om van verdere ontwikkelingen op de hoogte te blijven. Na 20-04-2020 (Zonnepark Opeinde-Verslag Werkatelier 2 (externe versie), niks meer gezien of gehoord. Beantwoording gemeente: Zoals landelijk bekend waren de mogelijkheden om fysieke bijeenkomsten te houden met inwoners van Opeinde over het zonnepark beperkt door corona. Op 3 april en 6 mei 2020 is er een digitale bijeenkomst gehouden. De bijeenkomst op 3 april ging over verschillende onderdelen van het plan, maar voornamelijk over archeologie, ecologie, inpassing en de zuidgrens. Op 6 mei waren er vervolggesprekken over verschillende onderdelen van het plan, n.a.v. aanpassingen van het plan door Kronos. 17 september is er een laatste live bijeenkomst geweest waar openstaande punten werden afgerond en het werkatelier werd afgesloten. Door Doarpsbelang is een enquête uit geschreven om de mening van de inwoners van het dorp Opeinde te peilen. Hierover is in de dorpskrant van Opeinde informatie gegeven.
Door Doarpsbelang is ook een financiële werkgroep samengesteld die samen met Kronos heeft gekeken naar de mogelijke invulling van 50% lokaal eigenaarschap van het zonnepark. Ook hierover is door Doarpsbelang meerdere malen met de inwoners van Opeinde gecommuniceerd. Naar ons oordeel is er voldoende gedaan om inwoners van Opeinde bij de plannen te betrekken. Wat betreft inspraak biedt ook de te doorlopen procedure, waarvan de ter inzagetermijn is verstreken, de mogelijkheid om vragen en, of opmerkingen te maken. Daar heeft de indiener dan ook gebruik van gemaakt. Vervolg zienswijze 3: Fietspad op de ontwerpplantekening ingetekend, GEHEEL BUITEN de aangegeven plangrens (rode streepjes) met een sloot (2e kavellijn) met een dubbeling van groenaanplant, EN grenzend aan mijn percelen. Kan niet op deze vergunning “zonnepark”. Grond moet zijn ingetekend als AGRARISCH, zonder sloot en een dubbeling van groenaanplant. Beantwoording gemeente: Op de inrichtingstekening is ook de omgeving ingetekend. Er is heel duidelijk aangegeven dat het plangebied welke behoort bij de omgevingsvergunning voor het zonnepark is ligt binnen een onderbroken rode lijn. In de legenda staat daar geheel terecht achter 'oppervlakte van plangebied'. Dat het fietspad is ingetekend buiten deze plangrenzen is geheel correct, omdat dit fietspad niet meegenomen wordt in de omgevingsvergunning voor het zonnepark.
Hij is wel ingetekend omdat mogelijk in de toekomst hier een fietspad zal komen. Het zorgt voor een beter totaal plaatje. Echter, omdat er nog onzekerheid is of dit fietspad er in de toekomst zal komen zal op de inrichtingstekening behorende bij de uiteindelijke vergunning dit fietspad niet zijn ingetekend. In de ruimtelijke onderbouwing is ook genoemd dat het fietspad wordt meegenomen in deze ontwikkeling. Dat is niet correct en zal uit de ruimtelijke onderbouwing worden verwijderd. Voor het overige geldt dat alles wat buiten de plangrenzen, dus rode onderbroken lijn, valt niet als ontwikkeling in de omgevingsvergunning wordt meegenomen. Er is dan ook geen sprake van grond welke moet zijn ingetekend als agrarisch zonder sloot en een dubbeling van groenaanplant . Daarbij geldt dat de huidige bestemmingen zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied, door de gemeenteraad vastgesteld in 2013, blijven bestaan. De omgevingsvergunning maakt het alleen mogelijk om op de gronden behorend bij het plangebied te mogen afwijken van het 7
bestemmingsplan. Ten overvloede vallen hier alleen de gronden onder die zijn ingetekend in de onderbroken rode lijn. Vervolg zienswijze 3: Landschappelijk inpassingsplan; Dit plan gaat ook weer ver over Kronos eigen ontwerpplan grens! Daartoe worden MIJN zoals in de beschrijving aangeduid, “met waardevolle bestanden”, LANDERIJEN zomaar aangewezen * om DEZE te versterken en te gebruiken als BUFFERING voor het zonnepark! * of door “HERSTEL” KAVELBEPLANTING in het voorveld, de VISUELE BELASTING van de STAD-en INDUSTRIE UITBREIDINGEN naar de randen van het landschap, te VERZACHTEN! * of door KAVELLIJNEN met ELZELS AANZETTEN en BEPLANTING op de rand van het zonnepark dan VERDWIJNT HET ZICHT op de STADSRAND en het ZONNEPARK! Beantwoording gemeente: Ook hier geldt weer dat de vergunning alleen ziet op de gronden gelegen binnen het plangebied zoals dat is aangeduid met de rode onderbroken lijn. Op de inrichtingstekening is voor de gronden die buiten het plangebied vallen de huidige werkelijke situatie ingetekend. Dit om een totaal beeld te geven van de totale nieuwe situatie. Op de gronden van de indiener van deze zienswijze wordt niets gedaan. Het is bij een zonnepark heel gebruikelijk dat er een groene buffer wordt aangelegd. Deze buffer valt binnen de plangrenzen. Dit is ook in overleg met de direct omwonenden zo ingetekend.
Het zorgt er voor dat direct omwonenden niet direct op de zonnepanelen uitkijken. Voor de indiener van de zienswijze geldt dat de komst van het zonnepark niet zorgt voor minder zicht op de stadsrand. Zie hiervoor de onderstaande afbeelding. De indiener van de zienswijze woont op ruim 750 meter van het beoogde zonnepark.
8
Vervolg zienswijze 3: Deze hele gang van zaken bevreemd mij ten zeerste, past ook niet bij een vergunningsaanvraag waarvan de grenzen van het plangebied met als doel “de inrichting van een zonnepark” duidelijk op de tekening van het ontwerpplan staan aangegeven. Verwacht door komst van zonnepark Opeinde; 1 WAARDEVERMINDERING VAN MIJN PERCELEN 2 NADELIGE INVLOED OP MIJN BEDRIJFSVOERING en BEDRIJFSWINST * Door het zonnepark verdwijnt ruim 11 HA agrarische grond, OOK voedselgebied voor ganzen en reeën deze gaan naar mijn naastliggende percelen, gevolg extra VRAATSCHADE . * Hinder door de snelle afvoer van het water van het “harde oppervlak” (zonnepanelen) naar gemeenschappelijke sloot te meer omdat de sloten binnen het park niet worden onderhouden met als gevolg hierin weinig waterberging * Hinder door invasieren van voor de landbouw schadelijke en hinderlijke soorten bloemen, planten, struiken en bomen Beantwoording gemeente: Van enig nadelig effect van het zonnepark op gronden van de indiener van de zienswijze zal nagenoeg geen sprake zijn. Onder de huidige situatie kan ook sprake zijn van ganzen en reeën. Het is niet aangetoond dat deze alleen de betreffende gronden van het plangebied als foerageergebied gebruiken. Uit het ecologisch rapport volgt dat dit in waarnemingen niet is gemeld.
Mocht de indiener het met dit ecologische rapport niet eens zijn dan moet zij dat aantonen met een deugdelijk ecologisch tegenrapport. De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve effecten voor de waterhuishouding in en rond het plangebied omdat de waterhuishoudkundige situatie nagenoeg ongewijzigd blijft. Onder de zonnepanelen wordt geen gesloten verharding aangelegd, waardoor het regenwater binnen het plangebied direct wordt afgevoerd via het grondwater. Er zijn geen te beschermen watergangen in het plangebied. Alleen het Opeinderkanaal, buiten het plangebied gelegen, is een te onderhouden watergang. Deze situatie zal niet anders zijn dan onder de huidige situatie. Met het Wetterskip is hier ook contact over geweest. In het inrichtingsplan is dan ook rekening gehouden met het onderhoud aan deze watergang. Van hinder door aanplant van planten, struiken en bomen of het zaaien van hinderlijke bloemen is geen sprake. Door de indiener wordt niet onderbouwd waarom sprake zou zijn van schade door aanplant zoals beoogd in het inrichtingsplan. Er wordt geplant ter versterking van de ecologie. Het gaat hier om een kruiden- en bloemenmengsel die bijdraagt aan het behoud van insecten en wilde bijen. Overige beplanting is ook niet schadelijk voor de landbouw. Van waardevermindering van de in eigendom zijnde percelen is geen sprake. Het gebruik zoals nu mogelijk is zal niet anders worden.
Een eventuele tegemoetkoming in schade kan worden aangevraagd. Dit kan ontstaan door bijvoorbeeld verlies van uitzicht, wat echter op een afstand van 750 meter nihil is. Van nadelige invloed op de bedrijfsvoering en bedrijfswinst zal geen sprake zijn. De realisering van het zonnepark heeft geen negatieve invloed op de in eigendom zijnde gronden van de indiener. Conclusie naar aanleiding van de ingediende zienswijzen De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan zoals dat is ingetekend in het inrichtingsplan. Wel zal het ingetekende fietspad worden verwijderd van de inrichtingstekening. Daar waar in de ruimtelijke onderbouwing wordt gesproken over het meenemen van het fietspad met de beoogde ontwikkeling zal de tekst worden aangepast.
9