Bijlage 10 - Memo planologie
Tekst van het document
Memo planologie Smallingerland Betreft
Project: omgevingsplan Smallingerland Onderwerp: gebiedstypen en activiteiten met gebruiksruimte Datum: 1 februari 2025 Auteur: Maarten Engelberts
1. Inleiding FLO Legal ondersteunt de gemeente Smallingerland bij het opstellen van het omgevingsplan. In de voorgestelde opzet van het omgevingsplan Smallingerland werken we met gebiedstypen. Dit biedt de mogelijkheid om per gebiedstype: • de bijbehorende activiteiten met gebruiksruimte in te sluiten, en • het beschermingsniveau op milieugebied te specificeren (mengpaneel) Dit is gevisualiseerd in onderstaande afbeelding (nu nog een fictief voorbeeld qua invulling). Hierin zijn voor de verschillende gebiedstypen de diverse activiteiten met gebruiksruimte ingesloten of uitgesloten. De ingesloten activiteiten zijn voorzien van een regelkwalificatie.
Afbeelding 1 – Weergave activiteiten met gebruiksruimte en milieuregels per gebiedstype Bij he ondersteunen bij het opstellen van het omgevingsplan starten we met Drachtstercompagnie. We doen in dit memo een voorstel voor de gebiedstypen met bijbehorende FLO Legal – Lange Hagelstraat 30, 3531 BK Utrecht, info@flolegal.nl, www.flolegal.nl • BTW NL 855162612B01 – KvK 63269716
1
regels voor die kern. Van de overige gebiedstypen leveren we het raamwerk van de regels op. In dat raamwerk worden dan nog geen gebiedsspecifieke keuzes verwerkt. Voor Drachtstercompagnie doen we dat al wel. Voor zowel het openbaar toegankelijk gebied als voor de overige planologische regels bestaat de hoofdkeuze daarbij uit sturing via ‘de plankaart’ (via locaties), of sturing via in de regels op te nemen vergunningplichten (zie bijlage 1).1 Bij het gebiedsspecifiek maken van de regelkwalificaties voor Drachtstercompagnie hebben we het vigerende recht als vertrekpunt genomen (zowel bestemmingsplan; nu onderdeel van het omgevingsplan tijdelijk deel; als tot voor kort Activiteitenbesluit; nu verwerkt in het Bal of de bruidsschat). Vervolgens hebben we gekeken naar de ambities uit de Omgevingsvisie, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van op 1 maart 2022. Op basis daarvan hebben we voor Drachtstercompagnie een voorstel uitgewerkt voor de regelkwalificatie per activiteit met gebruiksruimte. Dit betreft nadrukkelijk een eerste voorstel. De gemeente moet hier nog beleidskeuzes in maken. In de tabel in bijlage 2 hebben we de keuzes die we hebben gemaakt nader toegelicht. De voorstellen zijn in bijlage 3 uitgewerkt in regels in het omgevingsplan. 2.
Drachtstercompagnie In afbeelding 2 is de begrenzing van het plangebied van het bestemmingsplan – nu onderdeel van het omgevingsplan, tijdelijk deel – gevisualiseerd. Het betreft het bestemmingsplan Kleine kernen oost dat op 4 oktober 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld. Naast Drachtstercompagnie heeft dat bestemmingsplan ook betrekking op de kernen Rottevalle en Houtigehage.
1
In plaats van vergunningplichten kan ook worden gekozen voor meld- of informatieplichten.
2
Afbeelding 2 – Weergave fragment bestemmingsplan Kleine kernen oost Het gebied bestaat in hoofdzaak uit woongebied. Aan een groot deel van dit deel van het plangebied kan het gebiedstype ‘woongebied’ worden toegekend2. Er wordt op dit moment van uit gegaan dat de bestemmingsvlakken ‘Agrarisch – cultuurgrond’ en ‘Sport’ bij het uitwerken van de ambtsgebiedsdekkende gebiedstypekaart in een ander gebiedstype (buitengebied bijv.) terechtkomt. Naast de woonbestemming, de openbare ruimte bestemmingen en de dubbelbestemmingen bevat het bestemmingsplan voor Drachtstercompagnie dan nog de volgende bestemmingen: • bedrijf - 2 • detailhandel – 1 • dienstverlening • gemengd – 2 (detailhandel, dienstverlening, horecabedrijven categorie 1 en wonen) • horeca – 2 • maatschappelijk - 1 Het geheel is te kwalificeren met het gebiedstype ‘woongebied’. De hiervoor genoemde bestemmingen en de daarin opgenomen functie-aanduidingen vormen het vertrekpunt voor de in
2
Tegelijkertijd met het opstellen van deze memo wordt in de projectgroep omgevingsplan gewerkt aan het opstellen van een eerste versie van de gemeentedekkende kaart met gebiedstypen. Daar worden een aantal uitgangspunten bij gehanteerd die in een separate memo worden uitgewerkt.
3
het betreffende gebiedstype te sluiten activiteiten met gebruiksruimte3. Voor de in te sluiten activiteiten met gebruiksruimte doen we hier onder een voorstel voor de regelkwalificaties. In de provinciale omgevingsverordening is het onderstaande gebied opgenomen als ‘bestaand stedelijk gebied’. Het valt op dat de begrenzing op een paar onderdelen afwijkt van de begrenzing van het bestemmingsplan. Het voorstel is om de begrenzing uit de provinciale omgevingsverordening aan te houden bij het begrenzen van het gebiedstype woongebied. Alleen in wijzigingen van het omgevingsplan buiten bestaand stedelijk gebied stelt de provincie via instructieregels extra eisen aan de motivering. Dan moet worden gemotiveerd op welke wijze het plan rekening houdt met de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten.
Afbeelding 3 – begrenzing bestaand stedelijk gebied in provinciale verordening Voor het uitbreiden van detailhandel maakt de provinciale verordening onderscheid tussen locaties binnen en buiten het kernwinkelgebied. Het kernwinkelgebied wordt gedefinieerd als het aaneengesloten gebied in een kern dat als het belangrijkste winkelcentrum van de kern kan worden aangemerkt, zowel wat betreft aantal winkels als winkelassortiment. Voor deze kern is dat de begrenzing van het bestemmingsvlak Gemengd-2. Het voorstel is om voor die locatie een apart gebiedstype ‘kernwinkelgebied’ of ‘centrum dorp’ uit te werken. Dat gebiedstype kan dan bij de diverse kernen worden geïmplementeerd.
3
We gaan uit van de volgende lijst activiteiten met gebruiksruimte agrarische activiteiten, bedrijfsactiviteiten, cultuur- en ontspanningsactiviteiten, detailhandelsactiviteiten, dienstverleningsactiviteiten, horeca-activiteiten, industrie-activiteiten, infrastructuuractiviteiten, kantooractiviteiten, maatschappelijke activiteiten, recreatie-activiteiten, sportactiviteiten en woonactiviteiten.
4
In de in bijlage 2 gevoegde tabel wordt nader ingegaan op de keuzes die per activiteit met gebruiksruimte voor het betreffende gebiedstype zijn gemaakt. 4. Openbaar toegankelijk gebied In de vorige paragraaf hebben we twee type regelingen bekeken: sturen via de regels of sturen via de kaart. Ook voor openbaar toegankelijk gebied is de vraag of je met de plankaart blijft werken, zoals bij bestemmingsplannen, of met regels over activiteiten. Bijvoorbeeld als volgt:
In de bovenstaande regelset wordt het openbaar toegankelijk gebied niet op de kaart vastgelegd, maar door middel van een begripsbepaling gedefinieerd. Hierdoor kunnen alle nodige regels
5
worden gesteld zonder dat voor de gehele gemeente het openbaar toegankelijk gebied in kaart hoeft te zijn gebracht. Deze regelset komt dan in de plaats van de regels, zoals die nu in bestemmingsplannen zijn opgenomen bij de bestemmingen groen, verkeer en water. De toegevoegde waarde van deze bestemmingen bij het ordenen en reguleren van het openbaar toegankelijk gebied is namelijk heel beperkt. Op de hierboven weergegeven manier zou u bij het omgevingsplan daar een verbetering in kunnen aanbrengen. Daarmee verstevigt u tegelijkertijd de koppeling met de omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s. Ook verlaagt u de beheerlasten voor het omgevingsplan. 5. Vervolg De voorstellen die in dit memo zijn opgenomen zijn in de bijlage uitgewerkt in een regelset. Deze regelset wordt volgende week door ons in de plansoftware verwerkt. Het is belangrijk dat de gemeente de voorstellen die in bijlage 2 voor de verschillende activiteiten met gebruiksruimte worden gedaan doorleeft en overneemt of wijzigt (relatie met omgevingsvisie en programma’s; actielijn Marije en Sietske). Als stap daarna kunnen die regels worden opgenomen in een wijzigingsbesluit. Daarnaast kunnen de regels worden gebruikt om als gemeente een gebiedsdekkende kaart met gebiedstypen op te stellen.
6
Bijlage 1 – Sturen via de regels of via de kaart Met name bij de regels over activiteiten met gebruiksruimte is het verstandig om te bezien of wordt gekozen voor sturing via de plankaart of sturing via vergunningplichten. Zie ter illustratie onderstaand fragment van een concept omgevingsplan. Daarin zijn twee varianten uitgewerkt waarbij categorie I het sturen via locaties is (met gedetailleerd kaartbeeld) en categorie II het sturen via vergunningplichten. In onderstaand fragment is dit uitgewerkt voor de activiteit detailhandel. Onderstaande categorie I lijkt het meest op de opzet van een bestemmingsplan. Bestaande detailhandel wordt voorzien van een locatie. Ter plaatse van de locatie mag de activiteit detailhandel worden verricht. Planologische ruimte kan worden gecreëerd door extra locaties aan te wijzen. En maatwerk kan worden gecreëerd door nog specifiekere aanduidingen op de verbeelding op te nemen – bijvoorbeeld bij ‘uitsterfconstructies’ in rustige woongebieden (zoals in onderstaand voorbeeld is gedaan voor een ijsmakerij). Dit ziet er als volgt uit:
In onderstaande categorie II is voor een andere opzet gekozen. Daar zijn de elementen van het detailhandelsbeleid van de betreffende gemeente in de regels uitgewerkt. Dat is meteen ook het voordeel van deze categorie. Waar het planologisch locatiebeleid bij een bestemmingsplan vaak niet veel verder kwam dan de toelichting kan dat beleid in deze opzet in de regels worden geborgd. Dat ziet er als volgt uit:
7
Er bestaat bij deze keuze geen goed of fout. Het spreekt voor zich dat categorie II in de kern het beste bij de doelstellingen van de Omgevingswet past. Toch is het ook goed denkbaar dat voor specifieke activiteiten in specifieke gebiedstypen voor categorie I wordt gekozen. Het belangrijkste is wat ons betreft dat u weloverwogen en gestructureerd de keuzes voor de opzet maakt. Bij voorkeur doet u dat voor alle zogenaamde ‘activiteiten met gebruiksruimte’.4
4
We onderscheiden de volgende activiteiten met gebruiksruimte: agrarische activiteiten, bedrijfsactiviteiten, cultuur- en ontspanningsactiviteiten, detailhandelsactiviteiten, dienstverleningsactiviteiten, horeca-activiteiten, industrie-activiteiten, kantooractiviteiten, maatschappelijke activiteiten, recreatie-activiteiten, sportactiviteiten en woonactiviteiten.
8
Bijlage 2 – Omgevingsplanstructuurtabel Zie aparte bijlage in Excel-formaat. Daarin zijn in de tabbladen ‘Gebiedstype woongebied’ en ‘Gebiedstype centrum dorp’ voorstellen uitgewerkt voor de diverse activiteiten met gebruiksruimte. •
In kolom B worden de regelkwalificaties voorgesteld (de gemeente kan het doorgeven als andere regelkwalificaties moeten worden aangehouden). • In kolom C is die keuze verantwoord aan de hand van o.a. de gemeentelijke omgevingsvisie. • In kolom D zijn de relevante bijbehorende beleidskeuzes in de omgevingsvisie, eventuele programma’s en de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen. • In kolom E zijn nog de relevantie functie-aanduidingen uit het bestemmingsplan opgenomen. Deze lijn (voorstellen) is in bijlage 3 uitgewerkt in de uit die voorstellen voortvloeiende regelset.
9
Bijlage 3 – Regelset activiteiten met gebruiksruimte Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Afdeling 4.3 Gebiedstypen Paragraaf 4.3.1 Algemeen Artikel 4.x Toepassingsbereik 1. Deze afdeling gaat over de volgende activiteiten met gebruiksruimte: a. agrarische activiteiten; b. bedrijfsactiviteiten; c. detailhandelsactiviteiten; d. dienstverleningsactiviteiten; e. horeca-activiteiten; f. infrastructuuractiviteiten; g. kantooractiviteiten; h. maatschappelijke activiteiten; i. recreatie-activiteiten; j. sportactiviteiten; en k. woonactiviteiten. 2. Deze afdeling gaat niet over het verrichten van activiteiten met gebruiksruimte binnen openbaar toegankelijk gebied. Paragraaf 4.3.2 Centrum stedelijk Artikel 4.x Aanwijzing Er is een gebiedstype centrum stedelijk. Artikel 4.x Doelen Binnen het gebiedstype centrum stedelijk gelden de volgende doelen: a. p.m. Artikel 4.x Insluiten activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.x [doelen], worden binnen het gebiedstype centrum stedelijk, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 4.x [toepassingsbereik in par. 4.3.1], alleen de volgende activiteiten verricht: a. p.m. Paragraaf 4.3.3 Centrum dorp Artikel 4.x Aanwijzing Er is een gebiedstype centrum dorp. Artikel 4.x Doelen Binnen het gebiedstype centrum dorp gelden de volgende doelen: a. p.m.
10
Artikel 4.x Insluiten activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.x [doelen], worden binnen het gebiedstype centrum dorp, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 4.x [toepassingsbereik in par. 4.3.1], alleen de volgende activiteiten verricht: a. bedrijfsactiviteiten; b. detailhandelsactiviteiten; c. dienstverleningsactiviteiten; d. horeca-activiteiten; e. infrastructuuractiviteiten; en f. woonactiviteiten. Artikel 4.x Bedrijfsactiviteiten 1. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden de volgende bedrijfsactiviteiten niet verricht: a. Seveso-inrichtingen; b. activiteiten met betrekking tot een ippc-installatie; c. activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken als bedoeld in artikel 5.78b van het Besluit kwaliteit leefomgeving; d. mer-plichtige of mer-beoordelingsplichtige activiteiten als bedoeld in afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit; en e. activiteiten met externe veiligheidsrisico's als bedoeld in bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2. Bij het verrichten van bedrijfsactiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.x Geluidveroorzakende activiteit verrichten - milieuzonering; b. paragraaf 5.2.x Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 5.3.x Bedrijfsactiviteit verrichten.
Artikel 4.x Detailhandelsactiviteiten Bij het verrichten van dienstverleningsactiviteten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.x Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. paragraaf 5.2.x Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 5.3.x Detailhandelsactiviteit verrichten (algemene regels). Artikel 4.x Dienstverleningsactiviteiten Bij het verrichten van dienstverleningsactiviteten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.x Geluidveroorzakende activiteit verrichten; en b. paragraaf 5.2.x Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden. Artikel 4.x Horeca-activiteiten Bij het verrichten van horeca-activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.x Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. paragraaf 5.2.x Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en
11
c.
paragraaf 5.3.x Horeca-activiteit verrichten.
Artikel 4. Infrastructuur-activiteiten Bij het verrichten van maatschappelijke activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.x Geluidveroorzakende activiteit verrichten; Artikel 4.x Woonactiviteiten Bij het verrichten van woonactiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.x Geluidgevoelig gebouw toevoegen; b. paragraaf 5.2.x Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; c. paragraaf 5.3.x Wonen; en d. paragraaf 5.3.x Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen. Paragraaf 4.3.4 Woongebied Artikel 4.x Aanwijzing Er is een gebiedstype woongebied. Artikel 4.x Doelen Binnen het gebiedstype woongebied gelden de volgende doelen: a. p.m. Artikel 4.x Insluiten activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.x [doelen], worden binnen het gebiedstype woongebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 4.x [toepassingsbereik in par. 4.3.1], alleen de volgende activiteiten verricht: a. bedrijfsactiviteiten; b. detailhandelsactiviteiten; c. dienstverleningsactiviteiten; d. horeca-activiteiten; e. infrastructuuractiviteiten; f. kantooractiviteiten; g. maatschappelijke activiteiten; en h. woonactiviteiten. Artikel 4.x Bedrijfsactiviteiten 1. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden de volgende bedrijfsactiviteiten niet verricht: a. Seveso-inrichtingen; b.
activiteiten met betrekking tot een ippc-installatie; c. activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken als bedoeld in artikel 5.78b van het Besluit kwaliteit leefomgeving; d. mer-plichtige of mer-beoordelingsplichtige activiteiten als bedoeld in afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit; en
12
e.
activiteiten met externe veiligheidsrisico's als bedoeld in bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2. Bij het verrichten van bedrijfsactiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.x Geluidveroorzakende activiteit verrichten - milieuzonering; b. paragraaf 5.2.x Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 5.3.x Bedrijfsactiviteit verrichten. Artikel 4.x Detailhandelsactiviteiten Bij het verrichten van dienstverleningsactiviteten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.x Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. paragraaf 5.2.x Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 5.3.x Detailhandelsactiviteit verrichten (vergunningplicht). Artikel 4.x Dienstverleningsactiviteiten Bij het verrichten van dienstverleningsactiviteten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.x Geluidveroorzakende activiteit verrichten; en b. paragraaf 5.2.x Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden. Artikel 4.x Horeca-activiteiten Bij het verrichten van horeca-activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.x Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. paragraaf 5.2.x Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 5.3.x Horeca-activiteit verrichten. Artikel 4.
Infrastructuur-activiteiten Bij het verrichten van maatschappelijke activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.x Geluidveroorzakende activiteit verrichten; Artikel 4.x Kantooractiviteiten Bij het verrichten van kantooractiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.x Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. paragraaf 5.2.x Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 5.3.x Kantooractiviteit verrichten. Artikel 4.x Maatschappelijke activiteiten Bij het verrichten van maatschappelijke activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.x Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. paragraaf 5.2.x Geluidgevoelig gebouw toevoegen; c. paragraaf 5.2.x Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en d. paragraaf 5.3.x Maatschappelijk.
13
Artikel 4.x Woonactiviteiten Bij het verrichten van woonactiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 5.2.x Geluidgevoelig gebouw toevoegen; b. paragraaf 5.2.x Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; c. paragraaf 5.3.x Wonen; en d. paragraaf 5.3.x Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen. Paragraaf 4.3.5 Werkgebied Artikel 4.x Aanwijzing Er is een gebiedstype werkgebied. Artikel 4.x Doelen Binnen het gebiedstype werkgebied gelden de volgende doelen: a. p.m. Artikel 4.x Insluiten activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.x [doelen], worden binnen het gebiedstype werkgebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 4.x [toepassingsbereik in par. 4.3.1], alleen de volgende activiteiten verricht: a. p.m. Paragraaf 4.3.6 Werk- woongebied Artikel 4.x Aanwijzing Er is een gebiedstype werk- woongebied. Artikel 4.x Doelen Binnen het gebiedstype werk- woongebied gelden de volgende doelen: a. p.m. Artikel 4.x Insluiten activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.x [doelen], worden binnen het gebiedstype werkwoongebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 4.x [toepassingsbereik in par. 4.3.1], alleen de volgende activiteiten verricht: a. p.m.
Hoofdstuk 5 Activiteiten Afdeling 5.2 Gebruiksruimte activiteitoverstijgend Paragraaf 5.2.x Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden Artikel 5.x Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het toevoegen en in stand houden van een gebouw of terrein met parkeerbehoefte.
14
Artikel 5.x Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het realiseren en in stand houden van voldoende parkeergelegenheid; b. het behoeden van de staat en werking van de openbare weg voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg; c. het bevorderen van de verkeersveiligheid; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; e. het beperken van hinder; en f. het beschermen van het uiterlijk aanzien van het openbaar toegankelijk gebied. Artikel 5.x Algemene regels 1. Bij het toevoegen of instandhouden van een gebouw of terrein met parkeerbehoefte wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. 2. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid als wordt vandaan aan de parkeernormen, bedoeld in bijlage [x] Artikel 5.x Meldingsplicht 1. Het is verboden een gebouw of terrein met een parkeerbehoefte toe te voegen zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan van te melden. 2. Een melding bevat: a. Een beschrijving van de voorgenomen activiteit; en b. Een onderbouwing dat kan worden voldaan aan artikel 5.x [algemene regels]. Paragraaf 5.3.x Bedrijfsactiviteit verrichten Artikel 5.x Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van een bedrijfsactiviteit. Artikel 5.x Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a.
het waarborgen van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; b. het stimuleren van een duurzame economische ontwikkeling; c. het beperken van hinder; d. het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; e. het beschermen van de gezondheid; en f. het beschermen van het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte. Artikel 5.x Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een: a. bedrijfsactiviteit te starten; of b. bedrijfsactiviteit te wijzigen. Artikel 5.x Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
15
a.
een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand; b. een beschrijving van de voorgenomen activiteit; en c. de oppervlakte van de voorgenomen activiteit. Artikel 5.x Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de omvang van het bedrijf blijft passen bij de schaal van het dorp; en b. er geen onevenredige hinder optreedt voor het wonen. Artikel 5.x Locaties voor bouwbedrijf Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt een bouwbedrijf alleen geëxploiteerd binnen de locatie ‘bouwbedrijf’. Paragraaf 5.3.x Detailhandelsactiviteit verrichten (vergunningplicht) Artikel 5.x Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van een detailhandelsactiviteit. Artikel 5.x Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; b. het behouden en versterken van een vitale en toekomstbestendige detailhandelstructuur; b. het behouden en versterken van de lokaal verzorgende functie van de buurt- en wijkwinkelcentra; c. het behouden van de boodschappenfunctie van de buurt- en wijkwinkelcentra binnen de kernwinkelstructuur; d. het behouden van de functie van de buurt- en wijkwinkelcentra het centrum binnen de hoofdstructuurkernwinkelstructuur; e.
het waarborgen van een goed voorzieningenniveau; f. het tegengaan van verloop; g. mobiliteitseffecten als gevolg van het winkelaanbod; h. het voorkomen van leegstand; i. het stimuleren van een duurzame economische ontwikkeling; j. het beperken van hinder; k. het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; l. het beschermen van de gezondheid; en m. het beschermen van het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte. Artikel 5.x Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een: a. detailhandelsactiviteit te starten; of b. detailhandelsactiviteit te wijzigen.
16
Artikel 5.x Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand; b. een beschrijving van de voorgenomen activiteit; en c. de oppervlakte van de voorgenomen activiteit. Artikel 5.x Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de omvang van het bedrijf blijft passen bij de schaal van het dorp; en b. de activiteit bijdraagt aan een toekomstbestendige detailhandelsstructuur, met behoud van winkelvoorzieningen dicht bij de consument; c. een divers aanbod in voorzieningen met evenwichtige spreiding over de kernen wordt behouden en versterkt; c. sprake is van winkelaanbod gericht op de inwoners van de omliggende wijk; d. buurt- en wijkwinkelcentra worden versterkt en e. rekening wordt gehouden met het goederen- en personenvervoer over de weg van en naar de locatie f. er geen onevenredige hinder optreedt voor het wonen. Paragraaf 5.3.x Detailhandelsactiviteit verrichten (algemene regels) Artikel 5.x Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van een detailhandelsactiviteit. Artikel 5.x Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; b.
het behouden en versterken van een vitale en toekomstbestendige detailhandelstructuur; c. het behouden en versterken van de lokaal verzorgende functie van de buurt- en wijkwinkelcentra; d. het behouden van de boodschappenfunctie van de buurt- en wijkwinkelcentra binnen de kernwinkelstructuur; e. het behouden van de functie van de buurt- en wijkwinkelcentra het centrum binnen de hoofdstructuurkernwinkelstructuur; f. het waarborgen van een goed voorzieningenniveau; g. het tegengaan van verloop; h. mobiliteitseffecten als gevolg van het winkelaanbod; n. het voorkomen van leegstand; o. het stimuleren van een duurzame economische ontwikkeling; p. het beperken van hinder; q. het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; r. het beschermen van de gezondheid; en
17
s.
het beschermen van het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte.
Artikel 5.x Locaties voor detailhandel Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden detailhandelsactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie 'Detailhandel'. Paragraaf 5.3.x Dienstverleningsactiviteit verrichten Artikel 5.x Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van een dienstverleningsactiviteit. Artikel 5.x Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; b. het stimuleren van een duurzame economische ontwikkeling; c. het beperken van hinder; d. het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; e. het beschermen van de gezondheid; en f. het beschermen van het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte. Artikel 5.x Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een: a. dienstverleningsactiviteit te starten; of b. dienstverleningsactiviteit te wijzigen. Artikel 5.x Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand; b. een beschrijving van de voorgenomen activiteit; en c. de oppervlakte van de voorgenomen activiteit. Artikel 5.x Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a.
de omvang van het bedrijf blijft passen bij de schaal van het dorp; en b. er geen onevenredige hinder optreedt voor het wonen. [Artikel 5.x Locaties voor kantoor Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt een kantoor alleen geëxploiteerd binnen de locatie ‘kantoor’.] Paragraaf 5.3.x Horeca-activiteit verrichten Artikel 5.x Toepassingsbereik
18
Deze paragraaf gaat over het verrichten van een horeca-activiteit. Artikel 5.x Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; b. het stimuleren van een duurzame economische ontwikkeling; a. het beperken van hinder; b. het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; c. het beschermen van de gezondheid; en c. het beschermen van het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte. Artikel 5.x Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een: c. horeca-activiteit te starten; of d. horeca-activiteit te wijzigen. Artikel 5.x Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand; b. een beschrijving van de voorgenomen activiteit; c. een opgave van de horeca-categorie; en d. de oppervlakte van de voorgenomen activiteit. Artikel 5.x Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de omvang van het bedrijf blijft passen bij de schaal van het dorp; en b. er geen onevenredige hinder optreedt voor het wonen.
Paragraaf 5.3.x Maatschappelijke activiteit verrichten Artikel 5.x Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van een maatschappelijke activiteit. Artikel 5.x Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; b. het stimuleren van een duurzame economische ontwikkeling; c. het beperken van hinder; d. het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; e. het beschermen van de gezondheid; en f. het beschermen van het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte. Artikel 5.x Vergunningplicht
19
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een: a. maatschappelijke activiteit te starten; of b. maatschappelijke activiteit te wijzigen. Artikel 5.x Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand; b. een beschrijving van de voorgenomen activiteit; c. de oppervlakte van de voorgenomen activiteit. Artikel 5.x Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de omvang van het bedrijf blijft passen bij de schaal van het dorp; en b. er geen onevenredige hinder optreedt voor het wonen. Paragraaf 5.3.x Woonactiviteit verrichten Artikel 5.x Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van woonactiviteiten. Artikel 5.x Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: d. het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; e. het beschermen van de gezondheid; f. het beperken van hinder; en g. het bevorderen van de doorstroming op de woningmarkt. Artikel 5.x Locaties voor wonen Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden woonactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie 'Wonen'.
Paragraaf 5.2.x Bodem bewerken in openbaar toegankelijk gebied Artikel 5.63 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van de volgende activiteiten in openbaar toegankelijk gebied: a. graven; b. het aanbrengen van verharding; c. het ophogen van de grond; en d. het dempen van een oppervlaktewaterlichaam. Artikel 5.64 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:
20
a. b. c. d.
het beschermen van de biodiversiteit; het behouden van de natuurlijke en landschappelijke waarden van het gebied; het behouden van de recreatieve waarden van het gebied; en het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress.
Artikel 5.65 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een activiteit als bedoeld in artikel 5.63 te verrichten. 2. Het verbod geldt niet voor: a. activiteiten door of in opdracht van de gemeente voor de uitoefening van haar publiekrechtelijke taken; of b. het aanbrengen van minder dan <x> m2 verharding. Artikel 5.66 Specifieke aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de activiteit; b. de oppervlakte van de activiteit; en c. eventuele maatregelen die worden genomen om de nadelige gevolgen van de activiteit te beperken. Artikel 5.67 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de activiteit niet leidt tot een toename van hittestress; b. [hier kunnen beleidsdoelen worden opgenomen, zoals die in de visie worden geformuleerd, bijvoorbeeld op het gebied van klimaatadaptatie];
21