CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Startnotitie Warmteprogramma Smallingerland

Het Debat 3 juni 2025, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Startnotitie Warmteprogramma Smallingerland3.076 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie Warmteprogramma Smallingerland april 2025

1

1. Inleiding 1.1. Aanleiding voor het warmteprogramma Eind 2021 is door de gemeenteraad de Transitievisie Warmte gemeente Smallingerland vastgesteld. In deze visie is beschreven wat onze ambities zijn voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en welke uitgangspunten we belangrijk vinden. Ook is in de Transitievisie Warmte inzichtelijk gemaakt wat het voorkeursalternatief is voor aardgas voor de verschillende deelgebieden in onze gemeente en in welke gebieden we willen starten met het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Sinds het vaststellen van de Transitievisie Warmte hebben zich verschillende ontwikkelingen voorgedaan met grote impact op de warmtransitie. Het gaat bijvoorbeeld om het wegvallen van een warmtebron die de belangrijkste pijler vormde onder onze ambities in de Transitievisie Warmte (geothermie), stijgende energieprijzen, de toenemende impact van netcongestie en nieuwe wetgeving. De Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie die eind 2024 is aangenomen, vereist dat gemeenten uiterlijk in 2026 een warmteprogramma vaststellen. We gaan daarom aan de slag met het opstellen van een warmteprogramma voor de gemeente Smallingerland als opvolger van de Transitievisie Warmte.

1.2. Doel van het warmteprogramma Het doel van het warmteprogramma is om inwoners, bedrijven, netbeheerder, woningcorporaties en andere stakeholders meer duidelijkheid te geven over de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en handelingsperspectief te bieden. Duidelijkheid over wat we als voorkeursalternatief voor aardgas zien in de verschillende wijken en dorpen in onze gemeente en duidelijkheid over waar we de komende jaren aan de slag gaan met een gebiedsgerichte aanpak en waar niet. Hiermee geven we als gemeente invulling aan onze regierol in de warmtetransitie in de gebouwde omgeving, zoals is afgesproken in het Klimaatakkoord.

1.3. Terugblik op de Transitievisie Warmte 1.3.1. Doelstellingen 2030 en 2050 en startwijken In de Transitievisie Warmte is als doelstelling geformuleerd dat alle woningen en gebouwen in Smallingerland aardgasvrij zijn in 2050. Voor 2030 is als tussendoel geformuleerd dat 15 à 20% van onze woningen en gebouwen aardgasvrij zijn, met name door de overstap van aardgas naar een collectief warmtenet op basis van geothermie. Dit komt neer op 4.000 tot 5.000 woningen in Smallingerland en een evenredige bijdrage aan de landelijke ambities uit het Klimaatakkoord. Uit de analyses kwamen vier concrete gebieden naar voren waar de transitie naar aardgasvrij het meest dichtbij leek. Dit werden de 4 startgebieden van Smallingerland, zie tabel 1. Het betreft de ontwikkeling van collectieve warmtenetten (geothermie en restwarmte) in een aantal oudere en dichtbebouwde buurten met een ligging nabij de (nog te ontwikkelen) warmtebronnen. Daarnaast zagen we kansen voor individuele en/of collectieve warmte-alternatieven bij de vernieuwing van het centrum van Drachten (koppelkans) en een bewonersinitiatief in De Wilgen, Smalle Ee en Buitenstvallaat.

2

Tabel 1: Startgebieden Smallingerland (Transitievisie Warmte, 2021)

1.3.2. Uitgangspunten Transitievisie Warmte In de Transitievisie Warmte zijn de volgende uitgangspunten voor de warmtetransitie opgesteld: 1. We zetten in op een laagdrempelige en stapsgewijze strategie naar aardgasvrij 2. De warmte-alternatieven moeten betaalbaar, duurzaam en betrouwbaar zijn, waarbij we rekening houden met het nemen van zoveel mogelijk spijtvrije (no-regret) maatregelen 3. We werken gebiedsgericht en gefaseerd, we benutten koppelkansen waar dat kan 4. De transitie is een gezamenlijke opgave van alle inwoners en betrokken partijen, met allerlei diverse belangen en behoeften. Middels dialoog werken we met alle betrokken partijen toe naar gedragen wijkuitvoeringsplannen, waarbij verantwoordelijkheidsgevoel, transparantie en communicatie van cruciaal belang zijn.

1.3.3. Mate van doelbereik In 2023 was 3,0% van de woningen in Smallingerland aardgasvrij. Dit komt neer op bijna 800 woningen. Figuur 1 toont de ontwikkeling van het aandeel aardgasvrije woningen in Smallingerland in de periode 2019 t/m 2023. Figuur 1: Ontwikkeling aandeel aardgasvrije woningen in Smallingerland 5% 4% 3% 2% 1% 0%

0,7%

1,0%

1,2%

2019

2020

2021

2,1% 2022

3,0%

2023

3

Uit de figuur blijkt dat het aandeel aardgasvrije woningen weliswaar gestaag is gegroeid, maar dat we met dit groeitempo de doelstelling voor het aandeel aardgasvrije woningen in 2030 niet gaan halen. Er is dus een versnelling nodig. Van de 4 startwijken uit de Transitievisie Warmte is alleen in De Wilgen de transitie naar aardgasvrij in gang gezet. In de overige startgebieden is dit (nog) niet gelukt. Hiervoor zijn een aantal redenen: 1. Vanwege breuken in de diepe ondergrond bleek geothermie geen haalbare warmtebron. Hiermee is de belangrijkste pijler onder onze ambities in de Transitievisie Warmte weggevallen; 2. De koppelkans met de centrumvernieuwing bleek in de praktijk complexer te zijn dan vooraf ingeschat. De redenen hiervoor zijn: a. Verschillen in scope en concreetheid tussen de opgaven, met name door de tijdshorizon van de opgaven; b. Prioriteit bij aanpak van winkelgebied, parkeren en herinrichting openbare ruimte; c. Veel verschillende stakeholders en gebouweigenaren; 3. Restwarmte in De Swetten is primair een samenwerking tussen Dunlop en Accolade en nog niet van de grond gekomen. Hierin speelt ook mee dat er intern weinig draagvlak is voor deze warmtebron. Naast oorzaken die grotendeels buiten de invloedssfeer van de gemeente liggen, heeft ook het gebrek aan uitvoeringscapaciteit en prioriteit binnen de gemeentelijke organisatie een rol gespeeld.

Binnen de gemeente was er lange tijd slechts één projectleider in deeltijd beschikbaar voor de uitvoering van de warmtetransitie. Op basis van de inschatting van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) is voor een middelgrote gemeente zoals Smallingerland aanzienlijk meer capaciteit nodig. De Warmte Transitie Makers (WTM) hebben een tool ontwikkeld voor de gemeenten die een indicatie geeft voor de benodigde middelen voor de uitvoering. De uitkomsten geven aan dat de benodigde (Rijks)middelen niet in lijn zijn met de gestelde ambities. Zie bijlage 1 voor een voorbeeld organogram en de uitkomsten van de begrotingstool voor Smallingerland. Pas vanaf 2024 kon de gemeente vanuit de tijdelijke regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid (CDOKE) middelen van het Rijk inzetten voor het vergroten van de uitvoeringscapaciteit. Daarnaast hebben andere vraagstukken meer prioriteit gekregen. Het gaat met name om extra inzet op energiebesparing door de sterk opgelopen energieprijzen en netcongestie. Naast de 4 startgebieden is er gemeente breed gewerkt aan bewustwording en energiebesparing en CO2 reductie. Dit is onder andere gedaan door inzet energiecoaches, informatievoorziening op het gebied van verduurzamen en aardgasvrij wonen en sinds 2024 het Nationaal Isolatie Programma (NIP).

1.3.4. Conclusies Transitievisie Warmte Terugkijkend kunnen we constateren dat het zeer waarschijnlijk is dat de ambitieuze doelen uit de Transitievisie Warmte voor 2030 met de bestaande aanpak niet gerealiseerd gaan worden. Grotendeels is dit te verklaren door omstandigheden die buiten onze invloedssfeer liggen, met name het wegvallen van geothermie als warmtebron. Anderzijds is de conclusie dat het aardgasvrij maken van bestaande woningen en gebouwen een lastige en arbeidsintensieve klus is. Gemeentes hebben de regierol gekregen in de warmtetransitie. In de praktijk lijkt het onvoldoende gelukt om deze regierol waar te maken. Voor een deel is dit te verklaren door het ontbreken van wetgeving. Met het vaststellen van de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (2024) en de Wet Collectieve Warmte (verwachting juli 2025) krijgt de gemeente een groter wettelijk mandaat. Hiermee krijgt de gemeente ook een grotere verantwoordelijkheid om de regierol daadwerkelijk op zich te nemen. Dit houdt in dat er duidelijke, en mogelijk soms ook lastige, keuzes moeten worden gemaakt. Dit is noodzakelijk om 4

handelingsperspectief te bieden aan onze inwoners en richting te geven aan de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving.

2. Kaderstelling warmteprogramma door de raad In het warmteprogramma maken we keuzes en geven we richting aan de warmtetransitie in onze gemeente. Met als doel om van de huidige situatie te komen tot de gewenste situatie: een aardgasvrije gebouwde omgeving in Smallingerland in 2050. Dit vraagt om keuzes van ons als gemeente vanuit onze rol als regisseur van de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Keuzes over het voorkeursalternatief voor aardgas, in onze dorpen, in het buitengebied en in de verschillende wijken van Drachten en keuzes over de prioritering van dorpen en wijken: In welke wijken en dorpen gaan we de komende 10 jaar aan de slag met een gebiedsgerichte aanpak? We willen dat het voor onze inwoners, bedrijven en instellingen in onze gemeente transparant is welke principes leidend zijn in de warmtetransitie en dat het navolgbaar is hoe we tot keuzes zijn gekomen. We hebben daarom in dit hoofdstuk expliciet gemaakt wat de leidende principes zijn voor de warmtetransitie in onze gemeente (paragraaf 2.1). Ook is in dit hoofdstuk uitgewerkt op basis van welke criteria we het voorkeursalternatief voor aardgas willen bepalen (paragraaf 2.2) en op basis van welke criteria de prioritering van wijken en buurten is bepaald (paragraaf 2.3).

2.1. Leidende principes warmtetransitie We bouwen in het warmteprogramma voort op de uitgangspunten uit de Transitievisie Warmte. Het tussendoel voor 2030 lijken we niet te gaan halen, maar het einddoel voor 2050 blijft hetzelfde: een aardgasvrije gebouwde omgeving. We sturen op de doelstelling dat alle woningen en gebouwen uiterlijk in 2050 aardgasvrij zijn, maar laagdrempeligheid, vrijwilligheid en betaalbaarheid zijn de basis. We dwingen niemand om van het aardgas af te gaan. De gemeente heeft een inspanningsverplichting om inwoners, bedrijven en instellingen te ondersteunen bij knelpunten in de zogeheten ‘klantreis’ (zie bijlage 2) en te zoeken naar mogelijkheden om verduurzaming te koppelen aan natuurlijke vervangingsmomenten. De warmte-alternatieven voor aardgas zijn duurzaam en betrouwbaar, waarbij we rekening houden met het nemen van zoveel mogelijk spijtvrije (no-regret) maatregelen. We werken gebiedsgericht en gefaseerd, we benutten koppelkansen waar dat kan. De transitie is een gezamenlijke opgave van alle inwoners en betrokken partijen, met allerlei diverse belangen en behoeften. Middels dialoog werken we met alle betrokken partijen toe naar gedragen wijkuitvoeringsplannen, waarbij verantwoordelijkheidsgevoel, transparantie en communicatie van cruciaal belang zijn.

2.2. Criteria voor voorkeursalternatief aardgas Om te bepalen wat het beste voorkeursalternatief voor aardgas is, hebben we criteria opgesteld waar we de verschillende alternatieven voor aardgas op beoordelen. Deze criteria staan in Tabel 2.

5

Tabel 2: Criteria voor afwegen alternatieven voor aardgas Criterium Korte beschrijving Geschiktheid van hernieuwbare Alternatieven voor aardgas die qua potentie, temperatuur, warmtebronnen beschikbaarheid en locatie van de warmtebron goed aansluiten op de (toekomstige) warmtevraag in een gebied krijgen de voorkeur boven alternatieven die qua potentie, kenmerken en/of locatie niet goed aansluiten op de (toekomstige) warmtevraag. Financiële haalbaarheid Alternatieven voor aardgas waarvoor de totale maatschappelijke kosten en/of eindgebruikerskosten voor een gebied laag zijn krijgen de voorkeur boven duurdere alternatieven. Duurzaamheid Alternatieven voor aardgas die leiden tot een hoge CO2-reductie krijgen de voorkeur boven alternatieven die leiden tot een lagere CO2-reductie. Milieu-impact Alternatieven voor aardgas met een lage milieu-impact krijgen de voorkeur boven alternatieven die meer milieu-impact hebben. Hierbij kijken we bv. naar geluid, fijnstof, stikstof, waterkwaliteit. Netimpact Alternatieven voor aardgas met een lage piekvraag op het elektriciteitsnet krijgen de voorkeur boven alternatieven met een hogere piekvraag.

Organisatorische complexiteit Alternatieven voor aardgas waar een lage mate van organisatie voor nodig is om het alternatief te realiseren krijgen de voorkeur boven alternatieven waar een hoge mate van organisatie voor nodig is om het alternatief te realiseren.

2.3. Criteria voor prioritering wijken en dorpen Om te bepalen in welke wijken en dorpen we de komende 10 jaar aan de slag gaan met een gebiedsgerichte aanpak, hebben we eveneens criteria opgesteld op basis waarvan we de prioritering van de verschillende dorpen en wijken bepalen. Deze criteria staan in Tabel 3. Tabel 3: Criteria voor afwegen prioritering wijken en dorpen Criterium Korte beschrijving Maatschappelijke Wijken en dorpen waar de maatschappelijke kosten en/of kosten en/of eindgebruikerskosten voor een alternatief voor aardgas laag zijn krijgen de voorkeur boven wijken en dorpen waar de eindgebruikerskosten maatschappelijke kosten en/of eindgebruikerskosten hoger zijn. Robuustheid uitkomsten analyse Wijken en dorpen waar de geschiktheid van hernieuwbare warmtebronnen, financiële haalbaarheid, duurzaamheid, milieuimpact en netimpact met een hoge mate van zekerheid kunnen worden vastgesteld krijgen de voorkeur boven wijken en dorpen waar de uitkomsten van de analyse onzekerder zijn. Wijkvernieuwing Wijken en dorpen waar we de komende 10 jaar aan de slag gaan met wijk- of dorpsvernieuwing én waar concrete koppelkansen benut kunnen worden krijgen de voorkeur boven wijken en dorpen waar we de komende 10 jaar niet aan de slag gaan met wijk- of dorpsvernieuwing.

Lokale initiatieven Dorpen en wijken waar burgerinitiatieven zijn die als vliegwiel kunnen fungeren voor de warmtetransitie krijgen de voorkeur boven dorpen en wijken waar geen (passend) burgerinitiatief is. 6

Investeringsagenda woningcorporaties

Investeringsagenda netbeheerders Capaciteit elektriciteitsnet

Wijken en dorpen waar woningcorporaties de komende 10 jaar investeren in renovatie, verduurzamen of sloop-nieuwbouw krijgen voorrang boven dorpen en wijken waar woningcorporaties niet renoveren. Wijken en dorpen waar het gasnet op korte termijn vervangen moet worden krijgen voorrang boven wijken en dorpen waar het gasnet later moet worden vervangen. Wijken en dorpen waar de komende 10 jaar meer ruimte is op het elektriciteitsnet om te verduurzamen krijgen voorrang boven wijken en dorpen waar de komende 10 jaar minder ruimte is op het elektriciteitsnet.

3. Procesvoorstel 3.1. Besluitvormingstraject warmteprogramma Het warmteprogramma dient vastgesteld te worden volgens de uitgebreide voorbereidingsprocedure, deze is als volgt; - Het college stelt het Ontwerp-warmteprogramma vast; - Ontwerp-warmteprogramma wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd; - Ingebrachte zienswijzen worden verwerkt in de Nota van Zienswijzen, indien nodig geacht worden er aanpassingen in het warmteprogramma aangebracht; - Besluitvorming over het warmteprogramma in het college - Het Warmteprogramma wordt bekendgemaakt via het gemeenteblad; - Het Warmteprogramma treedt in werking. Na de inwerkingtreding van het Warmteprogramma wordt deze gepubliceerd in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

3.2. Overzicht processtappen en planning Activiteit Stap 0: Opleveren eindversie projectvoorstel Stap 1: Terugblikken Stap 2: Herijken uitgangspunten Stap 3: Doorgronden beschikbare technische analyses Stap 4: Verrijken startanalyse Stap 5: Afwegen Stap 6: Uitwerken Stap 7: Consulteren van stakeholders Stap 8: Plan-MER beoordeling Stap 9: Opstellen Ontwerp-warmteprogramma Vaststellen ontwerp Warmteprogramma door College Ontwerp-warmteprogramma zes weken ter inzage + Nota van Zienswijzen Besluitvorming over warmteprogramma in College Bekendmaking via het gemeenteblad Publicatie in Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)

Wanneer Februari Februari Maart - april Maart April Mei Mei Juni - 1e helft september Juni - 1e helft september September 1e helft oktober Oktober - november December Januari – februari '26 Januari – februari '26

7

3.3. Participatieplan voor opstellen warmteprogramma Om iedereen goed mee te nemen in de plannen voor de warmtetransitie, is participatie en communicatie een cruciaal onderdeel bij het opstellen van het warmteprogramma voor de gemeente Smallingerland. Zo maken we betere plannen, krijgen we zorgvuldigere besluiten en werken we aan maatschappelijk draagvlak voor de veranderingen in de openbare ruimte en in woningen en gebouwen die de warmtetransitie met zich meebrengt. Participatie en communicatie is een doorlopend proces in onze aanpak. Doelgroepen De participatie richt zich primair op de volgende doelgroepen: - Inwoners van de gemeente Smallingerland, met een focus op inwoners in wijken en buurten waar we met een gebiedsgerichte aanpak aan de slag willen gaan. - Ondernemers in de gemeente Smallingerland - Strategische samenwerkingspartners in de uitvoering o Netbeheerder Liander o Woningcorporaties Accolade en WoonFriesland o HVC o Wetterskip Fryslân o Energie Transitie Coöperatie De Wilgen, Smalle Ee en Buitenstvallaat (ETC) Mate van invloed In het participatiebeleid van de gemeente Smallingerland maken we onderscheid tussen vier participatievormen: - Informeren: Bij deze vorm is geen ruimte voor de inbreng van de omgeving. De gemeente heeft een opgave, werkt die uit, stelt de uitkomst vast en informeert de omgeving daarover.

Over de (uitkomsten van de) opgaven waarvoor de gemeente verantwoordelijk is moeten betrokkenen in ieder geval geïnformeerd worden. Dit staat ook wel bekend als non-participatie omdat er niets wordt opgehaald. - Raadplegen: Bij deze vorm vragen we de omgeving om hun mening. Het gaat om een inventarisatie van ideeën en meningen die niet bindend zijn voor de gemeente. - Adviseren: We vragen van de omgeving om ons te adviseren over mogelijke oplossingen of problemen bij een opgave. De gemeente verplicht zich het advies serieus te nemen en hierop te reageren. Bij de uiteindelijke beslissing kan gemotiveerd van het advies worden afgeweken. - Samenwerken: Gemeente en omgeving werken samen aan een opgave en zoeken samen naar oplossingen op basis van gelijkwaardigheid. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor de uiteindelijke beslissingen. In de eerste fase van onze aanpak (stap 1 t/m 4) ligt de focus vooral op het verzamelen van informatie. We hebben als gemeente nog geen (voorlopige) keuzes gemaakt. In deze fase vinden we het belangrijk dat een zo groot mogelijke groep betrokkenen de gelegenheid heeft om input te leveren. De focus ligt op het raadplegen van een zo groot mogelijke groep betrokkenen.

We werken een vragenlijst uit die alle inwoners en ondernemers mogen invullen om inzicht te krijgen in hoe ze aankijken tegen de warmtetransitie, in hoeverre ze hier zelf mee bezig zijn, wat hun drijfveren zijn, welke knelpunten ze ervaren en welke ondersteuning ze wensen. We brengen deze vragenlijst onder de aandacht via onze eigen communicatiekanalen. Ook raadplegen we in deze fase de strategische samenwerkingspartners. Dit doen we via 1-op-1 gesprekken. In de tweede fase (stap 5 t/m 8) hebben we voorlopige keuzes gemaakt die we willen toetsen op draagvlak en uitvoerbaarheid. In deze fase ligt de focus qua participatievorm nog steeds op raadplegen, maar 8

richten we ons specifiek op inwoners en ondernemers die te maken krijgen met de voorlopige keuzes. In deze fase organiseren we bijeenkomsten in wijken en dorpen waar we de komende 10 jaar aan de slag gaan met een gebiedsaanpak. Het doel is om te bepalen of er steun is voor de keuzes en keuzes aan te scherpen en af te stemmen op de specifieke behoeften en wensen vanuit de samenleving. Ook leggen we de voorlopige keuzes voor aan de strategische samenwerkingspartners. Dit doen we wederom via 1-op-1 gesprekken. Gebrek aan draagvlak of draagkracht kan aanleiding vormen om keuzes te herzien. De derde en laatste fase is gericht op besluitvorming en verschuift de participatievorm naar adviseren. We werken een ontwerp-warmteprogramma uit en dit ontwerp-warmteprogramma wordt zes weken ter inzage gelegd. Betrokkenen kunnen zienswijzen inbrengen en wij verwerken dit in een Nota van Zienswijzen waarin we als gemeente reageren op de ingebrachte zienswijzen. Indien nodig geacht, worden er aanpassingen in het warmteprogramma aangebracht.

9

Bijlage 1: Organisatie en budgettering

Figuur A: Organogram Middelgrote gemeente (bron: https://www.nplw.nl/regierol/organisatie)

10

Figuur B: Begrotingstool uitvoering warmtetransitie (DWTM, 2025)

11

Bijlage 2: Stappen en barrières klantreis

Bron: TNO-2022-P12703.pdf

12

Bijlage 3: Verwijzingen

•

Gemeente Smallingerland. (2021). Transitievisie Warmte. Drachten: Gemeente Smallingerland.

•

Gemeente Smallingerland. (2022). Visiedocument Programma Duurzaamheid. Drachten: Gemeente Smallingerland.

•

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. (2023, juni 30). Memorie van toelichting Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie. Opgehaald van tweedekamer.nl: https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2023D29619

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15460905/1