Bijlage 1 - Reactienota ROP
Tekst van het document
Reactienota Concept Ruimtelijk ontwikkelperspectief Gemeente Smallingerland Projectteam Ruimtelijk Ontwikkelperspectief Oktober 2025
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
2
1
Inleiding
3
2
Opbrengst participatiebijeenkomsten
4
3
2.1
Reactie op voorgestelde strategische keuzes
4
2.2
Specifieke reacties op ontwikkelprincipes in deelgebieden
10
Gevolgen voor het vervolgproces
15
3.1
Introductie vervolgproces op hoofdlijnen
15
3.2
Gevolgen participatietraject voor het onderzoek naar de omgevingseffecten
15
3.3
Gevolgen van het participatietraject voor het vervolgproces in Boornbergum
18
3.4
Gevolgen van het participatietraject voor toekomstige plan- en beleidsvorming
19
Bijlage 1: de participatieverslagen
20
Bijlage 2: overige binnengekomen reacties
65
2
1 Inleiding Doel van deze reactienota Deze reactienota geeft duidelijkheid over wat de gemeente gaat doen met de informatie die is opgehaald tijdens de participatiebijeenkomsten over het concept Ruimtelijk Ontwikkel Perspectief (hierna concept-ROP). Het concept-ROP laat zien waar en hoe de gemeente Smallingerland ruimte wil geven aan wonen, werken en energie, de drie grootste ruimtelijke opgaven voor onze gemeente. Het concept-ROP is een voorstel van de gemeente waar goed over nagedacht is. Maar het is nog niet af. De inbreng van inwoners en andere belanghebbenden vormt een belangrijke input voor de verdere verfijning van het ROP, dat uiteindelijk een Omgevingsprogramma onder de Omgevingswet wordt. In de raadsvergadering van 7 januari 2025 heeft de gemeenteraad besloten dat het gesprek met inwoners en andere belanghebbenden over het concept-ROP kon worden gestart. In de periode april tot en met september zijn in totaal 13 bijeenkomsten georganiseerd in Drachten en in alle dorpen. Deze bijeenkomsten waren erop gericht om inwoners en overige belanghebbenden te informeren over wat het ROP is én om vragen, wensen en bedenkingen bij het concept-ROP te inventariseren. Van alle bijeenkomsten is een verslag gemaakt met een feitelijke weergave van de bijeenkomst. In deze verslagen is ook de reactie van de gemeente opgenomen op vragen en opmerkingen die tijdens de avonden zijn gemaakt.
Naast bovengenoemde 13 bijeenkomsten heeft de gemeente in de afgelopen maanden diverse schriftelijke reacties op het concept-ROP binnengekregen van (groepen) inwoners. Deze schriftelijke reacties zijn meegenomen en verwerkt in deze overkoepelende reactienota. Ook heeft de gemeente het concept-ROP in haar reguliere contacten met diverse stakeholders (buurgemeenten, provincie Fryslân, netbeheerders, waterschappen, belangenorganisaties) besproken. Ook de reacties uit deze gesprekken zijn verwerkt in deze nota. In deze reactienota beschrijft de gemeente wat zij in de afgelopen periode als reactie op het conceptROP heeft gehoord van inwoners en overige belanghebbenden. Gezien het grote aantal reacties én het feit dat in verslagen ook al een reactie van de gemeente is opgenomen, concentreert deze nota zich op de voornaamste wensen en bedenkingen. In de nota wordt aangegeven op welke wijze wij de veel gehoorde wensen en bedenkingen mee nemen in het vervolgproces. Tot slot merken we op dat veel van de reacties van belanghebbenden (netbeheerders, buurgemeenten, provincie, waterschappen) procesmatig van aard zijn. Deze partijen willen vooral aangehaakt blijven en geïnformeerd worden wanneer de gemeente een volgende stap maakt in het proces. Leeswijzer In hoofdstuk 2 gaan we in op de voornaamste wensen en bedenkingen van onze inwoners en overige belanghebbenden.
In hoofdstuk 3 beschrijven we op welke wijze de gemeente wensen en bedenkingen
3
een plek wil geven in het vervolgproces. In het laatste hoofdstuk wordt in meer detail toegelicht hoe het vervolgproces er uit ziet.
2 Opbrengst participatiebijeenkomsten In het concept-ROP wordt beschreven hoe de gemeente om wil gaan met de grote ruimtelijke vraagstukken op het gebied van wonen, werken en energie. De gekozen strategie wordt in het concept -ROP vervolgens ruimtelijk vertaald door per deelgebied in Smallingerland aan te geven hoeveel ruimte er is voor het toevoegen van ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken en energie. In dit hoofdstuk volgen we deze opbouw. We beschrijven allereerst hoe inwoners en belanghebbenden hebben gereageerd op de in het concept-ROP opgenomen strategie voor wonen, werken en energie. Vervolgens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de voornaamste reacties uit verschillende deelgebieden.
2.1 Reactie op voorgestelde strategische keuzes De algemene bevindingen uit het participatieproces verdelen we onder in de drie hoofdthema's die centraal staan in het ROP: Wonen, Werken en Energie. We starten elk thema met een korte beschrijving van de strategie zoals die in het concept-ROP is opgenomen. Vervolgens beschrijven we welke wensen en bedenkingen daarop zijn ingebracht. Voordat we dat doen plaatsen we nog enkele algemene opmerkingen. Ten eerste zijn d e gesprekken voor zowel gemeente als inwoners waardevol geweest. Inwoners waarderen het dat de gemeente naar het dorp komt om in gesprek te gaan over mogelijke ontwikkelingen en over de kansen en opgaven die de inwoners zien. Ten tweede geldt dat veel van de opgehaalde wensen en bedenkingen van inwoners betrekking hebben op de eigen, directe leefomgeving en heel concreet van aard zijn. Deze input is vooral bruikbaar bij de uiteindelijke ruimtelijke inpassing van de vraagstukken rondom wonen, werken en energie en de verdere uitwerking van de deelgebieden. Het ROP beperkt zich echter tot het inzichtelijk maken welke ruimteclaims waar in Smallingerland kunnen 'landen'. Hoe ruimteclaims daadwerkelijk in deelgebieden kunnen worden ingepast valt buiten de scope van het ROP en is onderdeel van uiteindelijke planvorming en gebiedsontwikkeling die op basis van het ROP kan plaatsvinden.
Veel van de opgehaalde reacties die richting geven aan de uiteindelijke wijze van inpassing maken om deze reden geen deel uit van deze reactienota, maar zullen worden gebruikt bij planvorming. Tot slot merken we op dat de hieronder per thema opgesomde wensen en bedenkingen moeten worden bezien in het licht van het algemene, breed gedeelde begrip onder inwoners voor de opgaven waar de gemeente mee wordt geconfronteerd en de ingewikkelde ruimtelijke puzzel die dat met zich meebrengt.
4
2.1.1
Wonen
Strategie volgens het concept-ROP Wonen is een van de belangrijke opgaven die zich vooral richt op Drachten. Het is ook een opgave die in omvang en ambitie op de langere termijn sterk afhankelijk is van de komst van de Lelylijn. De gemeente heeft forse ambities. Er moet gebouwd worden voor alle doelgroepen. Speciale aandacht gaat uit naar betaalbare woningen (onder andere voor starters), geschikte woningen voor ouderen en voor hoogopgeleide werknemers om zo ook te voorzien in de behoefte van en onze groeiambitie voor een exclusiever woonmilieu. De opgave voor wonen verbreden we tot het ontwikkelen van fijne woon - en leefomgevingen. Dat betekent dat wij wonen niet zien als een functie op zich, maar altijd in samenhang met de vragen en wensen rond leefbaarheid, landschap en toekomstbestendigheid, waaronder de ruimte voor klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en duurzame opwek van energie. Bij het verdelen van de woningbouw kiezen we voor binnenstedelijk wat binnenstedelijk kan. Daarmee zetten we vooral in op ontwikkellocaties binnen Drachten en binnen de dorpen als onderdeel van een herontwikkeling- of herstructureringsopgave. Intensivering van het ruimtegebruik is daarbij een belangrijke doelstelling om meer woningen te kunnen bouwen of terug te bouwen binnen de beschikbare ruimte. De woningbouwopgave is echter te groot om volledig binnen bestaand bebouwd gebied op te lossen.
Daarom moeten we ook uitbreiden. Dat doen we allereerst bij Oudega en Boornbergum. Deze dorpen zien we als centrumkernen met eigen voorzieningenniveau. Beide kernen willen we extra versterken om deze functie ook in de toekomst goed te kunnen vervullen. Als er zicht is op de komst van de Lelylijn of wanneer er een forse aanvullende woningbouwopgave ontstaat als gevolg van een verregaande verstedelijkingsstrategie van Drachten, kiezen we voor een sprong over de A7. Bij de overige dorpen in onze gemeente blijft er ruimte voor maatwerk rond woningbouw. Daarbij staat kwaliteit en toekomstbestendigheid (in inrichting en in woningtypologie) voorop. Woningbouw gaat samen met de opwek van energie voor het hele dorp en met een sterke landschappelijke en recreatieve inbedding van nieuwe buurtjes in de omgeving. Ook zien we mogelijkheden om woningen toe te voegen op erven van agrarische bedrijven die de bedrijfsactiviteit beëindigen. Daar willen we ruimhartig mee omgaan gelet op de veranderingen in het buitengebied. Ingebrachte wensen en bedenkingen In nagenoeg alle bijeenkomsten met inwoners, zowel in de grotere als de kleinere kernen, is het thema wonen het meest uitvoerig besproken. Hieronder zijn de wensen, bedenkingen en suggesties die regelmatig terugkwamen opgesomd. 1.
Door inwoners uit verschillende deelgebieden werden bedenkingen uitgesproken bij het voornemen van de gemeente om de noodzakelijke uitbreiding van woningen buiten bestaand bebouwd gebied in Boornbergum en Oudega te concentreren. a. In Boornbergum wordt door veel inwoners van het dorp aangegeven dat de gemeente met maximaal 600 woningen verhoudingsgewijs teveel woningen wil toevoegen. Veel gehoorde argumenten daarbij zijn dat een dusdanige uitbreiding van het aantal woningen ten koste
5
gaat van de identiteit van het dorp en de verkeersveiligheid, en bereikbaarheid verder onder druk zet. b. In Oudega zijn de reacties van de inwoners meer wisselend van aard. Een deel van de inwoners in Oudega is van mening dat het realiseren van meer woningen dan de eigen behoefte kansen biedt om het voorzieningenaanbod en de aantrekkelijkheid van het dorp te versterken. Een deel van de inwoners is van mening dat er in Oudega niet moet worden gebouwd voor de behoefte van inwoners die op dit moment niet in het dorp wonen. c.
Een breed gedeeld reactie uit de overige dorpen is dat een concentratie van nieuwe woningbouw in Boornbergum en Oudega niet ten koste mag gaan van de mogelijkheid om extra woningen in andere dorpen te realiseren. De inwoners van Boornbergum en - in mindere mate - Oudega stellen voor om een deel van de woningen in de andere dorpen in de gemeente te realiseren. In het verlengde hiervan blijkt uit de participatieverslagen dat met name in de andere kernen de behoefte aan woningen momenteel groot is; er zijn zorgen over het woningaanbod en de mogelijkheid voor met name jongeren/starters en ouderen om (op termijn) een passende woning te vinden en daarmee in het dorp te kunnen blijven
wonen. 2. Het voornemen van de gemeente om alle dorpen de ruimte te bieden om woningen te bouwen waarmee in de lokale behoefte kan worden voorzien, wordt zeer breed gedragen door nagenoeg alle inwoners. Het participatietraject laat bovenal zien dat er momenteel een grote vraag is naar (betaalbare) woningen in bijna alle kernen in Smallingerland. Woningbouw wordt als wenselijk gezien om doorstroming op de huizenmarkt te verbeteren en jongeren uit het dorp de kans te bieden te blijven wonen in het dorp waar ze zijn opgegroeid. Hierbij werd aan de gemeente een breed gedeelde oproep gedaan om nieuwe woningen op zo'n manier toe te voegen dat de eigen inwoners meer kans maken op een woning dan nu het geval is. 3. In het concept-ROP zijn in de deelgebieden ontwikkelgebieden ingetekend voor wonen, energie en werken. De locatie van deze ontwikkelgebieden voor woningen worden door veel inwoners niet als de meest logische locaties gezien. In een aantal dorpen zijn door inwoners andere locaties rond het dorp aangewezen waar zij het toevoegen van woningen logischer en/of wenselijker achten. 4. De strategie van de gemeente om woningen te bouwen op plekken waar dit kan zorgen voor extra draagvlak onder voorzieningen wordt breed door inwoners gesteund. Inwoners van de andere kernen zien daarbij ook kansen om (op termijn) nieuwe voorzieningen naar het dorp te trekken. 5.
Er wordt gehecht aan het toevoegen van diverse typen woonvormen (starterswoningen, geschakelde woningen, knarrenhofjes, appartementen, vrijstaande woningen etc.). Gestapelde woningen zijn over het algemeen niet populair maar ook niet taboe. Wel wordt aangegeven dat twee á drie woonlagen daarbij het maximum moet zijn om te passen bij het karakter van de kernen. 6. Nieuw toe te voegen woningen moeten passen bij de aard van het dorp en mogen niet ten koste gaan van wandel- en fietspaden rondom het dorp. Ook wordt meermaals opgemerkt dat landbouwgronden niet mogen worden opgeofferd voor woningbouw of andere ruimtelijke ontwikkelingen (denk aan opwek van duurzame energie).
6
2.1.2
Werken
Strategie volgens het ROP In het concept-ROP wordt voorgesteld om langs de volgende hoofdlijnen om te gaan met de toekomstige ruimtevraag vanuit het thema werken; 1. Uitbreiding van het areaal bedrijventerrein concentreert zich bij Azeven-Noord tot circa 2035. 2. Na 2030 via herstructurering van bedrijventerrein De Haven de extra ruimtevraag vanwege transities op het gebied van klimaat, energie, circulariteit opvangen. 3. De functie werken behouden voor bedrijventerrein Nijtap en inzetten als strategische schuifruimte voor herstructurering van De Haven. 4. Bij komst Lelylijn en verwachte verstedelijking zijn mogelijk nieuwe uitleglocaties nodig waarbij het stationsgebied eerste keus is. Ingebrachte wensen en bedenkingen Er zijn in het participatietraject relatief weinig wensen en bedenkingen geuit t en aanzien van de voorgenomen strategie van de gemeente voor het thema Werken. De wensen en bedenkingen hebben vooral betrekking op de hiervoor vermelde voornemens 1 en 2 van de gemeente. De andere strategische voornemens ten aanzien van het thema Werken uit het concept-ROP werden niet of nauwelijks betwist. De volgende wensen, bedenkingen en suggesties kwamen regelmatig terug: •
Vanuit een (beperkt) deel van de inwoners in de omliggende dorpen van Azeven-Noord werd aangegeven dat de voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein groter is dan werd verwacht. De bewoners gaven aan zich zorgen te maken over toenemende verkeersdrukte die gepaard gaat met een dergelijke uitbreiding en de gevolgen hiervan voor de verkeersveiligheid. Ook heeft een deel van de inwoners moeite met het feit dat uitbreiding van het areaal bedrijventerreinen ten koste gaat van landbouwgrond.
•
Het voornemen van de gemeente om de uitbreiding van het areaal bedrijventerreinen bij Azeven Noord gepaard te laten gaan met landschapsontwikkeling kan op veel draagvlak rekenen bij zowel inwoners als overige belanghebbenden die wij in het kader van het participatietraject hebben besproken.
•
Het voornemen van de gemeente om de vraag naar bedrijventerrein na 2030 op te willen vangen binnen bestaand bebouwd gebied, door middel van herstructurering van bedrijventerrein De Haven, kan eveneens op veel draagvlak rekenen bij zowel inwoners als het bedrijfsleven.
2.1.3
Energie
Strategie volgens het ROP In het concept-ROP wordt voorgesteld om langs de volgende hoofdlijnen om te gaan met de toekomstige ruimtevraag vanuit het thema energie: 1. Overal waar dat kan vanuit multifunctioneel gebruik: zon op daken, boven parkeerplaatsen etc. 2. Voor de resterende opgave vanuit de Regionale Energie Strategie tot 2030 ligt het accent op locaties waar de energievraag het grootst is: rond Drachten. Boornbergum en bedrijventerrein Azeven -
7
Noord hebben daarbij de voorkeur. Bij Boornbergum gaat het om zonne-energie, op Azeven-Noord om de combinatie van zon en wind waar mogelijk. 3. Na 2030 is de opgave voor de opwek van duurzame energie enorm. Voorrang krijg t energieopwek bij dorpen vanuit collectief eigenaarschap én op de bestaande bedrijventerreinen waaronder De Haven. Ook behoort het opstellen van windenergie langs bestaande infrastructurele lijnen tot de mogelijkheden. 4. Verder kan de opwek van duurzame energie (als koppelkans) een economische drager zijn in een toekomstbestendig buitengebied. Ingebrachte wensen en bedenkingen Ten aanzien van de voorgenomen strategie van de gemeente hoe om te gaan met de ruimtevraag vanuit het thema Energie, zijn in het participatietraject relatief veel wensen en bedenkingen geuit. De volgende wensen, bedenkingen en suggesties kwamen regelmatig terug: •
Het stimuleren van multifunctioneel gebruik van daken en parkeerplaatsen voor de realisatie van de opwek van duurzame energie kan bij zowel inwoners als belanghebbenden op veel draagvlak rekenen. Wel leeft er onder zowel ondernemers als inwoners in de gemeente een brede zorg over de huidige congestie op het energienet en de wijzigende wet- en regelgeving die teruglevering van stroom op het energienet belemmert.
•
De bedenkingen van inwoners concentreren zich in hoofdzaak op de hiervoor weergegeven voornemens 2 en 3. Er is onder inwoners weinig draagvlak voor zonneweides en windmolens. Het wijzigen van het landschap (gebieden rond de dorpen waar vaak wordt gefietst en gewandeld), het verloren gaan van landbouwgronden en de overlast van geluid en slagschaduw in het geval van windmolens, zijn daarbij het meest genoemd. Er worden echter ook argumenten vóór windenergie ingebracht: i.v.m. het hoge rendement van windmolens en het kleinere ruimtegebruik in vergelijking met zonneparken wordt door diverse inwoners aangegeven dat windenergie, eventueel in combinatie m.b.t. zonne-energie een interessante optie kan zijn.
•
In het verlengde van bovenstaande is er bij veel inwoners tegelijkertijd het besef, dat alleen de realisatie van zon op daken onvoldoende is om op de lange termijn in de energiebehoefte te kunnen voorzien. o
Vanuit bovenstaand bewustzijn is er onder zowel inwoners als bedrijven relatief veel draagvlak om bedrijventerreinen in te zetten voor (grootschalige) opwek én opslag van duurzame energie.
o
o
Vanuit bovenstaand bewustzijn geeft het merendeel van de inwoners aan dat als er grootschalig duurzame energie moet worden opgewekt met zonneweides en windenergie, dit op een locatie moet gebeuren waar zo min mogelijk inwoners er last van hebben. In veel dorpen is wel draagvlak voor energieopwek in de direct omgeving van het dorp vanuit collectief eigenaarschap en ten behoeve van de eigen lokale behoefte, mits de landschappelijke inpassing op dusdanige wijze wordt vormgegeven dat overlast beperkt is. Een deel van de aanwezige inwoners was nieuwsgierig naar voorbeelden hiervan, wat mogelijk een deel van de bezwaren ook zou kunnen wegnemen.
8
In hun reacties op het concept-ROP roepen Tennet en Liander, bij de verdere uitwerking van de verschillende voornemens die zijn opgetekend in het concept-ROP, de gemeente op om: •
bij de uitwerking in te zetten op een brede mix van energiebronnen en -opslag, zoals warmtenetten, groen gas, batterijen, zodat de druk op het elektriciteitsnet kan worden verlicht en de elektriciteitsvoorziening betaalbaar en betrouwbaar blijft.
•
elektriciteitsbesparing en slim gebruik van het elektriciteitsnet te stimuleren .
•
tijdig ruimte te reserveren in plannen voor energie-infrastructuur en hierbij expliciet aandacht te hebben voor de mogelijke gevolgen van de komst van een 380KV-hoogspanningsverbinding.
•
de netbeheerders te betrekken bij de verdere uitwerking van de plannen in het vervolgproces.
2.1.4
Overige reacties, wensen en bedenkingen
Buiten de Wonen, Werken en Energie zijn er op enkele andere thema's wensen en bedenkingen in gebracht die we hieronder beschrijven. Verkeersveiligheid en bereikbaarheid In veel kernen zijn zorgen geuit over de verkeersituatie en daarbij met name de verkeersveiligheid. Te snel rijden, sluipverkeer en breed landbouwverkeer door de kernen werden vaak genoemd. Velen uiten hun zorgen over de toename van de verkeersdrukte op plekken waar het ROP voorstelt om relatief veel woningen toe te voegen of op de routes ernaartoe. Door inwoners van verschillende dorpen en wijken rondom dorpen waar het ROP een uitbreiding voorziet, is nadrukkelijk gevraagd om in de uitwerking van plannen aandacht te hebben voor sluipverkeer. Ook aandacht voor (veilige) fietsverbindingen is een thema dat in brede zin meermaals aan de orde is gekomen in de gesprekken over het ROP. Lokale recreatiemogelijkheden Recreatie (wandelen en fietsen) in de buurt van de dorpen wordt vaak genoemd als zeer waardevol. Op een aantal plaatsen wordt het versterken of herstellen van oude verloren gegane paden als wens geuit. Uitbreidingen (wonen, energie of anderszins) mogen niet ten koste gaan van recreatiemogelijkheden rond het dorp.
9
Brede oproep om nauw betrokken te worden in planontwikkelingsfase In de participatiebijeenkomsten is door inwoners en door overige belanghebbenden een brede oproep gedaan om betrokken te worden bij de verdere uitwerking van plannen. Ondanks de weerstand van een deel van de inwoners tegen het veronderstelde effect van de plannen voor de eigen leefomgeving, kreeg de gemeente over het algemeen veel complimenten over de insteek van het participatietraject. Alle aanwezigen ervaren het als prettig om in een vroeg stadium betrokken te worden bij dergelijke grote keuzes voor de gemeente. Kanttekening is dat met name inwoners aangaven dat de geschetste ontwikkelprincipes in het ROP nog van een vrij hoog abstractieniveau zijn. Zij geven aan vooral geïnteresseerd te zijn in participatie op het moment dat concrete plannen worden ontwikkeld voor de wijk of buurt. In het verlengde hiervan merkten we dan ook dat in de deelgebieden waar het concept-ROP al wat concreter is uitgewerkt, de behoefte om reeds in deze fase met de gemeente mee te denken vele malen groter is.
2.2 Specifieke reacties op ontwikkelprincipes in deelgebieden Aan de hand van de voorgenomen strategie wordt in het concept-ROP voor elf deelgebieden geschetst waar en welke ruimte de gemeente ziet voor de opgaven van wonen, werken en energie. In deze paragraaf beschrijven we hoe binnen de verschillende deelgebieden is gereageerd op het concept-ROP. Daarbij merken we op dat de gevolgen van de voorgenomen keuzes in het concept-ROP sterk verschilt per deelgebied. Voor de deelgebieden waar de gevolgen van het ROP relatief beperkt zijn, constateren wij dat de veel gehoorde wensen en bedenkingen niet in belangrijke mate afwijken van de hierboven geschetste algemene reactie op de verschillende thema’s. In deze paragraaf zoomen we daarom in op de deelgebieden waarin de voorgenomen keuzes uit het concept-ROP tot de meeste reacties hebben geleid: •
Deelgebied 1 | Boornbergum e.o.
•
Deelgebied 9 | Het buitengebied: zandgronden (waarvan het deelgebied Oudega deel uitmaakt).
Omdat we ons realiseerden dat in deze deelgebieden de gevolgen groot zijn, hebben we in Oudega en in Boornbergum een tweede bijeenkomst (in Boornbergum verdeeld over 2 avonden) georganiseerd om in meerdere kleine groepen verder door te praten over het concept-ROP.
2.2.1
Reacties op voorgestelde ontwikkelprincipes Deelgebied 1 | Boornbergum e.o.
Ontwikkelprincipes Boornbergum e.o. Op basis van de geschetste strategieën hoe om te gaan met de ruimtevraag vanuit wonen, werken en energie zijn in het concept-ROP de volgende uitgangspunten voor het deelgebied Boornbergum e.o. opgenomen:
10
•
De historisch-ruimtelijke dragers van het gebied (De Heide – Skeane Wei en Easterbuorren – Westerbuorren) blijven als lint herkenbaar en beleefbaar.
•
Er is geen ruimte voor functies die zich niet verenigen met de functie van waterwingebied.
•
We ontwikkelen hier een nieuwe parkachtige stadsrand waar wonen, landschap, bos en zonneparken in nauwe samenhang een plek krijgen. Dat betekent het volgende: o
o
De dorpen blijven als eigenstandige dorpen herkenbaar. Daarom komt er een landschappelijke bufferzone tussen de dorpen onderling en tussen de dorpen en Drachten waarin ruimte is voor natuur, recreatief bruikbare bosstroken en klimaatadaptieve maatregelen. Voor zonneparken en woningbouw geldt als vuistregel: 1 ha wonen of zon betekent minimaal 0,5 ha landschapsontwikkeling.
•
Ruimte voor het toevoegen van maximaal 600 woningen, aan de hand van de volgende principes: o Woningbouw in dit gebied betekent: landschapsontwikkeling met ruimte voor wonen. Dus we bouwen aan wonen en landschap tegelijkertijd. Die samenhang zorgt voor de prettige o
(woon)kwaliteit die het wonen in het landschap biedt. Nieuwe woningbouw geeft ruimte aan minimaal 30% sociale huur. In dit deelgebied is in het bijzonder ruimte voor specifieke (zorg)doelgroepen waarbij rekening wordt gehouden
o •
met de behoefte om meer afgezonderd te wonen. Alle te bouwen woningen wekken minimaal de hoeveelheid energie op (warmte en elektrici-
teit) die ze ook gebruiken. Ruimte voor het ontwikkelen van een grootschalig zonnepark als onderdeel van de RES -opgave, aan de hand van de volgende principes: o De ontwikkeling van zonneparken gaat samen op met de ontwikkeling van groenstructuren in het landschap. o
De zonneparken zijn stevig landschappelijk ingepast en ingebed in een grotere structuur van bosstroken en singels.
o
De totaal te realiseren oppervlakte aan zonnepark is een uitkomst van een ontwerpproces, geen voorwaarde.
Ingebrachte wensen en bedenkingen Ten aanzien van de voorgenomen ontwikkelprincipes van de gemeente in het deelgebied Boornbergum e.o. zijn in het participatietraject de meeste wensen en bedenkingen geuit. Hieronder is een samenvatting op hoofdlijnen opgenomen van veel gehoorde wensen, bedenkingen en suggesties die terugkwamen in de participatiebijeenkomsten in Boornbergum, de schriftelijke reacties van inwoners(groepen) en vanuit het Manifest vanuit Dorpsbelangen. •
Bij de aanwezige inwoners van Boornbergum is veel overeenstemming over wat het meest waardevol aan Boornbergum is en behouden of versterkt zou moeten worden, namelijk: o o
de dorpskern met het dorpse karakter, het aanwezige voorzieningenniveau en
o
het coulisselandschap met de singels en bosstroken en de overgang naar het weidse veenlandschap in het westen
11
Dit zijn elementen die in alle gesprekken in meer of mindere maten aan de orde zijn gekomen. Ook het voornemen van de gemeente om Boornbergum van Drachten te blijven scheiden door een landschappelijke bufferzone kan op groot draagvlak rekenen. •
De reacties op de voorgestelde ontwikkelingen voor Boornbergum zijn verdeeld. Er was veel kritiek op het aantal woningen (maximaal 600) zoals genoemd in het ROP. Dit aantal zou ten koste gaan van het karakter van het dorp en de verkeersveiligheid (die volgens de inwoners nu al ondermaats is). Er is een voorkeur uitgesproken voor een gelijkmatiger verdeling van de benodigde woningen over de verschillende kernen van de gemeente. Er is over het algemeen begrip dat er woningen worden toegevoegd aan Boornbergum en ook de meerwaarde voor de toekomstbestendigheid van het dorp (meer jongeren, minder vergrijzing, breed draagvlak voor voorzieningen) wordt door veel
•
inwoners gezien. Er wordt breed belang gehecht aan het toevoegen van diverse typen woonvormen (starterswoningen, geschakelde woningen, knarrenhofjes, appartementen, vrijstaande woningen etc.). Gestapelde woningen zijn over het algemeen niet populair maar ook niet taboe. Wel wordt aangegeven dat twee á drie woonlagen daarbij het maximum moeten zijn om te passen bij de aard van het dorp. De kleinschaligheid van het dorp moet ook een plek krijgen bij de vormgeving van de nieuwbouw. Geen grote lappen met dezelfde woningen, maar verschillende buurten met diverse woningtypen
•
en een snoer van groene plekken, net zoals het dorp die nu ook heeft. Er wordt verschillend gedacht over de meest geschikte locatie voor het toevoegen van woningen. Een deel vindt het gebied ten noorden en oosten van de supermarkt het meest logisch, terwijl er ook een deel is die uitbreiding aan de zuidkant van het dorp (meer aansluitend op het oude lint van het dorp) meer ziet zitten. Uit de gesprekken blijkt dat een brede visie op de ontwikkeling van het dorp nodig is om tot de beste opzet voor Boornbergum te komen. In zo’n visie zou ook het herschikken van functies (bijvoorbeeld het verplaatsen van het sportcomplex) kunnen worden meegenomen, net als het zoeken naar ruimte voor nieuwe functies (denk aan een MFC). Daarnaast kan gekeken worden waar en welke ruimte nodig is voor het opschalen van functies, omdat er meer in-
•
woners komen, zoals extra ruimte voor scholen, gezondheidsfuncties of sportvoorzieningen. Er is een breed gedeelde oproep gedaan aan de gemeente om nieuwe woningen op zo'n manier toe te voegen dat de huidige inwoners van Boornbergum meer kans maken op een woning dan nu
•
het geval is. De verkeersdrukte in het dorp wordt op dit moment als groot ervaren; in grote meerderheid gaven aanwezigen van de bijeenkomsten aan dat het verbeteren van de verkeerssituatie randvoorwaardelijk is voor het toevoegen van woningen of andere ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij kan de ingebrachte oplossing van de realisatie van een rondweg rondom Boornbergum zoals genoemd in het Manifest, lang niet bij elke inwoner van Boornbergum op draagvlak rekenen. Het voorstel heeft er ook toe geleid dat omwonenden uit De Wilgen (straat De Trisken) hierover schriftelijk hun zorgen
•
aan de gemeente kenbaar hebben gemaakt. Het aanleggen van zonneweides in de nabijheid van het dorp die de eigen energiebehoefte van het dorp overstijgt, stuit op bezwaren. Men is huiverig voor de ontsiering van het landschap aan de zuidkant van het dorp waar bovendien regelmatig wordt gerecreëerd. Dit is ook terug te lezen in de eigen, door een werkgroep van het dorp, opgestelde Energievisie.
12
Naast de ingebrachte inhoudelijke wensen en bedenkingen werd tijdens de eerste participatiebijeenkomsten in Boornbergum een breed gedragen behoefte geuit om samen met de gemeente en andere belanghebbenden een integraal planproces op te starten voor het hele deelgebied. Een planproces waarin aandacht kan zijn voor onder meer sociale en fysieke infrastructuur, verkeersveiligheid, leefbaarheid en energievoorziening.
2.2.2
Reacties op voorgestelde ontwikkelprincipes Deelgebied 9 | Buitengebied: zandgronden
Ontwikkelprincipes Buitengebied: zandgronden Op basis van de geschetste strategieën hoe om te gaan met de ruimtevraag vanuit wonen, werken en energie zijn in het concept-ROP de volgende ontwikkelprincipes voor het deelgebied Buitengebied: zandgronden opgenomen: •
De kenmerkende verkavelingsstructuur van houtsingels en wijken is de basis voor alle ruimtelijke ontwikkelingen in dit gebied.
•
Ontwikkelingen op erven in het buitengebied zijn altijd een versterking van het landschap en multifunctioneel, bijvoorbeeld door:
•
•
o
realiseren van meervoudige functiecombinaties, denk aan wonen, werk, energie of recreatie;
o
ruimte voor klimaatadaptieve en/of natuurinclusieve maatregelen.
Ruimte voor de groei van Oudega tot centrumkern, aan de hand van de volgende principes: o
stapsgewijs toevoegen van woningen, geleidelijk en vanuit draagkracht van het dorp;
o
er wordt niet gebouwd op waardevolle groene plekken in het dorp;
o
de locatie(s) zijn optimaal bereikbaar te voet en op de fiets vanuit het dorpscentrum; ook de verbinding met het buitengebied is belangrijk.
Ruimte voor woningbouw bij alle dorpen aan de hand van de volgende principes: o
een op maat en schaal van het dorp toegesneden stedenbouwkundig plan moet worden ontwikkeld dat past bij de identiteit van dorp en locatie;
o
een klimaatadaptief en natuurinclusief plan moet worden ontwikkeld met ruimte voor de opwek van duurzame energie voor (een substantieel deel van) het dorp en met ruimte voor landschappelijke inpassing en versterking;
o
nieuwe woningbouw bestaat altijd uit een mix van woningtypen en doelgroepen, ook sociale huur;
o
alle te bouwen woningen wekken minimaal de hoeveelheid energie op (warmte en elektriciteit) die ze gebruiken.
Ingebrachte wensen en bedenkingen Hieronder is een samenvatting op hoofdlijnen opgenomen van veel gehoorde wensen, bedenkingen en suggesties die terugkwamen in de participatiebijeenkomsten in Oudega, de schriftelijke reacties van inwoners(groepen) en belangengroepen zijn hier eveneens in meegenomen. Het gros van ingekomen
13
reacties uit Oudega heeft betrekking op het derde ontwikkelprincipe: ruimte voor groei in Oudega tot centrumkern. •
Bij de aanwezige inwoners van Oudega was veel overeenstemming over wat het meest waardevol aan Oudega is en wat behouden of versterkt zou kunnen worden, namelijk: o de aanwezige voorzieningen in het dorp; o het aantrekkelijke landschap dat vanuit het dorp direct toegankelijk is; o de recente gebiedsontwikkeling rondom de Haven en o de sociale samenhang tussen inwoners. Dit zijn elementen die in alle gesprekken in meer of mindere mate aan de orde zijn gekomen.
•
De reacties op de voorgestelde ontwikkelingen voor Oudega in het ROP zijn verdeeld. Een deel van de inwoners geeft aan in Oudega ruimte te zien voor meer woningen dan alleen de eigen behoefte vanuit het dorp. Daarbij worden veel kansen gezien om met de toevoeging van woningen het huidige aanbod aan voorzieningen te versterken. Een ander deel van de inwoners vindt dat er in Oudega juist alleen voor de behoefte van eigen inwoners moet worden gebouwd. Ondanks het verschil in opvatting is het merendeel van de aanwezigen het wel eens dat de uitbreiding van het dorp zich niet (alleen) moet concentreren in één groot gebied aan de noordzijde van het dorp (de plek waar in het concept-ROP een ontwikkelgebied is ingetekend). Ook ten zuiden, oosten en westen van het dorp zien de aanwezigen mogelijkheden voor toevoeging van kleine clusters van woningen.
•
Daarnaast zijn de inwoners het er over eens dat de gemeente binnen haar mogelijkheden er zoveel mogelijk voor moet zorgen dat de huidige inwoners van Oudega kans maken op een nieuwbouwwoning in het dorp.
•
De aanwezigen geven aan dat uitbreiding van het dorp niet ten koste mag gaan van de verkeersveiligheid.
14
3 Gevolgen voor het vervolgproces 3.1 Introductie vervolgproces op hoofdlijnen Het Ruimtelijk Ontwikkelperspectief wordt uiteindelijk vastgesteld als (vrijwillig) Omgevingsprogramma onder de Omgevingswet. Voor het vaststellen van een omgevingsprogramma zijn de volgende twee onderdelen verplicht: 1. een participatieproces; 2. een mer-procedure. De mer is de wettelijke procedure die als hoofddoel heeft de effecten op de leefomgeving in beeld te brengen en volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van een plan of project. Het resultaat van de mer-procedure is een OmgevingsEffectRapport (OER) dat inzicht geeft in de mogelijke effecten op de omgeving in brede zin, van milieu- tot sociale kwaliteit. De eerstvolgende stap in het vervolgproces is het opstellen van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Het is een startnotitie die kan worden gezien als plan van aanpak voor het onderzoek naar de omgevingseffecten. Door de mer-procedure te starten ná de participatiebijeenkomsten was er gelegenheid om in het OER alternatieve scenario’s op basis van de wensen en bedenkingen van inwoners te onderzoeken. Zo kunnen de voorlopige ruimtelijke keuzes van de gemeente in het concept -ROP worden afgezet tegen alternatieven die door inwoners en andere belanghebbenden zijn ingebracht.
In dit hoofdstuk beschrijven wij hoe de uitkomsten van de participatiebijeenkomsten worden meegenomen in het vervolgproces. Allereerst wordt in paragraaf 3.2 ingegaan op de wijze waarop de uitkomsten richting hebben gegeven aan de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het onderzoek naar de omgevingseffecten en de alternatieve scenario’s die we hierin willen laten onderzoeken. Naar aanleiding van het participatietraject zijn we van plan om specifiek voor het deelgebied Boornbergum e.o. een extra stap in het proces uit te voeren. In paragraaf 3.3 gaan we hier nader op in. Tot slot schetsen we in paragraaf 3.4 hoe wij op hoofdlijnen verder gaan met ingebrachte wensen en bedenkingen t.a.v. het ontwerpproces in een latere fase én opmerkingen die betrekking hebben op aanpalende beleidsterreinen.
3.2 Gevolgen participatietraject voor het onderzoek naar de omgevingseffecten De gemeente is van meet af aan van plan geweest om de bevindingen uit het participatieproces te gebruiken voor het Omgevingseffectrapport (OER). De reden hiervoor is dat we op die manier de voorgestelde ideeën, suggesties en kanttekeningen van direct betrokkenen volwaardig op hun effecten kunnen beoordelen. Daarvoor zullen de wensen en bedenkingen worden verwerkt in te onderzoeken scenario’s in het OER. Zo kunnen de voorlopige ruimtelijke keuzes van de gemeente in het concept -ROP worden afgezet tegen alternatieven die door inwoners en andere belanghebbenden zijn ingebracht. Iedereen krijgt zo inzicht in de verschillende omgevingseffecten van de ruimtelijke keuzes in beoordeelde scenario’s. Dat inzicht is nodig bij het maken van de uiteindelijke afweging.
15
Niet alle ideeën, suggesties en kanttekeningen van inwoners en belanghebbenden zijn geschikt om als alternatief scenario te laten onderzoeken in een OER. Bij het bepalen van de alternatieve scenario’s die zijn opgenomen in het OER hebben de volgende overwegingen een rol gespeeld : •
Het OER is een onderzoek op een vrij hoog abstractieniveau. Kleinschalige of zeer lokale wensen zullen op het geheel van ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente een klein effect hebben en leveren de gemeente daarom weinig informatie op om daarop ruimtelijke keuzes te kunnen baseren.
•
Niet alle effecten van keuzes zijn 'gekend'. Dat wil zeggen dat er geen eerder onderzoek is uitgevoerd op basis waarvan een betrouwbare uitspraak kan worden gedaan over de uitwerking van een voorgestelde keuze. Ook kan het zijn dat een suggestie vanuit de inwoners niet past binnen de scope van een OER (denk bijvoorbeeld aan het verzoek vanuit enkele dorpen om inwoners voorrang te geven om nieuwe woningen te mogen betrekken).
•
We kiezen er bewust voor om door middel van het OER uitersten in beeld te brengen. Met het in beeld brengen van uitersten komt er immers ook zicht op de richting van het effect van kleinere maar gelijksoortige ingrepen. Dit betekent dat twee uiterste scenario's evenveel informatie opleveren als wanneer er ook nog een middenscenario met minder extreme uitgangspunten wordt onderzocht.
•
Het aantal te onderzoeken scenario's waarvoor een externe partij moet worden ingehuurd, moet in verhouding staan tot doorlooptijd en kosten van het onderzoek.
Met inachtneming van de bovenstaande overwegingen hebben de uitkomsten van het participatietraject op hoofdlijnen geleid tot de onderstaande accenten in het onderzoek naar de omgevingseffecten in de volgende fase 1. Algemene accenten •
In het participatietraject is door inwoners veel aandacht gevraagd voor het effect van de keuzes op sociaaleconomische aspecten (cohesie, sociale voorzieningen etc.). In het OER laten we daarom de effecten van onze keuzes op sociaaleconomische beoordelingsaspecten onderzoeken.
•
In het participatietraject is door inwoners veel aandacht gevraagd voor het effect van de keuzes op de verkeerssituatie. In het OER laten we de effecten van de voorgenomen keuzes onderzoeken op de verkeersdoorstroming, bereikbaarheid en verkeersveiligheid.
•
In het concept-ROP zijn rondom alle dorpen (indicatief) ontwikkelgebieden voor de realisatie van woningen, energie en landschap ingetekend. In het participatietraject is meermaals aangegeven dat rondom de dorpen ook verschillende alternatieve locaties in beeld zouden moeten zijn. De gemeente laat daarom in het OER meerdere zoeklocaties voor deze ontwikkelgebieden rondom de dorpen onderzoeken, om zo inzicht te krijgen in hoe omgevingseffecten op de verschillende locaties rondom een dorp verschillen.
Specifieke accenten met betrekking tot het thema wonen 1 Voor de volledige reikwijdte en het detailniveau van het onderzoek naar de omgevingseffecten van
het ROP verwijzen wij naar de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) die op 29 oktober ter inzage is gelegd.
16
•
In het concept-ROP was de gemeente van plan om de noodzakelijke uitbreiding van woningen buiten bestaand bebouwd gebied te concentreren in Boornbergum en Oudega. Op basis van de reacties van inwoners is ervoor gekozen om ook de omgevingseffecten te onderzoeken van een scenario waarin de noodzakelijke uitbreiding van deze woningen gelijkmatiger over de verschillende dorpen wordt verspreid. Het overgrote deel van te bouwen woningen zal in Drachten worden geconcentreerd en in beide scenario’s wordt het aantal toe te voegen woningen aldaar gelijk verondersteld.
Specifieke accenten met betrekking tot het thema werken Het participatietraject geeft geen aanleiding om alternatieve scenario’s te laten onderzoeken. Daarnaast is het zo dat de keuze om de uitbreiding van het areaal bedrijventerreinen te concentreren in een vergevorderd stadium is. De combinatie van beide factoren maakt dat gemeente in het OER alleen de omgevingseffecten van de voorgenomen strategie laat onderzoeken zoals opgenomen in het concept-ROP. Invulling onderzoek omgevingseffecten thema energie Meer dan bij het thema wonen en werken worden de ruimtelijke vraagstukken rondom energie omgeven door grote onzekerheden. Zo zijn er veel restricties als het gaat om het plaatsen van windturbines en zonneweides. Ook zorgt netcongestie ervoor dat zon- en windparken op dit moment vaak niet op het net kunnen worden aangesloten. Deze belemmeringen staan op gespannen voet met de klimaat- en energieafspraken uit het Klimaatakkoord. Om aan die doelstellingen voor het jaar 2050 te kunnen voldoen weten we namelijk één ding vrij zeker: zonder de realisatie van forse oppervlaktes aan opweklocaties voor duurzame energie kan de gemeente niet voldoen aan de opgave. Bovenstaande geeft aan dat bij het maken van ruimtelijke keuzes op het gebied van energie rekening moet worden gehouden met veel onzekerheden.
De gemeente heeft op dit moment nog geen vastgestelde bronnenstrategie die aangeeft hoe zij in 2050 op klimaatneutrale wijze wil voorzien in de totale energiebehoefte. Dit maakt dat de opgenomen ontwikkelgebieden in het concept-ROP voor zonneweides, maar vooral voor windenergie, een andere status hebben dan werken en wonen. Het ontbreken van een bronnenstrategie betekent immers dat de gemeente ook nog geen uitspraak heeft gedaan over de wenselijkheid van windturbines op het grondgebied van Smallingerland. Vooruitlopend op bovenstaande keuze wil de gemeente in het OER meer inzicht krijgen in de omgevingseffecten van de realisatie van zon- en windenergie op verschillende locaties in de gemeente. Daarom zullen in het OER de omgevingseffecten van duurzame energie-opwek worden onderzocht voor een drietal verschillende typen locaties: 1. Zones rond Drachten en de dorpen waar duurzame energie (zon) wordt opgewekt voor eigen gebruik; 2. Zones rond en gebieden op de bedrijventerreinen (Azeven-Noord, De Haven en - in samenwerking met gemeente Opsterland - Azeven-Zuid) waar de grootste energievragers zitten. Rondom AzevenNoord is met name plaats voor zonne-energie. Op bedrijventerrein De Haven is mogelijk plek voor windenergie. Op Azeven-Zuid is plek voor zowel zonne-energie als windenergie;
17
3. Energielandschappen. Hiermee bedoelen we gebieden op enige afstand van Drachten en de dorpen, waar grootschalig zonne-energie (alleen zon-PV) in combinatie met windenergie (minimaal 4 windturbines van 260 meter) kan worden opgewekt. Opgemerkt moet worden dat hierbij op voorhand geen locaties zijn uitgesloten anders dan de locaties waar gelet op de huidige wet- en regelgeving restricties van toepassing zijn om zonneweides- en/of windturbines te realiseren. We kiezen voor deze insteek omdat wij in het participatietraject hebben gemerkt dat het draagvlak voor zonneweiden en windmolens onder inwoners in onze gemeente zeer beperkt is. Het OER willen we in deze fase van de beleidsvorming gebruiken om zicht te krijgen op de omgevingseffecten waar in overeenstemming met de huidige wet- en regelgeving überhaupt duurzame energie kan worden opgewekt. De afweging waar en langs welke strategie (bijvoorbeeld zoveel mogelijk geclusterd in een energielandschap en op bedrijventerreinen of juist verspreid) de gemeente uiteindelijk de realisatie van duurzame opwek van energie wenselijk acht, wordt mede op basis van dit inzicht uit het OER, op een later moment, en buiten het ROP om, gemaakt.
3.3 Gevolgen van het participatietraject voor het vervolgproces in Boornbergum Het tweede onderdeel van het vervolgtraject richt zich specifiek op Boornbergum, het deelgebied waar de gevolgen van het ROP relatief groot zijn. Parallel aan én in samenhang met het onderzoek naar de omgevingseffecten van het ROP starten we vervroegd met de voorbereidingen voor een Masterplan Boornbergum. Zo houden we rekening met de breed gedragen oproep van inwoners van Boornbergum tijdens de participatiebijeenkomsten om gezamenlijk met ons en andere belanghebbenden een integraal planproces op te starten voor het hele deelgebied. In dat planproces zal aandacht zijn voor sociale en fysieke infrastructuur, verkeersveiligheid, leefbaarheid en energievoorziening. Doordat het huidige ROP nog altijd een conceptversie betreft, zijn de ontwerpkaders voor het Masterplan Boornbergum nog niet vastgesteld. Dit vindt immers plaats op het moment dat het ROP als Omgevingsprogramma wordt vastgesteld. We willen hier niet op wachten. Niet alleen omdat dit de continuïteit en het vertrouwen van inwoners ondermijnt, maar bovenal omdat dit haaks staat op de behoefte van inwoners uit Boornbergum. Daarom willen wij in het vervolgproces in het Masterplan Boornbergum samen met het dorp meerdere scenario’s uit werken, namelijk: •
een scenario waarin 600 woningen in het deelgebied Boornbergum e.o. worden gerealiseerd , aansluitend op het (uiterste) scenario zoals opgenomen in het concept-ROP en
•
een scenario waarin 200 woningen in het deelgebied Boornbergum e.o. worden gerealiseerd (en de overige woningen verspreid in de overige dorpen worden gerealiseerd) dat aansluit op het ingezonden Manifest Wonen en een meermaals gehoorde behoefte van inwoners uit andere dorpen om de woningen gelijkmatiger te spreiden.
•
Ten slotte stellen we voor om specifiek voor Boornbergum e.o. ook een middenvariant van ca 400 woningen uit te werken. Hier wijken we dus af van de aanpak in de OER waarin alleen twee uiterste scenario's worden meegenomen. De reden is dat we met drie scenario's voor het Masterplan Boornbergum meer gevoel krijgen voor de ruimtelijke en stedenbouwkundige mogelijkheden die voor de gebiedsontwikkeling interessant, en waardevol voor de inwoners van het dorp zijn.
18
In het raadsvoorstel van december en de NRD zal de achterliggende keuze voor de verschillende scenario’s nader worden toegelicht en onderbouwd. De 2 uiterste scenario’s die worden uitgewerkt in het Masterplan Boornbergum sluiten aan bij de scenario’s die worden onderzocht in het OER. Voor deze scenario's zullen de effecten op de omgeving in brede zin, van milieu- tot sociale kwaliteit, in beeld worden gebracht. Het ROP vertrekt immers vanuit de ruimtelijke opgaven van Smallingerland als geheel (afgeleid van bestaande beleidsambities) en gaat daarmee niet alleen over Boornbergum/Kortehemmen. De planontwikkeling in Boornbergum kan niet los worden gezien van de totale ruimtelijke opgave waar de gemeente voor staat. Het niet realiseren van een deel van de opgaven in het deelgebied Boornbergum e.o. heeft immers consequenties voor andere deelgebieden in Smallingerland. Door de effecten op de omgeving hiervan voor Smallingerland als geheel gelijktijdig te onderzoeken in het OER, kan het planproces in Boornbergum tussentijds worden gevoed én kan uiteindelijk een brede integrale afweging plaatsvinden bij de uiteindelijke bepaling van een voorkeursalternatief voor de verdeling van de ruimtevraag die wordt opgenomen in het ontwerp-ROP.
3.4 Gevolgen van het participatietraject voor toekomstige plan- en beleidsvorming Zoals aangegeven heeft de gemeente van inwoners veel reacties ontvangen die niet zozeer betrekking hebben op de ruimtelijke keuzes in het ROP, maar vooral richting kunnen geven aan de planvorming in de volgende fase. Hoewel de planvormingstrajecten die zullen volgen nadat het ROP is vastgesteld, altijd opnieuw vergezeld zullen gaan van een participatietraject, vormen de ingekomen reacties welkome input hiervoor. Daarnaast heeft de gemeente veel reacties opgehaald die input kan vormen bij het opstellen en actualiseren van verschillende beleidsprogramma’s. De opgehaalde reacties zijn intern dan ook breed gedeeld en worden momenteel bijvoorbeeld gebruikt bij het opstellen van het volkshuisvestingprogramma.
19
Bijlage 1: de participatieverslagen Hieronder zijn alle participatieverslagen (zowel van de informatieavonden als de verdiepende sessies in Boornbergum en Oudega) opgenomen.
VERSLAG INFORMATIEAVOND ROP – ROTTEVALLE Datum: 12 mei 2025 Locatie: MFC 't Werflân, Rottevalle Aantal aanwezigen: 26 inwoners + 4 vertegenwoordigers van de gemeente
Algemeen Op de informatieavond heeft de gemeente in de vorm van een presentatie een korte toelichting gegeven op de aanleiding, totstandkoming en de inhoud van het concept-Ruimtelijk Ontwikkelperspectief. Deze presentatie is als separate bijlage te vinden op de website. Hieronder zijn de reacties van de aanwezigen tijdens de informatiebijeenkomst in Rottevalle samengevat. Samenvatting van de ingebrachte punten: 1. Lelylijn • Enkele aanwezigen gaven aan dat de Lelylijn wat hun betreft geen toegevoegde waarde heeft voor de gemeente. Er werd getwijfeld aan het belang ervan voor Rottevalle. 2. Woonbehoefte in Rottevalle • De aanwezigen vonden het verhaal over het ROP duidelijk, maar vroegen zich af of de gemeente voldoende inzicht heeft in de specifieke woonvraag in Rottevalle. • In Rottevalle zijn momenteel vooral particuliere ontwikkelaars actief die voor verschillende locaties woningbouwplannen voorbereiden. Enkele aanwezigen spreken hun zorgen uit of deze woningbouwplannen in voldoende mate en tempo kunnen voorzien in de vraag vanuit het dorp. 3. Woningbouw en doorstroming • Er is een grote behoefte aan woningen voor zowel jongeren als ouderen. Aanwezigen geven aan dat door het gebrek aan nieuwbouw in de afgelopen tien jaar, veel jongeren vertrekken naar omliggende dorpen, zoals Houtigehage, en naar Drachten.
• Er zou meer aandacht moeten zijn voor doorstroming van ouderen naar kleinere woningen zodat er ruimte ontstaat voor jongeren. • Aanwezigen constateren dat Rottevalle niet specifiek met naam wordt genoemd in het ROP, wat tot zorgen leidt over de aandacht voor het dorp. Meerdere aanwezigen pleiten voor versnelling van huidige initiatieven. De gemeente wordt opgeroepen 20
meer regie te pakken. Dorpsbelangen geeft aan dat ze graag samen met inwoners meedenken hoe de woningbouw te versnellen en beter aan te laten sluiten op de behoefte. Het uitzetten van een (periodieke) enquête, zo mogelijk met hulp van de gemeente, zou kunnen helpen om de behoeften van het dorp beter in beeld te brengen. 4. Toewijzing van huurwoningen • Er werd opgemerkt dat veel huurwoningen worden toegewezen aan mensen van buiten het dorp. Dit zou de kansen voor lokale jongeren beperken. 5. Recreatie en infrastructuur • Recreatie werd gemist als thema in het ROP. De bestaande fietspaden zijn volgens aanwezigen te smal. • Verschillende aanwezigen zien mogelijkheden om de recreatieve potentie van Rottevalle e.o. beter te benutten. Ze vragen de gemeente bij de ruimtelijke ontwikkeling hier rekening mee te houden. • Er werd om verduidelijking gevraagd over het geplande 'fietsrondje' (opwaardering van fietsinfrastructuur) rond de Leijen. • De verkeersveiligheid van de fietsroute van het dorp naar de Leijen verdient aandacht. 6. Ontwikkeling van andere dorpen • De keuze om woningbouw met name te concentreren in Boornbergum en Oudega werd begrepen, maar men vond dat Rottevalle hierbij niet vergeten mag worden. Het dorp beschikt ook over voorzieningen zoals een winkel en een bakkerij, die ondersteuning verdienen.
• De aanwezigen begrijpen dat de gemeente met een grote woningbouwopgave wordt geconfronteerd en vinden het logisch dat de gemeente er voor kiest de woningbouw te concentreren in Drachten, Boornbergum en Oudega. Aanwezigen geven aan dat dit niet ten koste mag gaan van ontwikkelingen in Rottevalle. 7. Grondbeleid • Er werd kritiek geuit op het gemeentelijk beleid om grondposities, zoals bij de rondweg, te verkopen. Deze grond had volgens aanwezigen beter gebruikt kunnen worden voor woningbouw. 8. Duurzame energie • Er werd gevraagd naar het beleid rondom windmolens. 9. Bedrijvigheid • De functie ‘werken’ in aanloopgebieden verdwijnt volgens sommigen te vaak, wat leidt tot verlies van bedrijvigheid. 10. Landbouw en verkeer • Er werd gevraagd of er voldoende toekomstperspectief is voor de landbouw. • Ook werd verkeersveiligheid besproken, met name in relatie tot breed landbouwverkeer, viezigheid op de wegen, geluidsoverlast. En handhaving.
21
VERSLAG INFORMATIEAVOND ROP – DRACHTSTERCOMPAGNIE Datum: 22 mei 2025 Locatie: Dorpshuis, Drachtstercompagnie Aantal aanwezigen: 30 inwoners + vertegenwoordiging gemeente (ambtelijk en bestuurlijk)
Algemeen Op de informatieavond over het ROP heeft de gemeente uitgelegd wat de bedoeling is van het ROP, wat de belangrijkste uitgangspunten zijn en wat het ROP voor Drachtstercompagnie betekent. De uitleg gebeurde aan de hand van een presentatie. Deze presentatie is als separate bijlage aan dit verslag toegevoegd. Hieronder zijn de vragen en reacties van de aanwezigen tijdens de informatiebijeenkomst in Drachtstercompagnie samengevat, net als de reactie van de gemeente. Tot de zomer gaat de gemeente op verschillende plekken in de gemeente in gesprek met haar inwoners. De feitelijke weergave van iedere bijeenkomst wordt in een verslag vastgelegd. Na de zomer deelt de gemeente een overkoepelende reactienota waarin wordt uitgelegd hoe de gemeente met alle reacties wil omgaan die zijn opgehaald in de verschillende bijeenkomsten. Samenvatting van de besproken punten: Vliegveld Drachten •
•
•
De aanwezigen constateren dat Vliegveld Drachten niet als ontwikkelgebied is ingekleurd in het ROP. Dat leidt tot de vraag in hoeverre de gemeente de intentie heeft om het vliegveld op de lange termijn te behouden voor Smallingerland. De aanwezigen constateren ook dat de gemeente in haar schetsen een ontwikkelgebied voor energie, landschap en werken heeft ingetekend ten oosten van het vliegveld. Dit ontwikkelgebied overlapt met de huidige aanvliegroute van het vliegveld. De aanwezigen vragen zich af of dat ontwikkelgebied wel samen kan gaan met de aanvliegroute van het vliegveld. De gemeente geeft aan dat de vastgelegde aanvliegroute inderdaad tot hoogtebeperkingen leidt aan de oostkant van het vliegveld. Die hoogtebeperkingen zijn vooral aan de orde in het centrum van de aanvliegroute. De beperkingen nemen snel af aan weerskanten van de aanvliegroute, waardoor de ontwikkeling aan de oostkant van het vliegveld waarschijnlijk maar beperkt wordt belemmerd. De gemeente legt verder uit dat enkele jaren geleden is besloten Vliegveld Drachten te behouden voor Smallingerland. Daarom is Vliegveld Drachten ook niet als ontwikkelgebied ingekleurd op de kaart. De gemeente heeft de gronden in erfpacht uitgegeven aan Stichting Vliegveld Drachten. Deze Stichting heeft de taak om binnen de afgesproken voorwaarden en de huidige contouren in het luchtvaarbesluit het vliegveld te ontwikkelen.
Op dit moment wordt onder andere verkend of aan de noordkant van het vliegveld (de zijde van de Knobben) hangarwoningen kunnen worden gerealiseerd. Op de zuidzijde van het vliegveld wordt ruimte gezien voor aan de luchthaven gerelateerde bedrijvigheid. Als beide ontwikkelingen 22
uiteindelijk door gaan, dan is het mogelijk dat er via bedrijventerrein A7 een ingang/toegang naar het vliegveld komt.
Groene loper •
•
De aanwezigen vragen zich af wat de Groene Loper is. De gemeente legt uit dat de genoemde ‘Groene Loper’ gaat over de wens van de gemeente om Drachtstercompagnie met een nieuwe fietsroute beter te verbinden met Drachten. De plannen hiervoor zijn nog niet concreet, onder andere omdat de gemeente voor deze fietsverbinding nog niet alle gronden in eigendom heeft. Een aanwezige geeft de gemeente mee om ook te kijken in hoeverre Drachtstercompagnie beter kan worden ontsloten op de fiets via bestaande wegen langs de Knobben.
Locatie van het ontwikkelgebied Drachtstercompagnie •
•
In de conceptversie van het ROP is aan de noordwestzijde van het dorp een ontwikkelgebied voor wonen, energie en landschap ingetekend. De aanwezigen geven dat dit gebied beter op de plek van de huidige ijsbaan kan worden getekend. Want de ijsbaan is al langer in beeld voor woningbouwplannen. De gemeente geeft aan dat de schetsen in het ROP indicatief zijn, vooral bedoeld om een beeld te geven van de benodigde ruimte. Het is inderdaad logisch om de locatie van de ijsbaan mee te nemen in de definitieve versie van het ROP.
Woningbouw in Drachtstercompagnie •
•
• •
De gemeente legt uit dat de vraag naar woningen momenteel hoog is. De wachttijd voor een sociale huurwoning in Smallingerland is op dit moment het hoogste van alle gemeenten in Fryslân. Bovendien moeten we rekening houden met woonwensen in de toekomst. Gelet op de verwachte krimp van de beroepsbevolking acht de gemeente het daarnaast wenselijk om (in beperkte mate) ook woningen in Smallingerland te realiseren voor inwoners die op dit moment nog woonachtig zijn buiten de gemeente. De aanwezigen zijn benieuwd wat het betekent dat er in Drachtstercompagnie wordt gebouwd naar behoefte. De gemeente legt uit dat er in Drachtstercompagnie ruimte is om in haar eigen woningvraag te kunnen voorzien. Woningbouwplannen moeten zo goed mogelijk aansluiten bij de behoefte vanuit het dorp, er is op voorhand geen minimaal of maximaal aantal woningen vastgelegd. De gemeente geeft aan in Drachtstercompagnie maar weinig grond in eigendom te hebben. De gemeente is voor woningbouw dus ook deels afhankelijk van particuliere initiatieven. Een aantal aanwezigen merkt op dat dat de huidige plannen rondom de Steenvlinder in hun ogen niet inspelen op de behoefte vanuit het dorp. De gemeente zegt toe dit te onderzoeken.
De aanwezigen geven aan dat de zorgen over de woningbouwplannen eerder bij de gemeente kenbaar zijn gemaakt, maar dat in de ogen van de aanwezigen hier door de gemeente te weinig is mee gedaan. 23
•
•
•
De gemeente wordt gevraagd naar haar afweging voor de aankoop van het dorpscafé. De gemeente licht toe dat ze destijds het café heeft gekocht, omdat de gemeente dacht de onderliggende gronden nodig te hebben voor de ontsluiting van de woningbouw die is gedacht op de locatie van de ijsbaan. Er waren ook geen andere gegadigden. Inmiddels ziet de gemeente ook andere mogelijkheden om de ijsbaanlocatie te ontsluiten. Dit betekent dat sloop van het café niet per se noodzakelijk wordt geacht om op de ijsbaanlocatie woningen te realiseren. Op een vraag wanneer de ijsbaanlocatie zal worden ontwikkeld geeft de gemeente aan dat dit nog niet duidelijk is. Er zijn wat eerste schetsen voor de locatie. Belangrijk is dat eerst wordt bekeken wat de behoefte aan woningen is in het dorp. De gemeente geeft aan dit graag met het dorp samen te verkennen. Het uiteindelijke moment van ontwikkelen zal verder ook afhangen van de beschikbare capaciteit bij de gemeente. Er zijn momenteel veel woningbouwplannen in Smallingerland die de nodige capaciteit vragen van de gemeente.
Uitbreiding bedrijventerrein A7 •
•
•
Er wordt gevraagd voor welke doelgroep de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein A7 is. De gemeente licht toe dat de beoogde uitbreiding allereerst noodzakelijk is om de groei van al gevestigde bedrijven in Smallingerland te kunnen faciliteren. Daarnaast wil de gemeente (in beperkte mate) ook ruimte bieden aan bedrijven die van toegevoegde waarde zijn voor de economische structuur van de gemeente. Bijvoorbeeld doordat een bedrijf een bijdrage kan leveren aan een maatschappelijke opgave waar wij als gemeente voor staan of doordat zij werkgelegenheid kan bieden voor mensen in de regio. De gemeente denkt niet aan bedrijven die een grote impact op het milieu en de omgeving hebben. Een aantal van de aanwezigen benadrukt dat het ook van belang is aandacht te houden voor de bestaande bedrijventerreinen. Sommige stukken van bedrijventerrein de Haven verkeren volgens aanwezigen in een verslechterde staat. De gemeente geeft aan zich in dit beeld te herkennen. Samen met ondernemers op de Haven wordt gewerkt aan een ontwikkelplan. De gemeente houdt daarbij rekening met het feit dat zij zelf beperkte instrumenten heeft om bijvoorbeeld eigenaren te verplichten iets aan de uitstraling van een bedrijfspand te doen. Ook geldt dat jongen/startende bedrijven het vaak niet zo erg vinden om een wat minder fraai pand tegen lage kosten te betrekken.