CConstaterende datSmallingerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Notitie NRD

Het Debat 6 december 2022, gemeente SmallingerlandBij agendapunt: Notitie reikwijdte en detailniveau meer bij Oudega6.676 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU HET MEER BIJ OUDEGA 5 mei 2022

1/21

DATUM KENMERK PROJECT PROJECTLEIDER

5 mei 2022 ir. T.B.J. Bremer

OPDRACHTGEVER gemeente Smallingerland PROJECTNUMMER 20211649.01 AUTEUR

2/21

Mark de Hek

INHOUD 1.

2.

3.

4.

3/21

Inleiding

4

1.1 1.2

4 5 5 6

Aanleiding Instrument milieueffectrapportage 1.2.1 M.e.r.-plicht 1.2.2 Waarom deze NRD?

Het planvoornemen

7

2.1 2.2 2.3 2.4

7 8 10 11

Historie Doel van het project Huidige planvoornemen Afgewogen alternatieven

Referentiesituatie

13

3.1 3.2

13 15

Huidige situatie en milieugebruiksruimte Autonome ontwikkelingen

Reikwijdte en detailniveau

17

4.1 4.2

Plan- en studiegebied Alternatieven, varianten en scenario’s 4.2.1 Alternatieven met betrekking tot een duurzame uitvoering (aanleg) 4.2.2 Varianten met betrekking tot de inrichting van het meer

17 17 17 18

4.3 4.4

Milieuaspecten en detailniveau Overige aspecten

18 21

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Oudega (eigenlijk heel Smallingerland) ontleent haar betekenis vanuit het verleden vooral aan de ligging aan het open en bevaarbare water. In de loop van de tijd zijn Oudega en Drachten steeds verder van dit water af komen te liggen en veranderden de waterzijdes in achterkanten. De gemeente Smallingerland en de provincie Fryslân willen Smallingerland weer dichterbij de Friese Meren brengen. Gemeente en provincie hebben daarom in 2012 samen voor de omgeving van Oudega een gebiedsvisie ‘Oudega aan het water’ geschreven. In deze visie is een inspirerend plan opgenomen dat ertoe moet leiden dat het gebied tussen De Veenhoop en Oudega uitnodigend wordt ingericht voor recreanten met onder andere een aantrekkelijke route naar Oudega vanaf de Nije Mûntsegroppe en de Smalle Ee.

Figuur 1-1 scope gebiedsvisie (bron: Gebiedsvisie ‘Oudega aan het water’)

De gebiedsvisie ‘Oudega aan het water’ is opgesteld als onderdeel van de gebiedsaanpak Oostelijke Poort Friese Meren (OPFM) dat is gericht op het (beter) ontsluiten van de westkant van de gemeente op het Friese Merengebied (de oostelijke poort). De gebiedsaanpak OPFM omvat de ontwikkelingen ‘Oudega aan het water’, ‘Waterfront Drachten’, ‘Vaarweg Drachten’ en ‘Tussendiepen’. Het doel van deze gebiedsaanpak is om economische groei en leefbaarheid te stimuleren en land- en waterrecreatie met elkaar te verbinden. De aanpak is erop gericht om De Friese Wouden en de Friese Meren te verbinden, de watersportstructuur te versterken en de beroeps- en recreatievaart veiliger te maken door scheiding van vaarwegen. De ontwikkeling 'Oudega aan het water' bestaat uit twee projecten: 1. het gebied direct ten zuiden van het dorp, rond de haven, waar een klein meer wordt aangelegd met daaraan gekoppelde recreatie en woningen (masterplan Waterfront Oudega). Dit project is inmiddels in uitvoering en omvat mogelijkheden voor horeca, recreatief verblijf en wonen, in samenhang met een vernieuwingsslag van de haven. De vervallen leegstaande bebouwing aan de haven is opgekocht, is of wordt gesloopt en/of door de markt ontwikkeld;

4/21

2.

een groot gebied iets verder naar het zuiden, op afstand van het dorp, dat omgevormd wordt naar een groot water met recreatieve en natuurlijke waarden (het Meer). Hiervoor wordt nu een ruimtelijke procedure voorbereid. Een voorontwerp van het bestemmingsplan is in 2021 gepubliceerd.

Dit document heeft betrekking op het 2e deelproject: de realisatie van het Meer. In onderstaande figuur is het plangebied weergegeven.

Figuur 1-2 Plangebied Meer bij Oudega (bron: ontwerp Meer bij Oudega (juni 2021))

Om het Meer mogelijk te maken, is in ieder geval een bestemmingsplanwijziging en een ontgrondingsvergunning nodig.

1.2

Instrument milieueffectrapportage

De gemeente Smallingerland wil bij de besluitvorming over het bestemmingsplan en ontgrondingsvergunning het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) gebruiken om weloverwogen keuzes te maken met betrekking tot het Meer. De m.e.r.-procedure biedt de mogelijkheid alternatieven te onderzoeken. Het milieueffectrapport (hierna: MER) biedt op deze manier inzicht in de keuzeruimte in relatie tot het Meer en het geeft de effecten van de keuzes weer. Het Meer kent een lange geschiedenis. In de loop der tijd zijn al de nodige keuzes gemaakt, bijvoorbeeld met betrekking tot de locatie en omvang van het Meer. Dit wordt in hoofdstuk 2 toegelicht. Dat neemt niet weg dat er nog keuzes moeten worden gemaakt met betrekking tot de aanleg en inrichting van het Meer. De vraag is hoe het Meer zodanig kan worden vormgegeven dat negatieve effecten op natuur en landschap, leefomgeving en milieu zoveel mogelijk worden tegengegaan en positieve milieueffecten worden gemaximaliseerd. 1.2.1 M.e.r.-plicht Voor de bij dit project voorgenomen activiteiten geldt een plicht voor het opstellen van een plan-MER in het kader van de bestemmingsplanprocedure. Daarnaast geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht voor de ontgrondingsactiviteiten. Uit een eerste inventarisatie is gebleken dat het ontgraven in ieder geval voor 16 ha kwalificeert als de winning van oppervlaktedelfstoffen.

Het betreft de winning van zand (10 ha), dat als bouwstof zal worden gebruikt, en veen (6 ha). Het veen zal naar

5/21

alle waarschijnlijkheid onder keurmerk kunnen worden ingezet in de champignonteelt of het maken van compost. Dit wordt nog nader verkend. Dit oppervlak is boven de drempelwaarde van 12,5 ha van categorie 16.1 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. als gevolg waarvan de ontgronding m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Aangezien het bestemmingsplan het kader vormt voor het later te nemen besluit tot het verlenen van een ontgrondingsvergunning, is sprake van een plicht tot het opstellen van een plan-MER. Het op te stellen MER zal een integraal gecombineerd plan- en project-MER zijn. 1.2.2 Waarom deze NRD? Deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) markeert de start van de m.e.r.-procedure. De NRD richt zich op het verkennen van te beschouwen milieuaspecten en te onderzoeken alternatieven. Deze NRD is bedoeld als aankondigings- en participatiedocument. Gemeenten, waterschappen, burgers, natuur- en milieuorganisaties en andere belanghebbende organisaties worden in dit stadium nadrukkelijk uitgenodigd te reageren om zo het Meer mee richting en vorm te geven. Zoals gezegd zal het op te stellen MER een integraal gecombineerd plan- en project-MER zijn. Voor deze NRD-fase houdt dit in dat: -

6/21

de in deze startnotitie (NRD) aangekondigde MER zowel een plan-MER als een project-MER is; en betrokken bestuursorganen om advies worden gevraagd over het wenselijke detail- en reikwijdteniveau van het MER.

2. HET PLANVOORNEMEN 2.1

Historie

Het Meer kent een lange geschiedenis. In 2009 is al een NRD opgesteld ten behoeve van het vaststellen van een provinciaal inpassingsplan (PIP) en het verlenen van een ontgrondingsvergunning voor de aanleg van een meer van 100 à 150 hectare ten zuiden van Oudega. Dit meer had als primair doel om de mogelijkheden voor waterrecreatie te vergroten, de recreatieve druk op het aangrenzende Nationaal Park de Alde Feanen te verkleinen, de Friese boezem te vergroten, de bestaande natuur te versterken en nieuwe natuur te ontwikkelen als onderdeel van de provinciale Ecologische Hoofdstructuur. Afgeleide doelstelling was het verhogen van de veiligheid op het water voor beroeps- en recreatievaart. De Commissie voor de m.e.r. heeft in haar advies op de NRD aangegeven dat het MER de volgende punten als essentiële informatie dient te bevatten: 1. 2. 3. 4.

een onderbouwing van de locatie- en inrichtingsalternatieven op basis van de doelen en de randvoorwaarden waaraan deze moeten voldoen; een navolgbare toetsing van de alternatieven op doelbereik en milieugevolgen, waarmee keuzes kunnen worden onderbouwd; de gevolgen van het voornemen voor het Natura 2000-gebied ‘De Alde Feanen’. De Commissie verwacht dat een passende beoordeling zal moeten worden opgesteld, die dan moet worden opgenomen in het MER; inzicht in eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied en de gevolgen van de uitvoering en inrichting van het project voor deze waarden.

De procedures voor het vaststellen van de PIP en het verlenen van de ontgrondingsvergunning zijn niet doorgezet. Als gevolg hiervan is geen MER opgesteld. In 2012 hebben de provincie Fryslân en de gemeente Smallingerland een gebiedsvisie vastgesteld voor ‘Oudega aan het water’. Met deze gebiedsvisie wordt voor de omgeving van Oudega een flexibel en duurzaam toekomstperspectief geboden, dat mede door haalbare lokale ontwikkelingen en initiatieven kan worden uitgevoerd. In de visie zijn de kansen op het gebied van recreatie, natuur en water in beeld gebracht. Op basis van de gebiedsvisie is de gemeente op zoek gegaan naar financiering om het te realiseren. Dat is in 2013 gelukt, mede dankzij een flinke bijdrage van de provincie vanuit de Investeringsagenda Drachten Heerenveen. In 2016 is vervolgens voor de ontwikkelingen ‘Waterfront Drachten’ en ‘Oudega aan het Water’ (beide onderdeel van de Oostelijke Poort Friese Meren) een NRD opgesteld ten behoeve van wijzigen van bestemmingsplannen en de wijziging van een binnenvaarweg voor de recreatievaart. De Commissie voor de m.e.r. heeft in 2017 in haar advies op de NRD aangegeven dat het MER de volgende punten als essentiële informatie dient te bevatten: 1.

2. 3. 4. 5.

7/21

Een heldere beschrijving van doelstellingen en ambities van de beide initiatieven, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen toetsbare doelen die direct ten grondslag liggen aan de voorziene fysieke ingrepen en doelen die hierdoor indirect gerealiseerd kunnen worden; Een onderbouwing en zoveel mogelijk kwantitatieve beschrijving van de ingrepen (waaronder ruimtebeslag in hectares) die onderdeel uitmaken van de beide initiatieven en de mogelijke alternatieven of varianten daarvoor; Een goed navolgbare vergelijking van de alternatieven op basis van doelbereik en milieueffecten, met nadruk op hydrologie, natuur, landschap en cultuurhistorie (inclusief archeologie); Een passende beoordeling voor het voorkeursalternatief, waarin de gevolgen voor het Natura 2000-gebied Alde Feanen zijn beschreven; Een onderbouwde inschatting van de indirecte milieueffecten, vooral als gevolg van toename van recreatie en watersport, op basis van de verwachte initiatieven die marktpartijen willen realiseren.

Deze procedures zijn om meerdere redenen niet doorgezet. Het bleek bij nader inzien niet de juiste aanpak om de drie projecten binnen Oostelijke Poort Friese Meren (‘Oudega aan het water’, ‘Waterfront Drachten’ en ‘Vaarweg Drachten’) in één procedure op te pakken omdat: -

-

De projecten technisch, inhoudelijk en financieel verschillende projecten waren en zijn en niet als één project kunnen worden beschouwd; De projecten ‘Waterfront Drachten’ en ‘Vaarweg Drachten’ eerst nader overleg vroegen met de betreffende private grondeigenaren voordat de scope van deze projecten helder kon worden afgebakend. Voorts moest er nog financiering worden gezocht voor deze projecten. Pas hierna zouden de benodigde procedures in gang kunnen worden gezet; Voor het project ‘Oudega aan het water’ duidelijk werd dat het beoogde meer van 100 à 150 ha zowel financieel, als qua draagvlak in de streek, als qua waterhuishouding niet haalbaar was en dat een flinke aanpassing nodig zou zijn; Voor het project ‘Oudega aan het water’ er eerst voldoende overeenstemming moest komen met de diverse grondeigenaren over de grondverwerving voordat een realistisch nader ontwerp zou kunnen worden gemaakt.

Gelet op het voorgaande is besloten om de diverse projecten van elkaar los te koppelen. In 2018 hebben de provincie en gemeente besloten om het project ‘Oudega aan het water’ verder samen voor te bereiden. Vanaf 2018 is in een intensief proces tussen de streek met de gemeente Smallingerland, provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân het plan verder uitgewerkt. Belangrijk vraagstuk hierbij was hoe de benodigde gronden konden worden geworven en hoe het plan enerzijds de doelstellingen zou dienen en anderzijds zou kunnen worden gerealiseerd binnen het beschikbare budget.

2.2

Doel van het project

Bij de ontwikkeling ‘Oudega aan het water’ zijn de provincie Fryslân, gemeente Smallingerland en Wetterskip Fryslân betrokken. In deze NRD staat de ontwikkeling van het Meer centraal. Dit project is nauw verweven met het masterplan Waterfront Oudega. Beide projecten hebben de volgende doelen: 1.

2.

3.

8/21

Versterken van de aantrekkelijkheid en toegankelijkheid voor waterrecreanten De huidige vaarroute van Drachten naar de Friese Meren is weliswaar een fraaie brede vaarweg, maar kent geen aantrekkelijk meer nabij Drachten wat door de watersport kan worden gebruikt om te verblijven of wedstrijden dan wel recreatief te varen. Het ontbreekt momenteel aan aantrekkelijke stepping stones nabij Oudega die die de recreant verleiden om te blijven. Met het ontwerp van het Meer en het masterplan Waterfront Oudega wordt daar invulling aan gegeven. Met het Meer zal het mogelijk zijn zeilwedstrijden te houden. Wellicht is het Meer zelfs groot genoeg om de Skûtsjesile-wedstrijden te kunnen houden. Verder worden er 25 tot 30 ligplaatsen mogelijk gemaakt van uiteenlopende vormgeving. Wegens het ontbreken van een trailerhelling in Oudega voorziet het ontwerp van het Meer in een dergelijke helling. Aansluiting op de Friese Meren Het Meer wordt een onderdeel van de Friese boezem en is daarmee direct en zonder obstakels aangesloten op de Friese Meren. De omvang van het Meer bij Oudega (circa 50 ha) is dusdanig dat het voelt als een echt Fries meer. Daarmee ontstaat een verbinding met de Friese meren, de verbinding van het Pikmar, Wide Ie en Alde Feanen in de richting van Drachten (jachthaven) en richting De Leijen en het Burgumermar.

Het Meer is een stepping stone in deze verbinding van de Friese meren. Stimuleren werkgelegenheid Het Meer zal leiden tot een positief effect op de werkgelegenheid binnen de gemeente. Met het realiseren van het Meer komen er fraaie aanlegplekken voor passanten die ongetwijfeld hun boodschappen (ook) in het dorp zullen gaan doen. Daarnaast zal door het Meer ruimte zijn voor het organiseren van watersportwedstrijden met de bijbehorende economische spin-off. Daarnaast kan verwacht worden dat bestaande en nieuwe ondernemers mede zullen profiteren van al het water wat bij Oudega wordt gemaakt. Denk aan het bedrijf wat kano’s verhuurt en verkoopt, of de nabijgelegen camping. Met het realiseren van het masterplan ontstaat er verder ruimte voor kleinschalige recreatieve

4.

5.

6.

7.

8.

overnachtingsfaciliteiten en voor horeca en ruimte in de plint van het te maken appartementengebouw aan de haven voor commerciële functies. Versterken relatie land-water In het ontwerp wordt op allerlei manieren de relatie tussen land en water versterkt. Er komen plekken waar het water kan worden benaderd, zit- en uitkijkplekken en wandel- en fietsroutes bij en langs het water, en eilanden waar kan worden aangelegd. Benutten natuurlijke kwaliteiten en versterken natuurwaarden Het ontwerp van het Meer is zorgvuldig afgestemd op de aanwezige natuurlijke kwaliteiten om het zichtbaarder en beleefbaarder te maken. Langs de westzijde van het Meer wordt een brede natuurlijke oever gemaakt met een ondiepe zone in het meer waar ook de vissen profijt van kunnen hebben. De landbouwstructuur is op diverse plekken verbeterd door in overleg met de betrokken agrariërs kavels te herprofileren en beter op hoogte te brengen. De aanleg van een nieuw meer kan ook veel betekenen voor de natuur en biodiversiteit in het gebied, bijvoorbeeld door het maken van natuurvriendelijke overs en het inrichten van één of meerdere eilanden speciaal voor natuur.

Duurzaam waterbeheer Het gebied waar het Meer is geprojecteerd wordt gekenmerkt door een veelheid aan uiteenlopende peilvlakken, een tweetal onderleiders waarmee de polders afwateren naar de polder aan de andere kant van het Alddjip en een flink tracé aan regionale waterkering met achterstallig onderhoud. Met de aanleg van het Meer zal het waterbeheer worden verduurzaamd. De boezemoppervlakte zal toenemen met circa 50 ha waarmee de retentiecapaciteit van de boezem wordt vergroot en piekbelastingen door zeer zware regenbuien kunnen worden opgevangen. Daarnaast komt bij de uitvoering van het masterplan Waterfront Oudega bodemmateriaal vrij bij het vergroten van de haven dat in het gebied zal worden gebruikt. Dit materiaal zal deels worden gebruikt voor de aanleg van nieuwe keringen en deels om laaggelegen gronden op gelijke hoogte te brengen met aangrenzende gronden. Ook is inmiddels een voormalig baggerdepot opgeruimd en zijn alle gronden zodanig op hoogte gebracht dat het aantal peilvlakken is afgenomen. De gronden die zijn opgehoogd wateren op natuurlijke wijze af zodat de onderleiders kunnen worden verwijderd. Wel is gebleken dat voor de afwatering van de resterende poldervlakken een klein gemaal nodig is.

Nieuwe recreatieve ontwikkelingen langs waterkant mogelijk maken Met het ontwerp van het Meer komen er op diverse plekken nieuwe recreatieve ontwikkelingen langs de waterkant. Genoemd kunnen worden: - Aanlegplekken; - Vissteiger die ook toegankelijk voor minder-validen; - Hondenstrandje; - Zit-, beleef-, uitkijk- en picknickplekken; - Wandel- en fietsroutes Bevorderen veiligheid door scheiding beroeps- en recreatievaart Met het ontwerp voor het Meer wordt een relatief smal deel van de bestaande vaarroute (Nije Mûntsegroppe), zoals oranje aangeduid op de kaart, optimaal verbreed door de realisatie van het Meer. Daarmee is in belangrijke mate voldaan aan deze doelstelling.

Verkend is om het groen gemarkeerde tracé om de scheepsverkeerveiligheid te verbeteren. Hierbij is geconcludeerd dit weliswaar wenselijk is maar valt buiten de scope van de ontwikkeling ‘Oudega aan het water’ en zal worden meegenomen in het programma voor verbetering van de veiligheid op het water in de hele provincie. 9. Verbeteren toegankelijkheid en leefbaarheid voor bewoners (bijvoorbeeld wandel- en fietsroutes) Met het ontwerp wordt een aantal aantrekkelijke wandel- en fietswandelpaden gemaakt in de omgeving. 10. Verbeteren huidige voorzieningen en het realiseren van nieuwe voorzieningen Naast de onder punt 7 genoemde voorzieningen, is deze doelstelling ook opgepakt in het masterplan Waterfront

9/21

Oudega dat voorziet in een zwemstrandje voor kinderen, de aanleg dan wel verbetering van diverse watersportvoorzieningen in de haven (zodat schepen hun chemisch toilet kunnen legen, schoon water kunnen halen en elektriciteit kunnen gebruiken) en zuil waarmee het toeristisch wandel- en fietsnetwerk wordt gepresenteerd.

2.3

Huidige planvoornemen

Het huidige planvoornemen heeft betrekking op een meer van circa 50 ha. In onderstaande figuur zijn de bestaande en toekomstige voorgenomen situatie weergegeven.

Figuur 2-1 bestaande (links) en toekomstige situatie (rechts) (bron: ontwerp Meer bij Oudega (juni 2021))

In het ontwerp van het Meer is het zuidelijk deel open en ruim zodat er flink gezeild kan worden. Het noordelijk deel van het Meer is meer besloten. Daar zijn ook de meeste ligplaatsen. Een bomenrij loopt langs het fietspad dat de Gealânswei met de Geasten zal verbinden. De westzijde van het Meer is gevarieerd. Hier is de mogelijkheid om aan wal te gaan en het varen te combineren met wandelen of fietsen. Er is een plek voor een trailerhelling en een informatiepunt. Aan deze kant zijn veel aanlegplekken, brede natuuroevers en in de noordelijke punt een hondenlosloopstrandje. Langs het zuidelijk deel van de westoever van het meer wordt ook een ‘strúnpaad’ aangelegd. Aan de zuidzijde scheidt een eiland het Meer van de doorgaande vaarroute Drachten - Earnewâld. Langs de noordzijde van het Meer, voor de polder, liggen drie eilanden. Deze eilanden beschermen de polderdijk door te zorgen dat golfslag op het meer als gevolg van de zuidwestenwind wordt gebroken. Aan de oostzijde ligt een rietzone met erachter aanlegplekken in de luwte. Deze rietzone en de eilanden markeren bovendien de loop van het Alddjip. Langs de zuidzijde van De Geasten liggen agrarische gronden. Een deel hiervan wordt omgevormd tot het Meer. De overgebleven gronden (ongeveer 20 ha) worden naar verwachting ingericht als weidevogelgebied met agrarisch natuurbeheer.

In de zuidelijke punt, waar het Meer en de Wide Mûntsjegroppe elkaar raken, komt een uitzichtpunt.

10/21

Het planvoornemen betekent een forse wijziging van eerdere plannen waarin werd uitgegaan van een meer van 100 à 150 ha. Hierbij hebben de volgende overwegingen een rol gespeeld. In de eerste plaats wilde de streek inzetten op kleinschalige versterking van de recreatieve economie. Tevens werd vanuit de streek nadrukkelijk gevraagd om een minder groot meer zodat het agrarisch karakter van het dorp behouden zou blijven. Financieel bleek het grotere meer niet te realiseren. Met de kleinere omvang van het meer kon overeenstemming worden bereikt met de betreffende LTO-boeren om de verwervingsgesprekken te starten. Voor alle boeren van wie grond is aangekocht, moest immers vervangende grond beschikbaar zijn. Ondanks dat dit geen makkelijk proces is gebleken, zijn alle benodigde gronden voor het kleinere meer inmiddels verworven. De omvang van de (op dat moment) te verwerven/verworven gronden is de input geweest voor het ontwerp wat in 2021 is gemaakt.

Figuur 2-2 illustratie begrenzing omvang Meer (blauw) o.b.v. grondverwerving (begin 2021)

2.4

Afgewogen alternatieven

Voor de locatie van het meer zijn diverse alternatieven onderzocht. In de eerste plaats is verkend of kon worden uitgeweken naar het gebied ten oosten van het Alddjip (de opvaart naar Oudega). Dit alternatief is als niet wenselijk en vermoedelijk ook niet financieel haalbaar beoordeeld, omdat in dit gebied een florerend agrarisch bedrijf is gevestigd. Het betreffende gebied is goed agrarisch gebied dat voor het overgrote deel in eigendom is van een modern landbouwbedrijf met vier bedrijfsopvolgers. De gevraagde grondprijs leidde niet tot een plan wat binnen de beschikbare middelen zou passen. Gelet hierop bleek dit geen haalbaar alternatief. In de tweede plaats is verkend of kon worden uitgeweken naar het gebied ten westen van het geprojecteerde meer. Dit alternatief zou ertoe leiden dat het meer niet meer aansluit bij het Alddjip. Deze variant kent wel een aantal nadelen. In de eerste plaats komt het meer op de plek die ecologisch nu het meest waardevol is (nat grasland met reliëf). Dat werd minder wenselijk geacht. Daarnaast moet een doorvaarbare en kostbare brug worden gemaakt om het resterende agrarische gebied te ontsluiten. Tot slot vraagt de waterhuishouding van het resterende eiland een complexe structuur met vermoedelijk én een onderleider én een gemaal. Dit is kostbaar en minder duurzaam. Gezien de nadelen, is niet gekozen voor dit alternatief.

11/21

Tevens is verkend of het meer verder verkleind zou kunnen worden maar dit is niet haalbaar vanuit de recreatieve doelstellingen. Om zeilwedstrijden te kunnen houden moet een minimale maat van 700 x 700 meter worden gehaald. Met het huidige ontwerp wordt dat net gehaald.

12/21

3. REFERENTIESITUATIE In het MER worden de effecten van de planontwikkelingen en de mogelijke alternatieven, varianten of eventuele scenario’s vergeleken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie en autonome ontwikkelingen in en rondom het plangebied. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich voordoen als het planvoornemen niet wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld gevolgen van vastgesteld beleid en projecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden.

3.1

Huidige situatie en milieugebruiksruimte

Het plangebied (zie Figuur 1-2) omvat globaal genomen de gronden ten zuiden en oosten van het voormalige baggerdepot tot aan het Alddjip en de Wide Ie. Het plangebied ligt op enkele kilometers ten westen van Drachten, in buitengebied ten zuiden van het dorp Oudega. Het plangebied bestaat uit de polder de Gealanden en een deel van de polder Âldegeasterzanding. De zuidgrens worden gevormd door de oevers van de Nije Mûntsegroppe. Op deze vaarweg vindt beroepsvaart plaats. Langs de oostgrens van het plangebied ligt het Alddjip, dat naar de haven van Oudega loopt. Door het gebied lopen twee smalle verharde wegen De Geasten en Gealânswei, die met elkaar worden verbonden door een fietspad. Het gebied heeft momenteel een agrarische functie en heeft een landelijk en rustig karakter. De gronden hebben momenteel de enkelbestemming Agrarisch met waarden – open gebied. Het zuidelijke deel van het plangebied met de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch met waarden – grasland” is tevens bestemd voor het behoud en herstel van natuurwaarden in de vorm van grasland. Natuur Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Alde Feanen dat ligt op circa 0,7 km ten westen van het plangebied. Het Natura 2000-gebied beslaat circa 2.100 ha. Het heeft instandhoudingsdoelen voor verschillende habitattypen, habitatsoorten, broedvogels en niet-broedvogels.

Figuur 3-1 ligging Natura 2000-gebied Alde Faenen ten opzichte van plangebied (rood omkaderd) (bron: Aerius calculator).

Het zuidelijk deel van het plangebied maakt deel uit van het natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de ecologische hoofdstructuur (EHS). Het natuurnetwerk is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In de Verordening Romte Fryslân 2014 is het gebied grotendeels aangewezen als EHS beheergebied (blauwgroen); de zuidelijke en oostelijke rand (waterkering) is

13/21

als EHS aangewezen.

Figuur 3-2 ligging NNN ten opzichte van plangebied (rood omkaderd) (bron: Atlas Leefomgeving)

Externe veiligheid Ten westen van het plangebied ligt een buisleiding voor het transport van aardgas (inclusief belemmeringenstrook).

Figuur 3-3 Ligging buisleiding vermillion, bron: risicokaart

14/21

Bodem Op basis van de bodemkwaliteitskaart van Friesland (en daarbinnen de ontgravingskaart) voldoet de bodem in het plangebied aan de achtergrondwaarden. Deze zijn vastgesteld op basis van de gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit veen (in Figuur 3-4 in groen aangegeven), gevolgd door een zandpakket (in Figuur 3-4 in geel aangegeven) waarvan de diepte toeneemt in zuidelijke richting.

Figuur 3-4 bodemopbouw plangebied.

Water Het oppervlaktewatersysteem bestaat uit een boezemstelsel, de Friese Boezem, dat wordt omgeven door een groot aantal poldergebieden. De polders hebben verschillende waterpeilen (vaak een zomerpeil en een winterpeil) dat lager is dan het boezempeil. Ten noordwesten van het plangebied bevindt zich een vrij afwaterend gebied.

3.2

Autonome ontwikkelingen

Aangrenzend zijn een aantal andere projecten in voorbereiding dan wel in uitvoering. Dit zijn de volgende projecten: -

Wetterskip Fryslân gaat de regionale kering ten oosten van het te maken meer opknappen. Naar verwachting zal dat komend jaar worden voorbereid. Wetterskip Fryslân is de regionale kering ten westen van het te maken meer aan het opknappen zodat deze kering op korte termijn aan de waterkerende normen voldoet. De betreffende kering was te laag voor haar boezemkerende functie. Deze kering wordt zo geprofileerd dat er een fiets-/wandelpad overheen kan lopen. Naar verwachting zal in mei 2022 definitief worden besloten of dit fiets-/wandelpad wordt gerealiseerd, evenals nieuwe wandel-/fietspaden ten westen van het plangebied (zie Figuur 3-5). Het huidige bestemmingsplan ‘Buitengebied’ hoeft hiervoor niet te worden gewijzigd.

Figuur 3-5 Mogelijk aan te leggen fiets-/wandelpaden ten westen van plangebied

15/21

-

-

-

-

16/21

Na de grondaankoop- en ruilverkavelingsoperatie resteert er nog een stuk van ongeveer 20 ha grond ten westen van het Meer. Verkend wordt of deze grond kan worden ingezet voor weidevogelbeheer door het met die doelstelling te verkopen. Ook dat kan plaatsvinden binnen het vigerend bestemmingsplan. In middels is begonnen met de uitvoering van het masterplan Waterfront Oudega, ten noorden van het plangebied. Dit plan voorziet, naast het realiseren van 2,8 ha aan water, in woningen, commerciële ruimte, horeca, diverse recreatieve voorzieningen en de herinrichting van de jachthaven. Voor het veenweidegebied Hegewarren, dat ten zuidwesten ligt van het plangebied, zijn plannen in ontwikkeling voor een andere toekomst voor dit gebied vanwege problemen van bodemdaling, verdroging, toenemende kosten voor waterbeheer en stikstofemissies met gevolgen voor Natura 2000-gebied De Alde Feanen. Van vier verkende alternatieven, hebben er twee de voorkeur. In het alternatief ‘Polderaquarel’ wordt stapsgewijs toegewerkt naar een polder met bloem- en kruidenrijke graslanden. In ongeveer 10-20 jaar zal het waterpeil stapsgewijs worden opgezet om de vereiste verhoging van de grondwaterstand te bereiken. Het laagste deel van de polder wordt moerasnatuur. Een deel van de polder kan gebruikt worden voor extensieve landbouw. In het alternatief ‘Open en Natuurlijk’ krijgt water de hoofdrol.

De Hegewarren wordt grotendeels getransformeerd tot moerasnatuur en open water. Het waterpeil wordt verhoogd naar boezempeil, zo zijn er vrijwel geen polderkades meer nodig. Het waterrijke landschap wordt ingezet om de natuur en verschillende vormen van recreatie te versterken. Ontwikkelingen in het kader van Waterfront Drachten. Het gaat om drie projecten die, samen met de gebiedsontwikkeling Oudega aan het Water, de ruggengraat voor realisatie van de Oostelijke Poort Friese Meren vormen. Deze projecten bevinden zich nog in de planfase en zijn nog niet in uitvoering. In de eerste plaats is dit de parkhaven in het Slingepark. In dit gebied wordt nabij de Drachtstervaart een passantenhaven aangelegd met ruimte voor horeca, bij een aantrekkelijk lommerrijk park. De fietsroute vanuit het centrum krijgt hier een verbinding richting het Slingepark en vormt een belangrijk recreatieve route. Ten tweede is dit de ontwikkeling van een duurzame fiets-veerverbinding Drachten-west die de oversteek richting Opeinde en Oudega mogelijk maakt. Vanuit Drachten ontstaat zo de mogelijkheid voor een korte en langere fietstocht via de bestaande pontverbinding bij De Veenhoop, die wordt vervangen door een duurzame elektrische pont. Ten derde is dit Waterfront Buitenstvallaat. In dit gebied wordt het initiatief genomen een buitenmuseum bij de historische Skûtsjewerf te ontwikkelen.

Het initiatief hiervoor ligt in beginsel bij particuliere initiatiefnemers. Deze ontwikkeling kan het cultuurhistorisch erfgoed rond werf aan het Buitenstvallaat verder versterken en als toeristische trekker bevorderen.

4. REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU 4.1

Plan- en studiegebied

In het MER wordt onderscheid gemaakt tussen de begrippen plangebied en studiegebied. Het plangebied is het in Figuur 1-2 aangegeven gebied. Het studiegebied is het totale gebied waarin milieueffecten als gevolg van de realisering van de voorgenomen activiteiten in het plangebied kunnen optreden. Het studiegebied is dus omvangrijker dan het plangebied en kan per milieuaspect verschillen. Voor milieuaspecten zoals bodem en archeologie treden de effecten alleen binnen het plangebied zelf op, het studiegebied is hier gelijk aan het plangebied. Voor milieuaspecten zoals verkeer en geluid kunnen ook buiten het plangebied, op en langs wegen van en naar het plangebied, effecten optreden. In dit geval is het studiegebied dus groter dan het plangebied. In het MER zal per milieuaspect worden toegelicht wat het relevante studiegebied is.

4.2

Alternatieven, varianten en scenario’s

Een vast onderdeel van m.e.r. -studies is het alternatievenonderzoek: in hoeverre zijn er naast of binnen het planvoornemen reële alternatieven of varianten met andere milieueffecten? 4.2.1 Alternatieven met betrekking tot een duurzame uitvoering (aanleg) Momenteel wordt onderzocht wat een duurzame en technisch haalbare manier is om het meer te realiseren. De bodem onder het te graven meer bestaat deels uit zand en deels uit veen (zie Figuur 3-4). In het noordelijk deel van het meer zal per definitie zand worden opgegraven om het meer te maken. In het zuidelijk deel kan gekozen worden om of het veen af te graven zodat er een meer met een zandbodem ontstaat, of het zand onder het veen weg te halen. In het meest zuidelijk deel is het onvermijdelijk om een gedeelte veen af te graven. Voor de aanlegfase zullen de volgende alternatieven in het MER worden onderzocht: Alternatief 1: ontgraven van het veen In dit alternatief wordt het veen afgegraven en een deel van het zand om het meer op diepte brengen. In dit alternatief zal veel veen vrijkomen dat een bestemming zal moeten krijgen. Met betrekking tot de afvoer van het veen, zullen de volgende varianten worden onderzocht: 1. 2.

De variant waarin het veen zal worden afgevoerd voor hergebruik. Hierbij wordt gedacht aan afvoer naar bedrijven die het veen (onder keurmerk) nuttig toepassen als champignonmest of compost. De variant dat het veen wordt benut voor het verondiepen van een nabijgelegen zandwinput. In dat geval wordt het veen nat ontgraven en via een buizenstelsel verpompt naar de put waar het op diepte wordt ingespoten.

Alternatief 2: ontgraven van het zand In dit alternatief wordt het zand afgegraven/weggezogen als gevolg waarvan de bodem van het meer grotendeels uit veen zal bestaan. Overigens zal ook in deze variant veen moeten worden ontgraven (met name in het zuiden) omdat de zandlaag te dun is om de benodigde diepte te bereiken. Met betrekking tot de afvoer van het veen, zullen de bovengenoemde varianten worden onderzocht. In beide alternatieven kan ook worden gevarieerd in de duur van de aanlegfase (voor beide alternatieven is dit variant 3). Aspecten die bij deze alternatieven en varianten in ieder geval in beschouwing worden genomen in het MER zijn de emissie van CO2, de emissie van stikstof, effecten op de waterkwaliteit, geohydrologische effecten en de toekomstige onderhoudsopgave voor en bruikbaarheid van het Meer. Er is op dit moment nog geen keuze gemaakt voor een voorkeursalternatief. Onderzoek zal moeten uitwijzen wat een verstandige keuze is.

17/21

4.2.2 Varianten met betrekking tot de inrichting van het meer In het ontwerp van het Meer zijn op een aantal plekken natuurlijke elementen gemaakt. Dit is gebeurd op basis van de ecologische inbreng in het ontwerpproces, in samenhang met de beoogde gebruikswaarde van het meer en de wens om de oevers op natuurlijke wijze te beschermen tegen golfslag. Dit betreft de volgende onderdelen: -

een brede plasdraszone aan de westzijde; kruidenrijk grasland op de kering; een natuurlijke inrichting van de nieuwe eilanden; een natuureiland wat geheel z’n eigen ontwikkeling mag kennen.

Dit ontwerp is het planvoornemen (zie Figuur 2-1). Mogelijke varianten, waarvoor al suggesties zijn gedaan, zijn: 1. het natuureiland vrijhouden van struweel; 2. het aanleggen van een grindbak op het natuureiland ten behoeve van steltlopers; 3. het maken van ondiepten op ene aantal plekken tussen de eilanden aan de westzijde en de kering ten behoeve van vissen en planten. Dit heeft wel gevolgen voor de doorvaarbaarheid voor de recreant, die zal afnemen. Deze varianten zullen vooral op de volgende onderdelen afwijken van het planvoornemen: gevolgen voor de natuurwaarden van het Meer; gevolgen voor de waterkwaliteit van het Meer; gevolgen voor de doorvaarbaarheid voor de recreant (belevings- en gebruikswaarden van het Meer).

4.3

Milieuaspecten en detailniveau

In tabel 4.1 zijn de te onderzoeken milieuaspecten beschreven en het bijbehorende detailniveau. Onder de tabel is dit per onderdeel toegelicht. De effectanalyse zal waar nodig kwantitatief worden uitgevoerd. Waar berekeningen niet nodig of mogelijk zijn, zal de effectanalyse kwalitatief (op basis van expert judgement) worden uitgevoerd. In het MER zal per toetsingscriterium het milieueffect worden uitgedrukt op basis van de onderstaande schaal: ++ sterk positief effect; + positief effect; 0 geen positief en geen negatief effect; negatief effect; -sterk negatief effect. Tabel 4-1 Overzicht beoordelingscriteria MER Thema’s en aspec-

te beschrijven effecten (criteria)

werkwijze

Gebiedsbescherming (Natura 2000 & NNN)

Kwalitatief en kwantitatief onderzoek

Soortenbescherming

Kwantitatief op basis van veldonderzoek

Stikstof

Kwantitatief

Aantasting archeologische waarden

Kwalitatief en kwantitatief

ten Natuur

Archeologie

18/21

Thema’s en aspec-

te beschrijven effecten (criteria)

werkwijze

ten Landschap/ cultuur- Invloed op karakteristieke patronen, openhistorie

Kwalitatief

heid, verstedelijking, inpassing Aantasting cultuurhistorische structuren of ge- Kwalitatief bouwen

Externe veiligheid

Invloed op buisleiding

Kwalitatief en kwantitatief

Bodem

Bodemopbouw

Kwantitatief

Bodemkwaliteit

Kwantitatief

Grondbalans

Kwantitatief

Geohydrologische effecten op grond- en op-

Kwantitatief en kwalitatief

Water

pervlaktewater Waterkwaliteit

Kwantitatief en kwalitatief

Oppervlaktewaterkwantiteit en –kwaliteit, wa- Kwantitatief en kwalitatief terberging Verkeer en vervoer

Luchtkwaliteit

Nautische veiligheid

Kwantitatief en kwalitatief

Verkeer aanlegfase

Kwantitatief en kwalitatief

Verkeersveiligheid aanlegfase

Kwantitatief en kwalitatief

Concentraties NO2, PM10 en PM2,5

Kwalitatief

Emissie CO2

Kwantitatief en kwalitatief

Niet-gesprongen ex- Veiligheid vanwege mogelijke aanwezigheid plosieven NGE

Kwantitatief

Geluid

Verkeer aanlegfase

Kwantitatief

Pleziervaart/recreatie

Kwantitatief

Gezondheid

Gezondheid

Kwalitatief

Duurzaamheid

Hergebruik ontgraven materialen

Kwalitatief

Emissie CO2

Kwantitatief en kwalitatief

Wijze van afvoer ontgraven materialen

Kwalitatief

Onderstaand wordt voor de verschillende milieuaspecten aangegeven of onderzoek is of wordt uitgevoerd, en op welke wijze dit onderzoek plaatsvindt.

19/21

Natuur De mogelijke effecten op soorten speelt een belangrijke rol in het MER, evenals de effecten op Natura 2000-gebieden en het natuurnetwerk Nederland (NNN) onderzocht. Er heeft inmiddels een uitgebreide natuurtoets plaatsgevonden waarin een beschrijving is gegeven van de huidige situatie en de effecten van het plan op soorten en gebieden. Tevens is in deze natuurtoets een advies gegeven voor versterking van de natuurwaarden van en rond het plangebied. De provincie Fryslân heeft inmiddels een afweging gemaakt. Ook zijn de mogelijke effecten van recreatie vanwege het planvoornemen op de natuurwaarde van het Natura 2000-gebied Alde Feanen onderzocht. Ten aanzien van gebiedsbescherming is aan de hand van een stikstofberekening de verzurende en vermestende effecten bepaald. Hieruit is gebleken dat het project in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen significant negatief effect heeft op de omliggende Natura 2000-gebieden. Deze berekening zal opnieuw worden uitgevoerd vanwege een update van de Aerius-calculator. Archeologie, landschap en cultuurhistorie Voor het plangebied is een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Het planvoornemen verandert het landschap van een agrarisch gebied tot een open binnenmeer.

In het MER zal worden beschreven of dit leidt tot het aantasten van landschappelijk waardevolle en beschermde elementen in het gebied. Tevens wordt in het MER beschreven welke effecten het planvoornemen heeft op cultuurhistorische waarden in het gebied. Het karakteristieke oude gemaal wordt met de plannen in ieder geval niet geraakt. Externe veiligheid Onderzocht is of de aanleg van het Meer invloed heeft op de westelijk gelegen buisleiding waarmee aardgas wordt getransporteerd. Dit is niet het geval. In het MER wordt dit nader beschreven. Bodem In het MER zullen de resultaten worden beschreven van de geotechnische onderzoeken die hebben plaatsgevonden om de opbouw van de bodem, de dikte van de veen- en zandlaag en de grondwaterstanden in beeld te brengen. Op basis van deze gegevens kan worden berekend hoeveel zand en veen vrijkomt bij het ontgraven en welke bestemming deze materialen krijgen (grondbalans). De bodemkwaliteit is nog niet inzichtelijk en dient nog te worden onderzocht, mede in het licht van het hergebruik van zand en veen die bij het ontgraven vrijkomen. Water De geohydrologische effecten van het Meer zijn onderzocht en zullen in het MER worden beschreven. In het kader van het MER dient nog onderzoek te worden gedaan naar de gevolgen van de aanleg en het gebruik van het Meer voor de waterkwaliteit.

Naar verwachting zal de waterkwaliteit vooral worden bepaald door de samenstelling van de bodem van het Meer (in hoofdzaak zand of juist veen). Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de waterkwaliteit van het Meer maar ook omliggende watergangen die hiermee in direct verband staan. Voor zover wordt gekozen voor de berging van veen in een oude zandwinput, zal het onderzoek tevens betrekking hebben op de waterkwaliteit van de zandwinput en omliggende wateren die hiermee in direct verband staan. Verkeer en vervoer In het MER zal worden beschreven welke gevolgen het Meer heeft op de recreatieve vaart en de nautische veiligheid (de Nije Mûntsegroppe wordt tevens voor de beroepsvaart gebruikt). Hierbij zal tevens worden ingegaan op de aanlegfase waarbij

20/21

grote hoeveelheden zand en veen per schip moeten worden afgevoerd. Ook zal worden gekeken naar de verkeersaantrekkende werking van het Meer en de afhandeling van dit verkeer via de aanwezige verkeersstructuur. Luchtkwaliteit In het MER zal een beschrijving worden gegeven van de gevolgen van aanleg en gebruik van het Meer op de luchtkwaliteit. Van bijzonder belang is de emissie van CO2 vanwege de aanwezigheid van veen. In het MER zal de CO2-emissie van de verschillende varianten zo goed mogelijk worden gekwantificeerd, bijvoorbeeld op basis van kentallen. Niet-gesprongen explosieven In het kader van het MER zal nog worden onderzocht of niet-gesprongen explosieven zijn te verwachten in het plangebied. Geluid In het MER zal de invloed is van het recreatieve verkeer in beeld worden gebracht en de invloed hiervan op het plangebied en de nabije omgeving. Ook zal aandacht worden besteed aan tijdelijke effecten vanwege de aanlegfase. Gezondheid In het MER zal gezondheid als integraal onderdeel worden meegenomen: de gecumuleerde effecten van milieuaspecten zoals geluid, luchtkwaliteit en veiligheid als ook sociale aspecten, kwaliteit van de openbare ruimte, aanwezigheid van groen en recreatiemogelijkheden. Deze effecten worden zowel voor het plangebied beschreven als de invloed van de planontwikkeling op de gezondheidsaspecten van de bewoners van Oudega.

Duurzaamheid Ook het aspect duurzaamheid zal als integraal onderdeel worden meegenomen bij met name de aanlegfase: aard van het te ontgraven bodemmateriaal, wijze van afvoer van de ontgraven materialen, hergebruik ontgraven materialen en de emissie van CO2.

4.4

Overige aspecten

Maatregelen Bij het optreden van significante milieueffecten worden voor de milieueffecten ook mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen onderzocht. Deze maatregelen kunnen noodzakelijk, wenselijk of mogelijk zijn. Dit kan leiden tot een voorkeursalternatief, wat bestaat uit een eventueel aangepast planvoornemen inclusief noodzakelijke mitigerende maatregelen en suggesties voor aanvullende maatregelen. Leemten in kennis In het MER zal worden aangegeven welke leemten in kennis bestaan. Dit heeft bijvoorbeeld betrekking op het definitief programma of de onzekerheden over ontwikkelingen in regelgeving, waardoor modelresultaten mogelijk anders kunnen uitvallen. Deze analyse geeft input voor een monitoringsplan. Monitoring en evaluatie Tevens zal in het MER worden aangegeven welke aspecten zullen worden gemonitord en/of geëvalueerd en hoe dat wordt uitgevoerd. Dit heeft bijvoorbeeld betrekking op monitoring van de waterkwaliteit en de monitoring op mogelijke geohydrologische effecten.

21/21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12105022/1