Bijlage 1 - Kadernota 2022-2025 10 juni 2021
Tekst van het document
Kadernota 2022-2025 juni 2021
1
Inhoudsopgave I.
Kadernota
Inleiding ........................................................................................................................................................... 3 1.
Samenvatting en leeswijzer .................................................................................................................... 6
2.
Uitgangspunten financieel kader............................................................................................................. 8
3.
Ontwikkeling financiële positie ............................................................................................................. 11 3.1.
Structurele ruimte .............................................................................................................................. 11
3.2.
Eenmalige ruimte ............................................................................................................................... 15
3.3. Knelpunten en bestuurlijke ambities .................................................................................................. 16 3.3.1 Knelpunten met een hoge prioriteit ................................................................................................... 16 3.3.2 Knelpunten met een lagere prioriteit ................................................................................................. 19 4.
Risico's en onzekerheden ...................................................................................................................... 22
5.
Kerntakendiscussie ............................................................................................................................... 26
Bijlagen .......................................................................................................................................................... 27 Bijlage a: Niet-trendmatige ontwikkelingen..................................................................................................... 28 Bijlage b: Structureel nieuw beleid ................................................................................................................... 29 Bijlage c: Eenmalig nieuw beleid ...................................................................................................................... 30 Bijlage d: Herschikkingen ................................................................................................................................. 31
II. Modernisering Planning en control cyclus Modernisering Planning en Control cyclus ..................................................................................................... 32 Aanloop ............................................................................................................................................................ 32 Bestuurlijke samenvatting ................................................................................................................................ 33
2
Inleiding Hierbij bieden wij u de eerste kadernota aan, waar voorheen een perspectiefnota opgesteld werd. Dit markeert het startmoment van de modernisering van de planning en control cyclus. Het advies voor de modernisering van deze cyclus is als bijlage toegevoegd, en als beslispunt bij deze kadernota gevoegd. De raad heeft in de vergadering van 25 mei jl. besloten dat deze kadernota nog ter kennisgeving zal worden aangeboden, waarbij de raad eventueel bij amendement over kan gaan tot vaststelling. Vanaf de volgende bestuursperiode stelt de gemeenteraad de kadernota vast, en daarmee op hoofdlijnen de koers en het financiële kader voor de komende vier jaren. De raad geeft daarmee de richting aan waarbinnen het college de begroting voor het volgende jaar kan voorbereiden. De kadernota is zo de eerste stap naar het presenteren van een (sluitende) begroting voor het volgende jaar. Twee sporen Bij de begrotingsbehandeling in het najaar van 2020 is met de raad de route besproken om tot een structureel sluitende meerjarenraming te komen op basis van een kerntakendiscussie. Het voornemen hierbij was om in de kadernota inhoudelijke voorstellen te doen tan aanzien van beleidskeuzes op basis van de uitkomsten van de kerntakendiscussie. Hierover zou de raad een besluit nemen en het college kon hiervan vervolgens een financiële vertaling maken naar de eerstvolgende begroting.
In een raadsbrief van 15 april jl. hebben wij u geïnformeerd dat dit niet haalbaar was. Daarom stellen wij voor een sluitende meerjarenraming te realiseren op basis van twee sporen. Eén spoor is het vaststellen van een begroting die voldoet aan de eisen van het provinciaal toezicht met minimaal een sluitende eerste jaarschijf. De raad stelt deze begroting vast in november 2021. Het tweede spoor is het maken van een financiële vertaling van de kerntakendiscussie die leidt tot een sluitende meerjarenbegroting. Deze financiële vertaling kan dan als eerste begrotingswijziging verwerkt worden op de door de raad vastgestelde Begroting 2022. Dit besluitvormingsproces vindt plaats na de vaststelling van de begroting, maar zo mogelijk nog wel in 2021. Sluitende eerste jaarschijf Normaal gesproken worden er in de kadernota en begroting voorstellen gedaan voor nieuw beleid op basis van bestuurlijke ambities en wensen. Gezien het financiële perspectief (tekort in de begroting en nog geen invulling van kerntakendiscussie) is hier geen ruimte voor. De financiële ontwikkelingen die wel in de kadernota opgenomen zijn, blijven beperkt tot onvermijdelijke ontwikkelingen (wettelijke taken, areaal en aantallen, onvermijdelijke prijsstijgingen) en daarnaast belangrijke knelpunten in het bestaand beleid die een extra investering noodzakelijk maken.
We realiseren in deze kadernota een sluitende eerste jaarschijf 2022. Het saldo bedraagt exact € 0. Meerjarig is er sprake van een tekort. In de laatste jaarschijf 2025 bedraagt het tekort -/- € 2,9 miljoen. Hierin zijn een beperkt aantal knelpunten in het bestaand beleid verwerkt. Coronacrisis Het coronavirus en alle genomen maatregelen om de verspreiding van het virus tegen te gaan, hebben al geruime tijd een grote impact op de samenleving. Dit geldt ook voor de gemeentelijke organisatie en onze financiële huishouding. Wij hebben onze Raad geïnformeerd over de stand van zaken toe en met januari 2021. In de Corap actualiseren wij dit beeld aan de hand van de bijgestelde inzichten. Vooralsnog gaan
3
wij hierbij uit van incidentele lasten waarbij een deel van de kosten gedekt wordt via aanvullende middelen via het gemeentefonds en de specifieke uitkeringen. Afhankelijk van de verdere ontwikkeling gaan wij er nog steeds vanuit dat de lasten incidenteel zijn en voor een aantal onderwerpen ook langer van toepassing zullen zijn dan voor 2021 en 2022. De beheerkosten van de tijdelijke wettelijke COVID-maatregelingen zullen minimaal een doorlooptijd kennen van drie jaar. Wij verwachten deze kosten te kunnen dekken met de tijdelijke aanvullende middelen. Ontwikkelingen rijksbijdrage Op het gebied van de rijksbijdragen zien we een aantal grote ontwikkelingen die enerzijds voor financiële ruimte zorgen, anderzijds deze juist beperken. Daarbij doelen we bijvoorbeeld op de ontwikkelingen ten aanzien van de compensatie van kosten voor jeugdzorg (een voordeel) en de herijking van het gemeentefonds (een nadeel). Bij het bepalen van de financiële ruimte zijn deze ontwikkelingen van groot belang. In de voorliggende kadernota hebben we deze ontwikkelingen nog niet opgenomen. Wel zijn deze ontwikkelingen benoemd bij de risico's. Provinciaal toezicht Voor 2021 is het repressief toezicht van de provincie van toepassing.
Gezien het financiële perspectief, de lopende kerntakendiscussie en het moeizame proces om de begroting vast te stellen is er wel sprake van een geïntensiveerd overleg, zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau. Op basis van dit intensieve overleg hebben we de concept kadernota ook met de provincie gedeeld en om een toetsing gevraagd. Jaarlijks stuurt de provincie een begrotingscirculaire over relevante en actuele onderwerpen waarop de (meerjaren)begroting wordt beoordeeld vanuit de provinciale wettelijke financiële toezichtstaak. Deze circulaire is u toegestuurd. Bij het opstellen van de begroting zullen we deze circulaire goed in acht nemen. Organisatieontwikkeling In 2019 was onze start van de nieuwe organisatie. Het was de start van een noodzakelijke transitie van een beheerorganisatie naar een moderne ontwikkelende gemeente. Rond 2010 is er, vanwege onder meer de recessie, bewust de keus gemaakt voor een organisatie die met name faciliteert. Er werd niet gewerkt vanuit integrale visies en beperkt vanuit beleid. Er was geen sprake van organisatieontwikkeling en geen gericht programma voor de ontwikkeling van medewerkers. De organisatie was intern gericht en er was sprake van passieve communicatie naar de buitenwereld. Regionale samenwerking of samenwerking met partners binnen de gemeente werd afgehouden.
Binnen het sociaal domein was de rol van de gemeente nog beperkt en vooral gericht op rechtmatigheid. De ruimtelijke ordening richtte zich op faciliteren en beheer. Er werd weinig positie gepakt in de ontwikkeling van ruimtelijke plannen en als dat wel zo was, ging dit langzaam. Tussen 2017 en 2018 kantelde dit. Er was sprake van een toenemende onvrede bij burgers en externe partijen, bij het bestuur en binnen de organisatie. De decentralisaties maakten het noodzakelijk om de transformatie in het sociaal domein vorm te geven. De economie trok aan waardoor een faciliterende overheid niet meer passend was. De voorbereidingen voor een organisatieontwikkeling werden gestart wat uitmondde in visies op de organisatie en het programma Dienstverlening. In juni 2019 is gestart met een nieuw management die de transitie vormgeeft. Naar een organisatie die omgevingsgericht werkt, denkt vanuit mogelijkheden, flexibel is, werkt vanuit de bedoeling en leert en experimenteert. Daarvoor is het werken vanuit visies en uitvoeringsprogramma's leidend. Zo zullen de Omgevingsvisie en de visie op het Sociaal Domein, uitgangspunt zijn voor integrale uitvoeringsprogramma's en gebiedsprogramma's. Programmatisch- en projectmatig werken is ingevoerd en wordt geprofessionaliseerd. Er worden teamplannen gemaakt en een modern HRM-instrumentarium.
Vanuit het programma Dienstverlening wordt gewerkt aan een betere dienstverlening aan onze burgers en
4
communiceren we actief. Er is sprake van een actieve samenwerking met partners in het sociaal en ruimtelijk domein zowel binnen onze gemeente als in regionaal verband. Samenwerkingsagenda's worden opgesteld. Een citymarketingcampagne is ontwikkeld. De P&C-cyclus wordt gemoderniseerd en daarmee de financiële sturing verbeterd. Er wordt gewerkt aan een actievere rol in de ruimtelijke ontwikkeling, met de implementatie van de omgevingswet, het grondbeleid en de ontwikkelstrategie. Bij deze transitie lopen we tegen de grenzen van de oude organisatie aan, zoals die vanaf circa 2010 is vormgegeven. De huidige formatie is niet toereikend, zowel kwalitatief als kwantitatief, om alle ontwikkelingen zoals hierboven aangegeven vorm te geven en te realiseren. Daarnaast doet de samenleving een steeds groter beroep op de gemeente vanwege diverse economische en sociale ontwikkelingen. Daarom is het op dit moment nodig om veel externe expertise in te huren. Daarvoor zetten we tijdelijke middelen in, waaronder het programma Dienstverlening, Actieagenda Economie of werkbudgetten. Dit is voor een beperkte periode logisch en verdedigbaar om kennis binnen te halen om de ontwikkelingen in gang te zetten, maar uiteindelijk moet de organisatie het grotendeels zelf kunnen. Het is daarom van belang in beeld te brengen wat dit betekent voor onze organisatie, zowel kwalitatief als kwantitatief.
Dit zal consequenties hebben voor de gemeentebegroting. Wij informeren u nu over deze ontwikkeling en hebben er voor gekozen de financiële effecten nu niet op te nemen in de kadernota, maar deze mee te nemen in de financiële uitwerking van de kerntakendiscussie. Daarbij vinden we het belangrijk in een later stadium over dit onderwerp met u in gesprek te gaan. Jaarstukken 2020 en Corap-I 2021 Normaal worden de jaarstukken en de eerste corap door de raad vastgesteld voor behandeling van de kadernota. Dit jaar is dit niet gelukt. We streven naar behandeling in de laatste vergadering voor de zomervakantie in juli. Hierdoor zijn een aantal in de kadernota opgenomen getallen nog niet definitief. Dit betreft de stand van de eenmalige middelen als gevolg van mutaties in de jaarrekening en corap, en om de structurele doorrekening van de Corap in het meerjarenperspectief. We verwachten echter dat de mutaties het geschetste beeld niet significant zullen veranderen. Mochten de definitieve cijfers afwijken, dan zal dit worden verwerkt in de Begroting 2022.
Drachten, juni 2021 Burgemeester en wethouders van Smallingerland,
secretaris
burgemeester
J. Mulder
J. Rijpstra
5
1. Samenvatting en leeswijzer Deze Kadernota legt de basis voor de Begroting 2022, en de meerjarenbegroting 2023-2025. Door de raad vroegtijdig in de positie te brengen om te sturen op de uitgangspunten en hoofdlijnen kan de behandeling van de (meerjaren)begroting geconcentreerd worden op te bereiken doelen en effecten. De meerjarenraming 2021-2024 sloot met een tekort in de laatste jaarschijf 2024. Daarom hebben wij besloten in beginsel geen voorstellen voor nieuw beleid op te nemen in de kadernota en begroting 2022-2025. Dit is door de provinciaal toezichthouder ook als belangrijke aanbeveling meegegeven in relatie tot de kerntakendiscussie. Nieuw beleid kan weer opgenomen worden wanneer daartoe bij de kadernota 2023 ruimte ontstaat of gecreëerd wordt. De financiële ontwikkelingen die wel in de kadernota opgenomen zijn, blijven beperkt tot onvermijdelijke ontwikkelingen (wettelijke taken, areaal en aantallen, onvermijdelijke prijsstijgingen) en daarnaast knelpunten in het bestaand beleid die een aangepast budget noodzakelijk maken. Bij deze knelpunten onderscheiden we knelpunten met hoge prioriteit die in onze optiek noodzakelijk zijn om in de begroting te verwerken. Daarnaast signaleren we knelpunten met een lagere prioriteit die op dit moment niet door ons gehonoreerd kunnen worden. Structurele financiële positie.
De volgende zaken zijn benoemd als knelpunten met een hoge prioriteit. Hiervoor is structurele dekking nodig in de Begroting 2022: - de structurele uitgaven voor implementatie van de omgevingswet en dan specifiek het opstellen van omgevingsplannen; - extra middelen voor de begroting van Carins; - investering 'draagkracht bruggen' - investering vervanging van wegen - investering inrichting van de openbare ruimte locatie S(B)O De werkzaamheden voor de investeringen starten in 2022 en leiden tot een kapitaallast in jaarschijf 2023. De jaarschijf 2022 biedt primair niet voldoende financiële ruimte om de structurele lasten van de omgevingswet en de begroting van Carins volledig te dekken. Het saldo zonder extra uitgaven bedraagt € 591.000 (zie paragraaf 3.1). Daarom is slechts een deel (80%) van de gevraagde middelen in de raming opgenomen. Daarmee sluit de jaarschijf 2022 op € 0. Het resterende deel kan toegekend worden wanneer er financiële ruimte ontstaat door bezuinigingen of extra inkomsten. Naast knelpunten met een hoge prioriteit zijn er knelpunten die wij een lagere prioriteit hebben gegeven en die daarmee niet in aanmerking komen om nu al in de begroting op te nemen. Deze knelpunten kunnen pas opgepakt worden wanneer er financiële ruimte is.
Wanneer bij samenstelling van de Begroting 2022 blijkt dat de eerste jaarschijf door tegenvallende financiële ontwikkelingen toch negatief is, willen we dit tekort bij de begroting invullen op basis van de voorlopige uitkomsten van de kerntakendiscussie. Kanttekening De keuzes die gemaakt worden om knelpunten op te lossen hebben een negatief effect op het begrotingssaldo in het meerjarenperspectief. Uitgangspunt is het realiseren van een structureel begrotingsevenwicht met een sluitende meerjarenraming. In de huidige ramingen is sprake van een sluitende eerste jaarschijf en een negatieve laatste jaarschijf. Structureel inzetten van het positieve begrotingssaldo in de eerste jaarschijf leidt tot een verdere verslechtering van de meerjarenraming. Dit leidt dan weer tot extra bezuinigingen. 6
In deze kadernota sluit de eerste jaarschijf 2022 na verwerking van de knelpunten met prioriteit met een saldo van € 0 en een negatief saldo in het meerjarenperspectief van -/- € 2,9 miljoen. Eenmalige financiële positie De vrij besteedbare eenmalige ruimte bedraagt op het eind van de meerjarenraming € 2,7 miljoen. De knelpunten met een hoge prioriteit waarvoor incidentele middelen nodig zijn betreffen: - de incidentele uitgaven voor implementatie van de omgevingswet; - het verlengen van de pilot vroegsignalering van schulden. Na toekenning van deze knelpunten resteert een vrij besteedbare eenmalige ruimte van € 0,8 miljoen.
7
2. Uitgangspunten financieel kader In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten opgenomen die we hanteren bij het opstellen van de begroting en passen bij een verantwoord financieel beleid. Algemene financiële uitgangspunten Het meerjarenperspectief wordt tot nu toe opgesteld op basis van lopende prijzen. Dit betekent dat alle budgetten (salarissen, materiële lasten, subsidies) aangepast worden aan loon- en prijsstijgingen. In de doorrekening van de verschillende jaarschijven wordt elk jaar een bedrag voor inflatie bijgeraamd in de trendmatige ontwikkelingen. In de voorstellen tot modernisering van de P&C-cyclus is opgenomen om over te gaan naar constante prijzen. De eerste jaarschijf van de meerjarenbegroting wordt geïndexeerd op basis van de inflatiecijfers. In de jaren daarna wordt geen inflatie doorgerekend maar worden de inkomsten ook zonder inflatie opgenomen. In de tabel hieronder geven we aan welke indexeringen en generieke aanpassingen we nu nog hanteren voor de komende (meerjaren)begroting. De basis hiervoor zijn de prognoses uit de meicirculaire Algemene uitkering, BBP en CPB). Deze indexeringen zijn opgenomen in onderstaande tabel. Meerjarig wordt uitgegaan van de percentages uit jaarschijf 2023.
1. 2 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Omschrijving Salarissen gemeente Goederen en diensten gemeente Subsidies welzijn Subsidies bibliotheken Subsidies Lawei, Sportbedrijf Subsidies overige gesubsidieerde instellingen Leges en overige lokale heffingen Grondexploitaties
2022 3,4% 0,9% 0,7% 0,9% 0,7% 0,7% 1,7% separaat vastgesteld.
2023 2,1% 1,2% 1,4% 1,4% 1,4% 1,4% 1,5%
De percentages worden jaarlijks herrekend, waarbij ook beoordeeld wordt of de eerder gehanteerde verwachtingen daadwerkelijk uitgekomen zijn. Bij een eventuele afwijking wordt dit een jaar later als correctie meegenomen in de berekening van de nieuwe percentages. Herschikkingen Onderdeel van de doorgevoerde herschikkingen 2019 is dat alle subsidies en de gemeentelijke budgetten van goederen en diensten in de jaren 2020 tot en met 2023 niet geïndexeerd worden. Deze herschikking is verwerkt. Vanaf 2024 is deze indexatie wel weer toegepast. -
Goederen en diensten (materiële kosten): Door voor een periode van 4 jaar (2020-2023) deze budgetten niet te indexeren wordt een budget vrijgespeeld van ruim € 1,5 miljoen. Het risico van deze maatregel is verminderde kwaliteit en kwantiteit van bestaand beleid.
-
Subsidies aan maatschappelijke instellingen: Door voor een periode van 4 jaar (2020-2023) deze subsidies niet te indexeren wordt een budget vrijgespeeld van ruim € 1 miljoen. Ook hier geldt dat het aanbod van deze instellingen inboet qua kwaliteit en kwantiteit.
8
Structureel begrotingsevenwicht Voorwaarde voor repressief toezicht (toezicht achteraf) vanuit de provincie is een structureel en reëel sluitende begroting. Dit houdt in dat we structurele lasten dekken uit structurele baten en dat eventuele bezuinigingen realistisch zijn. - Uitgangspunt is dat alle jaren structureel sluitend zijn. - Wanneer dit niet haalbaar is, zorgen we op basis van realistische maatregelen voor een sluitend meerjarenperspectief. Zo nodig dekken we tekorten in niet sluitende jaren uit incidentele middelen (bijvoorbeeld uit de reserves). - Mocht het realiseren van een structureel sluitende laatste jaarschijf niet haalbaar zijn, dan zorgen we in ieder geval voor een structureel sluitende eerste jaarschijf. Deze laatste optie heeft niet de voorkeur en draagt niet bij aan een structureel financieel evenwicht en wordt daarom bij uitzondering toegepast. De raad heeft zich in de raadsvisie uitgesproken voor een structureel sluitende meerjarenbegroting als fundament voor een helder en evenwichtig (financieel) meerjarenbeeld. Incidentele/eenmalige uitgaven Incidentele of eenmalige uitgaven dekken we uit de algemene reserve, of uit een specifiek daarvoor bestemde bestemmingsreserve. Post onvoorzien In de begroting is een post onvoorzien opgenomen voor incidentele uitgaven van € 50.000.
Het college heeft met dit budget de mogelijkheid om snel en adequaat te handelen in onvoorziene situaties. Algemene reserve en weerstandsvermogen De minimale stand van de algemene reserve bedraagt het berekende weerstandsvermogen. In de begroting 2021 is dit 13 miljoen. Dit bedrag is opgebouwd uit een risicobuffer, algemeen weerstandsvermogen en een weerstandsvermogen voor verbonden partijen. Bij de actualisatie van de nota reserves en voorzieningen zullen we ook onderzoeken hoe het risico- en weerstandsbeleid verder vorm te geven. Financiële ratio's Gemeenten en gemeenteraden sturen financieel gezien in hoofdzaak op een sluitende begroting waarbij structurele lasten gedekt worden door structurele baten en incidentele uitgaven uit eenmalige middelen en reserves. Het sturen op liquiditeit en financiële ratio's zoals verhouding vreemd vermogen / eigen vermogen is niet gebruikelijk. Door grote investeringen loopt de schuldpositie van gemeenten snel op. Zo ook in Smallingerland. Daarom is het belangrijk om beter en meer te kijken naar de effecten van deze schulden op liquiditeit en begroting. In de aanstaande begroting zal hier meer nadruk op gelegd worden. Bij het opstellen van treasury-beleid en bij de ontwikkeling van het risicoen weerstandsbeleid worden hier kaders voor ontwikkeld.
Raming kapitaallast van investeringen exclusief vervangingsinvesteringen Kapitaallasten worden geraamd in de jaarschijf waarin naar verwachting de afschrijvingen starten. Conform de financiële verordening wordt voor het eerst afgeschreven in het jaar na ingebruikname. De werkelijke investering en bijbehorende werkzaamheden vinden plaats in het jaar of jaren voorafgaand aan de activering. Er zijn daarvoor ook verplichtingen aangegaan. In de Begroting is een bijlage opgenomen met de investeringen en uitgaven die in een bepaald jaar plaatsvinden en leiden tot een kapitaallast in latere jaren. We vragen bij de begroting de raad expliciet een besluit te nemen over de investering en daarmee ook de kapitaallast onherroepelijk in het meerjarenperspectief op te nemen.
9
Beheerplannen voor kapitaalgoederen in de openbare ruimte De beheerplannen worden eens per raadsperiode vastgesteld waarna een actualisatie plaatsvindt. In de begroting worden de lasten in de jaarschijven verwerkt conform de vastgestelde beheerplannen. In 2022 wordt het beleid voor de kapitaalgoederen geactualiseerd evenals de beheerplannen. Vervolgens zullen de voor de kapitaalgoederen benodigde middelen ook aangepast worden. Verbonden partijen We hebben te maken met een veelheid aan samenwerkingsverbanden. Deelname kost geld en onze bijdrage wordt bepaald door de begroting van dat orgaan. We zullen kritisch zijn op kostenstijgingen die raken aan onze budgettaire uitgangspunten en waar nodig zal dit in vooroverleggen ter sprake worden gebracht. Maar realistisch is dat we de financiële ontwikkelingen van met name de gemeenschappelijke regelingen zullen moeten volgen.
10
3. Ontwikkeling financiële positie In dit hoofdstuk schetsen we de ontwikkeling van onze structurele en eenmalige financiële ruimte na de vaststelling van Begroting 2021-2024. De structurele financiële positie vertaalt zich in een (meerjaren-)begroting, de eenmalige financiële positie wordt bepaald door de vrij besteedbare ruimte in de algemene reserve.
3.1. Structurele ruimte Het grootste deel van de lasten en baten komt ieder jaar weer terug in de begroting van de gemeente. Voor een duurzaam financieel perspectief moeten de jaarlijks terugkerende lasten gedekt worden uit de structurele jaarlijkse baten. Dit is ook per wet verplicht. We berekenen daarom hoeveel structurele baten we verwachten, welke structurele lasten we daaruit moeten dekken, en hoeveel er dan nog over is. Dat is de structurele ruimte die beschikbaar is voor knelpunten en bestuurlijke ambities. Mochten er meer structurele lasten dan baten zijn, dan zullen de lasten naar beneden moeten, of juist de baten omhoog. De onderstaande tabel geeft inzicht in de mutaties in het meerjarenperspectief ten opzichte van voorgaande jaren. De berekening is weergegeven ten opzichte van de begroting 20212024. Ontwikkeling structurele positie per jaar (exclusief knelpunten) Bedragen x € 1.000 (- = nadeel)
Saldo structurele ruimte begin boekjaar Ontwikkelingen in Kadernota 2022-2025 a. Concernrapportage 2021-1 b. Gemeentefonds c. Trendmatige ontwikkeling d. Niet-trendmatige ontwikkeling e. Herschikkingen f. Ramen kapitaallast in jaar start afschrijving
Saldo structurele ruimte voor knelpunten
2022
2023
2024
2025
159
431
-2.291
-2.428
101 -194 256 -159 38 390 432
-571 439 -58 -38 -71 -299
-457 566 -524 12 266 -137
2.332 -1.622 29 -585 154
591
132
-2.428
-2.274
Totaal
101 1.110 -361 -712 12 150
In de begroting 2021-2024 was sprake van een positief saldo van € 159.000 in jaarschijf 2022. Dit is na verwerking van de herstelbegroting zoals vastgesteld in december 2020. Het meerjarenperspectief van deze begroting bedroeg € 2,4 miljoen negatief in jaarschijf 2024. Ontwikkelingen na vaststelling van de begroting leiden tot bijstelling van de meerjarenraming. Op basis van de verwachte ontwikkelingen is er in de nieuwe jaarschijf 2025 sprake van een structureel tekort van -/- € 2,3 miljoen op basis van het bestaande beleid. Er ontstaat een beeld van financiële ruimte in de eerste jaren maar een tekort in latere jaren. Belangrijk hierbij is om te bedenken dat wanneer de financiële ruimte in de eerste jaren structureel ingezet wordt dit leidt tot een structureel nadeliger saldo in het meerjarenperspectief. Dit zal dan weer opgelost moeten worden door bezuinigingen of hogere inkomsten.
11
Toelichting op de ontwikkelingen in het meerjarenperspectief: De negatieve structurele ontwikkeling wordt met name veroorzaakt doordat er in jaarschijf 2024 van de begroting 2021-2024 sprake is van een stijging van de lasten met € 2,4 miljoen. Dit betreft onder andere de nieuwbouw van het zwembad, sporthal de Drait, clustering van S(B)O en nieuwbouw Sint Lukasschool. Dit zijn lasten die onherroepelijk zijn als gevolg van aangegane verplichtingen en start van werkzaamheden (zie ook bijlage a). a) Concernrapportage 2021-I De structurele posten uit de concernrapportage 2021-I werken door in de kadernota. De Corap-I sluit met een positief structureel effect van € 101.000. Voor meer informatie verwijzen we naar de rapportage. b) Gemeentefonds Om de financiële effecten van de coronacrisis in het gemeentefonds te beperken heeft het Rijk besloten om de accressen voor 2020 en 2021 te bevriezen op het niveau van de meicirculaire 2020. Nu het einde van de crisis in zicht is herstelt het rijk de 'trap op, trap af' systematiek weer met ingang van 2022. Dit pakt niet positief uit. In alle jaren is sprake van lagere accressen. Volgens de circulaire is dit het gevolg van lagere loon- en prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen. Vanaf 2023 is het accres verder neerwaarts bijgesteld als gevolg van lagere rentelasten en lagere EU-afdrachten.
Tegenover het lagere accres staan nog een aantal extra baten in verband met taken die de gemeenten moeten uitvoeren. Deze bedragen worden in eerste instantie gereserveerd en zijn opgenomen in de niet-trendmatige ontwikkelingen. Jeugdbudget Al langere tijd zijn gemeenten en rijk met elkaar in onderhandeling over de compensatie van het tekort op het jeugdbudget. Dit tekort is deels ontstaan door een korting op het budget bij de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeenten. Daarnaast is er sprake van een stijging van de kosten voor jeugdzorg. In de meerjarenraming wordt sinds 2019 rekening gehouden met een structurele post voor compensatie van het tekort op basis van incidentele bijdragen vanuit het rijk. In 2023 gaat het voor alle gemeenten gezamenlijk om een bedrag van € 300 miljoen. In onze begroting is een bedrag opgenomen van € 1,3 miljoen. Ondanks dat het gaat om een incidentele bijdrage van het rijk mag dit bedrag structureel verwerkt worden in afwachting van definitieve structurele compensatie. Deze compensatie wordt ook verwacht gezien de arbitrage uitspraak van eind mei, en het vervolgens beschikbaar stellen van eenmalige extra middelen voor 2022. Deze extra middelen1, toegezegd in het bestuurlijk overleg van 2 juni jl. tussen VNG en kabinet, zijn nog niet verwerkt in deze kadernota. Het betreft incidentele middelen.
In afwachting van meer informatie over verdeling en besteding zal dit bedrag opgenomen worden in de begroting 2022. Rijk en VNG zijn voor het jaar 2021 een incidentele compensatie van de hoge kosten voor jeugdzorg overeengekomen van € 493 miljoen via het gemeentefonds. Omdat deze bijdrage incidenteel is heeft dit geen effect op deze kadernota. De uitkering voor voogdij/18+ is opnieuw lager vastgesteld dan de uitgaven die wij hiervoor doen. Er moet opnieuw een compensatieaanvraag gedaan worden. Hiervoor hebben we een bedrag van € 2,2 miljoen meegenomen. Wanneer de compensatie lager is dan dit bedrag zal dit verschil gedekt moeten worden. In de decembercirculaire wordt definitief bekend gemaakt wat het compensatiebedrag zal zijn. We willen in de begroting
1
https://vng.nl/sites/default/files/2021-06/afspraken-rijk-vng-jeugdzorg-2-juni-2021.pdf 12
van 2022 hier al meer duidelijkheid over verschaffen op basis van een voorlopige compensatieaanvraag. c) Trendmatige ontwikkeling Jaarlijks worden alle budgetten (salarissen, materiële lasten, subsidies) automatisch geïndexeerd (op basis) van prognoses Algemene uitkering, BBP en CPB), met uitzondering van de lopende herschikking op indexatie zoals eerder aangegeven. Deze percentages zijn in hoofdstuk 2 opgenomen. Meerjarig wordt uitgegaan van de percentages uit jaarschijf 2023. d) Niet-trendmatige ontwikkeling (onvermijdelijke ontwikkelingen) Naast de trendmatige ontwikkeling van lonen en prijzen zijn er ook niet-trendmatige ontwikkelingen. Dit zijn onvermijdelijke ontwikkelingen die effect hebben op onze baten en lasten. Meestal gaat het om stijgingen of dalingen in aantallen. Die aantallen kunnen dan bijvoorbeeld betrekking hebben op cliënten, woningen of m² openbare ruimte. Daarnaast kunnen er bijzondere ontwikkelingen zijn die leiden tot een stijging van de lasten, die we moeten accepteren. Het gaat dan bijvoorbeeld om wettelijke aanpassingen en "opgelegde" verhogingen van gemeenschappelijke regelingen. In de onderstaande tabel zijn de niet-trendmatige ontwikkelingen opgenomen en in de tekst daaronder toegelicht. Niet-trendmatige ontwikkeling Bedragen x € 1.000 (- = nadeel)
2022 Autonome ontwikkeling nieuwe jaarschijf 2024 1. Verhoging OZB inkomsten 2. Jaarlijkse areaaluitbreiding openbare ruimte 3. BTW-effecten GRP 4. Buitensport accommodaties 5. Vervangingsinvesteringen en vrijval kapitaallasten Onvermijdelijke structurele aanpassingen 6. Fumo 7. Onderhoudsbudget cf IBOR 2019-2023 8. Kapitaallasten cf IBOR 2019-2023 9. Taakmutaties in mei-circulaire Totaal
53
2023
2024
2025
Totaal
-37
-20
50 -40 54 -36 36
50 -40 50 -36 36
-21 -58
-430 -54 -20 -524
-14 -21 29
-57 -430 -68 -217 -712
-57
-155 -159
Ad 1,2, 3, 4 en 5 Autonome ontwikkeling jaarschijf 2025 Met het aanvullen van een nieuwe jaarschijf worden deze posten conform een bestendige beleidslijn meegenomen in het jaar 2025. Daarnaast zijn er een aantal kleine aanpassingen in de jaren 2022 tot en met 2024 als gevolg van herrekening van btweffecten. Ad 6. Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) De bijdrage aan de Fumo stijgt meer dan de trendmatige verhoging als gevolg van een aangepaste financieringssystematiek. Ad 7. & 8. Beheer en onderhoud van kapitaalgoederen (IBOR) De nota "beheer en onderhoud van kapitaalgoederen" is vastgesteld door de raad, en geldt voor de periode 2019-2023. De bedragen voor onderhoud en vervanging voor de jaren 2019-2023 zijn opgenomen in de begrotingen voor deze zelfde jaren. Er zijn destijds ook indicatieve bedragen berekend voor de eerste jaren na de planperiode 20192023. In deze Kadernota zijn voor de jaren 2024 en 2025 deze indicatieve bedragen
13
meegenomen. In de loop van 2022 wordt een nieuwe beheernota opgesteld, waarin de budgetten voor onderhoud en voor vervanging opnieuw worden berekend voor de jaren 2024-2028. Pas dan is duidelijk welke budgetten daadwerkelijk nodig zullen zijn. Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen komt het gemiddelde indicatieve bedrag voor de periode 2024-2028 vooralsnog € 430.000 hoger uit, dan het gemiddelde bedrag over de periode 2019-2023. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door stijgende onderhoudslasten bij wegen. In de vastgestelde nota 2019-2023 is bij het onderdeel wegen al specifiek aandacht besteed aan dit gegeven. Het bedrag van € 430.000 is op basis van het prijspeil 2018, hierbij is nog geen rekening gehouden met de accressen in de afgelopen jaren. Daarnaast is er sprake van onderhoudsbudgetten waar het accres vier jaar op stilgezet is als herschikkingsmaatregel. Dit is een risico en leidt mogelijk tot achterstallig onderhoud of tot hogere reparatielasten, hetgeen in de periode erna weer zal moeten worden ingelopen. Verder geldt dat de accressen, als ze wél waren toegekend, voor een aantal onderdelen onvoldoende zouden zijn geweest. Dit wordt veroorzaakt door de grote prijsstijgingen bij materialen. De kapitaallasten stijgen indicatief in 2024 met € 54.000, in 2025 gaat het om € 68.000. Dit heeft betrekking op alle kapitaalgoederen.
Nu deze sinds 2017 moeten worden geactiveerd en afgeschreven, betekent dat automatisch dat bij iedere vervanging de kapitaallasten zullen toenemen. Ook bij deze bedragen zal overigens sprake zijn van een zekere accresmatige stijging. Ook hierbij past de kanttekening dat actualisatie, indexering en het toevoegen van de nog niet opgenomen kapitaalgoederen vanaf volgend jaar effect zullen hebben. Ad 9. Taakmutaties in meicirculaire 2021 In de meicirculaire is voor een aantal taken die de gemeente krijgt, onder andere als gevolg van wetswijzigingen, budget toegevoegd. In principe is het budget vrij te besteden, echter heeft de gemeente wel een wettelijke verplichting en is het te verwachten dat de gemeente hiervoor kosten zal maken. De grootste taakmutatie betreft de invoering van de wet open overheid, het bedrag hiervoor loopt op tot € 190.000 in 2025. Verder gaat het om Versterking gemeentelijke antidiscriminatie voorziening, Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg, en een kleine mutaties. e) Herschikkingen Besloten is om de wijkatlas eenmaal per 4 jaar op te stellen. Er wordt eens per 4 jaar incidenteel een budget geraamd. De herschikking wordt hierop aangepast. f)
Ramen kapitaallasten in verwachte jaar waarin gestart wordt met afschrijven. We ramen de kapitaallast in het jaar waarin we starten met afschrijven zoals toegelicht in de uitgangspunten financieel kader. Van een aantal grote projecten is de planning aangepast en verwachten we pas later afronding en ingebruikname. Daardoor verschuiven ook de kapitaallasten naar een latere jaarschijf. Dit leidt ertoe dat kapitaallasten voor clustering S(B)O die geraamd waren in 2022 doorschuiven naar 2025 (€ 319.000). Meerkosten de Parel van 2022 naar 2023 (€ 71.000). Nieuwbouw Sint Lukas van 2024 naar 2025 (€266.000) Doordat het een verschuiving is tussen jaarschijven is er per saldo in de meerjarenraming geen mutatie.
14
3.2. Eenmalige ruimte Naast de jaarlijks terugkerende lasten zijn er kosten die eenmalig of maar enkele malen voorkomen. Deze kosten dekken we uit eenmalige middelen. Dit zijn bestemmingsreserves en de algemene reserve. De algemene reserve is de spaarpot voor eenmalige uitgaven. Overschotten en meevallers worden hier aan toegevoegd, bijvoorbeeld positieve jaarrekening resultaten. Tekorten gaan ten laste van de algemene reserve. Een deel van de algemene reserve houden we (verplicht) achter de hand voor onvoorziene uitgaven (de weerstandscapaciteit). Dit bedrag is momenteel bepaald op € 13 miljoen. Het meerdere is vrij besteedbaar voor bestuurlijke ambities die eenmalig gedekt kunnen worden. Ontwikkeling vrij te besteden eenmalige middelen Bedragen x € 1.000 (- = nadeel)
Begroting 2021-2024 (jaarschijf 2024) (na herstelbegroting) a) Jaarresultaat 2020 (voorlopig) b) Concernrapportage 2021-1 (voorlopig) c) Corona tekort conform raadsrapportage d) Doorwerking mutaties begrotingssaldo 2021-2024
575 6.000 -700 -1.626 -1.500
Vrij te besteden eenmalige middelen (2025)
2.749
De vrij besteedbare eenmalige ruimte bedraagt ongeveer € 2,7 miljoen in 2025. De mutatie tussen begroting 2021-2024 en de kadernota 2022-2025 wordt hieronder toegelicht. a) Jaarresultaat 2020 Bij het opstellen van de kadernota is de jaarrekening nog niet klaar. Het deel van het jaarrekening resultaat wat toegevoegd kan worden aan de algemene reserve wordt op dit moment op € 6 miljoen ingeschat. Dit bedrag kan dus nog wijzigen. Bij het opstellen van de Begroting 2022 zal het werkelijke saldo verwerkt worden. b) Concernrapportage 2021-I In de concernrapportage vindt u een gedetailleerde toelichting op het eenmalige nadelige effect van € 700.000. c) Corona tekort conform raadsrapportage In mei is de raad geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de financiële gevolgen van de coronacrisis voor de gemeente begroting. Daarbij is de stand van zaken tot en met januari 2021 gedeeld. Een actualisatie volgt bij de Corap 2021-I d) Doorwerking mutaties begrotingssaldo 2022-2025 Deze post houdt verband met de toevoeging of onttrekking van positieve of negatieve begrotingssaldi in het meerjarenperspectief. Een positief resultaat wordt toegevoegd aan de algemene reserve, een negatief resultaat wordt hierop in mindering gebracht.
Afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden is in de berekening uitgegaan van een negatief begrotingssaldo van -/- € 1,5 miljoen dat aanvullend in mindering gebracht moet worden op de algemene reserve In de begroting 2022-2025 zal duidelijk worden welk bedrag daadwerkelijk beschikbaar is voor eventueel nieuw beleid met eenmalige dekking in de komende planperiode.
15
3.3. Knelpunten en bestuurlijke ambities In paragraaf 3.1 is de structurele financiële positie na verwerking basis van de trendmatige en niet-trendmatige ontwikkelingen geschetst. In de laatste jaarschijf 2025 is sprake van een structureel tekort van -/- € 2,2 miljoen. Op basis hiervan is er geen ruimte voor nieuw beleid en zullen er op basis van de kerntakenrapportage voorstellen opgesteld worden om een structureel sluitend meerjarenbegroting te realiseren. Knelpunten In de uitvoering van bestaand beleid of de uitvoering van wettelijke taken signaleren we een aantal knelpunten die aanpassing van de budgetten noodzakelijk maakt, ondanks het tekort in het meerjarenperspectief. Bij deze knelpunten onderscheiden we knelpunten met hoge prioriteit die in onze optiek noodzakelijk zijn om in de begroting te verwerken. Daarnaast signaleren we knelpunten met een lagere prioriteit die op dit moment door ons niet gehonoreerd kunnen worden.
3.3.1 Knelpunten met een hoge prioriteit In deze paragraaf worden de knelpunten met een hoge prioriteit toegelicht. Voorgesteld wordt om deze knelpunten te verwerken in de begroting. Het betreffen structurele knelpunten die gedekt worden uit de structurele ruimte en incidentele knelpunten gedekt uit de vrije ruimte van de algemene reserve. Structureel met hoge prioriteit: Hoge prioriteiten; structureel Bedragen x € 1.000 (- = nadeel)
Structurele ruimte voor knelpunten (Hoofdstuk 3.1) VROS.2 Implementatie omgevingswet (80 % van €389.000) VROS.5 Inrichting openbare ruimte locatie S(B)O SCR.2 Draagkracht bruggen VVW.4 Vervanging wegen SD.3 Begroting Carins 2022 (80 % van € 301.000)
2022 591 -311
2023 132
2024 -2.428
2025 -2.274
Totaal -311
-39 -28 -15
-39 -28 -15 -241 -634
-241
Totaal prioriteiten
-591
-43
Stuctureel begrotingssaldo na toekenning prioriteiten
-
-502
-3.062
-2.908
Gezien de hoge urgentie stellen wij voor de knelpunten uit bovenstaande tabel te verwerken in de begroting. Om een sluitende eerste jaarschijf te presenteren is van de twee grootste knelpunten niet het gehele bedrag opgenomen maar 80%. Het meerjarenperspectief sluit op basis van bestaand beleid met een tekort van -/- € 2,2 miljoen. Door deze knelpunten te honoreren loopt dit tekort verder op tot -/- € 2,9 miljoen waardoor meer druk komt te liggen op herschikkingen en de kerntakendiscussie. Hieronder worden de knelpunten toegelicht. VROS.2 Implementatie Omgevingswet (structureel € 389.000) De gemeenteraad heeft op 25 mei jl. de startnotitie Omgevingsplan 2.0 vastgesteld, waarbij de ambitie (stapsgewijs) als uitgangspunt is genomen. Voor de uitvoering van de Startnotitie Omgevingsplan is voor 2022 e.v. een structureel budget nodig van € 389.000,- voor:
16
Jaarlijkse plankosten voor het opstellen/bijhouden van de kerninstrumenten Omgevingsplan en Omgevingsvisie. Deze plankosten zijn nodig voor de externe inhuur van stedenbouwkundige bureaus en adviseurs voor het daadwerkelijk opstellen van het Omgevingsplan en wijzigen van de Omgevingsvisie waarvoor intern de benodigde kennis en capaciteit ontbreekt. Benodigde onderzoekskosten zijn inbegrepen. Uitbreiding bijbehorende interne formatie voor de ontwikkeling en begeleiding van omgevingsplannen/-visie. Jaarlijkse deelname aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) voor het functioneel beheer. In de begroting wordt 80% van de geraamde lasten opgenomen om een sluitende jaarschijf te kunnen realiseren. VROS.5 Inrichting openbare ruimte locatie S(B)O (structureel € 45.000) De investeringen voor de infrastructuur bij clustering S(B)O zijn in 2019 geraamd op € 2 miljoen, maar worden € 3,5 miljoen nu alle kosten (toerekening apparaat; raming groen e.d.) zijn meegenomen. Gevolg is een stijging van de kapitaallasten met genoemd bedrag. SCR.2 Draagkracht bruggen (structureel € 27.500) Bij een inspectie is gebleken dat niet alle bruggen voldoen aan de NEN-normen voor draagkracht. Een investering van ca. € 785.000 is nodig om onze bruggen op de norm te krijgen.
Wij stellen voor een structureel bedrag van € 27.500 per jaar aan kapitaallasten op te nemen, en deze noodzakelijke investering deel te laten zijn van de integrale afweging bij de begroting 2022. Daarnaast willen we, gelijktijdig met het actualiseren van de nota "beheer en onderhoud van kapitaalgoederen", in kaart brengen of dergelijke situaties zich nog meer kunnen voordoen, om te bezien of een duurzame financiële voorziening nodig is. De werkzaamheden worden uitgevoerd in 2022 en leiden tot een kapitaallast in 2023. VVW.4 Vervanging wegen (structureel € 15.000) Het blijkt dat een deel van de huidige wegen ouder is dan het beheersysteem aangeeft. Dit komt doordat de leeftijd van de wegen is aangepast aan de laatste keer dat er onderhoud aan is gepleegd. Hierdoor is deels het beeld ontstaan dat er tot 2024 nog geen vervanging van wegen noodzakelijk zou zijn. We zien nu dat dit wel nodig is en zelfs bij enkele wegen direct gedaan moet worden, ter voorkoming van kapitaalvernietiging en onveilige situaties. Deze ontwikkeling zal bij de actualisatie van de nota "beheer en onderhoud kapitaalgoederen" 2023-2027 worden meegenomen. Deze zal naar verwachting in 2022 verschijnen en voor besluitvorming worden voorgelegd aan de raad. De werkzaamheden worden uitgevoerd in 2022 en leiden tot een kapitaallast in 2023.
SD.3 Begroting Carins (structureel € 301.000) Carins en de gemeente Smallingerland hebben begin dit jaar de uitvoeringsovereenkomst vastgesteld. De prestatieovereenkomst is eveneens vastgesteld. Beide hebben invloed op de benodigde financiële middelen van Carins. Bij het opstellen van de voorliggende kadernota heeft de raad nog geen besluit genomen over deze begroting. In de begroting wordt 80% van de geraamde lasten opgenomen om een sluitende jaarschijf te kunnen realiseren.
17
Incidenteel met hoge prioriteit: Hoge prioriteiten, incidenteel Bedragen x € 1.000 (- = nadeel)
VROS.2 SD.1
Implementatie omgevingswet Vroegsignalering van schulden
Totaal prioriteiten
2022 -689 -162
2023 -654
2024 -408
-851
-654
-408
2025
Totaal -1.751 -162 -1.913
De ruimte voor incidentele uitgaven bedraagt ongeveer € 2,7 miljoen in jaarschijf 2025. Wij stellen voor de genoemde knelpunten met een hoge prioriteit incidenteel te dekken uit deze vrije ruimte. Daarna resteert een vrije ruimte van € 0,8 miljoen in 2025. VROS.2 Implementatie omgevingswet (incidenteel € 1.751.000) De gemeenteraad heeft op 16 februari 2021 de incidentele implementatiekosten van de Omgevingswet voor 2021 beschikbaar gesteld. Daarbij is aangegeven dat het benodigde eenmalige implementatiebudget voor 2022 en verder wordt verwerkt in de kadernota. De oorspronkelijke programmabegroting is kritisch beoordeeld en ruim 25% naar beneden bijgesteld in lijn met de opdracht van de gemeenteraad voor een minimale doelmatige en sobere implementatie van de Omgevingswet. Hiervoor is voor 2022 t/m 2024 een incidenteel implementatiebudget nodig van totaal € 1.751.000 voor de volgende doelen: (door-)ontwikkeling Omgevingsvisie en programma's. (door-)ontwikkeling intake-, omgevingstafel en ontwikkelformule. inhuur ondersteuning teams Concern, VTH, I&A en communicatie t.b.v. implementatie (voortzetting huidige inzet t/m 2024); communicatiemiddelen en pilots; implementatiekosten ketensamenwerking; opleidingskosten voor vakinhoudelijke trainingen t.b.v. implementatie.
SD.1 Vroegsignalering van schulden (incidenteel € 162.000) De meeste mensen met schulden kloppen niet aan voor hulp. Ze zijn bij gemeente onbekend. Met vroegsignalering krijgen gemeenten wel zicht op deze onbekende schuldenaars. Er wordt zo vroeg mogelijk een hulpaanbod gedaan aan inwoners waarvan bij de gemeente bekend is dat zij beginnende betalingsachterstanden hebben. Hierdoor komen minder inwoners in grote financiële problemen, waardoor problemen voor de schuldenaar, de omgeving, de gemeente en de maatschappij minder voor zullen komen. Vroegsignalering is een wettelijke taak. In 2021 is de uitvoering in pilot vorm gestart aan de hand van de outreachende aanpak. De inzet bedraagt 2 fte en kosten voor een applicatie. We willen deze aanpak structureel maken maar gezien het financiële perspectief kiezen we voorlopig voor verlenging van de pilot. Bij de integrale afweging bij gelegenheid van de kerntakenrapportage kunnen we dit meenemen.
18
3.3.2 Knelpunten met een lagere prioriteit Naast de knelpunten met een hoge prioriteit zijn er knelpunten die wij nu een lagere prioriteit geven gezien het negatieve meerjarenperspectief. Deze knelpunten worden nu nog niet in de begroting verwerkt. Gevolg daarvan is dat bepaalde ambities niet gehaald worden of bijgesteld moeten worden. Wanneer er financiële ruimte ontstaat in de begroting (bijvoorbeeld door het gemeentefonds of herschikkingen) zijn dit de onderwerpen die in onze optiek als eerste in de begroting verwerkt worden. Structureel met lage prioriteit: Lage prioriteiten structureel Bedragen x € 1.000 (- = nadeel)
O.5 VM.7 SCR.1 SCR.3 SCR.4 VVW.2 SD.2
Knelpunten in personeelsbeleid organisatie Opgave Energie - programma duurzaamheid Fries beleid Implementatie gedragscode soortbescherming Aanpak overlast groen door fauna Installatieverantwoordelijkheid openbare verlichting Structurele subsidiering aanbod buurtgezinnen
Totaal prioriteiten
2022 -150 -300 -31 -21
2023
2024
2025
Totaal -150 -300 -31 -21
-27 -24
-27 -24
-80
-80
-633
0
0
0
-633
(de onderwerpen in de tabel staan niet op volgorde van belangrijkheid) O.5 Knelpunten in personeelsbeleid (€ 150.000) We bouwen aan een professionele organisatie. In de ontwikkeling en het gezond houden van de organisatie is het soms nodig om afscheid te nemen van medewerkers. In sommige gevallen vraagt dit van ons als werkgever dat we een maatwerkregeling treffen om dit op een goede manier op te lossen. Hiervoor is op dit moment geen budget beschikbaar. VM.7 Opgave Energie – programma duurzaamheid (€ 300.000) De duurzame doelen vanuit de Routekaart Duurzaam Smallingerland en het Klimaatakkoord vragen om een stevige inzet op zowel de energieopwek (elektra/zon en (collectieve)warmte) alsook de transitie van aardgas naar duurzame energie. In 2022 moeten WijkUitvoeringsPlannen gemaakt worden vanuit de TransitieVisieWarmte die eind 2021 gereed is. Uit landelijke onderzoek van AEF (zie bijlage) is duidelijk geworden dat de inzet van de gemeente in de toegewezen taken uit het Klimaatakkoord veel capaciteit gaat vragen. Voor zowel duurzame energieopwek en de WijkUitvoeringsPlannen en de bijbehorende communicatie is uitbreiding van de huidige capaciteit noodzakelijk. De gevraagde uitbreiding van capaciteit (totaal 3 fte) is, zeker gezien de opgave waar we voor staan, minimaal.
De huidige capaciteit van 1 fte vaste formatie op energietransitie is onvoldoende om de lopende en aankomende activiteiten rondom zon (elektra), warmte (geothermie, restwarmte etc.) en de WijkUitvoeringsPlannen met de bijbehorende omgevingsgerichte werkwijze uit te voeren. SCR.1 Fries beleid (€ 31.000) In 2019 is het beleidsplan Friese taal vastgesteld, en er is een actieplan opgesteld. Wij sluiten aan bij het provinciaal beleid en bij de Lange Termijn Agenda van de provincie. 19
De provincie en gemeente stellen gezamenlijk een werkplan op waarin zij haar ambities en lange termijn doelen voor het Fries vastleggen. Startpunt voor dit plan is het huidige beleidsplan Fries. In 2025 en 2030 wordt dit plan geëvalueerd. Het betreft een veelomvattend plan met een verplicht wettelijk karakter dat organisatie breed gevolgen heeft en veel inspanning vraagt gedurende de komende 10 jaar. Het beschikbare budget van € 15.000 is hiervoor ontoereikend. SCR.3 Implementatie gedragscode soortbescherming (€ 21.000) Het is een wettelijke verplichting vanuit de Wet natuurbescherming om bij voorbereidende en uitvoerende werkzaamheden zorgvuldig te handelen op plaatsen met beschermde plant- en diersoorten. Hiertoe is een gedragscode opgesteld gebaseerd op de Wet natuurbescherming en is voorbereid op de aankomende Omgevingswet die deze per 1 januari 2022 zal vervangen. De gedragscode is bedoeld voor alle Nederlandse gemeenten. Voor de gemeente Smallingerland dient dit specifiek te worden gemaakt om gebruik te kunnen blijven maken van de ontheffingsplicht die de gedragscode biedt. Zo moet er een gemeente brede inventarisatie worden uitgevoerd om de beschermde plant- en diersoorten op basis van de Wet natuurbescherming binnen de gemeente in beeld te brengen.
Deze gegevens worden betrokken bij werkprotocollen (plan van aanpak) om negatieve effecten op (lokale) populaties van beschermde dieren en planten te voorkomen of te beperken. De financiële impact is gebaseerd op jaarlijkse onderzoekskosten en een abonnement op de databank Flora en fauna. SCR.4 Aanpak overlast groen door fauna (€ 27.000) Inwoners ervaren diverse soorten overlast van fauna in het openbaar groen. Dit leidt tot meldingen, klachten en gevolg zoals aansprakelijkheidstellingen. Er is versnipperd beleid, op verschillende soorten/type overlast zoals eikenprocessierups, roeken, luizen, etc. Doordat beleid en budget versnipperd zijn geeft dit beperkingen in de mate van de te nemen maatregelen. Het voorstel is dan ook om de budgetten te actualiseren en te bundelen tot één in te zetten budget wat flexibiliteit geeft in de oplossing naar onze burgers en een kostenbesparing doordat de oorzaak beter aangepakt kan worden. VVW.2 Installatieverantwoordelijkheid openbare verlichting (€ 24.000) In het kader van wettelijke verplichtingen is het noodzakelijk dat de gemeente Smallingerland als eigenaar van ca.12.500 lichtmasten en ca. 14.000 lampen een installatie verantwoordelijke aanwijst welke de verantwoordelijkheid en zorg draagt voor de elektrotechnische toestand en het werken aan deze verlichtingsinstallaties.
In het verleden was Netbeheerder Liander eigenaar van de gemeentelijke verlichtingsinstallatie in Friesland en werd het IV-schap door Liander ingevuld. Na overdracht van de openbare verlichtingsmasten en armaturen (rond 2007) naar de gemeentes is daarmee ook de elektrotechnische verantwoordelijkheid voor deze delen bij de gemeente te komen liggen. Gemeentes waren echter niet op de hoogte van deze verantwoordelijkheid op het gebied van openbare verlichting en is om deze reden nooit geformaliseerd. Voor elektrotechnische installaties van gemeentelijke gebouwen, civiele kunstwerken, markten havenvoorzieningen en rioolgemalen is het IV-schap van oudsher al wel geformaliseerd. Het IV-schap kan door een externe partij worden ingevuld of de gemeente kan ervoor kiezen een werknemer aan te wijzen als installatieverantwoordelijke. Voor de installatieverantwoordelijkheid voor civiele kunstwerken en rioolgemalen is intern een IV-er aangewezen. Voor gemeentelijke gebouwen en markt-, en havenvoorzieningen is een externe partij aangewezen. Binnen de gemeentelijke organisatie is de benodigde capaciteit en kennis om invulling te geven aan het IV-schap voor openbare verlichting in onvoldoende mate beschikbaar.
20
Het advies is het IV-schap extern in te vullen. Deze wijze van invulling geeft de minste belasting op de gemeentelijke organisatie, is bedrijfszeker, onpartijdig en flexibel. SD.2 Overgaan tot structurele subsidiering aanbod buurtgezinnen (€ 80.000) Er is de afgelopen twee jaar in de vorm van een pilot geïnvesteerd om dit project een goede plek te geven binnen onze gemeente. Het voorziet in een grote behoefte en de resultaten zijn zeer positief. De aanpak van Buurtgezinnen is gebaseerd op de gedachte dat we opvoeden samendoen. Gezinnen die het zwaar hebben worden gekoppeld aan een stabiel gezin in de buurt. Op laagdrempelige, gelijkwaardig en alledaagse wijze krijgen kinderen wat extra liefde en aandacht en worden ouders ontlast. Doordat de ouders weer op adem komen en sterker worden, kunnen de kinderen veilig en gezond blijven opgroeien in hun eigen gezin. Met de inzet van Buurtgezinnen wordt bijgedragen aan een gemeenschap waar mensen meer onderling contact hebben en zich samen bekommeren om opgroeiende kinderen. Dit zorgt ervoor dat minder kinderen jeugdhulp nodig hebben. Een bijkomend effect is dat hierdoor kosten worden bespaard. Gezien deze positieve ervaringen met de inzet van Buurtgezinnen in onze gemeente wordt voorgesteld om de inzet van Buurtgezinnen in ieder geval tot 2024 te continueren op basis van 20 uren coördinatie per week.
Hiervoor kunnen per jaar 20-25 nieuwe koppelingen worden gerealiseerd en bestaande koppelingen worden onderhouden. Incidenteel met lage prioriteit: Lagere prioriteiten incidenteel Bedragen x € 1.000 (- = nadeel)
VVW.6 SCR.3
Parkeerterrein VV Drachten Implementatie gedragscode soortbescherming
Totaal prioriteiten
2022 -150 -60
2023
2024
2025
Totaal -150 -60
-210
0
0
0
-210
De incidentele knelpunten met lage prioriteit worden niet verwerkt in de begroting 2022. VVW.6 Parkeerterrein VV Drachten (€ 150.000) De staat van onderhoud van het asfalt op het parkeerterrein is slecht. Hierdoor kunnen verkeersonveilige situaties ontstaan. Daarnaast wordt geklaagd over straatraces. Door onderhoud en herinrichting kunnen deze zaken aangepakt worden. Daarbij kan het terrein uitgebreid worden om de parkeerdruk, die ontstaat door ook betaald parkeren in te voeren op het Kiryat Onoplein, op te vangen. SCR.3 Implementatie gedragscode soortbescherming (€ 60.000) Zie de toelichting bij het structurele budget.
21
4. Risico's en onzekerheden Jaarlijks zien we onderwerpen op ons afkomen waarvan de financiële impact nog niet is te overzien. Het kan gaan om zowel eigen beleid als om zaken die vanuit hogere overheden of de maatschappij onze aandacht vragen. Niet altijd gaat dat gepaard met de wens om extra middelen; soms kan dit binnen het bestaand beleid worden opgepakt. In onderstaande tabel worden ontwikkelingen en risico's benoemd en wordt een indicatie van het financiële risico gegeven. Voor die ontwikkelingen waarvoor deze indicatie nu nog niet gemaakt kan worden, is een bedrag van € 100.000 opgenomen. Dit is geen realistisch bedrag. Zoals aangegeven in de Jaarstukken 2020 zullen we in het kader van de vernieuwing van de P&C-cyclus verschillende methodes om het weerstandsvermogen te benaderen, onderzoeken. Hier zullen we vervolgens bij de raad op terugkomen. Financieel gevolg (maximaal)
Omschrijving risico's
Bestaand of nieuw risico
I/S
Bedrijfsrisico's
1 Herijking gemeentefonds 2 Invoering woonplaatsbeginsel voor Jeugd 3 Compensatieregeling jeugd Voogdij/18+ 4 Incidentele middelen financiering jeugd structureel verwerkt 5 Overige compensatie voor diverse ontwikkelingen door Rijk 6 Banenafspraak baan (BAB-banen) 7 BTW maaiveld parkeren 8 Wijziging BTW-sportvrijstelling op grote investeringen 9 Eenmalige en structurele effecten van de Corona-crisis 10 Algemene bedrijfsmatige risico's Eigendomsrisico's Risico's bij kapitaalgoederen in de openbare ruimte (o.a 11 actualisatie beheerplannen) 12 Bijdrage N381
13 Gemeentehuis energielabel C 14 Hogere investeringslasten nieuwbouw 15 Asbesthoudende voegenkit
€ 2.900.000
S
Bestaand
€ 100.000
S
Bestaand
€ 2.200.000
S
Bestaand
€ 1.300.000
S
Bestaand
€ 100.000
S
Bestaand
€ 150.000
S
Bestaand
€ 100.000
S
Bestaand
€ 100.000
S
Bestaand
€ 1.600.000
S
Bestaand
€ 100.000
S
Bestaand
€ 100.000
S
Bestaand
€ 250.000
I
Bestaand
€ 100.000
S
Nieuw
€ 100.000
S
Nieuw
€ 100.000
S
Nieuw
Beleidsrisico's
16 Verbonden partijen 17 Vaarweg naar Drachten (na 2025) 18 Invoering Wet kwaliteitsborging (Wkb) 19 Digitalisering bouwen-, ruimte en milieudossiers 20 Deltaplan ruimtelijke adaptatie 21 Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie 22 Actualisatie horecabeleid 23 Wet openoverheid en wet elektronische publicaties 24 Verzekering cyberaanval 25 Organisatieontwikkeling 26 Huisvesting Museum Drachten 27 Rampen en calamiteiten
22
€ 5.000.000
S
Bestaand
€ 10.000.000
I
Bestaand
€ 100.000
S
Bestaand
€ 100.000
I
Bestaand
€ 100.000
S
Nieuw
€ 100.000
S
Nieuw
€ 100.000
S
Nieuw
€ 100.000
S
Nieuw
€ 100.000
I
Nieuw
€ 100.000
S
Nieuw
€ 100.000
S
Nieuw
€ 2.000.000
I
Bestaand
Hieronder worden de nieuwe ontwikkelingen en risico's toegelicht. Bestaande risico's zijn eerder toegelicht in een voorgaand P&C-document. 13. Gemeentehuis energielabel C Over twee jaar moet het gemeentehuis het energielabel C hebben. Het gebouw zal daarvoor op diverse onderdelen aangepast moeten worden. Dit zou worden meegenomen bij de voorgenomen verbouwing en herinrichting van het gemeentehuis. De raad heeft het benodigde budget hiervoor niet beschikbaar gesteld bij de vaststelling van de begroting 2021. 14. Hogere investeringslasten nieuwbouw Op diverse terreinen zijn we bezig met nieuwbouwplannen. De landelijke kostenontwikkeling hiervoor blijft stevig stijgen. Dit kan zijn weerslag hebben op de lasten van bijvoorbeeld onderwijshuisvesting of investeringen op sportgebied. 15. Asbesthoudende voegenkit Riolering welke tussen 1945 en 1993 is aangelegd kan asbesthoudende voegenkit bevatten. Het gaat daarbij om de voegen van met name de betonbuizen met vaar moer verbindingen en de gresbuizen. Ook de verbindingen van rioolputten en de verbindingen van de (huis)aansluitleidingen uit die periode kunnen asbest bevatten. Tijdens de projectvoorbereiding zal onderzocht moeten worden of er mogelijk sprake kan zijn van asbestverdachte locaties.
Is dat het geval dan dient daadwerkelijk praktijkonderzoek uitsluitsel te geven over het wel of niet aanwezig zijn van asbesthoudende voegenkit. Inmiddels zijn er op een zestal locaties onderzoek gedaan, welke in aanmerking komen voor rioolvervanging en is op alle zes de locaties asbesthoudende voegenkit aangetroffen. Op dit moment dient dergelijk asbesthoudend materiaal onder de daarvoor geldende (strenge) regels verwijderd en gestort te worden. Wat de financiële gevolgen zijn is op dit moment nog onbekend, maar dit zal zeker kostenverhogend zijn. Gezien de leeftijdsopbouw van de riolering in Smallingerland mogen we er wel vanuit gaan dat er veel locaties zijn waar asbesthoudende voegenkit is toegepast. Dit zal geen invloed hebben op de gemeentelijke begroting maar is een risico in de berekening van het vGRP. 17. Vaarweg naar Drachten De veenpolder Hegewarren is in beeld voor herontwikkeling. Dit in relatie tot het terugdringen van CO2-uitstoot en het tot staan brengen van bodemdaling in de veenweidegebieden. Het co-creatieproces gebiedsontwikkeling Hegewarren loopt. Besluitvorming in PS hierover wordt verwacht in december dit jaar. Onderzoek naar nut/noodzaak en inpassing van een nieuw stuk vaarweg naar Drachten ten behoeve van de beroepsvaart loopt daar in mee. Smallingerland zet zich in voor gebiedsontwikkeling Hegewarren inclusief die inpassing.